
De jonge vrouw van 18 staat midden op het plein, haar handen vastgebonden achter haar rug. Soldaten van het vijandige leger omringden haar terwijl de buurtbewoners op een afstand toekeken. Twee mannen grepen haar kleren en scheurden ze van haar lichaam, onthulden haar naakte huid, haar stevige borsten en haar gladde kut. Ze probeerde zich te verzetten maar werd hard op de grond geduwd.
De veroveraars hebben de stad ingenomen zeven dagen geleden. Sindsdien heeft Liese niets anders gedaan dan luisteren—naar hun stemmen die door de nachtelijke straten echoën, naar het gekletter van hun wapenrusting, naar het gebonk van hun laarzen op de trappen van het raadhuis waar ze nu logeren. Ze heeft gezien hoe andere vrouwen zich aanboden, hoe sommigen eten ontvangen in ruil voor een nacht, hoe de soldaten met hun lichamen omgaan alsof het oorlogsbuit is die ze mogen verdelen.
Maar Liese heeft iets anders in gedachten. Haar vingers spelen met de stof van haar jurk terwijl ze dichterbij komt. Haar hartslag is een tromgeroffel in haar oren, maar haar pas is doelbewust. Ze heeft dit plan gevormd in de uren dat ze wakker lag op de hooizolder waar haar familie nu slaapt—haar moeder, haar twee jongere broers, allemaal afhankelijk van wat zij vandaag kan bereiken.
De soldaten zien haar aankomen. Een van hen, een man met een litteken dwars over zijn wang, zet zijn helm af en spuugt op de grond. Zijn ogen volgen haar bewegingen terwijl ze haar jurk wat hoger optrekt, haar blote kuiten blootgesteld aan de koele lucht. De wind trekt door haar losse haar, en ze voelt hoe meer hoofden zich in haar richting draaien.
"Jij daar," roept een stem—diep, met een accent dat ze niet herkent. Een oudere soldaat, zijn baard gevlekt met grijs, komt naar voren. Zijn hand rust op het gevest van zijn zwaard, niet als dreiging, maar als gewoonte. "Wat kom je hier doen, meisje?"
Liese slikt. Haar keel is droog van het stof dat nog in de lucht hangt. Maar als ze spreekt, is haar stem helder, bijna uitdagend. "Ik kom jullie bedanken," zegt ze. "Voor onze bevrijding."
De grijsbaard lacht, een korte uitbarsting die meer uit zijn neus komt dan uit zijn mond. "Bevrijding?" herhaalt hij. "Dit is inname, kind. Je stad is gevallen."
"Ik weet wat jullie zijn," zegt Liese, en ze zet een stap dichterbij. Nu kunnen ze haar gezicht zien—de jonge huid, de volle lippen, de manier waarop haar borsten op en neer gaan onder de dunne stof. "Ik weet wat jullie willen. En ik bied het aan."
Stilte valt over het plein. De soldaten kijken elkaar aan, sommigen met opgetrokken wenkbrauwen, anderen met een grijns die ze niet proberen te verbergen. De grijsbaard draait zich naar zijn mannen, zijn hand nog steeds op zijn zwaard.
"Een vrijwillig offer," zegt hij, meer tegen hen dan tegen haar. "Dat is nieuw."
"Ik wil het," zegt Liese, en ze hoort hoe haar stem trilt op die laatste lettergreep. Ze dwingt zichzelf rechtop te staan, haar schouders naar achteren. "Allemaal. Ik wil jullie allemaal."
De grijsbaard draait terug naar haar. Zijn ogen zijn klein, ingebed in een web van lachrimpels die niet betekenen dat hij lacht. Hij bestudeert haar gezicht, haar houding, de manier waarop haar vingers nog steeds haar jurk vasthouden. Dan knikt hij, een bijna onmerkbaar gebaar.
"Jongens," zegt hij, zonder zijn blik van haar af te wenden. "Het meisje wil bedankt worden."
Het eerste wat ze hoort is het ritselen van stof—gordels die losgemaakt worden, laarzen die op de stenen verschoven worden. De grijsbaard stapt opzij, en een jongere soldaat komt naar voren. Hij is lang, met rood haar dat onder zijn helm uit piept, en zijn handen zijn al bezig met zijn broek terwijl hij op haar af loopt.
