
Mevrouw De Vries zat vooraan, tandeloos en opgewonden, haar rok al omhoog geschoven voordat de bus het parkeerterrein af reed. Naast haar zat meneer Van Ginkel, zijn hand tussen haar benen, vingers die langzaam in en uit haar gleuf gleden. “Vinger die ouwe hoerenkut maar, Van Ginkel,” mompelde ze terwijl ze uit het raam keek naar de snelweg. “Ik word nat van al die windmolens straks.”
Jolanda zat halverwege de bus, tussen twee bouwvakkers in die blijkbaar vrij hadden genomen voor dit uitje. Haar uniformjasje was open, een van de kerels had zijn dikke zwarte lul in haar hand en ze rukte hem traag terwijl ze met de ander zoende. Achterin had het gezin Van Dam zich geïnstalleerd: de moeder met de zoon op schoot, zijn lul half in haar kut terwijl de bus hobbelde over de weg. De dochter zat op haar knieën voor haar vader, pijpte hem met diepe, natte geluiden die boven het gebrom van de motor uit kwamen. Fikkie, het hondje, rende door het gangpad, snuffelend aan benen en af en toe likkend aan een bloot kontgat.
De chauffeur, een man van rond de vijftig die dit route al jaren reed en allang niet meer opkeek van wat er achter hem gebeurde, zette de radio wat harder. Een of ander oud Hollands liedje over molens en liefde. Ironisch.
Halverwege de rit stopte de bus bij een parkeerplaats voor een sanitaire stop. Maar sanitair was hier relatief. Mevrouw Bakker was meteen uit de bus, leunde tegen de zijkant en trok een bouwvakker mee. Hij ramde zijn enorme zwarte paal van achteren in haar harige kut, hard en snel, terwijl vrachtwagens voorbij raasden. “Ja, neuk me, zwarte stier! Vul die ouwe slet!” schreeuwde ze. Andere bewoners keken toe vanaf hun stoelen, sommige masturbeerden rustig mee. Een koorlid van donderdag – twee waren meegekomen voor de “culturele begeleiding” – zat op de treeplank en likte de kut van mevrouw Smit terwijl een oude man haar van achteren nam.
Terug in de bus werd het alleen maar erger. De lucht was dik van zweet, kut en sperma. De Vries had nu Van Ginkels lul in haar mond en zoog hem met gulzige, tandeloze halen. Jolanda was op een dubbele stoel gaan liggen, een bouwvakker neukte haar kut, een ander haar mond. Ze kreunde gedempt om zijn lul heen: “Vul me, jongens. Spuit die jonge kut vol.”
Bij aankomst op de Zaanse Schans was het een plaatje: groene weilanden, houten huisjes, windmolens die traag draaiden. Toeristen liepen rond met fototoestellen, Japanners, Duitsers, een paar Nederlanders. Maar De Zoete Gleuf-groep trok meteen aandacht. Of eigenlijk: de groep trok zich er geen reet van aan.
We begonnen bij een molen. Mevrouw De Vries wilde “het mechaniek van dichtbij zien”. In de schaduw van de wieken zakte ze door haar knieën en trok een voorbijlopende jonge toerist zijn broek omlaag. Ze nam zijn stijve lul in haar mond terwijl Van Ginkel achter haar ging staan en zijn oude pik in haar gleuf duwde. De toerist keek geschokt maar liet het gebeuren toen De Vries diep zoog. “Hollandse gastvrijheid,” mompelde hij in gebroken Engels.
Iets verderop, bij een kaasboerderij, had het gezin Van Dam een picknickkleed uitgespreid op een rustig grasveldje achter een schuur. De moeder lag op haar rug, zoon diep in haar kut, terwijl de dochter op haar gezicht zat en zich liet likken. De vader neukte een van de koorleden van achteren, haar rokje omhoog, witte blouse open. Fikkie likte enthousiast de ballen van de vader en de druipende kut van de dochter. Een groepje Duitse toeristen bleef staan kijken, eerst gegeneerd, toen gefascineerd. Een van de Duitse vrouwen trok haar man mee het struikgewas in.
Jolanda had twee bouwvakkers meegenomen naar een ander moleninterieur. Ze zat op handen en knieën op de houten vloer, een zwarte lul ramde haar kut, de andere haar mond. Het gekraak van de molen mengde zich met het natte klappen van vlees. “Harder, neuk die jonge hoer!” riep ze. Buiten stonden bewoners te wachten tot ze aan de beurt waren.
