Heerlijk. Een dagje voor mezelf. Eindelijk weer eens een hele dag shoppen. Als moeder van drie kinderen en liefhebbende echtgenote is het soms lastig om een dag voor jezelf vrij te maken. Maar gelukkig zijn de scholen weer begonnen en dat geeft me wat meer ruimte. Man lief is op zakenreis, drie dagen naar London. En de kids worden opgevangen op de BSO. Dus ik heb tot zes uur de tijd om even alleen maar met mezelf te zijn, leuke dingen voor mezelf te doen en niets voor een ander. Direct als ik dat denk – niet eens uitspreek – schrik ik van de gedachte. Wat een egoïsme, dat kan toch niet. Ben ik wel een goede moeder? Nee, echt dit mag ik niet denken. En nog wat van die zelfverwijtende gedachten. Op de fiets naar het station. Gelukkig weet mijn goede ik me in te halen en duwt die vervelende gedachten weg.
Aangekomen in de hoofdstad loop ik richting de Dam. De stad neemt me op, maakt me anoniem wat mij een heerlijk gevoel geeft. Het maakt dat ik echt even helemaal nergens 'zorgen' om maak en me vrij geeft. Ik ben bij de Bijenkorf en loop naar binnen. Zalige geuren, mooie kleding en mooie mensen zie ik vooral. Met de roltrap naar de bovenste verdieping waar ik mezelf trakteer op een mooi gebakje en een lekkere cappuccino. Ik vind een tafeltje aan het raam en kan zo de Dam op kijken. Genietend van het gekrioel daar beneden, de koffie en het gebakje verdoe ik zo mijn tijd. Ik zwijmel weg naar de studententijd dat ik hier ook soms zat. Niet te vaak, dat kon mijn krappe studiebeurs niet aan. Maar zo nu en dan trakteerde ik mezelf op dit kleine eigen feestje.
"Mooi uitzicht hè." Hij zit een tafeltje verder. Ook alleen. Kopje koffie voor hem. Geen gebakje zie ik. Ik knik, zit in mijn eigen gedachten en wil niet gestoord worden. De studententijd zie ik graag voorbij komen in mijn hoofd. Mijn studie zelf, mijn studiegenoten, de kamer waar ik woonde... "Een dagje voor jezelf?" Bruut haalt de man me weer uit mijn gedachten. Ik knik opnieuw, kijk wat minder vriendelijk. Terug naar mijn studentenkamer, midden in de stad onder de Westertoren. Klein, of knus. Alles zelf uitzoeken en met 15 man in de keuken. De feestjes, de eerste vriendjes, lange nachten niet slapen... "En nu even genieten van de stad zonder alle sores aan je kop." Hij staat op en komt nu brutaal op de lege stoel aan mijn tafeltje zitten. "Ik... eehh heb denk ik geen behoefte..." "Tuurlijk wel, schoonheid". Zijn Amsterdams accent is duidelijk te horen. En de brutaliteit is ook van hier. Ik word boos van binnen, maar weet even niet wat ik moet. Zijn actie is overweldigend. "Wil je nog een bakkie? Of zullen we zo meteen gaan. Want eigenlijk kom je hier voor heel wat anders". Ik weet totaal niet waar deze man het over heeft. Ik bekijk hem even vluchtig. Netjes gekleed, net iets ouder dan ik schat ik, verzorgd. Blijkbaar kijk ik hem vragend aan, want hij gaat verder. "Ik zie het altijd van ver, jullie vrouwtjes van rond de veertig. Beetje lege blik, verlangend naar 'vroeger'. Naar de passie en lust die je toen voelde. Waar je je weken en weekenden zonder moeite mee vulde." Het is lang geleden dat een vreemde man zo tegen me praatte. Zo open, over passie, lust. Schaam ik me hier nu voor? Dat een vreemde deze woorden... "Want thuis zijn die gevoelens ver weg. De kinderen, hoeveel heb je er?" "Ehh,.. drie". zeg ik, zonder dat ik dat eigenlijk wil. "Juist, drie kids, dus de sex met je man is ook al een tijdje minder, of weg?" Hij kijkt me vragend aan. Op een of andere manier voel ik dat ik moet antwoorden "Minder". Ik schrik van mezelf. Ik zit hier, midden in een restaurant, over mijn sexleven te praten met een man die ik niet ken. Een wildvreemde man. Ik praat daar zelfs niet over met mijn vriendinnen, of mijn man. Laat staan met iemand die ik tot vijf minuten geleden nog nooit gezien heb.
