
"Drie uur, man," zegt Mark, zijn stem nog schor van de laatste biertjes. "Klara wordt niet blij."
Johan lacht, een loom geluid dat uit zijn borst opborrelt. "Klara snapt het. Die weet dat ik met mijn maten wat wil drinken." Hij steekt zijn hand uit naar de schouder van Björn, die zwijgend naast hem loopt. "En jullie zijn mijn maten, toch?"
Björn knikt, zijn ogen glimmen in het licht van de straatlantaarn. "Altijd, broer."
Ze lopen in een losse formatie door de wijk, hun stappen echoën tussen de rijtjeshuizen die als donkere silhouetten tegen de bewolkte hemel aftekenen. Hier en daar brandt er nog boven een lichtje, het blauwe schijnsel van een televisie die niemand meer kijkt. In nummer 34, het hoekhuis met de rode deur, brandt de halogeenlamp boven de voordeur. Klara wacht.
Johan merkt het niet. Hij merkt ook niet dat Mark en Björn een blik wisselen, een fractie van een seconde van oogcontact die niemand registreert. Hij merkt niet dat Daan, die achter hen loopt met zijn handen diep in zijn jaszakken, zijn telefoon uit zijn zak haalt en een bericht typt zonder te kijken. Het scherm licht zijn gezicht kort op: groen, verzonden.
"Nog ééntje dan," zegt Mark, en hij grijpt Johan bij de arm. "Voor we naar huis gaan. Ik heb nog een fles whiskey staan, herinner je? Die gekregen van mijn oom."
Johan wil protesteren, maar de alcohol in zijn bloed maakt hem traag, genadig. "Thuis," mompelt hij. "Klara."
"Precies," zegt Björn, en nu klinkt zijn stem anders, een toon die Johan niet herkent. "We brengen je wel naar Klara."
Ze slaan de hoek om, weg van zijn huis, richting het appartement van Mark op de tweede verdieping van een jaren-zestig flat. Johan merkt het amper. De straat draait een beetje, de lantaarnpalen wiebelen alsof ze op golven staan. Hij lacht weer, deze keer om niets in het bijzonder.
In de lift leunt hij tegen de spiegelwand, zijn gezicht een wazige vlek tussen de vingerafdrukken. Mark staat voor hem, blokkeert de uitgang alsof Johan zou willen ontsnappen. Alsof dat nodig is. Zijn benen voelen zwaar aan, lood in zijn schoenen. Het effect van tien biertjes, denkt hij nog. Of elf. Hij is de tel kwijtgeraakt ergens tussen het darten en dat liedje dat Björn had meegebruld.
"Zit je lekker, maat?" vraagt Mark.
"Prima," zegt Johan, en zijn tong voelt dik in zijn mond. "Top avond."
De flat ruikt naar oude sigaretten en de zoete lucht van wierook die nooit helemaal is weggegaan. Mark loopt voor naar de keuken, en Johan hoort het gekletter van glazen, het gerinkel van ijsblokjes. Daan helpt hem op de bank, een bruine constructie van kunstleer die plakt tegen zijn handpalmen.
"Rustig aan," zegt Daan, en zijn stem klinkt ver weg, alsof hij door water spreekt.
Johan knikt, of hij denkt dat hij knikt. Zijn hoofd valt achterover tegen de kussens, en hij kijkt naar het plafond waar een barst loopt als een rivierdelta in het stucwerk. Mooi, vindt hij. Artistiek. Hij wil iets zeggen over de barst, maar de woorden komen niet verder dan zijn keel.
Mark staat plotseling boven hem, een glas in elke hand. "Speciaal voor jou, vriend. De laatste van de avond."
Johan reikt ernaar, en zijn vingers sluiten zich om het koude glas. De vloeistof is donker, amberkleurig, en het ruikt naar rook en vanille en iets scherpers dat hij niet kan plaatsen. Hij drinkt, en de whiskey brandt een pad naar zijn maag. Te veel, denkt hij nog. Maar de gedachte glijdt weg, verdwijnt in de warmte die door zijn lichaam spoelt.
"Goed?" vraagt Mark.
"Goed," herhaalt Johan, en zijn tong weigert nu helemaal mee te werken.
Hij ziet Björn en Daan aan de keukentafel zitten, hun hoofden dicht bij elkaar, gefluister dat hij niet kan verstaan. Mark staat nog steeds over hem heen gebogen, zijn gezicht een masker van schaduwen in het enige licht dat brandt: een staande lamp in de hoek die flikkert alsof hij stervende is.
