77.913 Gratis Sexverhalen
Houd jij ook van een beetje kinky?
A+ - a-

De Stalker - 13

Door: Leen

Datum: 07-09-2026 | Cijfer: 6 | Gelezen: 75
Lengte: Lang | Leestijd: 29 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Auto, Creampie, Dwang, Neuken, Openbaar,

Vervolg op: De Stalker - 12: Het Steegje

De Achterbank

Eline

​De echo van zijn donkere belofte hangt nog in de steeg wanneer hij tot mijn verwarring plotseling mijn hand neemt. Zijn vingers verstrengelen zich met de mijne in een stevige greep. De abrupte fysieke connectie voelt als een stroomstoot na zijn ijskoude woorden. Ik geef een felle, gejaagde ruk aan onze handen om me los te maken, maar mijn poging strandt direct. Hij beantwoordt de beweging door zijn greep te verstevigen. De botjes in mijn hand kraken zachtjes onder de druk.

​Met één ruk trekt hij me bij de muur vandaan. Ik struikel op mijn hakken, mijn knieën knikken. Maar hij is snel. Voordat ik de grond kan raken, slaat hij een arm om mijn middel. Hij houdt me overeind en trekt me tegelijkertijd pijnlijk dicht tegen zich aan. Zijn vrije hand glijdt naar boven en grijpt mijn kin vast. Hij kantelt mijn hoofd omhoog, dwingend, zodat ik hem recht in de ogen moet kijken.

​Het brandt. De focus in zijn donkere irissen boort zich door me heen. Het is de blik van een man die op het punt staat te nemen wat hij wil. ​Zonder zijn ogen van de mijne af te wenden, laat hij mijn kin los. Zijn handen glijden naar mijn heupen en graven zich in de dunne stof van mijn jurk. Voordat ik kan protesteren of me schrap kan zetten, buigt hij door zijn knieën en werpt me met brute kracht over zijn schouder. Het bloed stroomt naar mijn hoofd. De kille nachtlucht slaat tegen mijn blote dijen. Hij verstevigt zijn greep om de achterkant van mijn benen en beent met grote passen de donkere straat in.

​Mijn koperblonde haar valt als een zwaar gordijn naar beneden. De lokken zwaaien mee op de cadans van zijn stappen. Ik hang hulpeloos over de schouder van een man die net iemand halfdood heeft geslagen. Het gordijn van haar is mijn enige schild; het verbergt de hitte van mijn schaamte voor de lege straat. Ik hoor het geluid van zijn zware schoenen op het asfalt, voel de warmte van zijn rug door de stof van zijn jas heen, en ruik een vage geur van rook en gin die me intimideert en tegelijkertijd verlamt.

​Wanneer we zijn grote, zwarte SUV bereiken, trekt hij met zijn vrije hand het achterportier open. Hij schuift me van zijn schouder en gooit me de wagen in. Ik klap hard op de brede achterbank en zak half weg in het stugge leer. Mijn mond valt open van verbijstering. Ik ben nog nooit in mijn leven met zo’n ruwe dominantie behandeld. Zodra hij naast mij in de auto in stapt, schiet ik in beweging. Ik probeer over de zitting op te schuiven en druk mezelf wanhopig tegen het tegenoverliggende portier aan. Mijn vingers zoeken in het donker naar de handgreep om weer naar buiten te glippen. ​Mijn vluchtpoging wordt bruut afgekapt. Zijn hand schiet naar voren, grijpt me vast bij mijn dij en sleurt me met één harde ruk terug zijn kant op. Hij geeft me geen ademruimte. Hij leunt over me heen en dwingt me omlaag, waardoor mijn rug diep in de zitting wordt gedrukt. De natte stof van mijn jurk kleeft onmiddellijk aan het ijskoude leer. Ik zit muurvast.

​Hij torent over me heen en buigt voorover. Zijn gezicht bevindt zich zó dicht bij het mijne, dat een simpele draaiing van zijn hoofd voldoende zou zijn om mijn lippen te raken. Ik deins niet terug, hoewel mijn hele lichaam zich pijnlijk bewust is van zijn nabijheid. De breedte van zijn schouders blokkeert het flauwe straatlicht van de lantaarnpaal buiten. Zijn handen rusten zwaar op de bank, aan weerszijden van mijn lichaam. Zijn warme adem strijkt langs mijn koude wang. ​De fysieke realiteit van zijn aanwezigheid, hier direct boven op me, ontneemt me alle zuurstof. Er is geen ontsnappen mogelijk. ​"Probeer niet weg te rennen," zegt hij. Zijn stem is een donkere trilling vlak bij mijn mond. Hij staart recht in mijn ogen. "Ik zie aan alles dat je het wilt, maar doe het niet."

