78.633 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

De Nacht Van Verraad

Door: Elite_12

Datum: 17-10-2026 | Cijfer: 8 | Gelezen: 413
Lengte: Lang | Leestijd: 21 minuten | Lezers Online: 14
Trefwoord(en): Neuken,

De oprit naar het huis van Rob is al aan drie kanten bezet met auto's wanneer Randy zijn oude Volvo tussen een grijze Audi en een witte bestelbus probeert te persen. De motor van de Volvo klinkt als een vermoeide bejaarde die zijn laatste rondje loopt. Randy trekt de handrem aan en kijkt opzij naar Rozemarijn, die in de passagiersstoel haar vlecht over haar schouder legt. De vlecht is strak gevlochten, zoals hij hem het liefste ziet, met een paar losse plukken bij haar slapen die naar haar zonnebrand ruiken. Haar bloes — een dunne, crèmekleurige met knoopjes die de ronding van haar borsten volgt — spant telkens wanneer ze haar armen optilt. Ze draagt een korte rok die tot halverwege haar dijen reikt. Haar ogen, die lichter blauw zijn dan de lucht boven de daken, kijken naar het huis alsof het een schoolgebouw is waar ze voor het eerst binnenkomt.

'Zenuwachtig?' vraagt Randy.

'Nee, gek.' Ze pakt de fles wijn van de achterbank. 'Ik ken Rob pas een week, maar hij is heel makkelijk in de omgang. Je zult hem vast mogen.'

'Grote vent, zei je?'

'Groot, ja.' Rozemarijn stapt uit. Haar hakken tikken op de betonnen treden van de oprit. 'Donkere huidskleur, breed gebouwd. Hij zit bij sales, niet bij mijn afdeling, maar we zijn naast elkaar geplaatst bij de introductiedag en we konden het meteen goed vinden.'

Randy loopt achter haar aan naar de voordeur. Binnen klinkt muziek die door de muren heen dringt. De basstoon vibreert onder zijn voetzolen door het beton. Rozemarijn belt niet — de deur staat open, en ze lopen naar binnen alsof het een café is.

De gang is smal en vol. Mensen met plastic bekertjes en bierflesjes staan in groepjes tegen de muur geleund. De geur is een mengsel van parfum, zweet, hop, en iets zoets dat van ergens dieper in het huis komt. Rozemarijn baant zich een weg door de menigte, en Randy volgt de beweging van haar vlecht die tussen de schouders van onbekenden door danst. Ze komt uit in de woonkamer, een brede, lichte ruimte met een hoekbank die bezaaid is met jassen, en daar, bij de openslaande deuren naar de tuin, staat Rob.

Hij is groter dan Randy had verwacht. Ruim een meter negentig, met schouders die een deuropening zouden vullen. Zijn huid is diep donkerbruin, bijna zwart in het gedempte licht van de lampen die met kerstkettingen versierd zijn. Zijn overhemd is strak over zijn borst gespannen en zit open bij de bovenste twee knoopjes, zodat de zware spierbundel van zijn borstkas zichtbaar is. Zijn handen — Randy kan ze niet negeren — zijn groot, met brede palmen en vingers die bijna twee keer zo dik zijn als die van hem. Rob grijnst wanneer hij Rozemarijn ziet en opent zijn armen.

'Rosa! Daar ben je!' Zijn stem is diep en rommelend, als een basdrum die in een kleine ruimte wordt bespeeld. Hij omhelst haar met beide armen, en zijn handen raken haar rug aan over een oppervlak dat bijna haar hele middel bedekt. Rozemarijn lacht, haar wangen worden roze, en ze stelt Randy voor.

'Dit is Randy, mijn vriend.'

Rob schudt zijn hand. De greep is stevig, bijna pijnlijk. Rob's hand sluit zich rond die van Randy als een bankschroef die net wordt aangedraaid. 'Welkom, man. Fijn dat jullie er zijn. Loop rond, pak wat te drinken, maak kennis met de mensen. Mijn vrouw is in de keuken — die maakt hapjes klaar, die is overal.' Hij knikt naar een deur waaruit het geluid van een blender komt. 'Schat, kom even kennismaken!' roept hij naar binnen.

