
Bertrand Elky arriveert als eerste. Hij is vijfenveertig, zijn haar—wat er nog van over is—prikt grijzend naar achteren alsof het zich schaamt voor het verleden. Zijn pak is Italiaans, gesneden voor een man die twintig jaar geleden slanker was, maar de stof spant niet—de kleermaker heeft ruimte gelaten voor de zwaarte die Bertrand met zich meedraagt. Niet alleen het gewicht van jaren professioneel pokeren, maar iets anders: de zekerheid dat hij hier de beste is, en de angst dat dit de keer is dat het niet meer waar is.
Achter hem volgt zijn vrouw Ellie. Tweeënveertig stappen brengen haar van de marmeren hal naar de rand van het tapijt—ze telt ze onbewust, zoals ze alles telt sinds haar modellentijd in Milaan, waar elke centimeter belangrijker was dan elke emotie. Haar blonde haar valt in een lijn die exact tot haar kaakbot reikt, geverfd om de eerste grijze haren te verbergen die bij haar slaap verschijnen als ze de zon achter zich heeft. Het jurkje dat ze draagt is van een Franse ontwerper die alleen nog naam maakt in couture—zwart, strak, met een decolleté dat haar borsten presenteert alsof ze tentoongestelde objecten zijn. Haar tepels zijn zichtbaar onder de dunne stof, hard van de koelte of van iets anders. Ze weet wie er komen.
"Bertrand," zegt ze, en haar accent—Hamburg, verzwakt door twintig jaar internationale elite—klinkt als een waarschuwing. "De prijs. Je hebt het me beloofd."
Hij draait zich niet om. Zijn vingers, die duizenden kaarten hebben geschud, strelen nu de leuning van zijn stoel. "Een miljoen dollar schijnt me voldoende."
"En de rest?"
"Speelt mee." Eindelijk kijkt hij haar aan. Zijn ogen—lichtbruin, bijna geel in dit licht—verraden niets. "Maar ik win niet om jou weg te geven, Ellie. Ik win om niet te verliezen."
De deur opent opnieuw. Steven van Zadelhoff stapt naar binnen als een man die elke kamer binnenstapt alsof hij die verovert—brede schouders, baard die drie dagen niet heeft gezien, de geur van Amsterdamse koffie die nog in zijn kleren hangt. Hij is drieëndertig, het jongste van de drie, en de enige die nog gelooft dat poker een spel is dat je wint met lef in plaats van wiskunde.
Serena volgt hem, en de kamer verandert. Ze is negentien, officieel zijn verloofde—officieus zijn bezitting, zoals ze zelf graag zegt tijdens interviews die haar pornocarrière legitimeren als performance art. Haar blonde krullen zijn gestyled om eruit te zien alsof ze net uit bed komen, en misschien is dat ook zo—de rit van Nice naar hier duurde twee uur, en Steven rijdt graag hard. Haar jurk is roze, korter dan fatsoenlijk, en onder de stof—dat weet iedereen die haar films heeft gezien—draagt ze niets. Haar kutje is kaal, glad als porselein, en ze maakt er geen geheim van. Haar borsten, groot voor haar frame, bewegen zonder beha als ze loopt.
"Dit is het," fluistert ze tegen Steven, maar hard genoeg dat Ellie het hoort. "Dit is waar ik het over had."
Steven grijnst, kust haar op haar mond—een tong die zichtbaar tussen haar lippen verschijnt en weer verdwijnt. "Gedraag je," zegt hij, maar zijn stem zegt iets anders.
De derde stoel staat leeg. Paul Darden arriveert zonder aankondiging—geen voetstappen op het marmer, geen deur die duidelijk opent. Hij is er plotseling, zoals hij vaak plotseling ergens is, een zwarte man van tweeëndertig wiens huid in dit licht olieachtig glanst als hij beweegt. Zijn pak is donkerblauw, geen logo, geen ontwerper die erkenning eist. Alleen de pasvorm—perfect, alsof de stof om hem heen is gegroeid—verraadt de prijs.
