76.540 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Het Blauwe Gordijn -1

Door: Elite_12

Datum: 15-07-2026 | Cijfer: 8.9 | Gelezen: 560
Lengte: Lang | Leestijd: 33 minuten | Lezers Online: 12
Trefwoord(en): Erotisch,

Het is half negen op een dinsdagavond in oktober wanneer Ronny zijn riemgesp voor de derde keer in vijf minuten tussen duim en wijsvinger klemt. Het metaal voelt klam aan, net als zijn handpalmen. Door het raam van zijn slaapkamer ziet hij hoe de straatlantaarn langs de Eikenlaan langzaam aangaat, een zielig geel licht dat de natte bladeren op de stoep doet glimmen. Hij hoeft niet te kijken naar het horloge om te weten dat het tijd is. Charlotte's routine zit in zijn hoofd gegrift als de aders op de binnenkant van zijn pols.

Hij staat op van zijn bureau, waar wiskunde-huiswerk ligt dat hij niet heeft gemaakt. De stoel kraakt onder zijn gewicht, een geluid dat zijn moeder beneden zal horen als ze niet al aan de televisie is gekluisterd. Ronny loopt naar het raam, drie passen, precies zoals altijd. Zijn adem beslaat een klein stukje van de ruit wanneer hij dichterbij leunt. Hij veegt het weg met zijn mouw, een automatisch gebaar.

Daar, aan de overkant, brandt het licht op de eerste verdieping van het huis met de blauwe luiken. Het gordijn is niet dichtgetrokken. Het is nooit dichtgetrokken om deze tijd.

Charlotte verschijnt in de deuropening van haar slaapkamer, een silhouet tegen het warme licht achter haar. Ze draagt nog de zwarte jurk die ze vanmiddag ook aan had toen ze de brievenbus leegde—dat weet Ronny, want hij stond aan het raam toen ze buiten kwam, haar blote armen in de herfstlucht die er nog steeds rook naar verbrande bladeren. Haar lange haar valt als een gordijn voor haar gezicht wanneer ze zich bukt om haar schoenen uit te trekken. Ronny ziet de schaduw van haar beweging op het blauwe gordijn, de manier waarop de stof haar vormen vangt en vervormt tot iets dromerigs, iets dat hem aan water doet denken.

Hij frunnikt aan zijn riemgesp. Het klikt zacht, een tikkend geluid dat in de stilte van zijn kamer te luid lijkt.

Charlotte staat recht, haar handen achter haar rug waar de rits van haar jurk begint. Ronny houdt zijn adem in. Dit is het moment waar hij de hele dag naar heeft geleefd, door de saaie lesuren heen, door het eten met zijn ouders waarbij hij niets heeft gezegd, door de avond die oneindig leek te duren tot nu. Haar vingers bewegen langzaam, niet haastig, alsof ze niets weet van de ogen die naar haar kijken. De rits daalt centimeter voor centimeter, een zacht geritsel dat Ronny zich inbeeldt te horen.

De jurk valt van haar schouders, een donkere plas op de vloer die hij niet kan zien maar wel kan voorstellen. Wat blijft is haar lichaam in de schaduw, de ronde vormen die het blauwe licht vangt en doorschijnt als porselein tegen een kaars. Ronny ziet de contouren van haar borsten, de zwaartekracht die ze trekt, de donkere vlekken waar haar tepels moeten zijn. Haar taille kromt in een boog die zijn handen willen volgen, naar de ronding van haar heupen die de stof van haar ondergoed schetst.

Hij ademt uit, een stoot warme lucht tegen het koude glas.

Charlotte draait zich om, haar rug naar hem toe, en loopt naar de andere kant van de kamer waar haar kledingkast staat. De beweging laat haar heupen wiegen, een natuurlijke cadans die Ronny in zijn broek voelt trekken. Ze bukt—opnieuw die waterval van haar haar, opnieuw die schaduw die zijn verbeelding vult met details die hij niet kan zien maar die hij toch weet. Wanneer ze rechtop staat, heeft ze iets in haar handen, iets wit dat ze omhoog houdt om te bekijken.

Haar ondergoed, realiseert Ronny zich. Ze kiest nieuw ondergoed.