​Ik slik de droogte in mijn keel weg. "Waarom?" breng ik schor uit.

​"Omdat ik je altijd zal achtervolgen," klinkt het kil. Hij pauzeert. Zijn blik glijdt van mijn ogen naar beneden, observeert de gejaagde beweging van mijn borstkas. "En stop met naar me te kijken alsof je verlangt dat ik mijn handen weer op je lichaam leg." Hij haalt diep adem door zijn neus. Het is een zwaar, gespannen geluid, alsof hij een fysieke inspanning levert om zichzelf in bedwang te houden. ​Mijn vingers klauwen zich vast in het leer. "Als ik je al op een bepaalde manier aan kijk," dwing ik mezelf te reageren, mijn stem trillend van de onderdrukte spanning, "dan is het omdat je me bang maakt."

​"Angst is gezond," antwoordt hij vlak, zonder een spier te vertrekken. "Het voorkomt dat je jezelf pijn doet." Hij stopt even. De gefocuste scherpte verdwijnt een seconde uit zijn blik. Hij lijkt afwezig, alsof hij door me heen kijkt. "Maar het weerhoudt je er niet van om gekwetst te worden door anderen." Er vallen geen woorden meer. Hij staart langs me heen door het beslagen glas van de zijruit. Zijn borstkas gaat in een traag ritme op en neer. Het zachte getik van de regen op het stalen dak is het enige geluid. ​Ik durf me nauwelijks te bewegen. Mijn eigen ademhaling klinkt te luid, gejaagd en onregelmatig. De opgespaarde woede, de paniek en de brandende adrenaline condenseren in de afgesloten ruimte. Het transformeert in een dierlijke spanning die de zuurstof uit de cabine perst. De kille lucht in de wagen wordt dik en verstikkend.

​Dan verplaatst hij zijn gewicht. Hij knielt over me heen, drukt zijn knieën in de achterbank aan weerszijden van mijn dijen en laat zijn zware lichaam omlaag zakken. Mijn reactie is puur instinct. Ik breng mijn beide handen omhoog en duw ze tegen zijn borstkas. Mijn spieren spannen zich aan vanuit de brandende noodzaak om mijn laatste restje autonomie te beschermen. Ik zet me schrap, en duw met al mijn kracht terug. ​Hij remt niet af. Zijn gespierde lichaam dwingt me diep in de achterbank. Ik slaak een verstikte ademkreet wanneer de resterende lucht uit mijn longen wordt geperst. Mijn handen klauwen zich vast in zijn jas bij zijn schouders. Ik ruk eraan, kantel mijn bekken en probeer hem uit balans te brengen, maar het is zinloos. Hij is te zwaar. Met zijn linkerhand veegt hij mijn worstelende rechterarm opzij. Zijn rechterhand schiet omhoog en sluit zich als een bankschroef om mijn andere arm. ​"Nee," sis ik.

​Hij antwoordt niet. Hij trekt mijn armen in één besliste beweging omhoog. Hij plant mijn polsen hard tegen de vilten hemel van de wagen. Zijn knokkels drukken in de bekleding van het dak. Zijn handpalm sluit mijn beide polsen volledig in, waardoor ik geen kant meer op kan. Ik ben vastgepind. Fysiek geneutraliseerd.



Zijn blik boort zich in de mijne. Er is geen greintje meer te bekennen van de zachte tederheid die hij in de steeg heel even toonde. Zijn ogen staan koud, dierlijk dominant en zwart van bezitterigheid. Hij kijkt op me neer met de ijzige focus van een roofdier dat weet dat het spel voorbij is. Hij neemt de tijd om mijn gezicht te onderzoeken, observeert het gejaagde ritme van mijn borstkas die in paniek op en neer gaat onder hem, en absorbeert de machteloosheid die uit mijn houding spreekt. ​Ik weiger te buigen. Ik trek nog één keer wanhopig, met alle kracht die ik nog in mijn armen heb, aan mijn geboeide polsen. Mijn schouderspieren branden, de pezen in mijn nek spannen aan. Het dak van de auto veert onder de druk, maar de strijd is zinloos. De fysieke realiteit dwingt me tot acceptatie. Traag ontspan ik de spieren in mijn armen. Ik laat mijn schouders verslagen terugvallen in de bank. Mijn kin wijst omhoog, mijn ademhaling raast door de krappe ruimte.

