76.380 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

El Dorado - 5

Door: Leen

Datum: 10-07-2026 | Cijfer: 8.5 | Gelezen: 281
Lengte: Lang | Leestijd: 16 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Boot, Dating, Topless, Verlangen,

Vervolg op: El Dorado - 4: Het Diner

De Zeilboot

De lucht rond de jachthaven hangt vol met de penetrante, zware geur van diesel, zout en rottend zeewier. Leen stopt aan de voet van de houten loopplank. Voor haar deint het massieve, spierwitte dek van de catamaran traag op en neer in de ochtendzon. Het water klotst donkergroen en verraderlijk tegen de kade. Ze schudt haar hoofd, haar hand verkrampt om het hengsel van haar strandtas. "Nee."

Kathleen draait zich abrupt om, haar hand nog op de reling. Ze schuift haar donkere zonnebril een stukje naar boven en knippert tegen het harde licht. "Wat, nee?" "Ik ga niet mee." Leen wrijft over haar voorhoofd. De kater van gisteravond klopt onophoudelijk in haar slapen. "Ik... ik word al misselijk als ik naar dat water kijk. Jullie gaan maar zonder mij. Echt."

Maria en Eva staan al halverwege de plank en zuchten hoorbaar. "Jij gaat mee," zegt Kathleen vlak. Ze loopt de loopplank af, pakt Leen bij haar bovenarm en plant haar andere, kille hand strak in Leens onderrug. "Je stapt nu die boot op." "Kath, ik meen het, ik laat me echt niet—"

"Lopen." Het is geen verzoek. Met een harde, getimede stoot duwt Kathleen haar naar voren. Leen struikelt en moet zich noodgedwongen opvangen op de verende loopplank. Haar blote voeten glijden over het stroeve teakhout. De paniek trekt een koude rilling door haar maag, maar terugdraaien is onmogelijk met een meedogenloze Kathleen achter zich. Zodra ze het gepolijste dek raakt, knijpt ze haar ogen samen tegen de felle weerkaatsing van de zon. Het schip is oogverblindend wit, ontworpen zonder scherpe hoeken en de ruime zithoek onder het canvas zonnedak is bezaaid met designkussens.

"Welkom aan boord, dames!" Thomas staat hen op te wachten bij de brede loungebank. Hij draagt een marineblauwe zwembroek, zijn linnen overhemd hangt losjes open. Hij rolt een koud beslagen glas vol felrode rumpunch achteloos door zijn handen en bekijkt het viertal met een flauwe, arrogante grijns. Achter hem hangen zijn twee vrienden al onderuit in de kussens, een peperdure smartphone op een selfiestick balancerend. Voordat de vrouwen goed en wel hun zware strandtassen kunnen neerzetten, neemt Thomas ontspannen een stap achteruit en laat zich theatraal achterovervallen in de vrije kussens, precies tussen zijn vrienden in.

"Kom op," commandeert hij vlot, terwijl hij met zijn glas gebiedend naar het fel belichte stuk dek voor de bank wijst. "Tijd voor een selfie voor het nageslacht. Hup, kom erbij." Maria en Eva aarzelen geen seconde. Ze verdringen elkaar bijna in de smalle ruimte voor de zithoek om het beste licht te vangen. Maria laat de dunne stof van haar pareo traag van haar schouder glijden, kantelt haar heup scherp naar de camera en perst haar lippen in een zwoele, wezenloze 'duckface'. Eva reageert onmiddellijk door op de rand van de bank te knielen, haar rug theatraal hol te trekken en haar kin net iets te ver omhoog te steken voor een slankere halslijn. Zelfs Kathleen doet mee; ze gooit haar tas achteloos weg en leunt met een koele, uitdagende blik ver over de rugleuning heen, haar decolleté strategisch in de lens duwend.

Een reeks klikken van de smartphonecamera snijdt door het ochtendgeluid. De vrouwen veranderen hun pose na elke klik, op zoek naar een nog scherpere kaaklijn of een slanker silhouet. Het is een stille, verbeten strijd om de meest dominante hoek, lui gadegeslagen door de grijnzende mannen in de kussens die hen als paspoppen dirigeren.

