76.878 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Mini - 414

Door: Keith

Datum: 31-07-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 650
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 47 minuten | Lezers Online: 16

Vervolg op: Mini - 413

Vlak voor de afslag Veldhoven maakte ik Joline wakker. Een kreun was het antwoord. “Kun je me niet in de auto naar boven rijden, Kees? Dan stap ik op de slaapkamer wel uit en tuimel zó m’n bedje in.” “Nee schat. Dit Zweedse ding kan een boel, maar geen negen verdiepingen de trappen op rijden. En let op: hier komt de eerste verkeersdrempel…” Bonk-bonk; de auto veerde weliswaar prima, maar ik reed iets boven de maximaal toegestane snelheid. Zuchtend kwam Joline overeind. “Je blijft af en toe een lompe hork, Kees. Met je verkeersdrempels.” “Hé, die heb ik daar niet neergelegd, hoor. Dat is de Gemeente Veldhoven geweest, afdeling Verkeer. Of Rijkswaterstaat, als dat stukje weg buiten de gemeentegrens viel. Maar dat moet je maar op de website van het Kadaster opzoeken; daar bemoei ik me niet mee.” Weer een zucht volgde, daarna de volgende verkeersdrempel.
In mijn spiegel zag in Mocca overeind komen en zich uitrekken. “Hé mooie hond! Ook weer wakker?” Narrig reageerde Joline: “Natuurlijk is Mocca nu wakker. Als ik bijna tegen het dak van de auto stuiter bij de eerste verkeersdrempel… Achterin, nét buiten de wielbasis van deze mooie Volvo, wordt de verticale beweging van de auto nog eens versterkt. Kracht maal arm, weet je wel? Of had je tijdens die natuurkundeles weer eens al je aandacht voor een leuke klasgenote in een kort rokje?” Ik gromde wat. Even later reed ik de garagebox in. Mocca uitlaten hoefde niet; die had zich heerlijk uitgeleefd in Arkel.

Boven zei ik: “Ik kijk even de mail na, Joline…” “Prima, Kees. Eén keer in het weekend mag dat. Daarna koffie?” Ik knikte. “Lekker…” Ik opende de laptop. Mail van Brecht. ‘Hoi Kees. Kun jij vanavond nog even naar de kerk komen? En morgen je bugel meenemen? Hebben we het niet over gehad, maar ik heb wat leuks bedacht waar je me mee kunt helpen. Luister maar naar de bijlage. Doei!’ Een midi-file als bijlage… Die opende ik en het ‘Magnificat anima mea’ van John Rutter klonk. En er plotseling verrassend doorheen: de Lofzang van Maria uit het Liedboek.! Beide melodieën gingen nogal in elkaar op doordat het in Midi was opgenomen; daardoor was het wat moeilijk te onderscheiden welk nootje van welke melodie was. Nadeel van Midi. En het klonk bijzonder mechanisch… Nou ja, dat was ook een nadeel. Ik luisterde nog een keer en probeerde beide melodieën vocaal van elkaar te scheiden. Als Brecht op het orgel het Magnificat speelde, kon ik met de bugel rustig de Lofzang uit het liedboek spelen…
Ik pakte mijn telefoon en belde haar op. “Hé Brecht… Ik zit hier jouw ‘wat leuks' te beluisteren. Hoe had je dat voor je gezien?” “Simpel, Kees. Dit is de meditatieve muziek na de preek. Ik zet in met het Magnificat en jij speelt braaf de Lofzang er doorheen. Op de momenten die ik in de muziek heb gezet en ik het juiste tempo. Niet gaan improviseren, da’s mijn werk. Gewoon stom aan de noten vasthouden, Kees! Nou ja, zoals je vorig jaar altijd deed in feite. Ik hoor wel eens wat van Greet…” Ze lachte plagend en ik gromde: “Ik ga de opperwachtmeester eens tuchtigen op plekjes waar het best wel pijn doet bij een vrouw, denk ik…”
Brecht giebelde. “Weet je die te vinden dan? Jij was toch het toppunt van nerdheid? ‘Vrouwen zijn eng’ en zo?” Ze zweeg even. “Ik klets ook wel eens met Joline, zoals je hoort… Maar: kom je vanavond even? Rond acht uur.” “Is goed hoor. Daarna kun jij niet meer fatsoenlijk op die orgelbank zitten wegens chronische pijn aan je achterwerk, maar dat is jou probleem, dametje!” “Je neemt je lieve echtgenote maar mee. Die beschermt mij wel! Doeiii…” De bezettoon klonk. Nou ja zeg… Ik liep de kamer in. “Schat, ga je vanavond even mee naar kerk? Brecht heeft bescherming nodig.” Twee opgetrokken wenkbrauwen waren haar reactie en ik legde het even uit. “Há! Brecht heeft mensenkennis, da’s duidelijk… Maar wát spelen jullie dan, Kees?” Ik liet haar de midi-opname horen en Joline fronste.
“Dit is één grote muzikale brei voor mij, Kees… Kan er kop noch staart aan ontdekken.” Wacht maar tot je ons hoort vanavond. Dan snap je het wel.” “Hoe laat, Kees?” “Acht uur, riep mevrouw Solinge.” “Oké. Dan ga ik nu iets te eten maken. Niet te veel, want ik zit nog vol van de knabbels uit Arkel.” Even later stond er een schaal met boterhammen op tafel. Met een glas melk.

