Negentien en twintig. Twee lichamen die al jarenlang de geur van hooi, zweet en leer in hun poriën hadden zitten. Sanne was de langste, met schouders die breder leken dan ze waren en handen die een teugel konden vasthouden alsof het een wapen was. Lotte was compacter, lager in het zadel, met dijen die zich als een tweede huid om de flanken van een paard sloten. Ze reden al sinds hun veertiende op dezelfde manege, hadden dezelfde instructrice gehad, dezelfde blessures opgelopen, dezelfde nachtelijke gesprekken gevoerd in de zadelkamer terwijl de regen op het dak trommelde.
Er was altijd iets tussen hen geweest. Geen vriendschap, geen vijandschap, maar iets scherpers. Een stille wedijver die zich uitte in wie het langst kon blijven zitten als een jong paard bokte, wie het eerst de dapperheid had om een hengst te longeren die nog nooit een mens op zijn rug had gehad, wie de ander net iets te hard aankeek als de kleding nat van het zweet tegen de huid kleefde. Ze kenden elkaars zwakke plekken. Sanne wist dat Lotte bang was om te verliezen. Lotte wist dat Sanne erotiseerde van controle.
De manege lag aan de rand van de polder, waar de wind altijd van de zee kwam en de lucht ’s avonds naar mest en natte aarde rook. De stallen waren oud, de balken zwart van de jaren, de vloer steen met diepe groeven waarin het stro zich vastzette. Achterin stond Baron. Een zwart hengst van acht jaar, met een hals als een boog en ogen die te veel wisten. Hij was geen dekhengst meer, te temperamentvol voor de meeste ruiters, maar hij stond er nog steeds. Zijn preputium was schoon gehouden, de huid eromheen donker en soepel. In rust lag zijn penis volledig teruggetrokken in de preputiumholte; alleen de opening van de schede was zichtbaar, een smalle spleet omgeven door dunne, geplooide huid.
Het begon op een avond in augustus. De instructrice was al weg. De laatste les was afgelopen. Sanne en Lotte zaten op de grote balen hooi naast de zadelkamer, een fles goedkope rode wijn tussen hen in. De lucht was zwaar. Ver in de polder rommelde het onweer, maar het wilde niet komen. Baron stampte af en toe in zijn box, onrustig, alsof hij de spanning in de lucht voelde.
Sanne dronk, veegde haar mond af met de rug van haar hand en keek Lotte recht aan.
“Morgen rijden we om de beurt over de parcoursbaan. Geen jury. Alleen wij. Wie de minste fouten maakt, wint. Wie verliest…”
Ze zweeg even, liet de stilte dik worden.
“Wie verliest, zuigt Baron leeg. Helemaal. Mond om die lul tot hij klaarkomt. En alles doorslikken. Geen spugen. Geen terugkrabbelen.”
Lotte lachte. Het was geen vrolijke lach. Het was de lach van iemand die al te lang had gewacht op precies dit soort afspraak.
“En als jij verliest?”
“Dan doe ik het. Zelfde regels.”
Ze sloegen handen. De handdruk was hard, te hard. Daarna dronken ze de fles leeg en zeiden bijna niets meer. De weddenschap hing tussen hen als een derde lichaam.
De volgende dag was de lucht nog zwaarder. Geen wind. De vliegen zaten stil op de mest. Ze hadden de ring voor zichzelf. Geen andere ruiters, geen instructrice, alleen het geluid van hun eigen ademhaling en het stampen van de hoeven op het zand.
Sanne reed eerst. Ze koos haar eigen merrie, een scherp, alert dier dat gewend was aan haar harde hand. Ze reed strak, efficiënt, bijna klinisch. Elke hindernis werd genomen met de precisie van iemand die niet mag falen. Geen tik, geen aarzeling. Toen ze klaar was, stapte ze af zonder iets te zeggen.
Lotte reed daarna. Ze voelde de druk al in haar onderbuik, een zware, warme klomp die niets met angst te maken had en alles met verwachting. Haar paard was nervosier dan anders. Bij de voorlaatste hindernis tikte hij met de achterhoef. De staaf viel. Een droog, beslissend geluid in de stilte.
Sanne keek haar aan vanaf de kant. Geen glimlach. Alleen die koude, nieuwsgierige blik.
Ze zeiden niets. Ze leidden Baron samen naar de achterste stal, de oude box die bijna nooit meer werd gebruikt. De deur deden ze op slot van binnen. Het licht viel scheef door het kleine raam hoog in de muur. Baron snuifde, zijn neusgaten wijd. Hij rook de opwinding aan hen, de geur van zweet en iets scherpers.
Sanne ging naast zijn schouder staan en begon hem te strelen, langzaam, met platte handen over de hals en de schoft. Lotte knielde al voor hij goed en wel begon te reageren. Ze wist wat er ging gebeuren. Ze had genoeg hengsten zien dekken om de volgorde te kennen.
Eerst kwam er niets. Alleen de opening van het preputium, een donkere spleet. Toen, onder invloed van de toenemende parasympathische prikkeling, begon de penis zich naar buiten te schuiven. Eerst de vrije schacht, donker gepigmenteerd, met de longitudinale huidplooien die kenmerkend zijn voor de hengstenpenis. De huid was warm, bijna heet, en voelde onder Lotte’s vingers al steviger worden. Het corpus cavernosum vulde zich met bloed. De penis verlengde zich gestaag, centimeter na centimeter, tot hij uiteindelijk een stevige, licht naar voren gebogen zuil vormde van ruim zestig centimeter. De diameter was aanzienlijk; Lotte’s hand kon er net omheen.
