
Agnes zit schuin tegenover hem, op de liefdesbank die Henk vorig jaar uit de kringloop heeft gehaald. Haar zwarte rokje is opgeschoven tot net boven haar knieën, en de witte zijden blouse hangt los over de rand van de stoel. Ze lacht om iets dat Gerben heeft gezegd, iets over de dakgoot van nummer veertien, en haar hoofd valt een beetje naar achteren, waardoor de halslijn van haar blouse openschuift. Gerben kijkt naar de plek waar het kant van haar beha zichtbaar wordt, een schaduw van fijne draden tegen haar warme huid.
"Ik zal nog even pils halen," zegt Henk vanuit de deuropening naar de keuken. Hij draagt zijn gebruikelijke polo, donkerblauw vandaag, en het gouden horloge glinstert als hij zijn pols optilt om de tijd te checken. Zijn haar zit strak naar achteren, zoals altijd, alsof hij zichzelf 's ochtends met een kam in de spiegel corrigeert. "Gerben, jij hebt er ook zeker een verdiend, na die klus vanmiddag."
Gerben knikt, voelt de warmte van het glas tegen zijn handpalm, en merkt dat Agnes haar been kruist. Het zwarte rokje schuift nog een centimeter omhoog. Ze draagt geen panty, ziet hij, alleen een stuk blote huid waar de stof eindigt.
"Henk is zo attent," zegt Agnes, en haar stem klinkt zachter dan nodig, alsof ze iets deelt dat alleen voor Gerben bestemd is. "Hij weet altijd precies wanneer iemand dorst heeft."
Gerben neemt een slok van zijn pils. Het schuim prikt op zijn tong. Agnes' ogen blijven op zijn mond hangen als hij het glas wegzet, en ze bijt lichtjes op haar onderlip, niet genoeg om het op te merken als je niet specifiek naar haar gezicht keek. Gerben kijkt specifiek naar haar gezicht. Hij ziet de kleine beweging, het vocht dat achterblijft op haar lip waar haar tand is geweest.
"Die dakgoot," zegt ze, en ze leunt een beetje naar voren, waardoor de zijde van haar blouse strakker trekt over haar borsten, "die had je echt niet voor ons hoeven te maken, hè?"
"Ik had toch de ladder al staan," zegt Gerben. Zijn stem klinkt normaler dan hij zich voelt. Er is iets in de kamer, iets dat hij niet kan benoemen, een spanning die niet alleen komt van het warme weer of het bier dat hij op heeft. "Voor mijn eigen dakgoot, bedoel ik. Dan is het geen moeite om even door te lopen."
Agnes glimlacht, een trage, volle beweging die haar ogen niet helemaal bereikt. "Een goede buur," zegt ze. "Dat is wat je bent, Gerben."
De keukendeur zwaait open en Henk komt terug, twee flesjes in elke hand, zijn polsen gebogen onder het gewicht. "Hier, vers van de tap," zegt hij, hoewel het flesjes zijn, geen tap. Hij zet ze op de salontafel, tussen de onderzetters die Agnes heeft gehaakt, kleurrijke spiralen van wol die niets weggeven van de vrouw die nu met haar voet tegen de leuning van de liefdesbank tikt, een ritme dat alleen zij lijkt te horen.
Gerben pakt een nieuw flesje. Het is koud, kouder dan het vorige, en hij voelt de temperatuurverschillen in zijn handpalmen als hij het tegen de andere wisselt.
De voordeur slaat open. Niet hard, maar het geluid is scherp genoeg om alle drie de hoofden naar de gang te laten draaien. Lisa komt de kamer binnen, haar blonde paardenstaart zwaait achter haar hoofd als een pendel. Ze draagt een singlet in fel oranje, de kleur van een verkeerskegel, en korte spijkerbroek die haar smalle heupen net bedekt. Haar ogen, te groot voor haar smalle gezicht, schieten door de kamer en vangen alles in één blik: haar vader die rechtop gaat staan, de buurman op de bank, haar moeder die met één been over de andere zit alsof ze poseert voor een catalogus die nooit is verschenen.