Liese staat stil. Haar benen voelen plotseling zwaar, alsof ze in modder staat in plaats van op steen. De roodharige soldaat stopt voor haar, zijn gezicht op een handbreedte afstand van het hare. Hij ruikt naar zweet en leer, naar het metaal van zijn wapenrusting die hij nog draagt. Zijn ogen zijn blauw, het blauw van een winterhemel, en ze zien haar met een honger die geen enkele vraag stelt.
"Ben je er zeker van?" vraagt hij, en zijn stem is zachter dan ze verwacht had.
Liese knikt. Ze wil iets zeggen—een bevestiging, een uitdaging—maar haar woorden sterven in haar keel als hij zijn broek naar beneden trekt.
Zijn lul springt vrij, al hard en pulserend, de huid eromheen getrokken strak. Het is de eerste keer dat Liese een erectie van dichtbij ziet, en ze kan haar ogen er niet van afhouden. De aderen lopen er duidelijk onder, een netwerk van blauwe lijnen die naar de dikke, paarsrode kop leiden. Een druppel vocht glinstert aan de punt.
De soldaat grijpt haar bij haar middel en draait haar rond. Haar rug komt tegen een koude muur te liggen—het raadhuis, realiseert ze zich, de stenen nog vochtig van de nacht. Zijn handen zijn ruw, zijn vingernagels vuil onder de randen, als hij haar benen uit elkaar duwt. Haar jurk schuift omhoog, en de koude lucht raakt haar blote dijen.
"Wacht," begint ze, maar hij wacht niet.
Met een enkele, gewelddadige stoot ramt hij zich naar binnen.
De pijn is onmiddellijk en allesverterend. Liese gilt, een scherp geluid dat over het plein echoot en de duiven opjaagt die op het dak zaten. Haar handen klauwen naar de steen achter haar, zoekend naar houvast die er niet is. De soldaat stoot opnieuw, dieper deze keer, en ze voelt hoe haar kut zich probeert te sluiten rond de indringer, hoe de weerstand alleen maar meer wrijving creëert.
"Jezus," hijgt de soldaat boven haar, zijn voorhoofd tegen het hare gedrukt. "Jezus, je bent strak."
Liese probeert adem te halen, maar elke uitademing wordt onderbroken door een nieuwe stoot. Haar benen trillen, haar knieën knikken, maar de muur houdt haar rechtop. De soldaat grijpt haar heupen, zijn vingers diep in haar vlees, en begint een ritme te vinden—hard, snel, zonder genade.
Het geluid van hun samenkomen is luid en vies—het natte slaan van vlees op vlees, het schuren van haar rug tegen de ruwe steen, zijn zware ademhaling die haar oor vult. Liese tilt haar hoofd op en ziet hoe de andere soldaten dichterbij zijn gekomen, een halve cirkel gevormd om hen heen. Sommigen hebben hun eigen handen op hun kruis gelegd, anderen kijken met een uitdrukking die ze niet kan lezen.
"Kijk naar ze," fluistert de soldaat in haar oor, zijn stoten niet versnellend. "Kijk hoe ze willen wat ik heb."
Liese sluit haar ogen. De pijn is nog steeds aanwezig, een brandend gevoel diep in haar buik, maar er begint iets anders doorheen te komen—een warmte, een tinteling die zich verspreidt naar haar onderbuik. Ze voelt hoe haar lichaam reageert, hoe haar kut nat wordt van iets anders dan de inspanning, hoe haar tepels zich harden tegen de stof van haar jurk.
"Je begint het te voelen, hè?" zegt de soldaat, en er is triomf in zijn stem. "Je wilt het. Zeg dat je het wilt."
"Ik..." begint Liese, maar haar woorden breken op een bijzonder diepe stoot.
"Zeg het."
"Ik wil het," hijgt ze, en de woorden verrassen haar zelf. "Ik wil... ohh... je bent zo hard... ah..."
De soldaat lacht, een kort geluid dat overgaat in een kreun. Zijn heupen versnellen, slaan harder tegen haar billen, en Liese voelt hoe hij groeit binnen in haar, hoe zijn lul pulserend harder wordt. Ze weet wat er komt, heeft het gehoord van de andere vrouwen, en ze bereidt zich erop voor door haar benen wijder te spreiden, haar heupen naar voren te duwen.
"Kom," zegt ze, en haar stem is hees, onherkenbaar. "Kom in me. Geef me alles."