​Op het moment dat ik mijn verzet staak, zakt hij een paar centimeter omlaag. De stugge spijkerstof van zijn broek wrijft zwaar over mijn dunne jurk. De harde wrijving ontsteekt een koortsachtige hitte in de kern van mijn schoot. Mijn lichaam, dat ik zojuist nog in de strijd gooide om hem van me af te houden, pleegt hoogverraad. Het klamme zweet breekt me uit in mijn nek. De tastbare herinnering aan zijn vingers in de steeg, de manier waarop hij me naar een breekpunt dreef, eist de controle over mijn zenuwstelsel weer op.

​Ik wil wegdraaien. Mijn hersenen schreeuwen dat ik mijn benen moet sluiten, dat ik hem moet afweren. Maar de ruimte is te krap, zijn been ligt zwaar over het mijne, en zijn gewicht is te dominant. Met elke gecontroleerde ademhaling die hij neemt, schuurt zijn lichaam in een micro-beweging over het mijne. De trage frictie gaat dwars door mijn rationele protest heen. Er trekt een stekende, onweerstaanbare opwinding door mijn onderbuik. Ik haat mezelf voor de vochtige overgave die zich tussen mijn benen verzamelt. Het is een fysieke reactie op overmacht. Een dierlijk instinct dat weigert te luisteren naar logica.

​Hij voelt het. Natuurlijk voelt hij het. De hoek van zijn mond trekt een fractie omhoog. Het is geen glimlach, maar een stille, triomfantelijke constatering. Zijn vrije hand verlaat de leuning naast mijn hoofd. Zijn vingers glijden traag over de zijkant van mijn hals. De temperatuur van zijn huid is brandend heet vergeleken met de koude lucht in de auto. Hij strijkt langs mijn sleutelbeen en laat zijn hand vervolgens over het midden van mijn borstkas naar beneden glijden, over de flinterdunne stof van mijn jurk. Hij volgt de welving van mijn borsten, zakt verder naar mijn buik en stopt pas wanneer zijn handpalm de rand van mijn jurk, net boven mijn knieën, bereikt. ​Ik slik hard. Mijn ogen volgen de kwellende beweging in de schemering van de auto. Ik klem mijn kaken op elkaar om de kreun tegen te houden die zich al achterin mijn keel vormt. De ramen van de auto beginnen inmiddels te beslaan door de stijgende hitte van onze lichamen. De regendruppels aan de buitenkant van het glas vervagen tot vage, verlichte vlekken. We zijn afgesloten van de rest van de wereld.

​Zijn vingers sluiten zich om de zoom van mijn jurk. Hij neemt niet de moeite om de stof netjes omhoog te schuiven. In één harde, ruwe beweging trekt hij het materiaal naar zich toe. De naad in de zijkant scheurt met een luid, schel geluid open. ​Ik gil. De klank kaatst dof terug tegen de beslagen ruiten, maar hij knippert niet eens met zijn ogen. Zijn vrije hand glijdt verder en haakt zich vast in de boord van mijn slipje. Hij trekt. Het dunne kant biedt geen enkele weerstand en scheurt doormidden. Hij trekt de kapotte stof onder me vandaan en gooit het achteloos op de vloermat. De koele lucht in de cabine strijkt over mijn blote dijen. Ik lig opengevouwen en kwetsbaar, blootgesteld, met mijn beide polsen nog altijd boven mijn hoofd gepind.

​Hij verschuift zijn gewicht. Hij plant een knie tussen mijn benen en duwt ze uit elkaar. De leren zitting kraakt en kreunt. Hij positioneert zich precies in de open ruimte tussen mijn dijen. Zijn ademhaling is nu duidelijk hoorbaar, iets zwaarder dan daarnet, rauwer in mijn oor. Hij schuift zijn hand onder zijn riem en ritst zijn broek met een abrupte beweging open. Het scherpe, raspende geluid van het metaal trekt een diepe rilling langs mijn ruggengraat. ​Ik klem mijn kaken op elkaar en zet me schrap. Mijn spieren spannen zich aan. Ik wacht op de brute claim die de enige logische volgende stap is in dit ritme. Maar de stoot komt niet.