Hij staat zo stil dat zijn benen pijn doen. Zijn vingers klemmen om de vensterbank, het hout dat onder het vele grijpen is gladgeworden. Charlotte laat het witte vallen, een veer die zweeft naar de grond, en haakt haar duimen in de tailleband van wat ze nog draagt. Langzaam, langzamer dan nodig is, trekt ze het omlaag. De schaduw op het gordijn verandert, wordt smaller, toont de ronding van haar billen die Ronny in zijn handen wil voelen, wil kneden, wil bijten.

Dan staat ze naakt, een gestalte van blauw licht en donkere holten, en hij ziet haar in profiel wanneer ze haar haar over één schouder trekt om een borstel te pakken. Haar borsten bewegen met de beweging, zwaar en zacht, en Ronny voelt hoe zijn broek strakker wordt, hoe zijn hart bonst tegen zijn ribbenkast alsof het wil ontsnappen.

Hij staat daar tot zij de lamp uitdoet, tot het gordijn leeg wordt en alleen nog maar blauw overblijft. Dan draait hij zich om, leunt met zijn rug tegen de vensterbank, en staart naar het plafond waar een waterschade de vorm van een land heeft aangenomen dat hij nooit heeft leren kennen.

De volgende ochtend staat Ronny vroeg op, zoals altijd, om de kranten te bezorgen voordat hij naar school moet. Het is een baantje dat zijn vader voor hem heeft geregeld, iets over verantwoordelijkheid en structuur, woorden die in Ronny's oren klinken als het gekraai van kippen. Hij fietst door de Eikenlaan, de mand voorop gevuld met gevouwen papier die vochtig worden van de ochtendnevel. Bij nummer 42, het huis met de blauwe luiken, aarzelt hij.

Charlotte's zus woont daar ook. Sandra, achttien jaar oud, precies zo oud als hij. Ze zit in zijn jaar op school, een klas lager omdat ze is blijven zitten, en ze kijkt naar hem op een manier die hem ongemakkelijk maakt. Niet zoals Charlotte kijkt—dat weet hij niet eens zeker, of Charlotte ooit naar hem kijkt—maar op een manier die iets wil, iets vraagt.

Hij legt de krant in de brievenbus en wil doorfietsen wanneer de deur opengaat.

"Ronny."

Sandra staat in de deuropening, gehuld in een te groot T-shirt dat tot haar dijen reikt. Haar haar is een warboel van krullen die nog nat lijken van de douche, en haar benen zijn bloot tot waar het shirt eindigt. Ze leunt tegen de deurpost, een arm boven haar hoofd, en haar ogen—donkerder dan die van Charlotte, bruin waar haar zus hazelnoot heeft—lopen over hem heen alsof hij iets is dat ze overweegt te kopen.

"Ik heb je gisteren gezien," zegt ze.

Ronny's hand zoekt zijn riemgesp, vindt hem, laat hem los. "Wat?"

"Bij het raam." Ze knikt naar boven, naar de slaapkamer die hij kent als de zijne, hoewel hij weet dat ze de andere kant bedoelt. "Jij kijkt elke avond. Denk je dat we dat niet weten?"

Het zweet springt op zijn voorhoofd, een klam laagje dat de koude ochtendlucht niet kan verklaren. "Ik—Ik weet niet waar je—"

"Charlotte weet het ook." Sandra stapt naar buiten, de drempel over, en staat nu op de stoep naast hem. Ze is kleiner dan haar zus, compacter, met heupen die breder lijken dan Charlotte's slanke taille. Haar voeten zijn bloot op het koude beton. "Ze doet het expres, weet je. Dat uitkleden. Ze vindt het lekker dat er iemand kijkt."

Ronny's mond wordt droog. Hij denkt aan de manier waarop Charlotte bewoog, de traagheid die hij voor natuurlijkheid had gehouden. "Ze heeft een vriend," zegt hij, en het klinkt zwakker dan hij wil.

"Johan." Sandra trekt haar neus op, een gebaar van minachting dat haar hele gezicht vervormt. "Die komt alleen vrijdagavond. De rest van de week verveelt ze zich. En jij verveelt je ook, Ronny. Ik zie het aan je. Dat starende naar het raam, dat gefrunnik aan je riem." Ze wijst naar zijn hand, die inderdaad weer aan het metaal zit. "Je wilt haar neuken. Dat is duidelijk."

