Op donderdagavond om tien over zeven reed Gerrit zijn kliko naar de stoep, terwijl die pas vrijdag werd geleegd. Marcia stond achter de vitrage en keek hoe hij de groene container haaks zette, een stap terugdeed en knikte, met de tevredenheid van een man die een schilderij heeft opgehangen. Ze riep naar de keuken dat hij het weer deed, en Joost riep terug dat het zijn hoogtepunt was. 'Van het jaar.'
Zij rook nog naar de praktijk, naar handalcohol en latex. Een dag vol armen, aders die opbolden onder haar wijsvinger, kinderen die ze liet blazen op de pleister. Haar handen wisten wat een lichaam was. Niemand vroeg ooit wat haar handen zelf wilden. Alleen Nova vroeg het, op haar tafel. Ze was bijna veertig en nog altijd het meisje achter de balie.
Nova kenden ze sinds april, tweeënhalf jaar nu. Ze had een blonde vlecht en een wenkbrauw die overal de grap van zag, en een kamer achter de fysiotherapeut in het dorp, met een massagetafel, een warme lamp en olie die naar sinaasappel rook. *Tantramassage*, stond er op het bordje, en eronder, kleiner: *geen seks*. Eén keer per maand lag Marcia daar op woensdagavond, en betalen mocht ze niet. *Jij loopt alsof je iets draagt*, had Nova de eerste keer gezegd, met haar hand tussen Marcia's schouderbladen. Naar het werk van vroeger had Marcia nooit gevraagd. Nova had in april ook niets gevraagd. Met kerst hadden ze haar willen halen, en ze zat liever alleen. Familie, had ze gezegd, was iets van andere mensen. Op tweede kerstdag stond ze toch met soep op de stoep.
Joost kwam binnen met twee borden en zonder shirt, omdat het boven het fornuis warm werd, beweerde hij. Zevenenveertig en mooi, breed van het ketels sjouwen, bruin tot waar zijn mouwen ophielden. Op zijn linkeronderarm een kompasroos die overging in een golf en een karper, die zij een vis noemde. Over zijn ribben een jaartal dat niet het hare was. Het jaar dat hij leerde lassen, had hij gezegd. Ze geloofde hem half.
Op de bank zag ze het sneetje in zijn duim. Ze maakte het schoon met haar hoofd gebogen en streek de pleister glad, twee keer, langer dan nodig.
Boven, naast de slaapkamer, was de deur van de kleine kamer dicht. *Die is voor Ties*, had Joost één keer gezegd, en daarna niet meer. In de kast lag een gebreid mutsje, zo klein als een eierwarmer, achter een wiegje dat nooit was uitgepakt.
Ze wist wat zijn overuren hadden gekost. Twee jaar geleden had ze in een kliniek in Deventer gezegd *niet te veel*, en toen, met zijn duim op haar knokkels: *of eigenlijk wel*. Sinds haar vijftiende had ze het gewild, sinds een jongen op de fiets had geroepen dat ze een plank met een rokje was, en haar moeder in de keuken in Enschede had gezegd dat grote borsten alleen de verkeerde aandacht trokken. Joost had het nooit een cadeau genoemd. Hoe betaal je terug wat niemand van je vraagt?
Ze legde haar voeten in zijn schoot. Zijn duim drukte in het holletje waar de squats zeurden, en de zucht ontsnapte haar, dieper dan ze bedoelde.
'Sorry,' zei ze, met het lachje dat er altijd achteraan kwam, klein en beleefd.
Zijn duim stopte. Zijn ogen werden grijs, zoals de lucht boven de berg voordat het gaat regenen. Hij zette zijn bord neer zonder geluid.
'Naar boven. Nu.'
Ze hadden nooit een naam gegeven aan wat er dan gebeurde. Ze had nee kunnen zeggen, en dat maakte het mogelijk. Ze liep voor hem uit de trap op in haar sportlegging, en ze voelde zijn blik op haar kont branden. Halverwege draaide ze zich om met een lach die ze niet kon inslikken. Hij zei alleen: doorlopen.
In de slaapkamer deed hij het grote licht uit en het lampje met de stoffen kap aan, zodat alles honingkleurig werd. Hij ging op de rand van het bed zitten, met zijn benen wijd, nog steeds zonder shirt, en keek naar haar.
Ze trok haar shirt over haar hoofd. Daar was het: de halve draai van haar schouders naar binnen, alsof ze haar tieten wilde inpakken, alsof ze wegstopte wat te groot was voor de kamer. Hij stond op, pakte haar schouders en draaide ze terug, beslist, zoals hij een scheve ketel rechtzette.
'Zo blijf je staan. Je verstopt ze niet voor mij. Nooit.'
Ze bleef staan. Hij liep om haar heen. Hij raakte haar niet aan, en dat was erger dan aanraken. Pas toen hij weer voor haar stond, legde hij zijn handen onder haar borsten en woog ze, alsof hij ze voor het eerst zag. Zijn duimen draaiden om haar tepels, steeds kleiner, tot hij ze tussen duim en wijsvinger nam en kneep, net hard genoeg dat ze haar adem inhield.
'Van wie zijn deze?'
'Van jou.'
'Wie heeft ervoor betaald?'
Ze slikte. 'Jij.'
Hij liet haar zelf de legging uittrekken. Even lachten ze met hun voorhoofden tegen elkaar. Hij deed een stap terug, en de kilte viel weer over hem heen, een deur die in het slot klikt. Hij liet haar het slipje uittrekken terwijl hij keek. Hij zag dat het kruis donker was van nattigheid, en hij nam het van haar aan en rook eraan, met zijn ogen in de hare. Ze werd rood tot in haar haarwortels.
'Je bent al nat sinds de bank.'
'Ja.'
'Ja wat?'
'Ja, Joost.'
'Op je knieën.'
Ze knielde op het kleedje naast het bed. Hij trok zijn joggingbroek naar beneden, en zijn pik sprong haar tegemoet, hard en donker, met een druppel op de top die glansde in het lamplicht. Ze keek naar hem op. Hij zei niets. Hij pakte alleen haar haar, achter in haar nek, en hield haar hoofd waar hij het hebben wilde, een paar centimeter ervan af, zodat ze zijn geur rook, zout en huid en hem.
'Vraag het.'
'Mag ik...' Haar stem brak. 'Mag ik je pijpen?'
Pas daarna trok hij haar naar zich toe. Ze nam hem in haar mond en liet haar tong om de eikel draaien, proefde de druppel, zoet en zout, en liet hem dieper glijden. Ze hield haar ogen omhoog in de zijne, want dat had hij nooit hoeven vragen. Hij bromde, diep in zijn borst, en zijn vuist in haar haar werd strakker. Hij begon haar hoofd te sturen, langzaam en diep, dieper dan zij uit zichzelf zou gaan, tot ze kokhalsde en haar ogen traanden. Dan hield hij haar daar, één tel, twee, en trok haar terug, en ze hapte naar adem met een draad spuug tussen haar lip en zijn pik.
'Goed zo,' zei hij, laag. 'Goed meisje.'
Ze voelde het woord tussen haar benen kloppen.
Hij trok haar omhoog en gooide haar op het bed, hard, en duwde haar knieën uit elkaar. Twee vingers gleden in haar, en ze waren in één keer helemaal binnen, zo nat was ze. Hij kromde ze naar de plek die hij in vijf jaar uit zijn hoofd had geleerd en drukte.
Het geluid bleef in haar keel hangen. Hij stopte meteen.
'Je houdt het in.'
'De muren...'
'Gerrit is zesenzeventig en hoort zijn eigen deurbel niet.' Hij boog zich over haar heen en legde zijn andere hand om haar keel, losjes, zijn duim op haar kaak, zodat ze hem moest aankijken. 'Jij gaat voor mij nooit meer een geluid inslikken. Je laat mij horen hoe geil je bent. Begrepen?'
Ze voelde zijn hand om haar keel, groot en zeker, en ze vroeg met haar ogen of ze niet te veel was. Hij antwoordde met de zijne: ja, alles, jij.
'Ja, Joost. Dank je.'
Hij ging met zijn mond naar beneden en likte haar, plat en breed, van haar opening tot haar clit, en weer, en zijn vingers bewogen in haar. Hij zoog haar clit tussen zijn lippen en tikte er met zijn tong op, snel, en zijn vingers drukten omhoog, en het geluid kwam los. Eerst aarzelend, een teen in koud water, daarna in golven: zijn naam, een vloek, een ja dat begon met een vraagteken en eindigde in smeken. Hij voelde haar om zijn vingers knijpen, één keer, twee keer, en daar brak het.
Het spoot uit haar, heet en helder, tegen zijn kin, zijn borst, het laken, in stoten, en ze schreeuwde zijn naam door het hele huis. Hij hield niet op. Hij hield haar heupen vast terwijl ze schokte en likte door, tot een tweede golf door haar heen joeg en weer nat over hem heen spoot en ze huilde van te veel.
Daarna sloeg ze haar handen voor haar gezicht. 'Sorry. God. Het laken, het...'
Hij kroop omhoog langs haar lichaam, nat en glanzend, pakte haar polsen en drukte ze in het kussen naast haar hoofd.
'Wat zei je?'
Ze keek hem aan met natte ogen.
'Als je nog één keer sorry zegt omdat je klaarkomt,' zei hij, met een stem als ijzer, 'dan laat ik je de hele nacht spuiten tot je niet meer weet hoe het woord klinkt. Jij bent mijn vieze meisje. Je kut is van mij en die mag zo nat worden als hij wil. Zeg het.'
'Ik ben je vieze meisje,' fluisterde ze. En toen, half lachend: 'Dat is geen straf.'
'Dat zullen we zien.'
Hij zette de top van zijn pik tegen haar aan en duwde niet. Hij wachtte, tot ze haar heupen optilde en hem zelf in zich trok. Hij gleed in één lange stoot helemaal in haar, en ze hapte naar adem. Hij bleef stil liggen, diep, met zijn voorhoofd tegen het hare. Hij liet haar polsen los, en haar vingers gingen meteen naar zijn arm en volgden de kompasroos, roos, golf, vis, zoals ze altijd deed als ze niet wist waar ze met zoveel gevoel heen moest.
'Ik hou van je,' zei ze.
'Ik ook van jou. En nu ga ik je neuken.'
Drie trage stoten, om te weten dat ze er was, en daarna niet meer traag. Daarna draaide hij haar om, op haar knieën, met haar gezicht in het kussen en haar kont omhoog. Hij pakte haar heupen en nam haar van achteren, hard, en het geluid van zijn heupen tegen haar billen klonk door de kamer, nat en ritmisch. Hij greep haar haar en trok haar hoofd achterover, zodat haar rug een boog werd.
Hij trok zich terug en draaide haar weer op haar rug, en ze sloeg haar benen om hem heen. Hij nam haar diep en langzaam, en zijn hand lag plat op haar borstbeen, waar haar hart tegenaan sloeg, en hij keek haar aan.
'Waar wil je het?'
'In mij,' fluisterde ze. 'Alsjeblieft. In mij.'
Vlak voor het eind voelde ze hem stokken. Hij trok zich terug, op het laatste moment, zoals hij dat de laatste tijd altijd deed, en kwam met een geluid dat hij van zichzelf niet kende op haar buik, met zijn voorhoofd tegen haar borstbeen. Ze had hem met haar benen willen vasthouden. Ze was te laat.
