Door: Sander13402
Datum: 13-04-2026 | Cijfer: 9.2 | Gelezen: 1150
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 13 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Kantoor, Marokkaans,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 13 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Kantoor, Marokkaans,
Vervolg op: Mijn Derde Baan - 3: Fatima
Fatima Ii
We zijn inmiddels twaalf jaar verder. Ik ben 43 jaar en nog steeds samen met mijn vrouw. Hoewel mijn vrouw en ik het samen goed hebben – we lachen om dezelfde flauwe grappen, we hebben een mooi huis met een tuin die we samen hebben aangelegd – is ons seksleven bepaald geen feest. Mijn echtgenote komt uit een streng gelovige omgeving. Seks is iets wat je in het donker doet, met het licht uit en de deur op slot. Alles wat verder gaat dan de missionarishouding vindt ze al gauw “te ver gaan”, “te wild”, “niet netjes”. Vandaar dat ik tijdens mijn huwelijk wel eens om me heen kijk.
De spanning in de dagen die volgden was bijna ondraaglijk.
Sinds die ene middag in de vergaderruimte – toen Fatima’s hand per ongeluk (of niet) langs mijn rug streek terwijl we over de kwartaalcijfers bogen voelde ik haar aanwezigheid overal. In de lift, in de kantine, zelfs in de stilte van mijn eigen kantoor. Ze zei niets expliciets, maar haar blikken waren langer geworden. Haar glimlach ietsje trager. En elke keer dat ze “Peter” zei, klonk het alsof ze eigenlijk iets heel anders bedoelde.
Donderdagavond.
De zon was allang onder. Het kantoor was leeg. Alleen de tl-bakken in de gangen brandden nog op de spaarstand, een kil, blauw licht dat lange schaduwen wierp over de lege bureaus. Ik zat nog achter mijn scherm, maar ik werkte allang niet meer. Mijn vingers lagen stil op het toetsenbord. Mijn hart sloeg te snel. Ik had haar een uur eerder een kort berichtje gestuurd: “Nog even bezig met de forecast. Blijf jij ook?” Ze had geantwoord met één emoji: de vuurvlam. Meer niet.
Ik keek op de klok: 21:47.
De airco zoemde zacht. Buiten tikte een late regenbui tegen de ramen. Ik stond op, liep naar het raam en staarde naar de donkere stad beneden. Mijn gedachten maalden. Wat deed ik hier eigenlijk? Een getrouwde man van 43, wachtend op een vrouw die veertien jaar jonger was, een collega, een moslima met een gouden ketting om haar hals en ogen die je konden verdrinken. Ik voelde een mengeling van schuld en opwinding die bijna misselijkmakend was. Mijn vrouw lag nu waarschijnlijk al in bed, met haar leesbril op, een boek over tuinieren op haar borst. En ik… ik stond hier te wachten op iets wat ik niet meer kon tegenhouden.
Toen hoorde ik het.
De lift pingde op onze verdieping. Voetstappen. Hoge hakken op het laminaat. Traag. Bewust.
Ik draaide me niet meteen om. Ik bleef bij het raam staan, mijn handen in mijn zakken, en luisterde hoe de voetstappen dichterbij kwamen. Ze stopten even voor mijn deur. Ik hoorde het zachte klikken van de deurklink.
Fatima stapte naar binnen.
Ze droeg die smaragdgroene blouse die ik al weken in gedachten had uitgekleed. De stof viel soepel om haar schouders, de kleur maakte haar olijfkleurige huid nog warmer, nog levender. Haar donkere haar was los, golfde over één schouder. Ze had haar jas al uitgetrokken; die hing nu over haar arm. Haar rok was zwart, strak, tot net boven de knie. Haar benen glansden in het zachte licht van mijn bureaulamp.
Ze sloot de deur achter zich. Het slot klikte opnieuw.
Ze zei nog niets. Ze keek alleen maar. Haar donkere ogen gleden langzaam over mijn gezicht, over mijn borst. Ze glimlachte, niet breed, niet spottend, maar alsof ze precies wist wat er in mijn hoofd omging.
“Je bent nog steeds hier,” zei ze zacht. Haar stem was lager dan overdag, heser.
“Ik zei toch dat ik nog bezig was,” antwoordde ik, maar mijn stem klonk schor.