"Hey," zegt Lisa. Haar stem is helder, bijna te helder voor de zachte avond die zich in de kamer heeft genesteld. "Ik wist niet dat we visite hadden."
"Gerben heeft de dakgoot gerepareerd," zegt Henk, en zijn hand gaat naar zijn pols, naar het horloge dat hij niet heeft afgedaan omdat hij nog geen bed in gaat. "Ik zei dat hij wel een biertje verdiende."
Lisa knikt, langzaam, en haar ogen blijven op Gerben rusten. Hij ziet iets veranderen in haar gezicht, een berekening die te snel is om precies te volgen, maar hij voelt het resultaat: de manier waarop haar schouders een beetje naar achteren gaan, hoe haar ademhaling zichtbaarder wordt onder de strakke stof van haar singlet. Ze loopt naar de bank, niet naar de lege stoel, niet naar het vloerkleed waar ze altijd als kind op heeft gezeten, maar rechtstreeks naar de plek naast Gerben waar nog precies genoeg ruimte is voor haar smalle lijf.
"Hé Gerben," zegt ze, en ze laat zich zakken, haar dij tegen de zijne, haar hand die op de bankleuning rust en dan, alsof het een natuurlijke val is, op zijn bovenbeen glijdt. "Lang niet gezien."
Agnes zit stil. Haar voet stopt met tikken. Gerben voelt de warmte van Lisa's hand door zijn spijkerbroek, een plek die niets te maken heeft met de koele avond of het bier in zijn andere hand. Hij neemt een slok, meer uit reflex dan dorst, en het vocht loopt naar zijn keel terwijl Lisa's vingers lichtjes knijpen, een druk die niemand anders kan zien maar die hij overal voelt.
"Ik ga even naar boven," zegt Agnes. Haar stem is evenwichtig, professioneel, alsof ze een klant in de winkel waar ze werkt bedient. "Ik moet iets anders aantrekken. Dit zit niet lekker."
Ze staat op, haar rokje dat naar beneden zakt, haar blouse die terugvalt in losse plooien. Ze loopt naar de trap zonder naar Henk te kijken, zonder naar Lisa, zonder naar Gerben. Haar hakken tikken op de houten treden, een geluid dat verdwijnt als ze de overloop bereikt.
Henk pakt zijn eigen biertje. Hij draait de dop eraf, een trage beweging, en kijkt naar Lisa die op de bank zit met haar hand nog steeds op Gerben's dij. "Je moeder vond het warm worden," zegt hij, en er is iets in zijn stem dat Gerben niet kan plaatsen, een laag die onder de oppervlakte ligt als modder in een heldere vijver.
"Ja," zegt Lisa. Ze draait haar hoofd naar Gerben, haar paardenstaart die over haar schouder valt en bijna zijn wang raakt. "Mijn moeder krijgt het altijd warm."
Gerben zegt niets. Hij voelt de druk van haar hand veranderen, de vingers die zich spreiden alsof ze de warmte van zijn been willen opnemen. Boven hoort hij een deur die dichtslaat, het geluid van hangers die over een stang schuiven. Iets wordt uitgetrokken, iets anders wordt aangetrokken. Hij probeert niet te luisteren naar de specifieke geluiden, maar ze komen toch bij hem, door het plafond, door de vloer, door de spanning die in de kamer is blijven hangen als een geur die je niet kunt benoemen maar wel ruikt.
"Nog een biertje, Gerben?" vraagt Henk.
"Ik heb er nog," zegt Gerben, en hij houdt het flesje omhoog dat hij bijna niet heeft aangeraakt.
Henk knikt, neemt een slok, en zijn ogen gaan naar de trap waar Agnes is verdwenen. Dan, snel, naar Lisa, een blik die Gerben niet mist maar ook niet begrijpt. Er is iets tussen hen, iets dat ouder is dan deze avond, iets dat Gerben niet kan zien maar wel voelt als een koude tocht door een warme kamer.
De trap kraakt. Agnes komt terug, en Gerben voelt zijn adem stokken zonder dat hij het kan verklaren. Ze draagt een jurk die hij niet eerder heeft gezien, zwart en strak, met een halslijn die tot aan haar borsten opent en daar stopt alsof het ontwerp is afgebroken door iemand die niet meer durfde. De stof glanst in het licht van de staande lamp, een olieachtige glans die met elke beweging verandert. Haar benen zijn bloot, haar voeten zijn in hoge hakken gestoken die ze normaliter alleen draagt als er een feest is, en er is geen feest, alleen dit, alleen nu.
