
De bel gaat.
Niet de intercom van beneden—die zou betekenen dat iemand hem niet kent, iemand die niet het portiek in kan. Dit is de deurbel van zijn eigen voordeur, drie hoge tonen die door de gang schallen. Milo zet zijn glas neer, voelt het vocht van de condens op zijn vingertoppen, en loopt naar de hal. Zijn hartslag ligt iets hoger dan normaal. Een uur geleden, toen hij Rachel sprak over een blind date die ze voor hem geregeld had, Milo was haar lievelings buurman. Haar bruine ogen hadden iets gehad, een scherpte die hij niet meteen had kunnen plaatsen.
"Ik heb iets voor je geregeld," zegt ze, haar stem laag, bijna fluisterend terwijl de wind haar donkere haar tegen haar wang blaast. "Een blind date. Over een uurtje. Ze belt aan."
Hij wil vragen wie, hoe oud, wat voor type—maar Rachel loopt al weg, haar sandalen klikkend op het beton, haar zomerjurkje—zwart, kort, bloemenprint—wapperend om haar dijen. Nu, een uur later, staat hij voor zijn eigen deur en voelt hij de warmte in zijn onderbuik die hij expres heeft gevoed. Halfhard, net zoals ze het had gewild. Hij had gedacht aan haar lippen, de manier waarop ze haar hoofd had schuin gehouden, en zijn hand had onder de douche een paar trekkende bewegingen gemaakt, niet tot klaarkomen, maar tot die prettige spanning die alles scherper maakt.
Milo doet de deur open.
Rachel staat er. Niet een vreemde, niet een anonieme date die hij zich moet voorstellen aan de hand van een vaag profiel. Rachel. Zijn buurvrouw van drie deuren verderop, de vrouw van Carlos, de gespierde Colombiaan die hij soms 's ochtends tegenkomt in de lift, die hem altijd een korte, formele groet geeft alsof hij bang is dat Milo iets van zijn vrouw wil. Wat hij wil. Wat hij nu krijgt.
Ze draagt nog steeds hetzelfde jurkje, het zwarte met de rode papaverbloemen die als bloedspatten over de stof lijken te verspreiden. Haar schouders zijn bloot, bruin van de eerste zonnen uren van het jaar. Haar lippen hebben iets roods opgedaan, niet veel, genoeg om te zien dat ze erover heeft nagedacht. Haar ogen—die ogen die hem op de galerij hadden aangekeken—zoeken de zijne, houden ze vast, en laten niet meer los.
"Rachel," zegt hij, en zijn stem klinkt te zacht, te verbaasd.
Ze zegt niets. Haar hand schiet uit, ze pakt zijn pols, haar vingers warm en vochtig van de avondwarmte. Ze trekt, niet hard, maar onmiskenbaar, en hij stapt naar voren, laat haar binnen, voelt de deur achter zich dichtvallen zonder dat hij het heeft gedaan. Ze leidt hem door de gang, langs de open keukendeur waar zijn bier nog staat, langs de woonkamer waar de televisie op een zender staat die niemand kijkt. Haar hakken—hoge, bruin leer—tikken op zijn laminaat, een ritme dat zijn hartslag lijkt te volgen.
De slaapkamer. Zijn slaapkamer. Het bed waar hij vanochtend nog in wakker is geworden, alleen, met een kater van de zondag ervoor. De gordijnen zijn nog open, het late licht valt schuin over het grijze dekbed dat hij niet heeft opgemaakt. Rachel laat zijn pols los, draait zich om, trekt de deur achter zich dicht. Het klikje van het slot is luid in de stilte.
Milo staat stil, zijn handen hangend langs zijn zij, zijn halve erectie nu een volledige, drukkende aanwezigheid in zijn broek. Hij kijkt naar haar, naar de manier waarop ze ademt—hoger dan normaal, haar borstkas die sneller op en neer gaat dan het moment rechtvaardigt. Ze heeft iets met haar haar gedaan, een losse vlecht over één schouder die hij eerder niet had gezien.
"Waar is mijn blind date, Rachel?"
De vraag komt eruit voor hij het weet, zijn stem nog steeds te zacht, te onzeker voor iemand die weet wat er gaat gebeuren. Of die denkt te weten. Want hij weet het niet. Hij weet alleen dat ze hier is, dat ze hem heeft meegetrokken, dat de lucht in de kamer plotseling dun lijkt, geladen met iets wat hij niet kan benoemen.
