Alexander leunt een beetje naar voren, oprecht geïnteresseerd.
“Hoe gaat je studie? Heb je al mooie ontwerpen gemaakt?”
Meteen schiet er enthousiasme door me heen. Ik begin te vertellen. Over verschillende stijlen die ik mooi vind, over wat ik lastig vind, over hoe ik altijd blijf hangen bij details. En over het hemelbed dat ik voor mijn eigen kamer heb ontworpen: gedraaide poten, gordijntjes, bossingpanelen in het plafond. Ik wil het samen met mijn oom maken, die meubelmaker is. Ik ben al een tijdje aan het sparen voor de materiaalkosten.
“Ik zou je foto’s willen laten zien,” zeg ik, “maar ik heb mijn telefoon niet bij me. Eigenlijk heb ik helemaal niets bij me. Alleen een lege tas. Mijn bikinitopje zit bij mijn oude en nieuwe kleren in een tas die onderweg is naar de boot.”
Alexander pakt de papieren menukaart, draait hem om en haalt een pen uit zijn binnenzak.
“Of je hem even voor me kunt tekenen?”
Ik aarzel geen seconde. Met snelle lijnen zet ik de basis neer, vul steeds meer details in, verbeter verhoudingen, arceer hier en daar. Ik ben zo bezig dat ik de serveerster pas opmerk als ze twee borden neerzet en een plank met versgebakken knoflook-kruidenbrood en een pannetje bospaddestoelensoep met twee houten lepels.
Het is duidelijk de bedoeling dat we met onze handen eten en uit dezelfde pan delen.
Alexander en ik kijken elkaar even vragend aan.
Ik trek mijn schouders op, blijf hem uitdagend aankijken, scheur een stuk brood voor hem af en doop mijn eigen stuk in de soep. Alexander lacht, schudt zijn hoofd, rolt netjes en elegant zijn mouwen op en volgt mijn voorbeeld.
De tweede gang is een stuk konijn dat aan een spit wordt geserveerd, met een lang mes ernaast, een donkere schaal gegrilde lokale groenten, kleine aardappeltjes, pult pork en een frisse knoflookachtige saus. De cider wordt bijgeschonken. Weer geen bestek. We lachen erom. Alexander begint te wennen aan zijn vieze vingers. Ondertussen bekijkt hij mijn schetsen en begint te vertellen.
Hij doet veel zaken in de modewereld. De keten waar die tassenwinkel deel van uitmaakt, is van hem. Hij houdt van creatieve mensen die iets willen maken en met nieuwe ideeën komen. Dan vertelt hij over zijn villa vlakbij Milaan, niet ver van de Politecnico di Milano. Het absolute mecca voor meubeldesign, zegt hij. Een geweldige school. Hij denkt dat ik het daar fantastisch zou doen.
Het klinkt allemaal geweldig.
Maar ik woon niet om de hoek van Milaan.
Wat wil hij hiermee? Wat moet ik hiermee?
Het derde gerecht komt: allerlei kaasjes, warme worstjes en een salade die hilarische momenten oplevert omdat we nog steeds geen bestek hebben en zelf moeten uitzoeken hoe we alles verdelen. Ondertussen worden Alexanders vragen persoonlijker. Hij vraagt naar mijn vriendinnen, mijn familie, wat ik graag met ze doe, hoe mijn dagelijks leven eruitziet.
Ik vertel dat we in de buurt van Haarlem wonen, in een gewoon rijtjeshuis. Dat mijn ouders allebei hard werken. Dat we elk jaar op vakantie gaan naar Duitsland of Luxemburg. Dat we voor de dingen die we willen zelf moeten werken en sparen. Ik vertel over mijn kajuit zeilboot, mijn trots, genaamd Dream-Girl, waar ik graag met vriendinnen mee wegga.
Alexander luistert aandachtig. Hij vertelt dat hij eigenlijk te veel met zijn zaken bezig is en meer bij zijn familie wil zijn. Dat vooral zijn zoon, maar ook zijn dochter, te gemakkelijk omgaan met de luxe die ze gewend zijn. Dat de dag nog moet komen dat zijn zoon serieus over werk nadenkt.
Het nagerecht is niet erg middeleeuws, maar de houten plank met ijs, vruchten en chocolaatjes is heerlijk. We zijn ineens blij met de houten lepel die we erbij krijgen.
Als Alexander zijn vingers schoonmaakt met een doekje en het kommetje warm water dat we op tafel krijgen, pakt hij mijn schets weer op.
“Je bent vergeten je handtekening erop te zetten,” zegt hij. “Altijd je werk tekenen, anders kan iedereen het claimen.”
Hij schuift het papier met de pen naar me toe. Ik zet mijn naam eronder, een beetje slordig omdat ik nog steeds een beetje warm ben van het eten en het gesprek.
Hij pakt de schets aan, kijkt er nog één keer naar en steekt hem zorgvuldig in de binnenzak van zijn overhemd. Alsof het iets is dat hij niet wil verliezen.
Dan kijkt hij me aan.
“Jij bent veel te slim voor dit werk, wist je dat? Waarom ben je dit überhaupt gaan doen?”
Ik leg het uit. Dat ik dacht dat ik als stewardess aan boord zou komen. Dat ik al met mijn koffers klaarstond toen er werd verteld dat ik als vermaak mee zou gaan. Hoe ik mezelf heb laten overhalen. Dat ik zelf niet had verwacht dat ik het zou kunnen… en dat ik het nog steeds niet zeker weet. Dat ik het nu wel leuk en spannend vind, maar toch opzie tegen volgende gasten. Vooral als die me behandelen zoals Robert doet.
Alexander knikt langzaam.
Hij kijkt naar de geglazuurde kaarsenstandaard op tafel en zegt dan, rustig:
“Hoe zou jij het vinden om in Milaan je studie af te maken?”
Hij pakt mijn handen vast en kijkt me recht in de ogen.
“Als je wilt, nodig ik je uit als uitwisselingsstudent in mijn huis. Als studente. Niet meer als mijn escort. Het zou niet heel lastig moeten zijn om je daar op school te krijgen. En we kunnen een slimme, speelse meid goed gebruiken in huis. Nu voelt het toch maar leeg.”
Hij streelt kort met zijn duim over mijn hand.
“Je hoeft niet meteen te beslissen. Denk er maar even over na.”
Dan draait hij zich half om.
“Mogen we de rekening, alsjeblieft?”