Ze hing haar jas over de stoel bij de deur. Ze deed het langzaam, alsof ze me alle tijd wilde geven om naar haar te kijken. Daarna liep ze naar mijn bureau. Niet rechtstreeks. Ze maakte een kleine omweg langs de boekenkast, liet haar vingers over de ruggen van de ordners glijden. Alsof ze nog even de spanning wilde rekken.
Ik rook haar parfum al voordat ze dichtbij genoeg was. Iets warms, kruidig, met een zweem van vanille en sandelhout. Het vermengde zich met de lichte geur van regen in haar haar.
Ze bleef aan de andere kant van het bureau staan. Haar handen rustten licht op het hout. Haar nagels waren rood vandaag – een kleur die ik nog niet eerder bij haar had gezien. Ze hield haar hoofd een beetje schuin.
“Zullen we er niet te lang omheen draaien? Je weet waarom ik hier ben, Peter.”
Ik slikte. “Vertel het me toch maar.”
Ze lachte zacht, een laag geluid dat in mijn buik trilde. “Omdat je me al weken aankijkt alsof je iets van me wilt stelen. En omdat ik het je eindelijk wil laten doen.”
Ze liep nu om het bureau heen. Langzaam. Haar hakken tikten op de vloer. Bij elke stap voelde ik mijn hart harder slaan. Ze kwam naast me staan. Zo dichtbij dat ik de warmte van haar lichaam kon voelen, ook al raakten we elkaar nog niet aan.
“Enta harami,” fluisterde ze, nu zo dichtbij dat haar adem mijn oor raakte. “Je bent een dief, Peter. Je steelt mijn gedachten al weken. Elke vergadering. Elke koffiepauze. Zelfs in mijn dromen.” Haar adem streelde mijn gezicht en ik werd knettergeil van de geur van haar adem.
Haar vingers raakten heel licht de mouw van mijn overhemd aan. Een veertje. Meer niet. Maar het voelde als een elektrische schok.
Ik draaide me naar haar toe. We stonden nu oog in oog. Haar borsten rezen en daalden iets sneller dan normaal. Ik zag de ader in haar hals kloppen. Ik rook de warmte van haar huid.
“En jij?” vroeg ik schor. “Jij steelt niets?”
Ze boog zich iets dichterbij. Haar lippen waren vol, donkerrood, licht glanzend. “Ik steel ook. Maar ik geef het toe. Jij nog niet.”
Haar hand gleed nu over mijn borst, langzaam, omhoog naar mijn das. Ze pakte de das vast, niet hard, maar stevig genoeg om me duidelijk te maken dat ze me niet meer zou laten gaan.
“Zeg het,” fluisterde ze. “Zeg dat je me wilt.”
Ik voelde mijn weerstand breken. Al het schuldgevoel, al het verstand, alles smolt weg in de hitte die tussen ons opsteeg.
“Ik wil je, Fatima. Al maanden. Ik wil je zo erg dat het pijn doet.”
Ze glimlachte triomfantelijk. Haar ogen glansden.
“Dan neem je me nu.”
Ze trok zacht aan mijn das. Ik liet me meevoeren. Onze gezichten kwamen dichterbij. Ik voelde haar adem op mijn lippen. Nog een seconde. Nog een halve.
Toen kuste ik haar.
Het was geen zachte kus. Het was meteen vuur. Haar lippen waren warm, zacht en veeleisend tegelijk. Ze opende haar mond en ik proefde haar – koffie, lipgloss, iets zoets en verbodens. Mijn handen vonden haar middel. Ik trok haar tegen me aan. Haar lichaam drukte zich tegen het mijne, borsten tegen mijn borst, heupen tegen mijn heupen. Ze kreunde zacht in mijn mond, een geluid dat rechtstreeks naar mijn kruis schoot.
Ik trok haar nog dichterbij. Mijn handen gleden over haar rug, voelden de warmte door de dunne stof van haar blouse. Ze smaakte naar alles wat ik al die weken had gewild.
De kus duurde eindeloos. Tongen die dansten, lippen die zogen, tanden die zachtjes beten. Haar vingers groeven zich in mijn haar. Ik voelde haar hele lichaam trillen tegen het mijne.
Pas toen we allebei ademloos waren, lieten we elkaar los. Haar lippen waren gezwollen, haar ogen donker van lust.
“Nu,” fluisterde ze hees, “mag je me uitkleden.”