Raylin Joy komt achter hem, en zelfs Ellie—die met Europese fotografen heeft gewerkt, die in dezelfde kamers heeft geslapen als actrices die nu legendes zijn—houdt haar adem in. Raylin is wat Hollywood produceert wanneer het probeert God te evenaren: huid die bruin is als oud hout, ogen die groen zijn als de zee buiten maar warmer, een lichaam dat in elke jurk zou werken maar dat nu, in deze van zijde die van groen naar zwart verloopt, lijkt te ademen. Ze is een filmster, was de mooiste vrouw van Hollywood volgens een tijdschrift dat zelf niet meer bestaat, en nu—zoals Paul trots vermeldt wanneer iemand vraagt—werkt ze in Bollywood, waar de films explicieter zijn en de premieres langer duren.
"Paul," zegt ze, en haar stem is een instrument dat ze beheerst zoals anderen een wapen. "De vrouwen zijn mooi dit jaar."
Hij kijkt naar Ellie, naar Serena, terug naar zijn eigen vrouw. "Niet zo mooi als jij."
"Dit is waarom ik bij je ben gebleven." Ze lacht, en het geluid is geen lach maar een belofte. "Je liegt charmant."
De croupier—een man van pensioenleeftijd met handen die nog steeds kaarten als messen werpen—verdeelt de eerste stapel chips. Bertrand neemt zijn plaats in, zijn rug recht, zijn schouders laag. Steven leunt achterover, zijn been over zijn knie, zijn hand op Serena's dij waar het roze jurkje is opgekropen. Paul zit het ontspannenst—alsof hij hier niet voor het geld is, alsof de nacht die volgt geen prijs maar een bijwerking is.
"Dames," zegt de croupier, en zijn stem kraakt van ongebruik—hij spreekt zelden. "De regels zijn bekend. Een miljoen dollar. En..." Hij aarzelt, kijkt naar de organisator die onzichtbaar is in een loge boven hen. "En de vrouwen van de verliezers, zijn voor één nacht, van de winnaar."
Serena kronkelt op haar stoel. Haar dijen, glad en bruin van de zonnebank die Steven in hun hotelkamer heeft geïnstalleerd, klemmen zich even samen. "Ik hoop dat Paul wint," zegt ze hardop, en Steven lacht alleen.
"Wacht maar tot je Bertrand ziet spelen, meisje."
Maar Bertrand speelt nog niet. Hij observeert—hoe Paul zijn chips rangschikt in stapels van precies twintig, hoe Stevens vingers onrustig trommelen op de leuning, hoe de vrouwen op hun plaatsen bewegen alsof ze zich niet kunnen settelen. Ellie heeft haar benen gekruist, het zwarte jurkje dat omhoog kruipt, de huid van haar dijen die wit is waar de rest bruin is—de markeringen van iemand die zich laat bruinen in korte broeken die duur genoeg zijn om elegant te zijn.
De eerste hand wordt gedeeld. Bertrand kijkt naar zijn kaarten—twee harten, zeven en acht, niets—en vouwt zonder aarzeling. Steven speelt, verliest vijfduizend aan Paul die een bluf doorziet waar niemand anders iets van zag. De chips klikken, een geluid als botten die tegen elkaar tikken.
Tussen de handen door bewegen de vrouwen. Serena staat op, haar roze jurkje dat niet wilde zakken nu nog korter, en loopt naar de bar—een wandeling die langs Pauls stoel voert, waar haar heup zijn schouder bijna raakt. "Jij ruikt lekker," zegt ze, niet zacht genoeg. "Wat gebruik je?"
"Je zult het vanavond merken," antwoordt Paul, en Raylin lacht—niet jaloers, geïnteresseerd. Ze heeft alles gezien, in haar films, in haar leven. Dit is nieuw, en nieuw is zeldzaam.
Ellie blijft zitten, haar champagneglas—echt kristal, zware bodem—tussen haar vingertoppen die wit worden van de druk. Ze kijkt naar haar man, die niet terugkijkt. Hij heeft haar niet verteld hoe dit voelde, vijf jaar geleden, toen hij voor het eerst een toernooi speelde waar mensen op het spel stonden. Een serveerster, toen. Een nacht die hij heeft gewonnen en nooit heeft genoemd. Ze heeft het gezocht in zijn ogen de volgende ochtend, de ochtend daarna, en nooit gevonden.