Daar kwam Mocca natuurlijk ook op af. Hij legde zijn bruine snoet op de rand van de tafel, 20 centimeter van de broodschaal verwijderd. “Mocca… Back.” De hond keek me aan, maar reageerde verder niet. Joline had meer overwicht. “Mocca… Zit.” Langzaam, en met duidelijke tegenzin, ging Mocca door de achterpoten. “Goed zo Mocca. Down.” En de hond ging liggen, zijn kop op de voeten van Joline. “Zo doe je dat, Kees…” Ze keek me plagend aan. “Tja, als ik moest kiezen tussen een simpele boterham met kaas of me verlustigen aan jou mooie voetjes, wist ik het ook wel, schat. Mijn voeten oefenen blijkbaar wat minder aantrekkingskracht op ons hondebeest uit. Hij zal wel naar Fred z’n redevoeringen over mijn vuile sokken hebben geluisterd.” Joline giechelde. “Slim dier. Maar dat wisten we al.”
Rustig etend keken we naar het nieuws. Daarna gaf ik Mocca zijn brokken en een verse bak water. Dat ging er goed in. Iets over half acht gingen we richting kerk, bugel en Mocca achterin. Brecht was al aan het spelen; we hoorden het ‘Magnificat’ van Rutter. Eenmaal binnen legde Brecht, op de orgelgalerij uit wat zij ‘bij elkaar gefantaseerd’ had. “Ik start met het ‘Magnificat’, Kees. Je weet wat dat is?” Ik knikte. “De lofzang van Maria, toen ze op bezoek was bij de zwangere Elisabeth. Hetzelfde lied als ik speel.” Brecht knikte. “Precies. En dat is ook het thema van de preek van morgen. Ik kreeg woensdag de orde van dienst van de dienst van Richard. Hij had daar ook de te lezen teksten in opgenomen, op mijn verzoek. En donderdagavond en- nacht, nadat ik thuiskwam, heb ik tot ongeveer half vier hieraan zitten werken. Gisteren links en rechts nog wat veranderd en vanmiddag was het klaar.” Ik zat haar aan te gapen. “Dit heb jij binnen…twee dagen geschreven, Brecht?”
Ze knikte. “Koptelefoon op, keyboard voor me en spelen maar. Mijn keyboard is met mijn computer verbonden; als ik speel zet de computer het meteen om in een partituur én maakt er een midi-file van.” Ze giebelde kort. “Bach had het moeilijker; die moest een stuk spelen en daarna alles met de pen noteren.” Ik schudde mijn hoofd. “Nou, voordat je mij alles over het leven van Bach gaat vertellen: eerst John Rutter aan het woord laten. Als jij me een seintje geeft wanneer ik in moet vallen… Want ik heb geen partituur voor m’n neus.” Ze greep een partituur van de muziekstandaard boven de orgelklavieren. “Je denkt toch zeker niet dat ik de beste bugelist van Veldhoven in z’n hemd laat staan hé?” Van beneden klonk Joline’s stem nogal spottend. “Nee, dan zou de parkeerplaats van onze flat wel héél snel volstromen met allerlei vrouwvolk. Allemaal vol verlangen om Kees in z’n hemd te zien…” Ik boog me over de balustrade. “Dank je schat. Da’s een lief compliment. Ik hou ook van jou.” We gaven elkaar een knipoog.

Brecht zuchtte. “Jullie zijn érg. Net een stel verliefde pubers. Aan ’t werk, Kees!” Ik bestudeerde de partuur even. De organist had het meeste werk: Rutters compositie was best pittig. De bugel hoefde alleen maar in te vallen om één regel te spelen, dan viel het orgel weer in. En even later de bugel. Wat ik op papier zag liep het geheel wel mooi vloeiend in elkaar over… “Let’s go, Brecht.” Ze zette in en mijn eerste regel naderde snel. Boven die regel stond ‘Mezzo piano’, oftewel ‘kalm aan met het volume’. Dat deed ik dus ook braaf. Brecht switchte snel van klavier: als ik speelde begeleidde zij rustig aan op het Rugwerk; John Rutter werd wat forser op het Hoofdwerk gespeeld. De laatste drie regels gingen voor mij via ‘Forte’ (stevig) en de laatste regel naar ‘Mezzo Forte’ oftewel: hard. En dat moest ook wel: de laatste maten van Rutter culmineerden ook qua volume. Het stuk nam bijna vier minuten in beslag. “Nou, da’s geen stukje muziek om bij te mediteren, Brecht! Sjongejonge…” Joline klonk plagend. Brecht keek om het orgel heen. “En dan te bedenken dat ik de helft van Rutter er uit heb gelaten, Jolien… Zijn Magnificat duurt ongeveer zes en een halve minuut…” Ik blies demonstratief uit. “Pfff… Maria had dan wel een lange adem.”
Brecht keek me aan. “Ken jij de achtergrond van deze muziek, Kees?” “Je bedoelt het Bijbelverhaal? In grote lijnen wel… Maria komt op bezoek bij haar ouwe nicht Elisabeth, die, ondanks haar hoge leeftijd zwanger is. En zodra zij daar binnenkomt, springt de baby van Elisabeth, die later Johannes de Doper gaat heten, op in haar schoot. Omdat hij voelt dat hij nu in het gezelschap van Jezus is. Jezus, die dan nog een foetus is in de schoot van Maria. En daarna zingt Maria haar lofzang, die in de loop der eeuwen door tientallen componisten op muziek is gezet.” Brecht knikte. “En juist het contrast tussen beide componisten, Rutter en de componist van de ‘traditionele’ versie, vind ik zo mooi. Rutter maakt er een muzikaal feestje van; de componist van de traditionele versie is juist heel ingetogen. Nogal Calvinistisch bijna.” Joline kwam de trap op lopen. “Ja, die Engelse muzikale feestjes ken ik ondertussen wel. Daar zijn oordoppen voor nodig!” We gniffelden. We namen het stuk nog twee keer door, en Brecht moest me soms corrigeren, maar over het algemeen ging het wel aardig, vond ik. Ik hoefde in de dienst verder niet te spelen. “Het is niet altijd feest, meneer Jonkman!” Brecht probeerde streng te kijken, maar dat mislukte nogal. Met name toen ik Joline tegen me aantrok en zei: “Met deze mevrouw naast me is het altijd feest, Brecht!” Ze bromde: “Ja, ik geloof dat ik daar wel beeld bij heb”, en keek snel naar haar muziek.