"Dat zit beter," zegt ze, en ze lacht, een geluid dat niet bij haar past, te hoog, te helder. Ze loopt naar de stoel die schuin tegenover de bank staat, de stoel waarvan Gerben niet wist dat iemand er zou gaan zitten, en laat zich zakken. Haar benen gaan over elkaar, de jurk schuift omhoog, en ze leunt achterover met haar handen op de armleuningen alsof ze een troon bestijgt.
Lisa's hand verplaatst zich. Gerben voelt het gebeuren, de beweging die niet uitnodigend is maar uitdagend, een verklaring van oorlog in vingertoppen die naar zijn kruis glijden en daar blijven rusten. Hij is hard. Hij weet niet precies wanneer het is gebeurd, maar hij is hard, en Lisa's hand ligt erop, zacht, alsof ze temperatuur opneemt, alsof ze wil weten of hij het waard is.
"Henk," zegt Agnes, en haar stem is weer die van de vrouw die hij kent, zacht, sensueel, vol met betekenissen die hij altijd heeft genegeerd omdat ze de vrouw van zijn buurman is. "Zit ik hier niet een beetje ver weg?"
Henk draait zijn hoofd. Hij kijkt naar zijn vrouw, naar de jurk die te veel en te weinig laat zien, naar de manier waarop haar borsten bewegen als ze ademhaalt. Dan kijkt hij naar Lisa, naar de hand die op Gerben's kruis ligt, naar de uitdrukking op het gezicht van zijn dochter die hij herkent omdat hij die zelf heeft gedragen, jaren geleden, toen hij nog jong was en niet wist dat verlangen zo duur kon zijn.
"De bank is groot genoeg," zegt Henk langzaam. Hij zet zijn biertje neer, de bodem tegen het hout van de salontafel, en wrijft over zijn kin waar de stoppelbaard begint te groeien. "Als je naast Gerben wilt zitten, Agnes, er is plaats zat."
Agnes kijkt naar hem. Haar ogen zijn wijd, vragen iets dat Gerben niet kan horen, een conversatie die in stilte wordt gevoerd tussen twee mensen die twintig jaar met elkaar zijn getrouwd. Henk knikt, een kleine beweging, bijna onzichtbaar als je niet weet waar je moet kijken. Agnes weet waar ze moet kijken. Ze ziet het, en iets verandert in haar gezicht, een ontspanning die haar schouders laat zakken en haar lach weer echt maakt.
"Dat is lief," zegt ze, en ze staat op, haar jurk die ruisend om haar benen valt. Ze loopt naar de bank, niet aan de kant van Lisa maar aan de andere kant, de kant waar Gerben's lege hand hangt. Ze laat zich zakken, haar dij tegen de zijne, en haar hand vindt zijn andere been, spiegelt Lisa's positie alsof ze een choreografie oefenen.
Gerben zit tussen hen in. Twee vrouwen, twee handen, twee warme plekken op zijn lichaam die niets met elkaar te maken hebben en alles. Hij voelt zijn hart kloppen in zijn keel, in zijn polsen, ergens lager waar de vrouwen hun vingers niet hebben maar waar ze wel naartoe kijken, waar ze wel naartoe willen.
"Zo," zegt hij, en zijn stem klinkt vreemd in zijn eigen oren, te zwaar, te langzaam. "Gezellig."
Henk lacht. Het is geen vrolijk geluid, maar het is ook niet onvriendelijk. Het is het geluid van iemand die een plan ziet werken, een schaakspel dat in zijn voordeel verloopt ook al kan hij de eindzet nog niet zien. "Gezellig," herhaalt hij, en hij staat op, zijn polo die strak over zijn brede borst trekt. "Ik ga nog even pils halen. Jullie hebben vast dorst."
Hij loopt naar de keuken, zijn rug breed in de deuropening, en dan is hij weg, alleen het geluid van de koelkast die opengaat en de flesjes die tegen elkaar kletteren.
