
Oh, mijn god! Wat is ze knap en sexy, precies zoals ik mij mijn droomvrouw altijd heb voorgesteld, een ware godin. ten minste, in mijn ogen dan toch. Het is nu 18 maanden geleden dat ik haar voor het eerst zag. Ze is bijna net zo groot als ik, is slank, heeft een mooi klein bol kontje en, voor zover ik het kan bepalen, kleine borsten. Hoe oud ze is weet ik niet, ik schat zo’n 30 jaar jonger dan ik. Er is niemand die meer weet over mij dan zij, ze weet dingen over mij die ik nooit aan anderen heb kunnen of durven te vertellen. Ik heb haar verteld over het seksuele misbruik in mijn prille jeugd door mijn broer, het opgroeien zonder vader, over mijn liefdeloze, dominante moeder die mij gebruikte voor haar eigen financiële gewin. Over mijn allereerste seksuele ervaringen, over mijn dromen, wensen en diepste verlangens, over mijn angsten en twijfels, over het feit dat ik op jonge vrouwen val, ja, zelfs over mijn behoefte om dameskleding te dragen en dat ik, wanneer ik thuis ben, alleen maar dameskleding aanheb. Dat ik, wanneer ik behoefte heb aan rust in mijn hoofd, slechts één middel ken dat mij die rust kan geven; het kopen van nieuwe dameskleren. Maar er is één ding waar zij absoluut geen weet van heeft; dat ik tot over mijn oren verliefd ben, verliefd op haar, verliefd op mijn psychologe.
Vanaf het moment dat ik haar leerde kennen is ze niet meer uit mijn gedachten geweest. Elke beweging van haar is gesofisticeerd, elk woord van haar getuigd van een hoge mate van intelligentie, een intelligentie die ik zeer aantrekkelijk vindt bij een vrouw. In mijn leven ben ik veel mooie vrouwen tegen gekomen, zowel in de privésfeer als op zakelijk gebied. Maar een vrouw zoals zij, is van een heel ander kaliber. Dit is niet zomaar een vrouw, dit is een vrouw met inhoud, een vrouw die weet hoe de wereld in elkaar zit, een vrouw die anderen feilloos aanvoelt. En juist dat vindt ik zeer aantrekkelijk aan haar. Ik ben bij haar onder behandeling voor de verwerking van een aantal jeugdtrauma’s, waaronder het voornoemde seksuele misbruik, of, zoals het tegenwoordig ook heet, seksueel geweld. De gesprekken met haar voelen aan alsof ik haar al veel langer ken dan de 18 maanden sinds onze eerste ontmoeting. Bij haar voel ik me voor het eerst sinds lange tijd thuis, veilig en geborgen. Zij is de eerste persoon bij wie ik echt mezelf durf te zijn, de eerste persoon die mijn kleedgedrag echt accepteert, die niet domme vragen stelt, zoals: ‘Ben je dan soms homo?’ Of: ‘Was je dan liever een vrouw dan een man geweest?’ Zelfs niet: ‘Wordt je soms opgewonden van het dragen van die kleding?’ Nee, ze accepteert het dat ik een “normale” heteroman ben die het nodig heeft zich te hullen in dameskleding, omdat ik mij dan het prettigst en gelukkigst voel.