Wat Joline duidelijk op gedachten bracht. “Sorry als ik het recht op de vrouw af vraag en als ik er geen moer mee te maken heb, moet je het meteen zeggen, Brecht, maar… Heb jij al contact gehad met die bassist van de Houseband, Brecht?” Ze werd pioenrood. “Nee…” Het kwam er nogal benepen uit. Joline boog zich naar haar toe. “Toch, als je serieus bent, zul je dat moeten doen, Brecht. Laat hem merken dat je hem wel interessant vindt. Klets met hem over muziek. Ga eens mee met die sessies die Greet met de Houseband houdt, voordat ze in een dienst gaan spelen. Neem desnoods ook Greet in vertrouwen, net je mij deed…” Brecht keek twijfelend. “Ik weet ’t niet, Joline… Greet is nogal… recht voor haar raap als het om dat soort dingen gaat.” Ik schudde mijn hoofd. “Nee Brecht, nu moet ik jou even corrigeren. Ja, Greet is genadeloos eerlijk, maar ze zal je altijd steunen en helpen als ze kan. Jij staat bij haar op een nogal eenzaam voetstuk, schat. Toen jij er een paar maanden geleden de brui aan gaf en langs mij heen deze orgeltrap afstormde, heeft ze mij laten weten jou een enorm talent te vinden en dat het eeuwig zonde zou zijn als je dat talent door de plee trok. En als ik jullie samen hoor kletsen en spelen: één samenspel van muzikaal talent en ik zie twee mensen die elkaar enorm mogen. Heus… ga eens bij Greet te rade.”
Joline stond op en gaf Brecht een knuffel. “Doén, meisje. En als jij die knul zo aardig vind: Ga ervoor. Ja, je stelt jezelf weer eens kwetsbaar op en daar heb je een rot-ervaring mee gehad, maar je gaat jezelf voor je kop slaan als hij plotseling, gearmd met een andere leuke meid, de kerk in loopt. En nu dat mooie orgel uitzetten; we gaan naar huis. Morgen om 09:30 weer hier, dan kunnen jullie voor de dienst meneer Rutter nog even laten horen.” Brecht glimlachte, gelukkig. “Oké. Dankjewel voor de morele ondersteuning.”

Even later reden we naar huis en zachtjes hoorde ik naast me: “Die heeft het er moeilijk mee, Kees.” “Niet zo gek”, zei ik. “Een paar maanden terug is ze nogal hartgrondig bedonderd door een andere knul. En nu wéér jezelf in een wespennest steken? Dan zou ik ook schichtig worden, Jolien.” Ze glimlachte, maar zei niets. Eenmaal thuis lieten we Mocca nog even uit; daarna maakte ik de bugel schoon en zette hem klaar bij de deur. Joline had ondertussen twee bekers melk warm gemaakt, die we op de bank opdronken. Daarna snel en kort douchen en om half elf lagen we in bed. “We zouden in feite nu een rekening moeten indienen bij de NS, Kees…” “Bij de NS? Ik sta op een bugel te toeteren, schat. Niet op een conducteursfluit te blazen.” Joline giebelde. “Klopt. Maar we zijn weer aan het koppelen… Weet je nog wat Rob zei toen wij hem op Melissa attent maakten, die ochtend dat hij terugkwam? ‘Werk je bij de NS, zus? Nee? Wil je dan ophouden met koppelen?’ Vandaar, schatje.”
Ik bromde: “Dan heeft de NS al een behoorlijke betalingsachterstand bij ons, Jolien…” Ik telde op mijn vingers. “An en Henry. Een beetje Claar en Ton. Een beetje Rob en Mel. Een beetje Marion en André. Lot en Rogier hebben het zelf uitgedokterd, dat heeft ons alleen twee koppen koffie langs de oever van een stuwmeer gekost; Mar en Gerben: ja, die moesten we een duwtje in de rug geven. Dus…” “Hoho, meneertje. Vergeet Adri en Ingrid niet.” Ik humde. “Ook die hebben het helemaal zelf uitgedokterd, schat. Oké, misschien ten koste van een Rododendron in de voortuin van je ouders, maar ze zaten al druk te klefbekken voordat ik naar ze op zoek ging op onze bruiloft. Hoe dan ook: ik ga eens een gepeperde rekening naar de NS sturen.”
Ze kroop tegen me aan. “Prima. En nu gaan we lekker slapen, schatje. Het was me het dagje weer wel. Ontbijten met Mar, Lot, Gerben en Rogier en Irene, vervolgens Adria over de vloer, een middagje schieten in Arkel om te eindigen met een mengeling van John Rutter , Brecht en Kees. Waar is de tijd gebleven dat ik op zaterdag lekker kon uitslapen tot een uur of elf met Balou tegen me aan en de rest van de zaterdag heerlijk kon bankhangen met een goed boek en af en toe een kopje thee wat Ma liefdevol voor me neerzette?” Ik omarmde haar. “Dat heb je allemaal overboord gesmeten toen je een slecht vriendje met een motor mee naar huis nam, schatje. En toen je een paar maanden later weer met een ander vriendje thuiskwam, was er van ‘bankhangen’ geen sprake mee, behalve als datzelfde vriendje je weer eens moest straffen op diezelfde bank. Na een nogal kliedernat verlopen wandeling…”
Ze giebelde in mijn nek. “Ja. Stom van me. Maar goed, er staan soms wel wat leuke dingetjes tegenover, laten we het daar maar op houden. En nu rap omdraaien, Kees Jonkman! Ik weer iets de kop opsteken en als we daarmee beginnen slapen we om twee uur nog niet!” Ik gaf haar een zoentje. “Nou ja, da’s altijd nog beter dan de kerkklok half vijf te horen slaan, schat.” Ze snoof en draaide zich om. “Lekker slapen, Kees. Morgen even rustig aan doen. Dan nog één week hard werken en dan twee weken rust.” “Ja. Heb ik ook wel zin in, schat. Welterusten.” Behalve zo af en toe een bonk uit de mand van Mocca was het verder die nacht vrij stil in huize Jonkman in Veldhoven…