De jonge matroos op de kade haalt intussen zwijgend de dikke trossen van de bolders. De zware dieselmotoren slaan aan met een diep, rochelend gebrom dat direct door Leens voetzolen trilt. De catamaran komt in beweging en drijft langzaam weg van de betonnen rand. Leen draait zich om en kijkt een laatste keer wanhopig naar de kade. Vanachter een stapel houten pallets stapt plotseling een eenzame figuur tevoorschijn. Een gigantische, felgroene papegaaienkop op een knalgeel pluchen lijf. De hotelmascotte staat roerloos stil, de dode plastic wiebelogen strak op het vertrekkende schip gericht.

Zodra de boot ver genoeg van de kade verwijderd is, gebeurt het. De papegaai gooit beide gele vleugels in de lucht. Het logge pak begint onhandig op en neer te springen op het beton. Een ritmische, uitzinnige vreugdedans van pure, onversneden opluchting. De persoon in het pak draait een houterige pirouette, bokst juichend in de lucht en huppelt dan theatraal richting de boulevard. Hij is eindelijk verlost van zijn kwelgeesten.

Leen slikt droog. Ze verwijdert zich van het groepje. Terwijl Eva luidkeels een pompende reggaeton-playlist aanzet en de mannen om een nieuwe, nog intiemere pose vragen, loopt Leen over het brede gangboord naar de achterkant van het schip. Zo ver mogelijk weg van het kabaal.

Tussen de twee achterste drijvers is een groot, strakgespannen zwart net bevestigd, pal boven de golven. Leen laat er zich behoedzaam op zakken en trekt haar knieën op. De touwen snijden ruw in de achterkant van haar dijen. Ze staart strak naar het kolkende, witte water onder zich. Alles om haar heen schommelt.

Flap. Flap. Tik. Een halve meter naast haar blote voet belandt plotseling iets hards op het net. Leen schrikt op. Het is een klein, zilverkleurig vliegend visje. Het spartelt wanhopig, de vliesdunne vleugeltjes slaan nutteloos tegen het stugge zwarte touw. Leen staart naar het beestje. De rest van de boot is één grote, luide chaos van schreeuwende stemmen en basdreunen, maar hier is de wereld heel even gereduceerd tot haar en de vis. "Ik snap je wel," fluistert Leen strak tegen het visje, terwijl het beestje naar lucht hapt. "Ik heb ook geen flauw idee wat ik hier doe."

Ze kijkt even over haar schouder naar de zithoek, waar Maria nu halfnaakt op schoot zit bij een van de vrienden van Thomas. Leen buigt voorzichtig voorover en schuift haar handdoek onder het glibberige lijfje. "Ga maar terug," mompelt ze. "Jij hebt ten minste een kant om op te zwemmen." Ze wipt de handdoek omhoog en laat de vis door een gat in het net terug in het kielzog glijden.

Niet veel later hoort ze zware voeten over het hout naderen. Thomas laat zich zonder waarschuwing naast haar vallen. Hij steekt een glas rumpunch naar haar uit. Leen schudt kort haar hoofd. Ze houdt haar blik op de zee gericht. Thomas trekt één schouder op en neemt zelf een slok. Zijn ogen, afgeschermd door de donkere, spiegelende glazen van zijn zonnebril, glijden traag en volkomen ongegeneerd over haar in elkaar gedoken houding. Hij scant de bleke huid van haar benen, de krampachtig opgetrokken knieën en staart dan even naar het functionele, vormeloze zwarte badpak dat ze die ochtend blindelings uit de onderste laag van haar koffer had getrokken.

"Zwart kleedt af," zegt hij droog, als een vaststelling. "Dat was de gedachte, toch?" Leen krimpt onmerkbaar ineen. Ze plukt met een rukje aan een rafeltje van de handdoek op haar schoot, haar wangen onverwacht warm. "Ik hou gewoon niet van felle kleuren." "Je ziet eruit alsof je naar de slachtbank wordt geleid," gaat hij onverstoorbaar verder. "Ik hou niet van water," zegt Leen stug. "Waarom ben je dan hier?" "Mijn vriendinnen vonden dat ik eruit moest."