Er verschijnt een vrouw in de deuropening met een schort voor en een bakje met mini-springrolls in haar hand. Haar glimlach is beleefd maar gehaast. Ze zwaait kort naar Randy en Rozemarijn en verdwijnt weer naar binnen.

Randy kijkt de woonkamer rond. De bank, de vensterbank, de trap naar boven — overal zitten en staan mensen die hij niet kent. De tuin door de openslaande deuren is verlicht met lantaarns en ook daar bewegen silhouetten tussen de struiken en op het gazon. Rozemarijn pakt twee bierflesjes van een tafel die als bar dient en drukt er een in zijn hand.

'Proost.' Ze klinkt het flesje tegen het zijne. Haar ogen zoeken de zijne, even maar, en dan kijken haar ogen alweer de kamer door, naar de mensen, naar Rob die bij de deuren staat en met een andere man praat. Haar blik blijft een fractie van een seconde langer aan hem hangen dan nodig is. Randy neemt een slok bier. Het is koud en bitter.

Ze zitten aan een kleine ronde tafel bij het raam, Randy en Rozemarijn, wanneer Rozemarijn opstaat en zegt dat ze even iemand gaat halen. Ze komt terug met een jonge vrouw die ze bij de arm vasthoudt. 'Dit is Valencia, ze zit ook op mijn afdeling.'

Valencia is klein, met donker haar dat tot haar schouders valt en ogen die zo donker zijn dat de pupil bijna niet te onderscheiden is van de iris. Ze draagt een rode jurk die strak om haar heupen zit en een split heeft die tot halverwege haar dij reikt. Haar huid is olijfkleurig, en ze ruikt naar iets kruidigs — komijn en roos, zo denkt Randy, of misschien is het de wierook die ergens in huis brandt. Ze glimlacht en laat haar blik over hem heen glijden — van zijn gezicht naar zijn borst naar zijn handen — op een manier die langer duurt dan beleefde nieuwsgierigheid.

Ze gaan zitten, Valencia tegenover Randy, Rozemarijn naast hem. Het gesprek begint met het weer — de warme nazomer, de vochtigheid die in de lucht hangt, of het nog gaat regenen. Valencia vertelt over haar moeder die in Sevilla woont en altijd klaagt over de regen in Nederland. Rozemarijn lacht. Randy knikt. Het gesprek verschuift naar de politiek — de verkiezingen die eraan komen, het debat van gisteren, de partijleider die iets stoms zei. Valencia praat snel, met haar handen, en haar vingers raken af en toe de tafelrand aan.

Rozemarijn staat op. 'Ik ga even naar het toilet,' zegt ze, en ze loopt weg. Haar vlecht zwaait langs haar rug wanneer ze de kamer uit loopt.

Valencia wacht tot Rozemarijn de kamer uit is. Dan buigt ze zich naar voren, en haar hand, die op de tafel lag, glijdt over het tafelblad naar Randy's kant. Haar vingers raken zijn knie aan, lichten, als een veertje, en dan glijden ze omhoog. Ze legt haar hand op zijn kruis. Ze knijpt. Niet hard, maar met genoeg druk dat hij haar vingers door de stof van zijn broek heen voelt, en de contouren van zijn pik, die zich onwillekeurig een fractie samentrekt onder haar greep.

Randy's hand schiet naar beneden. Hij pakt haar pols en duwt haar hand weg. 'Wat doe je?' fluistert hij, scherp.

Valencia kijkt hem aan. Haar ogen worden smaller, haar lippen persen zich samen. Er trekt een spiertje in haar kaak. 'Rozemarijn is mijn vriendin,' zegt hij, nog steeds fluisterend, terwijl hij naar de deur kijkt waardoor Rozemarijn is verdwenen.

Valencia staat op zonder een woord te zeggen. Ze pakt haar glas, draait zich om, en loopt naar een ander tafeltje aan de andere kant van de kamer, waar een groepje mensen staat dat ze schijnbaar kent. Ze leunt tegen de muur en kruist haar armen voor haar borst. Ze kijkt niet meer naar Randy.

