78.216 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Mini - 422

Door: Keith

Datum: 23-09-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 1050
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 51 minuten | Lezers Online: 4

Vervolg op: Mini - 421

Zaterdagochtend… Eerste dag van de kerstvakantie! Met die gedachte werd ik prettig wakker. Niet dat ik een hekel aan m’n werk had, integendeel, maar het was wel een heerlijk gevoel om twee weken lang kalm aan te doen. Nou ja… één week in ieder geval. Na oud en nieuw. De komende week zou toch nog vol zitten. Misschien zondagochtend nog iets op de bugel spelen, Kerstavond in de kerk spelen, dan de kerstdagen zelf, twee dagen schieten, de zondag tussen kerst en oud en nieuw wellicht weer bugel spelen en uiteindelijk de bruiloft van Anita en Greet. Dáár maakte ik me het meest druk om: dan moest de muziek perfect zijn. En daarna… Ontspannen. Géén afspraken, geen verplichtingen, gewoon lekker thuis zijn met Joline en Mocca. Genieten en de accu opladen. Zo lag ik nog even te filosoferen.
En naast me werd Joline langzaam wakker. Die rekte zich uit. “Hoi Kees… Hoe laat is het?” “Bijna half negen, schat. Goeiemorgen overigens, lekkere ragebol.” Haar haren lagen alle kanten uit op het kussen. “Niet zo bijdehand, Kees. Ik moet even wakker worden hoor.” Ze kwam overeind en trok mijn hoofd naar zich toe. “Hoi, lekkere vent van me. Ik ga even plassen en dan douchen. Daarna samen de ontbijtboel klaarzetten, oké?” “Als ik ook even mag douchen en plassen… Anders sta ik niet voor de gevolgen in.”
Vijf minuten later stonden we samen onder de douche. “Even snel, Kees. Voor hetzelfde geld komen Lot en Rogier hier binnen.” Hmmm… Daar had ze wel een punt. Maar toen we even later de huiskamerdeur open deden, lagen die twee nog prinsheerlijk op de bank te slapen. Rogier snurkte zelfs een beetje. “Nog even met rust laten, Kees. Geen flauwe geintjes uithalen. We maken eerst maar eens een kopje thee voor iedereen. Als jij Mocca meeneemt als je Irene haar thee komt brengen, kun je die meteen uitlaten.” “Welke van de twee, schat? Mocca uitlaten of Ireen?” Ze zuchtte en zette de waterkoker aan. Ik pakte de theeglazen en even later hadden we negen koppen thee. Joline wekte Rogier en Lot en ik liep met het dienblad de voorste logeerkamer in.

“Goedemorgen, lieve bruid met de rode schoentjes! En bud… Een bakje thee om even mee wakker te worden.” Fred kwam overeind. “Hé Kees, goeiemorgen. Da’s een betere manier van wakker maken dan op de Oirschotse Hei. Dank je wel.” Ook Wilma ging rechtop zitten. “Hallo Kees. Dank je wel voor de thee, schat.” “Dat doe ik met liefde voor mijn bruid, Wilma…” Fred keek donker. “Denk aan de kleur van de schoentjes, makker!” “Die heeft ze niet aan, Fred. Dus…”
Ik pakte het blad op en liep naar de tweede slaapkamer. Gerben en Margot waren al wakker. “Hallo duifjes… Een bakje thee?” Margot knipoogde. “Lekker, Kees. Durfde je nu wel? Ik kan me een tijd herinneren dat je onze slaapkamer ’s morgens vroeg niet wilde of durfde betreden…” “Je hebt nu een levensgrote piraat naast je om over je maagdelijkheid te waken, Margot. Dan durf ik wel.” Gerben gniffelde. “Ik heb me vannacht met volle overtuiging van die taak gekweten, Kees.” “Ik begrijp dat best wel. Margot, je ziet er weer prachtig uit met je haren in de standje ‘kernsplitsing’.” Ze keek hopeloos. “Kees… Het is nog geen negen uur en jij begint nu al met gemene opmerkingen? Kap daar eens mee. Voor de koffie niet zeuren graag.” “Daarom nam ik ook thee mee, schoonheid. Dan heb je nog iets langer rust. Ik ga maar eens een deurtje verder. Vanaf negen uur is de ontbijttafel gereed.”
