
Jimmy zit naast hem op het smalle bed, zijn knieën onrustig heen en weer schuivend tegen de rand van het matras. De lucht in de kamer is dicht, geladen met de geur van verhitte elektronica en het zweet van twee jonge mannen die al uren wachten op dit moment. Jimmy's ademhaling is hoorbaar, een licht gesnuif elke keer als John een nieuw venster opent.
"Laat me het zien," zegt Jimmy, en zijn stem klinkt scherper dan hij bedoelt. Hij veegt met zijn handpalm over zijn jeans, alsof hij iets van zijn dij wil vegen dat er niet zit.
John draait niet om. Zijn ogen blijven op het scherm geplakt terwijl zijn vingers over het touchpad glijden. "Je vriendin eerst, zei je. Dat was de deal."
"Ja, ja." Jimmy leunt naar voren, zijn elleboog graaft in het matras naast John's dij. "Maar ik wil weten wat je hebt gevonden. Van alles. Mijn ouders, de buurvrouwen, die schoolmeiden van de zesde klas. En je zus, heb je die ook?"
John's vingers stil even boven het toetsenbord. Hij zegt niets, maar de spieren in zijn kaak trekken zich strak. Dan klikt hij, en een videospeler opent zich in het midden van het scherm.
Het beeld is korrelig, duidelijk afkomstig van een verborgen camera of een gehackte webcam. Een slaapkamer die Jimmy meteen herkent—het behang met de beige rozen, het dressoir waar hij als kind zijn sokken in heeft geprobeerd te verstoppen. En op het bed, op haar handen en knieën, zijn vriendin Laura. Haar bruine haar valt voor haar gezicht, verhult haar uitdrukking, maar haar lichaam spreekt boekdelen. Achter haar staat een man, zijn handen grijpen haar heupen, en de manier waarop zijn buik tegen haar billen slaat verraadt alles wat er gebeurt.
Jimmy's adem stokt. Zijn vingers graven in het matras, trekken aan een losse draad in het hoeslaken.
"Verdomme," fluistert hij. Zijn stem kraakt. "Verdomme, ze neukt. Ze neukt met mijn vader."
Het geluid is gedempt, maar hoorbaar—het ritmische geklop van lichaam tegen lichaam, het gekreun van Laura dat ze niet eens probeert te onderdrukken. De man op het scherm, Jimmy's vader, draait haar gezicht naar de camera zonder het te weten, en zijn uitdrukking is die van een man die zich niets aantrekt van de wereld buiten deze kamer.
John klikt op de tijdlijn, scrolt naar een ander fragment. Dit keer een hotelkamer, herkenbaar aan het standaard beige interieur en het logo op de pen die op het nachtkastje ligt. Laura ligt op haar rug, haar benen wijd, en dezelfde man—Jimmy's vader, nu in een polo die Jimmy hem cadeau heeft gegeven voor zijn verjaardag—duwt zich tussen haar dijen. Het dekbed ligt op de grond, verfrommeld, alsof het hun haast was.
"Wat een slet," zegt Jimmy, en zijn stem trilt op een manier die niets met woede te maken heeft. Hij voelt aan zijn eigen kruis, drukt zijn handpalm erop alsof hij iets wil wegstrijken, maar laat hem daar liggen. "Wat een slet."
John draait eindelijk zijn hoofd, en zijn ogen ontmoeten die van zijn vriend. In het blauwe licht van het scherm zien Jimmy's ogen vochtig worden, maar zijn wangen zijn rood aangelopen, en de bobbel onder zijn hand is onmiskenbaar.
"Maar dat gaan we oplossen," zegt Jimmy, en zijn stem klinkt nu harder, bijna uitdagend. "Vanaf nu neuk ik ook alles wat ik kan krijgen. De buurvrouw, dat achttienjarige buurmeisje, die collegemeiden, alles." Hij knijpt in zijn eigen geslacht door de stof heen, een gebaar dat half pijn, half verlangen lijkt. "Alles."
John knikt langzaam, een kleine beweging die meer bevestiging is dan instemming. Hij draait zich terug naar het scherm, opent een nieuwe map met duimnagelvoorbeelden die in een raster op het scherm verschijnen. "Ik heb meer," zegt hij, en zijn stem is laag, bijna fluisterend. "Veel meer."