"Je vraagt je natuurlijk af wat ik hiermee te maken heb. Dat snap ik wel. Laat ik het simpel houden. Ik ben het vuur dat je zoekt, de passie die je wilt, de lust waar je diep van binnen naar verlangt. Je mag mij Peter noemen. Is niet mijn echte naam, maar dat maakt het wel makkelijker. Ik hoef jouw naam ook niet te weten. Ik noem jou ... ja, ik vind dat je een echte Marlène bent. En ik beloof je een ding. Als je vanavond terug rijdt in de trein voel je je een totaal ander mens. Je voelt je weer echt een vrouw. Vol van geluk, levenslust en passie." Ik heb met open mond en steeds meer verbazing naar de man gekeken en alle woorden die hij uitsprak opgezogen. Anders kan ik niet. Alsof hij me gevangen heeft, een soort hypnose over me heeft uitgesproken. Als hij even stil houdt en uit het raam kijkt gaan mijn hersenen tekeer. Om alles wat hij vertelt te verwerken. Maar dat lukt niet. Constant komen de woorden passie, lust, echte vrouw en levenslust weer terug in mijn hoofd. Ik probeer het maar krijg geen helder beeld, ben verdoofd. Ik zoek naar woorden om tegenstand te bieden, want ik kan, ik ik ...
"Kom schatje, we hebben nog veel te doen dus we gaan onze tijd hier niet verdoen." Hij staat op, nodigt me uit met een wijds gebaar en ik sta als vanzelf op uit mijn stoel. Ik voel dat mijn lijf gewillig doet wat hij vraagt. Hij glimlacht en loopt voor me uit richting roltrap. Volgzaam loop ik achter hem aan. Als we op de Dam staan wijst hij de weg, weer een wijds uitnodigend gebaar en zo lopen we over de Damstraat naar de Oudezijds Achterburgwal. Aan de kade, tussen de rood verlichte ramen, pakt 'Peter' een sleutel uit zijn jaszak, stapt een stoepje op en opent een deur. "Tweede verdieping schat" en houdt de deur voor me open. Ik stap het smalle trappenhuis binnen en begin de steile trap op te klimmen. Het ruikt zoals het bij mijn vriendinnen uit de studietijd rook die hier in de buurt woonde. Oud, beetje vochtig maar o zo vertrouwd. Een heerlijke geur eigenlijk, en weer ben ik terug in mijn studententijd.
Ik hoor Peter achter me aan lopen en op de tweede etage haalt hij de volgende deur van het slot. "Welkom in mijn Amsterdams Paleisje" zegt ie met een soort cynische vrolijkheid. Een normaal ingerichte etage, netjes, opgeruimd. Wel duidelijk van een man alleen, weinig planten, groot TV scherm met een bank er tegenover. Leer of nep leer. Koffietafel, grote ronde stoel en verder weinig inrichting. Wat boeken in een hoek op de vloer, tijdschriften. Maar dat is het dan ook wel. "Wat wil je drinken schatje, nog een kop koffie? Natuurlijk niet zo luxe als bij de Bijenkorf, maar ik vind ‘m hier ook altijd lekker." Ik knik, kan geen woord uit brengen. Ik ga op de bank zitten, en kijk de kamer rond. "Trek je jas maar uit, die heb je hier binnen niet nodig" Peter komt met twee koppen dampende koffie binnen en geeft er een aan mij terwijl hij naast me op de bank komt zitten. Met een kop in mijn hand probeer ik mijn jas uit te trekken. Ik zie dat mijn ingewikkelde moves hem amuseren. Uiteindelijk is mijn jas uit drink ik zwijgend mijn koffie. "Ga eens staan". Opnieuw die dwingende toon, waar ik me niet tegen kan verzetten. Met weke knieën sta ik op van de bank. Hij wijst iets van de bank af, waar ik moet gaan staan. "Een rustig rondje om je as". En zonder erbij na te denken draai ik rond. Peter fluit tussen zijn tanden. "Zo had ik je nog niet bekeken, maar wat ben je een prachtige vrouw. Goed verstopt in onvrouwelijke kleding helaas. Maar daar ga je aan werken." Ik begrijp niet wat hij bedoelt en kijk ‘m vragend aan. "Komt wel schatje, je hebt nog veel te leren, maar dat is voor later”. Ik bedenk welke kleding ik aan heb. Een gewone spijkerbroek, wijd model, niet heel modieus. En een lekker zittend t-shirt. Beetje bleek groen. Niet te opvallend. Een zwart vest met rits eroverheen. En gympen, want ik zou vandaag een flink stuk door de stad ...
