77.506 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Mini - 417

Door: Keith

Datum: 24-08-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 952
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 48 minuten | Lezers Online: 7

Vervolg op: Mini - 416

Dinsdagochtend kon ik het rustig aan doen. Om negen uur zou ik met Gerben in Geldrop zijn. Dus kuste ik Joline liefdevol toen ze wegging richting Gorinchem en dook toen nog even achter de laptop. En om half negen liep ik de supermarkt uit met twee dozen Merci: eentje voor Abe, onze rondleider en contactpersoon, eentje voor ‘tante Truus’. Geen contactpersoon, wél iemand die, en daar waren Gerben en ik het over eens geweest, een bijzondere rol had binnen het bedrijf. En waarschijnlijk zouden we wel eens met haar te maken kunnen krijgen. Ik grinnikte terwijl ik richting Geldrop reed. Ze was een… hoe had de directeur dat ook alweer gezegd? ‘Een waardevolle aanvulling op de afdeling Personeelszaken’. Ja, dat zal best…

In Geldrop moest ik een paar minuten op Gerben wachten, toen liepen we samen naar binnen. Abe had gezegd dat we elkaar in de kantine zouden ontmoeten en dat klopte: hij was in gesprek met Tante Truus. “Aha, daar zijn onze gasten! Welkom, Gerben en Kees!” Abe gaf ons een hand en Gerben drukte hem meteen de doos chocola in handen. “Alsjeblieft. Als voorschot op een goede samenwerking!” Abe keek verwonderd. “Hoezo dit?” “Gewoon, als relatiegeschenkje. Wij hebben, toen jij ons rondleidde, een prima dag hier gehad; Tijdens de voorbereidingen vorige week ook, dus… ik hoop dat er nog een aantal van die dagen gaan volgen.”
Ik liep ondertussen naar Tante Truus. “En voor u ook. U heeft ons voorzien van prima koffie en soep; wij hopen dat dat zo blijft, Tante Truus. Ze keek me peilend aan. “Kees was het toch? Of Gerben?” “Kees klopt. Gerben staat daar met Abe te smoezen.” Ze knikte. “Oké. Kees, als je het niet als belediging opvat: deze doos gaat zo meteen open en de inhoud gaat bij de koekjes in de trommel. Ik eet geen chocola en bij mij thuis is er niemand die ze wél opeet. Dus…” Ik keek in een paar koele, grijze ogen. “Dat laatste hebben we van Abe gehoord. En ook hoe dat gekomen is. En toen wij, na ons eerste bezoek hier, wegreden, kwam uw raad om voorzichtig te rijden nogal stevig bij ons binnen, Tante Truus.”
Het was haar beurt om te knikken. “Daarom zei ik het ook, jongeman.” En in tegenstelling tot andere keren dat ik met ‘jongeman’ werd aangesproken, stak dit nu niet. “Tante Truus, wij zijn blij dat we bij dit bedrijf een opdracht mogen uitvoeren. We hebben het verhaal gehoord, inclusief de opdracht van de oude directeur dat u uw werk kon blijven doen, achter deze mooie balie. Dat hoor je niet vaak.” Ze glimlachte nu. “Ik probeer mijn best te doen. Dit bedrijf heeft heel veel voor mij gedaan; ik mag al jaren iets terugdoen en daar ben ik blij mee. Anders had ik nu achter de geraniums zitten sippen of zo. Ik verdien hier een net salaris en bouw pensioen op, dus ook als ik over tien jaar met pensioen ga, zal ik niet in de bijstand belanden.” Ik knikte. “Goed om te horen. Bovendien moet u wel voor uw neefjes en nichtjes blijven zorgen. Al die verjaardagsfeestjes…”
Ik wees naar de rij foto’s aan de muur en ze lachte. “Dat regel ik in één keer, Kees. Eén dag per jaar, rond mijn verjaardag, nodig ik al die kinderen uit bij de speeltuin in mijn buurt. En hun broertjes en zusjes. En dan is het feest. Een stel partytenten met lekkers, aan het eind van de middag een barbecue… En de leeftijden variëren van opgeschoten pubers tot baby’s en wat vaders en moeders. Ik hoef niets te doen; de jeugd vermaakt zich wel. En de kleine kinderen worden door de wat ouderen onder de hoede genomen. Er wordt dan voor me gezongen, er is taart en te drinken en het is dan gezellig. Dit jaar waren er 24 kinderen.” Ik wiste denkbeeldig zweet van m’n voorhoofd. “24 kinderen? Ik moet er niet aan denken om dat spul allemaal bezig te houden… Mijn vrouw en ik hebben nog geen kinderen, maar als ik sommige ouders met hun kinderen bezig zie, vraag ik me af of we daar wel aan moeten beginnen.”
Héél even zag ik iets flikkeren in die grijze ogen en ik schrok. “Sorry, dat was een stomme opmerking, geloof ik.”

Ze draaide zich om naar het koffieapparaat en toen ze met drie koppen koffie terugdraaide, zei ze: “Dat was inderdaad niet zo handig van je. Ik heb geen kinderen; mijn man is verongelukt in de tijd dat we nog jong waren en ‘nog even van het leven wilden genieten’. Een stomme beslissing, bleek achteraf. Ik geniet enorm van zo’n dag met die hele bende om me heen, maar ’s avonds moet ik dan wel een traantje laten. En hier is jullie koffie. Neem maar over, voordat daar ook een traan in valt.” Ze zette de kopjes neer en keek Gerben aan, die, samen met Abe het laatste deel van de conversatie had aangehoord. “Heb jij kinderen?” Gerben schudde zijn hoofd. “Nee Tante Truus. Ik heb nét verkering. Met een hele lieve jongedame. Een beetje vroeg om dan al achter een kinderwagen te lopen; onze verkering is nog geen negen maanden oud.” Tante Truus schoot in de lach. “Ja, dat zou wel érg vlot zijn, Gerben. Maar… genoeg hier over.”
Ze haalde het cellofaan van de doos chocola af en kieperde de chocolaatjes in de koektrommel. “Zo. Dan weten al die schurken hier dat ze er één mogen pakken. Niet meer.” Ik bromde: “Volgens mij doet het behoorlijk pijn aan je vingers als je een poging doet om er twee uit te jatten…” Tante Truus schoot in de lach. “Jij hebt mensenkennis! Goed zo!” Abe wreef verongelijkt over zijn vingers. “Ja, hou op, schei uit… Ooit kreeg ik eens zo’n tik, daarna kon ik een dag niet meer lassen…” “Een zoentje er op wil wel eens helpen, Abe.” Die wees naar Tante Truus. “Van haar zeker? Waarschijnlijk krijg je dan nog een paar tanden in je vingers ook. Nee, dank je wel.” Tante Truus moest breeduit glimlachen. “Abe kent me al een beetje. Maar ja, dat mag ook wel, na zo’n 24 jaar. En nu: neem je koffie mee en één koekje of chocolaatje en ga ergens zitten. Het is bijna half tien: zo dadelijk staat de meute hier te dringen. Húp!”

