
Hij hoort Anita beneden in de keuken, het gerinkel van kopjes, het sissen van de koffiemachine. Lisa's lach—hoog en nerveus, nog steeds verlegen van wat ze gisteren hebben gedaan. André glimlacht, voelt de tevredenheid van een voltooide verovering in zijn borstkas pulseren.
In de keuken leunt Anita tegen het aanrecht, gekleed in een losse ochtendjas die haar borsten half onthult. Haar haar zit in een rommelige knot, make-up nog een beetje gesmeerd van gisteravond. Ze kijkt op als hij binnenkomt, haar ogen vol warmte en iets wat verdrietig zou kunnen zijn als ze niet zo nadrukkelijk glimlacht.
"Koffie?" vraagt ze, al schenkend.
"Graag." Hij neemt het kopje aan, hun vingers raken elkaar, en ze laat haar hand een seconde te lang op zijn hand liggen.
Lisa zit aan de keukentafel, gekleed in een te groot T-shirt dat tot haar dijen reikt. Haar benen zijn opgetrokken, kin op haar knieën. Ze kijkt naar hem met een mengeling van schaamte en trots, alsof ze een geheim bewaart dat te groot is om te verzwijgen.
"Jij gaat al?" vraagt ze, haar stem iets te scherp.
"Werk wacht niet." André zet zijn koffie neer, loopt naar haar toe, strijkt met zijn hand door haar haar—een gebaar dat meer vaderlijk is dan hij voelt. "Maar het was... bijzonder."
Anita komt dichterbij, haar lichaam warm tegen zijn zijde. "We hebben geen haast. Blijf nog even."
Hij draait zich naar haar, ziet de smekende blik in haar ogen—niet om seks, maar om gezelschap, om het gat dat haar man heeft achtergelaten dat niemand ooit echt vult. André weet dit soort blikken. Hij heeft er honderden gezien, in honderden keukens, slaapkamers, hotelkamers.
"Ik moet echt gaan." Hij zet zijn kopje neer, onaangeroerd.
Dan, zonder waarschuwing, trekt Anita hem naar zich toe. Haar armen sluiten zich om zijn middel, haar gezicht begraven in zijn hals, ze ademt diep alsof ze zijn geur wil opslaan. Hij voelt haar borsten persen tegen zijn borstkas, de zachtheid van haar ochtendjas, het kloppen van haar hart.
"Bedankt," fluistert ze, zo zacht dat Lisa het niet kan horen. "Voor alles."
Hij wil iets terugzeggen—iets professioneels, iets afstandelijks—maar dan tilt ze haar gezicht, haar lippen vinden de zijne, en haar tong dringt tussen zijn lippen door met een honger die alle etiquette negeert. Hij reageert instinctief, zijn handen glijden naar haar onderrug, trekt haar dichter terwijl haar tong zijn mond verkent alsof ze nog steeds iets wil vinden wat ze gisteren heeft gemist.
Lisa kucht. "Mam..."
Ze breken los, beiden licht hijgend. Anita's wangen zijn rood, haar lippen gezwollen. "Sorry," zegt ze, maar ze klinkt niet overtuigd.
André veegt met zijn duim over zijn mondhoek, een restje vocht weg. "Tot ziens, Anita. Lisa." Hij knikt naar hen beiden, grijpt zijn tas die hij gisterenavond binnen heeft gezet, en loopt naar de deur.
Achter zich hoort hij Anita's stem, broos en te luid: "Kom nog eens terug! Als je in de buurt bent!"
Hij draait zich niet om. De deur valt achter hem dicht met een klik die definitief klinkt.
Buiten is de lucht fris, nog niet warm genoeg voor de middaghitte die komt. Zijn VW Polo staat waar hij hem heeft achtergelaten, stoffig, met een kras in de bumper die hij niet herkent. Hij gooit zijn tas op de passagiersstoel, start de motor, en rijdt weg zonder in zijn achteruitkijkspiegel te kijken.
Het dorp waar hij doorheen rijdt is nog niet wakker. Winkels met gesloten luiken, een enkele vroege fietser die hem nijdig aankijkt omdat hij te hard rijdt. André kent deze wegen niet, volgt zijn navigatie naar de volgende plaats op zijn lijst—een klant die hem heeft geboekt via Elite Companions, iets met een paardenfokkerij en een eenzame weduwe.
Maar eerst: koffie. Echte koffie, niet dat slappe aftreksel dat Anita serveerde.
