76.931 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

De Stalker - 12

Door: Leen

Datum: 02-08-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 419
Lengte: Lang | Leestijd: 26 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Dwang, Klaarkomen, Openbaar, Verlangen, Vingeren,

Vervolg op: De Stalker - 11: De Club

Het Steegje

Eline

De kille wind slaat door de dunne stof van mijn jurk zodra ik de zijdeur van de club achter me dichttrek. Mijn huid is klam van het zweet en de opgekropte adrenaline. Ik sla mijn armen strak om mezelf heen en versnel mijn pas over de natte straatstenen.

Twee straten verderop, halverwege de route naar de parkeergarage, beweegt er iets in de schaduw van een ondiep portiek. Een man stapt vlak voor mij de klinkers op. Hij snijdt me de pas af. Ik stop zo abrupt dat mijn hakken wegglijden. Met een ongecontroleerde zijstap kan ik net voorkomen dat ik val. De ijzige lucht in mijn longen slaat onmiddellijk om in een misselijkmakende hitte zodra het gele licht van een straatlantaarn zijn gezicht vangt.

Hij is het. De herinnering aan de brute druk van zijn mond op de mijne in die chaotische club slaat als een fysieke klap bij me naar binnen. Mijn adem stokt in mijn keel. De ijzige wind slaat tegen mijn natte huid, maar de stilte tussen ons voelt zwaarder dan de stormachtige chaos die we net achter ons hebben gelaten. Hij staat daar, een donkere, massieve barrière die de hele straat lijkt op te slokken. Ik klem mijn armen nog strakker om mijn middel om het trillen te onderdrukken. Ik weiger me als een doodsbang prooidier te gedragen, niet na wat we daarbinnen hebben gedeeld. Ik wend mijn blik bewust af, staar langs zijn schouder de lege straat in, en schraap de rafelige randjes van mijn stem bij elkaar. "Ik waardeer dat je over me wilt waken," zeg ik, mijn adem een witte wolk in de nachtlucht. "Maar je kunt niet steeds zomaar opduiken in mijn leven."

Hij beweegt niet. Zijn zwijgen is een wapen, een berekende tactiek om de zenuwen onder mijn huid verder op te rekken. Ik voel de zwaarte van zijn blik op mijn gezicht branden. "Waarom was je daar überhaupt?" dwing ik mezelf te vragen, terwijl ik mijn ogen weer op de zijne richt. Mijn stem klinkt iets harder nu, gedreven door een plotselinge, wanhopige frustratie. "Waarom volg je me overal?" De straatlantaarn werpt een scherpe schaduw over zijn strakke kaaklijn. Zijn blik boort zich zo genadeloos hard in de mijne dat ik onwillekeurig een halve stap achteruit schuifel op de gladde klinkers. "Ik denk dat de echte vraag is," antwoordt hij, "waarom jíj daar was. Om me uit te dagen?" Ik laat een gefrustreerde zucht ontsnappen. De arrogante aanname dat mijn hele wereld om zijn as draait, ontsteekt een felle vonk van irritatie. "Misschien komt dit als een verrassing voor je," snauw ik terug, terwijl ik mijn kin koppig omhoogduw, "maar niet alles in mijn leven draait om jou."