"Je vrouw," zegt Mark, en zijn stem lijkt uit een tunnel te komen. "Klara."
"Klara," bevestigt Johan, of hij denkt dat hij het bevestigt. Het woord klinkt als een zucht, als het einde van een ademhaling.
"Die is speciaal," zegt Mark. "Die is... heet."
Johan wil knikken, wil zeggen dat hij het weet, dat hij het elke dag weet, maar zijn hoofd weigert. Zijn ogen willen dicht, zwaar als gordijnen van nat fluweel. Hij vecht ertegen, richt zijn blik op het plafond, op die barst die nu lijkt te bewegen, te pulseren in een ritme dat hij niet begrijpt.
"Slaap maar," zegt Mark, en nu is zijn stem zacht, bijna teder. "We brengen je wel naar huis."
Johan hoort nog iets, het geluid van telefoons die worden gepakt, van stemmen die zachter worden, alsof ze niet voor hem bedoeld zijn. Dan is er niets meer dan de zachte val in duisternis, warm en onvermijdelijk als water.
De eerste die hem ziet, is Daan.
Hij staat in de deuropening van de woonkamer, zijn jas nog aan, zijn schoenen uit, en hij kijkt naar het lichaam op de bank alsof het een kunstwerk is dat hij niet begrijpt. Johan ligt op zijn rug, zijn armen langs zijn zij, zijn mond een beetje open. Zijn ademhaling is diep, regelmatig, het ritme van iemand die ver weg is.
"Is hij..." begint Daan.
"Diep weg," zegt Mark, die achter hem staat. "Mijn oom neemt die pillen voor zijn rug. Eén is genoeg voor acht uur slaap. Ik heb er twee in zijn whiskey gedaan."
Ze staan in stilte, alle vier, en kijken naar Johan. De woonkamer is schemerig verlicht, alleen een tafellamp naast de bank werpt een warme cirkel over zijn gezicht. Buiten is het stil, de wijk slaapt. In de keuken staat een mok koffie die Klara heeft laten staan, nog halfvol, koud geworden.
"En nu?" vraagt Björn. Zijn stem is hoger dan normaal, gespannen.
Mark loopt naar de bank, buigt zich over Johan heen. Zijn vingers werken aan de knopen van diens overhemd, methodisch, alsof hij een pasgeborene aankleedt. "Nu helpen we hem uit zijn kleren."
Daan aarzelt nog steeds in de deuropening. "Dit is gek, man. Dit is..."
"Wat?" vraagt Mark, zonder op te kijken. "Dit is wat we altijd doen. Dit is wat jullie willen." Hij heeft het overhemd open nu, trekt het van Johan's schouders, onthult het bleke vlees eronder. "Jullie willen haar toch? Klara?"
Stilte. Dan, van Björn: "Ja."
"Dan doen we dit," zegt Mark. "Dit is het cadeau. Dit is hoe het gebeurt."
Hij trekt Johan's broek naar beneden, en het linnen glijdt over de heupen, over de dijen. Onder de donkere stof van zijn boxershort ziet Daan iets bewegen, een reactie die het lichaam niet kan onderdrukken. Johan's pik is half stijf, gevuld met bloed dat zijn brein niet meer controleert, een biologische rest van dromen die ze niet kunnen zien.
"Neem je telefoon," zegt Mark tegen Daan. "Film dit."
Daan haalt zijn telefoon uit zijn zak, zijn vingers trillen licht. Het scherm licht op, wit-blauw, en hij richt de camera op Johan's naakte lichaam. De lens vangt alles: de bleekheid van zijn huid in het lamplicht, de donkere haren op zijn borst, de vorm onder de stof van zijn boxershort die nu volledig stijf is, rechtopstaand, een vinger die naar het plafond wijst.
"Goeie shit," mompelt Björn. Hij staat aan de andere kant van de bank, zijn ogen gaan niet van Johan af, maar zijn handen bewegen, treffen zichzelf door zijn jeans heen. "Dit is gek."
"Dit is perfect," zegt Mark. Hij heeft Johan's sokken nu ook uit, laat het hele lichaam bloot liggen op de kunstleren bank. Alleen de boxershort blijft, een laatste barrière die hij niet wegneemt. "Dit is hoe ze hem wil zien. Dit is wat ze heeft gevraagd."
"Gevraagd?" Daan's stem breekt bij het woord.