Ik trok haar naar me toe en kuste haar opnieuw, nog vuriger. Mijn handen vonden de knoopjes van haar smaragdgroene blouse. Eén voor één gleden ze open, traag, alsof ik elk moment wilde proeven. Toen de stof eindelijk openviel en ze zelf haar BH-sluiting opende, openbaarden zich haar borsten: stevig, prachtig, perfect appelvormig, met donkere tepels die al hard stonden van opwinding. Ik boog me voorover, nam een tepel in mijn mond en zoog ritmisch, terwijl mijn vrije hand over haar buik naar beneden dwaalde. Ik opende de rits van haar rok en liet die samen met haar slipje naar beneden zakken. Terwijl ze uit haar kleding stapte, streek ik met mijn vingers door haar donker krullende driehoekje. Ze was al nat. Warm. Zijdezacht. Haar adem stokte toen ik haar daar zachtjes begon te strelen.
Ik tilde haar op het bureau. Het mahoniehout kraakte zacht onder haar gewicht. Ik spreidde haar benen en knielde voor haar neer. Ik begon traag, verkennend. Mijn tong danste over de binnenkant van haar dijen, omhoog, steeds dichterbij, tot ik de geur van haar verlangen kon ruiken; muskusachtig, zoet, bedwelmend. Met mijn vingers opende ik haar voorzichtig. Mijn tong trok kringetjes rond haar clitoris, telkens nét niet aanrakend, tot ze kronkelde en haar vingers in mijn haar greep.
“Peter… alsjeblieft…” smeekte ze.
Ik negeerde haar. Ik vertraagde juist. Likte haar zacht, zoog, speelde met de gevoeligheid van haar knopje tot ze bijna huilde van verlangen. Pas toen ze echt smeekte, intensiveerde ik. Sneller. Dieper. Haar lichaam boog zich als een boog. Haar bekken duwde zich tegen mijn gezicht. “Zid… zid… meer!” gilde ze in het Arabisch. Toen kwam ze. Hard. Lang. Haar kutje kneep ritmisch om mijn tong terwijl ze “Ya Allah! Ana bamoot!” schreeuwde en haar hele lichaam schokte.
Terwijl ze nog naschokte, trok ze me aan mijn das omhoog. Ze kuste me langzaam, proefde zichzelf op mijn lippen, en daalde toen af. Ze schoof mijn broek omlaag en nam me in haar mond. Ze was meesterlijk. Ze nam alle tijd, bewoog haar lippen met zuigende kracht langs mijn hele lengte, terwijl haar tong cirkels draaide rond mijn eikel. Ze stopte regelmatig, likte de gevoelige onderkant en keek me uitdagend aan met die donkere, triomfantelijke ogen. Haar hand streelde mijn billen, trok me dieper. Ik begroef mijn vingers in haar donkere krullen en liet haar begaan tot ik bijna explodeerde.
Toen trok ik haar omhoog. Er was geen wachten meer.
Ik stootte diep bij haar naar binnen. De eerste stoten waren traag, diep, een verkenning van de hitte die ons omsloot. Ze sloot zich perfect om me heen. We vonden een ritme dat minutenlang aanhield, diep, traag, versmeltend. Onze blikken hielden elkaar vast. Ik genoot van elk detail: het zachte geluid van huid op huid, de geur van haar parfum vermengd met onze muskus, de manier waarop ze haar hoofd achterover wierp en zacht kreunde.
Plotseling duwde ze me weg. Haar ogen brandden. “Wara’i, Peter…!”
Ze draaide zich razendsnel op haar buik. Haar borsten drukten plat tegen het koele hout. Ze bracht haar heupen omhoog en presenteerde haar waanzinnige, ronde billen. Ik keek neer op de perfecte ronding van haar rug, de diepe welving van haar onderrug, de kleine pareltjes zweet die glinsterden in het lamplicht. Ik greep haar heupen en drong opnieuw in haar – dieper dan ooit. Ze kreunde luid. Het ritme werd woest. Ze kneep haar billen samen, smeekte in het Arabisch en Nederlands door elkaar: “Khidni… neuk me diep, ya habibi! La tstaf!”
Het was pure razernij. Geen collega’s meer. Geen bureau. Alleen wij.
Toen het moment kwam, spande haar lichaam zich als een veer. Ze schreeuwde het uit. Ik gromde en spoot diep in haar, golf na golf, terwijl haar kutje om me heen kneep in een eindeloze, huiverende climax.