Hij parkeert bij een terras bij een ijskraam, een ouderwetse zaak met gestreepte luifels en metalen stoelen die nog nat zijn van de ochtenddauw. Het meisje achter de toonbank—te jong, te verveeld—schept hem een dubbele bol vanille zonder hem aan te kijken.
André neemt plaats aan een tafeltje op het terras, zijn colbert opengeknoopt tegen de opkomende warmte. Het ijs is koud, te koud, prikt in zijn gehemelte terwijl hij achterover leunt en het park aan de overkant observeert.
En dan ziet hij hen.
Twee meiden op een bankje, niet ver van waar hij zit. De een heeft donker haar, een telefoon in haar handen, lacht om iets wat ze ziet. De ander—rood haar, gevlochten in een vlecht die over haar schouder valt—kijkt ook naar de telefoon, maar haar ogen dwalen, zoeken, vinden zijn blik.
André houdt het ijsje stil halverwege zijn mond. Hij kijkt terug, niet wegkijkend, niet glimlachend—gewoon kijken, observeren, wachten.
De roodharige kijkt weg, bloost, lacht nerveus om iets wat haar vriendin zegt. Maar dan, daar—haar ogen vinden hem weer, een seconde te lang, een fractie van interesse die ze niet kan verbergen.
André neemt een hap van zijn ijs, laat het smelten op zijn tong, geniet van het contrast tussen koud en warm. Hij steekt een sigaret op, inhaleert diep, laat de rook traag ontsnappen terwijl hij de twee meiden blijft bestuderen.
De roodharige—Saskia, zal hij later horen—is achttien. Dat ziet hij aan de manier waarop ze zit, nog niet volledig in haar lichaam thuis, de ongemakkelijke elegantie van iemand die net volwassen is maar zich nog niet volwassen voelt. Haar vriendin is ouder, of misschien alleen maar zelfverzekerder, de leider van dit tweetal.
Ze stoppen hun telefoons weg, staan op, en lopen weg. André ziet hoe Saskia een blik over haar schouder werpt, snel, stiekem, alsof ze wil verifiëren dat hij er nog is.
Hij is er nog.
En dan is ze weg, samen met haar vriendin, en André denkt: ‘Zonde.’ Die rode vlecht, die blos, die hongerige ogen—hij had haar graag willen verwennen. Hij had haar willen laten zien wat haar lichaam kan, waar het voor gemaakt is, hoe ver ze kan gaan als iemand haar de weg wijst.
Hij rookt zijn sigaret op, bestelt nog een koffie, kijkt naar de duiven die om de lege bank pikken waar de meiden zaten.
Tien minuten. Vijftien. Hij controleert zijn telefoon—geen berichten van Mila, geen nieuwe boekingen. De dag loopt voor hem, wacht op zijn beslissingen.
En dan ziet hij haar weer.
Saskia, alleen, loopt door het park in zijn richting. Haar vriendin is nergens te zien. Ze heeft haar vlecht over de andere schouder gelegd, een nieuwe blos op haar wangen die niet van de zon komt.
André blijft zitten. Niet veroverend, niet achtervolgend—gewoon aanwezig, beschikbaar, een mogelijkheid.
Ze komt dichterbij, haar pas verslapt, versnelt, verslapt weer. Op drie meter afstand stopt ze, haar handen diep in de zakken van haar spijkerjasje gestoken.
"Zo," zegt ze, en haar stem trilt een beetje, "nog steeds hier."
"Koffie drinken," antwoordt hij, alsof dat een volledige verklaring is.
"Mag ik bij je komen zitten?"
Hij gebaart naar de stoel tegenover hem, een uitnodiging zonder woorden.
Ze neemt plaats, niet helemaal ontspannen, haar knieën tegen elkaar geklemd. "Ik ben Saskia," zegt ze, alsof dat iets uitlegt.
"André."
"Ja." Ze kijkt naar haar handen, naar hem, naar het park. "Ik zag je eerder. Bij het bankje."
"Ik zag jou ook."
Haar blos wordt dieper roze, spreidt zich uit naar haar hals. "Mijn vriendin is naar huis. Ze had... afspraken."
"En jij niet?"
"Ik heb de tijd." Ze haalt haar schouders op, een gebaar dat ze te nonchalant wil zijn. "Mijn ouders zijn met vakantie. Naar de Veluwe, met de caravan. Met mijn jongere broertjes en zusjes." Ze kijkt op, test zijn reactie. "Ik ben alleen thuis."