Randy blijft alleen aan de tafel achter. Hij drinkt zijn bier. De minuten tikken voorbij op zijn horloge. Vijf, tien, vijftien. Rozemarijn komt niet terug. Twintig minuten. Hij staat op, loopt naar de openslaande deuren en de tuin in. De lucht is koeler hier, en de lantaarns werpen lange schaduwen over het gras. Hij loopt tussen de mensen door, zoekt de blonde vlecht, de crème bloes. Niets. Hij loopt terug naar binnen, naar de gang. Er is een rij bij de toiletten — drie mensen, vier. Geen Rozemarijn.

Hij kijkt naar de trap. Mensen komen naar boven en naar beneden, alsof het een openbaar gebouw is. Hij klimt de trap op. De bovenverdieping is een gang met deuren. De eerste deur die hij opent — hij duwt de klink naar beneden en duwt hem een paar centimeter open — geeft uitzicht op een matras op de vloer waar twee lichamen op bewegen. De vrouw heeft haar benen om de heupen van de man geslagen, en haar mond is open, haar ogen dicht. Randy trekt de deur dicht.

De tweede deur staat open. Hier zijn meerdere stellen — hij telt er vier — verspreid over het bed, de vloer, een fauteuil bij het raam. Kleren liggen op hoopjes. De geur is zwaar, zurig, een geur die hem aan de kleedkamer van de sportschool herinnert maar dan intenser, zoeter. Hij sluit de deur.

De derde deur is dicht. Hij duwt de klink omlaag. Hij beweegt niet. Op slot. Hij staat stil en luistert. Eerst hoort hij niets — het geroezemoes van beneden, de muziek, de bas die door het huis trilt. Dan, daar doorheen, een geluid. Het kraken van een bed. Niet het zachte, ritmische kraken van iemand die zich omdraait, maar het gestage, bonkende geluid van een matras die ritmisch belast wordt. Een verenbasis die meebeweegt met een beweging die krachtiger is dan slapen.

En dan, daar doorheen, een stem. Een kreun. Zacht, maar onmiskenbaar. De klank, de timbre, de manier waarop de ademhaling breekt aan het einde van de klank — hij kent die stem. Hij hoort die stem elke ochtend, elke avond, in zijn oor wanneer ze slaapt, in de keuken wanneer ze zingt onder het koken. Rozemarijn.

Hij leunt met zijn voorhoofd tegen de deur. Het hout is koel en ruikt naar verf. Hij luistert. Het bed kraakt, bonkt, kraakt. De ritmiek is gestaag, onbarmhartig — het geluid van een matras en een frame die een kracht verdelen die van boven komt, van twee lichamen die zich bewegen in een tempo dat geen haast kent maar wel doelgericht is. De kreunen van Rozemarijn zijn niet luid, maar ze zijn er, en ze komen in een patroon dat hij herkent: een korte inademing, een zachte uitademing die in toonhoogte stijgt, een stilte, en dan weer van voren.

Hij luistert. Vijf minuten. Tien. Het ritme verandert — sneller, dan langzamer, dan sneller. De kreunen worden intenser, breken, worden hoger. Het bed bonkt harder, alsof de beweging krachtiger wordt. Hij hoort haar een geluid maken dat hij alleen kent van de momenten dat ze bijna klaarkomt — een soort kreet, hoog en scherp, die in haar keel blijft hangen.

Vijftien minuten. Dan stilte. Een lange stilte. Dan weer het kraken, maar zachter nu, langzamer. Hij hoort stemmen — een mannenstem, diep, en die van Rozemarijn, maar de woorden zijn onverstaanbaar. Dan weer het bonken, dit keer harder, sneller, en dan een kreun die langer aanhoudt dan alle voorgaande.

Randy draait zich om. Hij loopt de trap af, terug naar de woonkamer, en gaat aan de tafel zitten. Zijn bier is warm geworden. Hij drinkt het in één teug leeg. Hij kijkt de kamer rond. Bij de muur, in een hoek die half verlicht is, staat Valencia. Haar rug is naar hem toe, en de man die achter haar staat, heeft zijn handen op haar heupen. De split van haar jurk is opgeschoven, en de stof is omhoog geduwd tot over haar onderrug. De man beweegt ritmisch tegen haar aan, en Valencia's gezicht is naar de muur gekeerd, haar mond open, haar ogen dicht. Randy kijkt weg.

