Door: Joris Avonturen
Datum: 02-04-2025 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 1753
Lengte: Kort | Leestijd: 4 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Amsterdam, Kort,
Lengte: Kort | Leestijd: 4 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Amsterdam, Kort,
Nieuwe Grond
Na drie jaar samen te zijn geweest met Kim, stond ik ineens alleen in een kamer op de bovenverdieping van een oud pand in de Jordaan. Hoe ik het heb geregeld voor die prijs—550 euro voor twee slaapkamers, een keukentje en een badkamer—weet ik nog steeds niet. Misschien lag het aan m’n glimlach. Misschien vond Tilly het gewoon gezellig om weer een jonge vent in huis te hebben. Ze is 77, een tikkeltje excentriek, rookt menthols en houdt van André Hazes. Maar ze is scherp. En warm.
Ik had net m’n tas op het bed gegooid toen ze aanklopte. Ze gaf me een kamerplant, “tegen het steriele.” Ik zette ’m op de vensterbank. Ding keek me net zo scheef aan als ik mezelf voelde.
Kim had het dus uitgemaakt. Of nou ja, ik had haar betrapt. Vreemdgegaan. Op m’n eigen fucking verjaardag. Ze had een andere gast in haar telefoon onder ‘Tamara’ opgeslagen. Vier jaar samen, en binnen 24 uur na haar vertrek zat ze bij die gozer achterop de scooter. En ik? Ik stond daar met m’n tandenborstel en een open doos vol herinneringen.
Ik moest de deur uit. Even m’n hoofd leegblazen. Tilly had gezegd: “Ga vanavond naar De Regenboog. Sam treedt op. Leuke jongen. Doet iets met muziek en z’n haar.” Ze knipoogde erbij. “En het is bier voor drie euro.” Ik was om.
Het waaide flink toen ik de hoek omsloeg. Café De Regenboog zat stampvol. Binnen was het zweterig en rumoerig. Alles rook naar bier, aftershave en een beetje peuk. Op het podium stond een jongen te zingen met een lach alsof-ie zijn publiek allemaal persoonlijk kende. En misschien was dat ook wel zo.
Hij heette Sam. En Sam had het soort uitstraling waar je moeilijk omheen kon. Goudeerlijk gezicht, losvallend blond haar dat net wat te goed zat, en een relaxte houding. Hij droeg een licht jasje, witte tee, lichtblauwe jeans. Zijn stem had iets warms, iets melancholisch zonder zeurderig te worden. Hij zong iets van Hazes Junior en alle meiden vooraan zongen woord voor woord mee. Ik hield m’n biertje wat strakker vast en keek.
Na zijn set kwam hij van het podium, liep recht op de bar af en bestelde een colaatje. Geen bier. Grappig. Ik stond ernaast.
“Je trekt een volle tent,” zei ik, half schouderophalend.
“Ach ja,” zei hij, “ze komen voor de schnabbels, niet voor m’n zang.”
Ik glimlachte. “Zeg dat tegen Tilly. Die vindt je stem belangrijker dan je kapsel.”
Hij draaide zich verbaasd om. “Wacht, jij woont bij Tilly?”
“Net ingetrokken. Boven.”
Sam lachte en sloeg met z’n vlakke hand op de bar. “Die vrouw is een legende. Ze gaf me m’n eerste peuk toen ik vijftien was.”
“Ze gaf mij een kamerplant.”
“En jij rookt niet?”
“Nee.”
“Dan is dat dus haar versie van liefde.”
We raakten aan de praat. Het klikte op een rare manier. Alsof we elkaar al kenden van een andere tijd. Sam was geen typische zanger. Hij werkte drie dagen in een kledingwinkel in de Negen Straatjes, schreef liedjes voor meisjes die hem dumpen en jongens die hij nooit zou krijgen, zoals hij het zelf zei. Hij had humor. En lef.