Het woord valt hard op de stille straat, harder dan de kranten in zijn mand. Ronny voelt hoe hij rood wordt, een warmte die van zijn hals naar zijn wangen trekt. "Ik moet—" Hij wijst naar zijn fiets, naar de rest van de route die wacht.

"Wacht." Sandra legt haar hand op zijn stuur, haar vingers kort bij de zijne. Haar nagels zijn gelakt in een kleur die tussen rood en zwart inzit, een tint die aan bloed doet denken. "Ik kan je helpen. Charlotte overhalen om met je uit te gaan."

Ronny lacht, een kort, scherp geluid dat niets met vreugde te maken heeft. "Waarom zou je dat doen?"

"Omdat ik iets wil." Sandra komt dichterbij, dicht genoeg dat hij de geur van haar shampoo ruikt—vanille, iets te zoet, iets dat hem misselijk maakt en tegelijkertijd nieuwsgierig. "Ik wil jou, Ronny. Eén keer. En dan regel ik dat Charlotte met je uitgaat. Een date. Misschien meer, als je je best doet."

Hij staart naar haar, naar de manier waarop haar T-shirt de vorm van haar borsten aanneemt, naar de blik in haar ogen die hem niet loslaat. Het is een deal die stinkt, dat weet hij, een ruil die alleen voorkomt in verhalen die zijn moeder zou afkeuren. Maar hij denkt aan Charlotte's silhouet, aan de schaduw van haar naaktheid op dat blauwe gordijn, en voelt hoe zijn lichaam al kiest voordat zijn hoofd het kan verbieden.

"Eén keer," zegt hij.

Sandra glimlacht, een uitdrukking die haar ogen niet bereikt. "Vanavond. Onze ouders zijn naar een concert. Charlotte is bij Johan. Jij komt om acht uur, achterom, deur naar de tuin staat open." Ze laat zijn stuur los, draait zich om, en is de deur in voordat hij kan antwoorden.

Ronny staat op de stoep, de kranten in zijn mand al vochtig geworden, en vraagt zich af wanneer hij precies is gestopt met ademhalen.

De dag kruipt voorbij als een gewonde spin. Ronny zit in de klas, hoort niets van wat de leraren zeggen, tekent cirkels in de kantlijn van zijn schrift die steeds kleiner worden tot ze een punt vormen. Sandra zit drie rijen achter hem, en hij voelt haar ogen tussen zijn schouderbladen alsof het vingernagels zijn. Wanneer de bel gaat, rent hij naar buiten, fietst naar huis, sluit zich op in zijn kamer.

Om zeven uur staat hij onder de douche, het water te heet, zijn handen tegen de tegel. Hij denkt aan wat er gaat komen met een mengeling van walging en opwinding die hij niet kan scheiden. Sandra is niet lelijk—dat is het probleem niet. Ze heeft iets van Charlotte in de vorm van haar mond, de manier waarop ze haar hoofd kantelt. Maar ze is anders, harder, meer direct. Waar Charlotte een vraag is die hij niet kan beantwoorden, is Sandra een antwoord dat hij niet wil horen.

Om tien voor acht staat hij in zijn boxershort voor de spiegel, trekt een T-shirt aan, trekt het weer uit. Uiteindelijk kiest hij voor een donkerblauw overhemd dat hij ooit voor een begrafenis heeft gedragen. Het past te strak, de mouwen te kort, maar het is het beste wat hij heeft.

De tuindeur van het huis met de blauwe luiken staat inderdaad open, een zwarte spleet in het hout dat hem binnennodigt. Ronny loopt erdoorheen, zijn schoenen nat van het gras dat nog nat is van de ochtendnevel. De tuin is klein, afgesloten door een hoge schutting die de buren buitensluit. Er staat een tuintafel met vier stoelen, een barbecue die sinds de zomer niet meer is gebruikt, en in het midden een pad van tegels dat naar de keukendeur leidt.

Sandra staat in de deuropening, nu in een jurk die zwart is en te kort, met bandjes die over haar blote schouders vallen. Ze heeft make-up opgedaan, meer dan hij haar ooit heeft zien dragen, en haar haar is gestyled tot golven die om haar gezicht krullen.