We gehoorzaamden braaf en gingen zitten. Terwijl we met Abe kletsten, bekeek ik het personeel wat binnenkwam. De lassers: stuk voor stuk schone handen en een gewassen gezicht. Tante Truus lette daar goed op; net als de vorige keer stuurde ze één personeelslid terug. Ditmaal iemand van het kantoor, geen lasser. “Die zal wel plotterinkt over zijn handen hebben gehad of zo…” mompelde Gerben. Even later sloot ook de directeur aan in de rij. Hij wees op de chocolaatjes en Tante Truus wees op ons. Hij kwam bij ons aan het tafeltje zitten. “Goedemorgen heren van DT… Wat brengt jullie hier? De feitelijke verbouwing van onze verwarming zou toch pas na oud en nieuw beginnen?” Gerben zei: “Ideetje van onze directeur om in deze week wat aan ‘after sales’ te doen. Nou ja, bij jullie ‘pré sale, maar goed: even de mensen bedanken met wie je lekker hebt samengewerkt. En Abe kwam daarvoor in aanmerking, Tante Truus ook, dus…” Abe wees op ‘zijn’ doos chocola. “Ik heb dus een hele doos voor mezelf en voor m’n vrouw.” De directeur bromde. “In feite zou je de inhoud van die doos nu ook in die koektrommel moeten mieteren, Abe. Daar zit niet meer genoeg in; de volgende ploeg komt over… zes minuten.” “Je brengt me op een idee, baas…” Ook nu ging het cellofaan van de doos af en nadat Abe iets tegen Tante Truus had gezegd, was de koektrommel weer gevuld. Een opgestoken duim van Tante Truus ging richting directeur. “Zo. Ik sta weer in een goed blaadje bij Truus. Gelukkig.”
Ik keek blijkbaar verwonderd, want hij keek even naar het buffet van Tante Truus, boog zich voorover en vervolgde zachtjes: “Truus zit er niet mee om ook mij af en toe op m’n donder te geven. Oké, niet hier, maar dan loopt ze even bij mijn kantoor naar binnen. In feite is zij de directeur van dit bedrijf en mag ik haar beleid verkondigen…” Hij keek zielig. “Maar dat is toch in veel meer bedrijven het geval?” zei ik. “Onze directeur, Theo, liet eens vallen dat zijn vrouw, overigens een briljant econome, de directeur van DT is en hij alleen maar een technische trekpop…”
Gerben proestte het uit van het lachen. “Theo een trekpop? Haha, wat een mop! Maar… ik heb er wel beeld bij, Kees.” Ik gromde: “Je hebt het niet van mij gehoord, piraat. Denk eraan.” De directeur stond op. “Ik hoop jullie na oud en nieuw weer hier te zien. Fijne feestdagen alvast.” Na een handje liep hij richting de bureauruimten.

“Zo. Dat was een nogal eerlijke directeur, Gerben. Ik heb ze wel eens anders meegemaakt. En nu gaan jij naar meneer van Meel, ik ga Gorinchem nog even onveilig maken. Anders krijg ik op m’n donder van Gertie en dat ga je niet willen. Jij hebt samen met van Meel en z’n ploeg lopen beulen bij dat andere bedrijf. Ik heb me alleen maar met zijn werkvoorbereider beziggehouden.” Gerben’s mondhoek trok een beetje. “Ja, daar heb ik wel iets van meegekregen. Iets met warmtewisselaars?” Ik gromde. “Ja. En de ‘klep van Gerben’. Die ik een doffe dreun geef als jij uit de school klapt over deze meeting hier.” Ik gaf hem een klap op zijn schouder. “Waar ga jij meneer van Meel ontmoeten?” “In Sint Oedenrode. Daar zijn ze bezig met de renovatie van een seniorencomplex. Hoezo?” “Dan rij jij daarna lekker naar huis. Ik wil je niet in Gorinchem zien, je werkt maar thuis de rest van de dag. En Margot zit veilig in Gorinchem, dus die kan je niet afleiden. Ik rij nog even langs twee andere klanten; die zitten op de route naar Gorinchem. Lekker praktisch.” Gerben humde instemmend.
Kortom: even later reed ik weer westwaarts: via Oirschot, bij een distributiebedrijf langs, daarna naar Tilburg, naar een houthandel. Bij beiden had ik het afgelopen jaar dingen gedaan: bij de distributeur een lopende bandsysteem voor kleine pakketten ontworpen, bij de houthandel een afzuigsysteem bij alle houtbewerkingsmachines. De laatste was pittig geweest, want moest wel explosieveilig zijn, conform de Europese ATEX (ATmosphere EXplosible)-normen. En dat hield in: geen enkel risico op vonkjes, broei of brand. En een explosieveilige schakelaar of elektromotor kostte nogal wat meer dan een ‘gewone’ knop of motor… Uiteindelijk had ik het systeem zó ontworpen dat er maar twee elektromotoren nodig waren; weliswaar zeer krachtige, maar dat bespaarde het bedrijf de kosten van zes van de acht (!) elektromotoren die de ventilatoren voorheen aandreven.