Hijgend bleven we verstrengeld liggen. Ons zweet vermengde zich. Haar hartslag bonkte tegen mijn borst. Na een eeuwigheid draaide ze haar hoofd en keek me over haar schouder aan. Haar ogen waren wazig, maar triomfantelijk. Een sliertje haar plakte tegen haar slaap.
Ze raakte mijn wang aan. “Dahab,” fluisterde ze gebroken. “Dit was puur goud.”
In het zachte licht van de bureaulamp leek haar huid inderdaad te gloeien – als kostbaar, gesmolten metaal.
De spanning in de dagen die volgden was bijna ondraaglijk.
Sinds die ene middag in de vergaderruimte – toen Fatima’s hand per ongeluk (of niet) langs mijn rug streek terwijl we over de kwartaalcijfers bogen voelde ik haar aanwezigheid overal. In de lift, in de kantine, zelfs in de stilte van mijn eigen kantoor. Ze zei niets expliciets, maar haar blikken waren langer geworden. Haar glimlach ietsje trager. En elke keer dat ze “Peter” zei, klonk het alsof ze eigenlijk iets heel anders bedoelde.
Donderdagavond.
De zon was allang onder. Het kantoor was leeg. Alleen de tl-bakken in de gangen brandden nog op de spaarstand, een kil, blauw licht dat lange schaduwen wierp over de lege bureaus. Ik zat nog achter mijn scherm, maar ik werkte allang niet meer. Mijn vingers lagen stil op het toetsenbord. Mijn hart sloeg te snel. Ik had haar een uur eerder een kort berichtje gestuurd: “Nog even bezig met de forecast. Blijf jij ook?” Ze had geantwoord met één emoji: de vuurvlam. Meer niet.
Ik keek op de klok: 21:47.
De airco zoemde zacht. Buiten tikte een late regenbui tegen de ramen. Ik stond op, liep naar het raam en staarde naar de donkere stad beneden. Mijn gedachten maalden. Wat deed ik hier eigenlijk? Een getrouwde man van 43, wachtend op een vrouw die veertien jaar jonger was, een collega, een moslima met een gouden ketting om haar hals en ogen die je konden verdrinken. Ik voelde een mengeling van schuld en opwinding die bijna misselijkmakend was. Mijn vrouw lag nu waarschijnlijk al in bed, met haar leesbril op, een boek over tuinieren op haar borst. En ik… ik stond hier te wachten op iets wat ik niet meer kon tegenhouden.
Toen hoorde ik het.
De lift pingde op onze verdieping. Voetstappen. Hoge hakken op het laminaat. Traag. Bewust.
Ik draaide me niet meteen om. Ik bleef bij het raam staan, mijn handen in mijn zakken, en luisterde hoe de voetstappen dichterbij kwamen. Ze stopten even voor mijn deur. Ik hoorde het zachte klikken van de deurklink.
Fatima stapte naar binnen.
Ze droeg die smaragdgroene blouse die ik al weken in gedachten had uitgekleed. De stof viel soepel om haar schouders, de kleur maakte haar olijfkleurige huid nog warmer, nog levender. Haar donkere haar was los, golfde over één schouder. Ze had haar jas al uitgetrokken; die hing nu over haar arm. Haar rok was zwart, strak, tot net boven de knie. Haar benen glansden in het zachte licht van mijn bureaulamp.
Ze sloot de deur achter zich. Het slot klikte opnieuw.
Ze zei nog niets. Ze keek alleen maar. Haar donkere ogen gleden langzaam over mijn gezicht, over mijn borst. Ze glimlachte, niet breed, niet spottend, maar alsof ze precies wist wat er in mijn hoofd omging.
“Je bent nog steeds hier,” zei ze zacht. Haar stem was lager dan overdag, heser.
“Ik zei toch dat ik nog bezig was,” antwoordde ik, maar mijn stem klonk schor.
Ze hing haar jas over de stoel bij de deur. Ze deed het langzaam, alsof ze me alle tijd wilde geven om naar haar te kijken. Daarna liep ze naar mijn bureau. Niet rechtstreeks. Ze maakte een kleine omweg langs de boekenkast, liet haar vingers over de ruggen van de ordners glijden. Alsof ze nog even de spanning wilde rekken.
Ik rook haar parfum al voordat ze dichtbij genoeg was. Iets warms, kruidig, met een zweem van vanille en sandelhout. Het vermengde zich met de lichte geur van regen in haar haar.