Hij absorbeert mijn uithaal zonder ook maar met zijn ogen te knipperen. "Ik ben bezeten door jou," reageert hij. Het is een rauwe, kille constatering, ontdaan van elke vorm van warmte of romantiek. "Je hebt werkelijk geen idee hoeveel." In plaats van achteruit te deinzen voor die woorden, verstart mijn lichaam. De absolute, ijzingwekkende rust waarmee hij het zegt, wekt een diepe, primitieve onrust in me op. Hij zet één stap naar voren, tot de afstand tussen ons is gehalveerd. De kille nachtlucht wordt onmiddellijk verdrongen door de zware geur van zijn jas en zijn huid. Hij eist de ruimte niet zomaar op; hij slokt de zuurstof meedogenloos weg. "Je waant je vrij, Eline. Je leeft je dagen, je drinkt je cocktails, je lacht alsof de rest van de wereld gewoon ongestoord doordraait," vervolgt hij. Zijn stem is verlaagd tot een donkere trilling. "Maar de stilte in mijn eigen hoofd wordt onafgebroken overschreeuwd door de herinnering aan de manier waarop jij ademt. Er is geen lege ruimte in mijn bestaan waar de gedachte aan jou niet alles overneemt." Hij houdt zijn blik strak op de mijne gericht. De onderhuidse, ziekelijke omvang van zijn obsessie landt als een fysiek gewicht op mijn borstkas. "Dus nee. Jouw leven draait misschien nog niet om mij. Maar vergis je niet in de zwaartekracht van het mijne."

Ik open mijn mond om een weerwoord te vormen tegen die intimiderende, cryptische woordenstroom, maar er komt geen geluid uit. Een diepe, primitieve angst houdt me tegen. Wat als hij een dodelijk psychologisch spel met me speelt? Alles aan deze man ademt een meedogenloze controle en onbereikbaarheid uit. Hij kiest ervoor om zich af te sluiten, om een muur op te trekken waar niemand doorheen komt. Ik durf er mijn leven op te verwedden dat hij nog nooit in zijn leven een serieuze relatie heeft gehad, laat staan dat hij weet hoe hij met genegenheid moet omgaan. Toch sta ik hier, vastgepind onder de lantaarnpaal. Ik zou niet durven beweren dat ik hem ‘gevangen’ heb, maar de rauwe intensiteit waarmee hij me nu bestudeert, bewijst dat ik op z’n minst zijn aandacht heb getrokken. Zelfs nu, terwijl hij zijn ogen niet van me afhoudt, weet ik met een beangstigende zekerheid dat hij op dit moment de mijne is. Het enige probleem is dat ik geen flauw benul heb voor hoelang. Een nacht? Een week? Mijn gedachten racen wanhopig door mijn eigen hoofd. Hoelang duurt het voordat een man als hij besluit om iemands hart volledig en onherstelbaar te breken?

"Waarom zoende je me?" vraagt hij plotseling. Zijn stem is zacht, bijna een fluistering, maar de dwingende ondertoon rukt me genadeloos uit mijn eigen gedachten. Hij eist geen antwoord; zijn hele, imponerende houding dwingt het onherroepelijk af. "Ik wil de waarheid, Eline." De waarheid. Ik slik moeizaam. Ik zou me kunnen verschuilen achter de chaos, achter de paniek daarbinnen. Ik zou kunnen zeggen dat ik zijn moordlustige agressie wilde temperen. Maar onder de intensiteit van zijn ogen voelt elke leugen als zelfverraad. "Omdat ik het wilde," zeg ik. De woorden verlaten mijn lippen voordat ik ze kan tegenhouden, rauw en confronterend eerlijk.

Zijn ogen vernauwen zich tot donkere spleetjes. Hij kantelt zijn hoofd een fractie, alsof hij mijn motieven weegt en fileert. "Weet je zeker dat het niet was om het leven van die man te redden?" "Deels," geef ik toe, terwijl ik de rilling in mijn schouders onderdruk. "Maar dat was niet mijn belangrijkste motivatie." Het voelt alsof ik met elk woord een stukje van mijn eigen pantser afbreek, maar ik kan de waterval niet stoppen. "Als hij íets was, was het een excuus." De zware stilte die op mijn bekentenis volgt, knijpt mijn keel dicht. Om de ondraaglijke zwaarte van het moment te doorbreken, kaats ik de vraag met dezelfde verbale directheid terug. "Waarom zoende jíj mij terug?" Hij aarzelt geen seconde. "Omdat ik het wilde," echoot hij mijn eigen woorden. Mijn lippen trekken strak in een onwillekeurige, onderdrukte ergernis. "Je kunt niet zomaar mijn antwoord gebruiken," sis ik, een zwakke poging om de verbale controle te behouden. "Waarom niet," reageert hij volstrekt onverstoorbaar, "als het de waarheid is?"