Op een gegeven moment vroeg hij: “Kom je straks mee naar m’n plek? Klein naborrelfeestje. Niks geks. Bier, muziek, beetje hangen.”
Ik twijfelde. Ik kende hier niemand. Mijn hoofd zat vol. Maar zijn blik was oprecht. Open. En ik dacht: waarom ook niet?
“Is goed,” zei ik. “Leid me rond.”
Ik had net m’n tas op het bed gegooid toen ze aanklopte. Ze gaf me een kamerplant, “tegen het steriele.” Ik zette ’m op de vensterbank. Ding keek me net zo scheef aan als ik mezelf voelde.
Kim had het dus uitgemaakt. Of nou ja, ik had haar betrapt. Vreemdgegaan. Op m’n eigen fucking verjaardag. Ze had een andere gast in haar telefoon onder ‘Tamara’ opgeslagen. Vier jaar samen, en binnen 24 uur na haar vertrek zat ze bij die gozer achterop de scooter. En ik? Ik stond daar met m’n tandenborstel en een open doos vol herinneringen.
Ik moest de deur uit. Even m’n hoofd leegblazen. Tilly had gezegd: “Ga vanavond naar De Regenboog. Sam treedt op. Leuke jongen. Doet iets met muziek en z’n haar.” Ze knipoogde erbij. “En het is bier voor drie euro.” Ik was om.
Het waaide flink toen ik de hoek omsloeg. Café De Regenboog zat stampvol. Binnen was het zweterig en rumoerig. Alles rook naar bier, aftershave en een beetje peuk. Op het podium stond een jongen te zingen met een lach alsof-ie zijn publiek allemaal persoonlijk kende. En misschien was dat ook wel zo.
Hij heette Sam. En Sam had het soort uitstraling waar je moeilijk omheen kon. Goudeerlijk gezicht, losvallend blond haar dat net wat te goed zat, en een relaxte houding. Hij droeg een licht jasje, witte tee, lichtblauwe jeans. Zijn stem had iets warms, iets melancholisch zonder zeurderig te worden. Hij zong iets van Hazes Junior en alle meiden vooraan zongen woord voor woord mee. Ik hield m’n biertje wat strakker vast en keek.
Na zijn set kwam hij van het podium, liep recht op de bar af en bestelde een colaatje. Geen bier. Grappig. Ik stond ernaast.
“Je trekt een volle tent,” zei ik, half schouderophalend.
“Ach ja,” zei hij, “ze komen voor de schnabbels, niet voor m’n zang.”
Ik glimlachte. “Zeg dat tegen Tilly. Die vindt je stem belangrijker dan je kapsel.”
Hij draaide zich verbaasd om. “Wacht, jij woont bij Tilly?”
“Net ingetrokken. Boven.”
Sam lachte en sloeg met z’n vlakke hand op de bar. “Die vrouw is een legende. Ze gaf me m’n eerste peuk toen ik vijftien was.”
“Ze gaf mij een kamerplant.”
“En jij rookt niet?”
“Nee.”
“Dan is dat dus haar versie van liefde.”
We raakten aan de praat. Het klikte op een rare manier. Alsof we elkaar al kenden van een andere tijd. Sam was geen typische zanger. Hij werkte drie dagen in een kledingwinkel in de Negen Straatjes, schreef liedjes voor meisjes die hem dumpen en jongens die hij nooit zou krijgen, zoals hij het zelf zei. Hij had humor. En lef.
Op een gegeven moment vroeg hij: “Kom je straks mee naar m’n plek? Klein naborrelfeestje. Niks geks. Bier, muziek, beetje hangen.”
Ik twijfelde. Ik kende hier niemand. Mijn hoofd zat vol. Maar zijn blik was oprecht. Open. En ik dacht: waarom ook niet?
“Is goed,” zei ik. “Leid me rond.”
Lees verder: Mark En Sam - 2: Niet Meer Terug
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10