Door: DarqMindFan
Datum: 08-03-2026 | Cijfer: 7.8 | Gelezen: 369
Lengte: Kort | Leestijd: 5 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Gangbang, Zwanger,
Lengte: Kort | Leestijd: 5 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Gangbang, Zwanger,
Vervolg op: Zwanger Op Mallorca - 13
Zwanger op Mallorca - deel 14 - Epiloog
Drie jaar later
De wachtruimte van Schiphol ruikt naar koffieautomaten, ontsmettingsmiddel en de muffe spanning van mensen die te lang hebben gewacht op hun vlucht. Sarah zit naast me op een harde plastic stoel, haar knieën tegen elkaar gedrukt, handen nerveus ineengevouwen in haar schoot. Ze draagt een simpele grijze joggingbroek en een oversized hoodie van mij, mouwen te lang, zodat haar handen erin verdwijnen. Haar haar is korter nu, tot op haar schouders.
Ze kijkt naar haar telefoon. Het schermpje licht op. Haar moeder belt via video.
Sarah ademt schokkerig in, veegt snel met de mouw over haar ogen, en drukt op ‘accepteren’.
Het gezicht van haar moeder verschijnt. Achter haar de woonkamer die we zo goed kennen: de bruine bank, de foto’s aan de muur, het speelgoed dat over de grond verspreid ligt. En dan komt Lucas in beeld. Twee jaar oud. Donkere krulletjes, olijfkleurige huid, ogen die te groot lijken voor zijn gezichtje. Hij zwaait met een plastic autootje, lacht breed, tandjes die nog niet helemaal goed staan.
“Mamaaa!” roept hij, met een stemmetje schel van blijdschap.
Sarah's adem stokt. Ze legt haar hand tegen het scherm, alsof ze hem door het glas heen kan aanraken.
“Hé lieverd,” fluistert ze. Haar stem breekt meteen. “Heb je het leuk bij oma?”
Lucas knikt wild, autootje bonkt tegen het scherm.
“Auto! Vroem!”
Haar vader komt erachter staan, zijn hand op haar moeder's schouder. Hij zegt niks, kijkt alleen maar.
Sarah probeert te glimlachen. Het lukt maar half.
“We moeten bijna gaan boarden, schatje. Over een dikke week zijn we weer thuis, oké? Dan gaan we samen naar het park. Met de schommel. Weet je nog?”
Lucas knikt weer, maar zijn aandacht is al weg. Hij rent naar iets anders in de kamer, autootje brommend.
Haar moeder buigt zich dichter naar de camera.
“Hij vraagt al de hele tijd naar jullie. Vooral naar jou, Sarah. Hij zegt ‘mama vlieg’. Hij snapt het nog niet echt.”
Sarah knikt. Tranen rollen nu vrij over haar wangen. Ze veegt ze niet weg.
“Ik mis hem zo,” fluistert ze. Haar stem is amper hoorbaar. “Elke minuut. Elke seconde.”
Haar moeder slikt zichtbaar.
“En… is het gelukt dit keer? Met… je weet wel.”
Sarah schudt haar hoofd. Langzaam. Een klein, kapot gebaar.
“Nee,” zegt ze zacht. “Nog niet.”
Stilte aan de andere kant. Haar vader legt zijn hand op haar moeder's arm, knijpt. Haar moeder probeert te glimlachen, maar het lukt niet echt.
“Dan proberen jullie het nog een keer,” zegt ze uiteindelijk. “Jullie zijn jong. Jullie hebben nog tijd.”
Sarah knikt. Maar haar ogen zijn leeg.
“We gaan terug naar hetzelfde hotel,” fluistert ze. “Misschien… misschien deze keer.”
Haar moeder zegt niks meer. Alleen een zachte zucht.
“We houden van jullie,” zegt ze dan. “Pas goed op elkaar.”
Het schermpje wordt zwart.
Sarah legt de telefoon in haar schoot. Staart ernaar. Tranen vallen op het glas, maken kleine plasjes.
