78.001 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Lies - 1

Door: Hannymulder

Datum: 16-09-2026 | Cijfer: 9 | Gelezen: 417
Lengte: Lang | Leestijd: 19 minuten | Lezers Online: 20
Trefwoord(en): Broer, Verlangen, Zus,

Het Raampje Boven De Deur

De zon valt schuin door de hoge ramen van de voorkamer en legt bleke strepen op de kale houten vloer. Stofdeeltjes zweven in de lichtbundels alsof ze nergens heen hoeven. Het is juli, en de warmte hangt in het kraakpand als een vochtige handdoek over een radiator — verstikkend, traag, onvermijdelijk. Buiten klinkt het geluid van een bal die ergens tegenaan stuitert, en het verre gezoem van een brommer die de straat uitrijdt.

Hij zit op de rand van zijn onopgemaakte bed, een matras op een pallet met een dekbed dat al drie dagen niet is aangeraakt. Zijn vingers trommelen op zijn knie. De kamer is groot — de grootste van het hele pand, heeft hij altijd gevonden — met afbladderend behang in een vaag florale patroon en een klerenkast waarvan de deur niet meer helemaal sluit. Aan de muur hangt een poster van een band die hij niet meer luistert. De asbak op de vensterbank is overvol. Er staat een halfleeg glas water naast dat al zo lang staat dat er een kalkrand zichtbaar is.

In de gang klinkt het geluid van iemand die de keukenkraan openzet. Het water stroomt, stopt, stroomt weer. Daarna voetstappen die wegtrekken. Het huis ademt zoals het altijd ademt — tien mensen die langs elkaar heen leven, verbonden door gedeelde wc's en een keuken die nooit schoon is, maar verder elk in hun eigen wereld. Dat bevalt hem wel. De anonimiteit. Het feit dat niemand hier vraagt waar je vandaan komt.

De telefoon gaat. Het is een ouderwetse wandeltelefoon die in de gang hangt, aan een koord dat ooit wit was maar nu de kleur heeft van oud brood. Het rinkelen snijdt door de stilte van het pand als een mes door boter. Hij hoort het geluid en wacht — misschien neemt iemand anders op. In de kamer naast de zijne is Sander, die soms opneemt en dan de hoorn ergens neerlegt en vergeet te zeggen dat er gebeld is. Maar er klinkt geen voetstappen in de gang. Het rinkelen gaat door. Hij staat op, loopt zijn kamer uit, en pakt de hoorn van de haak.

"Hallo?" Zijn stem klinkt schor, alsof hij uren niet gesproken heeft.

Stilte aan de andere kant. Dan een lichte, aarzelende klik.

"Hé," zegt een stem. Vrouwelijk, zacht, met die onmiskenbare klank die hij ergens diep in zijn borst herkent.

"Met Lies."

Zijn hand verstrikt om de hoorn. De plastic behuizing kraakt licht onder zijn greep. Hij leunt met zijn schouder tegen de muur van de gang, waar het behang loskomt bij de voegen. De geur van stof en oud hout hangt om hem heen.

"Lies," zegt hij. Zijn tong vormt haar naam alsof hij een woord uitspreekt dat hij lang niet heeft gebruikt. "Hé.

Waar bel je vandaan?"

"Thuis. Vanmiddag." Ze zwijgt even. Hij hoort haar ademhaling door de lijn, licht en snel. "Ik dacht ik bel eens.

Lang geleden."

"Ja." Hij wrijft met zijn vrije hand over zijn kaak. De stoppels schuren onder zijn vingertoppen. "Lang geleden."

Er valt een stilte die niet ongemakkelijk is maar wel vol zit — als een glas dat tot de rand gevuld is en waar je overheen moet leunen om te drinken. Dan begint ze te praten, en het gesprek vindt zijn ritme zoals water zijn weg vindt in een droge bedding. Ze praten over niets in het bijzonder. Het weer. Haar werk. Zijn wonen in het kraakpand, dat ze grappig vindt. "Typisch jij," zegt ze, en hij hoort de glimlach in haar stem. Dan verschuift iets in haar toon. Een merkbare vertraging, alsof ze haar woorden zorgvuldiger kiest.

"Weet je nog," zegt ze, "vroeger, thuis?"

Zijn maag trekt samen. De spieren in zijn rug verstrakken. Hij draait zich om, leunt met zijn andere schouder tegen de muur, en kijkt de gang in. De trap naar de volgende verdieping is zichtbaar aan het einde, met een kapotte leuning die iemand met isolatieband heeft gerepareerd. Het licht dat door het raampje op de overloop valt is geel en dik van de warmte.

"Ja," zegt hij. "Ik weet het nog."

"Ik zat er laatst aan te denken," zegt Lies. "Aan hoe het was. Thuis."