Met een laatste, diepe stoot en een lage, dierlijke kreun stort hij zich in haar. Liese voelt het heet en dik, het pulseren van zijn orgasme diep in haar kut. Hij blijft stil staan, zijn lul nog steeds hard, terwijl hij spuit en spuit, zijn zaad dat haar vult tot het langs haar dijen begint te lopen.
Dan trekt hij terug, zijn lul glibberig en nog steeds half-hard, en veegt hem af aan haar dijen—eerst de ene, dan de andere, alsof ze een doek is, een ding om mee af te vegen. Het warme vocht koelt snel in de ochtendlucht, en Liese voelt hoe het plakt op haar huid.
Voordat ze kan ademhalen, voordat ze kan nadenken over wat er net is gebeurd, wordt ze gegrepen. Een tweede soldaat, deze met een zwarte baard en ogen die te dicht bij elkaar staan, draait haar om en duwt haar naar beneden. Haar knieën raken de koude stenen, en ze steunt zich uit op haar handen, een hondachtige houding die haar billen naar achteren steekt.
"Zo wil ik je," zegt de baard, en zijn stem is grof, ongeduldig. "Klaar. Open."
Hij duwt zich naar binnen zonder aarzeling, en Liese gilt opnieuw—niet van pijn deze keer, of niet alleen van pijn, maar van de schok van het gevuld worden van een andere hoek, een andere diepte. Zijn handen grijpen haar haar, haar eigen haar, en trekken haar hoofd naar achteren zodat haar rug hol wordt en haar kont omhoog komt.
"Oww... ah... je bent zo diep..." stamelt ze, en haar woorden zijn gebroken, fragmenten van gedachten die niet compleet kunnen worden.
De baard antwoordt niet. Hij stoot, een meedogenloos tempo dat haar hele lichaam doet schokken. Haar borsten slingeren onder haar jurk, haar tepels schuren over de stof. Elke stoot drijft haar naar voren, en ze moet haar handen verstevigen op de stenen om niet te vallen.
Dan ziet ze een paar laarzen voor haar gezicht verschijnen. Ze kijkt op, haar nek pijnlijk gestrekt door de hand in haar haar, en ziet een derde soldaat knielen. Hij is oud, zijn gezicht een kaart van rimpels en littekens, maar zijn lul is net zo hard als die van de anderen—dikker misschien wel, de kop paars en glanzend.
"Open," zegt hij, en het is geen verzoek.
Liese doet haar mond open, een reflex, en hij duwt zich naar binnen. De smaak is onmiddellijk—zout, metaalachtig, de geur van ongewassen man die haar neusgaten vult. Hij is groter dan ze verwacht had, en ze kokhals als de punt haar achterin haar keel raakt, maar de hand in haar haar houdt haar op haar plaats.
"Zuig," beveelt de oude soldaat, en ze voelt hoe hij zijn heupen beweegt, hoe hij haar keel gebruikt zoals de baard haar kut gebruikt.
Ze zuigt. Ze heeft geen keuze, maar ook—ze voelt iets, een vreemde opwinding, een pervers genoegen in het volledig gevuld worden, van voren en van achteren. Haar lichaam is een kanaal, een doorgang, en de mannen gebruiken haar zoals ze had gevraagd.
Speeksel loopt over haar kin, dik en troebel, mengend met de tranen die ongewild uit haar ogen komen. Niet van verdriet—ze is zich ervan bewust dat het geen verdriet is—maar van overbelasting, van sensorische overstroming, van het pure feit om zo intens gebruikt te worden.
De baard komt het eerst, een diep gebrom in zijn keel dat overgaat in een schreeuw. Hij trekt haar haar zo hard dat ze denkt dat het loskomt, terwijl hij diep in haar spuit, zijn zaad heet en dik. Onmiddellijk trekt hij terug, en Liese voelt hoe het uit haar loopt, hoe het langs haar dijen druipt en de stenen onder haar bevuilt.
De oude soldaat trekt uit haar mond, zijn lul glanzend van haar speeksel, en spuit over haar gezicht—over haar voorhoofd, haar ogen, haar open mond. Het is warm, kleverig, en ze proeft het zout als het over haar lippen loopt.