Ik leg mijn hand op de hare. Ze trekt hem niet weg. Maar ze knijpt ook niet terug.
Drie jaar. Drie jaar van negatieve tests. Drie jaar van haar die ’s nachts wakker ligt en naar het plafond staart. Drie jaar dat ze Lucas vasthoudt alsof hij elk moment kan verdwijnen. Drie jaar dat ik moet toekijken terwijl ze langzaam breekt, en ik niks doe. Niks zeg. Niks verander. Omdat een deel van mij – dat zieke, rotte deel – nog steeds hoopt dat het daar in Mallorca weer gebeurt. Dat ze weer tussen hen in ligt. Dat ze weer smeekt. Dat haar lichaam weer lééft zoals het toen deed. En dat het dit keer opnieuw blijft hangen. Een tweede kind. Een meisje misschien. Een kind dat niet van mij is. En ik haat mezelf daarom. Maar ik kan het niet stoppen. Ik wil niet dat het stopt.
Ze kijkt op. Ogen rood, wimpers nat.
“Ik mis Lucas,” fluistert ze. “Maar ik mis ook… hoe het voelde. Toen. Daar. Dat ik… leefde.”
Ik slik. Mijn keel zit dicht.
“Ik weet het.”
Ze legt haar hoofd op mijn schouder. Haar haar ruikt nog steeds naar kokosshampoo. Naar thuis. Naar ons.
“Misschien lukt het deze keer weer,” zegt ze zacht. “Misschien een zusje voor Lucas.”
Ik knik. Zeg niks.
De omroep klinkt. Onze vlucht.
We staan op.
Ze pakt mijn hand. Voor het eerst in dagen knijpt ze echt.
We lopen naar de gate.
Lucas blijft bij haar ouders. Veilig. Geliefd. Ver weg.
Voor ons ligt Mallorca.
Hetzelfde hotel.
Dezelfde kamer.
Misschien zijn dezelfde jongens er weer?
En diep vanbinnen voel ik het weer.
Die zieke trots.
Die nooit meer weggaat.
We gaan terug.
Voor meer.
Voor een tweede kind.
Voor haar lichaam dat weer lééft.
Voor ons.
En ik laat het gebeuren.
Zoals altijd.
EINDE
Drie jaar later
De wachtruimte van Schiphol ruikt naar koffieautomaten, ontsmettingsmiddel en de muffe spanning van mensen die te lang hebben gewacht op hun vlucht. Sarah zit naast me op een harde plastic stoel, haar knieën tegen elkaar gedrukt, handen nerveus ineengevouwen in haar schoot. Ze draagt een simpele grijze joggingbroek en een oversized hoodie van mij, mouwen te lang, zodat haar handen erin verdwijnen. Haar haar is korter nu, tot op haar schouders.
Ze kijkt naar haar telefoon. Het schermpje licht op. Haar moeder belt via video.
Sarah ademt schokkerig in, veegt snel met de mouw over haar ogen, en drukt op ‘accepteren’.
Het gezicht van haar moeder verschijnt. Achter haar de woonkamer die we zo goed kennen: de bruine bank, de foto’s aan de muur, het speelgoed dat over de grond verspreid ligt. En dan komt Lucas in beeld. Twee jaar oud. Donkere krulletjes, olijfkleurige huid, ogen die te groot lijken voor zijn gezichtje. Hij zwaait met een plastic autootje, lacht breed, tandjes die nog niet helemaal goed staan.
“Mamaaa!” roept hij, met een stemmetje schel van blijdschap.
Sarah's adem stokt. Ze legt haar hand tegen het scherm, alsof ze hem door het glas heen kan aanraken.
“Hé lieverd,” fluistert ze. Haar stem breekt meteen. “Heb je het leuk bij oma?”
Lucas knikt wild, autootje bonkt tegen het scherm.
“Auto! Vroem!”
Haar vader komt erachter staan, zijn hand op haar moeder's schouder. Hij zegt niks, kijkt alleen maar.
Sarah probeert te glimlachen. Het lukt maar half.