​De seconden tikken traag weg. De gejaagde haast verdwijnt uit zijn bewegingen. Ik voel de hitte van zijn lichaam vlak boven het mijne, maar hij raakt me nergens aan. De stilte die volgt is zwaarder dan het geweld van daarnet. Ik word gedwongen mijn ogen weer te openen. Hij kijkt op me neer. Zijn blik scant mijn houding, het gejaagde ritme van mijn ademhaling. Hij bestudeert mijn angst en verwachting met een dodelijke, beheerste rust. Hij eist de controle op door te wachten, de tijd uit te rekken tot mijn zenuwen gespannen staan.

​Pas wanneer mijn longen branden van de ingehouden adem, leunt hij een fractie verder naar beneden. ​"Wat voel je nu?" Zijn stem is een donkere trilling in de kleine ruimte. ​"Ik voel me gevangen," zeg ik. Mijn ademhaling versnelt, het ritme onrustig tegen de stof van zijn jas. ​"Gevangen," kaatst hij rustig terug. ​Mijn mondhoeken trekken wit weg. Een deel van mijn hersenen wil dit woord vasthouden, maar de diepere, verwarrende waarheid klopt niet. Terwijl ik hier onder hem lig, geïsoleerd van de kille regen en de gevaarlijke stad, voel ik iets anders. Ik voel me gekoesterd.

​"Er komt een dag dat je je realiseert dat je niet in een gevangenis bent," mompelt hij. Hij buigt zijn gezicht naar mijn hals. "Ik ben je veilige haven."

​De woorden slaan kortsluiting in mijn hoofd. Ik ruk mijn kin omhoog, overbrug de laatste centimeters en laat hem mijn lippen vangen in een felle, harde kus. Zodra het contact daar is, trek ik mijn hoofd weer weg. Ik hap hoorbaar naar adem. Hij accepteert de afstand niet, komt direct terug en vangt mijn mond opnieuw. Een lage grom rolt uit zijn borstkas wanneer ik mijn gezicht weer net ver genoeg wegdraai om te ontsnappen. Ik houd mijn lippen op een millimeter afstand van de zijne.

​"Bewijs het," fluister ik. ​Hij stort zijn mond op de mijne. Het is geen trage verkenning meer; zijn lippen bewegen met een hongerige urgentie over de mijne. Hij pakt mijn onderlip tussen zijn tanden en bijt, waarna zijn tong elke hoek van mijn mond ontdekt. De dwingende greep om mijn polsen verslapt. Hij laat me los. Mijn armen vallen omlaag en mijn handen glijden langs de openstaande panden van zijn natte jas, direct naar zijn trui eronder. Ik schuif mijn vingers onder de donkere stof. Ik neem de tijd om de contouren van zijn lichaam te ontdekken. Het kapotgescheurde bovenstuk van mijn jurk zakt verder omlaag, ontbloot mijn huid. De harde wrijving van mijn tepels tegen zijn borstkas trekt een lange, onvrijwillige kreun uit mijn keel.

​Hij breekt de kus af, leunt iets naar achteren en kijkt naar me. Zijn blik glijdt traag over mijn ontblote bovenlichaam, elke schaduw op mijn huid absorberend. ​"​Jouw beurt," fluister ik hees. "Uitkleden." Hij kijkt geen seconde weg. Hij richt zich op, stroopt zijn zware, natte jas van zijn schouders en gooit hem achteloos opzij. Direct daarna grijpt hij de zoom van zijn trui en trekt het kledingstuk in één vloeiende beweging over zijn hoofd.

​Ik zuig de vochtige lucht diep in mijn longen. Zijn brede borstkas zit vol met donkere tatoeages, de inkt in schril contrast met de goed gevormde spieren van zijn torso. Het is een rauw, overweldigend beeld in de schemering van de auto. Mijn vingers vinden als vanzelf hun weg naar de hete huid van zijn borst. Ik traceer de rand van een donkere inktlijn. Zijn borstkas zet met een gejaagde ademteug uit onder mijn handpalm. Die enkele, trage aanraking is genoeg om de stilstand te verbrijzelen. Het kijken is niet meer genoeg; de resterende kleding die ons nog scheidt, voelt plotseling als een hindernis. ​Ik laat mijn handen omlaag glijden naar zijn knieën.

