
Ik heb vandaag iets gedaan wat ik eigenlijk belachelijk vind, ik heb een dagboek gekocht. Het is een fraai, donkerblauw boek met een leren omslag. De verkoopster vroeg of het voor iemand anders was. Ik heb haar aangekeken alsof ze een onbeschaamde vraag had gesteld. „Voor mijzelf,” zei ik en ze glimlachte. Ik vond haar glimlach irritant. Waarom ik dit opschrijf, weet ik niet. Misschien omdat er niemand is aan wie ik bepaalde dingen kan vertellen zonder dat ze onmiddellijk verkeerd begrepen worden. Daar heb ik een hekel aan, aan verkeerd begrepen worden. Aan mensen die overal iets achter zoeken. Vanavond tijdens het diner maakte Helena een opmerking die ik liever niet herhaal. Het gesprek ging over huwelijken en vervolgens, zoals tegenwoordig blijkbaar onvermijdelijk is, over verlangens. Ik heb het gesprek afgekapt, uiteraard. Iedere fatsoenlijke vrouw zou dat hebben gedaan, maar toch denk ik er nog steeds aan. Dat is het vervelende, niet de opmerking zelf. Maar dat ik haar onthouden heb en ik vraag me af waarom.
14 september
Ik heb het dagboek twee dagen niet aangeraakt, dat leek verstandiger. Vanmorgen heb ik het toch weer geopend. Ik begin mij af te vragen of mijn afkeer van bepaalde onderwerpen wel zo eenvoudig is als ik altijd heb beweerd. Dat is een onaangename gedachte. Ik heb altijd gezegd dat ik zulke gesprekken plat, banaal en oninteressant vind. Maar als ze werkelijk oninteressant zijn, waarom word ik er dan zo ongemakkelijk van? Waarom wil ik dat ze onmiddellijk ophouden? Waarom kan een enkele zin mij uren later nog bezighouden?
Ik vind deze vragen onfatsoenlijk, maar ik heb ze zelf opgeschreven. Dat is misschien nog erger.
17 september
Vandaag heb ik iets ontdekt wat mij werkelijk heeft verontrust, ik denk dat ik niet zozeer bang ben voor bepaalde onderwerpen. Ik ben bang voor mezelf wanneer ze ter sprake komen. Daar. Nu staat het er, ik heb het geschreven. En het voelt nog steeds waar, ik weet niet wat dat over mij zegt. Misschien helemaal niets. Misschien juist alles. Ik zou dit boek eigenlijk moeten verbranden. Maar ik denk niet dat ik dat ga doen.
19 september
Ik heb vannacht nauwelijks geslapen, steeds kwam diezelfde gedachte terug. Bang voor mezelf. Ik vind het nog steeds een belachelijke formulering. Waar zou ik dan precies bang voor moeten zijn? Ik ben geen kind. Ik ben achtenveertig. Ik weet wat fatsoen is, wat gepast is, waar grenzen liggen. Ik heb mijn hele leven zonder moeite geweten hoe ik mij behoor te gedragen. En toch lag ik daar vannacht in het donker en voelde ik iets wat ik niet goed kon plaatsen. Geen angst, niet echt eerder een soort spanning. Alsof ik op iets wachtte. Daar schaam ik me voor. Ik heb zelfs een paar keer tegen mezelf gezegd: Hou op, Clara. Alsof er iemand anders in mijn hoofd zat.
20 september
Vandaag heb ik geprobeerd er niet aan te denken, maar dat werkte natuurlijk niet. Bij de lunch zei Helena iets heel onschuldigs en ik voelde onmiddellijk dat vervelende warme gevoel in mijn gezicht. Ze merkte het.
Natuurlijk merkte ze het. Ze keek me alleen maar aan en glimlachte. Ik wilde haar zeggen dat ze zich vergiste. Dat er helemaal niets aan de hand was. Maar ik kreeg de woorden niet uit mijn mond. Waarom? Waarom kan ik tegenover een hele zaal mensen moeiteloos mijn mening geven, maar word ik volkomen hulpeloos van één blik van een vriendin? Ik begin mezelf irritant te vinden.
