Elise - 12-01-26 @ 19:53
Ik zit in de hoek van de bank, precies zoals Sigrid het aangaf. Mijn rug recht, kin iets omhoog, ook al voel ik me kleiner dan ooit. Ze heeft gelijk: in het echt zie ik er anders uit dan op camera. Dat weet ik zelf ook. De lens maakt alles vlakker, afstandelijker. Hier, onder dit zachte licht, voel ik elke ademhaling, elke zweetdruppel die langs mijn ruggengraat glijdt.
Ze reikt me het glas aan. We laten de randen tegen elkaar tikken – een helder, bijna plechtig geluid. Ik nip voorzichtig, laat de wijn even op mijn tong liggen, zuig dan zachtjes lucht naar binnen om het aroma los te maken. Het is een goede wijn, zwaar en warm, met iets donkers eronder. Net als zij.
Haar ogen volgen elke beweging. “Fijn dat je een goede smaak hebt,” zegt ze zacht. “Voor wijn… en voor lingerie.”
Ik voel hoe mijn wangen warmer worden, maar ik kijk niet weg.
Dan begint ze te praten over de camera’s. Over die in het appartement, die er eerst wel waren en nu weg. En over deze, hier, gewoon zichtbaar. Twee kleine zwarte bolletjes in de hoeken van het plafond. Ze drukt op een afstandsbediening die ik niet eens had zien liggen. Een rood lampje begint langzaam te knipperen.
“Dat betekent dat ze opnemen,” zegt ze zakelijk. “Elke keer dat je hier bent, zal dat lampje branden.”
Ik slik. Mijn mond is ineens droog, ondanks de wijn.
Ze haalt een horloge tevoorschijn, hetzelfde model als zij draagt: matzwart, slank, met een klein schermpje. Ze geeft het aan me. Ik doe het om zonder iets te zeggen. Zodra het sluit, gaat er boven ons een tweede lampje knipperen – veel sneller, onregelmatig.
“Dat is jouw hartslag,” legt ze uit. Haar stem is kalm, bijna lief. “De mijne is veel rustiger.”
Ik kijk omhoog. Het lampje flitst als een klein, nerveus dier. Het is gênant hoe duidelijk het verraadt wat ik probeer te verbergen.
“Waarom neem je alles op?” vraag ik. Er zit een lichte scherpe toon in mijn stem, dat hoor ik zelf ook.
Ze had de vraag verwacht. Ze leunt achterover, neemt een slok, en vertelt dan over een vorige huurster. Over een situatie. Over haar advocate die sindsdien liever alles gedocumenteerd ziet. “Neutraal materiaal,” zegt ze. “Om misverstanden te voorkomen. Als er ooit iets misgaat tussen ons, krijg jij exact dezelfde beelden als ik.”
Ik knik langzaam. Het klinkt logisch. Toch blijft er iets knagen.
“En als er geen situatie komt?” vraag ik.
“Dan blijft alles dertig jaar ongeopend bewaard op het advocatenkantoor. Niemand ziet het. Nooit.”
Ik laat het even bezinken. Dertig jaar. Langer dan ik nu leef.
Ze vervolgt: “Om dezelfde reden hebben we een formele Overeenkomst nodig. Gebaseerd op ROVER: Respect, Openhartigheid, Vertrouwen, Extase en Relatie.”
“Relatie?” herhaal ik, bijna ongelovig.
Ze kijkt me aan alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “Sinds jij vanavond hier bent gekomen, hebben wij een relatie. Deze overeenkomst en deze relatie kunnen jij of ik op ieder moment eenzijdig beëindigen. Door één specifiek codewoord uit te spreken. In elkaars aanwezigheid.”
Ik wacht.
Ze pakt een enveloppe met het logo van een gerenommeerd advocatenkantoor. Haalt er papieren uit. Het eerste vel geeft ze aan mij.
Ik lees. Het is lang, maar inderdaad kristalhelder. Geen juridisch wollig taalgebruik. Alles staat er zwart op wit: grenzen, rechten, plichten, de betekenis van het codewoord.
Als ik bij het einde ben, kijk ik op. “Mag ik een pen?”
Ze geeft me haar vulpen. Zware, koele metalen pen. “Opschrijven,” waarschuwt ze. “Niet uitspreken.”