Hal in, en kloppen op de studeerkamerdeur. “Irene… is het geoorloofd dat ik met een bakje thee binnen kom?” De deur ging open en Irene stond al compleet aangekleed voor me. “Lekker Kees… Ik ben al een uurtje wakker hoor. Lekker met Mocca zitten knuffelen.” “En waarom hij wel en ik niet? Wat heeft dat hondenbeest wat ik blijkbaar mis?” Ze giebelde. “Wil je een sociaal gewenst antwoord of de waarheid, Kees?” Ik zette het glas neer. “Laat maar. Ik ga je beroven van je gezelschap; dit bruine monstertje moet er uit.” Dat vond Mocca blijkbaar ook: kwispelend liep hij achter me aan. “Mocca: get leash!” Hij schoot de keuken in, vond daar Joline en kwispelde zijn staart in alle bochten toen zij hem aanhaalde. “He Moccaatje… Lekker geslapen, knul? Was het gezellig met Irene of mag ik dat niet vragen?” “Wij vonden het allebei heel gezellig, Jolien. We hebben heerlijk geslapen, Mocca lekker tegen me aan. Nou ja, d’r zat wel een slaapzak tussen, maar we zijn samen in slaap gevallen. En ik werd wakker gemaakt met een paar likken over m’n gezicht. Dat was even wennen, maar vooruit…”
“Nou, je hebt je thee al te pakken zie ik. Vanaf negen uur staat het ontbijt klaar, oké?” “Lekker hoor… De laatste keer dat ik thee op bed kreeg dat was… Ik denk wel een jaar geleden, toen ik griep had.” Ik sloot de deur achter me en liep de hal in, Mocca achter me aan. Zo. Weer een paar mensen prettig wakker laten worden. We gingen met de lift omlaag en buiten deed Mocca alles wat van een goed opgeleide hond verwacht mocht worden. Toen weer naar boven en naar binnen. En maar eens helpen met het ontbijt. En hopen dat we genoeg brood in huis hadden. Met Fred aan het ontbijt erbij…

Om negen uur zaten we in de kamer rond de tafel te eten. Met z’n negenen was de bar te krap om aan te zitten. “Wat zijn de plannen vandaag, dames en heren?” Joline keek rond. Gerben wees. “Eerst Irene thuis afleveren, dan boodschappen doen. De rest? Zien we wel. Misschien gaan Lot en Rogier nog naar gordijnen kijken. Binnenkort hard nodig, hoorden we gisteren.” Er kwam een plastic eierdopje tegen zijn hoofd aan, gegooid door Rogier en Joline greep in. “Hé, meneer van der Vlist! Wil jij niet met ons zorgvuldig bijeengezochte interieur gaan smijten?” Hij keek smalend. “Zorgvuldig bijeengezocht? Dat eierdopje is waarschijnlijk Tupperware en anders Ikea. Dusdanig stevig polycarbonaat dat, als de zon tot een rode reus is verworden en de aarde bijna verzwolgen is, dit een van de laatste dingen op aarde is die nog de oorspronkelijke vorm heeft behouden. Kortom: klets niet, Jolien.”
Mopperend viste Gerben het ding van de grond. “Gelukkig had hij z’n ei al op, de lomperd.” Ik keek naar Fred en Wilma. “En jullie, duifjes?” Margot schoot in de lach. “Duifjes? Nog nooit duifjes gezien die samen meer dan 200 kilo wogen.” Nu was het Wilma die uitschoot. “Wil jij eens héél goed oppassen, Margootje Boogman? Weliswaar weegt mijn vent momenteel 107 kilo, maar ik haal de 93 nog lang niet, hoor! Kijk uit jij!” Waarop Fred aanvulde: “Ze hangt nét tegen de 90 kilo aan. Wel prettig verdeeld overigens.” “Dankjewel schat. Ik hou ook van jouw 107 kilo. Oók goed verdeeld.” Joline zuchtte.
“We hadden het over weekendplannen. Niet wat de display van de weegschaal aanwees, nadat Fred ‘er iets mee gehannest’ heeft.” “Wij gaan straks boodschappen doen in Rhenen. Daarna lekker rustig bankhangen, een boek lezen van mijn part”, zei Wilma. “En vanavond vroeg naar bed. Voor jullie was het een stevig weekje, voor mij ook wel. En gisteren besloten we om morgen naar Elburg te gaan, naar Fred z’n ouders. Gezellig. Vorige week bij mijn vader langs geweest, dat was ook prima.” Even aarzelde ik, maar ik vroeg het toch. “En jouw moeder, Wilma?” Die aarzelde niet.
“Ze woont nu in een ‘begeleid wonen’ boerderij zo’n 20 kilometer ten oosten van Harlingen, Kees. Ver weg, in the middle of nowhere bij het dorpje Ried en dat is geen toeval. Ze heeft af en toe nog steeds een terugval en wil dan aan de drank. En Ried heeft één kleine supermarkt en die verkoopt geen drank. Gelukkig houden ze haar bijzonder goed in de gaten en moet ze keihard werken voor de kost. Meestal is ze ’s avonds dusdanig uitgeblust dat ze maar één ding wil: slapen. Maar ze geniet van de ruimte, de honden, paarden en de andere beesten. Ze komt er beetje bij beetje weer bovenop, hopen we. Je kunt ten minste nu weer een normaal gesprek met haar voeren zonder steeds op je hoede te zijn. En ze wil daar blijven wonen. Ze zei: ‘Ze kennen me hier nu, Wil. Weten wie ik was en ze helpen me. En anders de dieren wel. Ik ga nooit meer terug naar de stad. Veel te gevaarlijk voor mij.’ Ze woont in het ‘bakhuus’ naast de boerderij. Vijf bij vijf meter begane grond, met op zolder een slaapkamertje. Maar het is ‘haar plekje’. Ze is er, met vallen en opstaan, gelukkig. En als ze met de dieren bezig is… Een compleet andere vrouw.”