Zondagochtend: thee op bed, douchen, aankleden. Ik trok mijn lichtblauwe pak weer eens aan. Geen stropdas, maar een witte coltrui onder het jasje. Joline droeg een mooie rok en één van haar Noorse truien: rood met gebreide figuurtjes er op. Haar haren in twee lange vlechten. “Schat… Je zit er weer heerlijk uit.” Ze glimlachte. “Hard nodig. Om mijn vent bij me te houden.” Ze gaf me een speels zoentje. “En nu: ontbijten!” En om half tien liepen we de nog stille kerk binnen. Brecht was al boven. “Goeiemorgen samen!” We liepen de trap van de galerij op en Mocca trippelde meteen naar Brecht. “Hé Moccaatje… Zijn ze een beetje aardig voor je geweest vannacht?” De hond kwispelde en liet goed merken dat hij de aandacht wel prettig vond. Hij draaide op zijn rug en liet zich heerlijk verwennen.
Tot Joline hem tot de orde riep. “Mocca… bij mij. Brecht: jij moet nog spelen vandaag. Als je zo doorgaat is Mocca kaal en zijn jouw vingers versleten van al dat geaai.” Brecht keek op. “Het zal wel meevallen. Kees is nog lang niet kaal en jouw vingers zitten er ook allemaal nog aan.” Ik onderschepte een waarschuwende blik van Joline en slikte een ondeugende opmerking maar in. En pakte mijn muziek. “Nou, je hoort het, Brecht. Aan ’t werk.” We namen de Lofzang van Maria nog even door en het viel me op dat Brecht er tóch nog wat andere variaties in aan had gebracht. En aan het eind van het stuk zei ik dan ook: “Hé dame… Wil jij je ook stug vasthouden aan de nootjes die meneer Rutter aan het papier heeft toevertrouwd? Anders raakt deze jongeman een beetje in de war.” Brecht gniffelde. “Gisteravond nog wat zitten spelen met die nootjes, Kees. En wees niet bang: die staan keurig op papier.”
Ze wees op haar partituur. “Die ik vannacht opnieuw heb geprint.” Ik zuchtte. “Jaja… Jij met versie 3.2 en ik heb versie 2,3 voor m’n neus. Ik hoop dat een en ander compatibel is!” Joline knikte. “Wát het verschil ook was: Dit is prachtig, Brecht. Niks meer aan doen.” Ze bloosde. “Ik hoop dan maar dat de rest van de gemeente dat ook vindt.” “Nou, één fan heb je al, Brecht!” Vanuit de deuropening kwam de stem van de koster en Brecht bleef rood. “Nou, dame, pak de rest van de muziek en zet die klaar. Daarna nog even wat drinken en om tien voor tien gereed zitten. Kóm. Jij ook, Kees.” Samen liepen we omlaag. Even plassen, een flesje water vullen… en nog even kletsen met een paar vroege kerkgangers. Ik zag Jackie Moes binnenkomen. Met in haar kielzog haar zoon Ben, gearmd met een jonge vrouw.
“Hoi Kees. Mag ik je voorstellen aan mijn vriendin Annemarie Brinkman?” Annemarie, dit is Kees Jonkman, hardloopbeul van beroep.” Ik schudde haar hand. “Gelukkig is dat niet m’n beroep Annemarie, maar m’n hobby. Maar ja, als er lui zijn die flink afgeknepen willen worden, zeg ik daar geen nee tegen…” Ze lachte vriendelijk. “Ik heb zo links en rechts wat over jullie gehoord. Aangenaam, Kees.” “En jij bent ook wiskunde-docent, begreep ik?” Ze knikte. “Ja. Alleen op een andere school. Gelukkig. Want een relatie op het werk is minder handig, zeker als je nauwlettend in de gaten word gehouden door tientallen pubers.” Ik schoot in de lach. “Ja, dat begrijp ik wel… Ik zal je voorstellen aan mijn echtgenote Joline.” Ben bromde. “Ja, hou op, schei uit. Onze sprintbeul…” Joline kwam erbij staan en die maakte ook kennis met Annemarie. En Annemarie maakte kennis met Mocca. Althans: zonder oogcontact met Mocca te maken vroeg ze: “En dit is jullie Hulphond-in-opleiding? Ik zal ’m niet afleiden.” Joline knikte. “Dat doe je prima. Straks, na de dienst, mag je even nader met ‘m kennismaken als je dat wil. Nu gaan wij naar boven; ik ga Kees aan het werk zetten. Húp, echtgenoot, naar je bugel toe.” We liepen de kerk in en de trap op. Brecht kwam even later ook boven en pakte een partituur. ‘Festive Trumpet Tune’ van David German. “Hé, die ken ik… Mag ik meedoen, Brecht? De sopraanpartij?” Ik wees en zij knikte. “Prima. Heb ik wat meer rust… Ehhh… Over twee minuten beginnen we. Het stuk duurt niet zo lang.”

Ze grinnikte. “Ik heb de ouderling van dienst wat over dit stuk ingefluisterd.” Ik trok mijn wenkbrauwen op en Brecht verklaarde: “Als het orgel voor de dienst speelt, beschouwen de kerkgangers dat vaak als ‘wallpapermusic’ en kletsen er vrolijk doorheen. Wat ik graag zou willen is dat de muzikale bijdragen van de organist ook door de gemeente worden beschouwd als integraal onderdeel van de Eredienst. Dat er uit blijkt dat de organist óók over het thema van de dienst heeft nagedacht en er niet maar een beetje op los fantaseert of een ‘leuk moppie’ speelt, zoals Greet dat noemt.” Ze glimlachte even. “En daarom wil ik graag dat de ouderling van dienst hier in zijn of haar welkomstpraatje in een paar zinnen aandacht aan besteed. Of dat het op de beamer wordt gezet, ook goed.” Ik knikte langzaam. “Ik sta daar helemaal achter, Brecht. Prima plan. Op die manier wordt de dienst nog veel meer een integraal geheel.”