Om drie uur liep ik weer bij DT naar binnen. Irene zag me en merkte op: “Zo Kees… Kom je tóch nog een productief uurtje leveren? Goed zeg… Tijdens de pauze hadden we het erover dat jij wel ergens bij een klant koffie zat te leuten…” Ik draaide me om, liep de receptie binnen en zwaaide mezelf over haar balie heen alsof het een Ierse Tafel was. Irene schrok zich rot toen mijn benen vlak langs haar hoofd vlogen. “Gék!” Toen ik vlak voor haar stond boog ik voorover en zei dreigend: “Als Kees niet in Gorinchem is tijdens de werkuren, is hij ergens bij een klant aan het werk, dametje. Of hij probeert een potentiële klant binnen te hengelen. Snap dat nou eens. Als ik bij klanten alleen maar koffie zit te leuten, zijn we die klant snel kwijt en kun jij je solide salaris vergeten. Goed begrepen, Ireentje?” Ze trok een gezicht. “Hé, je bent mijn vader niet! Als die me op m’n donder geeft noemt hij me ook altijd zo…” Ik lachte haar uit. “Mooi. Dan hebben hij en ik nogal wat gemeen. Maar… Iets anders: heb jij je korfbaljurkje al gewassen en gestreken?” Ze trok een wenkbrauw op. “Wát?” “Voor de sport, vrijdag, dametje. Weet je nog?” Haar ogen lichtten op. “Oh ja… Goed dat je me daaraan herinnert. Bijna vergeten, Kees.” Ik keek dreigend. “Laat ik het niet merken…”
Toen liep ik om haar balie heen om richting eigen bureau te gaan. Een spottend lachje achtervolgde me. Nog even wat telefoontjes afhandelen en voor ik het wist was het kwart voor vijf en kwam Mocca me ophalen. In de auto vroeg Joline: “Heb jij Ireen de schrik van haar leven gezorgd, Kees?” “Nou nou, als dat ‘de schrik van haar leven’ is, moet ze nog veel levenservaring opdoen, Jolien. Ik sprong alleen maar over haar balie heen, toen ze een rotopmerking maakte, verder niks…” Joline keek twijfelend. “Over haar balie springen? Die is ruim één meter hoog. Ben je gek of zo?” “Nee hoor. Zelfde manier als de ‘Ierse Tafel’ op de hindernisbaan: je handen erop zetten en je benen er links of rechts langs heen zwaaien. En netjes landen natuurlijk, ook belangrijk. En zo hoog is die balie van Irene nou ook weer niet; op de hindernisbaan moet je over anderhalve meter heen. Die balie van Irene was een makkie.” Ze snoof. “Macho…” “Even de spieren losmaken voor vanavond, schat.” De snuif ging over in een zucht. “Oh ja, ook dat nog. Loopgroep…”

We kleedden ons thuis om terwijl de pasta stond te koken. We aten een bescheiden bordje om vervolgens richting het cooperparcours te lopen. “Ik doe het vandaag nog even kalm aan, Jolien. Een opwarmrondje, dan twee rondjes op duurlooptempo, wat grond-oefeningetjes en een cooling down. That’s it.” Joline keek fronsend. “Da’s de moeite niet waard om hier naar toe te komen, Kees. Zal ik, na jouw ‘rondjes op duurlooptempo’ er nog een rondje sprint aan vastknopen? Dan hebben we ze ten minste aan het zweten gekregen. Anders begint Linda te griepen en dat wil je niet.” Ik zuchtte. “Je doet maar wat je niet laten kunt, meissie. Ik kondig je niet aan; neem de leiding maar over na mijn twee suffe duurlooprondjes. En je mag dan ook de cooling down voor je rekening nemen én het commentaar in ontvangst nemen bij de finish. Sterkte.” Joline giebelde. “Als ze me willen lynchen, sprint ik er wel vandoor, Kees. Kunnen ze toch niet bijhouden.” En als iemand me toch te na komt, zet ik beide jokers wel in: Mocca en jij.”
Op het startpunt aangekomen stonden daar de twee nieuwste leden al: Nino en Tess. “Zo, dame en meneer… Jullie hebben er blijkbaar zin in? Dat zien we graag…” Nino lachte. “De afgelopen weken heb ik bijna elke avond een stukje hardgelopen, Kees. Ben lekker in vorm. Denk ik.” Joline knikte. “Mooi, Nino. Dat zul je nodig hebben vanavond.” Ze lachte veelbelovend, wendde zich toen tot Tess. “En jij, Tess?” Die glimlachte. “Ik heb ook niet stilgezeten, Joline. Niet elke dag gelopen, maar om de dag. En telkens de route met 200 meter verlengd. Ik loop nu zes kilometer op redelijk tempo zonder mezelf vreselijk af te knijpen. En de kroeg heb ik afgezworen; zonde van de tijd én je geld.” Ik zei niets, maar stak een duim op. Ondertussen kwam de rest er ook bij, inclusief Zelda. Linda als laatste. Met haar Rotterdamse tongval zei ze spottend: “Is iedereen klaar voor een paar rondjes afzien? Want dat zal het wel worden, deze laatste training voor de vakantie…”
Wat me deed aanvullen: “Dank voor deze ‘hint als een koevoet’, Linda. Want, ja, mensen: volgende week en de week daarna geen loopgroep. Ik wil jullie jullie het ‘kerstdiner met schoonouders’ door de neus boren. De week erop, met oud en nieuw ook niet; dan zitten jullie vol met allerlei vettigheid en suikers. Zorg dat je die een week later maar kwijt bent, dan zien we jullie graag weer hier.” “Jammer Kees”, zei Astrid, de nieuwe vriendin van Ben Moes. “Zo’n dinertje met m’n aanstaande schoonouders lijkt me best afzien. Meer dan hier even rennen.” Joline antwoordde voor mij. “Ik kén jouw aanstaande schoonouders een beetje, Astrid. Een dinertje met hen lijkt me geen straf. Bovendien zit je aanstaande vent er ook; als hij naast je zit krijg je misschien een liefhebbend handje op je been, stiekem onder de tafel. Dat zie ik Kees nog niet doen, hoor.”
Ben trok Astrid naar zich toe. “Nou, we hebben nu officieel toestemming van Jolien, schoonheid. Daar gaan we gebruik van maken tijdens dat kerstdiner. En wie weet… Daarna ook!” Gelach klonk door het bos, toen maakte ik er een einde aan. “Goed lui… Even een rondje opwarmen. Mij volgen!” Ik begon rustig, met een licht looppasje wat ik langzaamaan versnelde. Terug op het startpunt riep ik achterom: “Nóg twee rondjes… Duurlooptempo!” Dat tempo lag iets hoger, maar veel scheelde het niet. Iedereen bleef prima bij en liep in tweetallen naast elkaar. Na de twee rondjes wees ik op Joline. “Mevrouw Jonkman neemt het over!” Joline was kort. “Twee rondjes sprint! Mij volgen en bijblijven!” Ze ging er snel vandoor, Mocca naast zich. Die vond het prachtig om nu lekker te rennen in plaats van dat slome tempo van Kees te volgen. Ik raakte wat achterop, samen met Linda; die was ook geen sprinter en net als ik een diesel: rustig op gang komen, maar het tempo dan ook volhouden! De groep viel wat uit elkaar, maar de tweetallen bleven mooi bij elkaar. Dát was winst. En langzaam maar zeker haalden Linda en ik wat andere lopers in, tot we achter Joline aan renden.
Na twee rondjes draaide ze zich om en dribbelde nu rustig, al achteruit lopend, tot iedereen weer bij was. “Goed zo… Nu nog anderhalf rondje uitlopen. Adem in bedwang houden en elkaar in de gaten houden, lui.” Ze verminderde geleidelijk het tempo, tot we honderd meter voor het startpunt ‘gewoon’ liepen. Er werd nauwelijks meer gehijgd, behalve door Mocca. Op het startpunt draaide Joline zich om. “Nu bij elkaar even in de hals de hartslag opmeten, mensen.” Het was gedurende een halve minuut stil, daarna vroeg Joline de resultaten op. Die varieerden van 150 bij Tess tot 110 bij Linda. Joline had 115, ik haalde nét de 111. “Mooi. Geen enkele waarde is te hoog, lui. Ik heb vorige week het een en ander gelezen; jullie hebben stuk voor stuk nu een prima loopconditie.” Ze keek naar Tess. “Ja, zelfs jij, Tess. Je bent enorm vooruitgegaan deze weken. Zelfs zonder nieuw trainingspak.” Tess stak haar tong uit en we lachten.