Mark kijkt op, en voor het eerst sinds ze binnen zijn gekomen, glimlacht hij. Niet vriendelijk. "Denk je dat dit mijn idee was? Denk je dat ik dit zomaar doe?" Hij schudt zijn hoofd, trekt zijn eigen overhemd uit, onthult een torso getatoeëerd met symbolen die Daan niet herkent. "Klara belt me. Al maanden. 'Laat me zien wat hij niet kan,' zegt ze. 'Laat me zien wat een echte man doet.'"
Hij loopt naar de vensterbank, grijpt zijn jas, haalt er iets uit. Een flesje, klein, farmaceutisch. "Dit had ze voor me klaargelegd. Voor vanavond. 'Geef het hem,' zei ze. 'En breng hem naar me toe.'"
Björn lacht, een kort, scherp geluid. "Die slet."
"Precies," zegt Mark. "Die slet. Onze slet. En nu gaan we haar geven wat ze wil."
Ze tillen Johan op, een lijk van warm vlees, en dragen hem door de gang naar de slaapkamer. Zijn hoofd valt naar achteren, zijn mond opent en sluit zich in een slaap die geen dromen kent. Ze leggen hem op het bed, op zijn rug, en Mark trekt de boxershort uit, laat de stijve pik in de koude lucht staan.
"Terug naar de woonkamer," zegt hij. "Ze komt zo."
Klara hoort hen aankomen.
Ze zit boven, op de rand van hun bed, gekleed in niets dan een zijden peignoir die ze heeft gekocht voor een gelegenheid die nooit kwam. Haar huid prikt van verwachting, van het weten van wat er gaat komen. Ze heeft zichzelf al klaargemaakt, vingers die in en uit haar gleden tot ze nat was, tot de geur van haar eigen opwinding de kamer vulde.
Ze staat op, loopt naar de spiegel. Haar rode haar valt los over haar schouders, een waterval van koper en vuur. Haar borsten, zwaar en rond, trekken de zijde strak. Ze ziet de donkere vlekken van haar tepels door de stof heen, hard en pijnlijk gevoelig. Ze bijt op haar lip, en het gezicht in de spiegel bijt mee.
Onder haar klopt iets, een tweede hart tussen haar benen. Ze heeft het al uren, dit verlangen, dit wachten op wat komen gaat. Sinds ze Mark heeft gebeld, sinds ze het plan heeft uitgelegd. Johan denkt dat ze vanavond zou lezen, een avond voor zichzelf, tijd alleen. Hij weet niet dat ze elke avond alleen is, dat ze leest om de uren te vullen tussen de momenten dat ze wordt gevuld.
Ze hoort stemmen beneden, gedempt, mannen die fluisteren. Dan voetstappen op de trap, zwaar, veel. Ze telt er vier, ze weet dat er vier moeten zijn. Mark had het gezegd: "Ik breng de jongens mee. Die willen je ook."
Ze wilde niet weten wie. Het maakt niet uit wie. Het gaat om het aantal, om de herhaling, om het eindeloze neuken dat haar leegmaakt en weer vult.
De deur gaat open, en Mark staat in de deuropening. Zijn torso is naakt, getatoeëerd, en zijn handen hangen langs zijn zij alsof ze wapens zijn. Achter hem ziet ze Björn, Daan, en een vierde die ze niet herkent, jonger, magerder, met ogen die haar van top tot teen bekijken en blijven bekijken.
"Je man slaapt," zegt Mark.
"Ik weet het," zegt Klara. Haar stem klinkt lager dan normaal, gehavend door de sigaretten die ze heeft gerookt om de tijd te doden. "Laat me hem zien."
Ze lopen naar beneden, een processie van opwinding, en Klara volgt. De woonkamer ruikt naar hen, naar mannenzweet en de zoete lucht van de slaappil die nog in de lucht hangt. Johan ligt op de bank, precies zoals ze hem wilde: naakt, kwetsbaar, onwetend. Zijn pik staat omhoog, een monument van zijn onmacht.
"Film hem," zegt ze tegen Daan, die nog steeds zijn telefoon vasthoudt. "Film alles."
Dan draait ze zich naar Mark, en haar handen gaan naar de strik van haar peignoir. De zijde valt open, glijdt van haar schouders, ploft zacht op de grond. Ze staat naakt in het lamplicht, haar lichaam een landschap van heuvels en dalen, van schaduw en vlees.
"Wie eerst?" vraagt ze.
Mark hoeft niet te antwoorden. Hij is al bij haar, zijn handen op haar borsten, zijn mond op haar hals. Ze voelt zijn harde pik tegen haar buik, door zijn jeans heen, en ze kreunt, een diep geluid dat uit haar buik komt.