Rachel lacht. Het is geen vrolijk geluid, meer een uitademing, een luchtbel die naar boven komt. Ze stapt naar hem toe, haar sandalen nu uit, bloot op zijn vloerbedekking. Ze is kleiner dan hij, altijd geweest, maar nu lijkt ze groter, alsof ze de ruimte vult die ze innemt.
"Je moet het met mij doen," zegt ze, en haar stem trilt niet, niet een beetje. Ze zegt het alsof ze een bestelling doorgeeft, alsof dit de logische afsluiting is van een gesprek dat uren geleden is begonnen. "Ik wil dat je me neukt. Carlos is pas over twee uurtjes weer thuis."
Het woord hangt tussen hen, zwaar en rauw. ‘Neukt’. Niet 'neemt me mee', niet 'wil dat je met me vrijt'. ‘Neukt.’ Milo voelt het in zijn buik, een trek die naar beneden trekt, naar zijn al harde pik die tegen de stof van zijn sweatpants drukt. Hij wil iets zeggen, iets over Carlos, over het huwelijk, over de morele implicaties van dit moment—maar zijn mond blijft dicht, en zijn ogen volgen haar handen die naar de schouderbanden van haar jurkje gaan.
Ze trekt. De stof glijdt, een zacht geruis dat hij hoort ondanks het gezoem in zijn oren. Eerst het ene schouderbandje, dan het andere. Het jurkje valt, een zwarte bloem die verwelkt op zijn vloer, en Rachel staat daar, helemaal, volledig, onmiskenbaar naakt.
Geen slipje. Geen BH. Ze had alleen dat dunne laagje stof aan, niets eronder, de hele tijd dat ze met hem praatte op de galerij, dat ze hem hierheen leidde. De gedachte maakt hem duizelig. Haar lichaam is precies zoals hij het zich had voorgesteld in de eenzame nachten, beter zelfs—rondingen die niet uitdagend zijn maar uitnodigend, een zachte buik die naar binnen trekt bij haar ademhaling, donker haar dat in een smalle streep loopt naar de plek waar haar dijen samenkomen.
Ze loopt naar het bed, haar heupen zwaaiend in een ritme dat niet geënsceneerd lijkt maar natuurlijk, onvermijdelijk. Ze gaat liggen, haar rug tegen zijn kussen, haar benen die zich spreiden zonder aarzeling, zonder schaamte. De huid van haar binnenbenen is lichter dan de rest, bijna doorschijnend in het avondlicht. Hij ziet alles—de vorm, de kleur, de glans van opwinding die hij herkent omdat hij die zelf voelt.
"Kom, Milo," zegt ze, en haar stem is lager nu, schorrer. "Neuk me. Zoals je je blind dates neukt."
Het is een bevel en een smeekbede tegelijk. Milo beweegt, eindelijk, zijn lichaam dat zijn hersenen heeft ingehaald. Zijn sweatpants glijden naar beneden, zijn boxershort erachteraan, en hij grijpt zijn pik—hard nu, volledig, de huid strakgetrokken over de steel—en trekt een keer, twee keer, voelt de bloedstroom die hij er expres in heeft gehouden nu op volle sterkte pompen. Oorlogssterkte. Hij ziet haar ogen daarheen gaan, ziet haar lippen zich openscheuren in een stilgehouden ademhaling.
Hij klimt op het bed, de matras die onder zijn gewicht doorzakt. Rachel spreidt haar benen verder, haar knieën die omhoog komen, haar voeten die zijn lakens rimpelen. De geur van haar bereikt hem—niet parfum, iets dieper, zouter, het aroma van een vrouw die al klaar is, die gewillig is, die al wacht op wat komen gaat, onvermijdelijk, ‘neuken’ zoals ze het zei. Hij positioneert zich tussen haar dijen, voelt de warmte die uitstraalt van haar kut, ziet de glans die erop ligt, de natuurlijke smeermiddelen die hem welkom heten.
Met één hand geleidt hij zichzelf, de top van zijn pik die langs haar opening strijkt, een voorproefje dat hen beiden doet huiveren. Haar heupen komen omhoog, ongeduldig, eisend. Hij geeft toe, duwt, voelt de weerstand die meteen oplost, de warmte die hem omhult, de natte strakheid die zijn adem doet stokken.