22 september
Ik heb vandaag iets gedaan wat ik nog nooit heb gedaan. Ik heb mezelf afgevraagd wat er zou gebeuren als ik niet onmiddellijk weg zou lopen van een onderwerp dat mij ongemakkelijk maakt. Alleen maar blijven zitten. Luisteren, niet oordelen, niet doen alsof ik erboven sta. Die gedachte alleen al maakte me nerveus. Maar er zat ook iets anders onder. Iets wat ik eigenlijk niet wil opschrijven. Nieuwsgierigheid. God. Dat woord ziet er afschuwelijk uit op papier. Toch is het waar.
24 september
Ik heb vannacht weer liggen denken, en deze keer heb ik mezelf niet tot zwijgen gebracht. Dat was misschien een vergissing. Ik ontdekte namelijk dat mijn fantasie veel verder gaat dan ik mezelf ooit heb toegestaan. Niet eens omdat ik iets concreets wil. Het is meer het idee dat ik mijn gebruikelijke controle even niet zou hebben. Dat iemand zou kunnen zien dat ik helemaal niet zo koel ben als ik doe. Dat vind ik bijna ondraaglijk. En tegelijkertijd...ik weet niet. Ik wil die gedachte niet afmaken. Maar ik wil haar ook niet meer wegduwen.
26 september
Ik ben vandaag kwaad op mezelf geworden. Echt kwaad. Ik zat alleen in mijn slaapkamer en dacht: Wat bezielt je in vredesnaam? Ik heb alles. Een goed huwelijk. Geld. Een prachtig huis. Een leven waar andere mensen jaloers op zouden zijn. En toch zit ik hier met een dagboek te schrijven over gevoelens waar ik vroeger mijn neus voor zou hebben opgehaald. Misschien ben ik helemaal niet zo fatsoenlijk als ik dacht. Misschien ben ik gewoon bang geweest. Dat is erger. Want als ik bang ben geweest, betekent dat dat er al die tijd iets was waar ik bang voor moest zijn. Iets in mezelf. En ik weet nog steeds niet wat.
28 september
Ik heb mezelf vandaag betrapt. Ik stond voor de spiegel en was mijn jurk aan het dichtknopen toen ik ineens dacht aan wat Helena laatst zei. Niet de woorden zelf, de manier waarop ze keek toen ze ze uitsprak. Ik kreeg het warm. Ik heb letterlijk mijn handen stil moeten houden. Wat bezielt me? Ik heb mezelf nog nooit zo bewust gevoeld. Mijn nek. Mijn schouders. Mijn ademhaling. Het was alsof mijn eigen lichaam opeens iets was waar ik rekening mee moest houden. Dat klinkt krankzinnig.
30 september
Ik heb vanavond een glas wijn gedronken en daar misschien de schuld aan gegeven, maar ik weet dat het daar niet aan lag. Ik heb iets toegegeven. Ik vind het prettig om soms niet helemaal te weten wat iemand van mij denkt. Dat is afschuwelijk. Ik heb altijd gedacht dat ik alles onmiddellijk moest begrijpen, beheersen, benoemen. Nu merk ik dat juist het niet-weten me bezighoudt. Ik wil weten hoe het voelt om niet meteen een antwoord te hebben. Om niet meteen „nee” te zeggen. Alleen al die laatste zin maakt me nerveus.
2 oktober
Ik heb vandaag bijna iets gezegd. Tijdens het ontbijt, mijn man vroeg waarom ik zo stil was. Ik wilde zeggen: „Omdat ik de laatste tijd aan dingen denk waar ik vroeger nooit aan dacht.” Maar ik kreeg het niet over mijn lippen. In plaats daarvan zei ik: „Ik ben moe.” Lafaard. Dat ben ik.