Ik knik. Denk even na. Dan schrijf ik, in mijn eigen handschrift, het woord dat ik al een tijdje in mijn hoofd had rondspoken: Honneponnetje.
Ik geef het papier terug.
Ze leest het, trekt één wenkbrauw op, maar glimlacht bijna onmerkbaar. “Prima. Dat is iets wat ik ook nooit zomaar zou zeggen.”
“Afgesproken,” zegt ze.
Dan het tweede vel: basisgegevens. Mijn volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, adres, telefoonnummer… en mijn BSN. Ik frons. “Die weet ik niet zeker.”
“Ik wel,” zegt ze rustig.
Ik voel een rilling over mijn rug. Niet per se van angst. Meer van… erkenning. Ze heeft huiswerk gedaan. Goed huiswerk.
Derde pagina. Een lijst met vragen. Ik laat mijn ogen erover glijden en voel hoe mijn adem stokt.
Lengte.
Gewicht (nu en twee jaar geleden).
Kleur ogen.
Eigen haarkleur plus beschrijving kapsel.
Confectiemaat.
BH-maat plus beschrijving borsten en tepels.
Venushaar.
Seksuele geaardheid.
Solo seks sinds (leeftijd).
Incest verleden (ja/nee).
Aantal keer seks per week (solo, met partner).
Bestaande littekens en kwetsuren (beschrijving en foto’s).
Ik kijk op, voel een plotselinge golf van verontwaardiging. “En jij dan? Waarom moet ík alles blootgeven en jij niks?”
Ze onderdrukt een glimlach. Ik zie het in haar mondhoeken, in haar ogen. Dan wappert ze met een vierde vel papier – het laatste, zegt ze.
“Straks. Jij eerst.”
Ik kijk naar het lege vel voor me. De vulpen ligt zwaar in mijn hand.
Ik begin te schrijven. Hardop, zoals ze vroeg.
“Een meter negenenzestig.”
“Nu tweeënzestig kilo. Twee jaar geleden achtenvijftig.”
“Ogen zijn hazelnoot met gouden spikkels als het licht erop valt.”
“Eigen haarkleur donkerblond. Schouderlang, recht, met een lichte slag als het vochtig is.”
“Confectiemaat 36.”
Ik pauzeer even bij de volgende. Mijn stem wordt zachter.
“BH 75B. Borsten… rond, vrij stevig, tepels klein en roze, worden donkerder als ik opgewonden ben.”
Ik voel haar blik op me rusten. Niet dwingend. Gewoon aanwezig.
“Venushaar… kortgeknipt, driehoekje, naturel donkerblond.”
“Seksuele geaardheid: lesbisch.”
“Solo seks sinds… ik denk mijn veertiende.”
“Incest verleden: nee.”
“Aantal keer seks per week… solo vier, vijf keer. Met een partner… de laatste jaren bijna nooit meer.”
Bij de laatste regel blijf ik steken. Littekens en kwetsuren. Beschrijving én foto’s.
Ik kijk op. “Foto’s?”
Ze knikt. “Er ligt een kleine camera op het tafeltje naast je. Je mag zelf kiezen welke littekens je laat zien en van welke hoek. Alleen wat jij wilt delen.”
Ik kijk naar mijn lichaam. Er is niet veel. Een klein wit lijntje op mijn linkerknie van toen ik als kind van mijn fiets viel. Een vaag litteken onder mijn rechterborst van een blindedarmontsteking op mijn zestiende. En een piepklein moedervlekje net boven mijn schaambeen dat ik altijd een litteken heb genoemd omdat het zo scherp afsteekt.
Ik pak de camera. Maak drie foto’s. Niet mooi. Niet verleidelijk. Gewoon feitelijk. Dan leg ik hem terug.
Sigrid neemt het blad aan. Leest. Knikt.
Dan schuift ze het vierde vel naar me toe.
“Nu jij,” zeg ik zacht, bijna uitdagend. “Jouw beurt.”
Ze glimlacht traag, pakt de pen, en begint te schrijven. Zonder aarzelen. Zonder schaamte.
En terwijl ze schrijft, voel ik iets verschuiven in mezelf.
Dit is geen spel meer.
Dit is echt begonnen.