Hij wacht. Het huis leegt langzaam — sommige gasten vertrekken, andere blijven. De muziek wordt zachter. Rob staat bij de bar en praat met een man in een leren jack. Randy kijkt op zijn horloge. Twee uur. Twee uur nadat hij Rozemarijn voor het laatst heeft gezien.

Dan ziet hij haar. Ze loopt door de gang, vanuit de richting van de trap. Haar vlecht is losser — er zijn plukken uitgezakt die langs haar gezicht vallen. Haar bloes is scheef dichtgeknoopt, het onderste knoopje zit in het verkeerde knoopsgat. Haar wangen zijn rood, niet het roze van daarnet, maar een dieper rood dat van binnenuit lijkt te komen. Ze loopt naar hem toe en glimlacht.

'Eindelijk, daar ben je. Ik kon je niet vinden.'

Ze haalt haar schouders op. 'Ik was boven, met wat mensen van kantoor. Zullen we gaan? Ik ken de meeste mensen nog niet, en ik ben moe.'

Randy zegt niets. Hij staat op, pakt zijn jas, en loopt achter haar aan naar buiten. In de auto is het stil. Rozemarijn kijkt uit het raam. De straatlantaarns schuiven over haar gezicht, en haar vingers trommelen op haar knie. Randy's handen om het stuur zijn strak, zijn knokkels wit.

Thuis hangt Rozemarijn haar jas op en loopt direct door naar de badkamer. 'Ik ga even douchen, ik heb zo gezweet.' De deur sluit. Het water stroomt. Randy staat in de slaapkamer en trekt zijn schoenen uit. Hij trekt zijn broek uit, zijn overhemd, en staat in zijn boxershort. Hij luistert naar het water dat door de afvoer klinkt. Hij trekt zijn boxershort uit en loopt naar de badkamer.

De badkamer is gevuld met stoom. De spiegel boven de wastafel is beslagen. Rozemarijn staat onder de douchekop, haar rug naar hem toe, haar vlecht uitgevlochten, haar natte haar in een klomp over haar rug. Het water loopt over haar schouders, langs de ronding van haar borsten, over haar buik, tussen haar benen. Hij stapt achter haar de douche in. De tegels zijn warm onder zijn voeten.

Hij kijkt naar beneden. Haar kut — hij ziet het wanneer ze haar benen iets uit elkaar zet om zich in evenwicht te houden — staat niet strak. De schaamlippen, die normaal gesloten en glad zijn, zijn gezwollen en wijken uit elkaar, zodat de binnenste lippen en de roze opening ertussen zichtbaar zijn. Het gat is niet dichtgetrokken maar blijft open, als een mond die net iets heeft losgelaten. En haar kontgaatje — dat hij kent als een nauwe, gerimpeld sterretje dat zich altijd verzet tegen zelfs zijn vinger — staat open. De rand is donkerder rood dan normaal, en de opening is verwijd, alsof er iets doorheen is gegaan dat groter was dan ooit tevoren. Uit beide gaten druipt vocht. Niet water van de douche — het water loopt er overheen — maar een dikkere, troebeler vloeistof die in slierten naar beneden glijdt, langs haar dijen, en op de tegelvloer druppelt.

Hij duwt zijn pik tegen haar billen. Hij is half hard, niet van begeerte maar van iets dat hij niet kan benoemen. 'Wil je neuken?' fluistert hij in haar oor.

Ze draait haar hoofd. 'Jij altijd met je neuken.' Haar stem is scherp. 'Nou, als je het snel doet, want ik ben best moe.'

Hij duwt zijn pik naar voren. Hij vindt de opening van haar kut, en hij glijdt naar binnen zonder weerstand. Er is geen weerstand. Haar kut, die normaal zijn pik omsluit als een handschoen die net te krap is, is nu een open, glibberige holte. Zijn pik glijdt erin alsof hij in een kom warme olie duikt, en de wanden die normaal zijn pik masseren bij elke beweging, zijn nu zacht en meegevend, alsof ze al uren geleden hun spanning hebben verloren. Het vocht waarin hij beweegt is meer dan haar eigen slijm — het is dikker, glibberiger, en er zit een textuur aan die hij niet kent. Zijn pik beweegt erin als een vinger door natte verf.