De simpele, brute eerlijkheid van zijn wedervraag slaat direct op mijn spieren over. De ijzige wind lijkt plotseling geen vat meer op me te hebben; mijn huid gloeit onder de intense, verlammende betekenis van zijn woorden. Het is de totale afwezigheid van elk excuus die de grond onder mijn voeten wegslaat. Er is geen spel, geen berekende versiertruc, alleen de bevestiging van een gedeelde drang. En die spiegeling is levensgevaarlijk. Gezien de meedogenloze, allesoverheersende omvang van zijn obsessie, weet ik dat toegeven aan deze wederzijdse waarheid gelijkstaat aan zelfmoord plegen op mijn eigen autonomie. Als ik die grens oversteek en accepteer dat we dit allebei willen, slokt hij me levend op tot er van mijn eigen wil niets meer over is. Ik zou gereduceerd worden tot zijn bezit.

De paniek over die onvermijdelijke vernietiging slaat in een fractie van een seconde om in pure overlevingsdrang. Ik moet de muur tussen ons weer optrekken, wat er gebeurd is ontkennen voordat hij me volledig verzwelgt. "Dat we gekust hebben, betekent niet dat het iets kan worden tussen ons," sis ik opeens. Mijn stem trilt hevig. "Daarvoor zijn we te verschillend. Dit was iets eenmaligs. Dus rot op." Zonder zijn reactie af te wachten, en waarschijnlijk uit angst dat ik anders definitief voor hem capituleer, zet ik een stap naar voren. Ik plant mijn schouder hard tegen zijn borstkas, beuk mezelf ruw langs hem heen en been de donkere straat in. Ik moet hier weg. Ik moet de controle terugpakken.

Ik haal nog geen drie meter. Ik hoor hem niet eens achter me aankomen voordat zijn hand zich stevig om mijn bovenarm sluit. De greep doet geen pijn, maar de abrupte weerstand trekt me met een schok tot stilstand. Ik geef een felle, korte ruk aan mijn arm, maar hij laat niet los. Het besef dat ik kansloos ben, slaat rauw bij me naar binnen. "Laat me los," breng ik gejaagd uit. Mijn borstkas gaat wild op en neer onder mijn dunne jas. "Ga weg."

Hij antwoordt niet. Hij blijft roerloos staan. De seconden tikken kwellend traag weg, enkel opgevuld door het gieren van de ijzige wind en mijn eigen onregelmatige, hoorbare gehijg. Zijn zwijgen valt als een deken over me heen—een woordeloze weigering om toe te geven aan de paniek in mijn borstkas. Ik ruk nog één keer aan mijn arm, een krampachtige, verbeten beweging die mijn spieren doet protesteren, maar de absolute nutteloosheid ervan sijpelt onmiddellijk als ijskoud water door mijn aderen. Mijn bevel om bij me weg te blijven, klinkt plotseling absurd en lachwekkend fragiel, zeker nu de hitte van zijn lichaam de koude nachtlucht om me heen begint te verdringen. De harde, realiteit slaat genadeloos in: ik heb hier niets te eisen. De illusie van controle die ik zo krampachtig in stand probeerde te houden, is definitief verbrijzeld. De laatste restjes valse bravoure die me nog op de been hielden, brokkelen af onder de vernietigende zwaarte van zijn donkere, onafgebroken focus. "Wat," dwing ik mezelf ten slotte te fluisteren, mijn stem rafelig en ontdaan van elk boos randje, "wat wil je dan in godsnaam van me?"