"Is je koffie op?" Hij toont zijn lege kopje aan mij en het is duidelijk dat ik die aan moet pakken. "De keuken is niet zo moeilijk te vinden". Met een knik geeft Peter de richting aan. Als ik terug kom zit hij wijdbeens op dezelfde plek als waar ik ‘m achterliet. Ik kan hem even goed bekijken. Normaal postuur, net wat groter dan ik. Geen noemenswaardig buikje, baartje van een paar dagen, zwart haar dat grijs begint te worden. "Ben je model geweest, want je loopt echt prachtig". "Nee, ik was bij de marionetten tot mijn dertiende". "Ah, ja, toen kwamen de borsten en billen zeker, en vond je het niet prettig meer in zo'n strak pakje". Ik knikte. Dat klopte helemaal. Mijn lijf ontwikkelde zich al vroeg en als best onzeker meisje dan in een strak gympakje lopen vond ik niet meer leuk. Het dansen wel, de oefeningen ook en de groep was heel goed. Maar zodra we buiten moesten optreden was de lol er af. Vooral de jongens maar ook mannen die met gretige ogen mijn lijf opnamen. Het gebeurde zelfs dat sommige tijdens het optreden in hun kruis stonden te wrijven. Nee daar moest ik niets van hebben dus ben ik gestopt. Dit vertel ik niet aan Peter, maar hij heeft het wel bij het goed eind. “Loop eens een stukje heen en weer, zo van hier weg en weer terug naar mij?” Ik loop twee keer de kamer op en neer. Hij bekijkt me aandachtig, zonder zijn hand in zijn kruis. Wel met een keurende blik, en ik zie dat hij tevreden is. “Goed zo Marlène, dat doe je goed zo. We gaan zo verder met wat je hier komt doen. Maar eerst wil ik even van je weten dat je hier geheel vrijwillig bent. Toch?” Ik knik, wat aarzelend maar ik knik. “De deur is los, als je wilt kun je zonder moeite zo naar buiten lopen. Ik beloof je dat ik je niet achterna zal komen. Kan verder ook geen contact met je op nemen want ik heb geen gegevens van je. Dus als ik het goed heb constateer ik dat je hier geheel vrijwillig naar toe bent gekomen en hier ook uit eigen wil bent”. Opnieuw knik ik, al ontstaat er kortsluiting im mijn hoofd. Ik ben hier vrijwillig, met een man die ik tot een half uur geleden niet kende. In zijn huis. Terwijl het de bedoeling was vandaag lekker de stad in te gaan, mezelf te verwennen en te ontspannen. Dit was niet wat ik in gedachten had toen ik de trein in stapte vanochtend.
“Goed zo, als we dat duidelijk hebben kunnen we de verdere kennismaking overslaan en gewoon aan de slag. Blijf even staan.” Al had hij gezegd om op mijn kop te gaan staan had ik dat ook gedaan. Maar als een braaf 14 jarig meisje blijf ik midden in deze Amsterdamse kamer staan. Peter loopt de kamer uit en komt vrij snel weer terug met een grote vlakke plaat in zijn handen. Mensgroot, en als hij langs me loopt zie ik dat het een spiegel is. Deze zet hij tegen de muur, zo dat ik mezelf ten voeten uit kan zien. Ik zie een onrustige blik in mijn ogen. Die matcht wel met mijn gevoel. De kleding die ik aan heb, mijn half blonde lokken, gestoken achter mijn oren. Geen make up, want ik werk vandaag niet. En mijn bril, die ik al flink wat jaren draag.