De avond vordert. Stevens stapel krimpt—hij speelt te veel, te agressief, de fout van een man die denkt dat lef wiskunde kan vervangen. Bij de tiende hand is hij half zijn startkapitaal kwijt, en Serena, die aan zijn zijde is teruggekeerd, bijt op zijn oor. "Rustig aan, schat. Je hebt mij nog."
"Ik heb jou altijd," zegt hij, maar zijn stem klinkt hol—een man die weet dat hij liegt tegen zichzelf.
Paul wint gestaag, niet spectaculair. Zijn bluffs zijn zeldzaam en effectief; zijn goede handen worden betaald omdat niemand hem kan lezen. Bertrand wacht—vouwt handen die anderen zouden spelen, speelt handen die hij zou moeten vouwen, een willekeur die berekenend is. Tussen hen in zit Steven, en zijn stapel smelt als ijs in de zon.
Bij hand vijftien—Bertrand heeft het geteld, hij telt alles—gaat Steven all-in met een paar koningen. Paul heeft een aas-tien, verschillende kleuren, niets. Hij callt toch. De flop brengt een aas, en Steven staat op, zijn stoel die kletterend achter hem valt.
"Kut," zegt hij, en het woord klinkt als een kind dat iets breekt.
Serena staat ook. Haar gezicht—dat in haar films altijd bereid, altijd geil, altijd actief—is nu echt: teleurstelling, maar ook iets anders. Reliëf. "Dan ga ik maar," zegt ze, en ze loopt niet naar Steven maar naar Paul, haar heupen die zwaaien in een ritme dat ze heeft geleerd maar dat nu natuurlijk lijkt. "Ik mag toch alvast?" vraagt ze aan niemand in het bijzonder.
De organisator—zichtbaar nu, een silhouet in de loge—knikt. Serena slaakt een zucht die bijna een kreun is, en laat zich op Raylins schoot ploffen. "Hij ruikt inderdaad lekker," zegt ze tegen Raylin, die haar haar achter haar oor strijkt en naar Paul kijkt met ogen die zeggen: kijk wat je me aandoet.
Steven staat alleen, zijn lege stoel achter zich. Hij kijkt naar zijn vrouw die op schoot zit van de man die hem heeft verslagen, naar de hand die Raylin op Serena's dij legt—vriendelijk, niet bezitterig, alsof ze dit al heeft gedaan. "Ik blijf kijken," zegt hij, en zijn stem is ruw. "Ik wil zien hoe dit afloopt."
Bertrand knikt—niet medelevend, niet triomfantelijk. Professioneel. "Ga zitten, Steven. Er is nog een finale."
De tafel wordt opgeruimd, opnieuw ingericht voor twee. De chips worden geteld—Paul heeft het meeste, Bertrand genoeg om tegenspel te bieden. De vrouwen verplaatsen zich naar een bank aan de zijkant, Serena tussen Raylin en Ellie in, alsof ze al een eenheid zijn. Ellie heeft haar benen nog steeds gekruist, maar haar voet—de hoge hak, rode onderzool—wiebelt nu, een trilling die door haar hele lijf lijkt te gaan.
"Veel succes," zegt Serena tegen Paul, en ze doet iets met haar tong tegen haar tanden dat in haar films miljoenen keren is bekeken. "Ik hoop dat je wint. Ik hoop dat je ons allemaal neemt."
Paul kijkt naar haar, naar Raylin die knikt—een klein gebaar, maar duidelijk—naar Ellie die wegkijkt. "Ik speel voor het geld," zegt hij.
"Natuurlijk," zegt Bertrand, en hij schudt de kaarten die de croupier hem aanreikt. "Dat zeggen we allemaal."
De finale begint. Twee mannen, één tafel, een miljoen dollar en drie vrouwen die wachten. De eerste handen zijn voorzichtig—beroepsspelers die elkaar opmeten, die weten dat één fout alles kost. Bertrand wint een kleine pot, Paul een grotere. De balans schommelt, nooit ver genoeg om beslissend te zijn.
