Door Juliette
Ik fiets altijd te hard ’s ochtends, alsof ik iets achterna zit wat ik toch nooit inhaal. De wind trekt aan mijn knot, er ontsnappen plukken blond haar die in mijn mond slaan, en ik denk: laat maar. Het is half april, de lucht ruikt eindelijk naar iets anders dan nat asfalt en uitlaatgassen, en ik heb vanmorgen weer eens drie minuten te laat gezeten bij privaatrecht. Docent keek me aan alsof ik persoonlijk zijn syllabus had beledigd. Ik glimlachte alleen maar terug. Dat werkt meestal.
Overdag ben ik die Juliette: keurig aantekeningen, vinger opsteekt als ik iets écht wil vragen, draagt bijna altijd een strakke coltrui of een blouse die netjes genoeg is om niet op te vallen, maar strak genoeg om te voelen hoe mijn borsten bewegen als ik ademhaal. D-cup, ja. Ik weet dat mensen kijken. Ik weet ook dat ik doe alsof ik het niet merk.
Maar ’s avonds… ’s avonds ben ik iemand die niemand in de collegezaal herkent.
Ik doe de deur van mijn studentenkamer dicht, draai het slot om – niet omdat ik bang ben dat iemand binnenkomt, maar omdat het klik-geluid iets met me doet. Ik trek mijn jeans uit, laat hem op de grond vallen, doe hetzelfde met mijn slipje. Alleen nog dat oude grijze T-shirt dat tot halverwege mijn dijen komt. Ik ga op bed zitten, rug tegen de muur, laptop op schoot. Lampje uit. Schermlicht op mijn gezicht, op mijn borst, op de harde punten die al tegen de stof prikken voordat ik überhaupt iets heb gelezen.
Ik open de browser in privémodus – stomme gewoonte, want wie zou er in godsnaam in mijn geschiedenis gaan snuffelen – en log in. @LotteInLeren. Geen foto van mijn gezicht. Alleen die ene close-up: mijn lippen die een zwartleren polsband kussen. Ik heb die band vorig jaar in een winkeltje in de Twijnstraat gekocht. Heb hem nog nooit gedragen waar iemand bij was. Maar ik heb hem wél omgedaan toen ik alleen was, heb mijn polsen ermee vastgemaakt aan de bedrand en ben klaargekomen zonder mezelf aan te raken. Alleen door het gevoel van leer dat strak trekt als ik eraan ruk.
Ik scrol. Berichten. Voorstellen. Meestal hetzelfde riedeltje: “Ben je braaf?”, “Wil je mijn slavinnetje zijn?”, foto’s van lullen die me niet interesseren. Ik antwoord bijna nooit meer. Tot vanavond.
Er komt een nieuw bericht binnen. Geen dickpic. Geen standaard openingszin. Alleen:
“Je profiel leest als iemand die precies weet wat ze wil… maar nog nooit heeft durven vragen of iemand het echt durft te geven. Klopt dat?”
Ik voel het meteen. Lage buik. Warmte die zich verspreidt. Ik bijt op mijn lip en typ terug voordat ik erover na kan denken.
“Misschien. En jij? Durf jij het te geven?”
Het antwoord komt snel.
“Ik durf het te nemen. En ik durf het te geven. Maar alleen als je eerlijk bent. Geen spelletjes. Vertel me wat je écht wilt, Lotte.”
Ik aarzel. Dan begin ik te typen. Echt typen. Alles wat ik al maanden opspaar in notitieblokjes en verwijderde concepten.
Dat ik wil worden vastgebonden zodat ik niet kan ontsnappen, zelfs niet als ik het op het laatste moment wil.
Dat ik een stem wil die me commandeert, kalm, onverbiddelijk, zonder ruimte voor discussie.
Dat ik wil voelen hoe vernedering en tederheid door elkaar lopen tot ik niet meer weet wat schaamte is en wat opluchting.
Dat ik voor het eerst iemand wil vertrouwen genoeg om me helemaal over te geven.
Dat ik bang ben.
Dat ik er klaar voor ben om bang te zijn.
Ik verstuur het. Hart bonkt in mijn keel. Seconden tikken voorbij.
Dan haar antwoord:
“Je schrijft mooi. Rauwer dan de meeste. En je bent dichterbij dan je denkt.”
Daaronder een foto. Geen naakt. Geen pornografisch. Alleen een pols met een dun zwart koord eromheen, vastgemaakt aan iets wat verdacht veel lijkt op de leuning van een stoel in onze collegezaal B2.03. Die leuning ken ik. Ik heb er vorige week nog met mijn vingers overheen gestreken terwijl ik fantaseerde dat iemand mijn polsen eraan zou boeien.
Mijn adem stokt.
Want ik ken die nagellak. Donkerpaars met een heel licht gouden shimmer. Ik heb haar daar vorige maand compliment mee gemaakt, in de pauze, toen we samen koffie haalden.
“Die kleur staat je echt goed,” had ik gezegd.
Zij had geglimlacht, een beetje scheef, en geantwoord: “Dank je. Misschien moet ik ’m jou ook een keer opdoen.”
Ik staar naar het scherm. Mijn vingers trillen.
Zij typt verder.
“Je bent stil opeens, Juliette. Of moet ik je nog steeds Lotte noemen?”
Ik voel hoe mijn wangen heet worden. Hoe mijn dijen tegen elkaar drukken zonder dat ik het wil. Hoe nat ik ineens ben.
Want het is haar.
De leuke vriendin uit de klas. Die altijd twee stoelen verderop zit, maar elke keer als ik opkijk, net iets langer naar me kijkt dan nodig is.
