Het bureaublad snijdt hard in mijn buik. Mijn ribbenkast bonkt tegen het goedkope fineer, terwijl mijn longen wanhopig vechten om zuurstof. Boven mij vult zijn zware, gejaagde ademhaling de kille motelkamer. Met één hand houdt hij mijn beide polsen als stalen boeien achter op mijn rug geklemd, precies over de beurse plekken die hij twee dagen geleden in zijn auto heeft achtergelaten. Zijn andere vuist zit diep verankerd in mijn natte haren en trekt mijn hoofd meedogenloos naar achteren. Door de waas van fysieke pijn heen kijk ik in de gebarsten spiegel boven het bureautje recht in zijn ogen. Mijn gezicht is lijkbleek in het flikkerende rode neonlicht dat van buiten naar binnen valt. Mijn onderlip is gespleten; ik proef de scherpe smaak van bloed.
"Sla me nog een keer," fluister ik hees. Het bloed kleurt mijn tanden rood. "Breek mijn armen. Doe wat je wilt... Je krijgt het niet van mij." Ik slik moeizaam tegen de stekende pijn in mijn zij, maar mijn stem hapert niet. "Zonder mij weet je niet waar hij ligt. Je hebt mij nodig." Ik ga niet buigen. Ik laat me hier liever door hem kapot maken dan dat ik de controle die ik vannacht heb veroverd ooit nog afgeef.
Een zware, verstikkende stilte daalt over de kamer neer, enkel gevuld door het monotone tikken van de regen tegen het raam. En in die stilte verandert de dreiging. Zijn blik in de spiegel glijdt traag omlaag. Over mijn gloeiende wang en het bloed op mijn lip, langs de strak gespannen lijn van mijn blote hals. Het gewicht van zijn borstkas drukt me plat op het blad. Zijn zware heupen persen zich dwingend tegen mijn achterwerk, waardoor het krachtsverschil tussen ons pijnlijk tastbaar wordt.
Langzaam verslapt zijn greep op mijn polsen. Hij houdt me nog altijd met zijn volle gewicht gevangen, maar zijn bevrijde hand glijdt traag langs mijn zij omhoog, precies over de beurse plek onder mijn ribben waar zijn vuist me net heeft geraakt. Ik adem scherp in en huiver. De wetenschap dat die grote, ruwe hand me net zo makkelijk kan breken als strelen, stuurt een felle schokgolf langs mijn ruggengraat. Zijn vingers strijken langs mijn keel omhoog naar mijn gezicht, tot zijn duim ruw over mijn gespleten onderlip veegt. Hij smeert het warme bloed langzaam uit over mijn koude huid. In de spiegel zie ik zijn pupillen volledig verwijden; de razernij is samengesmolten met een gitzwarte, bezitterige honger.
Hij buigt zijn hoofd omlaag, legt zijn mond tegen mijn kloppende hals en ademt mijn geur diep in. Zijn stoppels schuren ruw over mijn gevoelige huid. "Denk je dat je een spelletje met mij kunt spelen, Eline?" gromt hij schor. "Denk je dat je me zomaar de wet kunt voorschrijven?"
"Ik speel geen spel," reageer ik, terwijl mijn hartslag tegen zijn hete lippen bonkt. "Ik vertel je de feiten. Richard heeft niks meer. En jij hebt niks... behalve mij."
Een rauwe, binnensmondse vloek ontsnapt aan zijn mond. Zijn beheersing knapt opnieuw, maar de explosie slaat een compleet andere richting in. Hij laat mijn haar los, grijpt mijn beide polsen weer in één ijzeren greep en trekt me met een brute ruk weg van het bureautje. Mijn voeten verliezen hun grip. In één dwingende beweging sleurt hij me mee en smakt me achterover op het tweepersoonsbed. De spiraalveren van het doorgelegen matras piepen scherp onder mijn gewicht. Nog voor ik de kans krijg om me op te richten of naar de rand van het bed te rollen, klimt hij bovenop me. Mijn knieën schieten instinctief omhoog om hem af te weren en ik zet mijn handen schrap tegen zijn brede schouders. Maar hij is te sterk. Met een meedogenloze overmacht wringt hij zijn zware dijen tussen de mijne en duwt hij mijn benen met brute kracht wijd uit elkaar. Voordat ik mijn nagels in zijn gezicht kan zetten, grijpt hij mijn beide polsen en pint hij ze met één hand hoog boven mijn hoofd vast in het muffe kussen.
