
Bello is een imposante verschijning, honderdvijfentwintig kilo van zachte, driekleurige vacht en onvoorwaardelijke trouw. Hij loopt aan Anton's linkerhand, zijn grote kop op heuphoogte, zijn tong bungelend uit zijn open bek in een hondenglimlach die zijn ogen tot halve maantjes maakt. De hond ruikt naar warme vacht en iets zoetigs, misschien de snoepjes die Anton altijd in zijn zak heeft.
Anton draagt zijn witste overhemd, dat te wit is voor een zaterdag, het soort wit dat nog steeds schittert alsof het nooit is gedragen. Zijn grijze haar zit keurig naar achteren gekamd, een zijscheiding die preciezer is dan strikt noodzakelijk, en zijn bijpassende baard is netjes getrimd, witte haren glinsterend in de zon. De sandelhouten cologne die hij vanochtend heeft aangebracht, mengt zich met zijn eigen geur van een oudere man, een mengeling van zeep en iets scherpers, iets dat naar geduldige vastberadenheid ruikt.
Het plantsoen is rustiger dan op een doordeweekse dag. Een jogger passeert met oortjes in, twee moeders met kinderwagens staan bij elkaar te praten op het pad dat naar de speeltuin leidt. Anton kent dit park, kent elke bank, elke boom, elk plekje waar de zon het langst blijft hangen. Hij kent het ritme van de dag, het moment waarop de schaduwen verschuiven en het licht goud wordt.
Dan ziet hij haar.
Ze komt het pad op dat uitkomt bij de grote eik, de eenzame eik waaronder hij soms met Bello gaat zitten als de hond moe is. Ze is jong, veel jonger dan de meisjes die hier normaal gesproken ronddrentelen met hun telefoons en hun gegiechel. achttien, schat hij, misschien negentien. Blond haar dat in losse golven over haar schouders valt, een zomerjurk die lichtblauw is, de kleur van een hemel die nog helder is voordat de middaghitte toeslaat.
Bello ziet haar eerder dan Anton. De grote hond trekt even aan de riem, zijn staart begint te kwispelen, een zwaai die zijn hele achterlijf meeneemt. En dan stopt ze, deze jonge vrouw met haar blauwe ogen en haar huid die nog de porseleinen frisheid heeft van iemand die de zon nog niet heeft leren vrezen.
"Wat een prachtige hond," zegt ze, en haar stem is helder, onverwacht volwassen voor iemand met zo'n jeugdig gezicht. Ze bukt zich, haar handen uitgestrekt naar Bello, en de hond reageert alsof hij haar al jaren kent. Hij duwt zijn grote kop tegen haar borst, zijn tong schiet uit en likt haar kin, haar wang, het hoekje van haar mond.
Anton voelt iets in zijn onderlijf, een warme aandrang die niet meteen identificeerbaar is als begeerte maar die er onmiskenbaar is. Hij observeert hoe ze haar gezicht in Bello's vacht drukt, hoe ze lacht om de natte zoenen van de hond, hoe haar vingers door de zachte haren kammen.
"Een mooie, lieve hond, meneer," zegt ze, opkijkend naar Anton met ogen die de kleur hebben van de zomerhemel boven de zee. "Kijk, hij likt mijn gezicht. Dat is een teken dat hij me lief vindt."
Anton merkt dat hij glimlacht, een glimlach die zijn gezicht vertrekt rond zijn ogen, die vochtige ogen met hun intense, bijna observerende blik. "Bello heeft een uitstekend oordeel," zegt hij, en zijn stem is diep, de stem van iemand die gewend is gehoord te worden in klaslokalen vol puberende tieners. "Hij herkent vriendelijkheid."
En terwijl hij het zegt, denkt hij: ‘Ik vind jou ook lief, en zou je ook wel willen likken.’ De gedachte komt zonder filter, een reflex die hij niet meer probeert te onderdrukken. Hij is vijfenvijftig, weduwnaar, voormalig wiskundeleraar, en hij heeft geleerd dat verlangen niet minder wordt door het te negeren. Integendeel.