Er valt een stilte. Niet het soort comfortabele rust die je met oude bekenden deelt, maar een zware, tastbare leegte. Thomas probeert de stilte niet op te vullen met sociaal wenselijke beleefdheden. Hij dwingt het ongemak simpelweg af, volkomen ontspannen, alsof hij uittest hoe lang ze het zwijgen volhoudt onder de drukkende basdreun van de motor.

Thomas leunt na een tijdje iets naar achteren en steunt op zijn ellebogen. Hij kijkt langs haar heen, recht naar de voorkant van de boot. Kathleen trekt net haar bikinitopje uit en gebaart met harde, dwingende handgebaren naar een van de mannen, die ongemakkelijk naar zijn telefoon staart.

"Die blonde... Kathleen?" vraagt hij. Leen knikt langzaam. "Vermoeiend wijf," zegt Thomas plots. Hij schraapt achteloos met zijn duimnagel over het hout. "Je zou bijna denken dat ze thuis zelf helemaal niks te vertellen heeft, met dat bazige gedoe." Leens maag trekt pijnlijk strak samen. De knoop van misselijkheid heeft ineens niets meer met zeeziekte te maken. Het is de ongemakkelijke waarheid over de puinhoop die Kathleens huwelijk is. Het fundament van hun groepsdynamiek, wat ze alle vier krampachtig proberen te negeren. "En die andere twee hangen er ook maar wat wanhopig bij," gaat Thomas onverstoorbaar verder, terwijl hij de condens van zijn glas veegt. "Lekker veilig voor ze, nu ze kunnen focussen op jouw ellende. Hoeven ze in de spiegel niet naar hun eigen problemen te kijken." Leen balt haar vuisten in haar schoot. De koude zeewind slaat in haar gezicht. Ze wil iets zeggen. Ze wil zijn arrogantie afstraffen. Maar de woorden blijven ergens in haar keel steken, omdat hij honderd procent gelijk heeft.

Thomas zijn mond valt open. Hij knijpt zijn ogen iets samen en wijst naar de horizon. "Kijk daar eens." Leen volgt zijn blik. Iets verderop dobbert een piepklein, geel rubberbootje op de zware deining. Er is geen motor. Alleen twee houten roeispanen. In het bootje zit een compleet naakte, diep zongebruinde, bejaarde man met een weelderige witte baard. Terwijl de massieve luxe catamaran in al zijn opzichtige glorie het bootje langzaam passeert, stopt de oude man met roeien. Hij kijkt ongegeneerd op naar het schip. Hij ziet de topless vrouwen, de lachende mannen, en ten slotte kijkt hij recht naar Thomas en Leen.

Langzaam, volkomen onverstoorbaar, tikt de oude man met zijn wijsvinger tegen de rand van een denkbeeldige hoed – een keurige, respectvolle groet – en pakt dan zwijgend zijn roeispanen weer op. Thomas kijkt hem na tot het bootje slechts een stipje op de golven is. Een droge grijns trekt aan zijn mondhoek. "Dat," zegt hij zacht, "is vermoedelijk de enige persoon op dit water die weet wat hij aan het doen is."

Hij draait zijn gezicht langzaam weer naar Leen. De absurde onderbreking heeft de zware, vijandige spanning tussen hen gebroken. "Je moet hier weg," zegt hij plotseling. Hij klinkt niet bezorgd, eerder praktisch, alsof de roeier hem op een idee heeft gebracht. "Bij je vriendinnen, bedoel ik. Tenzij je de rest van deze vakantie wil fungeren als hun emotionele bliksemafleider." Leen kijkt hem fronsend aan. "Ik ga overmorgen met een jeep het binnenland in," vervolgt hij kalm. "Een lokale gids neemt me mee naar een oude tempel die nog niet door de toeristenbussen wordt overspoeld. Er ligt een cenote vlak achter. Een verstopte, ondergrondse grot met ijskoud zoetwater."