Mijn hart beukt zo hard in mijn keel dat ik bijna stik. De naweeën van het gevecht daarnet, de doodsangst onder het bureau vanochtend en de doffe pijn in mijn maag jagen nog altijd als vloeibaar vuur door mijn bloedbaan. Ik ruk aan zijn ijzeren greep rond mijn polsen, maar het verzet doet iets verraderlijks met mijn lichaam. De zwaarte van zijn heupen die mijn bekken diep in het matras drukken, de indringende geur die om hem heen hangt... het zet de razende paniek onder in mijn buik om in een zware, kloppende hitte.
Hij kijkt op me neer. Elke drie seconden kleurt het rode schijnsel van de neonreclame buiten zijn scherpe jukbeenderen en de donkere schaduwen rond zijn ogen. Hij ziet mijn gejaagde ademhaling, mijn geopende lippen en de lichte trilling in mijn spieren. "Je trilt," fluistert hij. Met zijn vrije hand grijpt hij de revers van mijn trenchcoat. Met één woeste ruk trekt hij de jas open. Hij dwingt mijn armen één voor één uit de mouwen en gooit de doorweekte jas op de vloer. Ik lig enkel nog in mijn dunne, zwarte jurk onder hem. Mijn tepels tekenen zich hard en pijnlijk af tegen de dunne stof.
Zijn blik brandt op mijn borstkas. Hij ziet de verraderlijke reactie van mijn lichaam en een trage, wrede trek verschijnt rond zijn mondhoeken. "Ben je bang voor me, Eline?" Zijn hand glijdt tergend langzaam over mijn sleutelbeen omlaag, langs de V-hals van mijn jurk, tot de welving van mijn borst. "Of begint je lichaam eindelijk te begrijpen aan wie het toebehoort?"
"Rot op," bijt ik hem toe. Ik span mijn buikspieren aan en probeer mijn heupen onder hem vandaan te wringen, maar die beweging zorgt er alleen maar voor dat mijn schoot langs de harde bobbel in zijn broek schuurt. Een schok trekt door mijn onderlijf. Mijn adem stokt hoorbaar. Zijn ogen verduisteren. Hij laat zijn hand zakken naar de zijkant van mijn borstkas en drukt zijn duim stevig tegen de ribben waar hij me zojuist heeft geraakt. Een felle pijnscheut schiet door mijn zij, direct gevolgd door de ziedende hitte van zijn handpalm die mijn koude huid verbrandt. Voordat ik van de schrik kan bekomen, buigt hij zich langzaam over me heen, begraaft zijn gezicht in de kromming van mijn hals en zet zijn tanden in de gevoelige huid tussen mijn nek en mijn schouder. "Ah...!" Mijn hoofd kantelt achterover in het kussen. Mijn rug trekt vanzelf hol tegen zijn borst. Het is geen liefkozing; het is een rauwe, dierlijke beet die tot op het bot door mijn zenuwen snijdt. En vlak daarna, als de pijn op zijn hoogtepunt is, verzacht hij de druk en strijkt zijn hete, natte tong traag over de gezwollen plek om de pijn weg te likken.
Die afwisseling tussen wreedheid en donkere koestering haalt mijn laatste beetje houvast onderuit. Hij zuigt nog één keer hard aan de huid, laat een brandend merkteken achter, en legt zijn hete lippen dan tegen mijn razende halsslagader. Ondertussen glijdt zijn vrije hand omlaag over mijn zij en mijn heup. Zijn ruwe vingers vinden de zoom van mijn jurk en schuiven traag over de ijskoude, blote huid van mijn dijbeen omhoog. Millimeter voor millimeter stroopt hij mijn jurk op tot boven mijn taille, waardoor mijn onderlichaam vrijwel onbedekt tussen zijn donkere dijen ligt.