Hij buigt zich naar me toe, tot zijn gezicht zich op centimeters van het mijne bevindt. "Ik wil jóú bezitten." Ik verstijf volledig. Mijn lippen wijken een fractie van elkaar, maar er komt geen geluid uit. "Wat betekent dat überhaupt?" fluister ik uiteindelijk. De klanken brokkelen af zodra ze mijn mond verlaten. "Je kunt niet... je kunt niet zomaar een mens bezitten." Hij ontspant zijn greep om mijn arm geen millimeter. "Daar," zegt hij, "ben ik het niet mee eens."

Ik gooi mijn volle gewicht naar achteren in een abrupte, gewelddadige reflex om los te komen. Mijn gladde zolen schrapen hoorbaar over de natte straatstenen. Hij vangt de beweging schijnbaar moeiteloos op, spant zijn arm aan en houdt me met speels gemak op mijn plek. De realiteit van het enorme krachtsverschil is pijnlijk duidelijk. "Dacht je echt dat ik je niet zou volgen?" vraagt hij zacht. "Dat ik je je gang zou laten gaan met hem, daarbinnen in die club?" "Die gedachte kwam wel even op," zeg ik. Ik dwing mezelf om zijn blik strak vast te houden. "Je stelt alleen maar het onvermijdelijke uit." Zijn stem is verlaagd tot een donkere, kille trilling.

Intussen duwt hij me achteruit, tot de bakstenen van een gevel hard in mijn schouders snijden en ik geen kant meer op kan. Ik druk mijn ruggengraat tegen de muur in een instinctieve, zinloze poging om in de stenen te verdwijnen. Mijn hart slaat zo snel en onregelmatig tegen mijn ribben dat het fysiek pijn doet. Wat gaat hij met me doen? Mijn borstkas gaat schokkerig op en neer. Ik plant mijn beide handen tegen zijn borstkas en duw wanhopig tegen de stijve stof van zijn jas. "Ik móét het proberen," hijg ik. Mijn blinde verzet tovert een trage glimlach op zijn lippen. In één vlotte beweging grijpt hij mijn beide polsen vast. Hij trekt mijn armen omhoog en drukt ze strak tegen de muur boven mijn hoofd, waardoor ik in een klap volledig bewegingsloos ben. Vervolgens stapt hij de laatste decimeters naar voren en drukt de harde lijnen van zijn lichaam tegen het mijne. "Blijf tegenstribbelen," zegt hij, zijn stem onmenselijk laag en rauw. "Het maakt dat ik je alleen maar nog meer wil."

Ik hap naar adem, overdonderd door het fysieke overwicht en de bedwelmende geur van zijn huid die me nu aan alle kanten insluit. "En als ik toegeef?" breng ik stotterend uit. "Zal je me dan weggooien zoals elke andere vrouw?" "Ik bewonder je wilskracht," zegt hij, zijn adem warm tegen mijn wang. "Maar je wilt dit net zo hard als ik. Je verstand weigert het misschien te accepteren, maar op de dansvloer was je lichaam doodeerlijk." Hij laat de grip op één van mijn polsen los, net genoeg om met de rug van zijn knokkels tergend langzaam langs mijn strakgespannen kaaklijn te strijken. Ik huiver onder de aanraking. "Je bent van mij, Eline. Sinds ik je de eerste keer zag, wist ik het al. En ik zeg het je nu opnieuw: je bent van mij." Ik schud mijn hoofd. Het is een trage beweging. Als ik toegeef aan de donkere, verlammende aantrekkingskracht die hij op me heeft, weet ik diep vanbinnen dat het mijn einde betekent. Ik zou mezelf volledig in hem verliezen tot er niets meer van me over is. Dat is de ware doodsangst die me hier op de been houdt. Daarom moet ik me wel blijven verzetten. Ik knijp mijn ogen stijf dicht om de duisternis in zijn blik te weren, maar de snelle, ondiepe ademteugen die langs mijn lippen ontsnappen, verraden dat ik al lang in de val zit.