Ze ging op de orgelbank zitten. “Kom, we hebben nog 25 seconden, dan moet meneer German te horen zijn. Blaas die bugel van je schoon en sta klaar.” “Zeker mevrouw…” Ik grijnsde. Het geroezemoes uit de kerk was nu al weer goed te horen. Brecht trok er nog een paar registers bij en ik zag welke. Op het Hoofdwerk de Mixtuur, de Trompet, de Prestant en de Quintadeen 16’, op het rugwerk de Holpijp, Nasard en Duciaan en op het pedaal de Bazuin en Mixtuur 16’ en de Trompet 8’… Oei, Kees, dat wordt fors blazen! Brecht gaf de maat aan en telde met één hand af. Drie… twee…één… Samen zetten we fors in, de bugel het sopraanthema, het orgel de rest. Na het eerste ‘couplet’, bij maat 10, werd het thema herhaald en bliksemsnel trok Brecht de koppel tussen hoofd- en rugwerk uit. Het orgel knalde nu de kerk in! Vanaf maat 19 had ik even rust; het orgel speelde nu alleen, afwisselend ingetogen en dan weer voluit.. Bij de ingetogen delen hoorde je het nasale geluid van de Nasard 8’ goed. En bij maat 33 moest ik weer aan het werk: en stevig! Het stuk culmineerde in een akkoord van 9 stemmen op het orgel met bijna alle registers in gebruik en dan kwam de bugel er nog een keer bij! Brecht lette goed op mij: ik gaf met een cirkelvormige beweging van de bugel aan dat mijn adem bijna op was en ze gehoorzaamde braaf. De klank van het laatste akkoord bleef nog even in de kerk hangen. Poeh… Hevig!
De kerkenraad liep de kerk in en de ouderling van dienst ging achter de microfoon staan. “Gemeente, goedemorgen en welkom hier. Ook degenen die via Internet met ons verbonden zijn…” Hij ging verder met mededelingen over zieken in de gemeente, vervolgens kondigde hij een vergadering aan en eindigde met: “Voorganger in deze dienst is onze eigen predikant. Het thema van deze dienst is de ontmoeting tussen de zwangere Elisabeth en haar eveneens zwangere familielid Maria. Een feestelijke gebeurtenis; zelfs de nog ongeboren Johannes lag te dansen in de schoot van zijn moeder. En dat het feestelijk was, hebben we zojuist gehoord met de ‘Festive Trumpet Tune’ van de componist David German, prachtig gespeeld door Brecht en Kees. Ons intochtslied is lied 121, vers 1 en 4.” Hij zweeg even en vervolgde, met een blik op de orgelgalerij: “Ik hoop dat Kees nog adem over heeft voor de rest van de dienst.” Vanuit de kerk klonk er een lachsalvo. “Namens de kerkenraad mag ik u een gezegende dienst wensen.”
Achter het orgel zat ook Brecht breeduit te lachen, daarna legde ze haar handen op het klavier en speelde het voorspel. “God lof! Nu is gekomen…” Een opgewekte melodie. Ik las snel de tekst van vers vier. Die ging over armen en verdrukten die vanaf de 5e regel te horen krijgen dat ze de Heer mogen verwachten. Een boodschap die de bugel zou kunnen onderstrepen… Ik stond op bij het 4e couplet en knipoogde naar Brecht. Zij speelde onverdroten door en ik viel bij de 5e regel in. Helder. Brecht speelde niet hard, dus ik kon goed over het orgel heen spelen. En toen het gezang ten einde was, kreeg ik een goedkeurende blik van zowel Joline als Brecht. Richard leidde de dienst zoals gewoonlijk: rustig, met een mooie afwisseling van gebeden, zingen en lezingen. Hij begon zijn preek zoals gewoonlijk met een actuele gebeurtenis: “Gemeente… Toen wij een paar jaar getrouwd waren, werd Anke op een gegeven moment elke ochtend misselijk wakker. Niet fijn voor haar. Dat duurde een paar dagen, tot ze op een gegeven moment tegen me zei: “Schat… Volgens mij is het zover. Ik denk dat ik zwanger ben.” Enfin, zo’n test bracht duidelijkheid, een bezoek aan onze huisarts nog meer. En natuurlijk was ik blij; we zouden samen een kind mogen krijgen en opvoeden! Maar het was voor mij allemaal nog té abstract, dus ik ging met frisse tegenzin mee naar de Prenatal, het Kruidvat, de kringloopwinkel om allerlei spulletjes te kopen. Ik had er nog weinig beeld bij. Anke mopperde in die tijd nog wel eens op mij: ‘Jij mag ook wel eens iets voor de kost doen, hoor. Ik moet elke ochtend naar het toilet rennen, ik word zwaarder, ik voel allerlei dingen in mijn lichaam gebeuren en jij loopt al te griepen als we spullen moeten kopen voor de babykamer!’ Kortom: het knalde nog wel eens in ons kleine huis…” Hij keek de kerk in. “Hoewel wat laat, maar alsnog sorry, schat.” Ik volgde zijn blik en zag Anke nog nét iets tegen iemand zeggen die naast haar zat, een brede lach op haar gezicht. Richard vervolgde: “En na een aantal weken mochten we in het ziekenhuis een echo laten maken. En toen ik op dat beeldschermpje iets onduidelijks zag bewegen… pas toen knalde het er bij mij hard naar binnen: ik word vader! En vanaf dat moment veranderde er een boel en liep ik ’s middags na mijn werk ook de Etos binnen of de Prenatal om tussen de babyspullen te snuffelen. Of de kringloopwinkel om te kijken naar knuffels… Toen ik deze preek voorbereidde zat ik al diep in de Theologie gedoken, toen ik me dat gevoel plotseling herinnerde: de gedachte die op die ziekenhuiskamer bij me naar binnen knalde: ik word vader! Een van de mooiste momenten van mijn leven…”
Hij zweeg even en vervolgde toen: “Vanaf dat moment waren we sámen zwanger. Nou ja, fysiek niet helemaal…” Een lach steeg op uit de kerkzaal. “Anke moest het zware werk doen. Tijdens de zwangerschap, tijdens de bevalling en daarna ook. Want die lange jongeman die u nu kent als onze zoon Theo was als baby niet de makkelijkste. Maar dat is voor een andere preek, en die preken hou ik thuis wel. Terug naar Elisabeth en Maria. Elisabeth… Volgens de evangelist een ‘vrouw op leeftijd’. Iemand die de hoop al had opgegeven om ooit nog een kind te baren.
Hoe oud? Men leefde in die tijd niet zo lang. Misschien was ze veertig, vijftig misschien? Ook nu een leeftijd waarin een vrouw in feite afgeraden wordt om nog zwanger te worden. Maar in die tijd liep je dan al redelijk tegen je pensioenleeftijd aan. Met dien verstande dat er geen pensioen was. En Maria? Volgens diezelfde evangelist ‘een jonge vrouw’. Ik heb het eens uitgezocht: volgens sommige schrijvers zal ze hooguit 15 geweest zijn, anderen schatten haar nog jonger of net een paar jaar ouder, maar hoe dan ook: volgens onze maatstaven was ze nog bijna een kind.
Als je dochter op haar 15e thuiskomt met de mededeling dat ze zwanger is, gaan er momenteel wenkbrauwen nogal fronsen. En dát meisje gaat naar haar oude nicht, die ook zwanger is. Waarom? Om raad te vragen? Zodat ze niet naar haar ouders hoefde? Die worden in het evangelie niet genoemd. ten slotte had Maria te horen gekregen dat haar zwangerschap niet van een man kwam, maar door Gods hand. Dan kun je misschien het beste bij je oude nicht te rade gaan: een ervaren vrouw, tevens de vrouw van een priester, en bovendien een paar maanden verder in haar zwangerschap… Een prima adres voor goede raad, zou je denken…”