Agnes draait haar hoofd naar Gerben. Haar gezicht is dichtbij, de geur van haar parfum komt bij hem, iets bloemig dat zijn neus prikkelt. "Je bloost," zegt ze zacht. "Is het warm?"
"Een beetje," zegt Gerben.
Lisa's hand beweegt. Hij voelt de rits van zijn broek, de metalen tandjes die onder haar vingertoppen door gaan, de druk die toeneemt als ze zijn stijfheid voelt, de omvang die zijn boxer spant. Ze zegt niets, maakt geen geluid, maar haar ademhaling verandert, wordt dieper, langzamer.
Agnes ziet het. Haar ogen gaan naar Lisa's hand, naar de plek waar de stof van Gerben's broek wordt uitgedaagd, en dan kijkt ze weer naar Gerben. Er is geen woede in haar gezicht, geen jaloezie die hij kan herkennen. Er is iets anders, iets dat hij niet heeft gezien bij vrouwen die met elkaar concurreren, iets dat meer lijkt op uitdaging, op spel, op de belofte van meer.
"Mag ik?" vraagt ze, en haar stem is zo zacht dat hij het bijna niet hoort.
Gerben weet niet wat ze vraagt. Hij weet niet wat hij moet zeggen. Hij heft zijn armen, een beweging die begint als een schouderophalen en eindigt als een omhelzing van de bankleuning, zijn ellebogen op de rugleuning, zijn handen die in de lege lucht hangen alsof ze iets willen grijpen dat er niet is.
Agnes en Lisa schuiven dichterbij. Hij voelt het aan beide kanten, de druk van hun schouders tegen de zijne, de warmte die door de stof van zijn shirt komt. Zijn handen zakken van de leuning, vinden hun schouders, rusten daar alsof het de natuurlijkste plek is, alsof hij dit altijd heeft gedaan, alsof dit altijd zo had moeten zijn.
Boven hen hangt de lamp, een kaarsvormige fitting die een warme cirkel op de vloer werpt. De gordijnen bewegen in de tocht van het open raam. Ergens in de straat start een auto, het geluid verdwijnt, de stilte valt terug als een deken die te zwaar is.
Lisa's hand trekt aan zijn rits. De tandjes geven mee, een reeks kleine klikjes die in de kamer te horen zijn, die in zijn hoofd te horen zijn als kanonschoten. Ze glijdt onder de stof, vindt de opening van zijn boxer, en dan is haar hand om hem heen, de huid van haar palm tegen zijn hete, stijve lengte.
Agnes kijkt naar de keuken, naar de plek waar Henk is verdwenen, en dan kijkt ze terug naar Gerben. Haar ogen zijn groot, vragend, maar ze wacht niet op antwoord. Haar hand laat zijn dijbeen los, beweegt naar zijn middel, en dan zijn haar vingers ook daar, naast die van Lisa, twee handen die hem vasthouden, die hem aftrekken in een ritme dat niet is afgesproken maar dat toch samenvalt.
"Jezus," zegt Gerben, en het is geen gebed maar een vloek, een uitroep van iemand die niet weet waar hij is en het ook niet meer wil weten.
Henk komt terug uit de keuken. Hij draagt een dienblad met flesjes, zijn gezicht rood van de inspanning of van iets anders. Hij ziet hen, ziet de positie van de handen die half verborgen zijn onder de hoek van het zicht, ziet de uitdrukking op Gerben's gezicht die hij herkent omdat hij die zelf heeft gehad, ooit, lang geleden, toen de wereld nog simpel leek.
Hij zet het dienblad neer. Het hout van de tafel kraakt onder het gewicht. Hij zegt niets, doet niets, staat alleen maar met zijn handen op zijn heupen en kijkt naar de vrouwen die zijn leven delen, die nu een ander delen, die iets beginnen waarvan hij niet weet waar het eindigt.
Lisa draait haar hoofd. Haar paardenstaart schuift over haar schouder, over Gerben's arm, een zachte aanraking die niets te maken heeft met waar haar hand is, met wat ze doet. Ze kijkt naar Henk, recht in zijn ogen, en er is iets in haar blik dat Gerben niet kan lezen, iets dat tussen hen ligt als een geheim dat in stof is gehuld.