Hij blijft stil. De stilte voelt nog zwaarder dan de dreunende bas daarnet in de club. Zijn blik glijdt over mijn gezicht en daagt me woordeloos uit om alles te blijven ontkennen. De connectie. Dit waanzinnige verlangen dat ik met elke vezel in mijn lijf probeer te bestrijden, maar dat me tegelijkertijd onvermijdelijk naar hem toe trekt. Ik hou mijn ogen stijf dichtgeknepen en zoek wanhopig naar de laatste flinters van mijn vastberadenheid.

Maar alles wat ik nog over had, verdampt op het moment dat zijn lippen de mijne raken. Het is geen brute aanval. Het is een kus die zo onverwacht teder is, dat de schok ervan me fysiek bevriest. Het staat in zo’n schril contrast met de agressie die hij zojuist nog uitstraalde, dat ik bewegingloos blijf staan. Ik leun krampachtig tegen de koude stenen, maar onder de oppervlakte geeft mijn lichaam het verzet onmiddellijk op. Met zijn hand omsluit hij zacht mijn gezicht. Zijn duim strijkt over mijn jukbeen, terwijl zijn mond over de mijne beweegt. Zijn tong glijdt over de naad van mijn lippen. Hij eist geen toegang, hij vráágt erom. Het is een trage, tergende uitnodiging. "Open je mond voor me, Eline," fluistert hij tegen mijn lippen aan. "Ik moet je proeven. Ik moet weten of je net zo zoet bent als ik me herinner... of dat ik het me allemaal heb ingebeeld omdat ik zo geobsedeerd door je ben."

Er vormt zich een geluid achter in mijn keel, een weke kreun die ik instinctief inslik. Ik kan er niet aan toegeven. Nog niet. Maar de aanhoudende druk van zijn mond brandt dwars door mijn weerstand heen en laat me naar adem snakken. "Alsjeblieft, schatje," klinkt het laag en rauw uit zijn keel. Het is dat ene, kwetsbare woord dat de laatste barrière sloopt. Het verlangen in zijn stem slaat over op mijn spieren. Ik laat mijn kaken ontspannen. Mijn lippen wijken van elkaar en een zachte, trillende zucht ontsnapt me.

Zodra ik toegeef, eigent hij zich de ruimte toe. De punt van zijn tong glijdt langs de mijne. Het is geen verovering, maar een diepe, zintuiglijke verkenning die een rauwe hitte door mijn onderbuik stuurt. Dezelfde hitte die in hem woedt. Hij verschuift zijn gewicht. De zware stof van zijn jas schuurt over mijn jurk wanneer hij zijn heupen onverbiddelijk strak tegen de mijne plant. De keiharde, onmiskenbare contouren van zijn erectie drukken dominant tegen mijn buik, een bruut en tastbaar bewijs dat de controle die hij zo zorgvuldig over zichzelf bewaart, op het punt staat te breken. Zijn brede hand verlaat mijn gezicht en grijpt zich vast in mijn heup. De grip is pijnlijk hard, een klem die me genadeloos tegen de bakstenen muur nagelt. Hij breekt de tedere verkenning af en eist de controle over mijn mond nu volledig op. De zoen wordt bruut, diep en allesoverheersend. Elke rationele gedachte, elke waarschuwing die nog in mijn achterhoofd sluimerde, wordt door de zuurstofloze hitte weggevaagd. Ik zink weg in het donkere, bedwelmende verlangen dat hij in me loswrikt. De controle glipt definitief uit mijn vingers, en voor het eerst in mijn leven verzet ik me er niet tegen. Ik geef me over aan de honger die we delen.