Ze bleef aan de andere kant van het bureau staan. Haar handen rustten licht op het hout. Haar nagels waren rood vandaag – een kleur die ik nog niet eerder bij haar had gezien. Ze hield haar hoofd een beetje schuin.
“Zullen we er niet te lang omheen draaien? Je weet waarom ik hier ben, Peter.”
Ik slikte. “Vertel het me toch maar.”
Ze lachte zacht, een laag geluid dat in mijn buik trilde. “Omdat je me al weken aankijkt alsof je iets van me wilt stelen. En omdat ik het je eindelijk wil laten doen.”
Ze liep nu om het bureau heen. Langzaam. Haar hakken tikten op de vloer. Bij elke stap voelde ik mijn hart harder slaan. Ze kwam naast me staan. Zo dichtbij dat ik de warmte van haar lichaam kon voelen, ook al raakten we elkaar nog niet aan.
“Enta harami,” fluisterde ze, nu zo dichtbij dat haar adem mijn oor raakte. “Je bent een dief, Peter. Je steelt mijn gedachten al weken. Elke vergadering. Elke koffiepauze. Zelfs in mijn dromen.” Haar adem streelde mijn gezicht en ik werd knettergeil van de geur van haar adem.
Haar vingers raakten heel licht de mouw van mijn overhemd aan. Een veertje. Meer niet. Maar het voelde als een elektrische schok.
Ik draaide me naar haar toe. We stonden nu oog in oog. Haar borsten rezen en daalden iets sneller dan normaal. Ik zag de ader in haar hals kloppen. Ik rook de warmte van haar huid.
“En jij?” vroeg ik schor. “Jij steelt niets?”
Ze boog zich iets dichterbij. Haar lippen waren vol, donkerrood, licht glanzend. “Ik steel ook. Maar ik geef het toe. Jij nog niet.”
Haar hand gleed nu over mijn borst, langzaam, omhoog naar mijn das. Ze pakte de das vast, niet hard, maar stevig genoeg om me duidelijk te maken dat ze me niet meer zou laten gaan.
“Zeg het,” fluisterde ze. “Zeg dat je me wilt.”
Ik voelde mijn weerstand breken. Al het schuldgevoel, al het verstand, alles smolt weg in de hitte die tussen ons opsteeg.
“Ik wil je, Fatima. Al maanden. Ik wil je zo erg dat het pijn doet.”
Ze glimlachte triomfantelijk. Haar ogen glansden.
“Dan neem je me nu.”
Ze trok zacht aan mijn das. Ik liet me meevoeren. Onze gezichten kwamen dichterbij. Ik voelde haar adem op mijn lippen. Nog een seconde. Nog een halve.
Toen kuste ik haar.
Het was geen zachte kus. Het was meteen vuur. Haar lippen waren warm, zacht en veeleisend tegelijk. Ze opende haar mond en ik proefde haar – koffie, lipgloss, iets zoets en verbodens. Mijn handen vonden haar middel. Ik trok haar tegen me aan. Haar lichaam drukte zich tegen het mijne, borsten tegen mijn borst, heupen tegen mijn heupen. Ze kreunde zacht in mijn mond, een geluid dat rechtstreeks naar mijn kruis schoot.
Ik trok haar nog dichterbij. Mijn handen gleden over haar rug, voelden de warmte door de dunne stof van haar blouse. Ze smaakte naar alles wat ik al die weken had gewild.
De kus duurde eindeloos. Tongen die dansten, lippen die zogen, tanden die zachtjes beten. Haar vingers groeven zich in mijn haar. Ik voelde haar hele lichaam trillen tegen het mijne.
Pas toen we allebei ademloos waren, lieten we elkaar los. Haar lippen waren gezwollen, haar ogen donker van lust.
“Nu,” fluisterde ze hees, “mag je me uitkleden.”
Ik trok haar naar me toe en kuste haar opnieuw, nog vuriger. Mijn handen vonden de knoopjes van haar smaragdgroene blouse. Eén voor één gleden ze open, traag, alsof ik elk moment wilde proeven. Toen de stof eindelijk openviel en ze zelf haar BH-sluiting opende, openbaarden zich haar borsten: stevig, prachtig, perfect appelvormig, met donkere tepels die al hard stonden van opwinding. Ik boog me voorover, nam een tepel in mijn mond en zoog ritmisch, terwijl mijn vrije hand over haar buik naar beneden dwaalde. Ik opende de rits van haar rok en liet die samen met haar slipje naar beneden zakken. Terwijl ze uit haar kleding stapte, streek ik met mijn vingers door haar donker krullende driehoekje. Ze was al nat. Warm. Zijdezacht. Haar adem stokte toen ik haar daar zachtjes begon te strelen.