"Oh," zegt hij, een geluid dat geen woord is, alleen lucht die zijn longen verlaat.
"Ja," antwoordt ze, en haar handen grijpen zijn schouders, haar vingernagels die in zijn huid drukken. "Ja, zo. Neuk me, Milo. Kom."
Hij begint te bewegen, zijn heupen die een ritme vinden dat niet geleerd is maar ontdekt, aangepast aan de manier waarop haar lichaam reageert. Elke stoot gaat dieper, harder, omdat ze dat vraagt met de manier waarop ze zich tegen hem aan drukt, haar bekken dat omhoog komt om hem te ontmoeten. De geluiden die ze maakt—niet geforceerd, niet pornografisch, maar echt, rauw, uit haar keel gedwongen door de druk die hij uitoefent—vullen de kamer.
"Oh... Milo..." Haar stem breekt, herstelt zich, breekt weer. "Kom... neuk me... ik wil je pik in me..."
Hij versnelt, zijn handen die haar heupen grijpen, die haar op zijn ritme dwingen. De lakens raken kreukelig onder hen, het bed kraakt op een manier die hij nog nooit heeft gehoord, een getuige van iets dat hier nog nooit is gebeurd. Rachel's borsten bewegen met elke stoot, haar tepels hard en donker, en hij buigt zich voorover, neemt er een in zijn mond, zuigt hard terwijl hij doorneukt, voelt haar vingernagels dieper in zijn rug drukken.
"Ik wil dat je me neukt, hard, wild," hijgt ze, haar hoofd dat achterover valt, haar hals die zich uitstrekt in een boog van overgave. "Me volspuit... hier wacht ik al zo lang op... kom... neuk me..."
De woorden branden in zijn oren. ‘Volspuiten.’ Hij voelt de spanning in zijn ballen, de druk die opbouwt met elke stoot, elke huid-op-huid-klap die ze maken. Rachel is niet stil, niet ingehouden—ze kreunt, smeekt, gebruikt woorden die hij niet had verwacht van de vrouw die hij groet op de galerij, die hij ziet met boodschappentassen en een huwelijksring om haar vinger.
Hij laat haar tepel los, richt zich op, zijn handen die naar haar knieën gaan, die haar benen nog verder spreiden, die haar openhouden voor zijn stoten die nu sneller komen, dieper, harder. Het geluid van hun lichamen—vlees op vlees, nat op nat—is obsceen, prachtig, het enige geluid dat telt in de wereld.
"Zo," hijgt ze, "zo, ja, zo..."
Hij neukt als een beest, zoals ze heeft gevraagd, zijn instinct dat het overneemt, zijn hersenen die uitgeschakeld zijn behalve voor de sensatie van haar om hem heen, de hitte, de druk, de wetenschap dat hij haar vult, dat ze dit van hem wil, alleen van hem, nu, hier. De climax bouwt niet geleidelijk maar stormt op hem af, een golf die hij niet kan tegenhouden en niet wil tegenhouden.
"Ik ga—" begint hij, een waarschuwing, een belofte.
"Ja," schreeuwt ze, "ja, spuit me vol, spuit me vol, Milo..."
Hij doet het, zijn pik die pulseert, die zijn zaad diep in haar spuit, hete straaltjes die hij voelt maar niet ziet, die hij hoort in de manier waarop ze kreunt, diep, dierlijk, tevreden. Hij blijft stoten, leegend, leegend, tot het pijn doet, tot ze hem tegenhoudt met handen op zijn borst, tot hij stilvalt, zwaar op haar liggend, zijn gezicht in haar hals verborgen.
De stilte die volgt is dik, geladen. Hij voelt haar hartslag tegen de zijne, twee trommels die langzaam synchroon raken. Haar handen strijken over zijn rug, niet meer grijpend maar strelend, dankbaar. Hij blijft in haar, wil er niet uit, wil dit moment niet laten eindigen.
Maar het eindigt. Het moet. Carlos komt thuis over twee uur, en het is al... hij weet niet hoe laat. Hij trekt zich terug, voelt de verloren warmte, de natheid die hem omhult, haar vocht dat nu met het zijne vermengd is. Ze kijkt naar hem, haar ogen halfdicht, haar lippen gezwollen, en er is iets in haar blik dat hij niet kan lezen—triomf, verdriet, verlangen naar meer?