Ze legde haar hand in het warme plasje op haar buik en wreef het langzaam uit, over haar huid, naar beneden, tot haar vingers tussen haar benen lagen. Ze had het vroeger heerlijk gevonden, hem in zich voelen lopen. Ze had het nooit gezegd. Nu zei ze het, vies, voor het eerst hardop: 'De volgende keer wil ik je in me. De hele nacht voelen lekken.' Hij glimlachte en kuste haar en zei niets.
Daarna dekte hij haar toe, hield een glas water bij haar lippen en draaide met zijn duim kleine rondjes in haar nek. En toen stond hij op, natuurlijk, om het laken te verschonen. 'Nu lijkt het alsof er wat vies was,' zei ze. 'Het was nat.' 'Dat is niet hetzelfde.' Hij stond met het natte laken in zijn armen en zei: 'Goed. Dan is het droog vies,' en verschoonde het toch, en zette de verwarming hoger en de wekker. Ze keek door haar wimpers en hield van hem om precies dit, en ze wilde dat hij er één keer mee ophield. Haar hand lag op haar buik. Ze trok hem weg alsof hij heet was. In het nachtkastje lag de strip van de pil. Die slikte ze weer, elke avond om tien uur, zonder dat ze erover spraken. Uit voorzichtigheid, zeiden ze niet.
Vanaf de overloop riep hij dat haar aanvoer en retour weer mooi in balans waren. Ze vroeg of hij dat bij alle klanten zei. Alleen bij de mooie installaties, zei hij, en hij moest haar nog wel even ontluchten. Ze zei dat zijn bloeddruk volgens haar ook prima was, maar dat ze voor de zekerheid morgen nuchter wilde prikken.
Op zijn telefoon stond het weer voor zondag: droog, zestien graden. Erboven een appje van Nova: *ketel doet het nog steeds. jij bent mijn held. zeg tegen M dat ze een mooie kont heeft in die legging, dat mag ik zeggen, ik ben masseuse.* Hij legde de telefoon met het scherm naar beneden. Hij wist niet waarom.
Hij had Nova's kamer verbouwd, de leidingen en de radiator, en daarvoor haar dozen naar het flatje boven de fietsenmaker gesjouwd, en vorige winter een hele zondag onder haar bevroren ketel gelegen. Nooit een rekening. Ze had hem een fles whisky gegeven die nog altijd dicht achter de bloem stond. Sindsdien keek Nova anders naar hem, als hij Marcia kwam halen en haar rode Polo met de deuk in het achterspatbord naast zijn bus stond. Marcia had het gezien. Vreemd genoeg vond ze het niet erg.
---
Ze lag die nacht wakker en rekende het uit, zoals ze buizen telde. Over tien jaar zou ze negenenveertig zijn en hij zevenenvijftig. Wij tegen de wereld was begonnen op de dag dat ze samen de deur van de kleine kamer dichtdeden. Nu klonk het niet meer naar een vesting maar naar een kamer zonder ramen. Als ik niets doe, gaat het leven aan ons voorbij, en zeggen we er allebei netjes sorry voor. Als Ties er is, gaat die deur open. Om tien uur had ze de pil geslikt, zoals altijd.
Op zondag liepen ze vanaf het dagrecreatieterrein de oranje route op. Marcia droeg een groene wollen rok die ze nooit had gedragen. Waarom vandaag, wist ze niet. Ze wist het een beetje.
Op de helling moest ze plassen. Ze klom tussen jonge dennen door naar een oude beuk met wortels als vingers, en hij bleef op het pad staan, breed, met zijn rug naar haar toe, een schutting in een fleecejack. Van beneden kwamen stemmen aan, een vrouw die lachte, een hond die blafte, steeds dichterbij.
Hij draaide zich half om om te zeggen dat ze moest opschieten, en zag haar. Ze zat op haar hurken, de rok opgetild, een baan goudlicht op de ronding van haar heup. De stemmen waren vlakbij, net achter de bocht. Ze sloeg haar hand voor haar mond en lachte erin, zonder geluid, met schokkende schouders, helemaal in haar eigen lijf. Hij had haar duizend keer naakt gezien, maar zo nog nooit: zijn vrouw zoals ze was als niemand keek. Hij ging breder staan. De stemmen bogen af, een ander pad op.
Bij het terugklimmen legde hij zijn hand op haar heup, op de plek van het licht, één tel, en haalde hem weg. Daarna liep hij te snel en stapte tot zijn veters in een plas zonder het te merken. Zijn oren waren rood.
'Ik zag je net.'
Daarna kroop de hitte vanuit haar nek omhoog tot in haar haarwortels. 'Dat mag niet,' zei ze. Het klonk als de keuken in Enschede, als het afwaswater, en ze sloeg haar armen over haar borsten.
'Waarom niet?'
Er kwam niets. Ze draaide zich om en liep naar de auto, en ze reden zwijgend naar beneden. Hij zag het licht weer op haar heup en dacht aan een camera. Zij voelde het laag en warm tussen haar benen en kneep haar dijen samen onder de groene wol.
Voor het huis zette hij de motor uit. Op het dashboard lag een dennennaald die zij uit haar rok had geplukt en recht had gelegd, evenwijdig aan de rand, zoals Gerrit zijn kliko neerzette. Buiten zwaaide Gerda van nummer veertien onder haar paraplu met stippen, met haar kleinzoon op de arm, een jongetje in een geel regenpak. Ze zwaaiden allebei terug. Joost keek een tel te lang.
'Mag ik dat vastleggen?' vroeg hij tegen de voorruit. 'Niet voor iemand anders. Voor ons. Zodat jij het ook kunt zien.'
Het nee lag klaar, zoals altijd. Maar onder het nee lag het licht op haar heup, dat ze zelf nooit had gezien.
Ze legde haar hand op de zijne, op de pleister.
'Als wij het samen plannen.'
'Samen,' zei hij, en zijn hand vond haar nek.
## 2. Het plan
Op maandag lag er een uitgeprint A4'tje op de keukentafel. PLAN ZATERDAG 10/10. Zonsondergang 18:52. Gebied open tot zonsondergang, Holterbergweg na 21:00 dicht voor auto's, en met pen erbij, twee keer onderstreept: *Boa's controleren*. 't Kolkje, 1,4 kilometer. Thee, reservesokken, pleisters.
Onder de foto's stond: schouders, rug, benen, en als vierde *gezicht van opzij, lachend (zoals bij de boom)*. Daarna zette ze er met een blauwe pen van de praktijk een streep door en schreef in haar handschrift van etiketjes op bloedbuizen: *Geen gezichten. Geen bekenden. Alleen op jouw telefoon, met slot. Niets delen. Ik beslis wat blijft.* Op zijn telefoon, naast het A4, lichtte een gemiste oproep op: *mr. Haverkamp, Deventer*. Een klant, zei hij, en legde hem omgekeerd neer. Ze zette het niet op de lijst.
Onder *geen bekenden* schreef ze een vraag: *maar als niemand ons ziet, wat heeft het dan voor zin?* Hij zette er zwijgend een sterretje bij. In de marge stond in zijn potlood een woord dat hij half had weggegumd. *Plassen?* Ze deed alsof ze het niet zag.
Zijn natte vinger tikte op de lege regel eronder. Wat als het te veel werd?
'Dan zeg ik stop, lieverd,' zei ze, en legde haar hand op zijn natte pols. 'Gewoon stop.'
Hij knikte. Meer hoefde er niet over gezegd. Zijn stem zakte, zekerder, dezelfde stem als op de bank. Zolang zij ja zei, deed ze wat hij zei.
'Herhaal,' zei hij, en ze herhaalde het woord voor woord, en het voelde of er een hand over haar rug ging. Toen hij weer bij de gootsteen stond, schreef ze heel klein in de hoek: *5. Wat ik zelf wil.* Hij meende dat hij het plan had gemaakt. Dat liet ze hem denken.
Woensdagavond lag Marcia bij Nova op de tafel, onder de warme lamp, en Nova's handen deden wat ze altijd deden: ze lazen. 'Adem naar waar mijn hand ligt,' zei Nova, en Marcia ademde naar haar onderrug. Met haar gezicht in het gat van de tafel vertelde ze het: het A4'tje, de beuk, dat hij het laken verschoonde nadat hij haar de trap op had gestuurd. 'Hij verschoont het laken?' zei Nova. 'Dan is hij goed.' Woorden waren ook aanraking, zei ze. Eén zin, ogen open, en kijken wat er gebeurt. En buiten, zei ze, met haar duimen langs Marcia's ruggengraat, was alles makkelijker. Binnen hield je je in. Buiten ademde je pas. Ze legde haar hand een tel te lang op Marcia's onderbuik en zei daar niets over. Bij de deur, terwijl ze haar handen afveegde, zei ze dat ze die middag het zoontje van de fietsenmaker had vastgehouden, en dat ze vergeten was hoe zwaar zo'n hoofdje is. Ze zei het licht. Daarna vroeg ze of Joost zijn wekker nog altijd op kwart voor zes zette, en of hij wel eens uitsliep, en ze wachtte op het antwoord alsof het ertoe deed. Het bos was 's avonds mooi, zei ze nog, ze was er vaak. Marcia fietste naar huis met de plek van die hand nog op haar buik, en werd er heet van, en schrok daar meer van dan van al het andere. Op de fiets naar huis rekende ze het na, zonder het te willen: negenendertig. Nog wel, als ze opschoot.
Op zaterdag om vier uur stond ze in de slaapkamer met de groene rok aan. Op het bed lagen haar maillot en haar slipje, zwart katoen van de HEMA, drie voor tien euro. Het stond niet op de lijst. Haar handen, die die week tweehonderd aders hadden gevonden zonder te trillen, trilden toen ze het slipje vouwden, in drieën, zoals verbandgaasjes, en het in de zak van haar jas stopten.
Wat ben ik aan het doen. En daarna, helderder, met een giechel die ze niet kon tegenhouden in de lege slaapkamer: ik ben aan het kiezen.
Ze reden de Holterberg op toen de zon al laag stond. Het bos hing nog vol blad, koper en roest en hier en daar een geel dat uit zichzelf leek te branden, en tussen de stammen hing een blauwe waas waar het licht in schuine banen doorheen viel. Op de parkeerplaats stonden twee auto's met fietsendragers. Een gezin kwam terug van de wandeling, een vader met een kind op zijn schouders dat met beide handen in zijn haar hield, alsof het een stuur was. Marcia keek naar het kind en daarna naar de berken. Joost zette de handrem aan, controleerde hem, en zette hem nog een keer aan. Ze legde haar hand op de zijne. Zijn hand was warm en droog en rook naar soldeertin, ook op zaterdag, en ze bedacht dat ze dat zou missen als het er niet meer was, en ze schrok van die gedachte en zette hem weg. Buiten rook het naar paddenstoelen en natte grond. Ze stapte uit en voelde de lucht onder haar rok, op haar blote huid, en het was koud en het was van haar.
---
In de auto schoof de rok op, en ze trok hem niet recht. Joost zag haar blote dij en een schaduw zonder naad, en klemde het stuur vast. In haar jaszak zat een slipje dat zij had uitgedaan. Zelf. Zijn tabel besloeg twee kantjes, en zij had gedaan wat er niet op stond. Bij een zandpad aan de bosrand zag hij een rode Polo met een deuk, en vergat het weer.
't Kolkje lag precies waar het op het A4 stond, en toch schrokken ze ervan, achter hulst en jonge berken, een kamer achter een gordijn. In het stille water spiegelde de lucht lichtblauw met een roze rand, en er draaiden gele beukenbladeren op.