Fred knikte instemmend. “Die is daar inderdaad op haar manier happy.” Het was even stil in de kamer. Irene keek vragend en Fred praatte haar kort bij. En dat deed hij netjes, zonder de grimmigheid die hij in zijn stem had toen hij voor het eerst over haar vertelde. Irene zuchtte. “Wat ben ik dan blij met mijn ouders, Fred. Ja, ik heb regelmatig ruzie gehad thuis, maar ze waren er als ik mezelf weer eens in de nesten had gewerkt…” Ze giechelde. “Dat is nu een stuk minder nodig.” “Ja, dat wel”, zei Gerben. “Bij DT heb je nu een stuk of 40 ‘ouders’ die je in de gaten houden en je behoeden voor blunders…” Irene zuchtte. “Ja. Hoogst irritant. Gelukkig mogen ze me geen ‘didactische tik’ geven, dat scheelt in ieder geval veel hoofdpijn.”
“Oh?” Joline keek belangstellend. “Heb je die didactische tikken zo vaak gehad dan?” En ik vulde aan: “Zijn we hier ook best goed in, hoor… Allemaal overgenomen van mijn lieve schoonmoeder. En haar dochtertje is daar uiterst bedreven in. En die twee krullebollen daar, alsmede mijn lieve roodharige zusjes hebben die vaardigheid ook één op één overgenomen. Dus: u vraagt, zij meppen.” En Lot vulde aan: “En dat ‘vragen’ hoeft niet letterlijk genomen te worden; als je een rotopmerking tegen een van ons maakt halen we uit. Lief zijn voor ons clubje dus.” Zo ging het gesprek nog even door; de enige die nog zat te eten was Fred. Wij waren al lang klaar, hij zat nog te malen. Totdat… Wilma haar hand boven de broodschaal liet zweven.
“Genoeg, Fredje. Je hebt nu acht boterhammen achter je kiezen plus een bak thee en koffie… Daarmee hou je het wel uit de lunch in Rhenen. Stoppen nu.” Hij keek me aan en zuchtte. “Kees! Ik word gewoon op dieet gezet hier! Zeg er wat van!” “Zeik niet vent. Over een paar dagen kun je twee dagen lunchen in de eetzaal van de Harskamp. Daar hebben ze vast picanto’s. Verheug je daar maar op. En anders op de broodjes worst van de Cadi.” Wilma keek smerig. “Picanto’s… Die komen ons huis niet meer in, Kees. Getverderrie, wat stinken die dingen…” Ik gniffelde. “Dan zal het afzien worden als jouw liefje thuiskomt na die twee dagen schieten, schat. Want gegarandeerd heeft hij er dan een paar op, dat geef ik je op een briefje.” Ze keek Fred aan. “Dan zorg je maar dat je je tanden héél goed poetst voor je me een zoentje mag geven, Fredje. Ik wens geen Picanto’s te proeven als ik je zoen!”
Hij gromde: “Jij blijft ook een enorme lulhannes, Kees. Door over die Picanto’s te beginnen… Eikel.” “Voordat we verder met lichaamsdelen gaan smijten…” Joline stond op. “Die tafel even opruimen, vuil spul in de vaatwasser, logeerspullen inpakken en wieberen jullie. De heer en vrouw des huizes hebben óók tijd voor zichzelf nodig. Morgen moet er misschien weer geblazen worden; daar heeft Kees tijd voor nodig, anders maakt hij er een zootje van.” “Ehhh… Jolien: meestal wordt een ‘blowjob’ door de dame in een relatie uitgevoerd. Leg eens uit?” Rogier keek semi-onschuldig in twee opvlammende lasers en kreeg meteen een klets op zijn kop van Lot.
“Kijk je een beetje uit, meneer van der Vlist? Grappen maken: oké. Maar informeren naar de technische uitvoering van een vrijpartijtje door Joline en Kees gaat mij iets te ver. Bovendien zijn hier twee maagden bij: Irene en Mocca. Hou je in!” Joline zuchtte. “Dank je wel, Lot. Ik stond ook al op het punt om hem een knal voor z’n harde kop te geven. De lomperd.” Ik gniffelde, terwijl Rogier zijn hoofd stond te masseren. “Je hebt enorm mazzel, Rogier. Die van Joline was waarschijnlijk een stuk harder geweest en ja, ik kan het weten.” Joline wees nogmaals. “Opruimen hier! En daarna spullen pakken, netjes afscheid nemen en opbokken. De buren willen ook rust in de tent!” “Snap ik, Jolien. Anders kost het jullie buurvrouw weer een ouwe Libelle…” Margot giebelde. “Vertel ik in de auto wel, schat…” zei ze vervolgens, kijkend naar het vragende gezicht van Irene.