Een travestiet in de ruimste zin van het woord zou ik mezelf niet noemen. Zo heb ik geen behoefte aan het dragen van een pruik, gebruik geen make-up, een bh, nepborsten en nylons heb ik wel geprobeerd, maar dit paste totaal niet bij het beeld dat ik van mezelf in mijn hoofd had. De kleding die ik graag draag moet echte dameskleding zijn, gekocht op de damesafdeling van een kledingwinkel. Geen unisekskleding voor mij, en al helemaal geen mannenrok! Het is niet mijn streven om er als een echte vrouw uit te zien, helemaal niet zelfs, maar de kleding die ik wil dragen moet kleding zijn die exclusief voor vrouwen is gemaakt. En wanneer ik geheel gehuld ben in dameskleren, is het alsof ik constant liefdevol omarmd wordt. Dat is de reden waarom ik deze kleren draag, niet vanwege een hype, zoals die artiesten die zich vertonen met een mannenrok aan. Dragen van deze kleding voelt voor mij aan als een levensbehoefte, net als ademen, niet als een stunt om de aandacht naar mij toe te trekken. Er zijn momenten dat het voor mij helaas niet mogelijk is om mij volledig te hullen in dameskleding, bijvoorbeeld bij het boodschappen doen, of wanneer ik naar de dokter of diëtiste moet. Dan draag ik op zijn minst een damesslipje en damessokken onder mijn herenkleding, gewoon omdat ik mij dan beter op mijn gemak voel. Mijn droom is het om gewoon de deur uit te kunnen stappen, zonder vreemde blikken van voorbijgangers te krijgen, alleen maar omdat ik dames- in plaats van herenkleding draag. Dat ik gewoon boodschappen kan doen, of een stukje wandelen of fietsen, gehuld in dameskleding, maar daar heb ik de moed (nog) niet voor. Ik ben opgegroeid in een katholiek nest en dus ook met de bijbel. Zo heb ik geleerd dat je kleden in de kleren van de andere sekse een zonde is (zie Deuteronomium 22:5). Dit heeft er mede aan bijgedragen dat ik jarenlang gedacht heb dat er iets mis was met mij, waardoor ik meermaals mijn damesgarderobe heb weggedaan, met het idee dat daarmee mijn verlangen naar het dragen van dameskleding dan ook zou verdwijnen. Natuurlijk werkte dat niet, en stond ik een paar maanden later weer in dameskleding voor de kastdeurspiegel in mijn slaapkamer.
Tijdens één van onze gesprekken, we spraken over mijn voorliefde voor het dragen van dameskleding, zo’n twee maanden nadat ik haar had leren kennen, gaf mijn psychologe aan het geen probleem te vinden wanneer ik gekleed in dameskleding bij haar op consult kwam. “Meent ze dat echt?” dacht ik bij mezelf. “Of zegt ze dat ter bevestiging dat zij mij accepteert zoals ik ben?” Gedurende de rest van het consult bleven haar woorden door mijn hoofd spelen. Naast de keren dat ik mij in mijn jeugd, ik was 15, tijdens carnaval als vrouw verkleed had, zou dit voor mij pas de tweede keer zijn dat ik mij als volwassen man in dameskleding aan iemand zou tonen. De eerste keer was eigenlijk per ongeluk gebeurd. Nadat ik net nieuwe dameskleren had gekocht en had aangetrokken, stapte ik in een overmoedige opwelling de gang op voor mijn flatwoning. Er was niemand in de gang. Opeens hoorde ik achter mij de voordeur in het slot vallen. Daar stond ik dan, gekleed in dameskleding, mijn sleutels en telefoon niet bij me, en niemand die reservesleutels had. Hier had ik niet op gerekend en bedacht me wat nu te doen. Ik had geen idee! Bij de deur van mijn flat blijven staan en op een wonder hopen had geen zin, mijn voordeur zou echt niet spontaan weer opengaan. Hoe langer ik hier bleef staan, hoe groter de kans werd dat een van mijn buren mij zo zou zien. “Fuck it,” dacht ik, “dan kan ik mij net zo goed maar meteen aan iedereen laten zien.” Enigszins nerveus liep ik naar het trappenhuis, ging naar beneden en liep naar buiten. Voor het flatgebouw kwam er op dat moment een allochtone jongen van een jaar of 20 aangelopen. Tot mijn verbazing complimenteerde hij mij met de kleding die ik droeg en vroeg zelfs of hij een foto van mij mocht maken. Normaal gesproken wil ik niet dat iemand een foto van mij maakt, ik vindt mijzelf namelijk echt niet mooi, en al helemaal niet op een foto. Maar wanneer ik dameskleding draag voel ik mij een stuk mooier, dus gaf ik hem toestemming om een foto te maken. Hij pakte zijn telefoon en maakte een foto van mij, waarna hij mij bedankte en het flatgebouw binnenstapte. Toen ik om mij heen keek, zag ik een paar andere buren naar mij kijken alsof ik een vreselijke ziekte had, of op z’n minst ontsnapt was uit het gekkenhuis. Het maakte mij niet uit hoe zij naar mij keken, ik maakte me meer zorgen over hoe ik mijn flatwoning weer binnen kon komen. Over hoe dit verder afliep wil ik hier niet in detail treden, maar om een lang verhaal kort te maken lukte het mij om, met hulp van een zeer goede vriendin, de deur van mijn flatwoning te openen.