4 oktober
Ik heb vannacht een droom gehad, ik ga hem niet volledig opschrijven. Maar ik werd wakker met datzelfde vreemde gevoel als vorige week. Warm en onrustig. Alsof mijn hele lichaam eerder wakker was dan mijn verstand. En voor het eerst heb ik mezelf niet onmiddellijk bestraft met gedachten als belachelijk en ongepast. Ik bleef gewoon liggen en ik voelde mijn hart. Mijn ademhaling. De stilte. En ik dacht: Dus dit ben ik ook. Die gedachte maakte me bijna verdrietig. Hoeveel van mezelf heb ik eigenlijk jarenlang weggestopt?
6 oktober
Het wordt erger, of beter. Ik weet het niet meer. Ik betrap mezelf erop dat ik bepaalde gesprekken niet meer meteen wil afkappen. Ik luister, ik kijk. Ik vraag me af wat mensen bedoelen wanneer ze het over verlangen hebben. En het allerergste is: ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als ik mezelf eens niet zou tegenhouden. Niet doen. Niet uitleggen. Niet netjes zijn. Gewoon voelen. Ik heb het woord verlangen nu drie keer opgeschreven. De derde keer voelde het niet meer als een vies woord, dat vind ik misschien nog wel het spannendste van alles.
8 oktober
Ik heb vanavond mijn jurk uitgedaan en ben een tijdje voor de spiegel blijven staan. Ik keek naar mezelf alsof ik iemand anders was. Een vrouw van achtenveertig, niet alleen echtgenote. Niet alleen mevrouw Van der Velde, gewoon Clara. Ik vroeg mezelf zachtjes: „Wat wil je?” En deze keer zei ik niet: „Niets.” Ik wist het antwoord niet. Maar ik voelde dat er ergens wel een antwoord was. En ineens wilde ik het weten.
10 oktober
Ik ben vandaag voor het eerst echt bang geweest. Niet voor iemand anders maar voor mezelf. Ik heb de hele middag geprobeerd mijn gedachten ergens anders op te richten. Administratie. Telefoontjes. Een brief aan de notaris. Niets hielp. Mijn hoofd blijft teruggaan naar dezelfde vraag: Wat als ik mezelf al die jaren helemaal niet gekend heb? Ik heb altijd gedacht dat beheersing hetzelfde was als karakter. Misschien was het gewoon angst.
11 oktober
Ik heb mijn oude trouwfoto's bekeken. Ik had het meteen moeten laten. Daar stond ik dan, tweeëntwintig jaar geleden, keurig, glimlachend, volkomen overtuigd dat ik precies wist hoe mijn leven eruit zou zien. Ik wilde bijna medelijden met haar krijgen. Dat meisje had geen idee hoeveel dingen ze zichzelf later zou verbieden. Ik vraag me af wanneer dat begonnen is. En waarom.
13 oktober
Ik heb vandaag „nee” gezegd tegen iets waar ik eigenlijk geen nee tegen wilde zeggen. Ik weet niet eens waarom ik het vertel. Misschien omdat ik mezelf daarna zo verschrikkelijk boos vond. Ik had gewoon kunnen blijven. Luisteren, praten. Maar nee, daar was het weer. Mijn automatische antwoord, mijn pantser. En toen ik eenmaal alleen was, voelde ik geen opluchting. Ik voelde teleurstelling. Dat heeft me de hele avond dwarsgezeten.
15 oktober
Ik heb mezelf betrapt op een gedachte die ik nooit eerder zo duidelijk heb gehad. Misschien wil ik helemaal niet dat deze gevoelens verdwijnen. Daar, ik heb het gezegd. Ik wil ze misschien begrijpen. Misschien zelfs toelaten. Ik durf het nauwelijks te schrijven. Want zodra ik dat opschrijf, kan ik niet meer doen alsof het allemaal een vergissing is.
17 oktober
Ik heb vannacht tegen mezelf gepraat, hardop. „Je bent getrouwd.” Alsof dat het antwoord op alles is. Daarna zei ik: „Je bent een fatsoenlijke vrouw.” En toen, heel zacht: „Maar ben je gelukkig?” Ik had geen antwoord. Dat was het ergste moment, niet omdat ik ongelukkig ben maar omdat ik niet meer zeker weet wat gelukkig voor mij betekent.