Ik zat erover na te denken terwijl Richard de theologische diepten opzocht. Ja, daar had hij wel een punt. Elisabeth als een soort vertrouwenspersoon… Want wie zou het verhaal van die ‘onbevlekte ontvangenis’ geloven? Waarschijnlijk niemand. Sterker nog: zelfs Jozef geloofde er in eerste instantie geen biet van en wilde er vandoor gaan. Laat staan andere familieleden, vrienden of kennissen. En het verhaal was bovendien niet nieuw; in de diverse religies, maar ook in de Griekse en Romeinse geschiedenis waren er, volgens de overlevering, koningen en keizers geboren uit een maagd met een onverklaarbare zwangerschap.
“Je krijgt een kind van God? En nooit met jouw Jozef liggen rollebollen? Hahaha, Maria… Maak dat de kat wijs. Met wie dan wel? Kom op hee… Je bent een bijzonder leuke meid om te zien en Jozef is hartstikke dol op je, dat kun je vanaf de berg Sinaï nog wel zien. En zo onschuldig ben je nou ook weer niet, hoor. Je hebt, ondanks je jonge leeftijd al aardig wat op je kerfstok; met zo’n rebels kind gaat de Heer echt niet in zee. Vertel nou maar gewoon wie het was, dan gaan we eens praten met die knul en z’n ouders hoe we hier mee gaan dealen.” Ik zag het al helemaal voor me. Familiedrama’s, wanhopige ouders, de eer van de familie te grabbel gegooid… Misschien het risico op eerwraak… Speelde dat in die tijd al? Ook bij het Joodse volk? Het zou me niet verwonderen: de Joodse wetten uit het Oude testament waren nogal rigoureus. Als een vrouw overspel pleegde zou ze gestenigd moeten worden… Zo werkter de Shariah in Afghanistan ook...