“Mooi lui. Zoals Kees al aankondigde: volgende week en de week er na geen loopgroep, althans niet onder onze leiding. Als je wilt lopen: prima, maar hou rekening met al het calorierijke voer wat je naar binnen hebt gestouwd tijdens de feestdagen. Voor nu: wel thuis, welterusten, een goeie vakantie en tot in het nieuwe jaar. En speciaal voor Ben en Astrid: hou het een beetje netjes tijdens het kerstdiner!” We gingen uit elkaar en samen met Mocca dribbelden we richting huis. Mocca rende nu niet meer vooruit, maar bleef gezapig naast mij lopen. “Die heeft het ook wel gehad, Jolien…” Ze knikte. “In feite heeft hij nu te veel gerend, “Kees. Maar goed, eens in zoveel tijd heeft ook een Labrador recht om af te zien. Straks niet meteen haar bak vullen; hij moet ook eerst bijkomen. Dat kan mooi terwijl wij douchen en eten. Pas daarna krijgt Mocca zijn eten.”
Een bruine snoet ging omhoog na het woord ‘eten’. “Niks ervan, vuilnisbakkie. Eerst uithijgen jij.” Thuis werd er kort, maar hevig gedoucht. Daarna ging de magnetron aan voor een bescheiden portie pasta en daarna kreeg Mocca zijn brokken. De helft in zijn waterbak, zodat hij ook meteen water binnenkreeg. Mocca dronk niet zoveel. Joline besloot de maaltijd met een beker warme melk. “Geen suikers nu, Kees. Krijg je last van. Morgenochtend, dan mag je je weer uitleven met de hagelslag.” Ik keek verongelijkt. “Bah. Ik had me tijdens het lopen nog zo verheugd op lekkere griesmeelpudding met bessensap… Saaie dieetmuts ben jij, hoor!” Joline gaf me een snelle zoen. “Ja. Om jou een beetje gezond te houden, zodat jij in Huize Levensavond fit genoeg bent om mijn rolstoel te duwen.” “Hé, dat was jouw taak toch? Jij zou mijn rolstoel duwen, hadden we afgesproken! Want jij zou dan nog steeds een jonge blom zijn… 75 als ik 80 was.” Ze legde een vinger op mijn mond. “Stoppen, vrijer. We weten beiden dat dat niet vanzelfsprekend is.” Een half uurtje later lagen we in bed. Het was kwart voor tien. “Lekker slapen, Kees…” hoorde ik na een zoentje en ik bromde: “Dat gaat wel lukken na zo’n fijne training van mevrouw Jonkman-Boogers. Die drie rondjes onder mijn leiding waren alleen maar warming-up. Toen ging jij los…” Ze giebelde. “Ja. Goed hé? Welterusten, schatje.” Ik draaide me om en was in no-time vertrokken. Het laatste wat ik hoorde was het gezaag van Mocca, vaag hoorbaar door de kamerdeur…