​In de krappe ruimte van de achterbank beginnen we aan een onhandig, maar dringend ritueel. Na wat manoeuvreren lukt het me om zijn zware laarzen los te trekken. Zijn sokken volgen. Met vereende krachten werken we de stugge, natte spijkerbroek over zijn smalle heupen omlaag. Mijn mond wordt droger naarmate er, centimeter voor centimeter, meer van zijn blote huid zichtbaar wordt in het flauwe straatlicht.

​We zitten naast elkaar op de achterbank. Onze borstkassen gaan in exact hetzelfde, gejaagde ritme op en neer. We bestuderen elkaar. De blikken die we uitwisselen zijn hongerig, bijna koortsachtig. Het vocht dat zich inmiddels tussen mijn benen heeft verzameld, is te veel. Het is te nat.

​Te pijnlijk.

​Hij reikt naar voren, grijpt me stevig bij mijn bovenarmen en trekt me in één beweging omhoog. Hij trekt me naar voor, met mijn gezicht richting de open ruimte tussen de twee voorstoelen. ​"Buk tussen de twee stoelen," zegt hij, zijn stem gedaald tot een donker bevel.

​Ik doe direct wat hij me opdraagt. Ik houd mijn knieën in de achterbank gedrukt en buig mijn bovenlichaam naar voren. Ik laat mijn borstkas zakken en plaats op elke voorstoel een hand om mijn evenwicht te bewaren.

​Achter me verschuift hij. Hij gaat zo zitten dat hij precies tussen mijn benen gepositioneerd is, mijn heupen pontificaal voor zijn gezicht. Ik draai mijn hoofd over mijn schouder en kijk hem vragend aan. De aanblik trekt een hete, zenuwslopende kramp door mijn maag. Hij zit rechtop, zijn benen wijd gespreid, zijn stijve lul volledig zichtbaar in het halfdonker. ​Zijn handen grijpen mijn heupen vast. Hij tilt mijn achterwerk omhoog tot mijn knieën de bank niet meer raken. Het stugge plastic van de veiligheidsgordelhouder drukt in de huid van mijn zij, maar ik heb geen tijd om de pijn te registeren.

​Hij verslindt me. ​Als een roofdier dat zijn prooi te pakken heeft, begraaft hij zijn mond tussen mijn benen. Mijn ogen vallen dicht en mijn hoofd valt zwaar naar voren zodra zijn tong over mijn huid glijdt. Hij cirkelt stevig om mijn clitoris heen en duwt zijn tong dan diep de opening in. ​Het is te veel. Te goed. Ik open mijn ogen en zoek wanhopig houvast bij de beslagen ramen. Ik probeer me te concentreren op de regendruppels die aan de buitenkant naar beneden rollen. Ik focus me op het gekletter van de regen op het stalen dak, een vergeefse poging om het te laten vechten met het ongegeneerde lawaai dat uit mijn eigen mond ontsnapt. Maar ik verlies de controle volledig zodra hij zijn tanden gebruikt. De harde, zintuiglijke grens tussen pijn en genot vervaagt. Hij zuigt, hij bijt zachtjes, en verzacht de kloppende pijn onmiddellijk daarna weer met de natte warmte van zijn tong. De sensaties trekken me de diepte in.

​"Goddelijk," mompelt hij, waarna hij mijn clitoris stevig in zijn mond zuigt. ​Ik schreeuw het uit. Hij neemt me helemaal over. Het duurt niet lang voordat de constante, dwingende frictie de spanning in mijn spieren breekt. Mijn orgasme explodeert door mijn bekken voordat ik het ook maar kan bevatten. Mijn geschreeuw echoot hard in de kleine, afgesloten ruimte. Hij likt elke druppel op die ik hem in mijn stuiptrekkingen te bieden heb.

​Nog voordat mijn ademhaling de kans krijgt om te vertragen, trekt hij me ruw naar achteren. Ik val achterover en hij vangt me direct op. Onze lichamen knallen hard tegen elkaar. Met het grootste gemak trekt hij mijn rug tegen zijn borstkas aan. Ik gooi mijn benen instinctief om zijn middel. Mijn handen zoeken wanhopig balans en klampen zich vast aan de rugleuning van de stoel voor me. ​Ik voel mijn spieren pulseren tegen de keiharde lul tussen mijn benen. Hij gromt, zijn bovenlip trekt gevaarlijk omhoog, een roofdier dat de geur van bloed heeft opgepikt. Met een soepele, dwingende beweging, schuur ik tegen hem aan. Ik verspreid mijn vocht over zijn huid, de wrijving is een directe uitnodiging.

