78.809 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Dare 2 Earn - 25

Door: Leen

Datum: 27-10-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 74
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 11 minuten | Lezers Online: 5
Trefwoord(en): Hotel,

Vervolg op: Dare 2 Earn - 24: Het Moordcommando

Het Moordcommando (2)

Het felle tl-licht van de galerij werpt een klinische glans over de marmeren vloer. Door de opening van appartement 3B ontsnapt een zure walm van goedkope whisky, vermengd met klam angstzweet. Rutger klemt zich met beide handen vast aan de deurpost. Zijn dure overhemd zit onder de kreukels en op zijn borstkas kleeft een opgedroogde wijnvlek. Zijn blik schiet schichtig langs Leen heen, de lege gang in. Wanneer hij de deur met een schok in het slot wil gooien, plant Leen haar voet tussen de drempel en de sponning. De impact dreunt door haar enkel. Maar ze geeft geen krimp. De herinnering aan de loods en het plastic om haar polsen zit nog te diep in haar lijf om nu te wijken. Ze voelt een diepe minachting voor het trillende wrak voor haar, maar haar geweten laat geen ruimte voor apathie: als deze man vanavond sterft door het bericht dat Milo het netwerk in heeft geschoten, kleeft zijn bloed aan haar vingers.

"Niet dichtdoen!" beveelt ze, haar stem hees en ingehouden. Ze drukt haar schouder tegen het deurblad. "De app. Ze hebben een bericht rondgestuurd. Je naam is genoemd. Ze denken dat je praat met de recherche. Ze willen je uit de weg ruimen."

Rutgers gezicht verliest het laatste restje kleur. Speeksel glinstert op zijn lippen. "Nee... ik heb niks gezegd..." stottert hij. Zijn vingers trillen zenuwachtig over de kettinggeleider. "Ik betaal gewoon... ik doe altijd wat ze vragen..."

"Er is iemand naar je onderweg," kapt ze hem af. "Doe die deur open!"

Beneden in het trappenhuis klinkt een doffe slag. De zware glazen entreedeur valt met een klap in het slot. Het geluid galmt door de leegte van het complex omhoog. In de daaropvolgende stilte klinkt het doffe schrapen van zwaar schoeisel op marmer. Geen rennende stappen. Geen gehaast gestommel. Het is een traag, mechanisch tempo. De voetstappen van een beul die zijn doelwit al heeft afgevinkt.

Rutgers ademhaling slaat over in een piepend gehijg. Zijn handen beven zo hard dat het palletje keer op keer vastloopt in de stalen sleuf van de ketting. Hij jankt van frustratie, trekt het metaal scheef en blokkeert de sluiting volledig. Op de eerste verdieping draait de bezoeker het tussenbordes op.

Leen wacht niet langer. Ze schuift haar hand en onderarm door de opening, wikkelt haar vingers om het beslag en gooit haar volle lichaamsgewicht naar voren. Het hout van het verouderde kozijn scheurt met een krakend protest open. Schroeven schieten los en kletteren over de tegels. De deur zwaait open. Leen stapt over de drempel, grijpt Rutger bij de kraag van zijn overhemd en trekt hem de gang in.

"Mijn geld..." briest hij, zijn blik paniekerig op de donkere woonkamer gericht. "Mijn kluis... ik moet—"

"Hou je bek!" Haar stem is een zweepslag. "Is er een achteruitgang of een brandtrap?"

"Aan het einde van de gang... de branddeur… Maar dan moet je wel voorbij de trappen."

De beul bereikt de tweede verdieping. Leen sleurt Rutger met zich mee. De man struikelt over zijn eigen voeten. Hij weegt zwaar en hangt lusteloos aan haar arm, maar ze trekt hem meedogenloos mee richting de nooddeur. Nog tien meter. Ze passeren de liften.

Wanneer ze de hoek van het trappenhuis willen omslaan, stapt de fixer het bordes op. Het is een brede man in een donker windjack. Zijn gezicht is leeg, zijn blik doods en ontdaan van emotie. Zonder een spoor van haast schuift hij zijn hand onder zijn jack en trekt een zwart pistool met een lange, matte geluidsdemper tevoorschijn. Hij kent Leen niet. Voor hem is zij geen pion uit het netwerk, geen doelwit; ze is een toevallige passant die in zijn schootsveld staat. "Aan de kant, meid," klinkt het vlak en eentonig.

Leen grijpt de zware rode schuimblusser van de muurbeugel naast de branddeur. In een vloeiende beweging rukt ze de gele borgpen los, richt de zwarte tuit op de man en knijpt de beugel dicht. Een sissend gebrul verscheurt de stilte. Een dikke, ijskoude nevel van wit schuim klieft door de gang en spat uiteen over het gezicht van de fixer. De man slaat een arm voor zijn ogen, hapt kokhalzend naar lucht en lost blind een schot. De kogel ketst met een doffe tik af op de betonnen muur boven Leens hoofd. Leen stapt naar voren. Ze ramt de brandblusser tegen zijn borstbeen. Een doffe dreun. Voordat de man zijn balans hervindt, zet ze haar volle gewicht tegen zijn schouder. Ze duwt hem de trap af. De fixer kantelt achterover. Met een zware smak stort hij een halve verdieping omlaag op het tussenbordes.

Rutger slaat zijn handen voor zijn mond en stoot een schril gejank uit.

"Lopen!" snauwt Leen.