"Stil," zegt ze, hoewel hij niets heeft gezegd. "Charlotte woont boven, maar de muren zijn dun." Ze pakt zijn hand, haar vingers koud en klam, en trekt hem naar binnen.

De keuken ruikt naar koffie die te lang heeft gestaan, een bittere onderlaag onder de zoete lucht van Sandra's parfum. Ze leidt hem door een gang die donker is, naar een deur die hij herkent—de deur naar de kelder, denkt hij, of misschien naar de bijkeuken. In plaats daarvan komt hij uit in een slaapkamer die te groot is voor alleen Sandra, met een tweepersoonsbed dat niet van haar kan zijn en een raam dat uitkijkt op de tuin die hij net is doorgestoken.

"De kamer van mijn ouders," zegt Sandra, alsof ze zijn vraag leest. "Die slapen beneden, sinds mijn vader slecht ter been is." Ze duwt hem op het bed, een hand plat op zijn borst, en hij valt zachter dan hij verwacht. Het matras is hard, overdekt met een sprei die glinstert in het licht van een enkele lamp op het nachtkastje.

Sandra klimt boven op hem, haar knieën aan weerszijden van zijn heupen, en trekt het zwarte jurkje over haar hoofd. Ze draagt niets eronder. Haar borsten zijn kleiner dan die van Charlotte, steviger, met tepels die al hard zijn in de koele lucht van de kamer. Ronny kijkt naar ze, voelt hoe zijn lichaam reageert ondanks zichzelf, en haat zichzelf een beetje voor die opwinding.

"Je denkt aan haar," zegt Sandra. Het is geen vraag.

"Ik—" begint hij, maar ze legt haar vinger op zijn lippen, drukt hem stil.

"Dat maakt niet uit. Denk maar aan haar. Doe alsof ik zij ben." Ze buigt zich voorover, haar haar een gordijn om hen heen, en kust hem. Haar mond smaakt naar kauwgom, munt die te lang heeft gekauwd, en haar tong dringt binnen zonder te vragen. Ronny reageert automatisch, zijn handen op haar heupen, zijn ogen dicht terwijl hij probeert het beeld van Charlotte voor zich te halen.

Sandra trekt zijn overhemd open, knopen die losschieten of afbreken, hij weet het niet. Ze likt een pad van zijn kaak naar zijn hals, bijt in zijn sleutelbeen tot hij hijgt, en dan gaat ze verder, omlaag, haar tong in zijn navel, haar vingers aan zijn riem.

"Je bent zo gespannen," fluistert ze, en hij weet niet of ze het over zijn lichaam of zijn geest heeft.

Wanneer ze hem bevrijdt uit zijn broek, is hij harder dan hij wil zijn, stijver dan hij zich kan herinneren ooit te zijn geweest. Sandra lacht, een laag geluid dat in haar keel ontstaat, en neemt hem in haar mond zonder aarzeling. De warmte en de natte druk maken hem gek, en hij grijpt de sprei, zijn knokkels wit terwijl hij probeert niet te bewegen, niet te dwingen, niet te worden wat hij niet wil zijn.

Ze zuigt met een regelmaat die mechanisch lijkt, haar ogen op hem gericht, en hij ziet dat ze hem bekijkt, bestudeert, zijn reacties catalogiseert als een wetenschapper met een proefdier. Het maakt hem koud, maakt hem heet, maakt hem verward tot hij niet meer weet waar hij moet kijken.

"Genoeg," zegt ze uiteindelijk, en komt overeind. Ze schuift naar voren, positioneert zich boven hem, en laat zich zakken zonder voorbereiding. De warmte van haar is anders dan haar mond, strakker, natter, en Ronny kreunt ondanks zichzelf wanneer ze hem helemaal omvat.

"Zachtjes," herinnert ze hem, en begint te bewegen.

Hij probeert Charlotte voor zich te zien, probeert de schaduw op het blauwe gordijn te projecteren op het lichaam dat nu op hem rijdt, maar Sandra is te aanwezig, te luid, te echt. Haar borsten slingeren met elke stoot, haar adem komt in korte stoten, en ze maakt geluiden—"ah, ah, harder"—die niets te maken hebben met de stilte waarin hij Charlotte zich heeft voorgesteld.

