Juliette - 14-02-26 @ 21:21
**Juliette – Deel 2 (gecorrigeerd, vanuit mijn perspectief)**
Mijn hart slaat zo hard dat ik het voel trillen in mijn keel, in mijn polsen, zelfs in mijn vingertoppen die nog boven het toetsenbord zweven. Het scherm licht op in het donker van mijn kamer. Haar laatste zin staat er nog steeds:
“Je bent stil opeens, Juliette. Of moet ik je nog steeds Lotte noemen?”
Juliette. Niet LotteInLeren. Niet de anonieme chatnaam. Mijn echte naam. Uitgetypt door iemand die mij kent. Iemand die mij in het echt ziet, elke week, twee stoelen verderop in B2.03.
Ik staar naar die donkere nagellak op de foto die ze stuurde. Donkerpaars met gouden shimmer. Ik herinner me precies hoe ik haar pols aanraakte toen ik zei dat de kleur haar goed stond. Haar huid was warm. Ze had even naar mijn vingers gekeken, toen naar mijn gezicht, en iets in haar ogen was… hongerig geweest. Of beeld ik me dat in? Nee. Dat beeld ik me niet in.
Mijn mond is droog. Ik lik over mijn lippen – dezelfde lippen die ze in mijn profielfoto herkende, blijkbaar. Die ze zich herinnert als ze haar ogen dichtdoet, schreef ze eerder in de chat. God.
Ik voel hoe mijn tepels hard worden tegen de stof van mijn T-shirt, hoe mijn dijen tegen elkaar klemmen omdat ik anders misschien ga kronkelen. Ik ben nat. Al vanaf het moment dat ik haar polsband-foto zag. Misschien al vanaf vanmiddag, toen ik haar weer aan zat te staren in het lokaal. Ze droeg vandaag die strakke grijze trui, die ene die haar borsten zo mooi omhelst dat ik er niet naar kan kijken zonder te slikken. Ze keek terug. Niet geschrokken. Niet onzeker. Ze hield mijn blik vast. Langer dan normaal. Alsof ze wist dat ik fantaseerde over hoe haar haar eruit zou zien als ik die knot lostrok, pluk voor pluk, tot het over haar schouders viel en ik het kon vastgrijpen.
Ik typ. Mijn vingers trillen zo erg dat ik twee keer moet wissen.
“Ja. Ik ben het.”
Versturen.
Dan meteen daarna, omdat ik bang ben dat stilte haar afschrikt:
“Eva.”
Haar naam voelt intiemer dan wat ik ooit in deze chat heb getypt. Alsof ik haar al uitkleed door hem hardop te zeggen – of in dit geval, uit te typen.
De drie puntjes verschijnen. Ze typt. Lang. Ik bijt op mijn onderlip tot het pijn doet.
Dan verschijnt haar bericht:
“Goed zo, schatje. Ik wist het wel. Je lippen liegen niet.”
Mijn adem stokt. Ik voel een golf hitte door mijn buik trekken, recht naar beneden.
“Ik heb vanmiddag nog gedacht: als ik haar ooit vastbind, begin ik met haar polsen. Precies daar waar ik haar nagellak vandaag weer zag glinsteren. Dan trek ik haar knot los. Langzaam. Zodat haar haar over mijn handen valt terwijl ze probeert te ontsnappen. Maar dat lukt niet. Want ik ben sterker dan ze denkt.”
Ik lees het drie keer. Mijn vrije hand glijdt vanzelf onder mijn T-shirt. Ik raak mezelf niet aan. Nog niet. Ik wacht. Alsof ik al weet dat zij bepaalt wanneer.
Ik typ terug. Mijn stem in mijn hoofd klinkt hees, ook al zeg ik niks hardop.
“Je maakt me bang. En ik vind het fijn.”
Haar antwoord komt sneller nu.
“Mooi. Bang zijn mag. Zolang je maar eerlijk blijft. Vertel me: wat doe je nu, Juliette? Ben je alleen? Ben je nat?”
Ik sluit mijn ogen even. Adem diep in door mijn neus.
Dan typ ik, zonder na te denken:
“Alleen. In bed. Alleen dit T-shirt. En ja. Heel nat.”
Ik verstuur het en voel meteen de schaamte als een warme golf over me heen spoelen. Maar het is geen nare schaamte. Het is die andere soort. Die waar je billen van tintelen en je adem van stokt.
Haar reactie:
“Goed meisje. Handen weg. Je raakt jezelf niet aan tot ik het zeg. Begrepen?”
Ik kreun zachtjes. Hardop. In mijn lege kamer.
Mijn vingers vliegen over het toetsenbord.
“Begrepen.”
Dan, omdat ik het niet kan laten:
“Wanneer zie ik je? Echt?”
De pauze duurt langer dit keer. De drie puntjes dansen. Dansen. Dansen.
Dan:
“Morgen. Na college. B2.03. De zaal is dan leeg. Ik heb de sleutel van de student-assistent. Kom alleen. Trek iets aan wat makkelijk uitgaat. En geen slipje.”
Mijn hele lichaam spant zich aan. Alles krimpt en pulseert tegelijk.