Het begin was stijf. Ze stond bij het water met haar jas voor haar buik, een vrouw die op de bus wacht. Hij wilde regelen, een andere hoek, een andere plek, tot ze hem aankeek en zei dat hij moest zeggen wat hij wilde. Hij haalde haar armen van elkaar en legde ze langs haar lichaam. 'Draai je om. Trui uit.' Ze keek naar de struiken. Hij zei het nog een keer, kil, en zijn eigen klootzakstem verbaasde hem. Haar schouders schrokken en gaven toen mee, alsof zijn kilte een muur was om tegenaan te leunen. Op het schermpje zag hij een vrouwenrug, water in roze en zilver, takken eromheen tot een lijst. Je zag niet wie het was. Zij wel. Ze legde haar hand plat op zijn borst. 'Dank je.'
Daarna stuurde hij en volgde zij, en dat bleek hetzelfde. De bh viel in het blad. Bij de oude draai van haar schouders zei hij nee, en ze rechtte haar rug, haar tieten bloot in de kou, de tepels gekrompen tot harde knoppen. Bij elke klik van de camera ging haar mond open, alsof het geluid haar aanraakte.
'Rok omhoog. Op de stam. Benen uit elkaar.'
Aan de overkant landde een eend met een plons, en er schoot een hik van een lach uit haar. 'Ik lach niet. Ik heb het koud.' Ze spreidde haar knieën, een duim breed per ademhaling, tot ze open op de stam zat, glad en gezwollen, glanzend in het laatste licht. Hij liet de telefoon zakken en keek alleen, met zijn mond half open en zijn knokkels wit. Uit haar jaszak viste hij het slipje, hield het bij zijn gezicht en ademde het in, zijn ogen op haar. 'Dit blijft van mij.'
Hij knielde in het blad en nam eerst de tijd. Hij kuste de binnenkant van haar knie, haar dij, de rand van de wol, en ademde warm over haar heen tot ze haar heupen naar hem toe duwde. Hij likte haar langzaam, met zijn hele tong, tot ze in het blad kreunde en zijn naam zei alsof ze hem net had leren spellen. Daarna greep hij haar haar in haar nek en schoof drie vingers in haar. Ze schokte. Het natte geluid ging over het water, schaamteloos en mooi, en ergens riep een uil. 'Ogen open. Naar mij.' Hij hield haar op de rand tot haar hielen voren trokken in de leem en het nat over haar wangen liep, en zei toen: 'Nu.'
Ze kwam met haar ogen in de zijne, en deze keer voelde ze het aankomen, die volle druk laag in haar buik, en ze schrok niet maar liet het. Het spoot uit haar in een heldere boog, over zijn pols, zijn mouw, het blad. Haar mond vormde het oude woord al. Hij vroeg koud wat ze ging zeggen. Ze slikte het in, keek naar zijn doorweekte mouw, en zei met een stem die trilde: 'Kijk wat ik met je doe.' Hij keek. Zoals hij nooit naar een ketel keek, nooit naar een tekening, en ze voelde die blik op haar natte huid liggen als een tweede hand. Gewild. Het woord kwam vanzelf, en ze liet het staan.
Op de terugweg in het donker stond er een ree in de bundel van zijn zaklamp. Het was kwart over zeven, en hij rekende uit hoeveel tijd ze nog hadden tot de weg dichtging. Ze opende het achterportier en ging op de achterbank zitten met de rok vochtig van haar eigen water, en zei alleen dat hij moest komen.
Het was onhandig. Zijn hoofd tegen het dak, haar knie tegen de deur, hun monden halfopen van het lachen. Ze nam hem even in haar mond, gewoon omdat ze het wilde, en klom toen op hem, met haar rok om haar middel. De auto deinde op zijn vering, en de ramen besloegen tot het bos verdween. Ze kwam snel, lachend, met haar voorhoofd tegen het zijne.
Hij begon te komen, half in haar, ze voelde de eerste stoot, en hij tilde haar heupen op. 'Niet eruit,' zei ze, te laat. Ze kneep om dat ene beetje te houden.
Ze dacht aan Ties, heel even, en daarna weer aan hem. Onder het verlangen lag, klein en koud, opluchting. Daar schaamde ze zich meer voor dan voor de rok.
Daarna nam ze zijn gezicht in haar praktijkhanden.
'Dat was voor jou.'
Thuis waste hij haar rug in bad. Hij vroeg aarzelend of het bij het water niet te veel was geweest. Ze zei dat ze ja had bedoeld, elke keer, en dank je. Later appte Nova: *en? is het licht gelukt?* Marcia typte met haar eigen duim: *ja*, en zag op de overloop zijn blik naar de dichte deur gaan, en weer terug. Ze lag in het donker te denken aan Nova die naar de foto's keek, en schaamde zich niet.
Maandag nam ze bloed af bij een vrouw van haar eigen leeftijd die zwanger was van de derde. De vrouw praatte over de tweeling van haar zus en over vitamine D, en ondertussen lag haar vrije hand op haar buik, plat, zonder dat ze het wist, zoals je een hand op een tafel legt die van jou is. Marcia plakte het gaasje, zei dat ze even moest drukken, en drukte zelf ook, op haar eigen arm, waar niets was. Toen de vrouw weg was, zette ze de buisjes in het rek, op kleur, en bleef staan. Ingrid riep vanuit het lab of ze ook thee wilde. Ze zei ja. Ze zei niet sorry. In de pauze at ze een appel bij het raam en zag de vrouw over het parkeerterrein lopen, met de hand nog op dezelfde plek. Op haar telefoon stond de foto van de rug bij het water. Ze keek er niet naar. Ze wist dat hij er was, zoals het slipje in de jaszak, en dat was genoeg om rechter te zitten.
## 3. 't Kolkje
Die week lag ze op dinsdagavond in bad en probeerde het zelf, met haar vingers waar de zijne hadden gezeten, gekromd, omhoog. Er kwam niets, en toen een beetje, en toen schoot ze zo plots dat ze haar knie tegen de kraan stootte en met haar voorhoofd tegen de tegels lag te lachen. Joost riep van beneden of alles goed was. 'Ik oefen,' riep ze terug, en hij vroeg niet wat. De week daarna had het slipje al geen gewicht meer. Op zaterdag droeg ze het niet. Het zat opgevouwen in haar jaszak, voor de terugweg, zoals je een paraplu meeneemt als het droog is. Vorige week had ze er nog om gebeefd.
Op zaterdag had hij twee thermossen ingepakt, thee en heet water, want hij was Joost. Zij dronk de thee, beker na beker, over het Numendal waar de varens bruin en oranje tot hun heupen stonden. Hij meende dat ze het koud had.
Ze liepen eerst een uur, zonder doel, over paden waar de beuken dik en grijs als olifantenpoten in de grond stonden. Bij een omgevallen den met zijn wortels omhoog bleef Joost staan. 'Te ondiep geworteld,' zei hij. Hij had het over de boom. Ze liet het over de boom gaan, en voelde de lucht onder haar rok, en vroeg zich af wat hij in die marge nog meer had weggegumd. Hij nam haar hand en liep verder, van het pad af.
In een laagte waar de varens zich rond een kuil sloten, met het pad boven hen uit het zicht, bleef ze staan. Ze moest, zei ze, al een uur, van al die thee.
Hij keek naar haar, en zijn oren werden rood, zoals op de oranje route. Het potloodwoord uit de marge lag ineens in zijn mond, en hij hoorde zichzelf het vragen, schor: 'Wil je... over mij?'
Ze staarde hem aan. Hij zag het nee komen, en daarna een ander woord, en zijn hart sloeg in zijn keel en zijn pik werd zo snel hard dat het pijn deed. Ze bood het hem aan met haar ogen, dus nam hij het over.
'Rok omhoog. Hou hem vast. Benen uit elkaar.'
Ze stond voor hem in de varens, de groene wol in haar vuisten tegen haar buik, haar kut bloot in de koude lucht, glad en gezwollen. Ze had het al dagen gewild, dat zag hij nu, aan hoe ze trilde.
'Nog niet,' zei hij. 'Je wacht.'
Hij liet haar wachten. Hij liep om haar heen, legde zijn hand op haar onderbuik, net boven haar schaambeen, en drukte, licht. Ze kreunde en haar knieën knikten.
'Hoe graag moet je?'
'Heel graag. Joost, alsjeblieft...'
'Wat wil je? Zeg het precies.'
Ze slikte. Haar wangen gloeiden. 'Ik wil over je heen plassen.'
Hij zag hoeveel het haar kostte om het te zeggen, en hoeveel het haar opleverde. Hij ging in de varens liggen, op zijn rug. Hij trok het shirt omhoog tot zijn borst vrij lag, de kompasroos en het jaartal in het grijze licht.
'Stap over me heen. Kijk me aan. En je doet het pas als ik het zeg.'
Ze stond met een voet aan elke kant van hem en keek naar beneden, en in haar gezicht spoelden schaamte en macht door elkaar. Haar kut hing boven hem, open, en een druppel viel op zijn buik. Ze beet op haar lip.
'Zak door je knieën. Lager.'
Ze zakte, tot ze bijna op hem hurkte.
'Nu.'
Het kwam aarzelend, een paar druppels, en toen ineens, een volle hete straal op zijn borst, die over zijn ribben liep en in zijn hals spatte. De damp sloeg eraf in de koude lucht en het rook scherp en zout, naar haar, naar varens en zand. Ze huilde, of ze lachte, ze wist het zelf niet. Ze keek hem aan terwijl het zand onder hem het water opzoog, en hij lag daar en liet het over zich heen komen en voelde in zich openbreken wat al zesentwintig jaar dicht zat.
'Raak jezelf aan,' zei hij met een schorre stem. 'Terwijl je het doet.'
Haar hand vloog naar haar clit. Ze wreef snel, nog terwijl de laatste straal op zijn buik kletterde, en midden in het plassen knikten haar knieën en kwam ze, met een kreet die door het dal rolde, nat over nat. Ze zakte op haar knieën naast hem in de varens, nat tot haar enkels, en bleef schokken, kleine naschokken die steeds weer opkwamen als ze hem aankeek, tot ze haar voorhoofd op zijn natte borst legde en hem rook, haar en hem door elkaar, en het heerlijk vond.
Hij was niet klaargekomen. Zijn pik stond strak in zijn broek, en hij raakte hem niet aan. Hij wachtte, en voor het eerst in zijn leven was wachten geen opgave maar een geschenk. Zijn handen lagen open, de palmen naar boven, alsof hij een sleutel aanreikte.
Ze keek op hem neer, op die grote bruine man die nat in de varens lag en niets deed, en ze wist: dit durf ik. Dit is van mij. Vorige maand had ze gedacht dat zoiets alleen in films bestond, bij andere vrouwen, vrouwen die te veel waren. Nu was zij die vrouw, en de wereld was niet vergaan. Er hing alleen damp boven haar man. En ze lachte. Niet het lachje van de bank: het kwam uit haar buik, hardop, met haar hoofd in haar nek, en een gaai vloog krijsend op uit de berken, en ze lachte nog harder.
'Dank je,' fluisterde ze, en knielde in de varens om zijn gezicht te kussen. 'Dank je dat ik dit mocht.'
Hij spoelde zich af met het hete water uit de tweede thermos, en zij hielp hem, met haar praktijkhanden, zoals ze een wond schoonmaakte. Ze droogde hem met de handdoek en trok zijn jas over zijn natte shirt. Het was zijn nazorg, en zij gaf die. Hij liet het gebeuren, met zijn kaak op slot en zijn ogen dicht, en hield zijn handen stil langs zijn lichaam, anders zouden ze de hele berg gaan repareren.