Ze heeft geen tijd om te herstellen. Een vierde soldaat grijpt haar, draait haar op haar rug op de koude stenen. De hemel boven haar is grijs, wolken die snel voorbij drijven, en dan wordt hij geblokkeerd door een gezicht—een jonge man, amper ouder dan zijzelf, met sproeten over zijn neus en een gouden tand die glinstert als hij grijnst.
"Ik hou van een meisje dat al klaar is," zegt hij, en hij slaat haar billen, hard, een klap die een rode handafdruk achterlaat op haar blanke huid.
Liese kreunt, een geluid dat half pijn, half iets anders is. De sproet slaat nog een keer, aan de andere kant, en dan duwt hij zich in haar zonder verdere waarschuwing. Ze is nat, opengestrekt door de vorige mannen, en hij glijdt moeiteloos naar binnen, tot aan de wortel.
"Je kut is zo lekker nat," hijgt hij, terwijl hij stoot. "Je houdt ervan, hè? Je houdt ervan om geslagen te worden."
"Ja," hoort ze zichzelf zeggen, en het is waar, het is vreselijk waar. "Ja, sla me... ah... harder..."
Hij slaat, en stoot, en slaat, en stoot. Haar billen branden, een hitte die zich verspreidt naar haar kut, naar haar buik, naar haar hele lichaam. Ze voelt hoe ze klaarkomt, onverwacht, een golf van sensatie die haar verrast met zijn intensiteit—haar rug kromt, haar benen spannen, en ze gilt een woordeloos gebed naar de grijze hemel.
De sproet lacht, een triomfantelijk geluid, en komt in haar met een serie korte, harde stoten. Zijn zaad voegt zich bij dat van de anderen, een plas die onder haar bil vormt, koud wordend tegen haar huid.
Voordat hij weg is, voelt ze al nieuwe handen—een vijfde soldaat, deze met handen zo groot als schoppen. Hij grijpt haar borsten door de stof van haar jurk heen, knijpt hard in haar tepels die nog steeds gevoelig zijn van haar orgasme. Ze kreunt, een diep, dierlijk geluid, en hij gebruikt dat geluid als toestemming om harder te knijpen, te trekken, te draaien.
"Kleine tieten," zegt hij, maar het klinkt niet beledigend, alleen vaststellend. "Maar gevoelig. Kijk hoe ze reageren."
Hij buigt zich naar beneden, neemt een tepel in zijn mond door de stof heen, en zuigt. Liese kronkelt, haar lichaam overgevoelig nu, elke aanraking een schok die door haar hele zenuwstelsel gaat. De soldaat bijt, niet hard genoeg om bloed te laten vloeien, maar hard genoeg om een merk achter te laten, en dan stoot hij in haar, diep en zwaar, zijn gewicht op haar drukkend.
Ze kan niet meer tellen hoeveel er zijn geweest. Haar kut is nat, gezwollen, gevoelloos en overgevoelig tegelijk. Er is sperma over haar buik, haar borsten, haar gezicht—ze voelt het drogen in de wind, voelt hoe het haar huid strak trekt. Elke nieuwe man voelt anders, en tegelijk hetzelfde—hard, heet, onverzadigbaar.
De zesde soldaat tilt haar op. Zijn handen gaan onder haar dijen, en hij drukt haar tegen de muur van het raadhuis, haar rug tegen de koude steen. Haar benen sluiten zich om zijn middel, een reflex, en hij zet zich af tegen de muur terwijl hij in haar stoot, een door zwaartekracht geholpen diepte die nieuwe geluiden uit haar trekt.
"Ah... ah... zo diep..." stamelt ze, haar hoofd tegen zijn schouder. "Je bent zo... ah... sterk..."
Hij antwoordt niet. Hij ademt zwaar, zijn borstkas hevig op en neer tegen de hare, terwijl hij een tempo vindt dat haar hele lichaam doet schudden. Haar armen liggen slap om zijn nek, ze heeft geen kracht meer om zich vast te houden, vertrouwend op zijn greep om haar niet te laten vallen.
Een zevende soldaat verschijnt naast hen, zijn lul al in zijn hand, trekkend in een langzaam ritme. Hij wacht niet—duwt zich in haar mond vanaf de zijkant, een ongemakkelijke hoek die haar kaak opent tot het pijn doet. Nu is ze weer gevuld, opnieuw, altijd, een lichaam dat bestaat uit openingen die gevuld moeten worden.