Overdag ben ik die Juliette: keurig aantekeningen, vinger opsteekt als ik iets écht wil vragen, draagt bijna altijd een strakke coltrui of een blouse die netjes genoeg is om niet op te vallen, maar strak genoeg om te voelen hoe mijn borsten bewegen als ik ademhaal. D-cup, ja. Ik weet dat mensen kijken. Ik weet ook dat ik doe alsof ik het niet merk.
Maar ’s avonds… ’s avonds ben ik iemand die niemand in de collegezaal herkent.
Ik doe de deur van mijn studentenkamer dicht, draai het slot om – niet omdat ik bang ben dat iemand binnenkomt, maar omdat het klik-geluid iets met me doet. Ik trek mijn jeans uit, laat hem op de grond vallen, doe hetzelfde met mijn slipje. Alleen nog dat oude grijze T-shirt dat tot halverwege mijn dijen komt. Ik ga op bed zitten, rug tegen de muur, laptop op schoot. Lampje uit. Schermlicht op mijn gezicht, op mijn borst, op de harde punten die al tegen de stof prikken voordat ik überhaupt iets heb gelezen.
Ik open de browser in privémodus – stomme gewoonte, want wie zou er in godsnaam in mijn geschiedenis gaan snuffelen – en log in. @LotteInLeren. Geen foto van mijn gezicht. Alleen die ene close-up: mijn lippen die een zwartleren polsband kussen. Ik heb die band vorig jaar in een winkeltje in de Twijnstraat gekocht. Heb hem nog nooit gedragen waar iemand bij was. Maar ik heb hem wél omgedaan toen ik alleen was, heb mijn polsen ermee vastgemaakt aan de bedrand en ben klaargekomen zonder mezelf aan te raken. Alleen door het gevoel van leer dat strak trekt als ik eraan ruk.
Ik scrol. Berichten. Voorstellen. Meestal hetzelfde riedeltje: “Ben je braaf?”, “Wil je mijn slavinnetje zijn?”, foto’s van lullen die me niet interesseren. Ik antwoord bijna nooit meer. Tot vanavond.
Er komt een nieuw bericht binnen. Geen dickpic. Geen standaard openingszin. Alleen:
“Je profiel leest als iemand die precies weet wat ze wil… maar nog nooit heeft durven vragen of iemand het echt durft te geven. Klopt dat?”
Ik voel het meteen. Lage buik. Warmte die zich verspreidt. Ik bijt op mijn lip en typ terug voordat ik erover na kan denken.
“Misschien. En jij? Durf jij het te geven?”
Het antwoord komt snel.
“Ik durf het te nemen. En ik durf het te geven. Maar alleen als je eerlijk bent. Geen spelletjes. Vertel me wat je écht wilt, Lotte.”
Ik aarzel. Dan begin ik te typen. Echt typen. Alles wat ik al maanden opspaar in notitieblokjes en verwijderde concepten.
Dat ik wil worden vastgebonden zodat ik niet kan ontsnappen, zelfs niet als ik het op het laatste moment wil.
Dat ik een stem wil die me commandeert, kalm, onverbiddelijk, zonder ruimte voor discussie.
Dat ik wil voelen hoe vernedering en tederheid door elkaar lopen tot ik niet meer weet wat schaamte is en wat opluchting.
Dat ik voor het eerst iemand wil vertrouwen genoeg om me helemaal over te geven.
Dat ik bang ben.
Dat ik er klaar voor ben om bang te zijn.
Ik verstuur het. Hart bonkt in mijn keel. Seconden tikken voorbij.
Dan haar antwoord:
“Je schrijft mooi. Rauwer dan de meeste. En je bent dichterbij dan je denkt.”
Daaronder een foto. Geen naakt. Geen pornografisch. Alleen een pols met een dun zwart koord eromheen, vastgemaakt aan iets wat verdacht veel lijkt op de leuning van een stoel in onze collegezaal B2.03. Die leuning ken ik. Ik heb er vorige week nog met mijn vingers overheen gestreken terwijl ik fantaseerde dat iemand mijn polsen eraan zou boeien.
Mijn adem stokt.
Want ik ken die nagellak. Donkerpaars met een heel licht gouden shimmer. Ik heb haar daar vorige maand compliment mee gemaakt, in de pauze, toen we samen koffie haalden.
“Die kleur staat je echt goed,” had ik gezegd.
Zij had geglimlacht, een beetje scheef, en geantwoord: “Dank je. Misschien moet ik ’m jou ook een keer opdoen.”
Ik staar naar het scherm. Mijn vingers trillen.
Zij typt verder.
“Je bent stil opeens, Juliette. Of moet ik je nog steeds Lotte noemen?”
Ik voel hoe mijn wangen heet worden. Hoe mijn dijen tegen elkaar drukken zonder dat ik het wil. Hoe nat ik ineens ben.
Want het is haar.
De leuke vriendin uit de klas. Die altijd twee stoelen verderop zit, maar elke keer als ik opkijk, net iets langer naar me kijkt dan nodig is.
Mrs.Eva - 13-02-26 @ 12:10
👍0
Juliette - 14-02-26 @ 21:21
👍0
Juliette - 14-02-26 @ 21:24
👍0
Mrs.Eva - 17-02-26 @ 08:59
👍0
Wim963 - 25-02-26 @ 13:49
👍0
Doe je ook mee met dit ketting verhaal?
Heb je al een profiel? Log dan hier even in, dan staat alles alvast voor je ingevuld!