Mevrouw Kloosterman en Schouten hadden een bankje gevonden bij een gracht. Ze zat op hem, haar oude, hangende billen op en neer bewegend, zijn lul in haar kut. Een stelletje jonge Nederlandse dagjesmensen kwam voorbij en bleef staan. De man kreeg een stijve, de vrouw bloosde maar keek niet weg. Kloosterman wenkte ze: “Kom erbij, jongelui. Er is genoeg gleuf voor iedereen.” Binnen vijf minuten zat de jonge vrouw op haar knieën de lul van Schouten te likken zodra Kloosterman even opstond, terwijl haar vriend Kloosterman vingerde.
Ik liep rond als een soort losse supervisor, wat hier neerkwam op af en toe meedoen of gewoon toekijken. Bij een stroopwafelkraam stond mevrouw Smit met haar rollator. Ze had een jonge verkoper overgehaald om achter de kraam te komen. Hij neukte haar staand, haar rok omhoog, terwijl ze een stroopwafel at en kreunde: “Lekker, jongen. Vul oma’s kut met dat jonge zaad.”
Tegen de middag was de hele Zaanse Schans een verlengstuk van het tehuis geworden. Bij de grootste molen had zich een spontane groep gevormd: bewoners, bouwvakkers, koorleden, toeristen die meegezogen waren. Mevrouw De Vries lag op een houten bank, benen wijd, terwijl een zwarte bouwvakker haar tandeloze gleuf ramde met brute stoten. “Ja, scheur me open met die dikke negerlul!” gilde ze. Naast haar lag Jolanda, dubbel gepenetreerd door twee bouwvakkers. Het gezin Van Dam vormde een cirkel: vader in de kont van zijn dochter, zoon in de kut van zijn moeder, Fikkie likkend aan alles wat nat was.
Een gids probeerde nog een rondleiding te geven over de geschiedenis van de Zaanstreek, maar zijn stem brak toen een koorlid voor hem knielde en zijn broek open ritste. “Dit… dit is niet in de brochure,” stamelde hij, maar hij liet zijn lul pijpen terwijl hij doorratelde over windkracht.
De bus terug was een zweterig, plakkerig wrak. Iedereen zat of lag half ontkleed. Sperma liep over stoelen, kutten glommen, lullen bungelden. Mevrouw De Vries zat weer vooraan, nu met zaad op haar kin, en rookte een sigaret. “Mooie molens,” zei ze tevreden. “Vooral die ene die me net drie keer heeft laten komen.”
Jolanda lag uitgespreid over twee stoelen, een bouwvakker nog half in haar. Het gezin Van Dam sliep bijna, de dochter met haar hoofd op de schoot van haar vader, zijn slappe lul nog in haar hand. Fikkie lag tevreden onder een stoel, vacht plakkerig.
’s Avonds terug in De Zoete Gleuf zat ik op het balkon. De geur van het natuurgebied mengde zich met de lucht uit de bus die nog in mijn kleren hing. Mevrouw De Vries kwam naast me zitten, haar hand direct op mijn kruis.
“Zaterdag,” zei ze terwijl ze mijn lul tevoorschijn haalde en langzaam begon te rukken, “komt er een schoolklas voor een werkweek. Jongelui van zestien, zeventien. Frisse kutjes en harde jonge lullen.”
Ze zakte op haar knieën en nam me in haar tandeloze mond. Terwijl ze zoog keek ik uit over het donkere bos waar schaduwen bewogen en zacht gekreun opsteeg. Vrijdag in De Zoete Gleuf was geen uitje geweest. Het was een verplaatsbare orgie, een rijdende kut- en lulfabriek te midden van molens en toeristen.
Hier werd de Nederlandse folklore herschreven: niet klompen en kaas, maar zaad en gleuven, niet molens maar heupen die draaiden, niet geschiedenis maar pure, rauwe, ontremde lust.
Ik kwam klaar in haar keel. Ze slikte, likte haar lippen af en glimlachte. “Morgen wordt het pas echt leuk.”
Natuurlijk werd het dat. In De Zoete Gleuf werd het altijd leuker. Of viezer. Hier was er geen verschil meer.