André voelt het—de familiariteit van dit gesprek, de code die ze beide kennen. Hij neemt een slok koffie, laat de warmte door zijn keel glijden. "Gevaarlijk," zegt hij, "alleen thuis."
"Ik kan op mezelf passen." Ze tilt haar kin lichtjes omhoog, defensief, uitdagend.
"Dat geloof ik graag."
Ze praten over het weer—te warm voor de tijd van het jaar. Over school—haar laatste jaar, onzekerheden over wat daarna komt. Over haar ouders—streng, voorspelbaar, altijd bezig met de jongere kinderen terwijl zij wordt verondersteld volwassen te zijn.
André luistert, knikt op de juiste momenten, laat zijn ogen over haar gezicht dwalen alsof hij iets zoekt. En dan, geleidelijk, voelt hij het—haar been dat verschuift, dichterbij komt, haar dij tegen de zijne.
"Kijk," zegt ze, en haar telefoon verschijnt, "ik heb deze app. Met AI. Die maakt van alles... grappige filmpjes."
Ze leunt naar voren, haar schouder tegen zijn arm, haar gezicht dicht bij het zijne. De geur van haar—shampoo, iets fruitigs, de onschuldige geur van iemand die nog niet weet welk parfum bij haar past—vult zijn neusgaten.
Op het scherm: een video van haarzelf, maar dan als superheld, als kat, als iets wat hij niet begrijpt. Ze lacht, nerveus, haar vingertoppen trillen op het scherm.
"Grappig," zegt hij, maar hij kijkt naar haar, niet naar de telefoon.
Ze veegt, opent een andere app. "En deze... deze maakt ook dingen. Van foto's."
Het scherm toont haar gezicht, maar dan naakt. Haar lichaam, gereconstrueerd door algoritmes, bewegend, zoenend met een man die niet bestaat. Het is duidelijk gemanipuleerd, de huid te glad, de bewegingen te vloeiend, maar het is haar—haar gezicht, haar haar, haar vlecht.
"Ik zei al dat het niet echt is," fluistert ze, alsof iemand anders het kan horen. "Ik ben nog... ik ben nog maagd."
André kijkt naar het scherm, naar haar, terug naar het scherm. "Je ziet er mooi uit," zegt hij, en zijn stem is lager dan hij bedoelt. "Ook zo."
"Maar het is niet echt." Haar vinger trilt boven de verwijderknop.
"Dan zou ik je wel eens in het echt willen zien."
Haar ogen schieten naar hem, wijd, geschrokken, iets wat hij niet kan plaatsen—opwinding? Angst? Beide? "Hou op," zegt ze, maar er is geen overtuiging in haar stem.
Hij lacht, niet onaardig. "Is dat een nee?"
Ze kijkt weg, haar hand diep in haar zak, maar dan—dan voelt hij het. Haar hand, die uit haar zak komt, die op zijn dijbeen ligt, die langzaam omhoog glijdt.
André blijft roerloos zitten, zijn arm over de leuning van zijn stoel, hij probeert haar niet aan te raken, niet wegduwend. Hij voelt de warmte door zijn broek, het trillen van haar vingertoppen.
"U heeft een lief gezicht," fluistert ze, haar ogen nog steeds op het park gericht. "Ik denk dat u wel aardig bent."
"Dat zou je zelf moeten uitvinden."
Haar hand stijgt hoger, tastend, voorzichtig. Haar hoofd draait, haar gezicht komt dichterbij, haar adem warm tegen zijn wang. Hun lippen raken elkaar—eerst niet, dan wel, een kus die begint als vraag en eindigt als antwoord.
Haar tong dringt tussen zijn lippen door, onervaren maar enthousiast, en haar hand vindt wat ze zocht—de hardheid in zijn broek, de spanning die daar is sinds hij haar zag.
André laat zijn arm zakken, zijn hand op haar schouder, zijn duim die over haar sleutelbeen strijkt. Ze kreunt, zacht, een geluid dat niemand anders kan horen, en drukt zich tegen hem aan.
"Ik wil dat je met me vrijt," fluistert ze in zijn oor, haar adem heet, haar woorden gestikt "Je kunt vannacht bij mij slapen. En dan... dan wil ik dat je me ontmaagd."
Hij trekt zijn hoofd terug, kijkt haar aan. Haar ogen zijn vochtig, haar lippen geopend. "Je kent me net," zegt hij, en zijn stem is eerlijk, geen spelletje nu. "Je bent nog jong. Wil je dit echt?"