"Jij," zegt ze. "Altijd jij."
Hij duwt haar naar de bank, niet naar Johan toe maar ernaast, naar de lege ruimte waar de kussens verspreidt liggen. Ze laat zich zakken, spreidt haar benen, en de anderen zien haar kut voor het eerst: roze, open, nat van haar eigen vocht en het voorwerk dat ze heeft gedaan.
"Kijk naar hem," zegt Mark, en hij richt haar kin met zijn vinger, dwingt haar hoofd te draaien naar Johan. "Kijk naar je man terwijl ik je ga neuken."
Ze kijkt. Ze ziet zijn gesloten ogen, zijn open mond, zijn pik die onbeweeglijk naar het plafond wijst. En dan voelt ze Mark bij haar, zijn handen die haar benen nog verder spreiden, de kop van zijn pik die tegen haar opening tikt, nat en warm en groot.
"Ah," zegt ze, en het woord is een uitademing, een begin.
Duwt hij naar binnen, en ze voelt elke centimeter, elke ader, elke pulserende hartslag van zijn bloed. Hij is groter dan Johan, altijd groter, en ze voelt de stretch, de lichte brand die overgaat in iets diepers, iets dat haar buik van binnenuit raakt.
"Zo," zegt Mark, en hij beweegt, traag eerst, een ritme dat hij zelf bepaalt. "Zo wil je het toch, slet?"
"Ja," hijgt ze. Haar ogen zijn nog steeds op Johan gericht, op het slapende gezicht dat niets weet, niets ziet. "Ja, zo."
Hij versnelt, zijn heupen klappen tegen haar dijen, en het geluid vult de kamer: nat, zacht, herhaald. Slap-slap-slap, het ritme van vlees op vlees, van een pik die in en uit gaat haar kut glijdt, die haar vult en weer leegmaakt.
"Ah-ah-ah," kreunt Klara, en haar handen grijpen de kussens, trekken ze naar zich toe. "Ah, Mark, je bent zo... ah..."
"Wat?" vraagt hij, en zijn stem is schor, gebroken. "Wat ben ik?"
"Groter," zegt ze. "Harder. Ah! Dieper!"
Hij duwt haar benen omhoog, over zijn schouders, en nu komt hij nog dieper, raakt een plek die haar doet kronkelen, die haar rug doet buigen van het bed. Ze schreeuwt, niet bang om wakker te maken, want ze weet dat hij niet wakker wordt, dat hij urenlang zal liggen terwijl ze wordt gebruikt.
"Film dit," zegt Mark tegen Daan, en zijn stem is een bevel. "Film hoe ze kreunt. Film haar gezicht."
De telefoon is dichtbij nu, het scherm een oog dat alles ziet. Klara kijkt ernaar, ziet zichzelf vervormd in de lens, haar mond open, haar ogen half dicht. Ze ziet Mark achter haar, zijn gezicht een masker van concentratie, zijn torso die glimt van het zweet dat zich al begint te vormen.
"Meer," zegt ze, en ze weet niet tegen wie. "Meer."
Mark trekt zich terug, zijn pik glijdt eruit met een zuigend geluid, en ze voelt de leegte als een wond. Maar hij is nog niet klaar. Hij grijpt haar bij de heupen, draait haar om, dwingt haar op handen en knieën te gaan. Haar gezicht is nu naar Johan toe, centimeters van zijn slapende lichaam. Ze ruikt zijn aftershave, de geur die ze elke ochtend kent, nu gemengd met iets chemisch, de slaap.
"Kijk naar hem," zegt Mark weer, en nu is zijn stem zacht, bijna teder. "Kijk naar je man terwijl ik je van achter neuk."
Hij duwt naar binnen, en dit is anders, dit is dieper, dit raakt plekken die ze niet kent. Ze kreunt, hard, en het geluid schommelt tussen hen in, tussen haar en Johan, tussen wakker en slapend.
"Ah-ah-ah," stamelt ze, en haar hoofd valt naar voren, haar voorhoofd raakt bijna zijn dij. "Ah, Mark, je pik is zo... ah... groot!"
"Jouw kut is zo strak," antwoordt hij, en zijn handen grijpen haar heupen, trekken haar naar zich toe bij elke stoot. "Jouw kut is gemaakt voor dit, slet. Gemaakt om geneukt te worden."
"Ja," hijgt ze. "Ja, geneukt. Gebruikt. Ah!"