Henk maakt een gebaar. Het is klein, bijna onzichtbaar, een beweging van zijn hand die naar zichzelf wijst en dan naar de vloer naast hem. Lisa schudt haar hoofd, een trage beweging, en haar hand trekt harder, een strakke beweging die Gerben doet kreunen, die zijn heupen doet verplaatsen, die de controle die hij nog had wegnemt als een tafelkleed dat in één ruk wordt weggetrokken.
Agnes buigt naar voren. Haar jurk spant over haar borsten, de halslijn valt open, en hij ziet het zwarte kant van haar beha, de ronde vormen die eronder zitten, de huid die erboven begint. Haar mond vindt de zijne, niet zacht, niet voorzichtig, maar met een druk die zijn lippen tegen zijn tanden duwt, die haar tong tussen zijn lippen forceert, die smaakt naar de wijn die ze vanmiddag heeft gedronken, naar iets zoeters, naar verlangen dat te lang is onderdrukt.
Gerben's handen bewegen. Ze vallen van de schouders van de vrouwen, glijden naar beneden, vinden de warmte van hun lichamen door de stof heen. Bij Agnes voelt hij de jurk, de gladde stof die onder zijn vingers wegglijdt als hij zoekt naar wat eronder zit. Bij Lisa voelt hij de ruwe textuur van haar spijkerbroek, de warmte die eronder zit, de smalle heupen die onder zijn handpalm passen.
Hij trekt Agnes dichter. Het is geen bewuste keuze, het is zijn lichaam dat beslist, zijn lichaam dat heeft gewacht op dit moment zonder het te weten. Zijn hand glijdt onder haar jurk, omhoog, en dan vindt hij haar borst, het kant van haar beha dat hij eerder heeft gezien, nu voelt. Hij knijpt, niet zacht, en ze reageert met een geluid in haar keel dat ze niet onderdrukt, een trilling die door haar tong in zijn mond gaat.
Zijn vingers vinden haar tepel, hard door het kant heen, en hij knijpt, draait, trekt, en ze beweegt tegen hem aan, haar lichaam dat een antwoord zoekt dat hij niet in woorden kan geven. Zijn andere hand, de hand die Lisa vasthield, beweegt naar beneden, naar de zoom van haar singlet, en dan is hij onder de stof, op haar warme huid, en hij voelt de ribben die uitsteken, de zachtheid van haar buik, de rand van haar spijkerbroek die strak zit.
Henk beweegt. Gerben ziet het vanuit zijn ooghoek, de man die naar de stoel loopt waar Agnes heeft gezeten, die gaat zitten met zijn benen uit elkaar, die zijn hand naar zijn eigen kruis brengt en daar blijft liggen. Hij ziet de uitdrukking op Henk's gezicht, het verlangen dat daar ligt, het conflict dat eronder zit als een stroom die tegen een dam drukt.
Lisa laat Gerben's pik los. Het is abrupt, een afwezigheid die hij voelt als pijn, als verlies, en hij draait zijn hoofd om te zien waarom, om te smeken om terugkeer, maar ze is al bewogen, al op haar knieën op de bank, haar gezicht naar zijn middel, haar handen die zijn broek naar beneden trekken, die zijn boxer meenemen, die hem bloot leggen aan de kamer, aan de vrouwen, aan Henk die kijkt vanuit zijn stoel.
Ze neemt hem in haar mond. Het is warm, nat, een omhulling die hem doet kreunen, die zijn heupen doen stoten zonder dat hij het kan stoppen. Agnes trekt zich los van zijn mond, haar ademhaling zwaar, haar lippen rood en vochtig, en ze kijkt naar beneden, naar wat Lisa doet, naar de manier waarop haar stiefdochter hem pijpt met een vaardigheid die te jong lijkt, die te ervaren is voor haar achttien jaar.
"Kijk," zegt Agnes, en het is niet duidelijk tegen wie ze het zegt, tegen Gerben die kijkt, tegen Henk die kijkt, tegen Lisa die niet kan kijken omdat haar mond vol is. "Kijk hoe ze hem pijpt. Kijk hoe ze hem wil."