“Nou, maak dan gerust een ommetje via Eemshaven, Den Helder, Vlissingen en Maastricht om thuis te komen, Ireen. Misschien ben je dan bijgepraat.” Joline keek me verwijtend aan. “Als het over jouw jeugdzonden gaat, Kees Jonkman: Rij dan ook maar even door naar zuid-Frankrijk.” Een half uurtje later zwaaiden we de logees uit en deden we de voordeur dicht.

“Héhé… Dat was gezellig, Jolien. En Irene past er prima bij.” Ze knikte. “Onze lieve receptioniste is ook aardig losgekomen…” Ze trok een gezicht en bij mij maakten de alarmbellen overuren. “Hé! Jij houdt iets achter, mevrouw Jonkman – Boogers! Vertel.” Ze trok me op de bank. “Ik heb Irene gisteren even in de gaten gehouden, Kees. Weet je nog dat ze telkens meehielp de drankjes te halen? Volgens mij heeft Irene een oogje op die mannelijke barkeeper. Die in het nieuwe jaar bij DT stage komt lopen.” “Hans? Hans van Dalen?” Ze knikte. “Irene stond bij de bar toen er besteld werd. En toen Hans de drankjes op het blad zette keek Irene niet naar de drankjes, maar constant naar Hans. En de keer daarna, na de dansles wéér.”
Ik haalde mijn schouders op. “Prima, Jolien. Een betere keuze dan die vorige barkeeper, die korpsbal. En als Hans straks bij DT komt stagelopen, kunnen ze elkaar wat beter leren kennen.” Ik trok een gezicht. “En zijn bureautje staat dan in mijn hok. Komt Irene ook wat vaker bij mij. Ook wel gezellig.” Ze pakte mijn kraag beet. “Vast. Maar dan heeft Irene alleen geen aandacht voor de heer Jonkman, maar zijn haar ogen alleen gericht op ene Hans van Dalen. Begrepen, meneertje?” Ik knipoogde. “Ik heb niet in de hand waar Irene naar kijkt, Jolien…”Ze bromde wat onduidelijks en pakte haar laptop. “Ik ga nog even repeteren, Kees. ten slotte mag ik nu nog wat aan m’n studie doen; de eerste week van het nieuwe jaar niet meer. Die is voor ons samen.” Een luchtkusje volgde. “Is goed, Jolien. Dan neem ik de trouwdienst van Greet en Anita nog even door. Althans… het muzikale concept ervan.” Ze knikte en ik verdween in de studeerkamer.

Ik pakte de voorlopige orde van dienst en de bijbehorende muziek. Oké… Eerst het ‘Te Deum’. Gewoon dom aan de nootjes vasthouden, Kees! Waarschijnlijk ging Brecht er weer mee aan de haal, maar de partij voor bugel en trompet samen bleef ‘het anker’. Dat veranderde niet. Ik keek de dienst verder door. Ja, veel zingen. Logisch. Maar na de trouwbelofte en huwelijksinzegening bleef er een gat over in de orde van dienst. Hadden we nog niet ingevuld. Brecht zou daar over nadenken en een ei over leggen. Ja, Brecht. Niet Greet. Greet had haar bijna de vrije hand gegeven. Verdorie… Ik kon daar óók over nadenken, hoor. Ik bladerde wat door diverse muziekstukken heen die we het afgelopen jaar gespeeld hadden…
En plotseling had ik het! Sound the trumpet! Natuurlijk! Alleen… Wie zouden het gaan zingen? Ja, Wendy natuurlijk als sopraan, dat was logisch. Maar de tweede sopraan? Joline? Zou ze dat kunnen? Eerst Brecht maar eens bellen. Even later hoorde ik haar stem en vertelde ik mijn gedachtenspinsels. Ze was meteen enthousiast!
“Prima idee, Kees! Maar dan zowel het 2e deel ‘Come ye sons of Art’ en meteen het derde deel ‘Sound the trumpet’ er achteraan.”
Toen werd ze praktisch.
"Maar, voordat wij nu alles zitten te bedenken: Wendy kan dat prima zingen en zal dat ook leuk vinden, maar Joline… Dat moet je haar nú vragen, Kees. Als zij het niet ziet zitten, gaat het niet door.”
“Ik loop even naar haar toe, Brecht. Mevrouw zit over de cijfertjes gebogen…”
Ik liep de huiskamer in en zette de telefoon op de speaker.
“Zo. Nu hoort ze ons beiden ten minste, Brecht. Ehh… Jolien? Heb je even?”
Ze keek me aan. “En Brecht? Nou, dat zal dan wel over muziek gaan. En wat hebben jullie van me nodig?”
“Je stem, Jolien. Jouw echtgenoot had weer eens snode plannetjes…”
Joline onderbrak haar meteen. “Die gaan meestal niet over mijn stem, mevrouw Solinge!”
Brecht schaterde. “Nee, dat zal wel niet. Maar dit keer wel, Jolien. Zou jij, na de inzegening van het huwelijk van Anita en Greet samen met Wendy twee stukken van Purchell willen zingen? ‘Come ye sons of art’ en ‘Sound the trumpet’? Begeleid door het orgel, een trompet en een bugel?”