Hij rolt van haar af, staat op, zijn benen die even wankelen. Zijn kleren liggen verfrommeld op de vloer, een pad van verlaten stoffen dat terugvoert naar de deur. Rachel blijft liggen, haar benen nog wijd, alsof ze wil dat hij blijft kijken, dat hij zich dit herinnert.
"Badkamer," zegt hij, zijn stem schor, en ze knikt.
Hij loopt, naakt, door zijn eigen appartement, voelt de koelte van de tegelvloer in de badkamer onder zijn voeten. Het licht gaat automatisch aan, te fel, en hij knippert, ziet zichzelf in de spiegel—haar krabsporen op zijn schouders, zijn pik die nog halfhard is, glimmend van haar. Hij draait de kraan open, wast zijn handen, zijn gezicht, spettert water op zijn borst.
Rachel komt binnen, een handdoek om haar heen geslagen die hij niet heeft gegeven. Ze heeft hem gevonden, ergens in zijn kast, of ze heeft hem meegenomen, hij weet het niet. Ze staat naast hem bij de wastafel, kijkt naar hem in de spiegel, haar make-up die is uitgelopen onder haar ogen, haar haar dat los is gekomen uit de vlecht.
"Je bent mijn buurvrouw," zegt hij, en de woorden klinken vreemd in zijn eigen oren, alsof hij ze uitlegt aan zichzelf. "Je mag altijd bij me aanbellen. Als je zin en tijd hebt om te neuken."
Het is een uitnodiging en een dreiging tegelijk, een erkenning van wat ze zijn geworden in het uur dat voorbij is. Rachel glimlacht, dit keer echt, haar witte tanden die even zichtbaar zijn.
"Daar reken ik op," zegt ze, en ze buigt zich, drukt een kus op zijn schouder waar haar nagels hebben gezeten, een merkteken dat hij morgen zal zien en herinneren.
Ze loopt weg, de handdoek die achter haar aan wappert, en hij hoort haar zich aankleden in de slaapkamer, de rits van haar jurkje dat omhoog gaat. Hij blijft staan, kijkt naar zichzelf in de spiegel, naar de man die een uur geleden nog dacht dat hij een blind date zou hebben. Een vrouw die hij niet kent, een verrassing, een risico.
In plaats daarvan heeft hij Rachel gekregen. Rachel die hij kent, die hij heeft gezien met haar man, die nu zijn zaad in zich draagt terwijl ze naar huis loopt, naar hun appartement, naar haar huwelijksbed. De gedachte zou hem schuldig moeten doen voelen. In plaats daarvan voelt hij alleen een hitte, een hernieuwde stijfheid die hij nu nog negeert.
De voordeur gaat open en dicht. Ze is weg.
Milo loopt terug naar de slaapkamer, ziet de kreukels in het bed, ruikt haar nog—parfum nu, bovenop de rest, een laatste laag die ze heeft achtergelaten. Hij gaat zitten op de rand van het matras, zijn handen op zijn knieën, en staart naar de deur die ze heeft dichtgetrokken.
Ergens in de stad, weet hij, lopen andere blind dates verkeerd af, of goed, of ergens tussenin. Roos heeft zes koppels georganiseerd, had Rachel gezegd, een netwerk van verlangen en verrassing dat zich uitstrekt over Amsterdam. Hij vraagt zich af hoeveel andere vrouwen nu op hun rug liggen, hoeveel andere mannen net hebben gespoten, hoeveel harten nu sneller kloppen dan een uur geleden.
Maar dat is niet zijn zorg. Zijn zorg is de vrouw, waar over twee uur haar man bij thuis komt, die misschien zijn geur nog zal ruiken, Rachel, die morgen weer op de galerij zal staan met een boodschappentas en haar huwelijksring om. Die misschien weer zal aanbellen. Die misschien nooit meer zal aanbellen.
Milo ligt achterover, zijn handen achter zijn hoofd, en kijkt naar het plafond waar het licht alweer verdwijnt, waar de eerste sterren zichtbaar worden door het raam dat hij nooit heeft verduisterd. Zijn pik ligt slap op zijn buik, nog nat, nog herinnerend. Hij sluit zijn ogen.
De stad zoemt verder. De koelkast in de keuken laat een ijsblokje vallen. Ergens belt er een telefoon, niet de zijne.
Hij wacht het rustig af.