Wanneer ik mijn hoofd een fractie opzij draai, vang ik onze reflectie op in de spiegel boven het bureautje naast het bed. Ik zie mijn eigen bleke, opengesperde benen, mijn opgestroopte jurk en mijn armen die hulpeloos boven mijn hoofd in het kussen zijn vastgepind, terwijl de donkere, brede gestalte van het roofdier volledig over me heen gebogen hangt en op mij neer kijkt alsof hij me met huid en haar wil verslinden. Mijn wangen vlammen op van een brandende vernedering, maar tegelijkertijd trekt mijn onderbuik krampachtig samen bij het bijna voyeuristische beeld.
"Waar zijn ze, Eline?" fluistert hij schor tegen mijn oorlel. Hij bijt er zachtjes in, zijn adem heet en vochtig. "Waar heb je die token en het boekje verborgen? Geef ze aan mij." Ik klem mijn kaken zo hard op elkaar dat mijn kiezen knarsen en staar naar het plafond. Ik breng geen geluid uit. Zijn duim haakt achter het dunne, kanten bandje van mijn zwarte slipje en trekt er langzaam aan, tot de stof strak in mijn huid snijdt. Daarna schuift zijn hand een fractie naar het midden en drukt hij zijn handpalm met een harde, dwingende wrijving recht tegen mijn poesje. Een schokgolf slaat door mijn bekken. Door de dunne, kanten stof heen drijft zijn hand mijn overprikkelde lichaam direct naar het uiterste. En tot mijn diepste vernedering voelt hij onmiddellijk wat zijn handelingen met me doen. Mijn slipje is doorweekt.
Er klinkt een laag, triomfantelijk gegrom diep in zijn borstkas. Hij tilt zijn hoofd op zodat hij op me neer kan kijken. "Kijk nou eens," fluistert hij wreed, terwijl hij zijn middelvinger traag over mijn natte slipje heen en weer beweegt. "Je laat je door me tegen de muur slaan zonder een traan te laten... maar je lichaam liegt niet, Eline. Je bent drijfnat voor me."
"Ik haat je," hijg ik. Mijn stem trilt, want precies op dat moment schuift hij het strookje kant opzij en glijden zijn blote, ruwe vingers direct door de gloeiende hitte tussen mijn lippen.
"Dat geeft niet," antwoordt hij ijskoud. "Zolang je maar voor me bloedt en voor me trilt."
Hij wacht niet langer. Zijn duim vindt mijn gezwollen clitje en begint met een cirkelende beweging te wrijven, terwijl twee van zijn vingers traag naar binnen glijden, de ingang van mijn lichaam aftasten en zich dan zonder waarschuwing diep bij me naar binnen dwingen. Mijn adem slaat volledig weg. Mijn hoofd drukt hard achterover in het kussen en mijn hielen graven zich in het matras. Er dansen sterretjes voor mijn ogen. "Praat," beveelt hij, terwijl hij zijn vingers terugtrekt en ze er opnieuw diep in stoot. "Ik zweer het je, ik blijf doorgaan tot je smeekt om op te houden. Waar liggen ze?" Hij krult zijn vingers binnen in mij, precies op het punt dat mijn knieën doet knikken, terwijl het natte, ritmische geluid van zijn hand de stille motelkamer vult. Mijn ademhaling breekt in korte, schokkerige stoten. Mijn bekken kantelt uit zichzelf omhoog tegen zijn hand in—een wanhopige, schaamteloze reflex van een lichaam dat na dagen van doodsangst, verraad en eenzaamheid snakt naar ontlading.