De eerste video toont mevrouw Van Dijk, de buurvrouw aan de overkant die altijd streng kijkt als ze de straat veegt. Hier ligt ze op haar rug in een tuinstoel, haar benen over de leuningen geslagen, terwijl een man die half haar leeftijd is, jong genoeg is om haar zoon te zijn, zijn gezicht tussen haar dijen begraaft. Haar hoofd is achterovergegooid, haar mond open in een stilte die het scherm niet kan vangen.
Jimmy's vinger trilt terwijl hij wijst naar het volgende bestand. "Die. Die daar. Is dat Annemiek?"
Het beeld toont een meisje dat ze allebei kennen—achtien jaar oud, nog op de middelbare school, de dochter van de familie De Jong drie huizen verderop. Ze staat op haar knieën op wat lijkt op een zolderkamer, omringd door drie jongens van haar eigen leeftijd. Haar blouse hangt open, een knoopje los, en één van de jongens heeft zijn hand onder haar rok verdwenen. Haar gezicht is naar de camera gedraaid, en haar uitdrukking is niet die van iemand die wordt gedwongen—haar tong speelt met haar onderlip, haar ogen half dicht van concentratie of genot.
"Die heb ik vorige week gevonden," zegt John. "Ze maakt zelf die filmpjes, denk ik. Of iemand maakt ze voor haar. Maar ze staan op een server die niet beveiligd is."
Jimmy's ademhaling is nu hoorbaar zwaar, een nasale ondertoon die de kamer vult. "En die collegemeiden? Die van de hogeschool?"
John opent een andere map, en het scherm vult zich met beelden die duidelijk afkomstig zijn van studentenkamers—posters aan de muur, goedkope meubels, het rommelige intieme van jongvolwassen leven. Een blond meisje met een neuspiercing dat ze allebei hebben gezien op het station, hier op haar knieën voor een jongen wiens gezicht buiten beeld valt. Een ander meisje, brunette, die lacht in de camera terwijl een hand haar borst kneedt, alsof ze poseert voor een portret in plaats van een pornovideo.
"Verdomme," zegt Jimmy, en het woord klinkt als een zucht. "Verdomme, John. Je hebt echt alles."
Er is een pauze, gevuld met het geluid van de computerventilator die op toeren komt. John beweegt zijn muis naar een map die hij met zijn eigen naam heeft gelabeld, een vreemde keuze die Jimmy nog niet heeft opgemerkt. Hij aarzelt, zijn vinger boven de muisknop.
"Er is nog iets," zegt hij. "Van je moeder."
Jimmy's lichaam verstijft. Zijn hand ligt nog steeds op zijn kruis, maar beweegt niet meer. "Laat zien."
Het bestand is groter dan de anderen, een samenvatting van meerdere clips. De eerste scène toont een slaapkamer die Jimmy herkent als die van zijn ouders—hetzelfde behang als in zijn eigen jeugd, dezelfde zware gordijnen die zijn moeder altijd dicht wilde hebben. Maar het bed is anders bezet dan hij ooit heeft willen zien.
Zijn moeder ligt op haar rug, haar benen wijd gespreid, haar gebruikelijke keurige blouse verfrommeld op de grond. Om het bed heen staan vier mannen, allemaal jonger dan zijn vader, allemaal naakt of half naakt, hun lichamen gespannen van anticipatie. Eén van hen—een man met een tatoeage op zijn schouder die Jimmy niet herkent—buigt zich over haar gezicht, drukt zijn geslacht tegen haar mond. Een tweede klimt tussen haar benen, positioneert zich zonder haast alsof hij een plaats aan tafel zoekt. De andere twee wachten, hun handen op hun eigen lichamen, hun ogen op haar gericht.
"Mijn moeder," zegt Jimmy, en zijn stem klinkt hol. "Gewoon een gangbang met vier vreemdelingen."
Op het scherm draait zijn moeder haar hoofd, haar mond opent zich voor de man die voor haar staat, en haar ogen—haar ogen kijken recht in de camera, of waar de camera verstopt moet zijn. Voor een moment lijkt het alsof ze weet dat ze wordt gefilmd, alsof ze poseert voor een publiek dat ze niet kan zien. Dan sluiten haar ogen, en haar gezicht vertrekt in een uitdrukking die Jimmy nooit bij haar heeft geassocieerd.