Ellie staat op, haar zwarte jurkje dat recht trekt, en loopt naar de bar. Ze drinkt iets sterkers dan champagne—whisky, Bertrands voorraad, de fles die hij voor speciale gelegenheden bewaart. Dit is er eentje. Ze voelt de alcohol branden, een lijn van keel naar maag die haar helpt te vergeten waarom haar hart zo hard klopt.
"Je man is goed," zegt Raylin, die naast haar is verschenen—stil, als alles wat ze doet. "Maar Paul is beter."
"Paul heeft geluk gehad."
"Paul heeft altijd geluk. En hij heeft..." Raylin glimlacht, een gebaar dat niet haar ogen bereikt. "Hij heeft iets dat mannen willen hebben. Dat vrouwen willen voelen."
Ellie draait zich om. De alcohol maakt haar brutaal, of misschien is het de hele avond, de hele situatie. "Jij deelt hem graag."
"Ik deel wat ik heb. Dat is de enige manier om het te houden." Raylin drinkt van Ellies glas, haar lippen die nat worden van de vloeistof. "Stel je voor: een nacht. Jij, ik, Serena. En Paul. Wat zou je doen?"
"Ik zou mijn man steunen."
"Natuurlijk." Raylin geeft het glas terug, haar vingers die langs Ellies hand strijken. "Dat zeggen we allemaal."
Terug aan de tafel is de stand veranderd. Bertrand heeft een reeks kleine potten gewonnen, zijn stapels zijn groter, zijn houding nog rechter. Paul lijkt—maar dit is misleiding, Ellie kent het van haar man, het lijden—geremd, voorzichtig, alsof hij wacht.
Hand drieëntwintig. Bertrand kijkt naar zijn kaarten, en voor het eerst deze avond ziet Ellie iets in zijn gezicht dat ze niet kent. Niet concentratie. Niet berekening. Iets dierlijks, iets hongerigs. Hij kijkt naar haar, een blik die seconden duurt, en dan zet hij alles in.
"All-in," zegt hij, en zijn stem is een ander instrument dan ze kent—lager, schor, de stem van een man die iets ziet dat anderen niet zien.
Paul telt zijn chips. Hij heeft genoeg om te callen, maar niet genoeg om te verliezen en te blijven spelen. Hij kijkt naar zijn kaarten—Ellie ziet de beweging van zijn ogen, de spieren in zijn kaak die spannen—en dan naar zijn vrouw.
Raylin staat op. Ze loopt naar hem, haar zijden jurk die om haar heen golft als water, en buigt zich naar zijn oor. Haar lippen bewegen, maar Ellie hoort het niet—niemand hoort het, behalve Paul.
"Het is maar een nacht," fluistert Raylin. "Denk maar dat ik op een filmset ben."
Paul kijkt naar haar, naar de vrouw die zij is, die anderen deelt, die hem dit aanbiedt. Zijn hand—groot, de handen waarover geruchten gaan, niet alleen over kaarten—trilt niet wanneer hij zijn chips naar het midden duwt.
"Call," zegt hij.
De stilte die volgt is een fysiek ding, een druk op de oren. Bertrand toont zijn kaarten—vier boeren, harten, ruiten, schoppen, klaver, de hand die bijna nooit verliest, de hand waar hij zijn leven voor zou inzetten en die hij nu heeft ingezet. Hij glimlacht, een trek die zijn gezicht niet kent.
"Vier boeren," zegt hij. "Bijna onoverwinnelijk."
Paul kijkt naar hem. Zijn gezicht is een masker—Ellie heeft dit gezien bij fotoshoots, bij acteurs die zich voorbereiden, maar nooit bij een man die alles op het spel zet. "Bijna," zegt hij. "Maar niet helemaal."
Hij draait zijn eerste kaart om. Een vrouw. Harten.
"De mooiste kaart die je kan hebben," zegt hij, en zijn stem is zacht, bijna teder.
Bertrand lacht—nerveus, een geluid dat Ellie nog nooit heeft gehoord. "Denk het niet. Je kan geen Royal Flush hebben, ik heb vier boeren. De enige hand die mij verslaat is..."