Ze zaten daarna op een bankje met een plaatje voor een overleden boswachter, met de thermos tussen hen in, en dronken thee uit hetzelfde bekertje. Zijn haar was nat. Er zat een varenblad in zijn kraag. Ze haalde het eruit en hield het tegen het licht, met de sporen in rijtjes aan de onderkant, bruin en precies, en gaf het hem. Hij stopte het in zijn borstzak zonder te vragen waarom. Beneden in het dal ging een trein voorbij, klein als speelgoed, met verlichte ramen. Daarin zaten mensen die naar huis gingen, naar hun eigen dichte deuren, en die niets van elkaar wisten. Ze zwaaide naar ze, met haar hele arm. Joost zwaaide mee. Hij schonk het bekertje nog een keer vol en gaf het haar eerst.
---
Bij het schemeren liepen ze naar 't Kolkje. Het water was donker, en de maan stond er al bleek in, boven de berken. Hij spreidde de plaid uit op de omgevallen stam en schonk de laatste thee in. Ergens in de struiken snoof een ree en bleef staan.
Ze vertelde het eerst. De jongen op de fiets, het afwaswater, haar leven lang te veel zijn als ze zich liet zien. Op de praktijk mocht ze nuttig en onzichtbaar zijn. De borsten had ze gewild om geen plank meer te zijn, en daarna had ze zich ervoor verstopt. En toen, met haar ogen op het water, wat ze echt wilde: begeerd worden, ook door anderen, terwijl hij erbij was. Ze was ervan overtuigd dat hij dat nooit zou willen.
Hij zweeg zo lang dat ze bang werd. Daarna trok hij zijn mouw omhoog, en daarna zijn trui, en wees in het maanlicht naar het jaartal op zijn ribben.
Het was niet het jaar dat hij leerde lassen. Het was het jaar dat zijn vader stierf, op een zaterdag, terwijl Joost bij een klant een ketel repareerde omdat er nog tijd leek. Hij was eenentwintig. Zijn moeder zei dat hij nuttig was geweest, en sindsdien was hij nuttig. Twee keer in zijn leven was hij gewoon doorgegaan. Over de tweede keer zei hij niets, en zij ook niet. Hij keek naar zijn handen. 'Vanmiddag,' zei hij, en verder niet. Hij trok het varenblad uit zijn borstzak en draaide het om en om, alsof er een gebruiksaanwijzing op stond.
Ze keek naar hem. Ze begon te lachen, met tranen, zonder geluid.
Na zijn verhaal wachtte ze op wat ze in vijf jaar nooit had gezien, ook niet in april. Het kwam niet. Zijn kaak werkte, zijn adem schokte één keer, en daarna was het weer dicht, een kraan die te lang dicht heeft gezeten. Ze trok zijn hoofd op haar schoot en hield hem vast zoals ze bij de prikstoel mensen vasthield die flauwvielen. Hij liet zich dragen, voor het eerst sinds hij eenentwintig was.
'Jij zag mij al,' zei ze, en hij zei het tegelijk terug, met dezelfde woorden, en daarom lachten ze allebei.
Ze beloofde dat ze hem elke keer zou kiezen. Dat zij het zou zeggen, als hij weer ging regelen.
Ze kuste het jaartal op zijn ribben, cijfer voor cijfer, zoals ze een pleister gladstreek. Hij liet het één minuut toe. Hij draaide haar om op de plaid, haar gezicht in de wol, en nam haar hard, zonder een woord, tot het zwarte water ervan leek te rimpelen.
'Ik wil vol zijn van jou,' zei ze in de plaid. Hij trok zich terug en kwam op haar billen, warm in de kou. Ze reikte achter zich en duwde het met twee vingers in zich, zo ver als ze kon. Op de terugweg trok ze het slipje uit haar jaszak en er strak overheen, en bij elke stap voelde ze hem, en niemand die het wist.
## 4. De plek aan de bosrand
Woensdag, op de tafel, had ze het Nova verteld: waar ze zaterdag heen gingen. Nova's handen waren één tel stil blijven liggen. 'Dat pad ken ik,' had ze gezegd, en daarna, weer aan het werk: 'Ogen open, daar. Altijd.'
Die week deed Joost een ketelvervanging bij een jong stel in Rijssen, met een baby van drie maanden in een wipstoeltje op de keukenvloer. Hij werkte om het stoeltje heen. Terwijl de moeder even boven was, bleef hij alleen met het kind, dat naar de tl-buis keek en met beide vuisten tegelijk zwaaide, als iemand die een orkest dirigeert. Hij zette zijn gereedschap neer. Hij boog zich niet over het stoeltje heen, hij raakte het niet aan, hij keek alleen, met zijn handen aan zijn broek. De moeder kwam terug en zei dat hij een natuurtalent was, dat het kind meteen stil werd bij hem. Hij lachte en zei dat het aan de ketel lag, die zoemde zo lekker. In de bus bleef hij een kwartier zitten zonder de motor te starten. Thuis zei hij er niets over. Hij vertelde over de druk, de retourleiding, het expansievat dat aan vervanging toe was geweest. Dat was zijn taal voor alles wat te vol zat. Marcia luisterde en zag zijn handen, die stil lagen, en vroeg niets.
Het was Marcia die het zandpad wilde. Ze had de rode Polo daar twee keer zien staan en Nova's woorden onthouden: ik ben er vaak. En ze wilde zichtbaarder. Ze zei het eerlijk, in de auto, met haar hand op zijn knie: een plek waar iemand kon kijken. Hij zei ja, en voelde jaloezie en verlangen tegelijk in zijn buik, als warm en koud water dat zich mengt.
Ze reden in het donker de berg op. Het had de hele middag geregend en de weg glansde in de koplampen, en de bomen langs de kant stonden zwart en nat, met hier en daar een reflectorpaaltje dat oplichtte en weer doofde. Ze had haar lange jas aan, en eronder niets, en ze zat erin als op een verjaardag van haar moeder, rechtop, met haar knieën tegen elkaar. Op de achterbank lag zijn jas, voor als het te koud werd. Hij reed langzamer dan nodig. Bij een kruising stond een ree in de berm, roerloos, en ze keken allebei, en hij wachtte tot ze weg was. 'Je mag nog terug,' zei hij. 'Dat weet ik,' zei ze, en begon te lachen, omdat ze het wist en omdat ze niet terug wilde, en het lachen klonk vreemd in de dichte auto, hoog en een beetje te hard. Hij keek opzij. Ze hield haar hand voor haar mond. Haar hart ging zo tekeer dat ze het in haar polsen voelde.
Het zandpad hield op bij een open plek die rook naar hars en uitlaatgas. Er stonden vier auto's met hun neus naar de bomen, en een paar knipperden met hun lichten. Het was half tien. De Holterbergweg was al dicht. *Boa's controleren*, stond op zijn tabel. Hij zette de motor uit, en het tikken van het afkoelende blok was ineens het hardste geluid van de wereld. Ze zaten stil. Op het dashboard lag nog altijd de dennennaald van de oranje route, evenwijdig aan de rand. Marcia pakte hem op, draaide hem tussen haar vingers en legde hem scheef neer, met opzet. Joost keek ernaar, en toen hij het niet meer hield, grinnikte hij, en zij ook, en zo zaten ze daar, twee mensen van in de veertig in een auto die naar soldeertin rook, te giechelen om een dennennaald, terwijl verderop een vreemde zijn binnenlichtje aandeed.
Marcia stapte uit in haar lange jas met niets eronder, alleen haar laarzen. Ze stond in het licht van hun eigen koplampen, en de kou kroop langs haar blote benen omhoog. Hij had het haar gevraagd, en zij had erom gevraagd. Ze hadden het thuis aan de keukentafel afgesproken: kijken mocht, aanraken alleen op haar ja, en alleen met handen. Niemand anders kwam in haar. Stop gold hier net zo goed als thuis.
In een auto verderop gingen de binnenlichtjes aan. Twee jonge mannen, een met een pet en een met een baardje, stapten uit en bleven onhandig op afstand staan. Joost ging met ze praten. Vierentwintig en zesentwintig, hoorde ze later. Hij legde de regels uit zoals hij een thermostaat uitlegde: geen gezichten op de foto's, alleen handen, stoppen als zij het zei of hij.
Joost kwam terug, ging achter haar staan en legde zijn handen op haar schouders.
'Doe je jas open,' zei hij in haar oor.
Ze deed hem open. Ze voelde de koude lucht op haar tieten, haar buik, haar kut, en ze voelde de blikken van de twee jongens als warmte uit een open oven. De jongen met de pet zei, alsof hij in een kerk stond, dat ze mooi was. Haar knieën werden slap. Joost hield haar overeind.
'Willen jullie haar aanraken?' vroeg Joost.
Ze knikten. Ze keken naar Marcia, niet naar hem, en dat maakte haar week.
Marcia keek niet naar hen. Ze draaide haar hoofd en keek omhoog naar Joost. Ze zag in zijn gezicht wat ze nooit eerder zo had gezien. Hij begeerde haar zo hevig dat het hem zichtbaar pijn deed: zijn kaak gespannen, zijn neusvleugels wijd, en tegelijk een trots die uit zijn ogen straalde. Het was de blik van de beuk, maar dan met open ogen. Ze knikte één keer, en tilde haar hand op met de palm naar voren.
'Ze zegt dat jullie mogen,' zei Joost hardop.
Hij deed een stap opzij en pakte zijn telefoon. Zij stond tussen de twee jongens in het koplamplicht, met haar jas open. De jongen met het baardje legde aarzelend zijn hand op haar heup, koud, en ze schrok, en hij trok hem terug en zei sorry, en ze moest lachen. Ze pakte zijn hand en legde hem zelf terug, hoger, op haar borst. Hij hield zijn adem in. De jongen met de pet ging achter haar staan en legde zijn handen op haar buik, voorzichtig, alsof hij een eierdoos droeg.
'Langzaam,' zei Joost met zijn stem van de slaapkamer. 'Ze houdt van haar tepels.'
Vier vreemde handen, onhandig en steeds zekerder, op haar huid, en ergens in haar hoofd zat een lachje dat niet wegging: twee jongens die zo voorzichtig deden alsof ze een taart moesten aansnijden voor de verjaardag van een tante. Achter alles klonk het droge klikken van Joosts camera. Ze hield haar ogen op hem. Ze wilde niet door hen gezien worden. Ze wilde door hem gezien worden terwijl zij keken.
'Wil je dat ze je kut aanraken?' vroeg Joost, en ze zei ja voordat hij uitgesproken was.
De hand van de jongen met de pet gleed tussen haar benen. Hij vond haar nat, en hij zei wat klonk als jezus en verontschuldigde zich meteen. Joost lachte door zijn neus, en zij ook. De jongen schoof een vinger in haar, en nog een, en hij bewoog ze, onzeker, te snel.
'Langzamer,' zei Joost. 'Krom je vingers. Omhoog. Daar.'
Ze kreunde zo hard dat de jongens schrokken. Hun handen werden zekerder, één tussen haar benen, twee op haar tieten. Ze zocht Joost, achter de camera, zijn pik hard in zijn broek, zijn mond open. Ze kwam met haar blik aan hem vastgehaakt, met een schreeuw die tussen de bomen verdween. Ze voelde de druk, de volle, en hield hem vast, met opzet, voor het eerst: dat was niet voor een jongen met een pet. Ze lachte door haar orgasme heen, verbaasd dat het kon. In het koplamplicht glansde het nat op haar dijen.
Joost legde de telefoon weg. Hij bedankte de jongens, die zelf ook bedankten, drie keer, en terugliepen naar hun auto met hun handen diep in hun zakken.
