77.988 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Onmogelijke Liefde - 7

Door: Zazie

Datum: 10-09-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 257
Lengte: Lang | Leestijd: 27 minuten | Lezers Online: 6
Trefwoord(en): Broer, Ontmaagd, Sprookje, Zus,

Vervolg op: Onmogelijke Liefde - 6: Edinburgh

Het Keerpunt

.
Opgetogen volgt Henry me naar onze slaapkamer, blij met mijn initiatief om met hem de liefde te gaan bedrijven. Ik sta ook te kijken van mezelf, tot nu toe liet ik dit immers over aan hem. Henry wil eindeloos vaak, altijd was hij tot nu de eerste die onze bed-avonturen in gang zette. Dit is dus nieuw en ondanks de stem in mijn hoofd dat Daniël voor mij nog steeds mijn liefde is, wíl ik dit. Henry helpt me met het losmaken van de rij knoopjes aan de achterzijde van mijn jurk, waar hij inmiddels zeer bedreven in is. Als die uit is volgen al snel de diverse onderrokken, dan het corset en ten slotte trek ik mijn ondergoed uit, waarna ik geheel ontkleed voor Henry sta.


Het voelt vreemd, anders. De afgelopen weken zag hij me meerdere keren per dag volledig naakt maar dit keer voel ik me kwetsbaar, alsof ik niet alleen mijn lichaam maar ook mijn innerlijk blootgeef aan Henry. Hij ziet hoe ik me voel en trekt me liefdevol tegen zich aan. Heb ik je al eens verteld hoeveel geluk ik heb gehad om jou te mogen huwen, Prinses Charlotte?’ fluistert hij dan.
‘Nee? Hoezo dan, Uwe Hoogheid?’ reageer ik, niet geheel naar waarheid, want Henry strooit altijd kwistig met complimentjes.

‘Je was de mooiste en meest charmante dame van de avond, lieve. Ik, en niet alleen ik maar heel Engeland heeft zó’n geluk dat jij hier aan mijn zijde bent. Jij hebt in je eentje in éen avond meer goodwill bij de Schotten gekweekt dan ik ooit zou kunnen.’ Overdrijven is ook een kunst, maar als ik hem quasi-ongelovig aankijk gaat hij op dezelfde voet verder: ‘Echt Charlotte, ze hebben je in hun hart gesloten. Het helpt natuurlijk dat je door je afkomst van Northumberland bijna een van hen bent, maar het is toch vooral je charme die hun harten heeft doen smelten.’

Ik word er verlegen van, voor mijn gevoel overdrijft Henry nu wel net iets te veel. En omdat ik ondertussen vanachter de stof van zijn broek zijn staf tegen me voel aandringen zeg ik alleen maar ‘kleed je uit Prins, het is tijd voor wat anders dan praten...’ Dat laat Henry zich geen twee keer gezeggen en luttele seconden later staat hij naakt voor me, zijn lange slanke staf kaarsrecht omhoogstekend vanuit de rode krulletjes op zijn onderbuik. Dan tilt hij me op en draagt hij me naar het bed, waar hij direct tussen mijn benen komt liggen. Ik trek ze hoog op, hem zo volledig toegang tot mijn lichaam gevend. In één lange rustige beweging schuift hij zich in me, tot zijn zwaard volledig de diepte van mijn schede heeft bereikt.

Dan legt hij zich over me heen en geeft hij me over mijn hele gezicht zoentjes. ‘Je bent prachtig, mijn liefste’ fluistert hij. Het lukt me nog niet zijn lieve woorden met even lieve woorden te beantwoorden, daar is dit toch alleen nog maar te lichamelijk voor. Dus vouw ik als reactie mijn benen om hem heen, zodat hij weet dat ik voor nu bij hem hoor en dat hij me mag bezitten. Maar dit keer laat henry zich niet opjagen. Hij blijft me zoentjes geven en op enig moment trekt hij zich zelfs weer langzaam uit me terug, waarna hij zich over mijn lichaam omlaag begeeft. Ook dan blijft hij maar zoentjes geven, in mijn hals en extra veel op beide borsten. Ook neemt hij bij beiden de tepels in zijn mond en sabbelt hij er enige tijd op.