Richard onderbrak mijn gedachten. “Gemeente: Tenslotte…” Brecht stond op en wenkte mij. Ik blies de bugel zachtjes schoon en maakte mijn lippen alvast wat vochtig. “…Net als Johannes de Doper een sprong van vreugde maakte toen hij Maria hoorde, mogen wij dat ook doen op het feest van de geboorte van onze Heer: het kerstfeest. Laat het een feest zijn. Op welke manier dan ook. Binnen uw gezin, uw familie, hier in de kerk, als u het op een andere wijze beleeft. Maria zong haar lofzang na deze ontmoeting. Vele componisten en musici hebben hun best gedaan om dat muzikaal tot uitdrukking te brengen: drie daarvan horen we zo dadelijk: John Rutter, Engels componist uit de 20e eeuw met zijn versie van het ‘Magnificat’, Brecht, die deze week dat Magnificat heeft samengevoegd met het lied wat in ons liedboek bekend is geworden als de lofzang van Maria en Kees die dat, samen met Brecht zal vertolken. Een muzikaal feest. Amen.”
Meteen zette Brecht in. In gedachten zong ik de tekst mee die op de partituur voor me stond: ‘Magnificat, magnificat, anima mea Dominum…’ Meteen na die eerste zin moest ik invallen. De tekst was dezelfde, alleen nu in het Nederlands. En de melodie was veel soberder. Calvinistisch. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg…’ Tussen het spelen door vlogen er allerlei gedachten door me heen. Die Nederlandse melodie was gebaseerd op een in de late middeleeuwen populair volksliedje. Zoals zo vele psalmen en gezangen uit de begintijd van de Reformatie. Gebrek aan goede componisten, een simpele manier om de Spanjaarden om de tuin te leiden: Je zong een bekende melodie. Een volksliedje, zoals zovelen. En dat tekst protestants was verstond die Spanjaard toch niet… Daar had John Rutter geen last van.
Veel te snel was het stuk afgelopen; Brecht sloot af met een zacht akkoord en knikte naar mij. En ik naar haar. Gebeden volgden, daarna de collecte. Tijdens de collecte speelde Brecht een fantasie op de slotzang. Zoals gewoonlijk zonder muziek voor zich, kijkend naar boven, naar haar handen de klavieren of haar voeten op de pedalen. Ik schudde mijn hoofd maar weer eens. Hoe is het mogelijk dat iemand dat ter plekke verzint en zonder een partituur voor zich en bijna met de ogen dicht zoiets op deze manier uit een orgel weet te halen? Welk mechaniek ligt daaraan ten grondslag? Een feilloos samenspel van gedachten, fantasie, oren, ogen, handen en voeten… Even liet ze een stilte vallen, daarna zette ze de slotzang in. En de gemeente volgde feilloos. “Kom tot ons, de wereld wacht…” Het laatste couplet was weer een lofprijzing, dus pakte ik de bugel op. Brecht zag het vanuit een ooghoek en knikte. En samen met haar én de gemeente maakten we er inderdaad een muzikaal feest van. De laatste toon bleef nog even in de kerk hangen. Daarna volgde de zegen, door Richard uitgesproken.
Brecht drukte snel een aantal registers weg en speelde: ‘O kom, o kom Immanuel’ Uiterst zachtjes, alleen op de fluit 4’. Het tweede couplet kwam er een 8’ register bij en speelde ze driestemming, het derde couplet een Mixtuur en een prestant erbij en werd het geheel vierstemmig. Met op het pedaal twee zinnen van ‘Komt allen tezamen’ als tegenstem! Weer stond ik met m’n oren te klapperen. En ik was niet de enige; toen het orgel uiteindelijk zweeg stonden er een aantal mensen beneden te wachten. En Wim Brun, die zangpedagoog, riep naar boven: “Brecht: Dank je wel! Prachtig gespeeld!” Even hield hij stil en toen volgde een plagend: “En Kees ook wel.”
“Kan ik me alleen maar bij aansluiten!” klonk een heldere meisjesstem. Die stem herkende ik: Irene Petersen, de dochter van Bram, dat overleden gemeentelid. Ik boog me over de balustrade. “Irene… Wat wij speelden voor de dienst en na preek: dat waren ouwe Engelse componisten hoor…” Ze stak haar tong uit.
“Brecht…!” Een jongensstem kwam uit de kerk en Brecht schoof van de orgelbank af om te kijken wie haar riep. “Ik hoorde mijn naam?” Een grinnik klonk van beneden. “Ja. Ik riep je…” De eigenaar van de stem was een lange knul. Vaag kende ik hem… Maar hoe? Wacht even: de bassist van de Houseband! De knul waar Brecht stiekem een crush op had! “Brecht: Dank je wel. Jullie hebben prachtig gespeeld.” “Merci”, was Brecht haar korte antwoord, toen draaide ze zich als de weerlicht om en verdween weer achter de speeltafel. Ik keek Joline aan en zij mij. En samen keken we even naar Brecht die met een knalrood hoofd met haar partituren zat te schutteren.

Joline wenkte met haar hoofd. “Wij gaan alvast naar de koffie, Brecht.” Ik pakte de bugel in, muziek in de koffer, en we liepen omlaag, Mocca trippelde rustig achter ons de trap af. Die was van hout en open, dus de hond was daar best voorzichtig. Beneden stond die bassist. Hoe heette hij ook alweer? Joline loste het voor me op. “Goedemorgen, Bert…” Hij pakte mijn hand. “Wat kunnen jullie samen mooie muziek maken, Kees. Brecht en jij… Ik heb genoten!” Ik wees naar boven. “Mevrouw Solinge is nog even bezig haar muziek terug te zetten. Vertel het haar ook even, zonder dat de hele kerk het hoort. Daar wordt ze alleen maar arrogant van.” Hij aarzelde. “Ik weet niet of…” “Dat weet ik wél, Bert”, sneed Joline hem de pas af. “Ze zal het bijzonder op prijs stellen. Húp, naar boven jij.”
We liepen naar de hal. “Zo. Koffie, Kees?” “Lekker, schat.” Gerard, de koster schonk ons in. “Mooi gespeeld, Kees.” “Dank je wel, Gerard. Maar het grootste deel kwam van Brecht af. Ik heb alleen maar wat open plekjes ingevuld met de bugel, omdat mevrouw Solinge waarschijnlijk vingers te kort kwam.” Hij gniffelde en overhandigde mij de koffie. “Waar is Brecht overigens?” Ik wees. “Nog boven. Nog even haar muziek ordenen, anders krijgt ze voor de kerstnachtdienst ongenadig van Greet op haar donder omdat ze de muziekbibliotheek als een bende heeft achtergelaten.” “Laat ik het niet merken!” hoorde ik Greet achter me. “Die preek heeft Brecht al een keertje moeten aanhoren en nee, daar kwam geen ‘Amen’ achteraan.”
Ik draaide me om. “Goedemorgen, lieve Opper. Zo te horen bent u met een verkeerd been uit uw bedje gerold?” Greet was alleen. “Nee, lomperd. Mijn lieve aanstaande echtgenote had nachtdienst. Toen ik aan het ontbijt zat, kwam zij nogal afgedraaid thuis. Eén boterham, een beker melk en toen kroop mevrouw haar bed in. Total loss. Enfin, ze heeft nu drie dagen vrij. Heeft ze wel verdiend. Daarna nog drie nachten werken en dan heeft ze tot 7 Januari vakantie. En Greet Zwart maar werken… Rond de kerstdagen twee kerkdiensten en drie concerten met de fanfare. En met oud en nieuw moet ik opdraven voor een bruiloft…” Joline giebelde. “Da’s ook inspannend, Greet. Ik weet er alles van.” Beide dames wisselden een knipoog.