Hij zei dat ze moest knielen, voor hem, hier, met haar gezicht naar hem, en zijn stem was kil, zonder vraag. Ze knielde in het natte zand en maakte met trillende vingers zijn riem los. Hij greep haar haar en zei, grof en teder tegelijk, dat ze moest laten zien van wie ze was, dat ze zijn vieze meisje was en dat iedereen het mocht zien. Ze nam hem in haar mond, diep, met haar ogen omhoog in de zijne en zijn vuist in haar haar, en de auto's verdwenen. Ze mocht dit, en het was het makkelijkste wat ze ooit had gedaan.
Toen gingen er koplampen aan, recht op hen af. De jongen met het baardje draaide zijn raampje omlaag. Hij keek niet naar haar lichaam. Hij keek naar haar gezicht, in het volle licht, en zei aarzelend, bijna vriendelijk, dat hij haar kende. Van de praktijk in Holten. Ze had vorige maand bij zijn moeder bloed geprikt, en zijn moeder vond haar de liefste van allemaal.
Marcia bevroor op haar knieën in het zand. In één tel zag ze alles wat ze kon verliezen: de balie, Ingrid, de stoel bij het raam waar de oude mannen haar hand niet loslieten, het dorp waar iedereen iedereen kende, haar naam op het bordje. Joost stond al voor haar, breed in het licht, met zijn jas om haar heen. Ze greep zijn hand, hard.
'Stop,' fluisterde ze.
Hij stopte. Alles stopte. Tegen de jongen zei hij rustig dat hij moest doorrijden. De jongen knikte, rood tot in zijn nek, en zei nog dat hij niets zou zeggen. Als zijn moeder wist dat hij hier was, was hij zelf ook dood. Hij reed weg. Marcia zat in het zand en trilde over haar hele lijf, en het was geen kou.
Achteraan ging het portier open van een rode Polo die daar al die tijd met gedoofde lichten had gestaan.
Nova stapte uit, in haar dikke jas, zonder lippenstift, met haar vlecht over haar schouder. Ze rook naar olie toen ze dichterbij kwam. Ze keek naar hen: Marcia trillend in het zand met Joosts jas om zich heen, en Joost op zijn knieën naast haar met zijn broek nog open. Ze trok haar wenkbrauw op.
'Nou,' zei ze. 'Dit had ik niet op de planning.'
Marcia krabbelde overeind en trok de jassen om zich heen. Joost deed zijn riem dicht. Een tijdje zei niemand wat, en de auto's knipperden hun lichten.
Nova zei het zelf, droog, met haar handen in haar zakken. Dat ze er al een uur stond, met de lichten uit. Dat dit haar pad was geweest, vijf jaar geleden, en dat er toen nooit iemand voor haar in een auto had gewacht. Dat ze niet was gekomen om te kijken. Voor als het misging. Ze vertelde het of het een grap was. Marcia zag haar kin trillen. Over Marcia's schouder ging Nova's blik één keer naar Joost, naar zijn handen aan de gesp van zijn riem, en bleef daar een tel te lang. Toen keek ze weg, het donker in.
Marcia deed wat ze van zichzelf niet kende. Ze liep naar haar toe in haar open jas en sloeg haar armen om haar heen. Nova verstijfde, zoals ze altijd verstijfde, en liet het toen gebeuren, met haar gezicht in Marcia's haar.
'Ik had hier niet mogen staan,' zei Nova.
'Je was er in april,' zei Marcia. En toen: 'Je hebt zijn ketel.' Ze wist niet waarom dat het antwoord was, maar het was het antwoord.
Er kwam een zaklamp over het zandpad: een boa in een groene jas, met een stem die alles zag. De auto's startten een voor een en reden zonder licht weg. Hij noemde Nova bij haar naam, zoals vroeger, vroeg hoe het met de massage ging en schreef haar niets op. Joost kreeg een bon voor het rijden na negenen.
---
Thuis kwamen ze niet verder dan de gang. De deur viel dicht, en het was Marcia die hem bij zijn riem trok. Ze had hem nodig, nu, om te voelen dat ze van hem was en niet van een dorp. De kapstok ging om. Hij rukte haar jas open, zakte op zijn knieën en at haar tegen de voordeur, tot ze tegen het hout kwam.
'Jij bent van mij,' zei hij, toen hij opstond met een nat gezicht. 'Zeg het.'
'Ik ben van jou. Alleen van jou.'
Hij tilde haar op, haar benen om zijn heupen, en nam haar tegen de deur, hard en snel, zonder woorden, alleen met zijn ogen in de hare. De deur bonsde in zijn sponning. Ze beet in zijn schouder, proefde zout en buitenlucht, en voelde hoe hij haar droeg alsof ze niets woog, zij met haar te-veel, en dat alleen al deed haar bijna komen. Haar laarzen hingen nog aan haar voeten en tikten op de maat tegen zijn kuiten. Ze kwam twee keer tegen het hout. Gerrit hoort zijn eigen deurbel niet, zei ze, en ze lachte in zijn mond. Zijn duim gleed tussen haar billen en bleef daar liggen, drukte, een vraag. Ze verstijfde niet. 'Later,' zei ze in zijn mond, en ze meende het, en ze schrok van hoe ze het meende. Ze voelde hem aankomen, en ze voelde hem terugdeinzen, zoals altijd nu. 'Markeer me,' zei ze. 'Vreemde handen, maar alleen jij.' En toen hij bijna was: 'Niet in me. Wel. Nee. Niet voor Ties. Nog niet.' Haar stem sloeg over. 'Op me.' Hij deed wat ze het laatst had gezegd. Hij gleed uit haar, zette haar neer en kwam tegen haar kut, op haar buik, op het hout van de deur, met zijn gezicht in haar hals en een geluid dat door het hele smalle huis rolde. Ze wreef hem in, over haar buik en haar lippen, en liet een vinger in zich glijden, en het was het geilste wat ze kende, en ook niet genoeg. Dat ik naar jou ruik. Niet naar een dorp. Ergens in haar hoofd lag de strip in het nachtkastje, en ze keek er niet naar.
Daarna zaten ze op de keukenvloer, met hun ruggen tegen het aanrecht. Hij had haar een deken omgeslagen en haar thee gegeven, en zijn hand lag in haar nek. Hij zei dat het mooiste wat hij ooit had gezien was dat ze naar hem bleef kijken.
Ze viste de bon uit zijn jaszak en las hem voor. Rijden na negenen. Ze begon te lachen, en halverwege werd het huilen, en ze wist niet waar het ene ophield, met haar voorhoofd tegen zijn borst. 'Je stopte zo snel,' zei ze in zijn trui. 'Je had ook even kunnen twijfelen.' Hij zei niets. 'Nee,' zei ze. 'Dank je.' Hij hield haar vast tot ze sliep, en lag zelf tot drie uur wakker.
'Dat was voor jou,' zei ze. 'Alles. Ook de jongens.'
Op het aanrecht trilde zijn telefoon. *sorry voor de schrik. jullie zijn de liefste mensen die ik ken. weet niet wat ik ermee moet.* Ze keken er samen naar. Marcia zag de whisky achter de bloem voor zich.
## 5. Voldaan door derde
Ze spraken een week nergens over. Marcia ging naar de praktijk met haar hart in haar keel. De moeder van de jongen kwam voor haar suikerwaarde en kneep alleen in haar hand. De bon lag bij Joost in de la, met zijn naam erop. 's Nachts raakten ze elkaar niet aan, en dat was erger dan alles. Nova appte niet.
Op dinsdag zette Ingrid een doos bonbons op de balie omdat ze twintig jaar bij de praktijk werkte, en iedereen moest er een nemen. Marcia nam er een met likeur en zei, toen hij over haar kin liep: 'Oeps.' Niet sorry. Ingrid keek haar aan alsof ze een nieuwe kapper had. Op woensdag ging ze niet naar Nova; de praktijk was dicht, stond er op het bordje, *tijdelijk*. Ze fietste er toch langs en zag het bordje en fietste door. Op donderdag stond Gerrit weer met zijn kliko op de stoep. Ze keek van achter de vitrage en zag hoe hij hem haaks zette, op de stoeprand, met het handvat naar de straat, en ze zag de koplampen weer en de stem van de boa en hoe dichtbij het was geweest, en dat het dorp gewoon doordraaide, of er niets was gebeurd. Dat was het ergste en het mooiste tegelijk.
Op zaterdagochtend zat hij aan de keukentafel met zijn handen om zijn theemok en keek er niet uit.
'Moeten we stoppen?' zei hij tegen de thee. 'Ik snap het, als je dat wilt.'
'Kijk me eens aan.'
Hij keek. Zij was het enige wat hij niet kon repareren als het brak, en dat stond in zijn hele gezicht.
Marcia keek naar hem en zag de jongen in het licht, haar moeder, het bevriezen in het zand. Maar ze zag ook het licht op haar heup, zijn gezicht achter de camera, de varens. Ze had het de hele week gemist, merkte ze nu: niet het bos, maar zijn blik op haar huid, en de duizeling van gezien worden. En Nova, die niet meer appte omdat ze meende dat ze nu alles kwijt was.
'Ik stop niet,' zei ze. Ze pakte zijn hand en vouwde zijn vingers open, een voor een, zoals ze bij een bang kind deed voor een prik. 'Niet meer zo dicht bij huis. Niet meer mijn gezicht in het licht. Maar ik ga niet terug naar klein, schat. Dan zit ik over tien jaar nog op die bank sorry te zeggen voor een zucht, en jij naast me met je wekker.' Ze had gezien wat het met hem deed: dat hij kon ontvangen. Die man gaf ze niet terug aan de cv-ketels. Joost legde zijn hoofd op zijn armen. Ze streek over zijn stoppelhaar met de hele hand, tot hij weer kon kijken, en hij zag het in haar gezicht: ze probeerde het, voor hem, met trillende mond. Hij had nooit iets mooiers gezien.
Ze schoof zijn hand van het tafelblad op haar dij, onder haar ochtendjas. Een week. Hij schoof de borden opzij en duwde haar achterover op het tafelblad, zijn andere hand in haar haar, haar voeten op de stoel van haar moeder, en zijn vingers wisten de weg nog. Ze kwam met haar ogen open, in een paar ademhalingen, stil en klein, en liet het andere bewust liggen: niet hier, niet nu, de stoel was van haar moeder. Daarna begon ze te lachen, verbaasd. 'Dat is de stoel van mijn moeder,' zei ze. Hij zei dat het een mooie stoel was geweest.
Wat ze hem niet zei, was het andere. Dat ze hem een cadeau wilde geven: één nacht die hij nooit zou vragen, twee vrouwen, en hij de baas. Een beloning voor een leven lang nuttig zijn. En een test. Of de man die zich in het donker liet dragen ook de man kon zijn die nam zonder te vragen, en daarna weer de man die haar toedekte. Als hij dat kon, kon ze alles met hem.
Ze appte Nova die middag. Niet *kom eten*. Ze schreef: *ik heb je hulp nodig. niet voor hem. voor mij.*
---
Nova woonde boven de fietsenmaker, in twee kamers die naar olie en wierook roken. Haar praktijk was een week dicht geweest, vertelde ze in de deuropening, sinds de dag na de boa. Maandag ging hij weer open. Ze gingen op de bank zitten, onder de ketel die zachtjes zoemde.