Ze grijpt hem bij de riem van zijn pantalon en trekt hem naar het einde van de gang. Ze trekt de branddeur open en duwt hem de stalen roostertrap op. De treden dreunen onder hun schoenen. Rutger glijdt weg op een natte richel, zijn knieën klappen op het staal, maar Leen houdt hem met een ijzeren greep overeind. Ze rennen naar beneden. Daar trapt ze met haar hak tegen de paniekbalk van de onderste nooduitgang. De zware deur vliegt open. De kille, vochtige nachtlucht slaat in hun gezicht.

De smalle steeg achter het complex ruikt naar nat asfalt en overvolle vuilcontainers. Rutger struikelt opnieuw, wankelt en valt met zijn handen in een vieze plas. Leen grijpt hem onder zijn oksels, hijst hem omhoog en sleurt hem de laatste meters mee naar haar Golf. Ze trekt het passagiersportier open, duwt hem naar binnen en gooit het portier dicht. In drie passen zit ze achter het stuur. De motor slaat met een grom aan. Terwijl ze de achteruitversnelling inschakelt, werpt ze een blik in de binnenspiegel. Uit de geopende nooddeur strompelt de fixer de steeg in. Zijn windjack en gezicht zitten onder de witte vlokken blusschuim. Hij hoest zwaar, veegt met zijn mouw over zijn ogen en heft wankelend zijn wapen.

Leen trapt het gaspedaal in. De banden gieren over de natte klinkers. De auto schiet achterwaarts de donkere steeg uit, zwiept de straat op en dendert de nacht in. Naast haar hapt Rutger naar adem. Met bibberende vingers trekt hij een smartphone uit zijn binnenzak. Hij veegt koortsachtig over het scherm. "Ik moet bellen... de politie..."

Leen grist het apparaat uit zijn handen, klemt het met beide duimen tegen de harde rand van het stuur en wrikt met een brute ruk door tot het display met een droge knak breekt. Ze laat haar raam een spleet zakken en slingert het toestel naar buiten. De telefoon slaat in splinters op het natte wegdek. "Als jij dat doet, weten ze exact waar je zit," snauwt ze zonder opzij te kijken. "Hou je bek en zit stil."

Twintig minuten later draait de wagen het troosteloze terrein op van een snelweghotel langs de R1. Boven de ingang zoemt een half gedoofde neonlamp. Het mist twee letters. Er staan slechts drie vrachtwagens en een bestelbusje op het verlaten parkeerterrein. Leen zet de motor af. "Blijf in de wagen. Kop omlaag," gebiedt ze. Ze laat de gebroken man achter in het donker en stapt de felverlichte, kale receptie binnen. Achter het glas zit een ongeïnteresseerde nachtportier naar een klein tv-schermpje te staren. Leen telt een aantal bankbiljetten af - geld uit de kluis van Verhulst - en schuift het zonder aarzelen over de balie. Een valse krabbel in het gastenregister levert haar zonder te knipperen de sleutel van kamer 112 op.

Zodra ze weer buiten staat, trekt ze het portier van de Golf open, sleurt Rutger ruw naar buiten en loodst hem via de onbewaakte zijdeur het gebouw in. Ze duwt hem voor zich uit door een lange, bedompte gang op de begane grond, waar een penetrante lucht van oude sigarettenrook en versleten tapijt hangt. Ze steekt de sleutel in het slot en duwt hem kamer 112 binnen. In het vale licht van de kamer oogt de man gebroken, grijs en ontdaan van elke waardigheid. Leen trekt de rest van het cashgeld uit haar binnenzak en smijt het op het nachtkastje.

"Je kunt me hier niet achterlaten!" jammert Rutger. Hij klampt zich vast aan de mouw van haar jas. "Die gasten maken me af! Je zag toch wat hij deed?!"

Leen rukt zich los. Haar ogen zijn koud. "Je blijft binnen, je raakt geen telefoon aan en je doet voor niemand open. Morgenochtend pak je de eerste trein naar het buitenland of je stapt naar de politie. Jouw keuze." Ze stapt achteruit de gang op, trekt de deur dicht en draait de sleutel tweemaal om in het slot. Het doffe gebons van zijn vuisten tegen het paneel negeert ze volkomen.

Terug in de auto laat ze zich achter het stuur glijden. De regen tikt ritmisch tegen de voorruit. Haar handen rusten op haar knieën tot haar ademhaling weer zakt naar een regelmatig ritme. Dan pakt ze haar anonieme prepaidtelefoon uit het dashboardkastje en toetst het nummer van Milo in.

Na één toon wordt er opgenomen. "Leen?" Milo's stem kraakt over de verbinding, gespannen tegen de achtergrond van zoemende koeling. "Leef je nog? Alles ok?" Leen leunt achterover tegen de hoofdsteun. Haar stem klinkt kalm, afgemeten en volkomen leeg. "Hij zit veilig. Kamer 112 in het motel langs de R1."

Een korte stilte valt aan de andere kant van de lijn. "En de fixer?"

"Die heb ik kunnen afschudden. Luister goed, Milo."

"Ik luister."

"Ik heb hem gered. Mijn plicht zit erop. Lossen jullie het nu maar verder op."

Zonder op zijn reactie te wachten drukt ze op de rode knop. Ze gooit het toestel op de stoel naast zich. Haar hand sluit zich om de versnellingspook. Met een harde ruk trekt ze de auto in zijn eerste versnelling. De ruitenwissers wissen het laatste regenwater weg terwijl ze het gaspedaal indrukt en de wagen de donkere, lege snelweg opschiet.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Leen
Stecey
Stecey (35)
Hou jij van een vrouw die graag nieuwe grenzen en fantasieën ontdekt?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 717 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net