Gerben kijkt. Hij kan niet anders. Hij voelt Lisa's tong over zijn eikel gaan, de druk van haar lippen die naar beneden glijden, het geluid dat ze maakt als ze hem dieper neemt, als ze hem bijna helemaal in haar mond heeft en dan weer terugtrekt, het speeksel dat glinstert op zijn huid, op haar kin.
Agnes' hand is terug, naast die van Lisa, en ze strekt hem, trekt hem, terwijl Lisa hem zuigt, een combinatie van bewegingen die hem gek maakt, die zijn gedachten wegnemt, die hem alleen nog lichaam maakt, alleen nog verlangen, alleen nog de dringende behoefte om te komen, om los te laten, om te exploderen in de handen en de mond van deze vrouwen.
Maar Henk staat op. Gerben ziet het, hoort het, de stoel die verschuift over de houten vloer, de voetstappen die dichterbij komen. Hij wil kijken, maar Lisa trekt harder, zuigt dieper, en zijn hoofd valt achterover tegen de bank, zijn ogen die dichtgaan, zijn mond die openvalt in een geluid dat geen woord is, alleen adem, alleen stem, alleen behoefte.
Henk staat achter Lisa. Gerben voelt het eerst in de beweging van de bank, de druk die verandert als Henk zijn knieën tegen de kussens drukt. Dan voelt hij Lisa verstijven, haar mond die stopt met bewegen, haar hand die stopt met trekken. Ze maakt een geluid, een vraag, een protest dat niet wordt uitgesproken, en dan is het geluid van stof die wordt verschoven, de spijkerbroek van Lisa die omlaag gaat, de onderbroek die naar beneden wordt getrokken of opzij wordt geschoven, Gerben kan het niet zien maar hij voelt het in de verandering van haar houding, in de manier waarop haar gewicht verplaatst.
Henk's handen grijpen haar heupen. Gerben ziet de vingers die om haar smalle middel sluiten, de donkere huid van Henk's handen tegen de warme gloed van Lisa's rug. Hij ziet de spanning in Henk's armen, de spieren die zich spannen als hij zich positioneert, als hij zijn stijfheid richt, als hij naar binnen duwt.
Lisa kreunt. Het geluid komt uit haar keel, om Gerben's pik heen, een trilling die hem doet huiveren. Ze laat hem los, haar hoofd dat naar achteren valt, haar mond die nog steeds open is, haar ogen die naar Henk zoeken en dan weg kijken, naar de muur, naar niets, naar een plek waar ze niet hoeft te zien wat er gebeurt.
Henk beweegt. Het is niet zacht, niet voorzichtig, het is de beweging van iemand die heeft gewacht, die heeft verdrongen, die nu eindelijk neemt wat hij wil. Hij trekt Lisa naar zich toe, duwt haar naar voren, en Gerben ziet haar gezicht dichtbij komen, haar ogen die dicht zijn, haar mond die nog steeds open is. Dan is ze weer bij hem, haar lippen tegen zijn buik, haar ademhaling die heet is op zijn huid, terwijl achter haar Henk begint te neuken, terwijl zijn stoot haar hele lichaam doet schuiven, doet bewegen, doet trillen.
Agnes ziet het. Haar ogen zijn groot, haar hand die stopt met trekken, die naar haar eigen mond gaat, die er tegenaan drukt alsof ze iets wil onderdrukken. Dan draait ze zich naar Gerben, haar gezicht een masker van iets dat hij niet kent, iets dat tussen opwinding en angst ligt, tussen verlangen en het verlies van wat ze dacht te kennen.
"Neuk me," zegt ze, en haar stem is ruw, onherkenbaar. "Neuk me nu."
Ze trekt haar jurk omhoog, een beweging die haar bloot legt, de zwarte kanten slip die ze draagt, het vocht dat er al op zit, de donkere plek in het midden die verraadt hoe lang ze dit heeft gewild. Ze trekt de slip opzij, niet uit, alleen opzij, en dan klimt ze op hem, haar knieën naast zijn heupen op de bank, haar hand die hem richt, die hem naar binnen leidt.