Het was er klein en schoon en een beetje te leeg, alsof iemand altijd klaarstond om te vertrekken. Van beneden kwam de geur van kettingolie en rubber, van haar handen die van sinaasappel, en daartussen zat Nova zoals ze overal zat: met één voet al bij de deur. Op de vensterbank stond een rij potjes met stekjes, in water, met witte wortels als haar. 'Zes jaar,' zei Nova, toen ze zag dat Marcia keek. 'Allemaal van één plant. Die plant heb ik niet meer.' Meer zei ze er niet over. Aan de muur hing niets, behalve een kalender van de fietsenmaker en een kaart van de Holterberg met een paar paden in potlood nagetrokken. Nova zette thee in twee mokken die niet bij elkaar hoorden en ging in kleermakerszit op de bank zitten, met haar vlecht over haar schouder en haar wenkbrauw al half omhoog. Beneden piepte een fietsband die werd opgepompt. Marcia zat naast haar, op het randje, en hield haar mok met twee handen vast. Ze wist niet waar ze moest beginnen. Nova zei dat ze bij het begin mocht beginnen, of bij het eind, of in het midden, het maakte niet uit, ze was er toch.
Marcia vertelde het. Nova liet haar uitpraten en zei toen, droog, dat Marcia het woord sorry vanaf nu in haar bijzijn mocht inruilen voor een euro in de pot.
Ze werd ernstig. Eerst moest ze nog wat vertellen, zei ze, wat ze bij het pad niet had gezegd. Dat ze nog afloste voor haar ex: twee leningen die hij zes jaar geleden op haar naam had gezet, elke maand, met rente en incasso erop. En dat de huur van de praktijk drie maanden achterliep, van de stille zomer. Ze had het niemand verteld, omdat ze geen vriendin wilde zijn die wat nodig had. Ze legde een brief op tafel, die ochtend gekomen, van een advocaat in Deventer die ze nooit had gebeld. *Schuldeisers akkoord. Voldaan door derde.* De aangifte tegen haar ex liep nog. Ze had twee uur nodig gehad om het te snappen. De advocaat was een klant van Joost. Marcia zat met de brief in haar handen en lachte en huilde tegelijk. Natuurlijk. Mr. Haverkamp, Deventer, de telefoon omgekeerd naast het A4. En onder dat natuurlijk lag een koude plek: hun hele huwelijk stond op papier, tot de beurt van de bus aan toe, en dit niet. Hij had een deur dichtgedaan, met de beste bedoelingen, zoals hij dat kon. Hij had Nova's dozen naar dit flatje gesjouwd, haar praktijk verbouwd, haar ketel gedaan, en nu dit, in het geheim, zodat niemand op hem hoefde te wachten. 'Hij heeft me al drie keer gered,' zei Nova, 'en nog nooit een rekening gestuurd.' Ze zei dat ze hem daar zaterdag voor zou terugpakken, en dat het geen bedankje werd. Niet voor geld en niet uit dankbaarheid, want daar kreeg je rare seks van. Ze wilde het omdat ze al twee jaar keek hoe hij naar Marcia keek, en omdat ze één keer wilde meedoen aan wat geen werk was.
Marcia keek naar haar handen. Ze wilde dat hij hen nam, zei ze. Echt. Ruw. Dat hij een klootzak mocht zijn en zij hem niet zou tegenhouden, en dat hij dat zou weten. En dat ze bang was dat ze zou bevriezen, zoals in het zand. En dat hij dingen wilde die ze niet durfde te zeggen. Ze werd rood. Zijn duim, in de gang. Dat ze het ook wilde, en niet durfde te willen.
Nova knikte langzaam. Ze gaf haar les, zoals Marcia les gaf aan een stagiaire bij de prikstoel. Dat ze het tempo laag moest houden tot ze warm was. Dat ze haar ogen open moest houden, omdat je met dichte ogen ging vluchten in je hoofd. Dat ze hardop moest zeggen wat ze wilde, ook als haar stem het niet wilde, want mannen als Joost deden pas wat je wilde als ze het mochten horen. En dat ze afspraken moesten maken, nu, met z'n tweeën, en daarna met hem.
Daarna legde ze het andere uit, zonder één keer te blozen, en Marcia luisterde zoals ze vroeger naar haar opleider had geluisterd, met een pen die niet schreef. Veel glijmiddel. Eén vinger, de nagel kort. Eerst alleen buiten, rondjes, tot het lijf zelf opengaat. Ademen en meegeven, niet knijpen. Wie ontvangt, bepaalt het tempo, en wie het zegt, bepaalt of het gebeurt. Nooit van achter naar voren. En daarna warm water, vasthouden, en vragen hoe het was. 'Hij neemt nooit wat ik niet geef,' zei Marcia. 'Dan mag je hem alles geven,' zei Nova. 'Hij gaat pas als we harder zijn dan hij.' En toen, zachter: op dat pad had ze geleerd hoe buiten voelt als niemand op je let. Ze wilde weten hoe het voelde als iemand dat wel deed.
Ze schreven het op, op de achterkant van die envelop, met *voldaan* aan de voorkant. Wel: straffen, haren trekken, hard, klappen op billen en dijen, een hand om de keel zonder te knijpen, vasthouden, spreiden, nemen, grove woorden. Niet: blijvende plekken in het gezicht, bloed, *niets anaal*, waar Marcia een vraagteken achter zette, 'want een vraagteken is ook een grens', geen foto's van Nova. *Condoom: Nova beslist.* Stoppen mocht altijd.
Bij *grove woorden* bleef Marcia's pen hangen. Nova vroeg welke dan. Marcia schreef er heel klein *slet* achter, in haar etiketjeshandschrift, en Nova las het hardop voor, en Marcia zei, rood tot in haar hals: 'Maar dan wel een lieve.' 'Een lieve slet,' zei Nova plechtig. 'Genoteerd.' Ze kregen de slappe lach, zo erg dat de fietsenmaker beneden met een sleutel tegen het plafond tikte. Marcia moest naar de wc en kwam terug en zei sorry, en Nova hield zwijgend het potje omhoog. Ze gooide er een euro in. Daarna nog een, voor het lachen.
Daarna trainde Nova haar. Ze zette Marcia voor de passpiegel op de gang en liet haar zeggen wat ze wilde, hardop, tot haar stem niet meer brak. Ogen open. Schouders naar achteren, niet naar binnen. Kont uit, kin omhoog. *Ik ben de geilste slet van Holten*, moest ze zeggen, en de eerste keer fluisterde ze het en kwam er een euro in de pot, en de vijfde keer zei ze het zo dat de fietsenmaker weer tegen het plafond tikte. In de spiegel zag ze Nova achter zich staan, met haar armen over elkaar en haar mond half open, en Nova keek niet naar de oefening. Nova keek naar haar. Marcia zei de zin nog een keer, voor die blik. Elke keer dat ze zich schaamde, moest ze er trots van maken.
'En hem vertel je niks,' zei Nova. 'Alleen dat het mag. Niet wat.'
---
Ze spraken het daarna met z'n drieën af, aan hun keukentafel, die zaterdagavond, terwijl Gerrits kliko omwaaide. De whisky stond dicht tussen hen in; die ging pas open als alles nuchter gezegd was. Geen geld, geen schuld, geen bedankje. Nova zei dat ze het koos en niet gered wilde worden. Marcia zei dat het een cadeau was, dat de regels bij haar en Nova lagen, en dat hij zaterdag zou horen wat hij mocht. Hij wilde vragen, en ze legde haar vinger op zijn mond. Later, bij de afwas, met haar handen in het sop: 'Je had het me mogen zeggen, van Nova. Ik had ja gezegd.' 'Daarom,' zei hij. 'Dan was het van ons geweest en niet van haar.' Ze bleef even staan, met een bord in haar hand. 'Volgende keer zet je het op het A4. Ook als het mooi is.' Hij knikte, en droogde het bord af dat al droog was, twee keer, langer dan nodig. Het kostte hem meer dan de advocaat. Aan de overkant zette Gerda het licht aan en trok de gordijnen dicht. Het hele dorp was binnen.
Achter Gerda's dichte gordijnen ging de tv aan. Nova legde haar handen plat op de envelop. 'Nog één ding. Niet voor zaterdag. Voor daarna.' Ze keek niet naar Joost, ze keek naar Marcia. 'Ik wil een kind. Al heel lang. Ik heb gewacht tot ik het kon zeggen zonder dat het klonk als een rekening.' Het bleef stil. De ketel sloeg aan. 'Van hem,' zei ze, 'als jij dat ooit wilt. En anders niet, en dan blijf ik gewoon soep brengen.' Marcia keek naar haar handen op de envelop, die niet trilden, en naar haar mond, die wel trilde. Ze zei niet ja. Ze zei: 'Schrijf het erop.' Nova schreef, in kleine letters, onder *Condoom: Nova beslist*: *en ik beslis het niet alleen.* Joost zei niets. Hij keek naar de twee vrouwen alsof hij een tekening zag die hij niet had gemaakt en die toch klopte.
Pas daarna draaide hij de dop van de whisky die bijna een jaar achter de bloem had gestaan. Hij schonk drie bodempjes in en trok zo'n gezicht dat Nova lachte tot ze moest hoesten. Toen Marcia opstond om de glazen te spoelen, stond Nova al bij het aanrecht met de theedoek. Ze ruimde altijd als eerste op, zag Marcia, alsof wie opruimt niet kan overblijven.
Marcia boekte het huisje die avond nog, van haar eigen spaargeld, voor de zaterdag erop. Om tien uur stond ze in de badkamer met de strip in haar hand. Ze drukte er niets uit. Ze legde hem terug in het nachtkastje en zei het tegen niemand. Om elf uur trilde haar telefoon. Nova: *jij maakt je toch nergens zorgen om hè.* Ze antwoordde niet. Ze sliep slecht.
## 6. Het huisje
Het houten huisje lag aan de bosrand, ver van het pad, met een houtkachel en een hottub op het terras. De regen tikte op de dekens die ze boven hun hoofden hielden toen ze van de auto naar de deur renden. Binnen zette Marcia de envelop op de vensterbank. Ernaast legde ze de strip, met zeven dichte vakjes. Joost zag het. Hij keek haar aan, zij keek terug, en niemand zei wat.
Binnen rook het naar hout en oude rook en het wasmiddel van iemand anders. Er was één grote kamer met een bed onder een schuin dak, een bank met een geruite plaid en een vloerkleed van schapenvacht voor de kachel. Joost ging meteen op zijn knieën bij de kachel, natuurlijk, en legde het hout in een vierkantje, krantenproppen eronder, een aanmaakblokje in het midden, en blies tot het vlamde. Nova keek ernaar met haar armen over elkaar en zei dat hij zelfs een vuur maakte alsof er een keuring kwam. Hij zei dat het vuur er niet om had gevraagd, maar het kreeg het toch. In de badkamer trokken Marcia en Nova zich om, schouder aan schouder voor één spiegel, en Nova deed haar lippen rood en die van Marcia ook, zonder te vragen, met haar duim op Marcia's kin. 'Ogen open,' zei ze. Marcia hield ze open en zag zichzelf, en zag Nova achter zich, en ze begonnen allebei tegelijk te giechelen, als meisjes op een schoolfeest, tot ze moesten gaan zitten, op de rand van het bad, en het niet meer wisten. Buiten hoorden ze hem de deksel van de hottub openklappen.
In de hottub was het water heet en de lucht koud, en de stoom bleef tussen de sparren hangen. De regen viel met duizend sissende tikjes in het water. Nova zat tegenover hen met haar vlecht los en lachte om de rubberen eend van de verhuurder. Marcia zat naast Joost en trilde, en dat was niet van de kou.
Ze moest het zeggen. Dat was de afspraak. Ze opende haar mond en er kwam niets. Haar wangen brandden, en de oude stem kwam op, die van het afwaswater: dat doe je niet, Marcia. Ze voelde haar schouders naar binnen draaien, hier, in de hottub, naakt naast hem.