De kamer is stil, op het gesmoorde geluid van de computer na. Jimmy's hand beweegt, langzaam, ritmisch, en pas dan realiseert hij dat hij zichzelf aanraakt. Hij trekt zijn hand weg alsof hij zich heeft gebrand, maar de bobbel in zijn broek is nog duidelijker dan eerder.
"Ik word er verdomme nog geil van ook," zegt hij, en het klinkt als een bekentenis. "Ik wil ook neuken." Hij draait zich naar John, en in het schermlicht ziet hij dat ook zijn vriend een hand op zijn eigen kruis heeft liggen, een subtiele druk die niet weg te halen is. "We moeten iemand mailen. Een buurvrouw, een buurmeisje—Ik wil niet alleen kijken, John. Ik wil het ook doen."
John knikt, zijn ogen nog op het scherm waar Jimmy's moeder nu door twee mannen tegelijk wordt genomen, haar lichaam tussen hen in verend als een brug. "Ik heb adressen," zegt hij. "Van de meesten. Ik heb hun sociale media, hun mailaccounts. We kunnen anoniem iets sturen."
"Doen." Jimmy's stem is scherp, bevelend. "Nu."
Het duurt twintig minuten voor John twee mails heeft opgesteld—een naar mevrouw Van Dijk, de buurvrouw met de tuinstoel, en een naar Annemiek, het achttienjarige buurmeisje met de zolderkamer. De tekst is voorzichtig, gevuld met dubbelzinnigheden die niets beloven maar alles suggereren: "We hebben je gezien. We willen je ontmoeten. Een afspraak, ergens privé. We weten wat je leuk vindt."
Hij drukt op verzenden, en de enveloppen in zijn outbox verdwijnen, digitaal en onherroepelijk.
De reactie komt binnen een dag, maar niet van mevrouw Van Dijk. Haar inbox blijft stil, een zwijgen dat meer zegt dan elke afwijzing. Maar Annemiek—Annemiek antwoordt binnen een uur, en dan nog eens, en nog eens, een conversatie die sneller escaleert dan John had durven hopen.
Haar eerste mail is voorzichtig: "Wie zijn jullie?" De tweede, na Johns vaag gehouden antwoord, is directer: "Ik weet wat je bedoelt met wat ik leuk vind. Hoe weten jullie dat?" En de derde, na nog wat heen en weer, is een afspraak: "Vanavond. Het park, achter de oude kiosk, waar het pad doodloopt. Niemand komt daar. Ik kom alleen als jullie dat ook doen. En ik wil weten wie jullie zijn—echt zijn."
John leest de mail voor aan Jimmy, die op zijn bed ligt, zijn benen tegen de muur, zijn ogen op het plafond gericht. Bij het laatste zinnetje komt hij overeind, zijn voeten hard op de vloer.
"Ze weet het," zegt hij. "Ze weet dat we het zijn."
"Ze vermoedt," corrigeert John. "Maar ze komt toch. Dat is het belangrijkste."
De avond valt traag, een Nederlandse zomeravond die weigert donker te worden. De lucht is nog lichtblauw als ze het park binnenlopen, het pad op dat langs de vijver loopt en dan afbuigt, de bomen in, naar de plek waar de kiosk ooit stond en nu alleen nog een betonnen vloer en wat graffiti herinnert aan betere tijden.
Jimmy loopt voorop, zijn schouders naar voren gebogen alsof hij tegen een wind in loopt die er niet is. John volgt, zijn handen in zijn zakken, zijn ogen op de schaduwen tussen de bomen. Ze hebben afgesproken om half tien, maar het is pas kwart over negen—ze zijn vroeg, uit nerveuze energie die niet wil stilliggen.
Annemiek is er al.
Ze zit op de betonnen vloer, haar rug tegen een boom, haar benen gestrekt voor zich uit. In dit licht ziet ze er jonger uit dan achttien, haar gezicht nog rond, haar haar in een losse vlecht over één schouder. Maar als ze opkijkt en hen ziet, is er iets in haar ogen dat ouder is dan haar jaren—een weten, een spel dat ze al langer speelt dan zij beseffen.
"Hi," zegt ze, en haar stem is helder, onverwacht zelfverzekerd. "Dus jullie waren het die zo geheimzinnig deden."
