
,,Sagrada Família?” zegt hij. Ik knik zonder echt na te denken.
We gaan snel de stad in. De metro ruikt naar hitte en zweet. Milan zit dicht tegen me aan, maar praat weinig. Ik ook niet. Bij Milan zijn voelt voldoende.
De Sagrada Família is groter dan op foto’s.
We staan even stil. ,,Bizar,” zeg ik. ,,Ik hou er niet zo van. Het is nog niet eens af.”
,,Nope”, zegt Milan. We kijken niet lang.
La Rambla is meteen druk. Veel mensen, veel geluid. Milan loopt er dwars doorheen, alsof hij hier thuis lijkt te horen. Ik volg hem. Hij loopt sneller dan ik. Soms raak ik hem kwijt, dan vind ik hem weer.
In de gotische wijk worden de straten smaller. Milan draait zich af en toe om, trekt me zonder woorden mee. Alsof hij niet wil dat ik stilval. Ik voel me ineens een stuk ouder dan hij.
,,Koffie,” zegt hij ineens. We zitten even buiten op een klein terras. Niks bijzonders. Gewoon zitten. Hij kust me. Gewoon, op mijn mond. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Alsof ik geboren ben zoals hij. Dat ben ik niet. Geloof ik.
,,Dit is eigenlijk genoeg toch?” zegt Milan.
Ik kijk op. ,,Huh?”
Hij haalt zijn schouders op.
,,Nou, gewoon hier zijn. Met zijn tweeën. Zonder afleiding. Geen Merel of zo.”
Ik was haar vergeten. En dat wil ik voor nu ook zo houden.
,,Sorry”, zegt hij schuldbewust. ,,Vergeet wat ik zei.”
Bijna twee minuten is het stil tussen ons. Het voelt bijna ongemakkelijk. ,,Zie je die man daar?”
Ik ben ergens blij dat Milan de stilte verbreekt. ,,Kijk dan. Die is echt lekker. Zie je zijn kontje?”
Toch nu toe was het alleen Milan naar wie ik keek. Nu word ik ineens geconfronteerd met veel meer. Ik mompel iets. Maar ik wilde dat Milan die stilte niet met zo’n opmerking had verbroken. ,,Jezus, David, relax man. Je kan toch wel zeggen dat die gozer een lekker kontje heeft.”
,,Weet ik niet.”
,,Tering. Geef toe. Is die kont geil of niet? En kijk naar z’n gezicht. Ziet er toch goed uit joh. Geef nou gewoon toe.”
Schoorvoetend doe ik dat. Min of meer. Ik mompel iets.
Milan lacht me uit. Althans, zo voel ik dat.
,,Ben je moe?”, vraagt hij ineens.
,,Hoezo vraag je dat?”
,,Eerst antwoord geven.”
,,Oké Milan, ik ben niet moe. Zo goed?”
Milan grijnst. ,,Mooi.”
,,Wat mooi?”
Milan heeft zijn antwoord al klaar. ,,We gaan vanavond uit”, zegt hij vastberaden. ,,Eixample”.
,,Wat?”
,,In die wijk zitten veel bars voor mannen zoals jij.”
,,Wat voor bars? Voor wie?”
,,Vertrouw me nou maar”, antwoordt Milan.
Hij moet hier eerder zijn geweest. Hij kent de stad, spreekt de taal en weet waar me moeten zijn.
,,Maar we gaan eerst even wat goede onderbroeken voor je kopen.” En voor ik het weet loop ik achter Milan een zaak binnen.
*
We staan nog maar net binnen in die bar of de rook vouwt zich om ons heen. Lichtflitsen trekken over lichamen, over gezichten, over alles wat hier niet probeert onzichtbaar te zijn. En dan zie ik het podium.
Drie go-go dansers. Ze bewegen alsof ze nergens anders hoeven te zijn dan daar. De linker trekt onwillekeurig meteen mijn aandacht. Niet omdat hij het hardst beweegt. Juist niet. Hij beweegt zekerder dan de rest.
Zijn lichaam glanst onder het licht. Zweet. Of iets wat erop lijkt. De stof van zijn outfit is klein genoeg om niets te verbergen en groot genoeg om net te doen alsof dat wel zo is.