De twee mannen vinden een ritmische samenwerking—wanneer de een stoot, trekt de ander terug, zodat er altijd beweging is, altijd wrijving, altijd gevuld zijn. Liese voelt hoe ze zweeft tussen hen in, een speelbal van hun begeren, hun kracht, hun onvermoeibaarheid.
Haar keel is hees van het schreeuwen, haar mond droog van het zuigen. Ze heeft geen speeksel meer, alleen de smaak van hun lichamen, hun zweet, hun voorvocht. De zevende soldaat komt in haar keel, een plotselinge stroom die ze moet slikken, hoestend, tranen in haar ogen.
De zesde volgt snel daarna, haar tegen de muur drukkend terwijl hij spuit, zo diep dat ze het in haar buik voelt. Hij laat haar zakken, en ze valt op haar knieën, haar benen te zwak om haar te dragen.
De rij is nog steeds niet leeg. Ze ziet het door haar wazige ogen—meer soldaten, sommigen die wachten, anderen die zich al aan het voorbereiden zijn, hun broeken open, hun handen op hun lullen. De buurtbewoners zijn dichterbij gekomen, een stille menigte aan de rand van het plein. Sommigen kijken weg, anderen niet. Een vrouw van middelbare leeftijd, haar gezicht bedekt met een sjaal, staat stil met haar mand op haar heup, haar ogen onbeweeglijk op Liese gericht.
Liese probeert rechtop te zitten, maar haar armen trillen te erg. Een achtste soldaat helpt haar, trekt haar aan haar haar omhoog tot ze op handen en knieën staat. Haar kut is zichtbaar nu, rood en open, zaad druipt eruit in een continue stroom. Ze voelt zich bloot, niet alleen naakt maar ontbloot, haar meest intieme delen vertoond aan iedereen die wil kijken.
Hij neemt haar van achteren, maar langzaam, bijna teder, alsof hij de schade wil opmeten. Zijn handen strijken over haar rug, haar heupen, de binnenkant van haar dijen. Dan, zonder waarschuwing, versnelt hij, begint te stoten met een woede die niet bij zijn tedere aanraking past.
"Je bent zo... ah... ruw..." stamelt Liese, en ze weet niet of het een klacht of een compliment is.
Hij antwoordt door harder te stoten, zijn vingers in haar heupen te graven, haar tegen hem aan te trekken met elke beweging. Ze hoort het natte geluid van hun samenkomen, het zachte plakken van vlees dat oververhit is, overgebruikt, maar nog steeds reageert.
Een negende soldaat knielt voor haar, zijn lul in haar gezicht. Ze opent haar mond automatisch, een getrainde reflex nu, en hij glijdt naar binnen. Deze is anders—langer, dunner, een vorm die haar keel op een andere manier vult. Ze kokhals, minder heftig dan de eerste keer, haar lichaam dat zich aanpast aan het onmogelijke.
Ze verliest het besef van tijd. Er is alleen dit—de stoot van achteren, de stoot van voren, de handen die haar vasthouden, de stemmen die commando's geven of alleen maar kreunen. Haar lichaam is een instrument geworden, bespeeld door mannen die elkaar afwisselen zonder pauze, zonder genade.
Haar kut doet pijn nu, een brandende, zeurende pijn die niet weggaat, zelfs niet wanneer ze weer klaarkomt—een orgasme dat meer lijkt op een kramp, een onwillekeurige samentrekking van spieren die uitgeput zijn. Ze gilt, maar er komt geen geluid meer uit, alleen lucht, alleen de beweging van haar mond.
De soldaten merken het. Ze merken hoe ze slap wordt, hoe haar hoofd hangt, hoe haar knieën schudden. Ze grijpen haar harder, gebruiken haar gewicht om haar in positie te houden, haar lichaam nu werkelijk een ding dat ze manipuleren.
Een tiende soldaat, een elfde—ze weet het niet meer. Haar dijen zijn bedekt met zaad, lagen die over elkaar heen drogen en weer nat worden, plakkerig en wit en ruikend naar het zout van de zee. Haar kut is rood, gezwollen, zichtbaar geïrriteerd onder de haar die er donker en plakkerig van is geworden.
"Nog één," hoort ze iemand zeggen, de grijsbaard misschien, maar ze kan haar hoofd niet optillen om te kijken.