Ze staat op, borstelt haar rokje af alsof ze ergens op heeft gezeten, en loopt naar hen toe. Haar bewegingen zijn niet die van iemand die nerveus is—ze zijn doelbewust, bijna katachtig. Ze stopt voor hen, haar hoofd schuin, en dan, zonder waarschuwing, leunen haar handen op hun dijen, één op Jimmy, één op John.
"Kom zitten," zegt ze, alsof dit haar plek is, haar uitnodiging. "We hebben alle tijd."
Ze laten zich zakken, het beton hard en koel door hun jeans heen. Annemiek zit tussen hen in, een hand nog steeds op elk van hen, en dan glijden haar ogen naar beneden, naar hun kruisen, en blijven daar hangen.
"Oh," zegt ze, en er is amusement in haar stem, maar ook iets anders—erkenning, misschien, of herinnering. "Jullie verheugen je ook al op deze ontmoeting."
Jimmy's adem stokt. Hij voelt haar vinger bewegen, een lichte druk die meer is dan toeval. "Ja," zegt hij, en zijn stem klinkt schor, onbekend in zijn eigen oren. "Wij vinden je er zo lekker geil uitzien. We wilden je graag ontmoeten, om te zien wat jij wilt en lekker vindt."
Annemiek's hoofd draait naar hem, haar ogen onderzoekend. "Lekker geil," herhaalt ze, alsof ze de woorden proeft. Dan glimlacht ze, een uitdrukking die haar gezicht transformeert van meisjesachtig naar iets gevaarlijkers. "Dat is een goed begin."
Haar handen bewegen, ze rusten niet meer op hun dijbenen maar nu meer actief, en John voelt haar vingers over de rits van zijn jeans glijden, de druk van haar handpalm tegen de stijfheid die hij niet heeft kunnen verbergen. Jimmy maakt een geluid, een onderdrukte kreun, als zij hetzelfde bij hem doet.
"Als je meer wil," zegt Annemiek, en haar stem is nu fluisterend, intiem, "ik wil jullie pikken zien. Kom, trek die broeken uit."
Ze kijkt om zich heen, een snelle blik die bevestigt wat ze al weet—niemand hier, geen voetstappen op het pad, geen honden die blaffen in de verte. Dan grijpt ze haar shirt bij de onderkant, trekt het in één beweging over haar hoofd, en haar borsten zijn bloot, klein en stevig met donkere tepels die in de koele avondlucht hard worden.
De jongens staren. Johns handen bewegen naar zijn eigen rits, trager dan hij wil, zijn vingers plotseling onhandig. Jimmy is sneller, zijn jeans naar beneden getrokken, zijn boxershort volgend, en dan springt zijn lul tevoorschijn—rood, stijf, omhoog wijzend als een vinger die beschuldigt.
John volgt, zijn broek op zijn enkels, zijn eigen geslacht even hard, even bloot. De avondlucht voelt koud op zijn warme huid, een contrast dat bijna pijnlijk is.
Annemiek kijkt van de één naar de andere, haar hoofd schuddend van iets dat lijkt op verwondering. "Mooi," zegt ze, eenvoudig, alsof ze een schilderij bewondert. "Echt mooi."
Dan beweegt ze. Ze stapt op naar John, slaat haar been over zijn heupen heen, en zakt neer. Haar rokje—een kort ding dat ze heeft opgetrokken—biedt geen weerstand, en hij voelt het moment dat haar natte opening zijn punt raakt, de glijdende druk, en dan is hij binnen, omhuld door warmte en vocht dat hem verrast in zijn intensiteit.
"Oh," zegt hij, onwillekeurig, en zijn handen vliegen naar haar heupen om haar te stabiliseren, om te voelen dat dit echt is.
Annemiek buigt haar hoofd, haar haar valt voor haar gezicht, en dan voelt John de trilling door haar lichaam als haar mond iets anders vindt—Jimmy, die naast hem is geknield, zijn lul in haar hand, en nu in haar mond. Het geluid dat ze maakt is gedempt, een vibratie die door John heen gaat waar ze nog steeds verbonden zijn.
Ze begint te bewegen, haar heupen op en neer, een ritme dat langzaam op gang komt, dat zoekt naar de juiste hoek. John's handen trekken aan haar heupen, helpen haar, leiden haar, en elke keer dat ze naar beneden komt, voelt hij de druk dieper, intenser. Tegelijkertijd ziet hij Jimmy's gezicht, zijn ogen half dicht, zijn mond open in stille concentratie terwijl Annemiek hem pijpt, haar hoofd bewegend in een tegengesteld ritme.