“We moeten bijna gaan boarden, schatje. Over een dikke week zijn we weer thuis, oké? Dan gaan we samen naar het park. Met de schommel. Weet je nog?”
Lucas knikt weer, maar zijn aandacht is al weg. Hij rent naar iets anders in de kamer, autootje brommend.
Haar moeder buigt zich dichter naar de camera.
“Hij vraagt al de hele tijd naar jullie. Vooral naar jou, Sarah. Hij zegt ‘mama vlieg’. Hij snapt het nog niet echt.”
Sarah knikt. Tranen rollen nu vrij over haar wangen. Ze veegt ze niet weg.
“Ik mis hem zo,” fluistert ze. Haar stem is amper hoorbaar. “Elke minuut. Elke seconde.”
Haar moeder slikt zichtbaar.
“En… is het gelukt dit keer? Met… je weet wel.”
Sarah schudt haar hoofd. Langzaam. Een klein, kapot gebaar.
“Nee,” zegt ze zacht. “Nog niet.”
Stilte aan de andere kant. Haar vader legt zijn hand op haar moeder's arm, knijpt. Haar moeder probeert te glimlachen, maar het lukt niet echt.
“Dan proberen jullie het nog een keer,” zegt ze uiteindelijk. “Jullie zijn jong. Jullie hebben nog tijd.”
Sarah knikt. Maar haar ogen zijn leeg.
“We gaan terug naar hetzelfde hotel,” fluistert ze. “Misschien… misschien deze keer.”
Haar moeder zegt niks meer. Alleen een zachte zucht.
“We houden van jullie,” zegt ze dan. “Pas goed op elkaar.”
Het schermpje wordt zwart.
Sarah legt de telefoon in haar schoot. Staart ernaar. Tranen vallen op het glas, maken kleine plasjes.
Ik leg mijn hand op de hare. Ze trekt hem niet weg. Maar ze knijpt ook niet terug.
Drie jaar. Drie jaar van negatieve tests. Drie jaar van haar die ’s nachts wakker ligt en naar het plafond staart. Drie jaar dat ze Lucas vasthoudt alsof hij elk moment kan verdwijnen. Drie jaar dat ik moet toekijken terwijl ze langzaam breekt, en ik niks doe. Niks zeg. Niks verander. Omdat een deel van mij – dat zieke, rotte deel – nog steeds hoopt dat het daar in Mallorca weer gebeurt. Dat ze weer tussen hen in ligt. Dat ze weer smeekt. Dat haar lichaam weer lééft zoals het toen deed. En dat het dit keer opnieuw blijft hangen. Een tweede kind. Een meisje misschien. Een kind dat niet van mij is. En ik haat mezelf daarom. Maar ik kan het niet stoppen. Ik wil niet dat het stopt.
Ze kijkt op. Ogen rood, wimpers nat.
“Ik mis Lucas,” fluistert ze. “Maar ik mis ook… hoe het voelde. Toen. Daar. Dat ik… leefde.”
Ik slik. Mijn keel zit dicht.
“Ik weet het.”
Ze legt haar hoofd op mijn schouder. Haar haar ruikt nog steeds naar kokosshampoo. Naar thuis. Naar ons.
“Misschien lukt het deze keer weer,” zegt ze zacht. “Misschien een zusje voor Lucas.”
Ik knik. Zeg niks.
De omroep klinkt. Onze vlucht.
We staan op.
Ze pakt mijn hand. Voor het eerst in dagen knijpt ze echt.
We lopen naar de gate.
Lucas blijft bij haar ouders. Veilig. Geliefd. Ver weg.
Voor ons ligt Mallorca.
Hetzelfde hotel.
Dezelfde kamer.
Misschien zijn dezelfde jongens er weer?
En diep vanbinnen voel ik het weer.
Die zieke trots.
Die nooit meer weggaat.
We gaan terug.
Voor meer.
Voor een tweede kind.
Voor haar lichaam dat weer lééft.
Voor ons.
En ik laat het gebeuren.
Zoals altijd.
EINDE
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