Hij versnelt, en nu is er geen ritme meer, alleen nog maar het bonken, het rauwe neuken dat haar vooruit duwt, die haar gezicht dichter bij Johan brengt. Ze voelt zijn warmte, voelt de stijfheid van zijn pik tegen haar wang als ze haar hoofd draait.
"Neem hem," zegt Mark, en hij lacht, een kort, scherp geluid. "Neem hem in je mond. Laat hem proeven."
Ze aarzelt niet. Haar hand grijpt Johan's pik, en het is vreemd, dit, het vasthouden van zijn slapende lichaam terwijl ze wordt geneukt. Maar haar mond is al open, haar lippen al rond zijn eikel, en ze zuigt, niet echt, niet met intentie, maar als onderdeel van het spel, als bewijs van waar ze is.
Mark ziet het, filmt het misschien, en het maakt hem harder, wilder. Hij grijpt haar haar, trekt haar hoofd naar achteren, en haar mond laat Johan los met een ploppend geluid.
"Niet klaarkomen," zegt hij. "Nog niet. De anderen willen ook."
Hij trekt zich terug, en ze voelt zijn zaad langs haar dijen lopen, warm en dik, niet genoeg om te vullen maar genoeg om te markeren. Mark ademt zwaar, zijn borstkas gaat omhoog en daalt, en hij knikt naar Björn.
"Jij."
Björn hoeft niet twee keer te worden gevraagd. Hij is al naakt, zijn kleren ergens op de grond gegooid, en zijn pik is kleiner dan Marks maar harder, paars van het bloed dat erdoor pompt. Hij duwt Klara naar de tafel, hetzelfde tafelblad waar ze elke ochtend haar koffie drinkt, en buigt haar over het hout.
"Kijk naar hem," zegt Björn, en hij herhaalt het ritueel, dwingt haar ogen op Johan te houden. "Kijk naar je man terwijl ik je kut volspuit."
Hij duwt naar binnen zonder voorbereiding, en ze kreunt van de plotselinge vulling, van de manier waarop hij haar uitrekt, haar opent. De tafel kraakt onder haar gewicht, het hout hard tegen haar tepels, en ze voelt elke stoot als een schok door haar hele lichaam.
"Ah-ah-ah," stamelt ze, en haar vingers krabben over het tafelblad, zoeken houvast die er niet is. "Ah, Björn, je bent zo... ah... snel!"
"Jij maakt me geil," hijgt hij. "Jij en je sletachtige kut. Ik heb gedroomd van dit, weet je. Jaren. Sinds die keer op de verjaardag, toen je die jurk droeg..."
Ze herinnert het zich niet, of doet alsof. Het maakt niet uit. Wat telt is nu, dit, de pik die in en uit haar glijdt met een tempo dat haar adem afsluit.
"Harder," zegt ze, en haar stem is een smeekbede. "Harder, Björn. Gebruik me."
Hij gebruikt haar. Zijn handen grijpen haar schouders, trekken haar naar zich toe bij elke stoot, en het geluid is harder nu, het rauwe slaan van vlees op vlees, de tafel die tegen de muur bonkt. Daan filmt alles, zijn telefoon een constante aanwezigheid, en de jongere jongen, degene die ze niet kent, staat in de hoek, zijn hand diep in zijn broek, zijn ogen groot van het kijken.
"Ah-ow-ah!" kreunt Klara, en ze voelt het komen, de golf die vanuit haar buik opborrelt. "Ik, ik ga... ah!"
Ze komt, hard, en het is geen elegante climax maar een ruk door haar hele lichaam, een spasmen die haar buik samenknijpt en haar benen doen trillen. Björn voelt het, haar kut die om hem heen pulst, en hij kreunt, trekt zich terug, spuit zijn zaad over haar rug, dikke draden die op haar huid landen en langzaam naar beneden lopen.
"Volgende," hijgt hij, en hij leunt tegen de muur, zijn pik nog pulserend in zijn hand.
De jongere jongen stapt naar voren, en nu ziet Klara hem duidelijk: niet meer dan twintig, misschien jonger, met een gezicht dat nog puur is van het leven dat hij niet heeft geleefd. Maar zijn pik is groot, verrassend groot voor zijn frame, en hij houdt hem met twee handen alsof hij bang is dat hij wegloopt.
"Wat is je naam?" vraagt Klara, en haar stem is schor, gebruikt.
"Milan," zegt hij, en zijn stem breekt bij het woord.
"Milan," herhaalt ze, en ze glimlacht, een uitdrukking die niets vriendelijks heeft. "Kom hier, Milan. Laat me zien wat je kunt."