19 oktober
Ik heb vandaag mijn dagboek bijna weggegooid, ik stond ermee bij de vuilnisbak. Mijn hand op de klep. En toen dacht ik: Nee. Niet weer. Niet weer iets wegstoppen omdat ik bang ben voor wat het over mij zegt. Dus heb ik het teruggebracht naar mijn slaapkamer. Ik schaam me nog steeds. Maar ik ben ook nieuwsgierig. Dat woord begint me steeds minder bang te maken. En steeds meer.
21 oktober
Er gebeurt iets met me, ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen. Mijn lichaam reageert soms al voordat ik begrijp waar mijn gedachten naartoe gaan. Een warmte die zomaar opkomt. Een onrust in mijn buik. Mijn ademhaling die verandert terwijl ik mezelf nog probeer wijs te maken dat er niets aan de hand is. Vroeger zou ik dat onmiddellijk hebben weggewuifd. Nu blijf ik zitten, ik voel het. En daar schaam ik me voor. Maar er is nog iets, ik wil het voelen.
22 oktober
Ik heb vandaag expres alleen gewandeld. Ik dacht dat frisse lucht zou helpen maar het hielp helemaal niet. Ik bleef denken aan wat er gisteren gebeurde. Aan die vreemde spanning die door me heen trok. En ineens vroeg ik me af: Wat als ik er niet tegen hoef te vechten? Ik bleef midden op straat stilstaan. Wat een gedachte. Ik voelde mijn gezicht warm worden, ik was bijna boos op mezelf. Maar toen moest ik lachen, heel zacht. Ik, Clara van der Velde, die altijd alles onder controle heeft, stond daar alleen op straat te glimlachen om een gedachte die ik nog niet eens durf op te schrijven.
24 oktober
Ik heb mezelf vanavond aangeraakt, niet zoals ik het vroeger zou beschrijven. Niet om iets te doen maar alleen om mezelf bewust te voelen. Mijn arm. Mijn hals. Mijn schouder. Heel gewoon en toch voelde het opeens helemaal niet gewoon. Ik stopte meteen. Daarna begon ik te lachen. Toen werd ik weer ernstig. Waarom is iets dat zo eenvoudig is voor mij zo beladen? Waarom heb ik mezelf geleerd dat mijn eigen lichaam iets is waar ik vooral afstand van moet houden? Ik weet het niet, maar voor het eerst wil ik het antwoord echt weten.
26 oktober
Ik denk dat ik verslaafd raak aan deze eerlijkheid. Dat klinkt verschrikkelijk maar iedere keer dat ik hier iets opschrijf wat ik normaal gesproken zou verbergen, voel ik me tegelijk beschaamd en opgelucht. Vandaag heb ik voor de spiegel gestaan en mezelf niet bekritiseerd. Geen oordeel. Geen „te oud”. Geen „niet netjes”. Ik heb gewoon gekeken, en voor een moment vond ik mezelf mooi. Niet elegant, niet verzorgd. Niet representatief maar gewoon mooi. Dat heeft me meer van mijn stuk gebracht dan ik wil toegeven.
28 oktober
Ik begin bang te worden dat ik niet terug wil naar hoe ik vroeger was. Dat is misschien de grootste schok, ik wil mijn leven niet omgooien. Ik wil mijn huwelijk niet vernietigen, ik wil niemand bedriegen. Maar ik wil ook niet meer doen alsof ik niets voel. Er zit iets in mij dat wakker geworden is. En hoe harder ik probeer het weer stil te krijgen, hoe duidelijker ik het hoor. Vanavond heb ik het dagboek dichtgedaan. Tien minuten later heb ik het weer opengeslagen. Ik wilde mezelf iets bekennen, ik durfde niet. Morgen misschien.
30 oktober
Goed. Ik ga het gewoon opschrijven, ik ben geil. God, wat een afschuwelijk woord. Maar het is wel het juiste woord. „Opgewonden” klinkt nog netjes. Alsof het over iemand anders gaat. Geil, dat ben ik dus. En ik ben achtenveertig. Getrouwd, deftig en altijd zo verdomd netjes. En blijkbaar kan ik gewoon geil worden van een gedachte. Daar heb ik vandaag voor het eerst niet tegen gevochten. Ik heb er zelfs om gelachen.