Dit is een nieuwe gewaarwording voor mij, tot nu toe nam hij direct bezit van me en ging hij daarmee door tot we beiden onze extase hadden. Tot mijn volledige verrassing begraaft hij na enige tijd zelfs zijn gezicht tussen mijn benen, waarna ik zijn tong op mijn vulva voel. Wat er dan met me gebeurt is met geen pen te beschrijven. Er schieten flitsen door mijn lichaam die me tot in ieder deeltje weten te raken. Ik kan niet anders dan mijn benen zo ver mogelijk te openen, zodat Henry zijn tong me daar beneden overal goed kan raken.

Ik voel hoe hij hem zelfs een stukje bij me naar binnen beweegt en het is ronduit gekmakend wat dat met me doet. In een impuls duw ik mijn onderlichaam nog steviger tegen hem aan, in een poging om die heerlijke wrijving van zijn tong eeuwig te laten duren. Niet veel later spat ik volledig uit elkaar, me helemaal overgevend aan mijn lichaam, dat na enige tijd volledig ontspant. Terwijl ik dat allemaal onderga komt Henry weer omhoog en opnieuw steekt hij zijn lans volledig in me. Daarmee geeft hij me het laatste duwtje, waarna ik volledig over de rand van mijn extase val.

Als ik weer enigszins bij kom is hij zich stevig stotend in me aan het uitleven. Leunend op zijn armen kijkt hij me aan, zijn groene ogen fixerend op de mijne. ‘Hmm, ben ja daar weer, lieve. Wat ben je toch een natuurtalent in bed.’ Ondertussen stoot hij zijn staf steeds weer zo stevig in me dat ik al gauw met mijn hoofd klem kom te zitten tegen het hoofdeinde van het hemelbed. Het gevolg is dat hij zich iedere keer nóg iets dieper in me kan boren, wat ik met genot onderga. Niet lang daarna bouwt zich voor de tweede keer een extase op en ik onderga die met misschien nog wel een groter genot dan de eerste.

Mijn grote liefde

Het half jaar dat volgt is vervuld van afspraken met de Schotse Adel, afgewisseld met de vele avonturen in ons bed. Maar toch, langzaam neemt dat af, wat gelijk op gaat met de keren dat Henry er alleen op uit gaat, voor overleg met het Schotse parlement, de Raad der Ministers, de oudste Lairds van het land, of wat de aanleiding ook maar is. En regelmatig komt hij dan terug met een parfumlucht die niet de mijne is. Ik aanvaard het als een normale gang der zaken, dat ik hem in toenemende mate moet delen met andere dames. Ik weiger ernaar te vragen, enerzijds omdat het in onze kringen zo nu eenmaal zo gaat, en anderzijds omdat het me iets van mijn eigen ruimte teruggeeft.

Ondertussen is het heel bevredigend tot welke resultaten onze inspanningen leiden. De stemming in de Schotse hoofdstad tegenover het Verenigd Koninkrijk is aanzienlijk verbeterd, zeker als je het beziet ten opzichte van de eerste maanden dat we hier waren. We worden aan éen stuk uitgenodigd voor de talloze evenementen tijdens het seizoen, waar we regelmatig worden betrokken in onderonsjes over belangrijke onderwerpen. Ook wordt Henry steeds vaker gevraagd bij de belangrijke overleggen over de besturing van het land.

En dat niet alleen, langzaam sijpelen deze nieuwe verhoudingen door naar de meer afgelegen delen van het land. Zo komt het dat op een dag, het is inmiddels alweer lente, Henry aankondigt dat hij met een gezelschap van heren naar de Schotse hooglanden gaat, om daar een aantal dagen te gaan jagen. Hij logeert er met de andere heren in Urquhart Castle, gelegen aan de oever van Loch Ness, niet ver van Inverness. Henry heeft er niet bepaald veel zin in maar de Lairds van de Hooglanden hebben er op aangedrongen. Het zal dan ook niet alleen om de jacht draaien, zij hopen dat daarna Henry meer begrip kan opbrengen voor de positie van de Hooglanden. De bevolking daar is het meest kritisch tegenover Londen en het kan geen kwaad om er wat tijd door te brengen. Dus na enig aandringen gaat Henry overstag.