Zijn lichaam is het met hem eens. Hij voelt hoe zijn bloed zich herverdeelt, hoe er een zachte druk ontstaat in zijn kruis, hoe zijn aandacht zich verscherpt op de rondingen van haar lichaam onder die lichtblauwe jurk. Ze heeft alles wat een vrouw zou moeten hebben, denkt hij, en de gedachte is ouderwets, bijna lachwekkend, maar hij voelt het zo. Heupen die uitlopen van een smalle taille, borsten die vol zijn zonder grof te zijn, een hals die lang is en wit en onberoerd door de zon.
"Mag ik met u en Bello meelopen?" vraagt ze, en haar vraag is direct, zonder de aarzeling die hij van meisjes van haar leeftijd verwacht. "Ik hou van honden. Wij hebben thuis alleen een kat, en die is... anders."
Anton knikt, een beweging die zijn hoofd een fractie naar voren brengt. "Bello zou het prachtig vinden. Hij houdt van gezelschap." En terwijl hij het zegt, merkt hij dat hij zijn gebruikelijke route al aan het aanpassen is in zijn hoofd, dat hij het rondje langer maakt, dat hij de weg kiest die langs het rustigste deel van het park loopt, waar de banken ver uit elkaar staan en de begroeiing dichter is.
Ze loopt aan zijn rechterhand, Bello tussen hen in, en Anton merkt dat hij zijn pas aanpast aan de hare. Ze is kleiner dan hij, een hoofd of meer, en hij kijkt omlaag naar haar, naar het gouden haar dat in de zon glinstert, naar de huid van haar schouder die een sproetje heeft dat hij zou willen aanraken met zijn wijsvinger.
"Ik ben Amber," zegt ze, en ze kijkt niet op, haar ogen gericht op Bello die nu aan een tak trekt die hij heeft gevonden. "Amber de Vries."
"Anton van Dijk," antwoordt hij, en hij merkt dat hij zijn achternaam niet gebruikt heeft sinds hij met pensioen ging, dat hij altijd alleen 'Anton' zegt tegen mensen die hem niet kennen. Maar bij haar wil hij volledig zijn, wil hij de weging van zijn naam voelen in haar mond.
Ze praten over Bello, over het ras, over de zorg die een Sint-Bernard vraagt. Amber weet meer dan hij verwacht, heeft blijkbaar gelezen over de honden, misschien in een voorbereiding op een moment zoals dit. Haar stem wordt enthousiaster wanneer ze praat over het karakter van de honden, hun geschiedenis als reddingshonden in de Alpen, hun onvoorwaardelijke liefde voor hun mensen.
"Honden herkennen lieve mensen," zegt ze, en er is iets in haar toon dat hem doet denken aan een les die ze heeft geleerd, iets dat ze wil delen. "Ze hebben veel meer mensenkennis dan mensen."
Anton glimlacht om de onschuld van de uitspraak, om het vertrouwen waarmee ze hem vertelt wat ze denkt te weten. "Dat is waar," zegt hij, en hij merkt dat hij dichter naar haar is geschoven, dat hun schouders elkaar bijna raken wanneer ze over een smal stuk pad lopen. "Bello heeft nog nooit iets verkeerd beoordeeld."
Ze lopen het hele stuk, zoals hij had gepland, het lange rondje dat langs de vijver loopt en dan terug naar de ingang van het park. Bello is tevreden, heeft zijn neus in alle hoekjes en gaatjes gestoken, heeft zijn behoefte gedaan bij de grote beuk die Anton als markering gebruikt. Amber lacht om de hond, om zijn enthousiasme, om de manier waarop hij naar haar kijkt alsof zij de belangrijkste persoon in het park is.
Thuisgekomen bij zijn statige herenhuis, een pand uit 1925 met de karakteristieke erker en de brede trap naar de voordeur, aarzelt Anton even. Het huis is groot, te groot voor een alleenstaande man, maar hij heeft het nooit kunnen verkopen, niet na... Hij schudt de gedachte van zich af, richt zich op het meisje naast hem dat haar ogen naar het huis heeft geheven.