"Ja." Haar hand knijpt in zijn kruis, een belofte, een smeekbede. "Ik voel je pik al. Ik wil dat jij de eerste bent. Die mijn kutje gaat neuken."
André kijkt naar haar—de vastberadenheid in haar kaak, de angst in haar ogen die ze probeert te verbergen. Hij denkt aan Anita, aan Lisa, aan alle anderen die hem wilden voor iets wat hij niet kon geven. Maar dit—dit is anders. Dit is iemand die weet wat ze wil, zelfs als ze niet weet wat het betekent.
"Nou," zegt hij, en zijn duim vindt haar tepel door de stof van haar shirt, knijpt zacht tot ze hijgt, "jij weet wat je wilt."
Ze staat op, haar hand in de zijne trekkend. "Kom. Ik ben al... geil."
Het woord klinkt ongemakkelijk in haar mond, te expliciet voor haar onervarenheid, maar André volgt haar. Hij laat geld achter op de tafel, pakt zijn jas, en loopt met haar het park uit.
Haar huis is een rijtjeshuis in een straat die overal hetzelfde lijkt—gekleurde deuren, bloempotten, een buurman die zijn auto wast en hen nijdig aankijkt omdat ze te luid lachen.
"Dag, meneer Van Dijk!" roept Saskia, te vrolijk, te nerveus. Ze duwt André naar binnen, de deur dicht, de wereld buitengesloten.
De woonkamer is klein, opgeruimd, met foto's van familie aan de muur—Saskia als kind, Saskia met haar ouders, Saskia met een paard dat te groot lijkt voor haar. André kijkt naar de bank, naar de keuken die erachter ligt, naar de trap die naar boven leidt.
"Hoe vind je het?" vraagt ze, haar armen over elkaar, zichzelf beschermend nu er geen publiek is.
"Gezellig." Hij loopt naar haar toe, zijn handen op haar schouders, zijn voorhoofd tegen het hare. "Wil je wat drinken?" Vraagt ze. “We hebben wijn, bier of iets fris.”
Hij knikt, maar hij kust haar voor ze kan bewegen, zijn tong diep in haar mond, zijn handen die haar shirt omhoog duwen. Ze reageert met een honger die alle formaliteit verbrandt, haar vingers die zijn rits openen, die zijn stijve pik omvatten, lichtjes rukkend alsof ze bang is om te hard te zijn.
"Hier," zegt hij, en hij tilt haar op, draagt haar naar de bank, legt haar neer met haar benen over de armleuning. Haar bloesje is open, haar borsten vrij—klein, stevig, met tepels die hard zijn tegen zijn vingertoppen.
"Ja," kreunt ze, "ga door, ga door."
Hij knijpt, trekt, voelt haar lichaam zich onder hem krommen terwijl ze harder begint te rukken, haar hand niet meer voorzichtig maar wanhopig.
"Kom mee," hijgt ze, "naar boven. Ik wil dat je me neukt. Dat je me ontmaagd. Diep."
Ze trekt hem mee de trap op, haar kleren vallen op de treden—shirt, bh, spijkerbroek. Op de slaapkamer kleedt ze zichzelf helemaal uit, staat naakt voor hem, haar vlecht over haar borst. Ze is mager, onvolgroeid, met heupen die nog niet de ronding hebben van een volwassen vrouw.
Maar haar ogen—haar ogen zijn oud, hongerig, verlangend.
Ze gaat op het bed liggen, haar benen wijd, haar handen op haar dijen. "Kom," zegt ze, "doe het. Neuk me. Maak me een volwassen vrouw."
André kleedt zich uit, langzaam, laat haar kijken. Zijn colbert, zijn shirt, zijn broek, zijn boxershort—alles valt op de vloer tot hij naakt staat, zijn pik stijf tegen zijn buik, kloppend in het tempo van zijn hart.
Hij kruipt bovenop haar, voorzichtig, zijn gewicht op zijn ellebogen. Zijn pik klopt tegen haar kutje, voelt de warmte, de vochtigheid, de strakheid van iemand die nog nooit is binnengedrongen.
"Kom," fluistert ze, haar nagels in zijn rug, "duw hem erin. Neuk me als een wilde stier. Ik wil het. Ik wil geramd worden, hard geneukt. Ik wil me een slet voelen."
André duwt, voelt de weerstand, de spanning van haar onervaren lichaam. Ze kreunt, haar hoofd achterover, haar nek bloot. Hij duwt harder, voelt haar iets meegeven, een scheur, een zucht, en dan is hij binnen—warm, strak, nat, een greep om zijn pik die hem duizelig maakt.