Als afscheid hebben we een woelige nacht waarin hij zich nog eens flink op me uitleeft. Het voelt alsof hij voor jaren afscheid van me neemt, hij krijgt er maar geen genoeg van om me keer na keer te penetreren en zich na een steeds langere reeks van stoten in me te ledigen. Ondertussen rijpt er in mijn hoofd een plannetje. Zijn afwezigheid geeft me namelijk de gelegenheid naar mijn ouders af te reizen, en hopelijk ook weer een glimp van Daniël op te vangen. Als ik de volgende morgen met Henry bespreek dat ik mijn ouders wil bezoeken vindt hij het prima, als ik maar terug ben als hij over enkele weken weer op huis aan komt. ‘Ik heb je dan waarschijnlijk weer hard nodig’ zegt hij met een grijns. Jaja, alsof de heren zich daar niet van dames zullen voorzien, bedenk ik me. Maar ik vind het prima, hij gaat z’n gang maar.

Het weerzien met mijn ouders en zusjes is heerlijk. Nu ik de status van Prinses heb is hun houding tegenover mij totaal veranderd. Het is ook bij hun inmiddels volop duidelijk dat Henry en ik in Schotland een voor de Koning belangrijke rol op ons hebben genomen en dat die tot nu toe erg succesvol verloopt. Moeder heeft daarom de ‘Royal Suite’ voor me in orde laten brengen, maar dat slaat natuurlijk nergens op. Ik heb me juist zo verheugd om weer wat tijd in mijn oude kamer door te brengen, en dat laat ik me niet ontzeggen. Het is heel genoeglijk om bij te praten en vooral mijn zusjes hangen aan mijn lippen. En dan blijkt ook dat mijn ouders goed nieuws hebben, want uitgerekend een dezer dagen keert mijn broer Edward terug van zijn ‘grande tour d’Europ’. Ik hoop echt hem nog te kunnen zien voordat ik weer afreis naar Edinburg. Hij is ten slotte mijn tweelingbroer en er waren in onze jeugd tijden dat we álles van elkaar wisten.

Pas tijdens de volgende dag krijg ik tijdens het diner voor het eerst weer een glimp te zien van Daniël, als hij met enkele andere lakeien de gangen serveert. Hij weet het voor elkaar te krijgen dat hij mijn kant van de tafel bedient, en als hij mij de soep aanreikt zegt hij nadrukkelijk ‘alstublieft Uwe Hoogheid.’ Ik kijk hem aan en het is alsof mijn hart zich een slag omdraait in mijn lichaam. Nu pas ervaar ik hoe ik zijn aanblik heb gemist, evenals zijn lichaam tegen het mijne. Later op de avond, als ik me heb teruggetrokken voor de nacht, draag ik mijn kamermeisje dan ook op om hem naar mijn kamer te sturen, uiteraard in het grootste geheim.

Net als die eerste keer klopt hij zachtjes aan, waarna hij zijn hoofd om de hoek steekt. ‘U wens mij te spreken, Uwe Hoogheid?’ vraagt hij dan timide, bijna net als toen die eerste keer, toen me duidelijk werd hoe speciaal hij voor me is. En daar is hij dan, al zonder pruik en in hemdsmouwen. Ik kijk hem lang aan, als om hem in te drinken en wenk hem dan naar me toe. Hij blijft voor het voeteneinde staan en als ik dan op de plek naast mij wat klapjes geeft kijkt hij me ongelovig aan. Maar als ik hem opnieuw wenk komt hij dan toch naast me liggen, netjes afstand houdend.

Ik laat de situatie heel even voortduren, omdat ook ik het spannend vind. Dan vraag ik, fluisterend bijna: ‘houd je niet meer van me?’ Alsof hij door een hele zwerm wespen wordt gestoken keert hij zich naar me toe en trekt hij me in zijn armen. ‘Ohw Charlotte, je moest eens weten. Zoveel nachten heb ik wakker gelegen. Ik was je kwijt en vond dat nauwelijks te dragen.’ Mijn hart zwelt op en als het uit mijn lichaam kon springen, zou dat absoluut nú gebeuren. Ik geef hem een zoen op zijn lippen en voor we het beseffen spelen onze tongen op hun vertrouwde manier weer met elkaar. Het is zo heel anders als bij Henry, mijn hele lichaam ontvlamt direct.

Maar dan, als Daniëls hand zijn weg onder mijn nachtgewaad begint te zoeken moet ik hem afremmen. ‘Dit kan niet, liefste. Henry heeft aangegeven ongeduldig te worden omdat er nog steeds geen erfgenaam is. Ik ben gestopt met het drankje en we kunnen nu dus niet verder gaan. De teleurstelling is op Daniëls gezicht af te lezen. Hij maakt zich van me los en gaat weer op zijn rug liggen.
Dan, even later, zonder me aan te kijken, vraagt hij: ‘houd je van hem?’
Ik besef dat ik er even over moet nadenken: ‘nee, dat is het niet. Ik ben erg op hem gesteld geraakt, maar het is geen liefde. Bij Henry zou dat ook niet werken want hij ziet inmiddels ook andere dames. Het zou me alleen maar verdriet doen.’

