Sayyes ErnstJanl GiveAnd CarlH MauriceSex Only_seks Irwin92
Donkere Modus
Datum: 01-04-2026 | Cijfer: 9 | Gelezen: 618
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 10 minuten | Lezers Online: 1
Kris De Pijper zat die avond in zijn appartement, het licht van zijn laptop het enige dat de kamer verlichtte. Het was een doordeweekse dinsdag, en zoals zo vaak scrolde hij gedachteloos door een obscure chatsite voor mannen die van discrete ontmoetingen hielden. Geen foto’s, geen namen, alleen hints en verlangens. Hij was 32, slank gebouwd, met een jongensachtige grijns die hem altijd net iets te onschuldig deed lijken voor zijn leeftijd. Zijn bijnaam op de site was simpel: Kris De Pijper. En die naam had hij niet voor niets gekozen.

Plots verscheen er een bericht in zijn inbox. Geen profielfoto, alleen een username: **De_Onverbiddelijke_Zoener**. Het bericht was kort en direct:

> Hey Kris. Zag je profiel. Zin in een pijpdate vanavond? Restaurant De Groene Eik, 20:30. Ik betaal. Geen druk, maar ik beloof dat het onverwacht lekker wordt. Kom alleen als je durft. 😏

Kris aarzelde even. Een pijpdate in een restaurant? Dat klonk riskant, openbaar, spannend. Hij had al weken geen echte actie meer gehad. Zijn vinger zweefde boven de toetsen. Toen typte hij terug: “Oké. Ik kom. Hoe herken ik je?”

Het antwoord kwam meteen: “Ik herken jou wel. Draag iets makkelijks. En luister naar dit onderweg.” Er zat een link bij naar een oud nummer: *De Onverbiddelijke Zoener* van Lamp, Lazerus & Kris.

Kris klikte het aan. De eerste noten vulden zijn kamer. Een vrolijke, bijna spottende melodie. Hij kende het liedje vaag van vroeger – iets over een zoener die uit het duister opdook, zacht en onverwacht, terwijl iedereen schrok. “De bleekblauwe kanariepiet wil vluchten, maar hij kan het niet…” zong de stem. Kris lachte zachtjes. Hij trok een simpele jeans en een los shirt aan, geen ondergoed – voor de lol – en stapte in zijn auto. Het liedje bleef in zijn hoofd hangen. *Hij doet het zacht en onverwacht…*

Twintig minuten later zat hij aan een tafeltje in De Groene Eik, een knus restaurantje aan de rand van de stad, met uitzicht op het donkere bos erachter. Kaarslicht flakkerde. Kris nipte aan zijn wijn en keek rond. Toen voelde hij een hand op zijn schouder.

“Jij bent Kris De Pijper,” fluisterde een lage, warme stem. De man die tegenover hem ging zitten was ouder, misschien 45, breed gebouwd, met een stoppelbaard en ogen die glinsterden als hij lachte. Hij droeg een donker pak, geen stropdas. “Ik ben de Zoener. Fijn dat je gekomen bent.”

Het gesprek begon onschuldig. Ze praatten over werk, over de site, over wat ze allebei zochten. De Zoener bestelde een fles wijn en liet zijn been onder de tafel tegen dat van Kris glijden. Langzaam. Opbouwend. Kris voelde de warmte door zijn jeans trekken. De hand van de man vond zijn knie, streelde omhoog, maar stopte net onder de riem. “Rustig aan,” mompelde hij. “De avond is nog jong.”

Onder het voorgerecht begon de Zoener te neuriën. Het refrein van het liedje. “De onverbiddelijke zoener… duikt op uit het duister…” Kris grinnikte, een beetje zenuwachtig, een beetje opgewonden. De vingers van de man kropen nu hoger, streelden de binnenkant van zijn dij. Kris voelde zichzelf hard worden. Hij schoof ongemakkelijk heen en weer op zijn stoel.

“Je bent al nat,” fluisterde de Zoener toen het hoofdgerecht kwam. “Ik voel het door je broek.” Kris bloosde, maar zei niets. De hand verdween onder de tafel. Een discrete rits ging open. Kris hapte naar adem toen warme vingers zijn stijve pik omklemden, langzaam streelden, precies op het ritme van het liedje dat nu zachtjes uit de speakers van het restaurant leek te komen – of was dat alleen in zijn hoofd?

Het dessert sloeg hij over. De Zoener betaalde en trok hem mee naar buiten. “Laten we een wandeling maken,” zei hij. “Het bos achter het restaurant is perfect. Niemand komt daar ’s avonds.” Kris liet zich leiden. De wijn gonsde in zijn hoofd. Het liedje speelde nog steeds: *Hij doet het zacht en onverwacht… hij doet het meestal wijl hij lacht…*

Ze liepen het pad op, tussen de bomen door. De lucht was koel, de maan scheen door de takken. Na een paar minuten bleef de Zoener staan. Hij duwde Kris tegen een boomstam, kuste hem hard, zijn tong diep in zijn mond. Handen gleden onder zijn shirt, knepen in zijn tepels. Kris kreunde. Toen zakte de Zoener door zijn knieën, trok de jeans naar beneden en nam Kris’ pik in één beweging in zijn mond. Diep. Nat. Onverbiddelijk.