De woensdag ging ik toch nog bij een klant langs: die asfaltcentrale iets ten noorden van Arkel. Formeel Gerben z’n klant, maar hij was er pas binnengekomen toen het project al gestart was. Mijn bezoekje was dan ook vrij kort: een praatje tijdens de koffie met een voorman, vragen of er na de renovatie nog problemen waren geweest en na een half uurtje was ik weer vertrokken. Niet overal uitgebreid gaan zitten kletsen, Kees. De rest van ochtend besteedde ik aan wat administratief werk voor de Piraten. Moest ook gebeuren.
En om twaalf uur joeg Joline ons richting fitness. Daar kregen we een tegenvaller: Mariëtte had zich ziek gemeld. Eén van de andere instructeurs bood aan om haar lesje over te nemen, maar Joline weigerde. “Sorry, maar we hebben de afspraak ‘Mariëtte of niets’. Wij gaan wel lopen.” En dat deed ze dan ook: een loopje van twee kilometer door de regen in een stevig tempo. Tijdens het douchen erna klonk er nogal wat gemopper in de herendouche. Het varieerde van: “Kees, hou jij die echtgenote van je eens een beetje in toom” tot “Sjongejonge, mijn zusje was weer lekker bezig! Hebben jullie ruzie gehad gisteren, Kees?” Rob z’n kop zat onder de shampoo toen hij het vroeg, dus ik kon hem zonder al teveel gevaar een dreun geven. “Kijk jij een beetje uit, zwager van me? Al te confronterende vragen speel ik door aan mijn lieve echtgenote. En dan moet jij het weer eens bezuren, makker…” Hij gromde: “Dan geef ik haar, net als vroeger, een trap onder haar…”
Verder kwam hij niet; Fred greep hem bij een schouder. “Niks ervan, stomme olieboer. Jij blijft met je scheepsdieseltengels van mijn teamleidster af. Goed begrepen?” Rob kreunde. “Nou, haar beide bodyguards nemen hun taken weer eens serieus, hoor…” Waarop André droogjes opmerkte: “Dat krijg je met zo’n body…” Ik keek hem even nogal doordringend aan, maar André lachte zeer onschuldig. Tijdens de lunch kreeg Joline zelf de wind van voren. Niet alleen van de heren, maar even goed van de dames. Ze glimlachte liefjes en vroeg: “Vonder jullie het allemaal een beetje te snel gaan? Stakkers… Gisteravond, bij onze loopgroep heeft Kees ze even 1500 meter in zijn lange-afstandstempo laten lopen, daarna knoopte ik er nog ruim een kilometer sprint aan vast. Dus het valt allemaal best wel mee. Niet waar, Kees?” “Zeker schat. Ik dacht zojuist tijdens het lopen zonet nog: ‘Wanneer gaat ze nou eens voor het echie beginnen?’ Maar toen waren we alweer terug bij DT. Dus ja, het viel best mee.” Joline snoof. “Bluffer…” Ik grijnsde gemeen. “Wacht jij maar eens af, mevrouw Jonkman – Boogers. Vrijdag piep je wel anders.” Ik keek rond en riep: “En de rest ook!”
Zelda zuchtte. “Dat loopje gisteravond, daar was ik bij. En ik kan jullie wel vertellen: dat was een stuk pittiger dan wat jullie net gedaan hebben!” Ik knikte haar toe. “En je liep net prima, Zelda. Complimenten.” Ze bloosde even. Na de lunch: weer aan het werk! Nu geen ‘administratieve shit’ meer, maar gewoon lekker tekenen. Aan een installatie bij een kantoorgebouw in Gorinchem. Een pand van dezelfde eigenaar als ons gebouw, van Weert Vastgoed B.V. Die wilde in dat pand de luchtbehandelingsinstallatie renoveren en had een offerte aan DT gevraagd. Ik had de bouw- en installatietekeningen gekregen en van Theo de boodschap: “Ga daar maar eens op kauwen, Kees. Jan van Weert wil daar een installatie in zetten die zoveel mogelijk klimaatneutraal is. Dus zonnepanelen, een aircosysteem zonder Freon, enfin: de ecologische footprint moet zo klein mogelijk zijn. Maak er wat moois van.”
Het concept kon ik in deze uurtjes mooi uitwerken; de details kwamen wel als ik het gebouw grondig bekeken had, ergens in het nieuwe jaar… Om drie uur een snelle bak thee, samen met Irene, daarna weer door. En om half vijf kwam Joline me ophalen. “Kees: afsluiten; we gaan richting het Brabantse land. Want dáár brandt nog licht.” Ze refereerde aan het liedje van Guur Meewis, een zanger die ik wel mocht. Had leuke liedjes geschreven met mooie melodieën en pakkende teksten. En hij verloochende zijn Brabantse roots niet, ook best zeldzaam. Zelda liep achter Joline aan; we hadden afgesproken dat wij haar in Best zouden droppen, dan kon zij de bus naar huis nemen. Scheelde een kwartiertje voor haar, maar ze vond het onzin dat we haar helemaal naar huis zouden brengen en ons dan weer in de file richting Liempde zouden begeven.