Hij slikt. Zijn keel is droog. Het glas water op zijn vensterbank is te ver weg. "Hoe het was?"

"Ja. Hoe wij waren." Ze zwijgt. Dan: "Jij was niet altijd... aardig."

Het woord hangt tussen hen in als rook. Hij sluit zijn ogen. Achter zijn oogleden ziet hij het huis waar hij opgroeide — de gang met de deuren die precies in een hoek zaten, de trap die kraakte op de derde tree, de keuken waar zijn moeder altijd stond te koken met het raam open. En hij ziet haar. Lies. Jonger dan nu. Mager, met lange armen en benen die altijd leken te groeien sneller dan de rest van haar lichaam. Haar haar in een staart die nooit helemaal recht hing. De sproeten op haar neus in de zomer.

"Nee," zegt hij. "Nee, dat was ik niet."

"Ik bedoel, het werd later beter," zegt ze snel, alsof ze hem wil opvangen. "Toen we wat ouder werden. Maar in het begin..."

"In het begin was ik een klootzak," zegt hij. Het woord komt er harder uit dan hij bedoelt, en het echoot in de gang.

Ze lacht, zacht en kort. "Zoiets, ja."

Hij opent zijn ogen. Buiten schreeuwt iemand iets onverstaanbaars. Een hond blaft. De geluiden van de zomer dringen door de muren van het pand als warmte door een dun shirt. Hij denkt aan hoe het was — hoe hij was. Jaloers. Altijd jaloers. Op haar vriendinnen die ze meebracht, op de aandacht die ze kreeg, op de manier waarop ze lachte met anderen en niet met hem. Hij is veertien, vijftien, en hij weet niet wat hij met die jaloezie moet, dus hij doet wat jongens doen: hij wordt gemeen. Hij duwt haar weg. Hij zegt dingen die hij niet meent.

Hij maakt haar klein als hij zelf klein voelt.

En ondertussen wordt zij groter. Mooier. Haar gezicht verliest de hoekigheid van het kind dat ze was en krijgt zachtheid, ronding. Haar lichaam verandert op manieren die hij niet kan negeren, hoe hard hij het ook probeert.

De herinnering komt zonder waarschuwing, als een foto die uit een map glijdt. Friesland. De vakantie. Hun kamers in het huisje zitten in een hoek naast elkaar, de deuren op een meter of twee afstand.

Hij was toen — hoe oud? Vijftien of zestien misschien. Zij een jaar of dertien, veertien. Het is laat in de avond en zijn ogen zijn de hele avond al op zijn jonge zusje gericht. Hij had haar, ook toen al, ongelofelijk mooi gevonden. Een prachtig, jong, sexy meisje.

Ze droeg slechts een dun topje, dat om haar jonge hals is geknoopt en om haar ronde heupen een dun bikinibroekje. Hij zit in een luie stoel, zij ligt op de bank. Ik kijk regelmatig naar haar, door het topje bedekte, tieten, maar ook naar de kleine ronding tussen haar benen, bedekt door het dunne broekje. Lies ligt eerst op haar zij, met haar benen gekruist. Heel even lijkt ze me aan te kijken. Haar blauwe ogen half gesloten, zwoel. En dan tilt ze het bovenste been van haar andere been en draait haar heupen iets naar mij toe. Ik heb zo een beter zicht op het plekje waar het dunne broekje haar jonge kutje bedekt. Ik zie de rondingen, haar kleine lipjes die nog net in de stof zichtbaar zijn. Lies blijft even zo liggen. Zwoel. Mijn lul ontploft bijna. Dan besluit ze dat ze wil gaan slapen. Ze loopt naar haar kamer en hij loopt achter haar aan naar zijn kamer, naast de hare. Hij kijkt naar het zwoele wiegen van haar jonge, maar al volle, ronde billen en het windt hem nog meer op. Hij voelt zijn lul harder worden in zijn broek. Het raampje boven zijn deur kijkt uit op het raampje boven haar deur. Een klein, vierkant venster, hoog in de muur, bedoeld voor ventilatie. Hij ging op een stoel staan en gluurde door het raam en door het raam van de kamer van zijn zusje. Hij kon haar zien.

Ze had niets in de gaten. Ze stond in haar kamer, haar rug naar de deur, en terwijl ze zich langzaam omdraait trekt haar topje over haar hoofd. Het gebaar was achteloos, routineus — ze wist niet dat iemand kijkt. Ze heeft onder haar topje niets aan. Hij zag haar jonge gezichtje, de smalle schoudertjes en de heerlijke rondingen van haar prachtige, jonge borsten, haar tepels, die op kleine verhoginkjes rusten, het licht dat op haar huid viel. Het moment duurt maar kort. Drie seconden? Hij liet zich zakken op zijn hielen, zijn hart in zijn keel, zijn handen trillend langs zijn lichaam, zijn lul keihard. Tijdens het korte moment dat hij haar tieten kon zien, kwam hij klaar, zijn zaad in zijn onderbroek spuitend. Een kort moment dat zich in zijn geheugen heeft gebrand als een brandmerk.

