Ze was ooit het meisje met de grote dromen. Dansles in de ochtend, zangles in de middag, amateurtoneel ’s avonds. Iedereen in het Zeeuwse dorp zei het: die Anneliesje brengt het ver. Haar moeder fluisterde het haar in als een gebed. Amsterdam wachtte. Carré lag aan haar voeten. Een tweede Shirley MacLaine, een nieuwe Barbra Streisand.
Maar de audities flopten. De jaren sleepte ze haar talent door de stad, van de ene mislukking naar de andere. Terug naar Sas van Gent kon niet meer. Niet met die lege handen. Dus bleef ze in Mokum, in een kamertje zo klein dat de muren leken te ademen wanneer ze zich omdraaide. En ergens tussen de telefoontjes van haar moeder — “Je komt er best, meid, je hebt zoveel talent” — en de koude realiteit, vond ze een andere manier om te overleven.
Nu, op een warme zomernacht, stond ze voor de spiegel in haar kamer boven de Yab Yum. Het licht was zacht, geel, bijna verontschuldigend. Annelies keek naar zichzelf. Het meisje uit Zeeland was er nog, ergens achter de make-up en de houding. Maar haar lichaam had geleerd anders te bewegen. Langzamer. Bewuster. Alsof elke curve een belofte was die ze niet hardop uitsprak.
Ze droeg alleen een dunne satijnen negligée, de kleur van oud-roze champagne. De stof gleed over haar huid als een fluistering. Geen beha, geen slipje. Alleen die ene laag die meer verhulde dan onthulde, en daardoor juist alles beloofde. Haar borsten hieven zich zacht wanneer ze ademde, de tepels licht zichtbaar als schaduwen onder het satijn. Haar heupen, rond en vol, bewoog ze langzaam heen en weer, alsof ze een onzichtbaar ritme volgde. De stof volgde elke beweging, gleed even opzij bij haar dij, liet een glimp zien van gladde huid, en viel weer terug.
Annelies streek met de achterkant van haar hand over haar eigen hals. Langzaam. Van oor naar sleutelbeen. Haar vingers bleven even hangen bij de opening van de negligée, speelden met het lintje, trokken het net niet los. In de spiegel zag ze hoe haar lippen iets openden, hoe haar ogen donkerder werden. Ze dacht aan de mannen die zo meteen zouden komen. Aan de manier waarop ze haar zouden bekijken. Niet als het meisje uit Sas van Gent dat ooit zou stralen in het theaterlicht, maar als iets anders. Iets dat je kon huren. Een beetje geld voor een beetje liefde. Een paar uren.
Ze draaide zich om, liep naar het bed. De matras kraakte zacht toen ze erop knielde. De negligée gleed verder open over haar dijen. Ze leunde voorover, steunde op haar handen, en liet haar rug hol worden. Het satijn spannend over haar billen. Ze bleef zo even zitten, ademend, voelend hoe de stof tegen haar huid wreef bij elke beweging. Haar haren, lang en los, vielen over haar schouder. Ze keek in de spiegel tegenover het bed en zag zichzelf: half gekleed, half naakt, de grens precies daar waar verlangen begint.
Buiten klonk geruis van de stad. Binnen was het stil, behalve haar eigen adem. Annelies ging rechtop zitten, trok de negligée over haar schouders omlaag, tot die alleen nog om haar ellebogen hing. Haar borsten waren nu vrij, zacht en zwaar in het warme licht. Ze keek ernaar alsof ze van iemand anders waren. Haar handen stegen, aarzelend, en streken over de onderkant, omhoog, tot haar vingers de tepels bereikten. Ze raakte ze nauwelijks aan. Alleen een cirkelende beweging met de top van haar vinger, zo licht dat het bijna niets was. En toch voelde ze de rilling over haar rug lopen.
Ze leunde achterover tegen de kussens. De negligée lag nu open over haar lichaam, een kader van satijn rond haar naakte huid. Haar benen, lang en glad, strekte ze uit, liet ze iets uit elkaar glijden. Niet te ver. Net genoeg om de schaduw tussen haar dijen dieper te maken. Haar hand gleed over haar buik, langzaam, alsof ze de warmte van haar eigen huid in kaart bracht. Lager. Lager. Maar stopte precies waar de stof nog net een geheim bewaarde.
Annelies sloot haar ogen. Ze stelde zich voor hoe het zou zijn als iemand anders die hand was. Iemand die betaalde om te kijken. Om te raken. Om te vragen wat ze wilde. Ze bewoog haar heupen een beetje, een kleine, langzame golf. De negligée ritselde. Haar adem werd dieper. In de stilte van de kamer was het alsof de lucht zelf dikker werd van verwachting.
Ze opende haar ogen weer. In de spiegel zag ze een vrouw die niet meer het meisje was dat ooit naar Amsterdam ging om te stralen. Maar ook niet helemaal de vrouw die ’s avonds de bill betaalde met haar lichaam. Ergens daartussenin. Met de negligée half open, de huid bloot, de blik al half belofte.
Beneden zou straks de bel gaan. Iemand zou omhoog komen. Iemand met geld in zijn zak en verlangen in zijn ogen. Annelies streek nog één keer over haar eigen dij, langzaam, van knie tot heup, en liet haar hand daar rusten. De stof van de negligée lag als een open uitnodiging over haar.
Ze glimlachte, zacht, bijna voor zichzelf.
Een beetje geld voor een beetje liefde.
Maar eerst dit: de stilte, de naaktheid, de langzame opbouw van wat nog komen ging.