"Je voelt lekker," zegt ze, en hij weet dat het een leugen is, een regel uit een script dat ze heeft geleerd. "Zo stevig, zo vol."

Ze draait zich om, zonder hem los te laten, en nu rijdt ze hem terwijl ze met haar rug naar hem toe zit. Hij ziet de ronding van haar rug, de spleet van haar billen, en zijn handen grijpen automatisch naar haar heupen om haar te sturen, om het tempo te beheersen dat nu te snel wordt, te heftig.

"Niet stoppen," hijgt ze, en hij voelt hoe ze zich om hem heen samentrekt, hoe haar spieren pulseren in een ritme dat hij niet kan volgen. "Ik kom, ik kom—ah, ah, ah!"

Het klinkt gespeeld, denkt hij, maar haar lichaam verraadt haar—de huivering die door haar heen gaat, de manier waarop ze stilvalt en dan beweegt, stilvalt en dan beweegt, als een vogel die probeert te vliegen met natte vleugels. Ronny houdt zichzelf in de hand, denkt aan saaie dingen, denkt aan de wiskunde die hij niet heeft gemaakt, en komt niet.

Sandra draait zich weer naar hem toe, haar gezicht rood gevlekt van de inspanning, en ze ziet zijn uitdrukking. Ze lacht, deze keer lacht ze echt, en buigt zich voorover tot haar borsten tegen zijn borstkas drukken.

"Jij bent een uitdaging," zegt ze, en begint weer te bewegen, langzamer nu, met een draai van haar heupen die hem gek maakt. "Maar ik krijg wat ik wil. Altijd."

Ze kust hem weer, harder deze keer, bijt in zijn lip tot hij bloed proeft, en fluistert tegen zijn mond: "Denk aan Charlotte. Denk aan hoe zij dit zou doen. Hoe zacht, hoe langzaam, hoe—"

Ze onderbreekt zichzelf met een stoot die dieper gaat dan de vorige, en Ronny kreunt, kan zich niet meer inhouden, voelt hoe de opbouw onvermijdelijk wordt. Sandra voelt het ook, merkt het aan de spanning in zijn dijen, aan de manier waarop zijn vingers in haar huid grijpen.

"Kom," beveelt ze. "Kom in me."

Het is niet wat hij wil—hij wil Charlotte, wil haar naam schreeuwen, wil haar gezicht zien wanneer hij klaarkomt—maar zijn lichaam luistert niet. Hij spuit in Sandra met een heftigheid die hem verrast, een aaneenschakeling van pulsen die zijn rug doen kraken en zijn ogen doen sluiten. Wanneer het voorbij is, ligt hij stil, ademt zwaar, voelt hoe ze nog op hem zit zonder te bewegen.

"Goed zo," zegt ze, alsof ze een hond heeft getraind. Ze staat op, loopt naar de hoek van de kamer waar een wastafel staat, en begint zich schoon te maken met een washandje dat ze van een haak pakt. "Charlotte gaat morgen met je uit. Na school, in het park bij de oude molen. Ze denkt dat ze me een plezier doet, dat ik verliefd op je ben en jij op haar, en dat dit de enige manier is om je los te weken."

Ronny ligt nog op het bed, zijn broek om zijn enkels, zijn overhemd opengeknoopt. "Waarom vertel je me dit?"

"Omdat ik eerlijk ben." Sandra draait zich om, het washandje in haar hand, en voor het eerst ziet hij iets in haar ogen dat op kwetsbaarheid lijkt. "Omdat ik weet hoe het voelt om iemand te willen die niet terugkijkt. En omdat ik denk—" Ze aarzelt, bijt op haar lip, een gebaar dat haar zus ontzettend lijkt. "—dat jij misschien de enige bent die haar kan bereiken. Die haar kan laten zien dat er meer is dan Johan, meer dan dat veilige, saaie leventje."

Ze gooit het washandje in een mand en loopt naar de deur. "Kleed je aan. Vertrek voor Charlotte thuis is. En Ronny?" Ze draait zich nog een keer om, haar hand op de deurknop. "Doe je best morgen. Want als je haar niet krijgt, kom je terug bij mij. En volgende keer eis ik meer."