"Wilt u wat drinken?" vraagt hij, en hij merkt dat hij 'u' zegt, de formaliteit die hij in het park al had laten varen. "Mijn naam is Anton, zoals ik zei. En Bello schijnt u al te kennen."
"Ja," zegt ze, en er is iets in haar stem, een trilling die hij niet meteen kan plaatsen. "Dat is fijn. Dan kan ik Bello nog meer aanhalen."
Ze stappen het huis binnen, Bello voorop, zijn nagels tikkend op de marmeren vloer van de hal. Amber kijkt omhoog, naar het hoge plafond met zijn ornamenten, naar de kroonluchter die hij laatst heeft laten poetsen, naar de brede trap die naar de eerste verdieping leidt.
"Oh," zegt ze, en het woord is langgerekt, vol verwondering. "Wat groot. Wat een grote hal."
Ze loopt naar het midden van de hal, draait een rondje, haar armen een beetje uitgestrekt alsof ze de ruimte wil omvatten. "Wij hebben een kleinere hal," zegt ze, en er is geen spijt in haar stem, alleen observatie. "Daar hangt alleen een kapstok, en daaronder staan de dagelijkse schoenen."
Anton knikt, zich afvragend wat voor huis ze heeft, wie 'wij' zijn, wie deze jonge vrouw met haar open blik en haar directe manier van doen heeft grootgebracht. Hij wijst naar de deur van de woonkamer, een zwaar paneel van donker hout, en terwijl zij die opent, haalt hij de riem van Bello over zijn grote kop.
Bello loopt direct achter Amber aan, zijn staart nog steeds kwispelend, en gaat naar zijn waterbak in de hoek bij de haard. Hij drinkt gulzig, water drupt uit zijn bek op de vloer, en dan gaat hij in zijn vertrouwde mand liggen, een mand die groot genoeg is voor een klein kind, gevuld met kussens die hij zelf heeft uitgekozen door erop te gaan liggen in de winkel.
Anton loopt naar de keuken, een ruimte die hij heeft laten renoveren toen zijn vrouw nog leefde, al die jaren geleden. De koelkast is groot, Amerikaans, en hij haalt er een fles cola uit, kijkt er even naar, vraagt zich af of dit wel genoeg is, of hij iets volwassener zou moeten aanbieden.
"Lust u cola?" roept hij naar de woonkamer, en hij hoort hoe ze op de bank is gaan zitten, het leer dat kraakt onder haar gewicht.
"Graag," roept ze terug.
Voor zichzelf schenkt hij een whiskey in, een single malt die hij voor speciale gelegenheden bewaart. Dit moment voelt als een speciale gelegenheid, ook al is het pas drie uur 's middags en heeft hij nog niets gedaan dat hij niet tegenover iedereen zou kunnen verantwoorden.
Hij komt terug in de woonkamer en ziet haar op de bank, bij Bello's mand. Ze zit opgerold, haar benen onder haar gevouwen, en haar handen zijn in de weelderige vacht van de hond verdwenen. Bello ligt op zijn zij, zijn poten in de lucht, een hondenglimlach op zijn gezicht terwijl ze hem over zijn buik krabt.
"Hij is lief, hè," zegt Anton, en hij komt naast haar zitten, niet aan de andere kant van de bank zoals hij zou moeten, maar dichtbij, dicht genoeg om haar warmte te voelen, de warmte van jonge huid en zomerzon. "Zo aanhankelijk. Net als zijn baasje."
Ze kijkt op, en haar ogen ontmoeten de zijne, en er is iets in die blik, een uitdaging die hij niet meteen begrijpt. "Honden herkennen lieve mensen," herhaalt ze, alsof ze zichzelf wil overtuigen, alsof ze iets zegt wat belangrijk is. "Ze weten wie ze kunnen vertrouwen."