Paul draait zijn tweede kaart om. Een vrouw. Ruiten.
"Nee," zegt Bertrand. Zijn handen, die kaarten hebben geschud sinds hij zeven was, grijpen de rand van de tafel.
De derde kaart. Een vrouw. Schoppen.
"Je hebt..." Bertrand staat op, zijn stoel die achter hem valt, een echo van Stevens val twee uur geleden. "Dat is niet..."
De vierde kaart. Een vrouw. Klaver.
Paul staat ook. Hij is groter dan Bertrand, groter dan ze dacht, zijn schouders die de stof van zijn pak spannen. "De mooiste kaart die je kan hebben," zegt hij weer, en nu is er geen tederheid, alleen triomf. "Nee, Bertrand. Het mooiste wat een man kan hebben zijn vier vrouwen."
Hij draait zijn vier vrouwen om, een rij die glinstert in het licht van de kroonluchter. "En vanavond," zegt hij, "heb ik ze allemaal."
De stilte breekt. Serena gilt—een geluid dat half pret, half verwachting is—en springt op. Raylin lacht, die lach die geen lach is maar een belofte die wordt ingelost. En Ellie—Ellie staat stil, haar whiskyglas nog in haar hand, de vloeistof die trilt van haar eigen hartslag.
Ze kijkt naar haar man, die naar de vier vrouwen kijkt alsof hij een auto-ongeluk ziet. Ze kijkt naar Paul, die naar haar kijkt—niet vragen, niet eisen, alleen weten. En ze loopt.
Haar hakken klikken op het marmer, een ritme dat sneller wordt, dat haar naar hem toe draagt alsof er touwen zijn die ze niet ziet. Voor hem blijft ze staan, zo dicht dat ze zijn warmte voelt, de geur die Serena al had opgemerkt—sandelhout, iets scherpers, man. En ze kust hem.
Haar lippen zijn koud van de whisky, of zijn lippen zijn warm—het verschil verdwijnt, smelt samen. Zijn tong is tegen haar tong, zijn hand in haar nek, haar eigen handen die zijn borstkas vinden onder het donkerblauwe pak. Ze hoort Serena kreunen, hoort Raylin iets zeggen dat een goedkeuring is, hoort haar man niets zeggen omdat er niets is om te zeggen.
Wanneer ze zich terugtrekt, zijn zijn ogen nog steeds open—grijsgroen, een kleur die ze niet kent. "Je vrouw," zegt hij, en het is geen vraag.
"Een nacht," zegt ze, en haar stem is vreemd in haar eigen oren, lager, rauwer. "Het is maar een nacht."
Die nacht, in de slaapkamer die de organisator heeft voorbereid—witte lakens, spiegels aan het plafond, een bed dat groot genoeg is voor wat er gaat komen—neukt Paul Darden met zijn grote zwarte lul alle drie de vrouwen. Raylin eerst, zijn vrouw, die hem kent en die zich laat nemen alsof het de eerste keer is—haar benen om zijn middel, haar nagels in zijn rug, haar kreten die geen script nodig hebben. Serena daarna, het pornosterretje dat eindelijk iets vindt dat haar films niet konden vangen—echte grootte, echte macht, een man die niet kijkt naar de camera maar alleen naar haar terwijl hij haar kale kutje vult tot ze schreeuwt, tot ze klaarkomt, tot ze hem smeekt harder te gaan, dieper, alles.
En Ellie, het Duitse fotomodel, de vrouw van de man die heeft verloren—zij komt het laatst, en ze komt het langst. Hij neemt haar langzaam, alsof hij weet dat ze dit nodig heeft, alsof hij haar hele leven heeft bestudeerd, haar hele huwelijk. Haar benen trillen wanneer hij haar opent, haar borsten die bewegen in een ritme dat niet het hare is, haar mond die dingen zegt in Duits die ze niet wist dat ze nog kende.