​Zijn hand schiet omhoog. Hij grijpt mijn koperblonde haar vast en trekt hard. Mijn hoofd schiet naar achteren. De primitieve drift neemt hem volledig over, alle eerdere terughoudendheid is weggeslagen. ​Zonder een waarschuwing duwt hij zijn lul in één wrede stoot helemaal naar binnen. Hij trekt me haast uit elkaar. Mijn mond valt open bij de botte, massieve volheid die al mijn zintuigen dichtdrukt. ​"Onthoud dit moment," gromt hij. Hij trekt zich tergend langzaam terug tot enkel het puntje nog binnen in me zit, en stoot dan weer met volle kracht naar binnen. Nog dieper. "De volgende keer dat ik je neuk, Eline, dan ben je verliefd op mij. Ik ben je stalker en ik ben een moordenaar, en toch zal je van mij houden." ​Hij trekt zich opnieuw terug en zinkt dan zo diep in me weg dat hij de meest gevoelige plek in mijn kern raakt.

​"Dat is niet waar," hijg ik, mijn adem stotterend tegen zijn wang. ​Zijn ogen vliegen wijd open. Ik zet me schrap en ga verder. "Denk je echt dat ik toesta dat je me nóg een keer gaat neuken?" ​Hij gromt. Het geluid is zo donker en dierlijk dat ik denk dat hij me ter plekke gaat verslinden.

​"Geloof me” herhaalt hij, “de volgende keer dat ik je neuk, ben je verliefd op me." ​Hij zet zijn woorden kracht bij met een agressieve stoot. De zware SUV schudt hoorbaar heen en weer door de kracht die hij gebruikt. De schreeuw die bij me naar buiten scheurt, is zo hard en ongefilterd dat de schaamte direct door mijn bloedbaan trekt. Het is een geluid dat ik nog niet eerder heb geproduceerd. Ik dacht altijd dat alleen pornosterren dit soort overdreven geluiden maakten, gepland, nep en geregisseerd. Maar nu hij zich met de precisie van een sloopkogel in mijn lichaam boort, blijf ik onafgebroken schreeuwen en kreunen. Harder en heser bij elke opeenvolgende stoot.

​Zijn reactie is een verwilderde grom. Mijn gekreun lijkt alleen maar extra brandstof. ​Hij slaat zijn arm om mijn middel. In één snelle, explosieve beweging tilt hij me volledig op en draait me om in de krappe ruimte. Ik land met mijn knieën aan weerszijden van zijn heupen, bovenop hem.

​Zodra ik zit, pakt hij me hard bij mijn beide polsen vast en trekt me met geweld naar beneden, recht op zijn lul. Mijn ogen worden groot van schrik. Deze hoek zorgt ervoor dat hij overweldigend diep gaat. Dieper dan mijn lichaam aan lijkt te kunnen. ​"Nee!" Ik hap schokkerig naar adem. Ik ruk mijn polsen los en duw mijn nagels hard in de spieren van zijn schouders om de beweging af te remmen. ​"Berijd me, schatje," eist hij. "Ik wil voelen hoe je kutje elke centimeter van mijn lul in zich opneemt." ​"Fuck, dat kan ik niet," kreun ik. Mijn lichaam is gespannen, ik probeer te wennen aan het massieve formaat.

​Na een paar seconden wanhopig verzitten, kantel ik mijn bekken. Ik vind de juiste hoek, een fractie meer naar voren leunend, die me de ruimte geeft om helemaal op hem te zinken zonder dat het voelt alsof hij mijn organen doorboort. Met deze nieuwe, gecorrigeerde positie raakt hij bij de eerste neerwaartse beweging weer exact het perfecte, brandende plekje. ​Ik begin te trillen. Ik druk mijn nagels nog dieper in zijn huid terwijl ik het ritme versnel. ​Hij pakt de controle terug, trekt me verder tegen zijn borstkas aan en klemt me vast. Zijn hand gaat ruw door mijn haar, grijpt een dikke pluk vast en trekt mijn hoofd opzij. De beweging ontbloot mijn nek, en hij maakt er direct gebruik van. Terwijl ik snel en hard met mijn heupen op en neer beweeg, bijt hij hard in de gevoelige huid achter mijn oor. Mijn borsten veren op de maat van de beweging, mijn tepels schuren hard tegen zijn hete huid, wat een stroomstoot van sensatie door mijn lichaam jaagt.