Anton kijkt in haar ogen, die blauwe ogen met de lange wimpers, en hij denkt: *Mooie meid, nog jong, heel jong, maar een prachtige kop op een prachtig lichaam.* Hij voelt hoe zijn pik reageert, langzaam, zonder haast, een stijfheid die begint in zijn onderbuik en zich uitbreidt. In zijn gedachten ziet hij haar al naakt, uitgestrekt op zijn bed, haar blonde haar over zijn kussen verspreid.
"Maar volgens mij bent u ook een aardig en lief persoon," zegt hij, en zijn stem is zachter dan bedoeld, bijna fluisterend. "Althans, zo komt u op mij over."
Hij heeft zich dichter bij haar geschoven zonder het te merken, of misschien heeft hij het wel gemerkt maar niet willen stoppen. Zij voelt zijn warmte, merkt hij, want ze draait zich een beetje naar hem toe, haar hand nog steeds in Bello's vacht maar haar aandacht nu bij hem.
Haar ogen gaan van Bello naar Anton, en hij ziet dat ze iets ziet, een gelijkenis die hem verrast. Deze bebaarde grijze man en deze grote vriendelijke hond, beiden met dezelfde vriendelijke uitstraling, dezelfde geduldige aanwezigheid. Ze glimlacht, een glimlach die haar hele gezicht oplicht.
"U woont in een mooi groot huis," zegt ze, en haar stem is lager nu, intiemer. "Wilt u het huis zien?"
De vraag komt van hem, maar ze herhaalt hem alsof het haar eigen idee is, alsof ze het al had willen vragen. "Dan kan ik u een rondleiding geven, als u dat wilt?"
"Ja," zegt ze, en er is die uitdagende glimlach weer, die ondertoon die hij eerder niet had gehoord. "Dat wil ik wel. Ik wil later ook in zo'n groot huis wonen."
Anton staat op en steekt zijn hand uit, niet om haar te helpen maar om haar pols te voelen, om die dunne pols met de blauwe adertjes die zichtbaar zijn onder haar huidvet te voelen kloppen. Hij grijpt voorzichtig, zijn duim op de binnenkant van haar pols, en hij voelt hoe haar hartslag versnelt bij de aanraking, een snelle, jonge hartslag die tegen zijn vingertoppen trommelt.
Hij laat haar de keuken zien, de ruimte met zijn granieten aanrecht en zijn apparaten die hij zelden gebruikt. De garage, waar zijn auto staat, een degelijke sedan die hij schoon houdt uit gewoonte. En dan de serre, het pronkstuk van het huis, een glazen uitbouw die uitkijkt op de grote achtertuin.
"Grote tuin," zegt Amber, en ze staat met haar neus tegen het glas gedrukt, haar adem een vlek die langzaam verdwijnt. "En een mooi zwembad. Dat zou ik thuis ook wel willen hebben."
Het zwembad glinstert in het zonlicht, een rechthoek van turquoise water omringd door terrastegels. Ernaast staat de jacuzzi, een bubbelbad dat hij heeft gekocht in een moment van eenzaamheid, een aankoop die hij zelden gebruikt.
Anton glimlacht en leidt haar verder, naar de speelruimte die hij ooit voor zijn kinderen heeft ingericht en die nu dient als mannenvertrek, een plek waar hij zich kan terugtrekken. Een pooltafel staat centraal, groen vilt met gehavende randen. Een dartbord hangt aan de wand, en er is een kleine bar met barkrukken, flessen die glanzen in het licht dat door de hoge ramen valt.
"Hier houden we af en toe een feestje," zegt hij, en het 'we' is een gewoonte die hij niet heeft afgeleerd, een overblijfsel uit een tijd waarin er nog een 'wij' was.
Ze gaan verder, naar de TV-kamer, een donkere ruimte met zware gordijnen en het immense scherm dat aan de muur hangt. Amber kijkt haar ogen uit, draait zich om om de hele ruimte in zich op te nemen.
"Dit is onze TV-kamer," zegt Anton, en weer dat 'we'. "Hier kijken we sport en films."