Toen we Zelda hadden afgezet, ging Joline naast me op de bijrijdersstoel zitten; die had lekker met Zelda zitten kletsen over de toepassingen van A.I. in het Backoffice. “Zo, die komt wel thuis, Kees. En wij gaan er een gezellige avond van maken met Bas en Linda.” Ik knikte. “In feite moeten we nu twee dozen chocola aan hen geven, schat. Eentje voor Bas vanwege Bosnië en eentje voor Linda vanwege het gedoe met de ziekenhuizen.” Ze keek minzaam. “Misschien krijgen wij wel dozen chocola, Kees. Eentje omdat jij een misdadiger binnen BuZa hebt ontmaskerd en eentje omdat we samen die bende van Duyvestein konden oprollen.” Ik knikte. “Nou, als dat zo is, dan laten we die doos van ons maar in de auto, schat. Nemen we mee naar huis en smikkelen die in de kerstvakantie lekker samen op. De eerstvolgende training met de loopgroep is dan nog zóóó ver weg…” “Niks ervan, meneer Jonkman. We nemen die doos bonbons mooi mee naar binnen bij Linda en Bas en als zij met een doos retour komen, ga ik aan Linda voorstellen om die eens samen op een middag op te eten, met een bakje thee erbij. Wat jullie heren dan met die andere doos doen: het zal ons een zorg zijn. Eet die maar op als je aan de waterkant zit te vissen of zo en stoere verhalen zit uit te wisselen.”
Ik trok een smerig gezicht. “Wil je me aan het vissen krijgen, mevrouw? Nooit van m’n leven. Ten eerste moet je dan véél te vroeg op, je zit aan de waterkant te kleumen en te wachten een vis die stom genoeg is om de haak niet te zien die in dat stukje brood verstopt zit. Daarna, als die vis bijt, moet je ‘m van die haak zien te frunniken en dan determineren was voor vis het is. Is het beest te eten of valt hij in categorie ‘niet te hachelen’? Bij de laatste categorie moet je hem weer in het water zetten, bij de eerste categorie moet je ‘m in zo’n leefnet bewaren en vlak voor je naar huis gaat dood meppen. Dan thuis de ingewanden er uit lepelen, zodat je hele huis er naar stinkt, het beest bakken en uiteindelijk hou je van die best forse vis twee minieme moten over die waarschijnlijk een behoorlijke grondsmaak hebben, waardoor je later op de avond alsnog naar patatkraam ‘Kleffe Hennie’ moet om je maag fatsoenlijk te vullen. No, thank you.” Joline giechelde. “En jij gaat er voetstoots van uit dat je überhaupt wat vangt. Met jouw visserskwaliteiten zou dat nog wel eens tegen kunnen vallen, vriendje van me.”
Ik haalde mijn schouders op. “Nou ja, dan rij ik, na een paar uur aan de waterkant te hebben zitten kleumen, wel rechtstreeks naar een viskraam in Eindhoven voor een portie kibbeling.” Joline maakte een laatdunkend geluidje. “Jaja… En dan triomfantelijk roepen: ‘Kijk eens schat? Zelf gevangen en gebakken! Verse kabeljauw uit de Zuid-Willemsvaart!’ Nu was heet mijn beurt om smerig te kijken. “Uit de Zuid-Willemsvaart? Die vis komt dan nooit aan de oppervlakte, zoveel zware metalen zitten erin. En je hengel breekt als je ‘m op wil hijsen vanwege diezelfde zware metalen. Dat komt er in Huize Jonkman niet in, schat.” “Nou ja, dan maar een blikje makreel in tomatensaus, schatje. Daar zit het zware metaal ten minste om de vis heen, niet er in.” Ik knikte. “En het kost een stuk minder slaap en gedoe met hengels en haken. Húp, naar de supermarkt en klaar.”
Ondertussen reden we Liempde door en slingerden we even later weer door het agrarisch gebied. Het stukje bos waar Bas en Linda woonden doemde na een bocht op en ik stopte voor de inrit. Joline stapte uit en drukte op de bel, kletste even en de poort schoof open. Ze liep voor me uit naar het huis en terwijl ik de motor afzette, zag ik Linda om het huis heen lopen. Ze begroette Joline met een omhelzing. Mooi gezicht, die gitzwarte krullen naast een blonde staart… Ik stapte uit. “Goede middag mevrouw…” Linda keek me aan. “Kees, als je m’n voornaam vergeten bent: die is Linda. ‘Mevrouw’ gebruik je maar in Dan Haag.” Ik gniffelde. “Ik wist niet of je al geacclimatiseerd was, Linda. Maar nogmaals: goeiemiddag.” Ze gaf me drie zoenen op mijn wangen.
“Zo, die kan van je bucketlist af, Kees. Gezoend worden door een plaatsvervangend S.G…” Bas liep lachend om het huis heen. “Blij toe dat het een knappe dame is, Bas. En niet zo’n lelijke vent als jij.” Hij trok een gezicht en Joline liep naar Bas toe. “Zal ik je loopbaan en reputatie maar weer redden, meneer Jonkman?” Ze kuste Bas op dezelfde manier. “Zo. Nu is Bas ook weer tevreden. Als jullie nou een beetje aardig tegen elkaar zijn vandaag, dan hoeven Linda en ik niet steeds de vredestichtster uit te hangen. Duidelijk?” Linda schoot in de lach. “Nou… als dat bestaat uit het bij herhaling moeten zoenen van Kees… Lijkt me geen straf!” Ik boog. “Dank u voor dit welgemeende compliment, dame. Mijn dag, wát zeg ik? Mijn maand is weer goed!”
Joline keek me nogal sceptisch aan. “Jij hebt wel lef, echtgenoot van me… We zijn nét een half jaar getrouwd en jij staat, waar ik bij ben notabene, met droge ogen te debiteren dat jouw maand goed is als een andere dame jou zoent? Ga zo door en je zoekt maar iemand anders om je rolstoel te duwen in Huize Levensavond.” Bas en Linda schoten in de lach. “Nou… dát zijn pas dreigementen, Kees. Ik zou maar oppassen als ik jou was. Maar… mogen we weer even kennismaken met jullie mooie hond?” “Even wachten tot we binnen zijn, Bas. Dan gaat zijn tuigje af en mag je hem aanhalen. Nu nog niet; met tuigje om is hij in functie. De enige die belangrijk is, is degene die zijn riem vastheeft.” “Oké, maar nu, met of zonder rolstoel: naar binnen, mensen. Daar is de temperatuur wat aangenamer dan buiten.”
We volgden hen naar binnen en ja, daar was de temperatuur beter: in een forse open haard gloeiden houtblokken. Bas zag me kijken. “Ja Kees, ik kan het niet laten. Een mooi vuurtje maken is nog steeds een hobby van me.” Maar Linda vulde aan: “Hij doet wel stoer met z’n open haard en zo, maar de meeste warmte komt toch écht van de vloerverwarming, hoor.” “Maakt me niet uit, Linda. Dit heeft wel wat. Helaas heeft ons appartement geen open haard.” “Gelukkig niet”, bitste Joline. “Elke keer zo’n schoorsteenveger over de vloer met alle rotzooi die daarbij komt kijken… En alle as door de kamer als er eens windvlaag via de schoorsteen naar binnen komt… Genoeg ervaring mee in mijn ouderlijk huis!”
Linda wees op de stoelen. “Ga lekker zitten, jongens…” Meteen er achteraan kwam: “Sorry. Dat schoot er even uit. Mag ik dat wel zeggen? Zo spreken wij vrienden aan.” Ik keek naar Joline. Op dit soort momenten was zij de woordvoerder. “Linda… Dank je wel. Jullie mogen dat zeggen. Wij zijn blij dat jullie ons tot jullie ‘vrienden’ rekenen. En als dat mag: dan graag ook wederzijds.” Ze knikten en Bas vulde aan: “Mooi. In Duitsland zouden we dan nu van het formele ‘Sie’ overstappen naar het amicale ‘du’, maar dat deden we al een tijdje. Wees ervan overtuigd dat jullie vrienden zijn; jullie hebben ondertussen de B.V. Nederland aardig wat geld bespaard en wat boefjes achter tralies laten belanden.” Ik maakte Mocca’s tuig los. “Zo. Nu mag hij gewoon ‘hond’ zijn. Even knuffelen en aaien mag nu, maar denk er aan: meneer is nogal onverzadigbaar als het om knuffels en aandacht gaat.”