Hij ziet dat ik op mijn lip bijt om mijn gekreun in te houden. Met een donkere blik in zijn ogen laat hij zich iets langs mijn lichaam omlaag zakken. Hij trekt de hals van mijn jurk en het kanten cupje van mijn beha met één ruwe beweging naar beneden, zodat mijn borst volledig bloot komt te liggen. Nog voor ik kan ademhalen, sluit zijn hete mond zich over mijn harde tepel. Een schorre kreet ontsnapt uit mijn keel. Hij zuigt hard, gebruikt zijn tong en schraapt dan lichtjes met zijn tanden over het gevoelige topje, in hetzelfde dwingende ritme waarmee zijn vingers me vanbinnen bewerken. De dubbele prikkeling is ondraaglijk. De hitte onder in mijn buik draait zich vast tot een withete knoop. Mijn dijen klemmen zich trillerig om zijn pols en mijn heupen bewegen steeds sneller en gretiger mee op het ritme van zijn hand. Ik zweef boven de rand van een peilloze afgrond, seconden verwijderd van het moment waarop ik volledig uit elkaar spat...
En dan stopt hij. Hij laat mijn borst los en trekt zijn vingers uit mijn lichaam terug. De leegte slaat in als een fysieke klap. Een rauwe, gefrustreerde kreet breekt over mijn lippen voordat ik die kan tegenhouden. Mijn heupen komen nog één keer wanhopig omhoog, zoekend naar de wrijving van zijn hand, maar hij drukt me terug in het matras. Mijn hele onderlichaam bonkt en trilt van de onbevredigde, kwellende spanning.
Hij richt zich weer boven mij op. In het flikkerende rode schijnsel glimmen zijn vingers van mijn vocht. Langzaam, zonder zijn blik van mijn gezicht te halen, brengt hij zijn hand naar mijn mond en strijkt hij met zijn natte vingertoppen over mijn gezwollen, kapotte onderlip, zodat ik mezelf op zijn huid kan ruiken. "Kijk me aan," beveelt hij schor. Ik sla mijn ogen wijd open. Mijn borstkas jaagt op en neer, mijn huid gloeit van het zweet, maar ik weiger te smeken om de verlossing die hij me zo wreed onthoudt.
"Je denkt dat je slim bent door die spullen te verstoppen," zegt hij. Er trilt een rauwe, bijna wanhopige ondertoon in zijn stem, terwijl hij zijn heupen veelbetekenend en hard tussen mijn gespreide benen drukt. Ik voel de keiharde vorm van zijn opwinding door de stof van zijn broek heen recht tegen mijn blote, kloppende schoot branden. "Maar vergeet niet, Eline. Ik bezit je lichaam. Ik kan je hier urenlang aan de rand van de afgrond houden tot je huilt van frustratie. Ik kan hier met je doen wat ik wil."
Mijn lippen wijken een fractie van elkaar. Mijn stem is niet meer dan een hees fluisteren in de rode schemering. "Je kunt mijn kleding van mijn lijf scheuren," zeg ik, terwijl ik onwrikbaar zijn donkere blik vasthoud. "Je kunt me neuken tot ik mijn verstand verlies. Maar zodra je van me af klimt, heb je nog steeds helemaal niets."
Hij kijkt op me neer, volkomen bewegingloos. De sadistische controle in zijn blik begint te barsten. Hij beseft dat zijn foltering niet werkt. Hij kan mijn lichaam nemen, maar mijn geest krijgt hij nooit. En precies op dat moment zie ik hoe zijn eigen zorgvuldig opgebouwde masker van de alwetende regisseur aan gruzelementen valt. Hij wordt gedreven door een blinde, obsessieve drang om te bewijzen dat hij op zijn minst fysiek nog de overhand heeft. Hij móét me claimen om zichzelf niet te verliezen.
Met een grom laat hij zijn hoofd zakken en perst hij zijn mond op de mijne. Het is een woeste, straffende kus. Maar ik vecht niet meer terug. Het verzet heeft zijn werk gedaan; nu verander ik het slagveld. Ik open mijn mond, laat de ijzerachtige smaak van mijn gespleten lip met zijn tong versmelten en zuig hard aan zijn onderlip. Als hij mijn lichaam wil gebruiken om mij te breken, dan zal ik ervoor zorgen dat hij degene is die hier zijn verstand verliest.