Ik verschuif mijn voeten op de natte klinkers en laat mijn knieën iets naar buiten vallen. Het is een volstrekt woordeloze, wanhopige uitnodiging. Hij aarzelt geen seconde. Zijn hand glijdt onder de flinterdunne stof van mijn zwarte jurk omhoog. De kille nachtwind slaat een seconde lang genadeloos tegen mijn blote dijen, maar wordt onmiddellijk verdreven door de brandende hitte van zijn huid. Hij haakt een vinger achter het kant van mijn slipje, trekt het met één ruwe, efficiënte beweging langs mijn benen omlaag en laat het op de natte straatstenen vallen. Het kledingstuk is vergeten op het moment dat het de grond raakt. Hij leunt zwaar tegen me aan, vult de krappe ruimte tussen mijn dijen volledig op en drukt de ruwe spijkerstof van zijn broek hard tegen mijn clitoris.

Een onbeschaamde, rauwe kreun scheurt uit mijn keel. Hij verbreekt de zoen bruut. Hij ademt zwaar, zijn borstkas beukt tegen de mijne, terwijl zijn donkere ogen mijn gezicht scannen. Ik kan de zwaarte in zijn blik nauwelijks verdragen, maar als antwoord kantel ik mijn heupen smekend in zijn richting. Zijn vingers glijden over de binnenkant van mijn dij, een tergende, trage route omhoog. Ik ben al drijfnat, een fysiek bewijs van mijn volslagen capitulatie. Zodra zijn vingertoppen over de zachte, gladde huid strijken, schokt mijn hele lichaam. Ik duw mezelf ritmisch tegen zijn hand aan, blind van de opwinding. Hij stopt abrupt. Zijn vingers graven zich diep in de spieren van mijn bovenbeen. Ik voel de spanning in zijn pezen; hij voert een moordende strijd om zijn eigen explosie te bedwingen.

Ik wil dat hij de controle even hard verliest als ik. "Alsjeblieft," fluister ik. Mijn eigen stem klinkt onherkenbaar, hees en doordrenkt van een ziekelijke, wanhopige afhankelijkheid. Hij slaat zijn mond weer op de mijne met een wreedheid die de laatste restjes zuurstof uit mijn longen perst. Elke twijfel is weggeslagen. Ik beantwoord de zoen met alles wat ik in me heb. Mijn vingers, zojuist nog wanhopig verzet biedend, klauwen zich nu vast in de stof van zijn schouders. Ik geef me volledig aan hem over.

Zijn duim vindt feilloos mijn clitoris. Hij wrijft eroverheen, niet voorzichtig, maar met een zware, ritmische druk die een genadeloze kortsluiting in mijn zenuwstelsel veroorzaakt. Ik hap stikkend naar lucht, mijn wimpers trillen. De kille wind snijdt langs mijn wangen, maar het vuur in mijn onderbuik overstemt alles. Hij plaagt me, voert het tempo op tot ik huilend kreun tegen zijn lippen. Het geluid is rauw en dierlijk. De kreun slaat over in een schokkerige hijg wanneer hij een vinger naar binnen duwt. De hitte is allesverzengend. Ik krimp ineen, ga instinctief op mijn tenen staan door de plotse druk, maar laat me seconden later weer zwaar tegen zijn hand aan zakken. Ik begin ongecontroleerd tegen hem aan te bewegen, een wilde, ritmische overgave aan het duister.

Hij duwt een tweede vinger naar binnen en zuigt scherp lucht naar binnen door zijn tanden. Het klinkt als een sissende pijn. "Je bent zo verdomd strak," gromt hij ruw tegen mijn hals. "Ik ga dit mooie kutje slopen." De kille, donkere belofte in zijn stem doet me luidruchtig kreunen. De intense, brandende wrijving van zijn vingers die zich bij elke stoot dieper in me begraven, drukt de rest van de wereld volledig weg. Ik zit zo onwerkelijk vol dat mijn brein een waanzinnige transitie maakt. Ik begin me voor te stellen hoe het zou voelen als hij zichzelf nu in me ramt, hier, tegen de ruwe bakstenen. De gedachte daaraan is genoeg om me definitief te doen breken, waardoor ik zijn hand met een nieuwe, oncontroleerbare golf van vocht doordrenk.