Joline keek verrast en zei toen: “Sound de trumpet ken ik wel. Da’s mooi. Dat andere stuk…”
“Dat is makkelijker om te zingen, Joline. Minder hoog en korter. Je kunt dat, zeker samen met Wendy.”
Joline trok een gezicht. “Ja, dat wel, maar die irritante bugel doet ook mee. Da’s wel een dingetje, Brecht.”
Die lachte weer. “Dat is jouw probleem, Jolien. Bemoei ik me niet mee. Maar… Zou je het willen doen?”
“Voor Greet en Anita? Natuurlijk, schat. Prima idee.”
“Dat idee komt van jouw eigen vent, Jolien.”
“Nou, dan heeft die ook eens een goeie dag. Zeldzaam, Brecht.”
Ik keek haar boos aan.
“We moeten een en ander wel doornemen, Joline. Wat dacht je van morgen, na de kerkdienst?”
“Is prima. We zijn er dan toch, Brecht.”
“Mooi! Dan ga ik alvast repeteren én ik bel Wendy of die morgen ook kan. En misschien kan ik nog iemand strikken voor de partij van de basso continuo, maar dat hoor je morgen wel. Dank je wel! En jij dank voor deze prima ingeving, Kees! Tot morgen!”

Ze hing op en ik keek in twee onderzoekende ogen. “Je hebt het weer lekker voor elkaar, meneer. Maar…” Ze stond op en sloeg haar armen om me heen. “Ik vind het een prima idee! Straks even doornemen, schatje. Over een uurtje. Dan heb ik dit deel klaar en jij bent warmgespeeld.” Ik knikte en verdween weer in de studeerkamer. Goed. Ook geregeld. En het had de instemming van zowel mijn echtgenote als de muzikale commandant. Ik nam de orde van dienst nog een keer door.
Voor de dienst zou Brechts ‘iets leuks’ spelen. Had ze geen hulp bij nodig. “Ik verzin wel wat passends bij elkaar, Kees”, had ze gezegd. “Wallpapermusic.” Haar kennende zou dat niet bepaald wallpapermusic zijn, maar zouden de oren van de muzikale gasten uiterst gespitst zijn… Die van Ton Koopman zeker! Bij binnenkomst van het bruidspaar: het Te Deum. Brecht, Brecht, Derk en ik. Daarna wat mededelingen, gevolgd door de begroeting door Richard: het ‘votum en de groet’.
Het intochtslied: ‘Wij komen hier ter ere van uw naam’. Mooie melodie en een tekst die er de nadruk op legde dat we hier niet alleen voor Greet en Anita zaten. Alleen orgelbegeleiding.
Dan een gebed, gevolgd door een lezing uit de Bijbel: Psalm 90, de ‘oudejaarspsalm’. Deels gelezen, deels gezongen. Een psalm die de sterfelijkheid van de mens beschreef, maar ook de bescherming van de Heer opriep. Begeleiding: alleen orgel.
De lezing uit het nieuwe Testament: uit de 1e brief van Paulus aan de gemeente te Korinthe, hoofdstuk 12, vanaf vers 12 tot vers 31. Paulus notabene. Nou niet bepaald de meest vrijzinnige van de apostelen. Zijn teksten over vrouwen werden, zo wisten we ondertussen, nogal eens misbruikt. En dan twee vrouwen die met elkaar gingen trouwen? Benieuwd wat Richard daar voor draai aan zou geven in zijn preek…
Ik zocht de tekst digitaal op. Het ging over het lichaam wat uit vele delen bestaat, elk met een eigen taak en samen het complete lichaam vormend. Ja, wel toepasselijk. Greet met haar muzikale gaven, Anita met haar geneeskundige gaven… En samen een mooi span vormend.
Na de preek: lied 632. ‘Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven’. Orgel, trompet, bugel. Een lekker opgewekte melodie, en een passende tekst bij een feestdag. Daar was een mooie tegenstem van, wist ik… Straks eens zoeken en anders morgen aan Brecht vragen. Misschien konden we daar wat mee. Daarna de lezing van het huwelijksformulier, de beloften, de inzegening van het huwelijk en het wisselen van de ringen. Gevolgd door ‘You may kiss the bride!’ Het overhandigen van de trouwbijbel door de ouderling van dienst. Ik dacht terug aan onze eigen huwelijksplechtigheid. Ja, die was mooi geweest, maar dit had ook wel wat…
Niet zeuren Kees! Anderhalve week voor je trouwen speelde Greet een prachtige Bruiloftsmars, speciaal voor Joline en jou op dat mooie orgel… Na het overhandigen van de trouwbijbel zouden Brecht, Wendy, Joline, Derk en ik Purchell laten horen. Orgel, trompet, bugel en wellicht een basso continuo. Dan het dankgebed en de voorbeden, gevolgd door de slotzang: ‘Dankt, dankt nu allen God’. De zegen en daarna mochten de bruiden hun zakdoekjes paraat houden als ze de kerk uit liepen: ‘Liefde, eenmaal uitgesproken’, zou dan door de kerk klinken. Orgel solo. Brecht kennende zou ze er wat prachtigs van maken!