Ze kijkt naar de spiegel boven haar, naar het lichaam dat ze twintig jaar heeft gepresenteerd en dat nu echt is—gebruikt, begeerd, levend. Ze ziet Serena die Raylin kust, die handen op haar eigen borsten legt terwijl ze toekijkt. Ze ziet haar man, die ergens in de kamer zit—ze heeft hem horen binnenkomen, stil horen worden—die kijkt naar wat hij heeft verloren en wat zij heeft gevonden.
Paul komt in haar, een golf die ze voelt, die haar buik vult en haar borst en haar keel. Hij blijft in haar, hard nog, klaar voor meer—voor Raylin die zich naast Ellie legt, voor Serena die haar mond gebruikt op plaatsen die geen camera ooit heeft gezien.
En Ellie lacht. Het geluid is nieuw, ruw, echt. Ze kijkt naar de man boven haar, naar de vrouwen naast haar, naar haar eigen hand die Raylins borst vindt, die Serena's haar. "Nog een keer," zegt ze, en het is geen vraag. "Nog een keer." “Ik wil nog een keer, ik wil meer, van je voelen, dieper, harder, sneller. Ik wil genieten voor heel mijn leven dat ik heb gelijnt, niet at wat ik lekker vond, niet deed wat ik lekker vond, om maar te voldoen aan het beeld van een fotomodel, maar vanavond ga ik genieten, ga ik krijgen wat ik wil, ga ik nemen wat iedereen mij verbiedt, maar ik, ik zal komen, zoveel keren als ik wil, en genieten voor een heel leven.” Zegt Ellie tegen iedereen die luistert.
“Vannacht draait het niet om schoonheid, nu is het passie en genot, het hart en de harde pik, het neuken en geneukt worden, en ik zal dit voor altijd in mijn geheugen bewaren.” Zegt Ellie en ze meent het echt. “Dit is leven, en de rest is schone schijn.”
En ze trekt Paul weer naar haar toe. “Kom, Paul, laat ze zien hoe een echte man zijn vrouwen neukt en dit keer wil ik je hard en diep voelen.”
En Paul begint aan zijn tweede ronde met de dames, eerst met Ellie die al helemaal klaar voor hem ligt, terwijl Serena nog met Raylin aan het spelen is, de twee vrouwen kunnen het goed vinden samen en natuurlijk ook met Paul, die nu Ellie harder neukt dan ze ooit geneukt is, en ze gilt, kreunt, hijgt en wil alleen maar meer, van dit, van Paul’s grote pik, en als het voorbij is, dan heeft ze nog haar hele leven om telkens hieraan terug te denken aan de herinnering. Als Ellie hard klaarkomt op de laatste stoten in haar en hij haar vult, haar de douche geeft van haar leven, eindelijk eens vuil ondergespoten worden, ze geniet en weet dat ze minder gevraagd zal worden voor fotoshoots, maar ze denkt ‘ik kan altijd nog Pornoster worden.’
De andere vrouwen , Serena en Raylin, nog hijgend en genietend van elkaars handen en monden, komen nu gearmd weer richting Paul, maar Paul staat op en zegt jullie twee Neelie mee jaaromzet hotel kamer, wij gaan met zijn drieën nog de hele nacht door. Ellie heeft haar nachtje wel gelden genoten als nooit tevoren, maar wij maken wrong een laat feestje van. Serena en Raylin glunderen en glimlachen breed uit, zij weten wat er nogal gebeuren. Steven zegt vaarwel tegen Serena, die zal hem nooit meer zo begeren als ze nu Paul doet, Elli, helemaal opgegaan en tot bloei gekomen zal deze nacht nooit vergeten maar gaat met haar man, Bertrand mee, maar haar leven is nu eindelijk tot leven gekomen.
En Paul die neukte zijn twee pornosterretjes nog de hele nacht door en zelfs daarna nog steeds want Steven was vertrokken , wist dat Serena een echte man en vrouw had gevonden, die gelijk denkend waren aan haar.
En Raylin en Serena, konden het ook zonder Paul, goed met elkaar vinden. Er wordt geroddeld dat er ook geheimen video’s zijn opgedoken op de zwarte markt met Serena en Raylin samen.
Paul helaas, neukt de meiden elke nacht, maar met zijn inkomen van het pokeren, zal hij niet snel in pornofilms te zien zijn.