'Kom, even snel,' zegt Rozemarijn. 'Neuk even door, een quickie, dan kunnen we gaan slapen.' Haar stem is vlak, haar ogen op de muur voor haar gericht.

Hij neukt haar. Zijn heupen bewegen in een ritme dat mechanisch is, niet het ritme van begeerte maar van een taak die moet worden voltooid. Bij elke stoot hoort hij het geluid — een zuigend, nat geluid, alsof een schoen in modder wordt gedrukt en weer losgetrokken. Zijn pik beweegt door de glibberige massa die haar kut is, en bij elke terugtrekking voelt hij hoe de vloeistof langs zijn pik naar buiten druppelt, langs zijn ballen, op de tegelvloer. Hij komt klaar — snel, met een schok die door zijn buik gaat, en zijn sperma mengt zich met de massa die al in haar zat. Het druipt uit haar kut in een trage, dikke sliert die aan haar dij blijft hangen.

Rozemarijn wast zich. Ze pakt de douche-slang en richt de straal tussen haar benen. Ze houdt haar kut open met haar vingers en spoelt. Het water dat eruit loopt is troebel. Ze draait zich om, buigt iets voorover, en richt de straal op haar kontgaatje. Het water loopt naar binnen en eruit, en ze herhaalt het drie keer. Dan sluit ze de kraan.

Ze drogen zich af in de slaapkamer. Rozemarijn trekt een oversized T-shirt aan en kruipt onder de dekens. Randy trekt zijn boxershort aan en gaat naast haar liggen. De kamer is donker, op de gloed van de straatlantaarn door de gordijnen na.

Hij kijkt naar haar. 'Ik was je kwijt op het feestje. Waar was je? Wat heb je gedaan?'

'Niets.' Ze draait haar hoofd naar hem toe. 'Hoezo?'

Hij vertelt het. De afgesloten slaapkamer. Het kraken van het bed. Het bonken. Het kreunen dat hij herkende.

Ze kijkt hem aan. Haar ogen zijn groot in het donker. 'Hoezo dacht je dat?'

'Ik herkende je stem.'

Stilte. Dan: 'Kom, laten we slapen. Ik ben moe. Je hebt me net nog geneukt na zo'n lange dag, ik ben écht moe.' Ze draait zich van hem weg.

Hij kijkt naar haar rug. Het T-shirt is opgetrokken tot halverwege haar rug, en hij ziet de ronding van haar billen in het donker. 'Heb je liggen neuken in die slaapkamer? Alsjeblieft, zeg het me.'

Een lange stilte. De klok op het nachtkastje tikt. Dan, zonder zich om te draaien, spreekt ze.

'Nou, als je dat zo graag wilt horen.' Haar stem is kalm, bijna nonchalant. 'Ja. Ik heb liggen neuken. Rob nam me mee naar de slaapkamer, en van het een kwam het ander. Hij heeft een hele grote zwarte penis, en het was niet de bedoeling, maar hij heeft me geneukt.' Ze draait zich om. Haar ogen zoeken de zijne in het donker. 'En als je het wilt weten — het was heerlijk. Met die grote pik. Het was hemels.'

Ze draait zich terug. 'Maar nu ga ik slapen. Morgen praten we er wel verder over.'

Randy ligt stil. Zijn ogen zijn open, gericht op het plafond dat in strepen licht en schaduw is verdeeld. De klok tikt. Rozemarijn's ademhaling wordt regelmatiger, dieper. Na een tijdje legt hij zijn arm om haar heen, zoals altijd, zijn hand op de zachte ronding van haar buik. Haar huid is warm. Ze beweegt niet meer. Ze slapen lepeltje lepeltje, zijn borst tegen haar rug, zijn half harde pik tegen haar billen, en de klok tikt de minuten van de nacht weg.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Elite_12
Kusmond
Kusmond (30)
Ben jij iemand die houdt van avontuur, aandacht en een beetje spanning?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 741 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net