Ze zakt naar beneden. Het is warm, strak, natter dan hij had verwacht, een omhulling die hem bijna doet komen, die hem dwingt om stil te blijven liggen, om te ademen, om te overleven in het genot dat te groot is. Agnes beweegt, haar heupen die cirkels draaien, die op en neer gaan, die hem dieper nemen met elke stoot, die hem uitdagen om mee te doen, om harder te gaan, om alles te geven.
Gerben geeft alles. Zijn handen grijpen haar borsten, die uit de jurk zijn gekomen, die over de rand van het kant hangen, zwaar en warm en echt. Hij knijpt, trekt, voelt de tepels hard worden onder zijn vingertoppen, en ze reageert met beweging, met geluid, met een ritme dat sneller wordt, dat harder wordt, dat de bank doet kraken en de muren doet trillen.
Hij kijkt naar Lisa. Ze is voorovergebogen, haar handen op de bank naast zijn heupen, haar gezicht naar beneden, haar paardenstaart die heen en weer zwaait met elke stoot die Henk geeft. Hij ziet de spanning in haar schouders, de manier waarop haar ademhaling stokt, de geluiden die ze maakt die geen woorden zijn, alleen lucht die wordt gedwongen door lichaam, alleen pijn die genot is, alleen genot dat pijn is.
Henk kijkt naar hem. Hun ogen ontmoeten elkaar over de rug van Lisa heen, over de bewegende heupen van Agnes heen, een blik die geen woorden nodig heeft, die geen uitleg vraagt. Henk's gezicht is rood, zijn polo is nat van het zweet, zijn handen die Lisa's heupen vasthouden zijn wit van de kracht die hij gebruikt. Hij knikt, een kleine beweging, een erkenning van wat ze delen, van wat ze allemaal zijn geworden in deze kamer, in deze avond, in dit moment dat nooit meer zal worden wat het was.
Agnes komt. Hij voelt het eerst in de verandering van haar ritme, de stoten die onregelmatig worden, de spieren die om hem heen samentrekken in golven die hij kan tellen, die hij kan voelen, die hem meenemen in haar orgasme alsof het het zijne is. Ze kreunt, een lang geluid dat begint hoog en eindigt laag, dat uit haar keel komt en in de kamer blijft hangen als een geur, als een smaak, als iets dat je kunt aanraken.
Ze valt voorover, haar borsten tegen zijn borst, haar mond naast zijn oor. "Meer," fluistert ze, en haar adem is heet, haar lippen vochtig tegen zijn hals. "Ik wil meer."
Gerben geeft haar meer. Hij draait haar, een beweging die de bank protest laat geven, die Agnes op haar rug legt, die hem boven haar brengt, die hem de controle geeft die hij nodig heeft. Hij stoot, hard, diep, zonder mededogen, want mededogen is niet wat ze vraagt, mededogen is niet wat deze avond is. Ze schreeuwt, een geluid dat de buren zouden kunnen horen, dat de hele straat zou kunnen horen, en het maakt hem niet uit, het maakt niemand iets uit, ze zijn voorbij het punt waar iets iets uitmaakt.
Lisa kreunt, een ander geluid, een dieper geluid, en Gerben draait zijn hoofd om te zien. Henk is klaargekomen, ziet hij, de man die achterover leunt, zijn handen die Lisa loslaten, zijn gezicht dat leeg is van alles behalve opluchting, behalve leegte, behalve het verlangen naar meer dat al begint terug te komen in zijn ogen.
Lisa draait zich om. Ze kijkt naar Gerben, naar Agnes onder hem, naar de manier waarop hij haar neukt, waarop ze reageert, waarop ze meer vraagt dan hij kan geven. Ze glimlacht, een trage, volle beweging die haar ogen niet helemaal bereikt, en dan klimt ze van de bank, haar spijkerbroek die om haar enkels hangt, haar singlet die omhoog is geschoven tot onder haar borsten.
Ze loopt naar de stoel waar Henk zit. Ze draait zich om, buigt zich voorover, haar handen op de armleuningen, haar achterwerk naar hem gericht. "Opnieuw," zegt ze, en haar stem is helder, bijna kinderlijk in contrast met wat ze vraagt. "Neuk me opnieuw."