Ja, dit werd een mooie trouwdienst, dat wist ik zeker. Niet alleen vanwege de muziek, maar ook vanwege het bruidspaar. Twee mooie persoonlijkheden die elkaar gevonden hadden en samen verder wilden. Op een best wel moeilijk pad: als lesbiënnes hadden ze het niet makkelijk gehad. Greet die in haar tienerjaren met haar geaardheid gruwelijk in de knoop zat; die Ton Koopman als biechtvader had uitgekozen en uiteindelijk, ergens in haar leven met een knul naar bed was geweest om daarna te besluiten dat dat een éénmalig actie was geweest. Toen ze het vertelde had ze nogal smerig gekeken.
En Anita?
De geschiedenis van haar jeugd kende ik niet, maar ook zij had haar portie pesterijen en vernederingen ongetwijfeld gehad. Tot en met een co-assistent die haar, in het bijzijn van een patiënt notabene, voor ‘pot’ had uitgemaakt. Enfin, die was nogal stevig tot de orde geroepen en had het sindsdien braaf over ‘zuster Zondervan’… Ik nam mijn deel van de liederen door; niet moeilijk, maar wellicht dat Brecht… Ik moest lachen. Fred zou zeggen dat ze er mee zou ‘hannessen’, net als met de digitale weegschaal in Rhenen.
Vervolgens ging ik op Youtube op zoek naar die tegenstem van lied 632. Geen succes. Diverse uitvoeringen, waaronder een opname van ‘Nederland zingt’. Op zich mooi gezongen door de gemeente, maar geen tegenstem. Een andere opname, door Dennis Wubs, in de Hervormde Kerk van Blijham, bevatte wél wat leuks: het voorspel van Dennis was een simpele fuga op het thema van de eerste tweede regels. Ik kopieerde de URL van die opname en stuurde die naar Brecht met de tekst: ‘Luister eens naar dat voorspel, Brecht. Kun je daar wat mee? Gr. Kees.’ Haar kennende zou ze daar wel wat leuks van kunnen maken…
“Hé schat. Zit jij nou te whatsappen? Ik dacht dat je aan het studeren was!” Joline d’r stem klonk verwijtend. “Lieve echtgenote van me. Ik zit even muzikaal te corresponderen met de organiste voor de trouwdienst van Opperwachtmeester Greet en Hoofdzuster Anita. Dat mag ik, en ja, dat hoort ook tot de voorbereidingen voor deze feestelijke dienst.” Joline bromde. “Nou, laat eens horen wat ik moet zingen, koekenbakker. Heb je de tekst van die ‘Sons of art’ ergens? Liefst ook met de muziek erbij. Ik kan wel een beetje noten lezen, hoor.”
Dat was even later geregeld: de printer spuwde vijf A4tjes uit. “Goed, let’s go, meissie. Even opletten; meneer Purchell had er een handje van om zangers of publiek op het verkeerde been te zetten. Goed vasthouden aan de muziek, anders zet je te vroeg in.” Joline snoof. “Brecht en Wendy zijn er ook nog, hoor.” De eerste keren zette Joline té aarzelend in, dus ik stopte Youtube even en liet haar wat ademhalingsoefeningen doen. Daarna ging het beter. Maar ja, ik was geen muziekleraar…
Wacht eens… Ik dacht plotseling aan die zangpedagoog, die Joline al eens een compliment over haar stem had gegeven. Hoe heette die man ook alweer? Oh ja: Brun. Wim Brun. “Zullen we hem vragen om jou een keertje wat tips te geven, Joline? Ik ben geen zangpedagoog…” Ze dacht even na en knikte toen. “Prima plan, Kees. Als hij morgen in de kerk is, vragen we het meteen. En als hij er niet is, bellen we hem op.” Ik pakte mijn telefoon. “Wellicht staan zijn gegevens ergens op de website van de kerk, schat. Hij zat in een of andere commissie…” Even later had ik zijn gegevens; hij zat in de Liturgiecommissie. “Meteen maar opbellen, schat.” Toen hij opnam, hoorde ik een van de Slavische dansen van Dvorak op de achtergrond.

“Met Wim Brun…”
“Dag Wim, met Kees Jonkman uit Veldhoven. Bel ik gelegen of ben je aan het dansen?”
Hij grinnikte. “Op muziek van Dvorak? Zó lenig zijn we nou ook niet, Kees. Vertel het eens.”
Kort legde ik uit wat we van plan waren en besloot met: “Kun jij Joline wat tips geven? Het is ten slotte jouw vak; ik kan haar niet coachen, want ik heb een bugel aan m’n mond…”
“Geen probleem, Kees. Ehh… Mag ik Joline zelf even spreken?”
“Hier komt ze…”
Wim stelde een aantal gerichte vragen aan Joline en besloot met: “Ik wil je graag helpen. Ik ben sowieso in de kerk als Greet en Anita trouwen, want het zijn ondertussen goede vriendinnen van ons geworden. En die trouwdienst moet mooi worden. Wanneer zou het uitkomen?”