“Greet…” Joline boog zich naar haar toe. “Iets anders. Jullie zijn nu officieel lid van onze vriendengroep. Voelen jullie er wat voor om ook mee te doen met dansles? Op vrijdagavond van acht tot tien?” Greet keek bedenkelijk. “Ik zou dan wel kunnen, maar met de diensten van zuster Zondervan, binnenkort Zwart, weet je het nooit. Ze wordt in Januari hoofd van de SEH, Jolien. Wordt trauma-verpleegkundige. Heel interessant werk, en daar heeft ze ook jarenlang hard voor gestudeerd. Een kroon op haar werk. Maar: ook bijzonder inspannend. Ze moet, nog meer dan nu, klaar staan om op elk moment van de dag of de nacht op te komen draven. Als er zich een zwaar verkeersongeval voordoet op de rondweg, een grote brand op een industrieterrein, een ongeval op het vliegveld… Dan wordt de SEH opgetopt met alles wat beschikbaar is. Ik denk dat háár antwoord een verontschuldigend uitgesproken ‘nee’ is, Joline. Maar dat moet ze zelf bepalen; ik ga niet voor m’n beurt praten.
Ik zal jullie één ding verklappen om te illustreren hoe zij haar werk opvat: sinds een aantal weken heeft ze alcohol compleet afgezworen, behalve om een wond mee te ontsmetten. ‘Ik kan het me niet meer veroorloven om een lekker wijntje te drinken, Greet’, zei ze een paar weken terug. ‘Heb je net twee glazen zoete Spaanse op, komt er een telefoontje of je als-je-blieft naar het ziekenhuis wil komen omdat er een collega ziek is geworden. Los van het risico op een dikke boete of een verkeersongeval: het kan niet dat de verpleegkundige die jouw wonden verzorgt een kegel van hier tot Berlijn heeft.’ Dát dus, Jolien."

Ik knikte langzaam. “Ja, dat zijn dingen waar je als leek niet bij stilstaat. Ik heb de afgelopen weken regelmatig SEH’s bezocht; wat me opviel was de sfeer. Net zo als een infanterie-peloton vlak voor ze de poort uitgaan. Op het oog ontspannen en als er geen patiënten binnenkomen, zit men te genieten van een momentje rust, maar als er een melding binnenkomt dat er een ambulance onderweg is, vliegt iedereen overeind en staat in de startblokken zodat er geen seconde tijd wordt verprutst. Annuleer dansles, Greet.” Ik grijnsde. “Behalve… op jullie eigen bruiloft natuurlijk. Dan wil ik met zuster Zwart dansen. En met opperwachtmeester Zwart natuurlijk.”
Op het gezicht van Greet verspreidde zich een langzame lach. “Nou ja… Dat zie ik dan maar als de rijstebrijberg waar je doorheen moet om met het mooiste meisje van Veldhoven te dansen.” Ze legde een arm om Joline heen. “En ik denk dat zuster Zwart-Zondervan dat ook wel ziet zitten. Die dans met zo’n hoofdofficier nemen we wel op koop toe.” Joline kuste haar. “Ik zie er ook naar uit, schat. Laat die lomperd dan maar mooi aan de kant zitten.” Ik keek zielig. “Ik ga me dan wel even concentreren op het vastbinden van blikjes onder de auto van het bruidspaar, denk ik.” Greet snoof. “Doe maar. En nu… Waar is Brecht? Die wil ik nog even spreken.” “Arme meid…” mompelde ik.

Greet liep de kerk in. Richard kwam naar ons toe. “Goedemorgen, Kees. Dank je wel voor jullie spel vandaag. Met name het Magnificat. Prachtig, met die andere melodie er tussendoor.” “Een brainwave van Brecht, Richard. Wat die meid muzikaal allemaal bij elkaar verzint… Niet te geloven.” Hij knikte instemmend. “Ja. Zijn we hier ondertussen heel blij mee. Jullie spelen ook de kerstnachtdienst, begreep ik?”
“Ja. Greet, Brecht en ik. En tijdens de trouwdienst van Greet en Anita zit het balkon ook nogal vol: Greet, Brecht, Joline, Wendy, Derk en ondergetekende.” Hij trok een wenkbrauw op. “Geen Hendrik?” Ik lachte voorzichtig. “Vriend Hendrik zei, toen hij werd gevraagd: “Ik dan spelen? In een dienst waar half orgelminnend Nederland in de kerk zit, inclusief Ton Koopman? No way, madam.” En Brecht zat er niet mee…”
“Nee, laat die maar haar gang gaan… Waar is ze trouwens? Al naar huis?” “Nee, nog boven. Samen met Greet en de bassist van de Houseband.” Richard zette zijn kopje op een tafel. “Dan ga ik even naar haar toe. Ze verdient ook een bedankje.” “Zeker weten. Tot ziens, Richard.” Ik liep naar Joline, die even met Mocca bezig was.

“Schat, gaan we naar huis? Ik heb het wel een beetje gehad…” Ze knikte. “Ik heb alleen de delegatie uit Arkel niet gezien vandaag. Straks even streng informeren waarom de jongelui niet in de kerk waren!” We namen afscheid van een paar mensen en liepen richting auto. En eenmaal zittend zei ik ondeugend: “Misschien wilden de heren in Arkel gisteravond nog wat salvo’s afgeven, schat.” Ijzig klonk het naast me: “Je houdt je piraten maar eens in toom, Kees!” “Hé schat… Ik ga me niet bemoeien met hun erotische behoeften, hoor. Ik kijk wel uit. Met mijn lekkere kontje is de kans groot dat Rogier en Gerben zich dan aan mij vergrijpen!” Een zucht klonk. “Zoek je overdruk ventiel maar weer eens en laat het leeglopen, vent!”
“Nee schat. Daar ben jij veel beter in.” Met een grote glimlach op m’n gezicht zette ik even later de auto in de garagebox…
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
MoniqueC
MoniqueC (63)
Ben jij iemand die houdt van flirten, spanning en late gesprekken?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 819 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net