Als Daniël me weer aankijkt zie ik de pijn in zijn ogen: ‘wat is dan het verschil met mij?’
Zacht streel ik zijn wang: ‘dat kan ik niet goed beschrijven. Bij jou voel ik me thuis, jij bent mijn liefste, als ik je zie wordt alles licht. Allemaal gevoelens die ik bij Henry niet heb.’
‘Bedrijven jullie vaak de liefde?’ is dan zijn volgende vraag.
Oh mijn God, wat moet ik hier nu mee. Maar eerlijk duurt het langst, dus knik ik: ‘ja, hij wil vaak. Maar het wordt al minder, inmiddels heeft hij in Schotland wat andere dames leren kennen. Hij hoopt op spoedige nakomelingen, dus komt hij nog regelmatig naar mijn kamer, maar al veel minder.’

Het blijft lang stil. ‘En wij? Hoe moet het nu met ons?’
Ik haal mijn schouders op. ‘Dat weet ik ook niet. Dit is het denk ik, wat wij hebben. Elkaar heel soms mogen zien en ons op deze kleine momenten verheugen.’
Daniël draait zich weer naar me toe: ‘dit is niet genoeg, mijn lieve Charlotte, ik kan hier meer mee leven. Er is in het dorp een meisje dat ik wel aardig vind en volgende maand huw ik haar.’
Ik wil dit niet maar direct vullen mijn ogen zich met tranen. Ik wist dat dit zou komen en toch is de schok groot. Geluidloos huil ik, tot Daniël me weer in zijn armen neemt.
‘Het spijt me, liefste, ik kan niet anders. Mijn ouders worden ouder, over enkele jaren neem ik de boerderij over en dan moet ook ik nageslacht hebben.

Samen de onmogelijkheid van onze relatie verwerkend liggen we een tijdje in elkaars armen, in stilte. Dan vraagt Daniël hoe het is, om in Edinburgh te leven. Ik vertel hem van Holyroodhouse, en de Royal Mile, en over hoe eigenwijs die Schotten soms kunnen zijn. Het verheugt me als hij op een gegeven moment grinnikt en reageert: ‘let je wel een beetje op je woorden? Mijn grootvader was ook een Schot hoor. Hij kwam dan wel van net over de grens, maar hij had een clan en alles erop en eraan. Niet zo lang geleden zijn mijn ouders enkele weken die kant op gegaan omdat hij overleed. Daar hebben ze hem samen met de hele familie een puur-Schotse begrafenis gegeven.’ En dan praten we, eindeloos lang. Net als hij van mij wil ik alles van hem weten en het is al diep in de nacht als hij weer stilletjes mijn kamer verlaat.

Het noodlot

Het zijn heerlijke dagen. Overdag breng ik tijd door met mijn moeder en zusjes, en af en toe ook een enkel uur met mijn vader, in zijn bibliotheek. Hij hoort me dan uit over de Schotse adel, over wat hen bezighoudt en hij wil in alles volledig het naadje van de kous weten. Ik begrijp nu meer dan vroeger waarom hem dat bezighoudt. De verhouding tussen Engeland en Schotland is precair, en omdat zijn Hertogdom Northumberland de grens met Schotland vormt is ieder snippertje nieuws daarover belangrijk voor hem. Het is bijna genoeglijk zoals we daar samen over kunnen praten en het doet me deugd dat hij me gaandeweg betrekt in zijn overwegingen. De nachten breng ik grotendeel door met Daniël, zoenend en pratend. Meer zit er niet in en wetende dat ons definitieve afscheid nadert halen we er alles uit wat er onder deze omstandigheden in zit.

Ook heel fijn is de terugkeer van Edward, mijn tweelingbroer. Hij keert terug van zijn rondreis door Europa, die er bij adellijke erfgenamen blijkbaar bij hoort. We waren in onze jeugd altijd zo hecht dat het heerlijk is om hem weer te kunnen knuffelen. Hoewel we dus een tweeling zijn lijkt hij totaal niet op me. Waar ik nogal in donkere tinten ben uitgevoerd, is alles aan hem licht en dan met name zijn blonde haren en blauwe ogen. Soms denk ik wel eens dat ik op Daniël ben gevallen omdat hij zo op mijn broer lijkt. Een hele avond kletsen we bij, naast elkaar op zijn bed gelegen, weer net zo vertrouwd als vroeger.