​"Goed zo, schatje," kreunt hij vlak in mijn oor, zijn stem rauw en bezweet. "Je lekkere, zoete kutje grijpt mijn lul zo hard vast." ​De arm die zojuist nog om mijn middel klemde, zoekt nu een weg tussen onze verhitte lichamen naar beneden. Zijn vingers glijden over mijn buik tot zijn duim mijn clitoris raakt. ​Mijn hoofd knalt naar achteren. Ik kreun luid, een ongecontroleerd, dierlijk geluid. Ik kan amper nog ademhalen terwijl een nieuw, immens orgasme zich begint te roeren in mijn onderbuik.

​Het is te veel. De prikkels zijn te sterk. Mijn bewegingen bovenop hem beginnen te haperen, mijn spieren spannen zich aan in verzet tegen de zintuiglijke overbelasting.

​"Toe," smeek ik. Het hete zweet kleeft op mijn voorhoofd. Ik weet niet eens waarvoor ik precies smeek, maar diep vanbinnen voel ik wat ik nodig heb. De redding die hij me zojuist beloofd heeft.

​De hand in mijn haar sluit zich steviger, zo hard dat ik de plukken los voel komen bij de haarwortel. Zijn vurige ogen vangen de mijne in het donker. Hij houdt me gevangen met zijn blik terwijl het genot me hoger en hoger stuwt, naar de rand van een donkere klif. Een klif waarvan ik nu met alle liefde af wil springen, ook al weet ik zeker dat ik nooit meer omhoog zal kunnen klimmen.

​"Laat me voelen dat je verliefd raakt," fluistert hij.

​Ik kan de spanning niet langer vasthouden. Mijn zicht gaat op zwart. Het brandende genot verblindt me volledig en het orgasme dat als een lawine door me heen stormt, trekt me uit elkaar. Het verwoest in één klap alles op zijn pad. Mijn vechtlust. Mijn opgebouwde wilskracht. En mijn hart, verdomme. ​Ik schreeuw zo hard dat mijn keel rauw aanvoelt.

​"Fuck!" schreeuwt hij. Mijn zicht komt net genoeg terug uit de witte waas om te zien dat hij zijn hoofd met een ruk achterover gooit. De aderen in zijn hals en armen staan dik opgezet. Hij ontbloot zijn tanden en er borrelt een grom op uit zijn borstkas, zo diep en grof dat het wel in de krochten van de hel moet zijn ontstaan. Het massieve geluid laat de ramen van de SUV trillen.

​Het voelt haast fysiek onmogelijk, maar zijn spieren zwellen nog verder op voordat hij me bij beide armen vastpakt. Hij houdt mijn heupen in een pijnlijke greep onbeweeglijk stil, nagelt me op mijn plek terwijl hij stuiptrekkend in me klaarkomt.

​"Fuck, Eline. Fuck." ​Elk vloekend woord wordt kracht bijgezet door een harde, diepe stoot. Mijn spieren sluiten zich ritmisch om hem heen, hem leegmelkend tot de allerlaatste druppel, tot de complete verzadiging een feit is. Zodra hij zich uiteindelijk met een schokkerige zucht terugtrekt, wordt het warme zaad bijna uit me gelanceerd. De dikke vloeistof loopt langs de binnenkant van mijn dijen omlaag, in hetzelfde, trage ritme als de regendruppels op de beslagen autoramen naast ons.

​Wanneer ik vijf minuten later het achterportier open duw en de natte straat op stap, in zijn veel te grote jas om mijn kapotte jurk te verbergen, is mijn zorgvuldig opgebouwde kalmte compleet verbrijzeld. ​De wereld om me heen is in stilte gehuld. Maar binnen in me schreeuwt mijn hart.

​Ben ik verliefd aan het worden?

- - -

Meer weten over deze verhaalreeks? Abonneer je dan op de nieuwsbrief door mij een mail te sturen. Mijn emailadres vind je op mijn profielpagina.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Leen
MadameIldo
MadameIldo (37)
Ben jij iemand die houdt van flirten, spanning en late gesprekken?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel

Nog niet uitgelezen?

Houd jij ook van een beetje kinky?
Houd jij ook van een beetje kinky?
Houd jij ook van een beetje kinky?
Houd jij ook van een beetje kinky?

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 900 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net