Kris greep de boom vast. “Fuck… ja…” Het was precies zoals het liedje beloofde: zacht, onverwacht, en de Zoener lachte erbij, een laag, triomfantelijk geluid terwijl hij zoog en likte. Kris kwam bijna klaar, maar de man stopte abrupt. “Nog niet,” zei hij. “Dit was pas het voorgerecht.”

Ze liepen dieper het bos in. Kris’ benen trilden. Plots bleef de Zoener staan bij een open plek. “Kleed je uit,” beval hij zacht. Kris aarzelde. “Hier? Nu?” De Zoener glimlachte alleen maar en trok zijn eigen jas uit. Voor Kris het wist, lagen zijn kleren op een hoopje. Naakt. De koele nachtlucht streelde zijn huid, zijn pik nog steeds stijf en glinsterend van speeksel.

De Zoener pakte zijn polsen, bond ze losjes met zijn eigen stropdas aan een lage tak. Niet te strak – Kris kon loskomen als hij wilde. Maar hij wilde niet. Nog niet. “Blijf hier,” fluisterde de Zoener. “De onverbiddelijke zoener komt terug. En hij brengt vrienden mee.” Toen liep hij weg, het duister in. Kris stond daar, naakt, alleen, zijn hart bonkend.

Minuten tikten voorbij. Het bos was stil, op het ruisen van de bladeren na. Toen hoorde hij voetstappen. Twee mannen stapten de open plek op. Groot, gespierd, naakt vanaf hun middel. Een van hen neuriede het refrein: “De onverbiddelijke zoener… de onverbiddelijke zoener…”

Kris’ mond werd droog. “Wat…?” Een van de mannen – een ruige vent met een dikke pik al half stijf – kwam dichterbij. “De Zoener zei dat je hier vrijwillig bent. En dat je goed kunt pijpen.” Hij greep Kris’ haar zacht maar dwingend en duwde zijn lul tegen zijn lippen. Kris opende zijn mond. De pik gleed naar binnen, dik, warm, zout. Hij zoog, eerst aarzelend, toen gretiger. De man kreunde en begon te stoten, langzaam, opbouwend.

Achter hem voelde Kris een tweede paar handen. De andere man knielde, spreidde zijn billen en likte zijn gat, nat en gulzig. Kris kreunde om de pik in zijn mond. Het was te veel, te lekker. Hij zoog harder, dieper, terwijl vingers in hem gleden, zijn prostaat masseerden. De eerste man kwam klaar met een diepe grom, vulde Kris’ keel. Hij slikte alles door, hoestend, tranen in zijn ogen.

Maar het stopte niet. Er kwamen er meer. Drie, vier, vijf – een hele reeks. Ze doken op uit het duister, precies zoals in het liedje. Elk met een ander formaat, een andere smaak, een andere ritme. Kris zat nu op zijn knieën in het mos, naakt, zijn polsen nog losjes vast, maar hij verzette zich niet meer. Hij was de onverbiddelijke zoener geworden – of misschien was hij altijd al voorbestemd om dat te zijn.

Een blonde man met een enorme lul duwde hem achterover op de grond. Kris lag op zijn rug, benen gespreid, terwijl de man boven hem knielde en zijn pik in zijn mond liet glijden. Tegelijkertijd voelde hij een andere pik tegen zijn gat drukken, langzaam naar binnen glijden. Dubbel gepenetreerd, gevuld aan beide kanten. Het brandde heerlijk. Hij zoog en kreunde tegelijk, zijn eigen pik hard en lekend op zijn buik.

“Moet je hem zien,” lachte een van hen. “De kanariepiet die niet meer wil vluchten.” Ze lachten, maar het was geen spot – het was bewondering. Handen streelden zijn borst, knepen in zijn tepels, trokken aan zijn ballen. Iemand nam zijn eigen pik in de hand en masturbeerde hem terwijl hij pijpte. Het ritme werd een symfonie: zuigen, likken, stoten, vingers overal.

Uren leek het te duren. Of misschien waren het maar minuten. Kris verloor elk besef van tijd. Pik na pik gleed zijn mond in. Hij proefde ze allemaal: zweet, voorvocht, zaad. Sommigen kwamen in zijn keel, anderen over zijn gezicht, zijn borst. Zijn eigen orgasme kwam in golven – de eerste terwijl twee mannen hem tegelijk neukten, de tweede toen een derde zijn pik diep in zijn keel ramde en hij zichzelf niet meer kon inhouden.

Tegen de tijd dat de laatste man zich terugtrok, lag Kris uitgeput in het mos. Naakt. Bedekt met sperma. Zijn lippen gezwollen, zijn gat kloppend, zijn lichaam trillend van genot. Het liedje echode nog in zijn hoofd: *Hij doet het zacht en onverwacht… hij doet het meestal wijl hij lacht…*

De Zoener kwam terug. Hij hurkte naast hem, streelde zijn wang. “Goed gedaan, Kris De Pijper. Je bent nu een van ons.” Hij maakte de stropdas los, hielp Kris overeind en gaf hem een lange, diepe kus. “Volgende keer… misschien in het openbaar. Zodat iedereen het kan zien.”

Kris lachte zwakjes, zijn stem schor van al het pijpen. “Wanneer is de volgende pijpdate?”

De Zoener grijnsde alleen maar. “Wanneer het duister roept.”

En ergens tussen de bomen begon het refrein opnieuw te spelen, zacht, spottend, onverbiddelijk.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Stiekem Gay Contact
Stiekem Gay Contact