“Kun jij morgenochtend, Wim? Na de kerkdienst? Dan nemen Brecht, Wendy, ik, Kees en z’n trompetvriendje Derk de trouwdienst door…” “Ik zal er zijn, Joline. Gaat goedkomen. Tot morgen!”
“Dank je wel, Wim. Tot morgen!”

Ze verbrak de verbinding. “Dat gaat inderdaad goedkomen, Kees. Prima idee van jou.” We gingen verder met oefenen en het ging steeds beter. Natuurlijk was de akoestiek in de studeerkamer niet geschikt, maar dat was van later zorg; in de kerk kwamen de klanken van orgel, zangeressen, bugel en trompet beter uit de verf. Maar qua timing, zuiverheid en tekstbeheersing klonk het nu al goed. Na een uurtje vond ik het genoeg geweest. “We stoppen, Joline. Anders dreunt Purchell vannacht nog steeds in je oren en is je stem naar de bliksem. Morgen na de dienst verder, maar dan onder professionele leiding.” Ze knikte. We deden de deur van de studeerkamer weer open; om de oren van Mocca te sparen hadden we het beest in de hal, op zijn kleedje geparkeerd. Een uur lang bugel aanhoren is niet goed voor de gevoelige oren van een Labrador. Het dier sprong op en begroette ons hevig, met kwispels, piepjes en gekke sprongen. “Jajaja, bruin monstertje…” Joline knielde bij hem en werd overladen met likjes. “Gekke hond… Zullen we hem even uitlaten, Kees? Even samen frisse lucht happen.” “Goed plan. Ga je mee, Mocca?” vijf minuten later stonden we buiten. Eerst naar het uitlaatveld en toen Mocca daar zijn boodschappen had gedaan, door naar het cooperparcours. Daar lieten we hem los. Het hulphondhesje af… Nu kon hij weer even lekker ‘hond’ zijn.
En dat deed Mocca dan ook: Als een dwaas heen en weer rennen, stok oppakken, weer laten vallen, omdat een andere stok interessanter was, wéér ergens anders snuffelen… maar telkens kwam hij even bij ons langs om zich te melden. En elke keer kreeg hij een aai, een brokje of een goedkeurend woord. En stoof hij er weer vandoor. Een man met een andere hond kwam ons tegemoet en beide dieren stormden op elkaar af. Even stonden ze met de neuzen tegen elkaar, toen begonnen ze achter elkaar aan te rennen en te stoeien. De andere eigenaar boeide het blijkbaar niet; behalve een gemompeld “Goeiemiddag” waren we blijkbaar niet belangrijk voor hem; zijn telefoon was interessanter. En hij lette nauwelijks op zijn hond, een Friese Stabij. Toen wij doorliepen bleef Mocca bij ons in de buurt. De Stabij volgde Mocca, dus verwijderde zich steeds meer van zijn baas. Ik vond het niks. “Mocca! Hierrr.” Ik lijnde de hond aan en deed het Hulphondtuigje om. “Wait!” De Stabij bleef om Mocca heen drentelen, wilde duidelijk verder spelen. Maar Mocca moest naast ons blijven zitten; hij was nu weer Hulphond in functie. En dat deed hij prima. Geen aandacht meer voor de andere hond, maar zijn ogen waren op Joline gefixeerd. Nou ja, ook op haar hand waar nog een paar brokjes in zaten…
Uiteindelijk kwam de eigenaar van de Stabij terug gewandeld om zijn hond op te halen. Nogal knorrig. “Jullie hadden me wel even achterna kunnen lopen hoor…” Joline zei liefjes: “Ik loop niet achter vreemde mannen aan, meneer. Ik ben een net meisje.” Ik schoot in de lach, maar meneer zag er de lol niet van in. Hij maakte zijn hond vast aan de lijn en vervolgde zonder verdere conversatie zijn wandeling. “Nou, dat is ook het toppunt van gezelligheid… Voor zijn hond trouwens ook.” Joline mopperde wat.
Een kwartiertje later waren we weer thuis. Nét op tijd, want het begon met regenen. Eerst wat miezer, maar die ging vrij snel over in een gestadige regenbui met dikke druppels. Zittend op de bank, onder de gebogen ramen keken we naar de regen. “Lekker hoor… Zo droog zitten terwijl je ziet hoe de regen boven je hoofd tegen wordt gehouden en uit elkaar spat. In zo’n grot in de préhistorie konden ze dat niet zien.” Ik reikte langzaam naar de bediening van de ramen, maar mijn hand werd onderschept. “Niks ervan, Kees Jonkman! We zijn nét droog gebleven tijdens onze wandeling en dan wil jij me alsnog in de plensregen laten zitten? En deze mooie bank kletsnat maken?” Ze keek furieus. “Nou… Deze bank nat maken kan ook zonder regen, schatje…” Ik keek ondeugend, maar Joline was even niet in de stemming. “Kappen met dat soort geintjes, Kees. Ik ben…” “ Jaja, ik weet het. Een net meisje, schat.” Ze zoende me. “Ja. En jij een nette, tekenende kletsmajoor…”

Het was even stil op de bank. Ik zag Joline peinzen. Die zat ergens op te broeden. Ik liet haar met rust; als ze zo keek, was er iets serieus aan de hand. En dat bleek even later. “Kees… Zou ik een dagje mogen kijken op de Harskamp? Kijken hoe jij schiet?” Ik ademde even in. “Oei… Dat moet ik even overleggen, schat. De Krijgsmacht is uiterst fel op de aanwezigheid van burgers op de schietbaan. En schieten is helemaal ‘not done’, schat. Denk maar niet dat je een Colt in je handen gedrukt krijgt en even mag schieten. Een aantal jaren geleden heeft Defensie een paar veteranen-schietclubs, die op schietbanen mochten schieten met Defensie wapens en -munitie opgeheven.”