Daarna kwam de glans. In het begin relatief smal, maar al snel zwoll hij. De processus urethralis, een dunne, vlezige uitstulping van ongeveer drie tot vier centimeter, stak duidelijk uit het centrum. Rondom lag de fossa glandis, die diepe, ringvormige groeve die bij veel hengsten een verzamelplaats is voor smegma. Bij Baron was die redelijk schoon, maar de geur was er toch: zout, muskusachtig, dierlijk.
Lotte wachtte niet. Ze streek de restanten van de preputiumhuid verder terug tot de hele glans vrij lag. Ze legde haar tong plat tegen de onderzijde van de schacht en likte langzaam omhoog, over de warme, geaderde huid, tot ze de fossa glandis bereikte. Daar bleef ze even hangen, haar tong rond de processus urethralis draaiend. Voorvocht parelde al uit de opening, helder en slijmerig. Ze proefde het. Zout, licht bitter, met die onmiskenbare smaak van hengst.
Sanne stond vlak achter haar, een hand in Lotte’s haar.
“Neem hem in je mond.”
Lotte deed haar mond open. Breed. De glans schoof naar binnen. De diameter was zo groot dat haar lippen zich strak om de basis moesten spannen. De processus urethralis raakte al snel haar gehemelte en schoof verder, dieper, tot hij tegen de ingang van haar keel drukte. Ze slikte reflexmatig. Haar speeksel mengde zich met het voorvocht en droop in draden langs haar kin op de strozak.
Ze begon te zuigen. Langzaam eerst, dan steviger. Haar tong werkte langs de onderkant van de glans en rond de fossa. Haar ene hand omvatte de schacht vlak achter de glans, de andere steunde op Barons dij om zichzelf te stabiliseren. De hengst stampte met een achterbeen. Zijn flanken trilden. De ademhaling werd zwaarder, snuivend.
De erectie bereikte haar maximum. De glans zwol verder uit, de randen rond de fossa glandis verdikten zich, en de karakteristieke belvorm begon zich te vormen. Die bel is geen permanente structuur; hij ontstaat pas bij volledige opwinding en wordt nog markanter tijdens de ejaculatie. Lotte voelde het gebeuren in haar mond: de glans werd breder, steviger, bijna onmogelijk om nog volledig te omvatten.
Sanne duwde haar hoofd dieper.
“Dieper. Je hebt verloren.”
Baron begon de typische bekkenbewegingen. Korte, krachtige stoten. Lotte hield de schacht stevig vast en liet haar hoofd meebewegen. Haar keel spande zich elke keer dat de processus urethralis dieper schoof. Speeksel en voorvocht droop nu vrijelijk. Haar kin was nat, haar T-shirt begon natte plekken te vertonen.
Toen kwam de ejaculatie.
Het begon met een heldere, dunne fractie — de voorvloeistof uit de prostaat en de bulbourethrale klieren. Direct daarna volgden de dikke, roomachtige, sperma-rijke jets. Paardensperma komt in meerdere opeenvolgende golven, aangedreven door ritmische contracties van de urethra en de omringende spieren. Het volume is groot; bij een volwassen hengst vaak tussen de vijftig en honderd milliliter, soms meer. De consistentie is taai, vooral als de gel-fractie meekomt.
De eerste straal vulde Lotte’s mond sneller dan ze kon slikken. Ze hoestte, maar hield vast. De tweede en derde golf volgden hard achter elkaar. Het sperma was warm, zout, met die zware, muskusachtige geur die alleen hengstenejaculaat heeft. Het liep uit haar mondhoeken, over haar kin, in draden naar beneden. Ze slikte toch. Golf na golf. Haar keel werkte, haar ogen stonden vol water, maar ze bleef doorgaan tot de samentrekkingen zwakker werden en de laatste druppels over haar tong gleden.
Pas toen de glans begon te ontzwellen, liet ze los. De belvorm verdween geleidelijk. De penis verloor zijn stevigheid en begon zich terug te trekken in de preputiumholte. Baron stond met hangend hoofd, de spanning uit zijn lijf gezakt, alleen nog zwaar ademend.
Lotte bleef op haar knieën zitten. Haar lippen waren gezwollen en glommen. Haar kin en hals waren vies van sperma en speeksel. De smaak hing zwaar in haar keel, dik en zout. Ze keek omhoog naar Sanne. Er lag geen schaamte in haar blik. Alleen iets dat leek op een uitnodiging.
Sanne streek met haar duim over Lotte’s onderlip, veegde een druppel weg en bracht de duim naar haar eigen mond. Ze proefde. Haar gezicht veranderde niet.
“Volgende keer kies jij het paard,” zei Lotte hees.
Haar stem was schor van het slikken.
“En dan doe jij het. Ik wil kijken.”
Sanne knikte langzaam. Buiten begon het eindelijk te regenen. Harde, zware druppels op het dak van de stal. Het geluid vulde de ruimte. Baron schoof zijn penis volledig terug in de schede. De geur van sperma, hooi en natte aarde hing zwaar tussen hen in.
Ze bleven nog een tijd zitten in de halfdonkere box, zonder te praten. De weddenschap was afgerond, maar allebei wisten ze dat dit geen einde was. Het was een opening. Een deur die nu openstond en niet meer dicht kon.
Toen ze uiteindelijk naar buiten gingen, was de polder nat en donker. De regen spoelde de sporen van hun laarzen weg, maar de smaak in Lotte’s mond bleef.
En Sanne keek haar aan met diezelfde koude, nieuwsgierige blik die eerder in de ring had gezeten.