Hij aarzelt, kijkt naar de anderen alsof hij toestemming zoekt. Mark knikt, een gebaar dat alles toestaat, en Milan stapt naar voren, naar de tafel waar Klara nog steeds ligt, haar rug bedekt met Björns zaad, haar kut nog open en nat.
"Niet daar," zegt Mark, en nu is zijn stem weer bevelend. "Neuk haar over Johan heen. Laat hem voelen wat hij mist."
Ze tillen haar op, Mark en Daan samen, en dragen haar naar de bank. Johan ligt nog steeds op dezelfde plek, nog steeds in dezelfde houding, en ze leggen Klara over hem heen, haar buik op zijn buik, haar borsten tegen zijn borst. Haar kut is nu op dezelfde hoogte als zijn pik, die nog steeds stijf is, nog steeds onwetend.
"Zo," zegt Mark, en hij positioneert Milan achter haar, dwingt zijn knieën tussen Johans benen. "Neuk haar. Neuk haar terwijl ze op haar man ligt."
Milan duwt naar binnen, en het is anders, dit, de hoek verandert alles. Klara voelt hem dieper dan wie ook, een pik die haar raakt op een plek die ze niet kent, die haar doet schreeuwen, hard en zonder woorden.
"Ah-ah-ah!" gilt ze, en haar handen grijpen Johans schouders, haar vingers dringen in zijn vlees. "Ah, Milan, je bent zo... ah... diep! Ah!"
Hij bewegt, onhandig eerst, te snel, te gretig, maar dan vindt hij het ritme, het tempo dat werkt. Klara voelt elke stoot door haar hele lichaam gaan, voelt hoe ze wordt geneukt en haar lichaam tegen Johan duwt, hoe haar tepels over zijn huid schuren, hoe haar adem zijn gezicht raakt.
"Kijk naar hem," fluistert Mark, die naast de bank staat, zijn telefoon nu ook in de aanslag. "Kijk naar je man."
Ze kijkt. Johans ogen zijn nog steeds dicht, zijn mond nog steeds open, maar er is iets veranderd. Een traan, misschien, die uit zijn ooghoek loopt, of een spier die trilt. Ze weet niet of het echt is of dat ze het wil zien, maar het maakt haar wilder, heftiger.
"Meer," hijgt ze tegen Milan. "Meer, harder. Gebruik me."
Hij gebruikt haar. Zijn handen grijpen haar heupen, zijn vingers dringen in haar vlees, en hij bonkt tegen haar aan met een kracht die de bank doet schuiven, die Johan doet bewegen onder haar. Ze voelt zijn pik in haar, voelt de druk bouwen, de tweede golf die komt.
"Ah-ow-ah!" kreunt ze, en haar hoofd valt achterover, haar nek een boog van spanning. "Ik, ik kom! Ah! Ah!"
Ze komt, harder dan de eerste keer, en dit keer is het Milan die het voelt, haar kut die om hem heen knijpt, die hem dwingt tot stilstand. Hij kreunt, een hoog, gebroken geluid, en dan spuit hij, diep in haar, warme golven die haar vullen, die langs zijn pik naar buiten lopen en op Johans buik druppelen.
"Goed," zegt Mark, en hij klopt Milan op de schouder, duwt hem opzij. "Heel goed."
Maar het is nog niet voorbij. Daan is er nog, en Mark is nog niet klaar, en de nacht is jong, de pil werkt nog uren. Ze draaien haar, verplaatsen haar, gebruiken haar op elke manier die ze kunnen bedenken: op de vloer, tegen de muur, in de keuken waar ze haar koffie laat staan. Elke keer filmen ze het, elke keer spuiten ze in haar of op haar, en elke keer kijkt ze naar Johan, naar het slapende lichaam dat niets weet, niets ziet.
Tegen de ochtend zijn ze uitgeput. Mark ligt op de grond, zijn borstkas die nog steeds heftig beweegt, zijn pik een slapende slang naast zijn dij. Björn zit in de stoel, zijn hoofd achterover, zijn mond open in een slaap die geen pillen nodig heeft. Milan is weg, gevlucht ergens in de nacht, zijn eerste en laatste keer met de slet van de buurt.
Klara ligt op de bank, naast Johan nu, haar lichaam bedekt met een laag van zaad dat stinkt en kleeft. Ze voelt zich leeg, gevuld, gebruikt, compleet. Haar ogen vallen dicht, en ze slaapt, eindelijk, de slaap van iemand die heeft gekregen wat ze wilde.