Hij was verliefd op haar. Smoorverliefd. En in plaats van het haar te vertellen, in plaats van lief te zijn, duwde hij haar weg. Hij pestte haar, negeerde haar, behandelde haar als een last. Omdat de liefde die hij voelt verkeerd is, of dat denkt hij, en de jaloezie die ermee gepaard gaat is als zuur dat door zijn borst vrat.

"Ik denk er veel aan terug," zegt hij nu, in de gang van het kraakpand, met de hoorn in zijn hand en de zon die door het raampje op de overloop strepen maakt op de muur tegenover hem. "Aan hoe ik was. En ik heb er spijt van. Echt, Lies, ik heb er spijt van."

Het is stil aan de andere kant. Dan: "Dat hoeft niet. We waren jong."

"Jawel." Zijn stem is laag, vlak. "Ik was gemeen. Ik was jaloers en ik was gemeen, en jij had dat niet verdiend."

Ze ademt in. Hij hoort het, de lucht die door haar neus gaat, een geluid dat intiemer is dan het zou mogen zijn door een telefoonlijn. "Jaloers?" vraagt ze. "Waarop?"

Op alles, denkt hij. Op iedereen die je aandacht kreeg. Op de jongens die naar je keken. Op de tijd die je met anderen doorbracht. Op je lach, die je zo makkelijk gaf. Op je leven, dat makkelijker leek dan het mijne.

"Op alles," zegt hij. Het is eerlijker dan hij van plan was.

Weer stilte. Dan een geluid dat hij niet kan plaatsen — misschien lacht ze, misschien snuift ze. Het klinkt als beide.

"Weet je," zegt ze, en haar stem is veranderd, zachter nu, alsof ze dichter bij de hoorn zit, "ik dacht vroeger altijd dat je me niet mocht."

Zijn kaak verstrakt. De spieren in zijn nek spannen aan. "Dat was het niet," zegt hij. "Dat was het helemaal niet."

"Wat was het dan?"

Hij opent zijn mond. Sluit hem weer. De woorden die hij zou kunnen zeggen — die hij zou moeten zeggen — zitten vast ergens tussen zijn borst en zijn keel, als een vis in een net. In plaats daarvan zegt hij: "Ik was jong.

En stom."

"Oké," zegt ze. Ze accepteert het, of ze accepteert dat dit is wat hij kan geven. "Maar je bent nu anders?" "Ik probeer anders te zijn."

Dat is waar. Hij is nu drie jaar weg van huis. Op zijn achttiende is hij vertrokken, de deur uit, de straat op. Eerst heeft hij bij een vriend geslapen, op banken en vloeren, tot hij via via in het kraakpand terechtkwam. De eerste weken slaapt hij op een matras in de keuken. Toen wordt de voorkamer vrij en neemt hij die. Drie jaar lang zit hij hier, tussen de afbladderende muren en de tien mensen die langs elkaar heen leven, en in die tijd verandert hij. Of dat zegt hij tegen zichzelf. Hij is rustiger. Minder vol zuur. De jaloezie is niet weg, maar hij heeft geleerd hem te dragen als een steen in zijn zak — zwaar, maar draagbaar.

"Kom eens langs," zegt hij, en de woorden zijn er voordat hij ze kan afwegen. "Bij mij. In het kraakpand. Dan kunnen we praten. Echt praten, bedoel ik. Niet door de telefoon."

Het is even stil. Hij hoort haar ademhaling, en ergens op de achtergrond een geluid dat klinkt als een deur die ergens sluit. Dan: "Graag."

Het woord raakt hem ergens onder zijn borstbeen, op een plek die hij vergeten was. Zijn vingers ontspannen rond de hoorn. "Echt?"

"Ja, ik kom graag. Ik wil wel eens zien hoe je woont." Ze zwijgt, en dan, met een lichte aarzeling die hij door de lijn heen proeft als zout: "Mag ik een paar dagen blijven?"

Zijn hartslag, die al trager was geworden, versnelt. Hij voelt het in zijn slapen, in de holte van zijn keel. Een paar dagen. Ze wil een paar dagen blijven. In zijn kamer, in zijn pand, in zijn leven dat hij zo zorgvuldig heeft opgebouwd uit afval en stof en eenzaamheid.

"Tuurlijk," zegt hij. Zijn stem klinkt beheerst, maar zijn vrije hand heeft de muur vastgegrepen, de nagels drukken in het loslatende behang. "Blijf zo lang als je wilt."