Nova schoof door het water naar haar toe en legde een hand op haar knie, onder water, waar Joost het niet zag. Ze kneep in haar knie: ik ben er. Ogen open, zei haar blik.
Marcia keek Joost aan. Ze hield haar ogen open.
'Vanavond ben jij de baas,' zei ze. Haar stem trilde. Ze zette door. 'Je mag ons nemen. Allebei. Zo hard als je wilt. Je hoeft niks te vragen. Je mag een klootzak zijn.' Ze slikte. 'Dat is mijn cadeau. Ik wil zien of je het waard bent.'
Het was stil, op de regen na. Joost keek van haar naar Nova. Nova trok haar wenkbrauw op en zei droog dat hij de regels kon krijgen op de achterkant van een envelop, maar dat het belangrijkste was: haren mocht, hard mocht, klappen mocht, en stop was stop.
Ze zag het in zijn gezicht gebeuren. Eerst ongeloof. Dan het regelen, de vraag of het wel kon, of het niet te veel was. En dan, langzaam, wat ze nog nooit had gezien. Hij kwam overeind in het water, en de stoom sloeg van zijn schouders, en zijn ogen werden grijs.
'Eruit,' zei hij. 'Allebei. Naar binnen. Op je knieën bij de kachel.'
Marcia's knieën knikten toen ze uit het water stapte. Nova pakte haar hand en trok haar mee over het natte hout, naar binnen, waar het vuur knetterde. Ze knielden naast elkaar op de dekens, druipend, met hun handen op hun dijen, en Nova fluisterde zonder haar lippen te bewegen dat ze moest ademen.
Een uur eerder hadden ze een zwoele pose uit een YouTube-filmpje geprobeerd, en Marcia had na een halve minuut kramp gekregen. Knielen kon ze.
Hij kwam binnen en deed de deur dicht en bleef staan. Naakt, bruin, nat, met het water dat van de kompasroos liep en zijn pik hard tussen zijn benen. Hij keek op hen neer, en hij nam de tijd, zoals hij bij 't Kolkje de tijd had genomen. Marcia voelde zichzelf rood worden, haar hals, haar borst. Ze wilde haar armen voor haar tieten slaan. Nova's pink haakte om de hare.
'Handen achter je rug,' zei hij. 'Tieten vooruit. Jullie allebei.'
Ze deden het. Hij liep om hen heen. Hij greep Nova's natte haar en trok haar hoofd achterover en keek in haar gezicht, en toen deed hij hetzelfde bij Marcia, harder, tot ze haar mond opendeed.
'Wie is hier de vieze meid?'
Marcia's stem bleef in haar keel hangen. Nova zei het voor haar, schaamteloos, dat zij het allebei waren. Joost keek alleen naar Marcia.
'Ik vroeg het aan jou.'
Ze voelde het oude sorry op haar tong liggen. Ze slikte het in, zoals bij het water. Ze keek hem aan.
'Ik,' zei ze. 'Ik ben je vieze meid.'
Het kwam eruit, hardop, door het kleine huisje, en ze schrok ervan, en toen voelde ze het tussen haar benen kloppen en lachte ze half, en Nova kneep in haar pink.
Hij hield zijn pik voor Nova's mond en liet haar zien hoe het moest, diep, in één keer, met haar ogen omhoog. Daarna duwde hij hem in die van Marcia, dieper dan ooit, tot ze kokhalsde en de paniek kwam. Nova's hand lag plat tussen haar schouderbladen. 'Ademen door je neus,' zei ze in haar oor. 'Hij houdt je. Laat hem.' Ze ademde. Ze liet hem. En toen ze hem liet, werd het lekker, onverwacht, zijn zwaarte op haar tong, de zoute smaak, zijn hijgen boven haar, Nova's warme schouder tegen de hare, en ze nam hem dieper omdat ze dat wilde, niet omdat het moest, en hoorde hem vloeken van genot.
'Op bed,' zei hij. 'Nova, spreid haar.'
Nova ging achter Marcia zitten, haakte haar handen achter Marcia's knieën en trok ze uit elkaar, wijd, voor hem, in het licht van het vuur. 'Ogen open,' zeiden Nova en Joost tegelijk, en ze lachten alle drie, en daarna niet meer. Hij sloeg haar op de binnenkant van haar dij, hard genoeg om te branden, en at haar, ruw, met zijn baard en drie vingers. Ze voelde het komen, zoals ze het in bad had leren voelen, en ze hield het vast tot zij wilde. 'Kijk naar me,' zei ze, haar hand in zijn haar, en toen hij keek, liet ze het gaan, over zijn borst. Niemand zei sorry.
Hij trok haar aan haar enkels naar de rand van het bed en ramde hem in haar, tot de wortel, met zijn handen om haar heupen. 'Is dit wat je wilde?'
'Ja. Neuk me hard.'
Het bed bonkte tegen de houten wand. Zijn heupen kletsten tegen haar dijen, en elke stoot raakte de plek die hij uit zijn hoofd kende, tot ze niet meer wist of ze lachte of kreunde. Nova lag naast haar en kuste haar hals, haar oor, haar mondhoek, en kneep in haar tepel op de maat van zijn stoten, en Marcia kwam nog een keer, klein en vies en blij, zonder dat iemand wat vroeg. Twee mensen wilden haar, tegelijk, en geen van beiden keek weg.
Hij trok zich terug, glanzend van haar, en legde haar op haar zij, zijn borst tegen haar rug. Zijn duim vond de plek uit de gang en drukte. Laag in haar oor: 'Zeg wat je wilt.'
Nova keek haar aan over het kussen. Het lag op Marcia's tong, met de envelop erachter en het vraagteken. Ze hield haar ogen open en zei het. Zijn vinger. Daar. En daarna hem.
'Zeker?' zei Nova.
'Ja.'
Nova gaf hem de fles van de vensterbank aan, zwijgend, zoals je een instrument aangeeft. Eerst rondjes, traag, tot ze zelf openging, dan één vinger, met Nova's hand plat op haar onderbuik. Ademen. Meegeven. Bij het binnenglijden brandde het, en het oude sorry lag al klaar. 'Zeg het andere woord,' zei Nova. 'Meer,' zei Marcia. Hij gaf meer. Hij nam haar kont zoals hij alles nam, hard, met zijn hand in haar haar, en ze was zo vol en zo open dat ze lachte, met haar mond in het kussen.
Nu waren de vrouwen aan de beurt. Nova aan zijn oor, laag, zoals op haar tafel: 'Nog niet. Voel haar. Ze houdt je vast. Nog niet.' Marcia over haar schouder: 'Kom maar. In mijn kont. Ik wil je voelen.' Zijn adem brak. 'Nog niet,' zei Nova. Hij gromde, een hond aan een lijn. 'Nu.'
Hij kwam met een brul, diep in haar kont, schokkend, en zakte over haar heen. Het mocht. Het was veilig en van niemand. Voor het eerst in zijn leven had iemand anders bepaald wanneer, en daarin lag een rust die hij niet kende.
Ze lagen een tijd stil. Nova haalde een warm washandje en vroeg Marcia hoe het was.
'Goed,' zei Marcia. 'Gewoon goed.'
Later zaten ze weer in de hottub, met thee, onder de regen. Joost keek naar zijn handen. Nova vroeg of hij dat altijd deed, na de seks, naar zijn handen kijken alsof ze van een ander waren. 'Alleen als ze goed werk hebben gedaan,' zei hij. Daarna ging zijn blik door het raam naar binnen, naar de vensterbank, waar de strip lag, zeven dichte vakjes in het lamplicht, en bleef daar. Marcia lachte zo hard dat er een uil wegvloog, en Nova lachte mee, en Joost zat tussen twee lachende vrouwen in heet water en wist niet wat hij met zijn gezicht moest.
Na middernacht pakte hij hen weer, en dit keer was het kort en heet en zonder plan. Hun gezichten naast elkaar in de dekens, zijn handen in hun nekken, de klap van zijn hand op hun billen tot ze allebei dezelfde rode afdruk droegen en erom giechelden in het kussen. Marcia nam hem in haar hand en leidde hem naar Nova, die op haar rug lag met haar knieën open, en keek naar Nova's gezicht toen hij in haar gleed, bloot, zoals ze hadden afgesproken. Nova legde haar handen open naast haar hoofd en liet hem, en Marcia lag ernaast met haar hand op Nova's buik en voelde elke stoot daaronder doorgaan, diep, traag, dan niet meer traag. 'Nog niet,' zei Nova, en lachte erom, en daarna 'nu', en ze kwam eerst, verbaasd, met haar ogen open, en haar lijf trok hem mee. Hij kwam diep in haar met zijn gezicht in haar hals. In Nova was geen kamertje. Hij was welkom. Marcia wachtte op de steek die ze kende, de jaloezie van feestjes en collega's, en die kwam niet. Er kwam hitte, laag in haar buik, omdat zij het had gegeven.
Ze sliepen in, in een kluwen voor de kachel, met de regen op het dak.
## 7. Tegen vijven
Tegen vijven werd Marcia wakker. Het licht was grijs en het vuur was as. Joost lag op zijn rug en keek naar het plafond, en ze wist het zonder te kijken: ergens halverwege was hij gestopt, en hij zou blijven stoppen zolang niemand harder was dan hij. Zij was niet hard. Zij was van pleisters en sorry. Ze dwong zich.
Ze ging op hem zitten, zonder een woord, en legde haar handen op zijn borst. Nova werd wakker, keek, en schoof alleen haar hand onder zijn nek. Er was geen spel meer over. Hij keek naar Marcia, lang, en draaide haar toen op haar rug en nam haar, traag eerst, zo traag dat ze elke centimeter voelde komen en weer gaan, met zijn mond op haar tepel en haar handen op zijn billen om hem dieper te trekken. Ze hoorde zichzelf, een laag dankbaar geluid dat ze niet kende, en Nova lachte stil achter haar, en Marcia lachte mee, met hem in zich, en daarna niet meer, want daarna werd hij hard, zoals hij was, en ze wilde het zo.
'Als het weer misgaat,' zei ze tegen zijn schouder. Ze wist niet waar het vandaan kwam.
'Dan zijn we samen bang,' zei hij.
Nova's vingers vonden haar clit. Marcia kwam eerst, stil, zonder het andere, met haar ogen open, en terwijl het nog door haar heen golfde, voelde ze hem op de rand. Ze voelde hem verstijven, half uit haar, en zag zijn gezicht, en daar zat alles in wat hij nooit zei.
'Laat het los,' zei ze.
'Toen wij kapot waren,' zei Nova, 'Marcia in april en ik met mijn schulden, toen was jij er. Elke keer.'
Marcia legde haar hand tegen zijn wang. 'Je hoeft niks meer te dragen, lieverd. Ik draag nu.' En daarna, met haar lippen tegen zijn oor: 'Blijf. Het mag. Ties krijgt de kamer.'
Nova legde haar hand op zijn rug.
Hij duwde zo diep als hij kon en kwam, in haar, lang en schokkend, met een geluid dat meer snik was dan kreun, en zij sloeg haar benen om hem heen en hield hem daar en voelde hem kloppen, stoot na stoot, warm tot in haar buik. Hij bleef in haar liggen.
Daarna was het stil. Ze hoorde de kachel afkoelen, het tikken van ijzer dat krimpt, en merkte dat de regen was opgehouden. Ze had tweeënhalf jaar gewacht op een deur die dicht bleef. Nu lag ze onder zijn gewicht, zijn hart tegen het hare, en liet de stilte duren.