Zijn vrije hand grijpt tussen ons in naar zijn riem. Het scherpe gerinkel van de metalen gesp en het geluid van zijn rits snijden door de kamer. Hij duwt zijn broek en boxershort een stuk naar beneden. Vervolgens pakt hij het dunne bandje van mijn slipje op mijn heup. Met één brute ruk scheurt hij het doormidden en trekt hij het kapotte slipje tussen mijn benen vandaan. Hij laat eindelijk mijn gekneusde polsen boven mijn hoofd los om zich met één arm naast mijn hoofd op het matras te ondersteunen. Met zijn andere hand grijpt hij zijn pik vast, plaatst de zware, gloeiend hete top tegen mijn doorweekte ingang en kijkt me recht in de ogen.
"Je wilde me hebben, Eline?" fluistert hij donker tegen mijn mond. "Nu zul je me voelen ook." Hij grijpt mijn heup zo hard vast dat zijn vingers diep in mijn vlees drukken, tilt mijn bekken een fractie van het matras en stoot in één keer volledig bij me naar binnen. Een rauwe, ongefilterde kreet scheurt uit mijn keel. De doffe pijn van mijn gekneusde ribben smelt samen met een verpletterende, oprekkende volheid die mijn hele onderlichaam in één klap in brand zet. Hij is zo groot en vult me zo onverbiddelijk dat het voelt alsof ik de controle over mijn eigen longen verlies.
Hij blijft een paar seconden roerloos en diep in mij begraven liggen, zijn zware heupen strak tegen mijn schoot geperst, zodat ik gedwongen word om elke centimeter van hem te accepteren. Boven mij spannen de spieren in zijn hals en schouders zich tot het uiterste aan; een zweetdruppel glijdt langs zijn slaap omlaag.
Mijn handen schieten omhoog en met een felle ruk grijp ik de onderkant van zijn zwarte trui vast, schuif mijn handen eronder en zet mijn nagels hard in zijn rug. Ik til mijn benen op, sla ze om zijn middel, haak mijn enkels dwingend in zijn onderrug en trek hem nog strakker tegen me aan. Zijn ademhaling stokt door mijn agressieve tegenaanval. "Is dit alles wat je hebt?" hijg ik, mijn ogen glinsterend van pure uitdaging in het rode duister. Er klinkt een diep, dierlijk grommen vanuit zijn borstkas. Hij grijpt met zijn ene hand de houten spijlen van het hoofdbord boven mijn hoofd vast—zo hard dat zijn knokkels wit uitslaan—trekt zich bijna volledig uit me terug en ramt zichzelf dan met volle kracht weer naar binnen. Het bed schiet een paar centimeter naar achteren en het hoofdbord klapt met een doffe dreun tegen de muur.
Vanaf die seconde is er geen sprake meer van beheersing. Hij drijft het tempo genadeloos op. Elke keer dat zijn heupen tegen de mijne slaan, schiet er een schokgolf door mijn bekken. De spiraalveren kreunen onder zijn geweld. Hij probeert me met zijn kracht te overmeesteren, mij onder zijn gewicht te verpletteren tot ik om genade vraag. Zijn hand op mijn heup glijdt naar de achterkant van mijn dijbeen. Hij duwt mijn knie hoog op, tot bijna tegen mijn eigen borstkas aan, waardoor ik nog verder voor hem open lig en de hoek waaronder hij bij me naar binnen stoot zo diep en intens wordt dat ik naar adem moet happen.
"Je bent van mij, Eline," gromt hij schor tussen zijn tanden door. Zijn voorhoofd glanst van het zweet. Elke stoot perst de lucht uit mijn longen en dwingt een hese kreun uit mijn keel. "Zeg het!"
"Nooit," hijg ik gebroken, terwijl mijn nagels diepe, rode krassen over zijn bezwete schouderbladen trekken en ik mijn bekken bij elke beweging fel tegen hem opduw om de klappen op te vangen. Ik geef hem mijn woord niet, maar met mijn lichaam laat ik eindelijk elke rem los. In de duisternis van deze motelkamer, onder het verpletterende geweld van de man die bruut mijn leven is binnengedrongen, hoef ik niet langer de keurige echtgenote te zijn. Ik hoef niet langer na te denken over morgen. Ik geef me volledig over aan de blinde, rauwe driften van het moment.