"Hou op," kreunt ze, maar ze bedoelt het niet, haar heupen komen omhoog om hem dieper te trekken. "Nee, niet stoppen—meer, harder, dieper."
Hij begint te stoten, langzaam eerst, dan sneller, zijn heupen die een ritme vinden dat ze nog niet kent maar instinctief volgt. Haar kreten vullen de kamer—"Ja, meer... neuk me... harder... laat me komen... laat me je sletje zijn..."
Hij neemt haar als een machine, als een instrument van haar verlangen, zijn pik die haar kutje opent, die de grenzen opzoekt en verlegt. Ze is strakker dan iemand die hij ooit heeft gevoeld—strakker dan Anita, strakker dan Lisa, een omhelzing om zijn lul die hem naar de rand drijft.
Haar lichaam verkrampt, haar rug buigt, haar kreten worden scherper—"Ah! Ah! Ik kom—ik kom—" En dan spuit ze, haar kutje pulseert om hem heen, haar vloeistof warm tegen zijn ballen.
André stopt niet, stoot door haar orgasme heen, voelt haar samentrekkingen die hem masseren. Maar hij komt niet, trekt zich terug terwijl ze nog hijgt, haar ogen wazig van plezier en teleurgesteld van de leegte.
"Je hebt nog niet gespoten," zegt ze, teleurgesteld, verwachtingsvol.
"Dat komt nog wel." Hij kust haar buik, haar heupen, haar dijen. "We zijn nog niet klaar. We kunnen de hele nacht doorgaan."
Haar ogen lichten op, een kind dat meer snoep krijgt dan verwacht. "Zullen we wat eten. Pizza? Ik kan wel pizza’s bestellen."
"Goed."
Ze rolt van het bed, haar telefoon zoekend, en hij ziet het—het bloed op het laken, het bewijs van wat ze is, wat ze was. Hij voelt iets wat hij niet wil benoemen, iets dat te dicht bij bezit komt, te dicht bij betekenis.
Saskia belt, haar stem professioneel terwijl haar ogen op zijn naakte lichaam gericht blijven. "Ja, een large... pepperoni en... wat wil jij?"
"Surprise me."
Ze bestelt, haar hand die af en toe naar zijn pik reikt, hem aanraakt, hem hard houdt. Tijdens het gesprek stoot hij zachtjes in haar kutje, voelt haar haperen, haar stem trilt terwijl ze probeert normaal te klinken.
"Dertig minuten," zegt ze, de telefoon wegleggend. "Kom, we douchen. Snel."
De badkamer is klein, de douchekop lekt, het water te heet en dan weer te koud. Ze zeepen elkaar in, hun lichamen glad onder de straal, en dan heeft hij haar weer—tegen de tegelwand, haar benen om zijn middel, zijn pik die haar vult terwijl het water over hen heen stroomt.
"Ah—" hijgt ze, "hou op—ze komen zo—"
Hij stoot harder, voelt haar bijna komen, haar kutje trekt zich om hem heen. "Laat ze maar," grauwt hij, "laat ze horen wat je bent."
Ze komt, hard, haar kreten gedempt in zijn schouder waarin ze bijt, en dan—de deurbel.
"Shit!" Ze laat hem los, trekt een ochtendjas van de haak, over haar blote lijfje en holt de trap af.
André staat onder de straal, zijn pik nog stijf, kloppend, onbevredigd. Hij hoort haar beneden—gedempte stemmen, het gerinkel van geld, de deur die dichtslaat.
Ze komt terug, twee pizza's in haar handen, haar ochtendjas open zodat hij haar borsten ziet, haar nog natte kutje. "Kom," zegt ze, "eten."
Ze zitten op de bank, de ochtendjassen—van haar ouders, oud en te groot—luchtig om hun schouders. De pizza is vet, heet, perfect. En hun lichamen naakt, bloot, en stijf—ze eten alsof ze een leven lang honger hebben gehad.
Haar hand vindt zijn pik, trekt er zachtjes aan terwijl ze kauwt. Hij laat zijn vingers over haar dij glijden, naar binnen, naar waar ze nog nat is van hem.
Na het eten—twee stukken per persoon, de rest vergeten, geen tijd—duiken ze op elkaar. De ochtendjassen vallen op de vloer, ze liggen op de bank, zijn pik weer diep in haar kutje, en ze komt alweer, sneller nu, gewend aan de sensatie, hongerig voor meer.