Eerst was het alleen zijn adem, die haperde. Dan zijn schouders. Daarna huilde hij. Het kwam niet als water uit een kraan. Het kwam van onderen, uit een plek waar niemand bij had gemogen, tweeënhalf jaar lang, en het schudde hem zo dat het bed meeschudde. Hij zei niet waarom. Marcia hield zijn hoofd tegen haar hals en wiegde hem, heel klein, heen en weer, iets wat je doet zonder het te leren, en ze huilde mee zonder geluid. Buiten begon een merel. Het duurde lang. Nova wist niet wat ze moest doen, en bleef, met haar arm over hen allebei, en dat was het enige wat ze hoefde.
Toen het ophield, was het de stilte van een huis na de storm, als je de ramen nog niet durft open te doen. Joost haalde adem als iemand die net boven water komt. Marcia veegde met haar duim onder zijn ogen, links en rechts, zoals bij een kind na een prik, en hij liet het.
Daarna lag hij tussen hen in, een hand op elke buik. Het laken was nat en gekreukt.
'Je ruimt niet op,' zei Marcia.
'Nee,' zei hij. 'Het moet erin blijven.' Hij keek naar de balken. 'Ik word...' zei hij, en maakte het niet af.
Later, toen het licht wit werd, wisten ze zonder te vragen wat ieder nodig had. Joost wilde stilte, en gedragen worden zonder dat iemand het zei. Marcia zag de rode plekken op Nova's dij en op haar eigen billen en zei: 'Je was het waard,' tegen niemand in het bijzonder. Nova trok een trui aan en stond al bij de waterkoker, thee en ruimte, zoals altijd.
Marcia ging haar achterna. Ze pakte de fles olie van de vensterbank, warmde wat in haar handen en wees naar de deken voor de kachel. 'Liggen,' zei ze.
Nova keek haar aan alsof ze een andere taal sprak. 'Ik ben hier de masseuse.'
'Vanochtend niet.'
Nova ging liggen, op haar buik, en verstijfde onder de eerste aanraking, net als bij het pad. Marcia wachtte. Haar handen wisten wat een lichaam was; ze hadden alleen nog nooit iemand aangeraakt zonder reden. Ze zette haar duimen langs Nova's ruggengraat en zei: adem naar waar mijn hand ligt. Nova lachte, kort, om haar eigen zin. Ze ademde. Joost hield haar voeten vast, gewoon vast. Nova zakte weg onder hun handen.
'Zo voelt dat dus,' zei ze in de deken.
Ze vertelde het naar de as, zonder op te kijken, als iemand die in pleeggezinnen had geleerd dat je pas mocht blijven als je nuttig was. Zes jaar geleden was ze zwanger geweest. Zes jaar, had ze bij de stekjes gezegd, en nu wist Marcia waarvan. Haar ex wilde het niet. Ze was gegaan, alleen, met de bus, en daarna had niemand er ooit nog naar gevraagd. 'Het had geen naam,' zei ze.
In de kachel zakte een blok in de as. Nova trok de deken over haar schouder en hield de rand vast met twee vingers, zoals je een kind instopt.
Marcia stak haar hand uit, en Nova pakte hem.
'Sindsdien ga ik soms zitten waar een ander alleen zit,' zei ze. 'Op gangen. Met thee.' Ze zei niet welke gang. 'Ik wil geloven dat er wat blijft. Mag ik dat willen?'
'Ik hoor je,' zei Marcia.
Later moest ze plassen, en de wc van het huisje was bezet door Joost en de radiator, die hij toch moest ontluchten. Ze liep in Nova's trui naar buiten, op blote voeten in het natte gras, en hurkte achter de hottub met de stoom om haar knieën. Nova kwam erbij en hurkte naast haar, en daar zaten ze, twee vrouwen met hun billen in de ochtendkou, en Nova zei: 'Ogen open,' en Marcia schoot in de lach, en Nova ook, en ze lachten tot er tranen kwamen en ze niet meer wisten om welke van de twee ze huilden. Joost stond in de deuropening met drie bekers thee en keek, en ging niet breder staan. Er kwam niemand. Er hoefde niemand te komen.
Binnen stond Nova's tas bij de deur. Marcia zag het pas toen ze haar natte voeten op de mat afveegde: de rits dicht, de dikke jas eroverheen, de laarzen ernaast met de neuzen naar buiten. Nova zelf stond weer bij de waterkoker, met haar rug naar hen toe, en spoelde de bekers die Joost net had gevuld. Ze ruimde op. Wie opruimt, staat al bij de deur als het afgelopen is.
Joost draaide de radiator dicht en keek naar haar. Het was geen blik die hij verborg. Het was de blik van vannacht, toen hij in haar was gegleden, maar nu bij daglicht, op haar blote kuiten onder de trui, op haar vlecht die half los hing, op de handen die bekers spoelden die al schoon waren. Marcia zag het en wachtte op de steek. Hij kwam niet. Er kwam hitte, traag en zwaar, laag in haar buik, en ze begreep waar die vandaan kwam. Joost bij het water, die de tijd had genomen. De vreemden op het zandpad, en dat ze was blijven staan. Nova in de passpiegel, die naar haar keek en niet naar de oefening. Vannacht die twee, tegelijk. Ze was die weken zo vaak gewild dat er nergens meer een tekort zat. Ze had genoeg om te geven.
Ze liep naar het aanrecht en draaide de kraan dicht.
'Laat die bekers,' zei ze. Het was de stem van de passpiegel, kin omhoog, schouders naar achteren, en er kwam geen sorry achteraan. 'Je tas kan weer uit. Ik wil je hier. Niet als masseuse. Niet voor hem en niet voor mij. Voor ons drieën.'
Nova verstijfde, met haar natte handen boven de gootsteen. Een tel leek het of ze de jas zou pakken. Joost bewoog niet. Buiten druppelde de dakgoot, en in de kachel tikte het ijzer.
Toen droogde Nova haar handen af aan de trui. Ze liep naar de deur en ritste de tas open. Ze haalde er een tandenborstel uit, een roze, liep ermee naar de badkamer en zette hem in het glas, naast die van Marcia en die van Joost. Het tikte tegen het glas. Ze kwam terug, liep langs Marcia heen naar Joost, die nog bij de radiator stond, en kuste hem. Niet zoals vannacht, op aanwijzing, met de regels van de envelop. Ze kuste hem als een vrouw die komt halen wat al van haar was, met haar handen om zijn gezicht. Daarna draaide ze zich om naar Marcia en stak haar hand uit. Dat was haar antwoord. Het was het eerste wat ze in jaren had genomen zonder het eerst te verdienen.
Marcia pakte de hand. Ze leidde hen terug naar de deken voor de kachel, die nog warm was van de nacht, en trok de trui over haar hoofd, in het witte licht van het raam, en bleef zo staan. Ze liet zich bekijken, met haar armen langs haar lichaam en haar tepels hard in de koude kamer, door de twee mensen die ertoe deden, en ze voelde hun blikken als handen. Hier had het bos naartoe geleid: niet naar een zandpad met koplampen, maar naar deze kamer, waar zij besliste wie haar zag.
'Op je rug,' zei ze tegen Joost. Hij deed het, met een lach die hij niet kon houden, en ze zag hem hard worden onder hun blikken.
Ze ging niet op hem zitten. Ze knielde naast hem, trok Nova naar zich toe en kuste haar, lang, met haar hand in de losse vlecht, tot Nova in haar mond zuchtte. Daarna legde ze Nova's hand om Joost heen en haar eigen hand eroverheen, en samen streelden ze hem tot zijn heupen van de deken kwamen. De hitte in haar buik werd een kloppen. Het was haar man en het was haar vriendin, en ze gaf hem door als iets wat ze zelf had gemaakt.
Toen ging ze liggen en trok hem over zich heen. Hij gleed in haar, ze was nog nat van de nacht, en ze sloeg haar benen om hem heen. Nova lag tegen zijn rug, haar borsten tegen zijn schouderbladen, haar mond in zijn nek en haar hand tussen hen in, waar hij in Marcia verdween. Marcia voelde Nova's vingers bij elke stoot, en Nova's adem die sneller ging met de zijne, en ze keek over zijn schouder in Nova's ogen. 'Kijk maar,' zei ze. 'Hij is van ons.' Nova kreunde bij dat woord, en Joost ook.
Zij bepaalde het tempo. Ze hield hem in als hij wilde versnellen, ze liet hem los als Nova haar tanden in zijn schouder zette, en hij liet het gebeuren, deze keer zonder ergens halverwege weg te gaan. Toen ze voelde dat Nova het niet meer hield, rolde ze hem van zich af, naar Nova toe, en hield zelf Nova's knie open en keek hoe hij in haar gleed. Het gloeien werd zo groot dat ze kwam met haar eigen vingers, alleen van het kijken, van het geven. Daarna lagen ze in een kluwen waarin niemand nog wist wiens been van wie was, en hij kwam met een hand in elk van hun haren, en niemand trok zich terug. Er werd niets over gezegd.
Deze drie, zei ze in zichzelf, met haar wang op Joosts borst en Nova's hand in de hare. Dit kies ik.
Om twaalf uur pakten ze de auto in. De envelop ging mee, in Marcia's jaszak. De strip lag nog op de vensterbank, zeven dichte vakjes in het grijze licht. Niemand pakte hem in, en niemand gooide hem weg.
---
## Epiloog
Op maandag zetten ze samen de deur van de kleine kamer open. Joost draaide de radiator open, die tikte en suisde alsof hij jaren had gewacht. Marcia deed het raam open, en de lucht van november kwam binnen, nat blad en rook. Ze haalde het mutsje uit de kast en legde het op de vensterbank. Het wiegje stond nog in zijn doos.
Op veertien april, tweeënhalf jaar geleden, was Ties geboren. Twintig weken. Een jongetje, zo licht als een pak suiker, met vingers die al nagels hadden. Ze hadden hem één keer vastgehouden, in Deventer, in een kamer met een raam dat niet open kon. De maandag daarna was Joost weer aan het werk gegaan. Hij had de begrafenis geregeld, de formulieren, de kaartjes. Marcia had sorry gezegd, tegen de verloskundige, tegen haar moeder, tegen hem. Sorry dat haar lijf het niet had gehouden. Alleen niet tegen de vrouw met de blonde vlecht die die nacht op de gang naast haar was komen zitten, met thee uit een automaat, en niets had gevraagd. Een vreemde nog. Daarna hadden ze de deur dichtgedaan en het wij tegen de wereld genoemd.
'Ties,' zei Marcia, in de kamer. Hardop. De eerste keer sinds april dat zijn naam niet over later ging.
Joost stond in de deuropening met zijn handen om de deurpost. Hij zei niets. Hij hoefde ook niet.
Een man, een vrouw, een kind, zoals bij Gerda van nummer veertien: dat kwam niet terug. Er kwam geen tweede Ties. Wat kwam, als het kwam, kreeg een eigen naam. Ze kon er weer van dromen, en dat was meer dan ze in tweeënhalf jaar had gekund.
's Avonds streek ze een pleister op zijn duim, twee keer, langer dan nodig. Hij liet het laken liggen.
Thuis stonden drie tandenborstels in het glas, en niemand had erover gepraat. In de achtertuin, aan de waslijn, wapperde een zwart katoenen slipje in de wind, en ernaast een rood kanten ding van Nova, voor iedereen te zien. Gerda kwam langs met de buggy, keek op, aarzelde, en zwaaide.
Marcia zwaaide terug. Er was nog plek aan de lijn.