De laatste—of degene die zij voor de laatste houden—is jong, bijna een jongen nog, met acne op zijn kin en ogen die groot zijn van opwinding en iets wat op angst lijkt. Hij neemt haar langzaam, alsof hij bang is om iets kapot te maken, maar zijn opwinding overwint zijn voorzichtigheid en al snel stoot hij met dezelfde wanhoop als de anderen, dezelfde behoefte om te komen, om te markeren, om te bezitten.
Liese voelt niets meer, alleen druk, alleen warmte, alleen het abstracte besef van gevuld zijn. Haar lichaam reageert niet, beweegt niet, ontvangt alleen maar.
Hij komt in haar met een gekreun dat bijna als snikken klinkt, trekt eruit, en laat haar vallen.
Ze valt op de stenen, haar lichaam een lege huls, een zak vlees en botten die geen wil meer heeft. De koude steen voelt goed tegen haar hete huid, een tegenwicht tegen de hitte die vanbinnen uit straalt. Ze ligt op haar rug, haar benen open, haar armen gespreid, een offer dat volledig is geconsumeerd.
Haar borsten stijgen en dalen met de zware, moeizame ademhaling. Zweet bedekt haar hele lichaam, mengend met het zaad dat over haar glinstert in het grijze ochtendlicht. Haar kut spuit nog na, kleine samentrekkingen die meer sperma naar buiten drukken, een laatste gift die niemand meer wil ontvangen.
De soldaten trekken zich terug, hun broeken dichtgemaakt, hun wapenuitrusting weer op orde. Ze praten met elkaar, lachend, elkaar op de schouders slaand, alsof ze net een goede maaltijd hebben gehad. De grijsbaard knikt naar haar terwijl hij wegloopt, een erkenning van een transactie die voltooid is.
De buurtbewoners blijven nog even staan. Liese ziet hun silhouetten tegen de lucht, donkere vormen die langzaam uiteenvallen, teruggaan naar hun huizen, hun werk, hun levens. De vrouw met de sjaal is de laatste die weggaat, haar blik nog een moment op Liese gericht, een uitdrukking die Liese niet kan lezen—medelijden misschien, of herinnering, of slechts leegte.
Dan is ze alleen.
De stenen onder haar zijn koud, en ze voelt hoe ze dat koude opneemt, hoe het haar lichaamstemperatuur daalt naar iets wat normaal is, wat leefbaar is. De hemel boven haar is nog steeds grijs, maar er is een breuk in de wolken, een streep licht die belooft dat de zon zal doorbreken.
Liese beweegt haar vingers, een klein wonder. Ze beweegt haar tenen. Haar lichaam is nog steeds van haar, ondanks alles, ondanks de mannen die erdoor zijn gegaan als water door een rivier. Ze is nog steeds hier, nog steeds ademend, nog steeds levend.
Ze denkt aan haar moeder, aan haar broers, aan het hooi waar ze op zullen slapen vanavond. Ze denkt aan het eten dat ze misschien zullen krijgen, de gunst die ze heeft verdiend met haar lichaam. De gedachte is niet troosteloos, alleen... leeg. Een ruimte die gevuld moet worden met iets anders, op een andere dag.
Eerst moet ze opstaan. Eerst moet ze haar jurk omlaag trekken, haar benen bij elkaar brengen, de stenen onder haar schoonmaken met de zoom van haar jurk. Eerst moet ze lopen, een been voor het andere, terug naar de hooizolder, terug naar het leven dat wacht.
Maar nu, nog even, blijft ze liggen. De koude stenen tegen haar rug, het zaad dat droogt op haar huid, de stilte die is gevallen over het plein. Ze ademt in, ademt uit, en voelt hoe haar hartslag langzamer wordt, hoe haar lichaam zichzelf herstelt, hoe de pijn verandert in iets wat ze kan dragen.
De zon breekt door de wolken, een straal die haar gezicht raakt, warm en onverwacht. Liese sluit haar ogen tegen het licht, en voor het eerst sinds uren, glimlacht ze—een klein, verborgen ding dat niemand ziet, dat niemand mag zien.
Ze heeft gegeven wat ze wilde geven. Ze heeft genomen wat ze wilde nemen. En morgen, als de soldaten weer op het plein staan, zal ze misschien terugkomen.
Maar nu, even, is ze vrij.