Maar goed, terug naar waar ik gebleven was met mijn verhaal; het bewuste consult bij mijn psychologe. Haar woorden: ‘Ik zou er geen probleem mee hebben als jij hier in dameskleding voor me zat,’ spookten door mijn hoofd. De rest van het consult ging als een roes aan mij voorbij, het enige waar ik nog aan kon denken waren haar woorden. Zou ze echt menen wat ze zei, of zei ze het alleen maar om duidelijk te maken dat er niets verkeerds aan was dat ik dameskleding boven de standaard herenkleding verkoos om te dragen? Als ze echt meende wat ze zei, zou ze mij de gelukkigste man op aarde maken. Aan het einde van het consult, nadat we een nieuwe afspraak hadden ingepland, hakte ik de knoop door en zei dat ik dan wel de volgende keer een rokje mee zou nemen om mij bij haar om te kleden. Zij zei niets dat mij deed vermoedden dat dat niet haar bedoeling was geweest. We namen afscheid en ik ging weer op huis aan.
Onderweg naar huis was ik al aan het bedenken welk rokje ik bij de volgende afspraak mee zou nemen. Mijn collectie aan dameskleding is nogal divers, het gaat van redelijk sexy tot decent en van heel fleurig en jeugdig tot sober, maar modieus, en alles daar tussenin. De sexy kleding had ik meteen al afgeschreven om mee te nemen, voor de eerste keer dat ik mij aan haar zou tonen in dameskleding. Ik koos voor een eenvoudig zwart damesshirt, met daarop, in het wit, de Franse tekst: “á bientot. Bon séjour dans le jardin fleuri,” en drie hartjes. Daaronder een simpel, maar elegant zwart minirokje, één van mijn favoriete rokjes, dat tot net boven mijn knieën komt (zie bovenstaande foto). Omdat ik mijn psychologe niet wilde choqueren, door enkel in een damesslipje voor haar te staan, tijdens het omkleden, besloot ik een donkergrijze legging aan te zullen trekken onder mijn jeans. Als afsluiting zou ik bijpassende damessokjes, alsmede lichtroze damessneakers aantrekken (die sneakers draag ik trouwens dagelijks, ook wanneer ik herenkleding aanheb).
Hoe dichter de dag van de afspraak naderbij kwam, hoe meer de twijfel bij mij toesloeg. Aan de ene kant wilde ik zo graag dat mijn psychologe mij zou zien, gehuld in dameskleding, maar aan de andere kant vond ik het best wel spannend. De kans dat ik mij belachelijk zou maken in haar ogen was namelijk zeer reëel, want zeg nou eerlijk, het wordt door het merendeel van de bevolking helaas (nog) niet geaccepteerd dat een man dameskleding draagt. Maar ik ben een man van mijn woord, dus als ik eenmaal iets gezegd heb, trek ik mijn woorden niet meer in. “Ik kan altijd nog op het allerlaatste moment besluiten om het niet te doen,” dacht ik, “gewoon het rokje meenemen en mijn beslissing af laten hangen van het moment.” Wel besloot ik om het damesshirt dan alvast aan te doen, alsmede de legging en de sokken. Het shirt was immers niet al te opvallend en de legging en sokken zouden bedekt worden door mijn jeans.