Maar dan slaat het noodlot toe. De voorlaatste dag van mijn verblijf bij mijn ouders arriveert er een spoedkoerier, met de boodschap dat Henry bij de jacht ernstig gewond raakte en in Schotland vecht voor zijn leven. Op slag en sprong laat ik mijn koets in gereedheid brengen. Met vader plan ik hoe ik zo snel mogelijk de reis naar Urquhart Castle kan maken. Het is ruim tweehonderdenveertig mijl en door onderweg regelmatig van paarden te wisselen moet dit in twee dagen te doen zijn.

Als ik vader verzoek dat Daniël mij vergezelt kijkt hij me aan: ‘is dat wel verstandig, dochter? Ik stuur liever je broer mee.’ Ik moet dat even verwerken, want het betekent dat ik me nu al los moet maken van Daniël. Maar misschien is het wel beter zo, dit moment is ten slotte onvermijdelijk in aantocht. Dus laat ik Daniël naar mijn kamer komen, om afscheid te nemen. Ik houd het kort want het wordt me bijna allemaal te veel, Henry die heel slecht ligt en dan nu ook nog Daniël die voorgoed uit mijn leven verdwijnt…

Enkele uren later is het zover en kunnen we vertrekken. Mijn tweelingbroer gaat met nog een ander lid van mijn vaders personeel mee als mijn begeleider, beiden volgen ze de koets te paard. Het is een lange en vermoeiende reis, onderbroken door een te korte nacht in een matige herberg, waar de nachtrust door alle herrie ver te zoeken is. Naarmate we de Hooglanden naderen wordt het ondanks de lente steeds kouder. Ik ben dan ook blij als de koetsier kan melden dat onze bestemming in zicht is. Met een ratelend geluid van de wielen op de binnenplaats van Urquart Castle komt uiteindelijk onze reis tot een einde.

Edward en ik worden ontvangen door de Heer des huizes. Na onze begroeting wil ik verder geen minuut meer verspillen en laat ik me stante pede naar de kamer brengen waar Henry wordt verpleegd. Daar aangekomen schrik ik ervan hoe slecht hij eruitziet. Zijn ogen zijn gesloten en liggen diep in hun kassen. Zij haar plakt tegen zijn hoofd, nat en vettig van de koorts. Zij borst is omzwachteld in linnen, waar op meerdere plaatsen bloed doorheen is gesijpeld.

Het is druk en benauwd in de kamer. Ik tref de arts die hem behandelt aan het bed en hij ziet er uitgeput uit. Met een ‘fijn dat u er bent, Uwe Hoogheid!’ heet hij me welkom, waarbij hij een buiging maakt.
Ongeduldig wuif ik de plichtplegingen weg: ‘vertelt u mij liever hoe het met hem gaat!’
‘Uw man is tijdens de jacht aangevallen door een grote reebok. Zijn paard steigerde van de schrik, waarna Zijne Hoogheid van het paard viel en vervolgens een trap met de hoeven op zijn borstkas kreeg. Enkele ribben hebben zich in zijn longen geboord en omdat de situatie niet verbetert vrees ik inmiddels voor zijn leven. Het is bijna een wonder dat hij het nog steeds weet vol te houden…!’

Het schokt mij diep. Op geen enkele manier heb ik er ooit rekening mee gehouden dat ik mijn vrijheid terug zou kunnen krijgen door een vroegtijdige dood van Henry. Nu die mogelijkheid zich aandient moet ik er niet aan denken! Zeker sinds ik Daniël weer heb ontmoet weet ik dat het geen liefde is tussen Henry en mij, maar ik ben wél erg op hem gesteld geraakt. Met zijn levenslust en vrolijkheid heeft hij me laten inzien dat het leven geleefd moet worden. Het maakt me daarom intens verdrietig hoe hij er nu bijligt, vermagerd, happend naar adem, bijna levenloos.

Ik schuif een stoel naast het bed, ga zitten en neem dan zijn hand in de mijne. ‘Ik ben er nu Henry, kom alsjeblieft terug’ fluister ik, dicht bij zijn oor. Ik zie hoe er een lichte trilling door zijn oogleden gaat, alsof hij ze wil openen. Met een dankbetuiging stuur ik iedereen weg, ik wil nu alleen met hem zijn. Dan, als de laatste persoon de kamer heeft verlaten, praat ik opnieuw tegen hem. ‘Kom please please terug Henry. Ik ben er nog niet aan toe om je alweer kwijt te raken. En Schotland heeft je nodig!’ Opnieuw is daar die trilling van zijn ogen, maar daar blijft het helaas bij.