Hij pauzeert, kijkt even naar de luidruchtige boeg en dan weer naar Leen. "Je kan mee, als je wil. Om de omgeving te zien en eens echt weg te zijn van je vriendinnen." Leen staart hem wezenloos aan. De plotselinge, nuchtere uitnodiging slaat haar uit het lood. De paniek schiet direct weer in haar borstkas. "Luister, ik hoef echt geen date, Thomas." Een korte, droge grinnik ontsnapt uit zijn borstkas. "Wie zegt dat ik een date zoek? Ik heb daar op het voordek al genoeg vrouwen lopen die schreeuwen om wat aandacht van mij." Hij zucht. De grijns rond zijn mondhoeken ebt langzaam weg. "Misschien wil ik zelf ook wel eens ontsnappen aan dat oppervlakkige gedoe om me heen. Mijn vrienden zijn een vermoeiende poppenkast, jouw vriendinnen blijkbaar ook. We kunnen er allebei wel even tussenuit."

Hij verschuift zijn gewicht, weer volkomen neutraal en ontspannen. "Geen date. Ik bied je gewoon gezelschap aan, Leen. Niks meer. Een kans om hopelijk een leuke, rustige dag te hebben zonder dat iemand commando's blaft of je vertelt hoe je moet leven." Leen slikt. De gedachte aan een koele, verlaten tempel, mijlenver verwijderd van de felle zon en Kathleens toezicht, is onverwacht verleidelijk. Ze trekt haar handdoek wat strakker over haar dijen en aarzelt. Ze opent haar mond om iets te zeggen, maar de onzekerheid wint het.

"Je mag gewoon weigeren, Leen," zegt hij vlak, zonder ook maar een spoor van medelijden of een gekwetst ego. Het is een volstrekt nuchtere mededeling. "Laat maar iets weten voor je straks van boord stapt." Leen knikt.

Hij slaat met een vlakke hand op zijn knie en staat op. "Goed," mompelt hij. "Ik ga de boel daarginds maar eens entertainen. Kijken of ze onder de indruk zijn als ik die peperdure champagne sabelleer met een koksmes." Hij draait zich om en loopt met trage, zelfverzekerde stappen terug naar de boeg. Leen kijkt hem over haar schouder na. Het voordek is nog altijd één schreeuwerige, luidruchtige brij van stemmen en felle kleuren. Vanaf haar afstandje ziet ze hoe Thomas theatraal een zware fles champagne uit een met ijs gevulde koeler trekt. Hij pakt een groot mes van het buitenkeukentje. Maria klapt theatraal in haar handen en leunt verwachtingsvol naar voren, terwijl een van de vrienden direct zijn telefoon op hem richt. Thomas roept iets onverstaanbaars en neemt een arrogante houding aan voor de ultieme climax van de middag.

Leen kijkt uitdrukkingsloos toe hoe de actie gigantisch mislukt. Het zware koksmes glijdt schuin over het glas. De hals breekt niet netjes af, maar de hele bovenkant van de fles spat uit elkaar met het venijnige geluid van brekend glas, direct gevolgd door een hysterische schreeuw van Maria. De kurk schiet als een ongecontroleerd projectiel weg, ketst hard tegen de hoofdmast, stuitert af en boort zich met een doffe klap vol in het rooster van de peperdure bluetooth-speaker.

De pompende reggaeton-beat valt met een harde, sissende kraak weg. Het is een seconde lang heerlijk stil op het water. Dan springt de zwaar beschadigde speaker weer aan. In een of andere glitchy kortsluiting begint hij een onafgebroken, vals blèrend Frans chanson uit de jaren '70 af te spelen. Het volume staat vol open, de accordeon klinkt schel en schiet pijnlijk in de vervorming. Vanaf het voordek klinkt verwoed gevloek van Thomas, maar het nostalgische, krakende lied blijft genadeloos in een loop hangen.

Leen sluit haar ogen en trekt haar knieën strakker tegen haar borst. De schelle accordeon en de hysterische lach van Maria waaien over het dek. Het is een absurde situatie, maar het deert haar niet meer. Ze opent haar ogen en staart naar het donkerblauwe water van de open oceaan. De gedachte aan een stille, ijskoude cenote in de schaduw van een oude tempel nestelt zich plotseling als een bevrijding in haar hoofd. Ze strijkt de ruwe handdoek op haar schoot glad en haalt diep adem. Ze weet wat ze Thomas straks gaat zeggen. Ze gaat mee.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Leen
Zaakjes
Zaakjes (20)
Ben jij iemand die houdt van passie, aandacht en spannende momenten?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel

Nog niet uitgelezen?

Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ - 
Bezoekers Online: 906 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net