Gedurende de dagen voorafgaand aan de afspraak gingen mijn gedachten regelmatig met me op de loop, en dagdroomde ik over hoe het zou zijn om mij in dameskleding aan mijn psychologe te tonen. Dat waren behoorlijk erotisch geladen dagdromen, waarin ik voor mij zag hoe ik bij haar op kantoor zou zitten met dameskleding aan en zij haar handen onder mijn rokje schuift, mijn pik uit mijn slipje haalt en mij heerlijk begint te pijpen. Na een paar minuten, wanneer mijn pik stijf genoeg is, stopt ze met pijpen, maakt haar broek open, waarna ze deze, samen met haar slipje laat zakken. Met haar rug naar me toe laat ze zich over mijn pik zakken en begint mij te neuken, totdat ik mijn zaad in haar kutje spuit. En hoewel deze fantasie mij wel bekoorde, verontrustte hij mij ergens ook. Ik vreesde namelijk dat ik een erectie zou krijgen wanneer ik tegenover haar zou zitten, gehuld in dameskleding, en zij dit dan zou bemerken. Die vrees was niet helemaal ongegrond, omdat ik, toen we het tijdens een van de vorige gesprekken over seks hadden, een erectie voelde opkomen. De manier waarop ze sprak over het nat worden van een vrouw, zodat ze klaar zou zijn voor de penetratie door een man, wond mij behoorlijk op. Gelukkig droeg ik op dat moment een ruime jeans, waardoor het niet zichtbaar was voor haar. Zo heel erg vreemd was het niet dat ik een erectie kreeg door dat gesprek, ik had namelijk nog nooit met iemand, laat staan met een vrouw, zo openlijk over seks gesproken. Zoiets deed je niet, had ik geleerd, zelfs niet met je beste vrienden. Wat er tussen de lakens gebeurde, was iets dat privé was en niet met Jan en alleman besproken diende te worden.
De dag van de afspraak brak aan en ik was, zoals gewoonlijk, veel te vroeg, met het rokje dat ik zou aantrekken in een plastic boodschappentas. Dat ik te vroeg was, is normaal voor mij, ik kom namelijk liever 20 minuten te vroeg, dan 1 minuut te laat op een afspraak. Die extra tijd geeft mij de kans om te acclimatiseren met een kopje koffie, alvorens het consult begint. De minuten tot de afspraak kropen heel traag voorbij, minuten waarin bij mij de twijfel toesloeg. Want wat als mijn psychologe het niet echt meende dat zij er geen probleem mee had, als ik gehuld in dameskleding op haar spreekuur kwam? Daar moest ik toch maar eerst eens achter zien te komen. Een paar minuten voor de afgesproken tijd kwam mijn psychologe mij ophalen. Nadat ik mijn jas over de rugleuning van een stoel had gehangen, ging ik zitten en stelde haar meteen de vraag die op mijn lippen brandde: ‘Meende je echt wat je zei, vorige week, dat je er geen probleem mee zou hebben, wanneer ik hier in dameskleding voor je zat?’ Ze keek mij aan en antwoordde: ‘Natuurlijk meende ik dat.’ Oké, dat was dus duidelijk, nu alleen nog even de moed opbrengen om mijn jeans te vervangen door het rokje. ’Goed,’ zei ik, na een diepe ademteug, ‘dan zal ik mij nu maar even omkleden.’