"Kom," hijgt ze, "kom in me—ik wil het voelen—je hete zaad—"
Hij trekt zich terug, spuit over haar buik, haar borsten—witte druppels op haar blanke huid, een patroon van bezit.
"De volgende keer," zegt ze, haar vinger door zijn sperma halend, "mag je in me komen. Ik ben aan de pil. Vanwege een onregelmatige menstruatie."
Hij knikt, hijgt, zijn halfstijve pik nog nadruppelend in zijn hand. "Ik ga je verder neuken," zegt hij. "En misschien... misschien neuk ik je kontje?"
Haar ogen fonkelen, nieuwsgierig, bang, opgewonden. "Ja. Ik wil een echte slet zijn. Die niet zonder lul kan. Die alles kan en wil hebben, kutje en kontje gevuld, misschien wel dubbel, twee lullen die me vullen.”
Ze gaan naar bed, maar niet om te slapen—hij neemt haar opnieuw, van achteren, van opzij, zij bovenop hem en ze berijdt hem als een cowgirl met een vastberadenheid die haar onervarenheid verhult. Vier orgasmes, telt hij, voordat hij haar omdraait.
"Nu je kontje," zegt hij, zijn vinger nat van haar kutje die haar andere opening voorbereidt. "Dit doet pijn in het begin. Strakker dan je kutje."
"Dat geeft niet." Ze drukt haar gezicht in het kussen, haar billen omhoog. "Ik wil het. Ik wil ervan genieten. Van die pik van jou."
Hij duwt voorzichtig, voelt de weerstand, de angst die ze verbijt. En dan, geleidelijk, geeft ze toe—haar kontje opent, sluit zich om hem, een greep die hem ademloos maakt.
Ze schreeuwt, niet van pijn alleen, van de intensiteit, van het taboe. "Ah! Ah! Ik kom—ik kom weer—"
Haar orgasme is harder, scherper, een convulsie die haar hele lichaam laat schudden. Hij stoot door, voelt zijn eigen orgasme opkomen, en dan—spuit hij in haar kontje, diep, vol, een warmte die ze voelt tot in haar buik, ze voelt hoe hij haar vult met een gloeiend hete lading sperma.
Daarna gaan ze weer douchen, maar nu neemt hij haar tegen de koude muur, de hete straal op zijn rug, haar benen om zijn middel terwijl ze kreunt en weer komt, nu moe, nu uitgeput, nu volledig gevuld, hangt ze in zijn armen, hij houdt haar vast, terwijl ze vermoeid wegvalt.
Hij draagt haar naar bed, haar lichaam zwaar in zijn armen, te moe om te lopen. Ze nestelt zich tegen hem aan, haar hand op zijn borst, en slaapt—af en toe wordt ze wakker om te controleren of hij er nog is, of zijn pik weer leven vertoont.
En ja—tussen slaap en waken voelt hij haar mond, warm, nat, om hem heen. Ze zuigt hem stijf, klimt bovenop hem, en ze neuken nogmaals, langzaam, vermoeid, volledig verbonden, al knuffelend.
De ochtend komt grijs door de gordijnen. Saskia maakt koffie, naakt, haar vlecht los nu, haar haar een wild rood kussen om haar schouders. Ze drinken de koffie zwijgend, de intimiteit van de nacht nog tussen hen in.
"Ik moet gaan," zegt hij uiteindelijk.
Ze knikt, niet verrast, niet verdrietig—iets tussen beide in. "Kom je terug?"
"Misschien."
"Ik hoop het." Ze kust hem, een zoen die zowel afscheid als belofte is.
Hij kleedt zich aan, zijn colbert strak over zijn schouders, zijn stoppelbaardje een dag ouder. Bij de deur draait hij zich om, ziet haar staan—naakt, mooi, veranderd.
"Ik heb je een vrouw gemaakt, een mooie sexy vrouw.” zegt hij, niet als vraag.
Ze glimlacht, een glimlach die te oud is voor haar gezicht. "Je hebt me een slet gemaakt. Geil en hunkerend. Ik denk dat ik dat leuker vind. Dat ik me meer vrouw voelt, telkens als een man zijn lul in mij duwt en me neukt."
André lacht, opent de deur, stapt de ochtend in. Achter hem valt de deur dicht, en hij loopt naar zijn auto zonder om te kijken.
‘Jammer’, denkt hij, terwijl de motor start. ‘Maar het leven gaat door.’
Hij rijdt weg, de straat uit, het dorp uit. Op naar het volgende project. Op naar het volgende kutje om te vullen.





