Nancy - 24-04-26 @ 20:46
Luna is de ideale kok, mooi, welbespraakt, slim en ook nog eens een uitstekende kok. Dat is geregeld. Nu naar het bureau. “Johan, lieverd, bel jij een taxi voor mij?”, vraag ik de portier van het hotel. “Mevrouw, het zou ons genoegen doen u te rijden. Albert! Albert! De Mercedes, mevrouw moet met de taxi!”, en Albert rijdt een paar minuten later voor. “Waar waar waarheee waarheen…?..”, vraagt die arme jongen stotterend. “Bureau, in het centrum. Geen zorgen jongen, ik bijt niet.”, inwendig lach ik een beetje om de jongen, amper droog achter de oren en dan mij rijden. Mijn reputatie is me vooruitgesneld. Bij het bureau staat Irene nerveus te wachten, “nogmaals, geen verdenkingen, maar meer, we willen, u bent, eeeuh, de antwoorden….”, zegt Irene. Ik pak haar arm even vast. “Ademen, meid, ademen. Vertel.” Zeg ik koelbloedig alsof ik haar voorbereidt op een optreden voor een volle zaal in Ahoy. Ze neemt een diep hap lucht en brandt los:”we willen wat onduidelijkheden oplossen, er zijn wat vragen ter verduidelijking.”, zegt ze nu ontspannen.
Een andere dame gunt me geen blik waardig, “Kolleweij”, is haar begroeting, koel, onberekenbaar, jaloezie en de manier waarop ze reageert is het verhaal voor haar al duidelijk en ben ik al schuldig. “Heeft u niet gezegd het moet op een ongeluk lijken?”, ik lach. “Ja, dat heb ik inderdaad gezegd. Hoezo? Is dat erg?”, zeg ik ontspannen, inwendig kook ik. Of Thomas of die prutskrantje, één van tweeën heeft geluld. Maar laat niets blijken, “ja, mijn man, sorry, mijn wijlen man, had een servies, wat absoluut verschrikkelijk was. Maar die man was eraan gehecht. Stel u eens voor, voorname gasten, de burgemeester, de commissaris van de koning, ze kwamen allemaal over de vloer bij ons, we dineren, een servies waar een tweedehands winkel zich kapot voor zou schamen. Ik heb een vriend gevraagd het servies te, zoals ik gekscherend zei, te vermoorden, maar als ongeval te laten lijken. In de kast staat een exclusief wedgwood servies. Handgemaakt en beschilderd met monogram. Daar kun je mensen mee ontvangen.”, ik kijk en zie de dames driftig denken en schrijven. “U dacht….nee, zo naïef zou u niet zijn, u bent commissaris, dus u heeft alles feilloos door.”, zeg ik, Sanne raakt van de wijs. “Nee, tuurlijk, tuurlijk, we waren gelijk al overtuigd dat hier een simpele verklaring voor was en u niet zo dom zou zijn met de intercom en zo”, zegt Sanne. “En de off-shore accounts?”, zegt Sanne. Ik kijk haar aan, de hoek waar ik moet zoeken is nu wel duidelijk, Thomas! De verrader. Ik vertrek geen spier, dat heb ik wel geleerd met die man van me die me wekelijks verraste met een affaire, probleem, idee of mislukt project, miljoenen hebben we verloren, mijn buitenlandse rekeningen heb ik zorgvuldig opgebouwd om in geval van op terug te kunnen vallen. “U bedoeld?”, vraag ik op een Oscar waardige verraste wijze. “De rekeningen, Kaaiman eilanden, Guernsey, Zwitserland..moet ik doorgaan”, zegt Sanne. “U bedoeld, ik heb rekeningen? En hoe kom ik daar? U heeft mijn paspoort, weet u nog? En ik heb geen idee hoe ik daar bij zou moeten komen, want ik heb geen idee wat voor rekeningen dat zijn. U heeft zeker wel gevraagd naar degene die ze opende? Dat was uw eerste actie toch?”, vraag ik en weer is Sanne van de wijs. Ze probeert zelfverzekerd overste komen, kijkt naar Irene die zulke mooie ogen heeft, maar waar de vraagtekens in gegraveerd staan. “Zeker, we wachte op de bevestiging, we denken dat uw man dat heeft geregeld in geval van een faillissement. Ze staan op uw naam, getrouwd op huwelijkse voorwaarden en dan blijft uw geld buiten schot, slim zaken doen.”, zegt Sanne vol overtuiging. Maar ze is allerminst overtuigend, mijn angst voor haar was ongegrond, voor Irene des te meer.
Sanne staat op: ”we weten genoeg, voor nu”, ze loopt snel de deur uit. Irene loot achter me aan. In een moment van onoplettendheid van haar collega’s vraag ik snel:”zie ik je nog? Deur is vanavond open, kom gerust binnen, de wijn staat te ademen”, zeg ik. Plots draait Sanne zich om, even wankel ik, heeft ze het gehoord? Iets gezien? “Één vraagje, wie is de erfgenaam?”, vraagt Sanne. “Zijn kinderen, als hij ze heeft of had……ik weet het niet zeker, daarna pas zal ik alles erven, maar, u weet toch, mijn familie is schatrijk. Hebben kastelen, pachtboerderijen, zijn groot grondbezitters. Dus zijn geld is niet belangrijk.”, zeg ik. En ik loop weg. Irene in vertwijfeling achterlatend. Op weg naar het hotel belt Thomas, ik nodig hem uit in een restaurant, daar zal ik hem uithoren en dan ontslaan, maar wel zorg ik ervoor dat hij geen bewijzen meer heeft tegen mij op welk vlak ook.