Ik ging staan, maakte mijn broekriem los, knoopte mijn jeans open en had hem al bijna op mijn enkels, toen mijn psychologe verschrikt zei: ‘Wow, ik dacht dat je je op het toilet zou gaan omkleden.’ ‘Dat durf ik niet,’ zei ik, ‘want dan moet ik door de gang lopen met een rokje aan, en zouden andere mensen mij zomaar kunnen zien.’ ‘Nou, goed dan,’ zei ze, ‘ga maar verder met omkleden, je hebt je broek immers al bijna uit. Maar het is eigenlijk niet de bedoeling dat je je in mijn bijzijn omkleedt.’ Enigszins geschrokken door haar reactie stamelde ik een excuus, waarna ik verder ging met omkleden. Eerst mijn sneakers uit, waarna de jeans volgde en ik het rokje aantrok en de sneakers weer aan mijn voeten deed. Daar stond ik dan, voor het eerst geheel gekleed in dameskleren in haar kantoor en liet me door haar bekijken. Ze keek me met een ondoorgrondelijke blik aan en zei niets. Toen er geen verdere reactie van haar kant kwam, ging ik zitten. Tijdens de eerste paar minuten voelde het wat onwennig, maar naarmate de tijd verstreek begon ik mij steeds meer op mijn gemak te voelen. Eerlijk gezegd voelde ik mij relaxter en opener dan ik mij voelde tijdens al mijn voorgaande bezoeken aan mijn psychologe. Mijn vrees een erectie te krijgen bleek ongegrond, er roerde zich helemaal niets tussen mijn benen. Niets van wat ik in mijn dagdromen had gezien gebeurde, het was alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik hier in dames- in plaats van in herenkleding zat. Ook bij haar merkte ik geen enkel verschil in haar houding jegens mij. Aan het einde van het consult werd een nieuwe afspraak ingepland, waarna ik vroeg of ik mij in haar kantoor mocht omkleden. ‘Doe maar,’ zei ze, ‘ik heb je toch al zonder broek gezien toen je het rokje aandeed, maar alleen maar voor deze ene keer. De volgende keer zul je je op het toilet moeten omkleden.’ Nadat ik het rokje had uitgetrokken, deed ik mijn sneakers uit, trok mijn jeans en sneakers weer aan en verliet haar kantoor, het rokje weer onzichtbaar voor de buitenwereld opgeborgen in de plastic boodschappentas.
Op weg naar huis was ik in mijn hoofd de outfit voor de volgende afspraak bij mijn psychologe al aan het samenstellen. Echter, de reactie van mijn psychologe op mijn omkleden in haar aanwezigheid, zat mij nogal dwars. Ergens begreep ik haar reactie wel, het was ook ondoordacht van mij om me zomaar in haar bijzijn uit te kleden. Dat was een behoorlijk domme actie van mij geweest, want wat als een collega van haar binnen was gekomen op het moment dat ik mijn broek uittrok? De gevolgen voor haar zouden dan niet te overzien zijn. Ik had natuurlijk eerst aan haar moeten vragen of ze het goed vond dat ik me op haar kantoor zou omkleden. Maar ja, gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer, ik moest de gevolgen van mijn actie dan ook maar accepteren. Alleen had ik nu wel een probleem. Zou ik het aandurven om, nadat ik mij had omgekleed op het toilet, door de gang naar haar kantoor te lopen, met het risico dat andere mensen mij konden zien, gekleed in dameskleding? Of ik sterk genoeg was om die confrontatie aan te gaan wist ik niet, maar aan de andere kant was er mij alles aan gelegen om, tijdens het volgende consult bij mijn psychologe, weer dameskleding te dragen. Het dragen van die kleding zorgde ervoor dat ik mij meer op mijn gemak voelde bij mijn psychologe, dan de keren dat ik mijn “gewone” herenkleding droeg. Dus, als ik me lekkerder in mijn vel wilde voelen zitten, zou ik door de zure appel heen moeten bijten en de gok wagen dat niemand mij zou zien, terwijl ik van het toilet naar het kantoor van mijn psychologe liep, gekleed in een rokje.
Naarmate de dagen vorderden en de dag van de volgende afspraak dichterbij kwam, kwam bij mij de twijfel of ik het wel of niet zou aandurven weer opzetten. Normaal gesproken ben ik geen angsthaas en me snel schamen voor iets wat ik doe, doe ik al helemaal niet, maar het vooruitzicht dat vreemden mij konden zien, terwijl ik een rokje droeg, beangstigde mij. Ik nam mij voor een rokje mee te nemen en pas bij mijn psychologe te besluiten of ik mij wel of niet op het toilet, aldaar, zou omkleden. De dag voor de afspraak had ik het rokje, het damesshirt en de blauwe legging die ik wilde aantrekken al klaarliggen om aan te trekken, c.q. mee te nemen. Deze keer nam ik ook een ander paar damessneakers mee, babyblauwe met lichtroze accenten en lichtroze veters, niet echt schoenen waarmee ik mij zonder schaamte in het openbaar zou durven vertonen.