“Kijk eens goed naar jezelf. En vertel mij eens wat je ziet”. Het duurt even, moet ik mezelf nu beschrijven? “Ja, heel graag, beschrijf jezelf eens. Zo van, ik zie een vrouw…”. “Ehhh, ik zie een vrouw die een dagje naar Amsterdam zou gaan. En nu voor de spiegel staat.” “Goed zo, al vraag ik me af waaraan je ziet dat ze naar Amsterdam gaat. Kun je dat zien in de spiegel?” Ik schud mijn hoofd. “Wat zie je dan…?” “Ik zie een vrouw gekleed in vrijetijds kleding, eenvoudige kleding die makkelijk zit.” “Juist ja. En wat voor gedachten kun je zien.” Ik begrijp opnieuw niet wat hij bedoelt en bleef stil, keek Peter aan. “Welke gedachten heeft deze vrouw die je ziet. Wat leid je af aan haar uiterlijk, hoe ze zich kleed, erbij loopt.” Ik bekijk mezelf nog een keer en het lijkt of ik uit mezelf treed, en niet mezelf zie maar iemand anders. “Ik zie een vermoeid persoon, die niet zo veel geeft om hoe ze eruit ziet.” “Oh, vertel eens, waaraan zie je dat?” “De kleding die ze draagt, hoe ze zich niet opgemaakt heeft.” “Ziet ze eruit of ze tevreden met zichzelf is?” Ik schrik van die vraag. Eerlijk gezegd is het een vraag die ik mezelf nooit stel. Want ik weet het antwoord niet. Wanneer ben je tevreden. Ziet mijn leven eruit zoals ik heb bedacht toen ik 18 was? Heb ik dromen vervuld? “Kom op Marlène, is dit een moeilijke vraag”. Ik zie een wat gemene glimlach op rond de mond van Peter, hij weet precies wat hij vraagt volgens mij, en weet hoe moeilijk deze vraag te beantwoorden is. Als je leeft zoals ik ten minste. Voor iedereen zorgen, het prettig maken en vooral geen confrontatie aangaan.
“Ik weet het niet.” “Kom Marlène, wees eens eerlijk voor jezelf. Ziet deze vrouw eruit of ze tevreden is met zichzelf? Zo moeilijk is die vraag toch niet? Ik vraag niet wat de oplossing voor wereldvrede is? Hoe we een Jood en Palestijn aan één tafel krijgen?” Ik krijg het warm en voel mijn hoofd roder worden. Zie het ook in de spiegel. Mijn blik wordt wazig van tranen die opkomen. “Ik denk het niet”. “Wat denk je niet” hoor ik Peter streng vragen. “Ehh, ik denk niet dat ik een vrouw zie die tevreden met zichzelf is” komt er stamelend uit mijn mond. Ik schrik zelf van de woorden die ik hardop zeg. Ondertussen is Peter van de bank opgestaan en op het moment dat ik die woorden uitspreek neemt hij de spiegel weg. En draait hem om zodat het spiegelbeeld van mij verdwijnt achter de grote plaat. Verweesd sta ik midden in de kamer. Weet geen raad met mezelf, met mijn lijf, mijn armen, mijn gedachten. Ik voel wat tranen over mijn wangen glijden, mijn neus loopt en haal ik op.
Peter gaat weer op de bank zitten waar hij net zat. En wijst op de plek voor hem, recht voor hem. “Doe maar op je knieën” klinkt het vriendelijk. Als vanzelf ga ik door mijn knieën en kom voor hem zitten. Ik bekijk hem opnieuw. Hij ziet er rustig uit, vriendelijk zelfs. “Ben je hier vrijwillig?” Ik knik. “Goed zo. Dan gaan we nu aan het volgende avontuur beginnen. Want je wilt dus verder. Ik zal je hierbij helpen zoals ik je in de Bijenkorf beloofd heb.” Onzeker knik ik nog een keer.