“Ik wil je erg graag zien, zien hoe het met je gaat, dat het goed met je gaat”. Haar stem klinkt zacht. “En ik wil je mij ook laten zien, dat het met mij ook goed gaat”.

Hij slikt. De woorden die ze zegt zijn onschuldig, maar in zijn hoofd klinken ze als iets anders. Hij denkt aan de manier waarop hij vroeger naar haar keek. Aan het raampje boven de deur in Friesland. Aan de drie seconden die zich in zijn geheugen hebben gebrand. Aan de liefde die hij voelt en die verkeerd was, of dat dacht hij, en die hij heeft omgezet in gemeenheid omdat dat makkelijker was dan eerlijkheid.

"Ik ben nu anders," zegt hij. "Echt. Ik ben niet meer zoals toen."

"Dat geloof ik," zegt ze, en hij hoort de glimlach weer. "Ik kom volgende week, oké? Dan kom ik met de trein." "Oké." Zijn keel is droog. "Ik haal je op."

Ze hangen op. De kiestoon zoemt in zijn oor, een mechanisch geluid dat hem terugbrengt naar de gang, het stof, het licht, de warmte. Hij legt de hoorn terug op de haak. Zijn hand trilt niet, maar zijn ademhaling is onregelmatig, kort en oppervlakkig, alsof hij net hard heeft gerend.

Hij loopt terug naar zijn kamer en gaat op de rand van zijn bed zitten. Het matras kraakt onder zijn gewicht. De zon is verplaatst; de strepen op de vloer zijn nu breder en vallen op de klerenkast. Hij kijkt naar zijn handen. De knokkels zijn wit, alsof hij iets te hard vasthield.

Ze komt. Ze komt hierheen, naar dit pand, naar deze kamer, en ze blijft een paar dagen. Hij zal haar zien. Haar horen. Haar ruiken, misschien, als ze dicht genoeg langs hem loopt. De gedachte is een vonk die hij probeert te doven door zijn handen tegen zijn gezicht te drukken en diep in te ademen. De lucht ruikt naar stof en sigaretten en oud hout.

Hij wil haar laten zien dat hij veranderd is. Dat hij lief kan zijn. Attent. Dat hij niet meer de jongen is die haar wegduwde, die haar klein maakte, die zijn liefde verhulde onder lagen gemeenheid. Hij wil het bewijzen. Aan haar, en aan zichzelf.

Maar ergens, op een plek die hij niet kan bereiken met ademhaling of logica, brandt iets dat niet is veranderd. Het is er nog. Het is er altijd geweest. De manier waarop hij naar haar keek door dat raampje boven de deur, de manier waarop zijn borst samentrok als ze lachte, de manier waarop hij jaloers was op iedereen die haar aandacht kreeg. Het is er nog, en het is sterker dan hij wil toegeven.

Hij staat op. Loopt naar het raam. Kijkt naar buiten, naar de straat waar de zon op het asfalt ligt en de lucht trilt van de hitte. Ergens in een andere stad pakt Lies waarschijnlijk nu een tas in. Vouwt kleren. Stopt ze in een koffer. Denkt aan hem, misschien. Denkt aan hoe hij nu is.

Hij legt zijn voorhoofd tegen het glas. Het is koel, althans koeler dan zijn huid. De hitte buiten is drukkend. Hij sluit zijn ogen en ziet haar — niet zoals ze nu is, maar zoals ze was. Vijftien jaar oud, in een kamer in Friesland, haar rug naar de deur, haar topje dat over haar hoofd gaat. De drie seconden die alles veranderden.

Hij opent zijn ogen. Zijn adem heeft een waas op het glas gemaakt. Hij veegt het weg met zijn mouw.

Volgende week. Ze komt volgende week.

Hij draait zich om, kijkt naar zijn kamer — de chaos, het stof, de onopgemaakte bed, de poster die niet meer past bij wie hij is. Hij begint op te ruimen. Eerst de asbak. Dan het glas water. Dan de kleren die over de stoel hangen. Zijn bewegingen zijn snel, gericht, alsof hij zich voorbereidt op iets dat groter is dan een bezoek.

En ergens diep in hem, op een plek die hij niet onder ogen ziet, weet hij dat dit niet gaat om spijt. Niet alleen.

Het gaat om de vonk die niet wil doven. Om de liefde die hij verhulde. Om het raampje boven de deur.

Hij schuift de klerenkast dicht. De deur klemt, maar hij duwt door. Het geeft mee met een klik. Volgende week.

volgende keer kun je het eerste vervolg lezen van dit verhaal
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Hannymulder
Beladien
Beladien (20)
Zoek jij een vrouw die geniet van uitdagende gesprekken en verleiding?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel

Nog niet uitgelezen?

Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 538 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net