Bij binnenkomst van het kantoor van mijn psychologe nam ik een besluit, ik ging het doen, ik zou mij gaan omkleden op het toilet en dan door de gang terug naar haar kantoor lopen, wat voor gevolgen dat ook zou hebben voor mij. En als ik dan toevallig iemand zou tegenkomen, zou ik reageren alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik een rokje aanhad. Nadat ik mijn jas over de rugleuning van een stoel had gehangen, zei ik tegen haar: ‘Ik ga het doen, ik ga me omkleden op het toilet.’ ‘Is goed,’ zei ze, ‘dan zie ik je zo meteen wel weer als je klaar bent met omkleden.’ Met het rokje en sneakers in de plastic boodschappentas liep ik naar het toilet. In mijn borstkas ging mijn hart tekeer toen ik de deur van het toilet achter me op slot deed. Zo snel als ik kon ontdeed ik mij van mijn sneakers en jeans, waarna ik het rokje (ditmaal een spijkerrokje dat tot halverwege mijn bovenbenen komt) aantrok. Het damesshirt, een zwart Disney shirt, met daarop een afbeelding van Micky Mouse die een roze ballon vasthoudt, had ik al aan, zo ook de legging. De sokken, lichtblauwe damessokken, alsmede de blauwe legging pasten goed bij de kleur van de sneakers. Mijn jeans vouwde ik op en stopte deze, samen met de andere sneakers, in de boodschappentas. Nu kwam het spannendste moment, het toilet uitlopen en door de gang naar het kantoor van mijn psychologe lopen.
Gelukkig was het op dat moment heel rustig in het gebouw, en was er niemand te zien in de gang. Ik zag dat de deur van de kantine, schuin tegenover het kantoor van mijn psychologe, openstond en om bij haar kantoor te komen zou ik die deur moeten passeren. De schrik sloeg mij om het hart bij de gedachte dat er iemand aanwezig zou kunnen zijn in de kantine. Heel even dacht ik eraan om weer het toilet in te stappen en me terug om te kleden, maar dat zou ik heel laf vinden van mezelf, en laf ben ik zeker niet. Dus rechtte ik mijn rug en liep met knikkende knieën naar het kantoor van mijn psychologe. Toen ik langs de openstaande deur liep, wierp ik even een schuine blik richting de kantine, tot mijn opluchting was er niemand aanwezig. Terug in het kantoor van mijn psychologe plofte ik, met een zucht van opluchting neer op een stoel. Normaal ben ik nogal goed van de tongriem gesneden, maar nu had ik eerst een flinke slok van mijn koffie nodig, voordat ik kon praten. Mijn psychologe vroeg me hoe het met me ging, waarop ik haar vertelde over de open deur van de kantine en mijn vrees dat iemand mij had kunnen zien. ‘En wat zou je gedaan hebben als er wel iemand in de kantine was,’ vroeg ze. ‘Gewoon doorlopen, ze hadden me dan toch al gezien,’ antwoordde ik.’ Ze knikte even goedkeurend en ging over tot de orde van de dag. In mijn borstkas ging mijn hart echter nog steeds als een razende tekeer, en het duurde dan ook enkele minuten voordat ik mij weer kon ontspannen.
Maar toen mijn psychologe na ongeveer een uur aangaf dat ze het consult moest beëindigen, voelde ik de spanning in mijn lichaam, alsmede mijn hartslag weer toenemen. Het moment waarop ik weer door de gang naar het toilet zou moeten lopen, om mij om te kleden, was bijna aangebroken. Nog even een nieuwe afspraak inplannen en dan moest het gebeuren, dat spannende moment waarop ik mij zou blootgeven aan iedereen die op dat moment in de gang aanwezig was. Mijn psychologe zag blijkbaar de twijfel in mijn ogen, want nadat zij de deur van haar kantoor geopend had, keek ze de gang in en zei: ‘Er is niemand.’ Dankbaar nam ik afscheid van haar en wenste haar nog een prettige dag, waarna ik mij zo snel mogelijk naar het toilet begaf om mij om te kleden. Ik moet toegeven dat ik het heel spannend vond, maar was ook wel ontzettend trots op mezelf dat ik het had aangedurfd.