Nu gaat hij de trap op, de statige trap die uitkomt in de grote hal boven, een trap als in een huis zoals in een Hollywoodfilm, zoals zijn dochter altijd zegt. Eigenlijk zijn het twee trappen, links en rechts, die samenkomen op een platform en dan verder gaan als één. Boven is een grote gang met veel deuren, deuren die leiden naar kamers die hij zelden binnengaat.
Hij toont de kamers, een voor een. De slaapkamer van zijn dochter, die nu aan de andere kant van het land studeert. De kamer van zijn zoon, die aan de universiteit zit en af en toe nog eens een weekend thuiskomt, maar de kamer verraadt dat het niet vaak is, dat de opgeruimdheid van een gastenkamer heerst waar een jongeman zou moeten wonen. De logeerkamer, altijd klaar voor bezoek dat nooit komt. De grote badkamer, een ruimte van marmer en chroom, met een bubbelbad en een inloopdouche die glanst alsof er vanochtend nog is gepoetst.
En dan, ten slotte, de grote slaapkamer.
Het tweepersoons (extra grote) bed staat centraal, een eiland van wit linnen en donkere kussens. Er is een zithoekje bij het raam, twee fauteuils met een tafeltje ertussen, een plek waar hij 's ochtends koffie drinkt en naar de tuin kijkt. Twee deuren: één naar de ensuite badkamer, ook van marmer, ook met een ligbad en een douche. De andere deur opent de kleedkamer, een ruimte met kledingkasten aan beide kanten en achterin een grote spiegel waarin hij zichzelf soms staat te bekijken, zich afvragend wie die man is die daar terugkijkt.
Amber staat in de kleedkamer, draait een rondje, en hij ziet haar zichzelf voorstellen hier, kleding passend, zichzelf tonend in de spiegel. Een waar genot, denkt hij, en hij voelt hoe zijn stijfheid is teruggekeerd, harder nu, dringender.
Ze lopen terug de slaapkamer in. "En hoe vindt u het huis?" vraagt hij, en zijn stem is zwaarder dan bedoeld, beladen met iets wat ze beiden herkennen.
"Ik zou er best kunnen wonen," zegt ze, en die ondeugende ondertoon is er weer, die glimlach die hem vertelt dat ze weet wat er speelt, dat ze het allebei weten. "Het is groot genoeg voor... van alles."
Anton voelt zijn pik in zijn broek, een harde staaf die tegen zijn gulp drukt. Hij kijkt naar haar jeugdige lichaam, naar de manier waarop haar jurk over haar heupen valt, en hij weet dat dit het moment is, het moment waarop hij moet kiezen tussen terughoudendheid en actie.
Ze maakt de keuze voor hem. Amber komt dichterbij, haar lichaam warm tegen het zijne, en ze slaat haar armen om zijn nek. Haar gezicht is dicht bij het zijne, haar adem warm op zijn huid, en ze kijkt hem aan met ogen die uitdagen en vragen om meer.
"En gaan we dan nu het bed uitproberen, Anton?" vraagt ze, en haar hand glijdt tussen hen in, vindt zijn stijve pik door de stof van zijn broek heen, en ze knijpt zacht, een belofte van wat komen gaat. "Want als ik zo voel, heeft u daar wel zin in."
Hij omarmt haar met zijn armen, niet gespierd maar sterk, het lichaam van een man dat de sporen draagt van fysiek werk, van jaren van tillen en dragen en verzorgen. Hij duwt haar zachtjes naar het bed, zijn ogen in de hare, die blauwe ogen die hem uitdagen.
Ze zitten op de rand van het bed, en dan kussen ze elkaar, een kus die begint voorzichtig en dan escaleert, hun tongen die elkaar vinden, die verstrengelen, die proeven. Hun handen zijn bezig met elkaars kleding, knopen die losgemaakt worden, ritsen die naar beneden gaan, stof die van de huid glijdt.
Dan staat Anton voor haar, naakt, zijn lichaam dat van een oudere man is maar nog steeds draagt wat het heeft gedaan: de schouders breed, de buik niet dik maar zacht, de benen sterk. En tussen zijn benen staat zijn pik, groot en stijf en kloppend, de eikel roze en nat van voorvocht.