De hele nacht waak ik bij hem. Het zijn eindeloos lange uren, vervuld van het geluid van zijn moeizame en raspende ademhaling. Af en toe hoest hij en geeft hij bloed op, wat ik zorgzaam opdep. De dame die hem verpleegt laat zich regelmatig zien maar steeds wuif ik haar weg, ik wil alleen met hem zijn. Dan, het is alweer licht aan het worden, gaan eindelijk zijn ogen aarzelend open. Even dwalen ze rond, dan ziet hij mij. ‘Charlotte, lieve, eindelijk…’ klinkt het zachtjes. bemoedigend knijp ik hem in zijn hand, maar enkele minuten later blaast hij zijn laatste adem uit...

Afscheid

Ik weet dat mijn hart zich niet voor hem openstelde, toch voelt het alsof het zich nu helemaal samentrekt. Het schokt me diep, op geen enkele manier had ik hiermee rekening gehouden, dat hij zo uit mijn leven zou verdwijnen. Nog een uur zit ik alleen bij Henry, terwijl zijn lichaam afkoelt en steeds minder voelt als dat van de levenslustige jonge Prins, waarmee ik toch bijna een jaar heb samengeleefd. Geluidloos vergiet ik mijn tranen en als die eenmaal opdrogen is het tijd om hem los te laten. Meteen daarna neemt iedereen het van me over en verandert de kamer in een heksenketel. Als ik eenmaal ik op mijn kamer ben klopt mijn broer aan. Ik wenk hem, waarna hij naast me komt liggen en me in zijn armen sluit. Opnieuw komen dan de tranen los. Intens vermoeid val ik uiteindelijk in slaap, opgenomen in de koesterende kom van zijn lichaam.

Nadat het lichaam van Henry is gebalsemd overbruggen we in vijf dag-etappes de afstand naar Edinburg. Onderweg betuigen de Lairds van de landgoederen waar we de nachten doorbrengen hun laatste eer. Eenmaal in Edinburgh aangekomen wordt Henry opgebaard in Saint Giles Cathedral, in afwachting van de komst van de Koning en de Koningin. Zij hebben laten weten dat zij nog een laatste keer samen willen zijn met hun zoon, waarvan ik al een tijdje het vermoeden heb dat hij hun lievelingszoon was.

De paar dagen tot hun komst kunnen mensen afscheid van Henry nemen en tot mijn verrassing staan er steeds lange rijen wachtenden in de kathedraal. In dat halve jaar dat we hier woonden bouwde hij met velen een band op en dat uit zich nu. Het doet me goed, het toont aan dat onze missie om goodwill voor het koninkrijk te kweken aan het slagen was. De vraag is echter hoe het daar nu verder mee moet.

Na hun aankomst willen de Koning en Koningin samen met mij alleen zijn met het lichaam van hun zoon. De Koning houdt zich dapper, maar het is hem aan te zien dat het hem veel verdriet doet. Ook de Koningin weet haar decorum te bewaren, maar kan niet vermijden dat zij wat tranen moet weg deppen. Ze hadden veel met hem op en dat blijkt nu wel. De afscheidsdienst wordt druk bezocht, tal van leden van de Schotse adel zijn aanwezig, evenals mijn ouders, mijn zusjes en enkele broers en zussen van Henry. Het doet me goed, dit eerbetoon, hij verdiende dit.


De dag na zijn bijzetting, als we met beide families bij elkaar gezeten zijn, zegt de Koning me met hem mee te komen. Zodra we in een andere salon zijn zegt hij: ‘het wordt tijd dat we het over je toekomst gaan hebben, Charlotte’. Ik kijk hem aan en knik. Ja, dat is nodig. Mijn taak zit er hier op en ik wil graag terugkeren naar mijn ouderlijk huis. Niet beseffend dat de Koning voor mij iets totaal anders voor ogen heeft, wat hij al snel duidelijk maakt…


[b]Liefs,
Zazie[/i]
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Zazie
Heitjevoor
Heitjevoor (29)
Ben jij iemand die houdt van flirten, spanning en late gesprekken?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel

Nog niet uitgelezen?

Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 707 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net