Dan is ze weg, en hij ligt alleen in de slaapkamer die niet van haar is, met de geur van seks om zich heen en het besef dat hij heeft verkocht wat hij niet wist dat hij had.

De volgende dag regent het, een fijne miezer die alles grijs maakt en de bladeren aan de bomen doet hangen als natte vlaggen. Ronny staat bij de oude molen, een ruïne die de gemeente heeft laten restaureren tot iets dat tussen museum en picknickplaats inzit, en wacht. Zijn handen zijn diep in zijn jaszakken gestopt, zijn vingers om zijn telefoon geklemd alsof het een wapen is.

Charlotte komt te laat, vijf minuten, tien—hij heeft het idee dat ze hem laat wachten om iets te bewijzen. Wanneer ze verschijnt, draagt ze een regenjas die te groot voor haar is, een oude jas die waarschijnlijk van Johan is, en haar haar is opgestoken in een knot die natte plukken laat ontsnappen. Ze ziet eruit als iemand die niet wil zijn waar ze is, en Ronny voelt de moed in zijn schoenen zakken.

"Jij bent Ronny," zegt ze, geen vraag. "Sandra's vriend."

"Niet—" begint hij, maar ze houdt haar hand op.

"Ik weet wat ze heeft beloofd. Eén date, tegen jouw—" Ze maakt een gebaar dat alles en niets betekent. "—wat jij haar hebt gegeven. Laten we dit professioneel houden. Een uur. Dan kan ik tegen haar zeggen dat het niet klikte."

Ze loopt naar de molen, niet kijkend of hij volgt, en hij rent om haar bij te houden, zijn schoenen soppend in de modder. Binnen is het droger dan hij verwachtte, de stenen muren die de wind tegenhouden, en er hangt een geur van oud hout en bezoedeld water.

"Charlotte," zegt hij, en zijn stem breekt op haar naam. "Ik weet dat dit niet is wat je wilt. Maar ik—ik kijk al maanden naar je. Vanuit mijn raam. Ik weet dat je dat weet."

Ze draait zich om, haar ogen—hazelnoot met die groene vlekjes die Sandra niet heeft—zoeken het zijne. "Dat is stalken, Ronny. Dat is niet romantisch."

"Ik weet het." Hij steekt zijn hand uit, laat hem weer zakken. "Maar ik kan niet stoppen. Je bent—" Hij zoekt naar woorden die niet bestaan, naar metaforen die niet voldoende zijn. "—je bent het enige waar ik aan kan denken. Je lichaam, ja, maar ook hoe je beweegt, hoe je je haar achter je oor doet, hoe je—"

"Stop." Haar stem is zacht, niet boos, en hij stopt. Ze kijkt naar hem, ze kijkt echt naar hem, en hij ziet iets verschuiven in haar blik, een barst in het pantser dat ze had opgetrokken. "Je bent achttien," zegt ze. "Ik ben drie jaar ouder. Ik heb een vriend. Dit is—dit is niet realistisch."

"Realiteit is wat we ervan maken." Het klinkt als iets uit een slechte film, maar hij meent het. "Geef me één kans. Eén avond. En als je dan nog wilt dat ik verdwijn, ben ik weg. Voorgoed."

Charlotte staat stil, haar vingers aan de zoom van haar jas trekkend, en hij ziet de strijd in haar—de behoefte aan iets nieuws, iets gevaarlijks, iets dat Johan haar niet geeft met zijn vrijdagavonden en zijn voorstellen van een gedeeld abonnement op een streamingdienst. Ze is jong, realiseert hij zich, ouder dan hij maar nog steeds jong genoeg om te willen wat ze niet mag hebben.

"Eén avond," zegt ze uiteindelijk. "Maar niet hier. Niet in het openbaar. Kom vanavond naar mijn huis. Sandra is uit. Mijn ouders slapen beneden. Jij komt door de tuin, zoals gisteren."

Ronny knikt, kan geen woorden vinden, en dan draait ze zich om en loopt weg, haar regenjas wapperend om haar heen als een vlag van overgave.

Die avond is anders dan de vorige. De lucht is helder, de sterren zichtbaar boven de Eikenlaan, en Ronny loopt zachtjes over het pad dat hij nu kent. De tuindeur staat open, een uitnodiging die niet minder gevaarlijk is dan de vorige, maar die hij niet kan weigeren.