"Jezus," fluistert Jimmy, en zijn hand ligt op haar hoofd, niet duwend, maar aanwezig, verbonden. "Jezus, Annemiek."
Ze reageert niet met woorden, maar met haar lichaam—haar tempo versnelt, haar bekken roteert in een cirkel die John in zijn pik voelt, een druk die hem naar de rand brengt sneller dan hij wil. Hij probeert zich te concentreren op ademhalen, op de koele lucht die hij inademt, maar haar warmte is allesomvattend, een zuiging die hem naar binnen trekt.
Dan voelt hij het—de verandering in haar, de spanning die haar spieren om hem heen doet samentrekken. Haar ademhaling door haar neus is scherp, gehaast, en haar bewegingen worden onregelmatig, ongecontroleerd. Ze komt, hij voelt het in de pulserende golven die door haar lichaam gaan, in de natheid die plotseling intenser wordt, die zijn ballen nat maakt waar ze tegen haar aanliggen.
"Ah... ah...!" Het geluid is gedempt door Jimmy's geslacht in haar mond, maar hoorbaar—een stotterend, hoog geluid dat uit haar keel komt. "Ah...!"
Ze trekt zich terug, Jimmy's lul glijdt uit haar mond met een nat geluid, en dan staat ze ineens op. John voelt de leegte waar ze was, de koude lucht die zijn natte huid raakt, en kreunt van frustratie—hij was dicht, zo dicht.
Maar Annemiek is niet klaar. Ze draait zich, haar ogen glazig maar haar bewegingen doelbewust, en duwt Jimmy achterwaarts op de betonnen vloer. Hij laat zich zakken, zijn lul wijzend naar de hemel, en zij gaat bovenop hem zitten, schuift haar natte kut over zijn lengte zonder aarzeling, zonder voorbereiding.
"Oh verdomme," zegt Jimmy, hard, en zijn handen grijpen haar borsten, zijn vingers diep in haar vlees. "Oh verdomme, je bent zo nat."
Annemiek kijkt achterom, haar haar plakkerig van het zweet op haar voorhoofd, haar ogen die Johns vinden in het schemerdonker. "John," zegt ze, en haar stem is hees, gebruikt. "Kom neuk mijn kont met je natte paal. Ik wil jullie allebei voelen, ik wil mijn kut en kont gevuld hebben."
De woorden hangen in de lucht, explicieter dan alles wat ze tot nu toe hebben gezegd. John staat stil, zijn lul in zijn hand, en dan beweegt hij—achter haar, tussen Jimmy's gespreide benen door, en hij ziet haar kontgat, zichtbaar nu waar ze voorovergebogen zit, nat van haar eigen vocht dat naar beneden is gelopen.
Hij positioneert zich, zijn punt tegen haar opening, en duwt. De weerstand is er, een ring van spieren die protesteren, maar dan geeft ze mee, ontspant zich, en hij glijdt naar binnen—strakker dan haar kut, intenser, een druk die van alle kanten lijkt te komen.
"Ah!" Annemiek's kreet is deze keer niet gedempt, een hard geluid dat door de bomen schalt. "Ah... ah... jullie... jullie zitten zo diep..."
De jongens vinden een ritme, niet bewust afgesproken maar organisch, Jimmy die omhoog stoot als John terugtrekt, en andersom, een zuigend gevoel dat door haar heen gaat en hen beiden raakt. John voelt Jimmy's lul door het dunne wandje tussen haar kut en kont, een pulserende aanwezigheid die elke beweging verdubbelt.
Ze neuken haar, neuken haar echt, niet meer het voorzichtige experimenteren van tieners maar iets dierlijker, dringender. Het beton schuurt tegen John's knieën, zijn handen grijpen haar heupen tot zijn vingers wit worden, en hij hoort zichzelf kreunen, een diep, dierlijk geluid dat hij niet herkent.
Annemiek's hoofd hangt naar voren, haar haar veegt over Jimmy's gezicht, en haar geluiden zijn nu een constante stroom—"Ah... ah... harder... ja, daar... ah...!"—woorden die over elkaar heen buitelen, die geen zin meer vormen maar alleen nog maar betekenis hebben in hun intensiteit.