Ik merk dat ik blijf kijken. Te lang.
,,Je ziet hem ook hè,” zegt hij in mijn oor.
Ik knik.
,,Hij weet precies wat hij doet,” zeg ik. Het klinkt harder dan ik bedoelde.
Milan lacht kort.
,,Ja,” zegt hij. ,,Dat is het punt.”
Ik kijk weer naar de danser. Hij draagt een goudkleurige string die bij iedere beweging het licht vangt. Zijn gebruinde huid glanst onder de spots en overal op zijn schouders, borst en buik schitteren kleine gouden glitters. Alsof iemand hem vlak voor zijn optreden met een kwastje heeft bestrooid. Bij elke draai lijken de glitters even op te lichten.
Pas nu begrijp ik waarom Milan hier naartoe wilde. Niet alleen vanwege de muziek. Niet alleen vanwege de sfeer.
Hier leek niemand zich af te vragen of hij gezien mocht worden. Iedereen hier is gewoon zichzelf. En ik sta daar midden tussen hen. Voor het eerst voelt die wereld niet meer alsof ik er alleen naar kijk. Maar alsof ik er heel voorzichtig onderdeel van begin te worden.
*
Plotseling ben ik Milan kwijt in de menigte. Verschrikt kijk ik om me heen. Lichtflitsen schieten langs mijn ogen, ik voel de dreunen van de muziek in mijn borstkas. Ondanks mijn luchtige kleding, linnen broek en overhemd, voel ik dat ik het warm heb. Vijf minuten ben ik hem kwijt, tien minuten misschien, voordat ik hem verderop bij de bar zie staan en van de jongen die er cocktails maakt een kus krijgt. En een omhelzing. Net iets te lang voor mijn gevoel. Ze lachen, praten geamuseerd en ineens bonkt het in mijn hoofd. De jongen achter de bar is knap. Typisch Spaans. Ik voel een soort van jaloezie opkomen en vraag me af waarom. Kennen ze elkaar? Het lijkt er in elk geval wel op. De barman is aanrakerig. Fliterig. Net iets te fysiek naar mijn oordeel.
Ik loop naar het toilet en plens wat water over mijn gezicht, voordat ik zo zelfverzekerd mogelijk naar Milan terugloop. ,,David, este es Javi. Javi, este es David,” zegt Milan opgewekt, alsof er niets aan de hand is. Ik steek mijn hand uit, maar Javi trekt me meteen naar zich toe. Twee zoenen. Een stevige omhelzing. Zijn glimlach is warm. Té warm, vind ik.
Ze praten nog even Spaans met elkaar. Te snel voor mij om er iets van te begrijpen.
,,Waar hebben jullie het over?” vraag ik.
,,Niks bijzonders,” zegt Milan. ,,Hij vroeg hoe het met me ging.” Javi zegt nog iets. Milan lacht hard.
,,En dat dan?” Het kost me moeite om boven de harde muziek uit te komen.
,,Dat ik veel te lang niet meer in Barcelona ben geweest.”
Hij zegt het zo vanzelfsprekend dat ik hem geloof.
Als we weer buiten staan, slaat Milan meteen een arm om mijn schouder.
,,Niet zo moeilijk kijken,” zegt hij.
,,Ik kijk helemaal niet moeilijk.”
,,Wel.”
Hij geeft me een speelse duw.
,,Kom. Morgen vliegen we alweer terug. Ik wil nog één drankje met je drinken.”
Ik kijk hem aan. Zijn glimlach is precies dezelfde glimlach waarop ik verliefd ben geworden. Misschien zoek ik wel iets wat er helemaal niet is.
Ik pak zijn hand.
,,Vooruit,” zeg ik. ,,Nog eentje dan.”
Het café is halfleeg. Het is een totaal andere setting dan waar ik net vandaan kom. Geen dreunende muziek. Geen bezwete mannen. Alleen een paar mensen aan de bar en verderop drie vrouwen die met elkaar zitten te praten. Alle drie aantrekkelijk, vind ik. Zie je wel, denk ik. Ik vind vrouwen heus nog steeds mooi.