Charlotte wacht op hem in de keuken, gekleed in een jurk die zwart is en eenvoudig, met bandjes die haar schouders bloot laten. Ze heeft geen make-up op, haar haar hangt los, en ze ziet er jonger uit dan 21, kwetsbaarder, meer zoals het meisje dat ze misschien ooit was voordat Johan haar tot dit maakte.

"Kom," zegt ze, en leidt hem naar de trap.

Haar slaapkamer is de kamer die hij kent vanuit zijn raam, de kamer met het blauwe gordijn dat nu dicht is getrokken. Het licht is gedempt, een enkele lamp op het nachtkastje die schaduwen werpt op muren die hij heeft bestudeerd vanaf de overkant van de straat.

"Je hebt naar me gekeken," zegt ze, niet kijkend naar hem terwijl ze haar jurk over haar hoofd trekt. "Elke avond."

"Ja."

"Wat zag je?"

Hij slikt, zijn keel droog. "Alles. Je bewegingen. Je lichaam. De manier waarop je—" Hij stopt, weet niet hoe hij verder moet.

Charlotte draait zich naar hem toe, nu alleen in haar ondergoed, en hij ziet dat het wit is, eenvoudig, niets van de lingerie die hij zich had voorgesteld. "En nu? Nu je hier bent?"

"Nu zie ik meer." Hij stapt naar haar toe, zijn handen trillend, en legt ze op haar schouders. Haar huid is koud, kippenvel onder zijn vingertoppen, en hij voelt haar huiveren. "Ik zie je."

Ze kijkt omhoog, haar ogen groot in het schemerlicht, en dan kust hij haar. Het is anders dan Sandra, zachter, voorzichtiger, een vraag in plaats van een eis. Charlotte reageert langzaam, haar lippen bewegen tegen de zijne, haar handen omhoog naar zijn borstkas waar ze zijn hart voelt bonzen.

"Je bent nerveus," fluistert ze.

"Ik ben bang," geeft hij toe. "Bang dat dit een droom is. Dat ik wakker word."

Ze glimlacht, voor het eerst, en het transformeert haar gezicht van mooi naar adembenemend. "Dan moeten we zorgen dat je niet wakker wordt."

Ze leidt hem naar het bed, en het besef dat hij gisteren met Sandra was, maakt hem misselijk maar ook opgewonden, een combinatie die hij niet kan ontwarren. Charlotte duwt hem zachtjes naar beneden, klimt boven op hem, en haar gewicht voelt anders dan dat van Sandra—zwaarder op een manier die te maken heeft met hoe ze zich verdeelt, hoe haar heupen breder zijn, hoe haar borsten tegen zijn borst drukken wanneer ze zich vooroverbuigt.

"Langzaam," zegt ze, en het is een belofte en een waarschuwing ineen.

Ze kust zijn hals, zijn sleutelbeen, dezelfde plek waar Sandra heeft gebeten, maar zachtjes, met haar tong die cirkels trekt die hem doen sidderen. Haar handen gaan naar zijn riem, niet frunnikend zoals hij zelf doet, maar zeker, doelgericht, en wanneer ze hem bevrijdt is hij al hard, al klaar, al wanhopig.

"Zo jong," mompelt ze, en hij weet niet of het een klacht of een compliment is.

Ze neemt hem in haar hand, haar vingers die niet kunnen sluiten om zijn omvang, en beweegt langzaam, te langzaam, een marteling die hij vreest en koestert. Haar andere hand gaat naar haar eigen ondergoed, duwt het opzij, en dan positioneert ze zich boven hem, laat zich zakken met een zucht die klinkt als verlichting.

"Ah," zegt ze, en het is het eerste geluid van genot dat hij van haar hoort. "Zo vol."

Ze begint te bewegen, niet ritmisch zoals Sandra, maar met een onregelmatigheid die natuurlijker voelt, die meer te maken heeft met wat ze voelt dan met wat ze wil laten zien. Haar ogen zijn gesloten, haar hoofd achterover, en hij ziet de lijn van haar hals, de huid die hij wil kussen, wil bijten, wil merken als het zijne.