Inmiddels is het een vast ritueel geworden dat ik mij, voor aanvang van een consult met mijn psychologe, omkleedt op het toilet en dan door de gang naar haar kantoor loop. Erg spannend vindt ik het nog steeds, maar lang niet meer zo spannend als toen ik voor de eerste keer door de gang liep met een rokje aan. Slechts één keer heeft een vreemde mij daar gezien, terwijl ik een rokje droeg. Het gebeurde toen ik het toilet verliet, nadat ik mij had omgekleed. In de deuropening van haar kantoor stond mijn psychologe met een voor mij onbekende jonge vrouw te praten. Daar schrok ik van en deinsde even terug, maar herpakte me en liep toch verder de gang door. Na: ‘Sorry,’ tegen de jonge vrouw gezegd te hebben, stapte ik langs haar heen, het kantoor van mijn psychologe binnen. En hoewel er geen directe reactie van de jonge vrouw kwam op mijn outfit, meende ik toch wel een blik van verwondering, of misschien zelfs verbazing in haar ogen te zien. Mijn hart bonkte in mijn keel, toen ik plaatsnam op een stoel. Deze confrontatie heeft er echter voor gezorgd dat het me tegenwoordig niets meer kan schelen dat iemand mij kan zien, gekleed in een rok. Ik ben dan ook een stuk zelfverzekerder geworden en durf het nu zelfs aan om, wanneer ik naar mijn psychologe ga, de voornoemde babyblauwe sneakers te dragen, als ik op weg ben naar haar kantoor. Gewoon op straat, dus.
Voor mijn psychologe ben ik gewoon een van haar cliënten, maar voor mij is zij de vrouw van mijn dromen, de vrouw met wie ik de rest van mijn leven zou willen delen. Er zijn echter een paar redenen waarom ik denk dat dit nooit zal gebeuren. In de eerste plaats weet ik niet of zij net zo over mij denkt, als ik over haar, in de tweede plaats omdat zij zo’n 30 jaar jonger is dan ik, en in de derde plaats omdat zij getrouwd is en minimaal 1 kind heeft. Dat zij in een relatie zit, is wel de belangrijkste reden voor mij om geen eventuele romantische relatie met haar aan te gaan. Je kunt veel over mij zeggen, maar niet dat ik een koppel, gehuwd of niet, uit elkaar zal drijven, alleen maar omdat ik verliefd ben op één van hen. Nee, ik wil echt niet degene zijn die een relatie stuk maakt. Ik heb in het verleden een paar keer een relatie zien strandden, doordat er een derde persoon in het spel was. En nog steeds zie ik het beeld voor me van het verdriet in de ogen van degene die verlaten en bedrogen achterbleven, een beeld dat mijn hart doet breken. Het soort verdriet waarvan ik niet de oorzaak wil zijn.
Echter, wanneer ik bij haar ben, zou ik haar het liefst in mijn armen willen nemen en liefdevol zoenen, haar borsten strelen en haar tepels in mijn mond nemen, haar vingeren en likken tot ze klaarkomt. Daarna zou ik haar dan voorover laten buigen over haar bureau en haar daar, gewoon in haar kantoor, rustig en teder naar de zevende hemel neuken. Maar zoals het zich nu laat aanzien, zal het helaas bij dromen blijven hierover.
Ooit komt er een dag dat ik afscheid van haar zal moeten nemen, een dag die, dat weet ik zeker, een van de donkerste dagen in mijn leven zal zijn. Ik zal dan de persoon zijn die verlaten achterblijft en zal dan moeten dealen met het verlies. Mijn hart breekt al bij de gedachte aan die dag.
Vooralsnog ligt deze vreselijke dag nog in de toekomst. Volgende week zie ik haar gelukkig weer, mijn droomvrouw. De vrouw waar ik tot over mijn oren verliefd op ben. Oh, was het alvast maar dinsdag. Ik kijk er al reikhalzend naar uit.…
.