31 oktober
Ik heb de hele ochtend gedaan alsof er niets aan de hand was. Wat natuurlijk complete onzin was, ik dacht eraan tijdens het ontbijt. Ik dacht eraan toen ik mijn haar liet doen. Ik dacht eraan in de auto en iedere keer zei ik tegen mezelf: Hou op. Maar eigenlijk bedoelde ik: Denk nog even door. Dat is nieuw. En eerlijk gezegd vind ik het behoorlijk spannend.
2 november
Ik begin woorden te gebruiken die ik vroeger ordinair zou hebben genoemd. Niet hardop, nog niet. Maar hier wel. Seks. Lust. Geil. Verlangen. Lichaam. Ik schrijf ze achter elkaar op om te zien of ze minder schokkend worden. Dat worden ze, misschien is dat precies wat er met me gebeurt. Misschien waren de woorden nooit het probleem. misschien was ik gewoon bang voor wat ik voelde wanneer ik ze hoorde.
4 november
Ik heb vandaag in de spiegel gekeken en gedacht: Jij bent helemaal niet zo braaf als je doet. Ik moest erom lachen. Daarna werd ik rood, want het voelde waar. Ik heb mijn hele leven gedacht dat fatsoen betekende dat je bepaalde dingen niet voelde. Nu begin ik te begrijpen dat fatsoen misschien alleen betekent dat je weet wat je met die gevoelens doet. En dat is een verdomd groot verschil.
6 november
Ik heb vanavond mijn dagboek geopend en zonder nadenken geschreven: Ik wil. Toen bleef ik naar die twee woorden kijken. Niet eens naar wat erachter zou moeten komen. Alleen die woorden. Ik wil. Geen „ik zou misschien”. Geen „ik vraag me af”. Geen nette omweg. Ik wil. Ik heb het daarna nog drie keer geschreven. En voor het eerst voelde ik me niet vies. Ik voelde me levend.
9 november
Verdomme. Ik heb vandaag de hele dag met een soort spanning rondgelopen die ik niet meer kan wegduwen.
Ik denk aan seks. Veel, vaak. En niet meer alleen als een abstract idee waar ik mezelf keurig boven kan plaatsen. Ik denk eraan en mijn lichaam reageert. Dat vind ik nog steeds ongelofelijk. Ik word er warm van. Onrustig. Soms moet ik gewoon even alleen zijn omdat ik anders bang ben dat iemand aan me ziet wat er door mijn hoofd gaat. Wat is er toch met me gebeurd?
10 november
Ik heb vandaag weer dat verdomde woord geschreven. Geil. Ik schaam me er nog steeds voor. Maar ik lieg niet meer tegen mezelf. Ik kan opgewonden raken van een gedachte. Van een blik. Van een herinnering. Soms zelfs van een zin die ik ergens lees. En dan zit ik daar maar, met mijn hart sneller dan normaal, terwijl een ander deel van mij zegt dat ik onmiddellijk moet ophouden. Dat andere deel wint steeds minder vaak.
12 november
Ik heb mezelf vanavond voor de spiegel bekeken. Lang en niet kritisch. Dat was nieuw. Ik dacht niet aan mijn leeftijd, mijn rimpels, mijn kleding of hoe ik eruitzie voor anderen. Ik dacht alleen: Dit is mijn lichaam. En ineens voelde dat helemaal niet zo neutraal als die zin klinkt. Ik werd er verlegen van. Ik wilde mezelf wegsturen. Maar ik bleef staan. Dat is misschien het meest krankzinnige van alles.
14 november
Ik begin het steeds moeilijker te vinden om onderscheid te maken tussen nieuwsgierigheid en verlangen. Misschien is dat hetzelfde geworden. Ik wil weten hoe ver ik kan gaan zonder mezelf weer dicht te timmeren. Ik wil voelen zonder meteen te denken dat het fout is. En ja, soms zit daar pure opwinding bij. Daar, nog een woord dat ik vroeger nooit in mijn eigen dagboek had verwacht. Opwinding. Lust. Geilheid. Ik schrijf ze nu op alsof het gewone woorden zijn. Misschien worden ze dat ook.