Kwispelend kwam Mocca op Bas af en even later bij Linda. Om daarna plompverloren bij Joline d’r voeten neer te ploffen. “Zo, kennisgemaakt. En nu: willen jullie koffie of iets anders? Rond 18:30 gaan we eten, dus tijd genoeg.” “Jullie koffie was de vorige keer prima, Bas. Laat maar komen.” “Voor mij graag iets fris, Bas.” Even later zaten Bas en ik gezellig in de kamer te kletsen; beide dames hadden zich in de keuken teruggetrokken. Toen ik zei dat die verdeling wel héél erg rolbevestigend was, grinnikte Bas. “Ik mag me alleen met het eten bemoeien als er kip op het menu staat, Kees. En dan wijst Linda uitnodigend op de tuin. Je begrijpt wel waarom.” Ik proestte het uit. “Méén je dat? Sjongejonge…”
Bas vervolgde: “We hebben hier een kippenhok. En in een van onze eerste maanden hier, deed Linda dat dus: ‘Je zoekt maar een kip uit, slacht het beest, maakt het schoon en brengt het dan maar naar de keuken, stoere vent.’ Enfin, ik ook de beroerdste niet, ik pak de oudste kip, help het beest uit haar lijden, maak haar schoon en leg even later twee poten, twee vleugels en een borstdeel op het aanrecht en zeg: ‘Alsjeblieft, schat.’ En ze kijkt me woest aan. ‘Heb jij écht een kip van ons geslacht? Beul!!’ Enfin, ik uitleggen dat het de oudste kip was, die toch al niet meer zo productief was met eieren en zo… Mevrouw heeft twee dagen geen woord meer tegen me gezegd.” Ik grinnikte. “Zal haar moeite gekost hebben, denk ik. Vrouwen kletsen nu eenmaal graag…”

Die opmerking werd meteen afgestraft; vanuit de deuropening hoorde ik een zacht, maar vlijmscherp: “Kijk je een beetje uit, majoor Jonkman? Dit soort opmerkingen stel ik niet zo op prijs…” Ik draaide me om en keek recht in een paar strenge ogen onder zwart, krullend haar. Joline dook achter Linda op. “Beter dat hij het zegt, dan iemand met gezond verstand, Linda. Trek je maar niks aan van die macho. Eén en al branie.” Linda’s ogen flikkerden nog even na, toen zei ze: “Nou, vooruit dan maar. Je hebt wel wat krediet hier. Maar hou je tong voortaan in bedwang!” Ik slikte een frivole opmerking meteen in; geen idee of Linda of Bas dat op prijs zouden stellen. Joline zat er echter niet mee. “Ik weet niet of ik daar blij van word, Linda…” Ze keek ondeugend. Bas keek mij aan en ik hem en we schoten in de lach. En na één seconde verbijsterd te hebben gekeken, Linda gelukkig ook. “Jij bent al net zo’n gek als die vent van je… Kom hier, trut!” Beide dames sloegen hun armen om elkaar heen.

Even daarna moesten Bas en ik de tafel dekken. Er stond pasta op het menu: Tortellini. Nu was ik daar niet zo dol op; de vulling die men er in de fabrieken in deed, bestond vaak uit één nogal smakeloos vleesbolletje. Maar deze Tortellini was heerlijk! Samen met de tomatensaus en wat sla… “Waar koop je deze, Linda? Dit is verrukkelijk!” Ze keek op. “Niks ‘kopen’, Kees. Zelf maken. En ja, da’s best wel wat werk, maar mijn oma heeft me dat prima geleerd.” Ze haalde haar hand door haar haren. “Mijn oma van moeders kant, komt uit Italië. Daar heb ik mijn zwarte krullen waarschijnlijk aan overgehouden. Maar gelukkig ook een heleboel heerlijke recepten! Helaas is ze zeven jaar geleden overleden. ’s Morgens werd ze in haar appartement gevonden: in haar slaap overleden. De begrafenisondernemer hoefde vrijwel niets te doen om haar ‘toonbaar’ te maken; ze lag met een spoor van een glimlach op haar bed, rozenkrans in handen.” Even was ze stil. “Ze is in Italië begraven, dat wilde ze graag. In haar geboortedorp, ten oosten van Foggia, aan de Adriatische Zee. Dus vandaar deze heerlijke Tortellini, Kees.”
Joline zei: “Mogen wij het recept hiervan hebben, Linda?” Ze vertelde kort over het receptenboek binnen haar familie en Linda lachte. “Dát is een mooie traditie… Natuurlijk mag je het hebben. Maar hou er rekening mee dat het maken van deze Tortellini’s best wel wat tijd kost.” Joline haalde haar schouders op en wees naar mij. “Hij is chefkok in ons huis, dus… zijn probleem.” Bas gniffelde. “Jij zit al net zo onder de plak als ik, Kees…” Ik knikte somber. “Ja. Waarom zou jij het beter hebben dan ik?” Linda keek ons beurtelings onderzoekend aan en zei: “Willen de heren hun huwelijkse ervaringen uitwisselen zónder het risico te lopen een nogal massieve koperen steelpan op hun kop te krijgen? Zo ja, dan mogen jullie even de tuin in gaan, dan eten Joline en ik lekker rustig onze bordjes leeg en gaan daarna genieten van een heerlijk kopje koffie, terwijl jullie voor de tuindeuren staan te miepen om naar binnen te mogen… Maar dat kan dan wel een tijdje duren. Stelletje macho’s…”
Bas keek me aan. “Het is tijd om te dimmen, Kees. Als mijn normaal best wel sympathieke echtgenote begint over haar roodkoperen keukeninventaris…” “Ja, kijk dan maar uit, Bas van Leeuwen! Je hebt al eens zo’n pan op je kop gekregen, je weet hoe het voelt!” Linda keek waarschuwend, Bas wreef over zijn achterhoofd terwijl hij mopperde: “Nou en of… Ik hoop dat dat een ‘once in a lifetime experience’ blijft.” Joline keek nieuwsgierig. “Vertel eens, Linda… Misschien kan ik daar wat mee. Weliswaar hebben wij niet van die mooie roodkoperen steelpannen als jullie, maar slechts eenvoudige roestvrij stalen pannen, maar qua hardheid zal dat niet zoveel uitmaken, toch?”