Mijn hele lichaam trilt, aangespannen als een boogpees onder zijn handen. Hij gebruikt de zware druk van zijn duim op het meedogenloze ritme van de twee vingers die zich in me ingraven. Het drijft me genadeloos naar een breekpunt toe. De kille nachtlucht bestaat niet meer; er is alleen de zuurstofloze hitte van zijn mond op de mijne en de rauwe, dwingende frictie tussen mijn benen.

"Kom voor me," dwingt hij laag tegen mijn lippen aan, waarna zijn tanden kort maar hard in mijn onderlip bijten. Het is de fysieke pijnprikkel die de allerlaatste restjes controle verbrijzelt. Een schokkerige snik scheurt uit mijn keel. Ik stuiptrek rond zijn vingers, gooi mijn rug in een krampachtige boog hol. In plaats van me over de rand te duwen, vertraagt hij opeens het ritme. Hij rekt de stoten op, een kwellende, trage kwelling die me zo onmenselijk hard pusht dat ik wild met mijn hoofd begin te schudden. Ik kan deze frictie niet langer verdragen.

"Ik kan het niet," hijg ik gebroken, de woorden smorend tegen zijn kin. "Dat kan je wel," antwoordt hij, zijn stem een donkere, kalme trilling. "Maar niet nu." Hij stopt de beweging volledig, maar trekt zijn vingers niet terug. De plotselinge stilstand is zwaarder dan de stoten. Hij houdt de intieme verbinding doelbewust in stand, een woordeloze weigering om de controle over mijn lichaam terug te geven. Hij bezit me nog net even iets langer.

Mijn longen branden. Ik open mijn ogen. Hij kijkt op me neer, de harde, roofdierachtige focus in zijn blik vermengd met een donkere triomf. "Nu ik je gevangen heb, ben ik van plan je te houden, Eline." De woorden dalen als een zwaar anker in mijn maag. Er is geen spoor van theatraal dreigement in zijn stem te bekennen; het is een kille, onherroepelijke belofte. Zijn vingers vervolgen hun trage route langs mijn kaaklijn, in schril contrast met de twee vingers die me lager nog steeds in bezit houden. Zonder dat ik het bewust beslis, leun ik tegen de warmte van zijn handpalm aan. Mijn lichaam weigert het donkere verlangen te onderdrukken. Toch móét ik ertegenin gaan. Als ik hier nu definitief aan toegeef, slokt hij me levend op tot er niets meer van me over is.

Ik slik. "Je kunt me niet houden," dwing ik mezelf te zeggen. Mijn protest klinkt zelfs in mijn eigen oren als niet meer dan een gebroken fluistering. "Ik ben van niemand. Zelfs niet van jou." Zijn hand verlaat mijn wang en glijdt in mijn haar. Zijn lange vingers klemmen zich strak in de achterkant van mijn nek. Met een trage, dominante beweging dwingt hij mijn hoofd naar achteren. Mijn blik wordt meedogenloos vastgepind door de zijne. De donkere zekerheid in zijn ogen walst genadeloos over de laatste restjes van mijn rebellie heen.

Hij brengt zijn gezicht zo dichtbij dat ik zijn onregelmatige ademhaling over mijn huid voel strijken. "Je hoort bij mij. Bij míj," klinkt het laag en absoluut. Hij dwingt mijn nek nog een fractie verder naar achteren, een onbewuste herinnering aan de fysieke realiteit van dit moment. "Je mag vechten zoveel je wilt, Eline. Maar we weten allebei dat het zinloos is. Dit is onvermijdelijk, en ik ga alles doen wat in mijn macht ligt om je dat te laten accepteren."
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Leen
Anikiera
Anikiera (36)
Houd jij van vrouwen die open zijn over hun verlangens en fantasieën?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel

Nog niet uitgelezen?

Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 711 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net