Henk staat op. Zijn polo is nog vastgeknoopt, zijn broek nog om zijn enkels, maar hij is al weer hard, ziet Gerben, al klaar voor meer, al verlangend naar wat hij net heeft gehad en wat hij nog wil hebben. Hij stapt achter Lisa, grijpt haar heupen, en duwt naar binnen zonder voorbereiding, zonder zachtheid, zonder iets behalve de behoefte om te vullen, om te nemen, om te bezitten.
Agnes trekt Gerben naar beneden. Haar mond vindt de zijne, haar tong die zijn lippen forceert, haar handen die zijn billen grijpen en hem dieper in haar drukken, die hem dwingen om harder te stoten, om sneller te bewegen, om alles te geven wat hij heeft. Hij geeft het. Hij voelt het begin van zijn orgasme, de spanning die zich ophoopt in zijn onderbuik, de druk die ondraaglijk wordt, die moet worden vrijgelaten.
Hij komt in haar. Het is heet, nat, een stroom die lijkt te duren, die hem leegt, die hem vult tegelijk, die hem iets anders maakt dan hij was. Agnes voelt het, haar spieren die samentrekken om hem heen, haar mond die loslaat om te ademen, om te kreunen, om zijn naam te zeggen als een gebed, als een vloek, als het enige woord dat nog over is.
Ze liggen stil, een tijd die geen tijd is, een ademhaling die langzaam wordt, een hartslag die terugkeert naar iets dat normaal lijkt. Dan hoort Gerben Lisa kreunen, hoort hij Henk stoten, hoort hij het geluid van vlees op vlees, van verlangen dat niet is vervuld, dat nooit vervuld zal worden, dat altijd meer wil.
Agnes gaat rechtop zitten. Haar jurk is omhooggeschoven, haar borsten hangen half uit haar beha, haar haar zit in de war. Ze kijkt naar Lisa, naar Henk, naar het tafereel dat zich daar afspeelt, en dan kijkt ze naar Gerben. Haar ogen zijn helder, wakker, vol van iets dat hij niet kan benoemen.
"We zijn nog niet klaar," zegt ze, en het is geen vraag, geen suggestie, alleen een constatering van wat ze allemaal weten, wat ze allemaal willen, wat deze avond nog zal brengen voordat de zon opkomt en de wereld terugkeert naar wat het was, wat het nooit meer zal zijn.
Ze staat op, trekt hem mee, en ze lopen naar de stoel waar Henk Lisa neukt, waar Lisa kreunt, waar het nog steeds doorgaat, waar het nooit lijkt te stoppen. Agnes duwt Gerben naar beneden, op de andere armleuning, en klimt op hem, haar rug naar hem toe, haar gezicht naar Lisa, naar Henk, naar het spiegelbeeld van wat ze zelf doen.
Lisa draait haar hoofd. Haar ogen ontmoeten die van Agnes, een blik die geen woorden nodig heeft, die geen uitleg vraagt. Ze glimlachen, allebei, en dan buigt Lisa zich verder voorover, haar mond die Agnes vindt, die haar kust, die haar tong in haar moeder stopt terwijl hun mannen hen neuken, terwijl de avond in chaos vervalt, terwijl de buurt slaapt en niemand weet wat er gebeurt in dit huis, in deze kamer, in deze orgie die net is begonnen en die nog lang zal duren.
Henk kijkt naar Gerben. Hij knikt, weer, altijd dat knikken, dat erkennen, dat delen van iets dat geen naam heeft. Gerben knikt terug, en dan zijn er geen woorden meer, alleen lichaam, alleen verlangen, alleen de nacht die voor hen ligt als een open veld waar alles kan gebeuren, waar alles zal gebeuren, waar ze allemaal zullen vinden wat ze zoeken in de warmte van elkaars huid, in de duisternis van een kamer waar de gordijnen dicht zijn en de wereld buiten niet meer bestaat.
En Gerben denkt aan thuis, aan zijn vrouw, Jolanda, die bij haar zieke moeder is en in de loop van de dag weer thuis zal komen. En vanavond weer naast hem slaapt, in hun bed.