Ze ligt nu op het bed, haar eigen naaktheid volledig, haar jonge lichaam dat glanst in het licht dat door de gordijnen valt. Ze kijkt naar hem, haar ogen reizend over zijn torso, over zijn stijve lul, naar zijn gezicht.
"Ik wil dat u me neukt," zegt ze, en haar stem is zwoel, vol van een begeerte die hij niet had verwacht, niet zo open, niet zo direct. "Hard en diep. Ik wil klaarkomen in uw armen."
Anton knikt, zijn adem zwaar, en dan denkt hij aan iets, een gedachte die hij niet kan onderdrukken. "Zullen we het opnemen?" vraagt hij. "Voor later, om terug te kijken?"
Ze knikt, haar ogen die glanzen bij het idee. "Dat is goed. Misschien kan ik het dan dadelijk toesturen aan mijn vader. Hij durft me nooit aan te raken, terwijl ik weet dat hij dat wel zou willen."
De woorden hangen in de lucht, geladen met een betekenis die Anton niet volledig begrijpt maar die hem niet kan schelen. Hij opent een kastdeurtje, een kast die hij speciaal heeft laten maken, en daar staat een filmcamera, gericht op het bed. Boven het bed hangt een grote spiegel aan het plafond, en in die spiegel ziet Amber zichzelf, naakt en uitgestrekt, wachtend.
Ze kijkt naar de camera, recht in de lens, en haar stem is helder, bijna theatraal. "Kijk, Papa," zegt ze, en het woord is vol van een complexiteit die Anton niet probeert te ontrafelen. "Kijk hoe Anton me gaat neuken, gaat verwennen met zijn grote lul. Dat had u ook kunnen hebben."
Anton kruipt op het bed, tussen haar gespreide benen, zijn stijve lul op haar buik rustend terwijl hij zich over haar heen buigt. Hij zoent haar, hun tongen die weer verstrengelen, en dan pakt hij zijn pik, richt hem op haar kutje, en met een stoot duwt hij naar binnen.
Ze kreunt hard, een geluid dat diep uit haar keel komt, en hij voelt haar strakheid, haar warmte, de natte omhelzing van haar lichaam. Hij ligt even stil, laat haar wennen aan zijn grootte, aan de druk van hem in haar.
Dan begint hij te bewegen, zijn heupen die een ritme vinden, die zijn lul bijna helemaal uit haar halen om dan weer diep te stoten. Hij neukt haar, haar benen die om zijn middel sluiten, haar hielen die op zijn billen drukken, die hem dieper naar binnen duwen.
"Uuhh... ah... zo... zo lekker," kreunt Amber, haar hoofd achterovergebogen, haar nek een witte boog. "Uw pik is zo groot, zo hard... mijn kutje wordt zo vol... ah... ah..."
Anton pompt harder, zijn lichaam bezweet, zijn adem zwaar. Het is als een oefening op de sportschool, denkt hij, maar dan een oefening die hij nooit wil stoppen, die hij voor altijd wil voortzetten.
Haar kutje is strak maar nat, en zijn grote pik glijdt makkelijk in en uit, een nat geluid dat de stilte van de kamer vult. Haar kreunen worden harder, hoger, en hij voelt hoe haar lichaam verandert, hoe de spanning zich opbouwt.
"Ah... oh... ik... ik kom," stamelt ze, haar vingers die zijn rug krabben, die zijn schouders grijpen. "Neuk me... met uw... grote pik... dieper... harder... ik... ik... ik kom... oh, help... ik spuit... ik kom klaar... zo geweldig... ga door... neuk me..."
Haar lichaam verkrampt, haar rug die van het bed komt, en hij voelt hoe ze komt, hoe haar kutje om zijn pik pulst, hoe er vocht tegen zijn ballen spuit, warm en nat en overvloedig.