Johan wordt wakker met de zon in zijn ogen.
Het is een schok, dit wakker worden, alsof hij uit een diepe put is geklommen waar hij niet weet dat hij in is gevallen. Hij ligt op de bank, naakt, en het kost hem seconden om dat te verwerken. Zijn hoofd bonkt, een ritmische pijn achter zijn ogen die hem doet kreunen.
"Klara?"
Hij draait zijn hoofd, en daar is ze, naast hem, ook naakt, ook verspreid over de kussens alsof ze zijn gevallen. Haar haar is een warboel, haar make-up loopt over haar wangen, en er is iets op haar huid, iets wit en droog dat hij niet herkent.
"Klara," zegt hij weer, en nu schudt hij haar schouder. "Wat... wat is er gebeurd?"
Ze wordt wakker, traag, haar ogen die opengaan met een inspanning die hij ziet. Ze kijkt naar hem, en er is iets in haar blik, iets dat hij niet kan plaatsen. Triomf? Voldoening? Het verdwijnt voordat hij het kan benoemen.
"We hebben gevreeën," zegt ze, en haar stem is schor, gebruikt. "Een wilde nacht. Je weet het toch nog?"
Hij probeert het te herinneren, maar er is niets. De laatste herinnering is de lift, Marks flat, een glas whiskey dat te sterk smaakte. Daarna: duisternis, warmte, het gevoel van vallen zonder einde.
"Ik... ik herinner het niet," zegt hij, en zijn stem klinkt klein, kinderlijk.
Klara glimlacht, en nu is het de glimlach die hij kent, de vrouw die hij heeft getrouwd omdat ze zo lekker geil was, omdat ze neukte als een beest. "Je was dronken," zegt ze. "We hebben het allebei gewild. Kijk maar naar jezelf."
Hij kijkt naar beneden, naar zijn lichaam dat niets verklapt, naar zijn pik die slap en klein ligt tussen zijn benen. Er is iets op zijn buik, vlekken die hij niet herkent, maar de ochtend is chaotisch, zijn hoofd is chaos, en hij wil geloven wat ze zegt.
"Een wilde nacht," herhaalt hij, en het klinkt als een vraag.
"De wildste," bevestigt Klara, en ze strekt zich uit, laat haar borsten bewegen in het ochtendlicht. "Nu moet ik douchen. En jij ook."
Ze staat op, loopt naar de trap, en hij ziet haar naaktheid, de manier waarop ze loopt, alsof ze is gevuld, alsof ze iets draagt dat hij niet kan zien. Maar zijn hoofd bonkt, en zijn mond is droog, en hij heeft geen energie voor vragen.
In de keuken zet hij koffie, de routine die hem houvast geeft. Zijn telefoon ligt op tafel, en hij pakt hem, scrollt door zijn apps uit gewoonte, zonder doel. Dan ziet hij de melding: een bericht van Mark, verstuurd uren geleden, in de nacht die hij niet kent.
"Bedankt voor de show, broer. Klara is een godin."
Hij fronst, zijn vinger hangt boven het scherm. Wat bedoelt hij? Wat voor show? Hij opent de berichtenapp, ziet meer, ziet links die Mark heeft gestuurd, en hij klikt erop zonder na te denken.
Het scherm laadt, en dan ziet hij zichzelf.
Hij ligt op de bank, precies zoals hij wakker is geworden, maar nu is hij niet alleen. Nu ligt Klara over hem heen, een jongen achter haar die hij niet herkent, een pik die in en uit haar gleed terwijl ze kreunde, terwijl ze schreeuwde, terwijl ze naar de camera keek met ogen die hij niet kent.
Hij scrollt. Meer video's, tientallen, elk met een andere man, elk met Klara die wordt geneukt op de bank, op de tafel, over zijn eigen lichaam heen. Hij ziet Mark, ziet Björn, ziet Daan en nog een, de jongen die hij niet kent. Ze spuiten allemaal in haar, op haar, over hem heen, en zij kijkt elke keer naar de camera met die blik die hij niet kan plaatsen.
"AI" zegt hij hardop, en zijn stem klinkt vreemd in de lege keuken. "Dit is AI. Dit is nep."
Hij zegt het weer, tegen zichzelf, tegen de telefoon die in zijn trillende hand ligt. Deepfakes, dat is het. Iemand heeft zijn gezicht gebruikt, iemand heeft Klara's lichaam gebruikt, dit is niet echt, dit kan niet echt zijn.