Linda giebelde en plotseling zag ik een heel ander persoon dan de aardige gastvrouw of de strenge plaatsvervangend Secretaris-Generaal van een ministerie. Met haar giebel had ze veel meer weg van een studente die iets ondeugends ging doen en daar bij voorbaat al plezier in had. Haar meisjesachtige giebel ging over in een lachje. “Bas en ik waren nét drie dagen getrouwd en op huwelijksreis in de Ardennen. In Bas z’n auto, maar die stond op een parkeerplaats in La Roche des Ardennes. Van daaruit zouden we een week hiken: hij zou me een paar plaatsjes laten zien waar hij geoefend had; Bas was toen een jaar uit dienst, maar was nog redelijk geïndoctrineerd met het Commandovirus. Enfin, op de derde avond van ons huwelijk, we hadden net de tent opgezet, zouden we gaan koken. En meneer zegt met een stalen gezicht, terwijl hij in een klapstoeltje ploft: ‘Ga jij koken, schat? Ik heb ten slotte de hele dag lopen kaartlezen…’ Ik had nét het enige steelpannetje in handen wat we mee hadden, en daarmee heb ik hem een tik op z’n hoofd gegeven. Achteraf jammer dat het ding nog niet op het vuur had gestaan.”
Ze lachte nu voluit en Bas keek schuldbewust, terwijl hij zijn achterhoofd bevoelde. “Daarna was meneer van Leeuwen een stuk makker in de omgang, zeg maar.” Bas gromde zachtjes. “Ehh… Bas: kent men dit verhaal bij BuZa ook? Lijkt me voor de medewerkers van jouw afdeling wel handig… Je hebt de reputatie van een nogal strenge baas. Als je dan weer eens uit je slof schiet, pakt één van je medewerksters, Suus bijvoorbeeld, een steelpannetje uit een bureaula en gaat daar demonstratief mee spelen…” Hij keek me doordringend aan en zei toen zachtjes: “Details over onze huwelijksreis worden alleen gedeeld met lui die wij goed kennen en vertrouwen, majoor Jonkman. En waag het niet om, met Suus notabene!!!, onder één hoedje te spelen om mij een ongemakkelijk momentje te bezorgen, want…”
Linda kapte hem af. “Niks ervan, Bas. We houden het gezellig hier. Niet met rangen en standen gaan smijten, je bent thuis.” “Daar kom je maar weer goed mee weg, Kees”, zei Bas terwijl hij lachte. Joline nam het over. “Nogal. Jij hebt mazzel, Kees. Zomaar de bescherming van de plaatsvervangend SG gekregen.” Linda knikte. “Klopt. Maar als jouw echtgenoot plannen maakt om mijn echtgenoot te gaan pesten… Ik heb een aantal van die roodkoperen steelpannen, Joline.” Die lachte. “Oh, daar is geen steelpan voor nodig, hoor. Een stuk stuwhout van een boedelbak doet wonderen bij Kees.” Twee verwonderde blikken. “Ga je ons nu vertellen dat je Kees voor z’n harde kop hebt gemept?” Bas keek verwonderd en Linda merkte op: “Dan hebben we meer dingen gemeen dan we dachten, Joline. Goed van je, zeg…” Nu was het mijn beurt om te grommen.
Joline keek me aan. “Mág het, Kees?” Ik knikte. “Ja hoor. Mijn reputatie is toch al naar de ratsmodee, dus ik heb niks te verliezen.” Joline grinnikte en vertelde het verhaal van de verhuizing van Rogier z’n vader. Inclusief het eind hout op m’n kop. Ze besloot met: “…Enfin, dit drama leverde toch nog een pluspunt op: zowel een beide EHBO-ers, als de verpleegkundige, maar ook onze huisarts waarschuwden Kees dat hij het rustig aan moest doen; hij had waarschijnlijk toch een lichte hersenschudding opgelopen. De eerste keer dat er wetenschappelijk werd geconcludeerd dat de schedel van mijn echtgenoot iets anders bevatte dan alleen maar macho praat en technisch geneuzel.” Ik keek op. “Linda, mag ik even zo’n steelpan van je lenen? Schoon of nog vuil maakt me niet zoveel uit.”
Linda keek me strak in de ogen. “Nee. Je schikt je maar eens in je lot als huisman. Is wel eens goed voor jou. Net als voor Bas. Stelletje macho’s… Iedereen gereed met het hoofdgerecht? Mooi. Dan nu het dessert: ijs.” Samen ruimden we de tafel even leeg, daarna haalde Bas vier coupe’s met ijs uit de vriezer. Ook die gingen schoon op. “Linda, ik vind dat ik een redelijk goeie kok ben, maar ik heb meer dan uitstekend gegeten. Het was heerlijk, dank je wel.” Ze knikte. “Altijd leuk om te horen van iemand waarvan ik weet dat hij ook culinair z’n mannetje staat. Dankjewel, Kees. Kom, terug naar de voorkamer jullie; Bas ruimt die afwasmachine wel in. En daarna koffie? Kletsen we nog even over actuele zaken…”
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Blondesigm
Blondesigm (21)
Zoek jij een avontuurlijke vrouw die graag de controle loslaat?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 1038 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net