16 november
Ik heb vandaag mijn keurige gezicht in de spiegel bekeken en hardop gezegd: „Je bent een stuk minder braaf dan je denkt, Clara.” Ik moest lachen. Daarna werd ik stil, want het voelde niet meer als een grap. Er zit iets in mij dat ik jarenlang heb weggestopt. En nu het eenmaal wakker is, wil het niet meer terug de kast in. Ik weet nog steeds niet wat ik ermee moet. Maar voor het eerst wil ik dat ook niet meteen weten. Ik wil het ontdekken. Dat is misschien het engste wat ik ooit over mezelf heb geschreven.
18 november
Ik heb het gedaan. Ik schrijf het zo kaal mogelijk, omdat ik mezelf anders weer ga overtuigen dat het niet gebeurd is. Ik heb vanavond mijn eigen grenzen opgezocht, eerst voorzichtig. Alsof ik ieder moment kon terugkrabbelen. Maar ik krabbelde niet terug. Ik bleef zitten met dat vreemde, warme gevoel dat de laatste weken steeds vaker terugkomt. Mijn hoofd zei dat ik ermee moest ophouden. Mijn lichaam leek daar weinig belangstelling voor te hebben. Dat laatste vind ik nog steeds bijna schokkend. Ik heb mezelf nooit beschouwd als iemand die zich door zulke dingen laat meeslepen. Blijkbaar ben ik dat wel.
20 november
Het gebeurt vaker. Dat is het probleem of misschien is probleem niet meer het juiste woord. Ik zoek er momenten voor uit. Dat heb ik vandaag voor het eerst eerlijk toegegeven. Ik verzin geen excuses meer tegenover mezelf. Ik wil alleen zijn, ik wil niet gestoord worden. Ik wil die kant van mezelf voelen die ik zo lang heb weggeduwd. En daarna zit ik met rode wangen naar dit boek te kijken alsof het míj betrapt heeft. Wat een onzin. Ik ben degene die het opschrijft.
22 november
Mijn taal wordt steeds erger. Ik heb vandaag in mijn hoofd een woord gebruikt dat ik vroeger afschuwelijk ordinair zou hebben gevonden. Ik ga het niet eens opschrijven. ... Goed. Geil. Verdomme. Daar staat het.
En het klopt. Ik word geil. Niet voortdurend. Niet zomaar. Maar soms ineens zo sterk dat ik mezelf niet meer herken. En het gekke is: ik schaam me er minder voor dan vorige week. Dat vind ik misschien nog gevaarlijker.
24 november
Ik heb vanavond lang voor de spiegel gestaan. Ik zag mezelf, niet de vrouw die iedereen kent. Niet die keurige vrouw met haar perfecte houding en haar perfecte zinnen. Ik zag iemand die nieuwsgierig is. Iemand die verlangt. Iemand die niet meer automatisch wegkijkt van haar eigen lichaam. Ik voelde me bijna brutaal, alsof ik een geheim bezit waar niemand iets van weet. En misschien is dat precies wat het is. Mijn geheim, mijn lichaam. Mijn gedachten, mijn verlangen. Voor het eerst voelt dat niet als iets waarvoor ik toestemming nodig heb.
26 november
Ik verander. Ik weet het nu zeker. Mijn oude ik zou deze bladzijden nooit hebben geschreven, ze zou het boek hebben verbrand. Ik doe het niet. Ik blijf schrijven. Soms met schaamte. Soms met een glimlach. En soms met een soort honger die ik nog steeds niet goed begrijp. Maar ik verberg hem niet meer voor mezelf.
Dat is nieuw. En eerlijk? Ik vind het verdomd bevrijdend.