En ik zie in zijn ogen dat mijn fysieke gretigheid hem compleet gek maakt. Zijn masker brokkelt met elke seconde verder af. Zijn ademhaling wordt rafeliger, zijn mond staat half open, zijn blik is koortsachtig en gefixeerd op de plek waar mijn blote borst onder zijn kin op en neer deint. Hij is niet langer de kille jager die een berekend spel speelt; hij wordt meegesleurd in het vuur dat hij zelf heeft aangestoken.
De constante, harde wrijving, de geur van zweet en seks, en de manier waarop zijn schaambeen bij elke diepe stoot langs mijn gevoelige kern schuurt, bouwen die ondraaglijke spanning onder in mijn buik opnieuw op. Mijn spieren spannen zich aan als een veer die op knappen staat. Mijn ademhaling slaat over. Hij voelt hoe mijn lichaam onder hem begint te trillen. Zijn hand laat mijn opgetrokken been los, glijdt tussen onze lichamen naar beneden en zijn duim drukt recht op het kloppende puntje tussen mijn dijen.
Dat is de genadeslag. Mijn weerstand spat in duizend stukken uiteen. Om hem niet de voldoening te geven van een schreeuw, trek ik zijn hoofd aan zijn nekhaar naar beneden en zet ik mijn tanden hard in zijn schouder. Ik slaak een gesmoorde, langgerekte kreun terwijl een verblindende ontlading vanuit mijn tenen door mijn hele lijf golft. Mijn dijen klemmen zich als een bankschroef om zijn heupen en mijn kutje trekt ritmisch en krampachtig om hem heen samen, hem melkend met elke schok die door mijn onderbuik jaagt.
En precies die totale, ongeremde overgave onder hem—gecombineerd met de ijskoude wetenschap dat ik nog altijd geen woord heb losgelaten—is het wapen dat hem definitief velt. Zijn ritme hapert en wordt wild en ongecoördineerd. Met een schorre, verstikte vloek laat hij het hoofdbord los, grijpt hij mijn heupen met beide handen vast en begraaft hij zijn mond diep in de holte van mijn nek. Hij stoot nog drie keer hard en diep, waarna zijn hele lichaam boven mij verstrakt. Een zware, schokkende rilling trekt over zijn brede ruggengraat terwijl hij met een rauwe kreet diep in mij klaarkomt.
De koude, berekenende manipulator is verdwenen. In mijn armen ligt een man die zojuist volledig de controle heeft verloren. Minutenlang blijven we zo liggen in de klamme, rode schemering van motelkamer veertien. De storm in onze lichamen ebt langzaam weg en maakt plaats voor een zware, bijna verdovende stilte. Het enige geluid is het monotone kletteren van de regen buiten en ons zware, synchrone gehijg. Zijn gewicht drukt loodzwaar en bezweet op mijn borstkas, nog altijd diep in mij verbonden, maar ik duw hem niet weg. Zijn voorhoofd rust tegen mijn sleutelbeen, zijn hete adem strijkt in trage stoten langs mijn natte huid, zijn machtige lichaam volkomen uitgeput door de naweeën van de ontlading.
Langzaam til ik een hand op. De blauwe plekken op mijn polsen kloppen, mijn onderlip is gezwollen en tussen mijn dijen voel ik het rauwe, kloppende bewijs van zijn bezitsdrang. Maar met een bijna tedere beweging leg ik mijn vingers in zijn donkere nekhaar en staar ik naar het plafond. In mijn borstkas heerst een ijzige, absolute rust. We zitten vast in een dodelijke patstelling, op de meest verdorven manier aan elkaar geketend. Hij heeft me geslagen, hij heeft mijn kleren gescheurd en hij heeft mijn lichaam tot het uiterste gedreven om zijn dominantie te bewijzen. En toch ligt hij hier nu, compleet weerloos en uitgeput tussen mijn benen.
De miljoenen van Richard zijn van mij. En vanaf dit moment is dit levensgevaarlijke roofdier dat ook.