Dan voelt John het weer, de verandering in haar, maar deze keer sterker, heftiger. Haar hele lichaam trekt samen, haar kont knijpt om hem heen tot het bijna pijn doet, en haar kreet is lang, uitgerekt, een "Ahhh...!" die eindigt in een stilte waarin alleen nog haar hijgen te horen is.
"Ah... ow...! Ik, ik, ik kan het niet meer... ik kom... help... ah... ah...!"
Haar orgasme is een golf die door haar heen gaat, die Jimmy en John meeneemt in zijn intensiteit. John voelt zijn eigen climax opborrelen, onstuitbaar nu, en hij hoort Jimmy's stem—"Ik kom, ik kom ook, niet stoppen..."
Ze spuiten bijna tegelijk, een synchronie die geen planning was maar pure fysiologie—John diep in haar kont, Jimmy in haar kut, hun sperma dat zich mengt met haar eigen vocht in een warme, natte chaos. John voelt de pulsen, telkens, zijn lichaam dat zich leegt in haar, en als hij terugtrekt, ziet hij het witte dat uit haar loopt, langs haar dijen, op Jimmy's buik.
Annemiek blijft zitten, ademhalend, haar lichaam nog steeds tussen hen in. Dan lacht ze, een geluid dat verrassend vrolijk klinkt na alles wat er is gebeurd. "Heerlijk," zegt ze, en haar stem is weer helder, de heesheid verdwenen. "Dit moeten we vaker doen."
De jongens knikken, nog steeds ademhalend. John,zijn lul slap wordend maar nog steeds gevoelig, en ziet het bewijs van wat ze hebben gedaan—op haar, op Jimmy, op het beton onder hen.
Ze staan op, langzaam, hun kleding zoekend in het donker. Annemiek trekt haar shirt aan, haar rokje naar beneden, en John ziet de witte vlek die op haar bovenbeen is gedroogd, die glimt in het licht van een verre lantaarnpaal. Ze maakt zich niet schoon, trekt geen slipje aan—die had ze niet—en de onverschilligheid daarvan is bijna erger dan alles wat ze hebben gedaan.
Ze zwaaien naar elkaar, een vreemd, kinderlijk gebaar na wat ze hebben gedeeld. Annemiek loopt weg, het pad op, haar silhouet verdwijnt tussen de bomen, en haar lach hangt nog even in de lucht.
John en Jimmy blijven staan, hun broeken nog open, hun haar in de war. Ze kijken elkaar aan, en in Jimmy's ogen ziet John iets wat daar niet was—een honger, een besef.
"Dit is geen einde," zegt Jimmy, en zijn stem is zacht maar klinkt hard. "Dit is pas het begin."
John knikt, en als ze het park uit lopen, hun schaduwen lang voor hen uit op het pad, voelt hij het al—de behoefte om weer achter zijn computer te kruipen, om meer te vinden, meer te zien, meer te doen. De wereld om hen heen is veranderd, heeft scherpe randen gekregen die hij eerder niet zag, en elke vrouw die ze passeren—de jogger met de strakke legging, het meisje op de fiets met haar rokje dat opwaait—is nu een mogelijkheid, een verhaal dat nog moet worden geschreven.
Ze zwijgen tot ze bij John's huis zijn, de lichten nog aan in zijn kamer waar de laptop wacht, het scherm nog warm van hun zoektocht. Jimmy legt een hand op zijn schouder voor hij naar binnen gaat.
"Morgen," zegt hij. "We mailen meer. We vinden meer. En we doen meer."
John glimlacht, en het is een uitdrukking die zijn gezicht niet kent—oud, bewust, gevaarlijk. "Morgen," bevestigt hij.
De deur valt dicht tussen hen, en John loopt naar boven, twee treden tegelijk, zijn hart nog steeds sneller kloppend dan normaal. Het scherm flikkert aan onder zijn aanraking, en hij ziet de mappen die wachten—mevrouw Van Dijk die nog steeds niet heeft geantwoord, de collegemeiden met hun neuspiercingen en hun onschuldige grijnzen, zijn eigen zus in een map die hij nog niet heeft durven openen.
Hij opent een nieuw venster, begint een nieuwe mail, en zijn vingers vliegen over het toetsenbord. De nacht is nog jong, en de wereld is vol van vrouwen die niet weten dat hij naar hen kijkt. Dat hij hen wil. Dat hij komt.