28 november
Ik kan mezelf niet meer voor de gek houden. Het is geen nieuwsgierigheid meer, het is puur verlangen en een verdomd sterk verlangen. Ik word er soms midden op de dag door overvallen. Dan hoef ik maar één gedachte toe te laten en ineens ben ik nergens anders meer mee bezig. Ik sluit de deur, ik wil alleen zijn. En daarna schaam ik me, maar steeds minder. Dat is het vreemde. De schaamte verdwijnt sneller dan het verlangen.
30 november
Ik heb mezelf vandaag uitgelachen. „Je bent echt niet meer normaal, Clara.” Dat zei ik hardop. En daarna dacht ik: Misschien wil ik ook helemaal niet meer normaal zijn. Wat een krankzinnige gedachte. Ik heb mijn hele leven geprobeerd precies te zijn zoals iedereen verwachtte. En nu ontdek ik iets wat ik veel enger vind dan ondeugend zijn: ik vind het heerlijk om mezelf niet volledig onder controle te hebben. Ik wil meer. Ik durf dat eindelijk op te schrijven. Ik wil meer.
2 december
Vanavond was anders, ik voelde het al voordat ik wist waar mijn gedachten naartoe gingen. Die warmte, die spanning. Die rusteloosheid. En toen heb ik mezelf niet meer toegesproken. Geen „hou op”. Geen „dit hoort niet”. Geen keurige excuses. Ik heb de deur op slot gedaan en mezelf toegestaan om gewoon Clara te zijn. Daarna ben ik een hele tijd stil blijven zitten. Mijn hoofd leeg, mijn hart bonzend. En één gedachte bleef maar terugkomen: Wat als dit nog maar het begin is? Die gedachte maakte me bijna duizelig.
4 december
Ik heb het dagboek vandaag verstopt. Niet omdat ik het niet meer wil lezen, integendeel. Ik ben bang dat iemand het vindt. Want wat hier staat, is niet meer de vrouw die mijn omgeving denkt te kennen. Deze Clara gebruikt woorden die ik vroeger ordinair vond. Deze Clara denkt aan verlangen. deze Clara wil dingen. Deze Clara heeft ontdekt dat haar keurige leven een deur bevatte die ze jarenlang zelf op slot heeft gehouden. En nu heb ik de sleutel. Ik weet alleen nog niet of ik hem weer moet weggooien of de deur helemaal moet openen.
6 december
Morgen schrijf ik verder. Vandaag durf ik niet meer. Want er is iets gebeurd, iets waardoor ik nu anders naar mezelf kijk. En ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn of doodsbang. Misschien allebei.
7 december
Ik ga niet meer doen alsof. Gisteravond heb ik eindelijk opgehouden met vechten tegen mezelf. Ik heb de deur op slot gedaan, mijn telefoon uitgezet en mezelf toegestaan om niet netjes te zijn. Geen keurige gedachten, geen excuses, geen stemmetje dat me vertelde wat een vrouw van achtenveertig wel of niet hoort te voelen. Ik heb mezelf aangeraakt, voorzichtig eerst. Daarna niet meer zo voorzichtig, ik schaam me terwijl ik dit schrijf. Maar niet genoeg om spijt te hebben. Dat is het verschil.
8 december
Vroeger zou ik dit woord niet hebben durven opschrijven, Lekker. Maar dat was het, verontrustend lekker. Ik begrijp nu waarom mensen hierover praten alsof het iets natuurlijks is. Ik heb mezelf jarenlang wijsgemaakt dat het ordinair was, vies zelfs. Wat een onzin, ik ben er nog steeds verlegen over. Maar ik ben ook nieuwsgierig naar de vrouw die hierna komt. Want ik weet nu dat die oude Clara niet meer terug kan.
9 december
Het ergste? Ik heb vandaag alweer aan gisteren gedacht. Niet met schaamte maar met een glimlach. Ik begin mezelf bijna niet meer te herkennen. En misschien is dat precies waarom ik morgen dit boek weer open. Want ik heb het gevoel dat ik op de rand van iets sta. Iets wat ik jarenlang niet eens bij naam wilde noemen. En nu wil ik weten hoe ver Clara durft te gaan.