Anton voelt hoe lekker strak en heet ze is, en hij neukt haar nu nog wilder, nog harder, nog dieper. Zijn orgasme komt, een golf die vanuit zijn ruggengraat opstijgt, die zich concentreert in zijn lendenen.
"Ik ga komen," gromt hij, zijn stem diep en ruw. "Ik ga spuiten..."
"Kom in me," kreunt ze, haar ogen die hem aanstaren, die hem smeken. "Kom in mijn kut... spuit me vol..."
Hij heeft het niet meer. Hij tilt haar billen van het bed, zijn pik zo diep mogelijk in haar, en hij voelt zijn sperma spuiten, een explosie die zijn hele lichaam schokt. Puls na puls stroomt eruit, warm en dik, vult haar zoals ze heeft gevraagd. Hij stoot zachtjes, de laatste resten eruit wringend, en dan ligt hij op haar, zijn gewicht op zijn ellebogen, zijn gezicht dicht bij het hare.
"Jij bent zo lekker," hijgt hij, zijn adem die haar huid vochtig maakt. "Maar we zijn nog niet klaar. Ik wil ook je andere gaatje proberen."
Hij trekt zijn lul terug, en hij ziet hoe zijn sperma uit haar kutje druipt, een witte rivier die over haar dijen loopt. Ze draait zich, haar gezicht naar het kussen, haar billen naar achteren, en ze biedt hem haar kont aan, een aanbod dat geen woorden nodig heeft.
Anton wrijft over zijn lul, die nog steeds half stijf is, nat van haar kutsappen en zijn eigen sperma. Hij zoekt haar kontgaatje, die donkere opening die zich tussen haar billen verbergt, en duwt voorzichtig met zijn eikel.
"Fuck," zegt ze, haar stem gedempt door het kussen. "Groot... het past niet..."
Maar hij duwt door, centimeter voor centimeter, voelt hoe haar lichaam zich opent, hoe ze zich aan hem overgeeft. Als zijn ballen haar billen raken, stopt hij, laat haar wennen aan het gevuld zijn, aan de druk van hem in haar achterste.
Dan begint zij te bewegen, haar heupen die naar achteren duwen, die meer willen, die hem vragen om actie.
"Kom," zegt ze, haar stem hees. "Neuk mijn kont. Stoot uw lul diep in mijn anus. Neuk me. Ik wil u voelen, diep."
Anton gehoorzaamt, ook omdat hij het zelf wil, omdat de drang te groot is om te weerstaan. Hij neukt haar kontgaatje, diep, met zijn grote stijve pik die nu weer volledig hard is.
"Ah... ah... oh... zo... zo diep," kreunt ze, haar vingers die het laken grijpen, die haar witte knokkels bezorgen van het vastpakken. "Uw pik... in mijn kont... ah... ah..."
Ze komt, hij voelt het, de knijpende samentrekking van haar lichaam om zijn pik, en ook hij voelt zijn orgasme opkomen, een tweede golf die misschien nog intenser is dan de eerste.
"Ah... ah... ik... ik kom," stamelt hij, zijn heupen die nog sneller bewegen, die zichzelf tot het uiterste drijven.
En dan spuit hij, opnieuw, ditmaal in haar kontje, een warme stroom die haar vult tot diep van binnen.
Ze liggen op elkaar, zijn pik nog tussen haar billen, beiden hijgend, beiden zweterig, beiden proberend hun ademhaling weer onder controle te krijgen.
Dan trekt hij zich terug, zijn lul die uit haar gapende kontje glijdt, en hij loopt naar de kast waar de camera staat. Hij zoomt in, richt de lens op haar achterste, op dat gapende gaatje waar zijn sperma nu uitdruipt, een witte stroom die over haar dijen loopt.
Amber draait haar hoofd, kijkt naar de camera, en haar stem is zacht maar duidelijk, vol van een triomf die Anton niet volledig begrijpt.
"Dat had uw sperma ook kunnen zijn, Papa," zegt ze, en haar glimlach is het laatste beeld dat de camera vastlegt voordat het scherm zwart wordt.