Ronny legt zijn handen op haar heupen, niet sturend, alleen maar vasthoudend, en voelt hoe ze hem omhelst, hoe haar spieren zich Samentrekken en ontspannen in een patroon dat hij probeert te volgen. Ze is warmer dan Sandra, natter, meer van alles wat hij zich had voorgesteld.

"Kijk naar me," zegt ze, en hij doet het, zijn ogen openen om haar aan te staren terwijl ze op hem rijdt. "Zeg mijn naam."

"Charlotte," fluistert hij.

"Luidder."

"Charlotte!" Het komt eruit als een kreun, een gebed, een bekentenis.

Ze glimlacht, beweegt sneller nu, haar borsten slingerend in een tempo dat hem gek maakt. Haar handen grijpen de sprei aan weerszijden van zijn hoofd, gebruiken het voor steun, en hij ziet de spieren in haar armen spannen, de definitie die ze heeft van wie weet wat voor sport of bezigheid.

"Ik—" begint ze, en stopt, bijt op haar lip.

Wat? wil hij vragen, maar dan voelt hij het, de manier waarop ze zich om hem heen samentrekt, de pulserende golven die door haar heen gaan en hem meenemen in hun ritme. Ze komt, hij weet het zeker, hoort het aan de manier waarop haar adem stokt, ziet het aan de huivering die haar hele lichaam doet schokken.

"Ah, ah, ah!" De geluiden komen in korte stoten, onderbroken, alsof ze vergeet te ademen tussen de golven van genot. "Ik—Ik kan niet—ah!"

Hij houdt haar vast, voelt haar beven, en dan komt hij zelf, een orgasme dat uit zijn tenen lijkt te beginnen en explodeert in zijn buik, zijn borstkas, zijn keel. Hij spuit in haar met een heftigheid die hem verrast, die haar verrast—ze kijkt naar hem, ogen wijd open, alsof ze niet had verwacht dat hij mee zou komen, dat hij haar zou volgen in dit moment.

Ze vallen samen, een hoop verwarde ledematen en zware ademhaling, en hij ruikt haar haar, vanille maar anders dan dat van Sandra, een subtielere versie die dichter bij de bloem zelf lijkt te zijn.

"Dit was—" begint hij.

"Niet uitpraten." Ze legt haar vinger op zijn lippen, hetzelfde gebaar dat haar zus gebruikte, maar zacht, teder. "Dit was wat het was. Meer niet."

Maar hij ziet iets in haar ogen, iets dat niet wil toegeven dat dit voorbij is, en hij weet dat ze terug zal komen, dat ze hem weer zal zoeken, dat Sandra's deal alleen maar het begin is geweest van iets dat groter is dan alle drie.

Beneden hoort hij een deur, stemmen die fluisteren, en Charlotte verstijft in zijn armen.

"Mijn ouders," zegt ze, en springt uit bed, haar naaktheid plotseling kwetsbaar in het licht van de lamp. "Je moet gaan. Nu."

Hij kleedt zich haastig aan, zijn kleren een warboel van stof en ritsen die niet meewerken, en rent naar de deur. Op de drempel draait hij zich om, ziet haar staan met de sprei om haar heen getrokken, haar haar wild om haar gezicht.

"Morgen?" vraagt hij.

Ze knikt, een kleine beweging die alles belooft, en dan is hij de trap af, door de keuken, de tuin in waar de koude lucht zijn gloeiende huid doet tintelen.

Thuis staart hij naar zijn eigen raam, naar het blauwe gordijn dat hij kent als het zijne, en weet dat het nooit meer hetzelfde zal zijn. Hij heeft haar gehad, echt gehad, niet als schaduw maar als vlees, en de verslaving die hij vreesde is nu een realiteit die hij koestert.

Morgen, denkt hij. En de dag daarna. En de dag daarna.

Het begin van iets dat hij niet kan stoppen, iets dat hij niet wil stoppen, iets dat hem zal verteren tot er niets meer over is dan dit verlangen, dit moment, dit oneindige nu.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Elite_12
Fennely
Fennely (25)
Ben jij op zoek naar een vrouw die nieuwsgierig is naar jouw fantasieën?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ - 
Bezoekers Online: 921 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net