Ik tilde haar op het bureau. Het mahoniehout kraakte zacht onder haar gewicht. Ik spreidde haar benen en knielde voor haar neer. Ik begon traag, verkennend. Mijn tong danste over de binnenkant van haar dijen, omhoog, steeds dichterbij, tot ik de geur van haar verlangen kon ruiken; muskusachtig, zoet, bedwelmend. Met mijn vingers opende ik haar voorzichtig. Mijn tong trok kringetjes rond haar clitoris, telkens nét niet aanrakend, tot ze kronkelde en haar vingers in mijn haar greep.
“Peter… alsjeblieft…” smeekte ze.
Ik negeerde haar. Ik vertraagde juist. Likte haar zacht, zoog, speelde met de gevoeligheid van haar knopje tot ze bijna huilde van verlangen. Pas toen ze echt smeekte, intensiveerde ik. Sneller. Dieper. Haar lichaam boog zich als een boog. Haar bekken duwde zich tegen mijn gezicht. “Zid… zid… meer!” gilde ze in het Arabisch. Toen kwam ze. Hard. Lang. Haar kutje kneep ritmisch om mijn tong terwijl ze “Ya Allah! Ana bamoot!” schreeuwde en haar hele lichaam schokte.
Terwijl ze nog naschokte, trok ze me aan mijn das omhoog. Ze kuste me langzaam, proefde zichzelf op mijn lippen, en daalde toen af. Ze schoof mijn broek omlaag en nam me in haar mond. Ze was meesterlijk. Ze nam alle tijd, bewoog haar lippen met zuigende kracht langs mijn hele lengte, terwijl haar tong cirkels draaide rond mijn eikel. Ze stopte regelmatig, likte de gevoelige onderkant en keek me uitdagend aan met die donkere, triomfantelijke ogen. Haar hand streelde mijn billen, trok me dieper. Ik begroef mijn vingers in haar donkere krullen en liet haar begaan tot ik bijna explodeerde.
Toen trok ik haar omhoog. Er was geen wachten meer.
Ik stootte diep bij haar naar binnen. De eerste stoten waren traag, diep, een verkenning van de hitte die ons omsloot. Ze sloot zich perfect om me heen. We vonden een ritme dat minutenlang aanhield, diep, traag, versmeltend. Onze blikken hielden elkaar vast. Ik genoot van elk detail: het zachte geluid van huid op huid, de geur van haar parfum vermengd met onze muskus, de manier waarop ze haar hoofd achterover wierp en zacht kreunde.
Plotseling duwde ze me weg. Haar ogen brandden. “Wara’i, Peter…!”
Ze draaide zich razendsnel op haar buik. Haar borsten drukten plat tegen het koele hout. Ze bracht haar heupen omhoog en presenteerde haar waanzinnige, ronde billen. Ik keek neer op de perfecte ronding van haar rug, de diepe welving van haar onderrug, de kleine pareltjes zweet die glinsterden in het lamplicht. Ik greep haar heupen en drong opnieuw in haar – dieper dan ooit. Ze kreunde luid. Het ritme werd woest. Ze kneep haar billen samen, smeekte in het Arabisch en Nederlands door elkaar: “Khidni… neuk me diep, ya habibi! La tstaf!”
Het was pure razernij. Geen collega’s meer. Geen bureau. Alleen wij.
Toen het moment kwam, spande haar lichaam zich als een veer. Ze schreeuwde het uit. Ik gromde en spoot diep in haar, golf na golf, terwijl haar kutje om me heen kneep in een eindeloze, huiverende climax.
Hijgend bleven we verstrengeld liggen. Ons zweet vermengde zich. Haar hartslag bonkte tegen mijn borst. Na een eeuwigheid draaide ze haar hoofd en keek me over haar schouder aan. Haar ogen waren wazig, maar triomfantelijk. Een sliertje haar plakte tegen haar slaap.
Ze raakte mijn wang aan. “Dahab,” fluisterde ze gebroken. “Dit was puur goud.”
In het zachte licht van de bureaulamp leek haar huid inderdaad te gloeien – als kostbaar, gesmolten metaal.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