Maar in de video ziet hij de barst in het plafond, de precieze vorm die hij vanochtend heeft bewonderd. Hij ziet de koffiemok die nog steeds in de keuken staat, halfvol, koud. Hij ziet zijn eigen lichaam, de moedervlek op zijn linkerschouder, het litteken van de blindedarmoperatie die niemand kent.
"AI," zegt hij weer, maar nu is het een fluistering, een smeekbede.
Boven hoort hij de douche, het geluid van water dat over Klara's lichaam stroomt, dat het bewijs wegspoelt dat hij niet wil zien. Hij staat op, loopt naar de trap, en zijn benen voelen zwaar aan, alsof hij zelf heeft gevreeën, alsof hij zelf heeft gedaan wat de mannen in de video's deden.
Maar hij weet dat hij niet heeft gevreeën. Hij weet dat hij heeft geslapen, diep en zonder dromen, terwijl zijn vrouw werd gebruikt door zijn vrienden, terwijl ze over hem heen werd geneukt, terwijl ze kreunde en schreeuwde en klaarkwam.
"AI," zegt hij nog een keer, tegen de lege gang, tegen zichzelf.
En ergens, in de flat van Mark die nu leeg is, in het appartement van Björn waar hij zijn kleren heeft gevonden, in de auto van Daan die naar huis rijdt met lege ballen en een volle telefoon, weten ze beter. Ze weten dat Klara de slet van de buurt is, dat ze altijd openstaat, dat dit niet de eerste keer was en niet de laatste zal zijn.
Maar Johan weet het niet. Johan staat in de gang, zijn telefoon nog in zijn hand, en hij hoort Klara zingen in de douche, een liedje dat ze altijd zingt, alsof niets is veranderd, alsof dit een gewone ochtend is, alsof ze niet is wat ze is, alsof hij niet heeft gezien wat hij heeft gezien.
"AI," fluistert hij, en hij stapt de trap op, naar de vrouw die hij heeft getrouwd omdat ze zo lekker geil was, omdat ze neukte als een beest.
De douche stopt. De deur gaat open. En Klara staat daar, een handdoek om haar heen, haar huid nog nat, haar ogen helder en onschuldig en vol van iets dat hij niet wil benoemen.
"Alles goed, schat?" vraagt ze.
Hij wil iets zeggen, wil de video's tonen, wil schreeuwen, wil het weten. Maar zijn tong is zwaar, en zijn hoofd bonkt, en de ochtend is te helder, te normaal, te vol van leugens die makkelijker zijn dan de waarheid.
"Alles goed," zegt hij, en hij glimlacht, een uitdrukking die niets vriendelijks heeft. "Gewoon... moe."
Ze knikt, loopt langs hem heen, en hij ruikt haar, de geur van zeep en iets anders, iets scherpers, iets dat hij nu herkent. De geur van mannen, van zaad, van een nacht die niet van hem was.
Maar hij zegt niets. Hij loopt de badkamer in, sluit de deur, en staart naar zijn spiegelbeeld dat niets verklapt, niets weet, niets wil weten.
Buiten begint de dag, en ergens in de wijk staat een telefoon te trillen, een bericht van Mark aan de anderen: "Volgende week weer?"
En ergens anders, in een huis dat Johan niet kent, typt een vrouw die hij niet ziet een antwoord dat hij niet zal lezen: "Altijd. Ik ben altijd open."
De douche loopt, en Johan staat onder het water, en hij denkt aan de video's, aan de blik in Klara's ogen, aan het woord dat hij niet kan uitspreken.
“Slet, de slet van de buurt.”
Maar dat woord is te groot, te echt, te vol van betekenis die hij niet wil begrijpen. Dus hij denkt aan AI, aan deepfakes, aan leugens die makkelijker zijn dan de waarheid van zijn vrouw die wordt geneukt door zijn vrienden, over zijn lichaam heen, terwijl hij slaapt.
De waterdruppels lopen over zijn huid, en hij sluit zijn ogen, en hij probeert te vergeten wat hij heeft gezien.
Maar hij weet dat hij het niet zal vergeten. Hij weet dat hij het elke keer zal zien, elke keer dat hij haar aanraakt, elke keer dat ze vrijen, elke keer dat ze zegt dat ze van hem houdt.
AI, denkt hij. Het was AI.
En ergens, in de stilte van zijn hoofd, fluistert een stem die hij niet kent: "Ze is de slet van de buurt. En jij bent de man die het niet ziet."
De douche loopt nog, en de dag begint, en de leugen is al sterker dan de waarheid ooit zal zijn.