Ze schudde haar hoofd. “Dat wil ik ook niet, schat. Maar ik wil jou zien schieten. Met de Colt en…” Ze zweeg even, vervolgde toen: “met de Accuracy, schat. Als je daarover praat, merk ik dat je dáár bijzonder trots op bent. En dat wil ik zien, Kees.” Ik zuchtte. “Ik weet niet of sergeant der Eerste Klasse Jolanda sowieso een Accuracy heeft kunnen regelen, schat. Maar kijken op de baan… Ik ga eens iemand bellen.”
Ik pakte mijn telefoon en even later had ik Martin, mijn directe chef bij het CIMICbataljon aan de lijn.
“Hé Kees… Goed om je weer eens te horen, man. Hoe is het in Veldhoven?”
We kletsten even over Travnik (“Nee, nog niets van gehoord, Kees”) en over het oefenprogramma voor volgend jaar en toen besloot ik de koe bij de hoorns te vatten.
“Martin, schiet jij aanstaande woensdag en donderdag ook mee?”
Hij gniffelde. “Zeker weten, Kees. Met mijn favoriet: de Glock 17. Hoezo?”
"Ik heb een gekke vraag, Martin. Mijn lieve echtgenote wil ook eens zien waar ik mee bezig ben als ik lig te schieten. Mag zij meekomen naar de Harskamp? En op de schietbaan?”
Zonder aarzeling zei hij: “Dat zou geen probleem moeten zijn, Kees. Er komen wel eens vaker dames op de schietbaan kijken. Als je haar netjes aanmeldt bij de wacht, en altijd onder jouw hoede neemt, kan dat volgens mij zonder problemen. Alleen: ze mag niet schieten. Daar is de baas uiterst fel op en terecht.” “Dat begrijp ik. En Joline heeft genoeg benul van wapens om dat ook te begrijpen; wij liggen regelmatig bij een schietclub met onze buksen te schieten; zij raakt geen buks aan die ze niet kent.”
“Prima. Dan weet ze ook wel iets van baanveiligheid, schat ik zo.”
Naast me hoorde ik: “Ja, best wel, Martin!”
“Mooi zo, mevrouw Jonkman. Ehh… Kees: meld haar aan bij de wacht van het ISK en stuur een mailtje naar de BC en naar Jolanda met de vraag of je echtgenote mag komen kijken. Oh ja… én naar bureau ‘Veiligheid’ van het ISK. Moment, ik zoek even degene op die over de schietbanen gaat…” Het werd even stil, tot hij weer te horen was. “Ben je er nog? Da’s Eerste Luitenant Brobbel-Dorsman. Zijn mailadres, en dat van Jolanda en de wacht stuur ik je wel per mail. Die van de BC heb je.”
“Hé, Martin, dank je wel, man. Als Joline je woensdag ziet, krijg je een dikke knuffel van haar!”
“Nou, dan stuur ik zelf ook een mailtje aan de BC met een aanbeveling, Kees. Een knuffel van jouw knappe echtgenote laat ik niet schieten, om maar even in stijl te blijven.”
Joline giebelde. “Kan ik eens een echte overste zoenen, Martin. Zo’n majoor wordt op den duur ook saai… Auw!”
Ik had haar een por gegeven. “Kijk je uit, mevrouw Jonkman?”
Aan de andere kans hoorde ik Martin lachen. “Kees, komt Fred ook mee?”
“Natuurlijk. Die wil even leuke dingen doen met zijn 7,62mm liefje mitrailleur MAG. Hoezo?”
“Nou, als zijn echtgenote ook mee wil komen…” Ik vraag het hen zo dadelijk wel, Martin. Zo ja, hoor je het van me. De kans acht ik overigens niet zo groot; hoe zei Wilma dat een tijd geleden ook alweer? ‘Ik bestrijd de misdaad wel op een andere manier’ of zoiets. Je hoort het in ieder geval van me. Dank voor je tips!”
“We zien elkaar woensdag weer, Kees. Heb er zin in.”
“Ik ook, Martin. Dank en een goed weekend!”

Ik hing op en keek Joline aan. “Zo. En nu krijg jij straf van zo’n ‘saaie majoor, mevrouw Jonkman – Boogers. Ben jij gek… Mij een beetje te kakken zetten bij mijn chef…” Joline keek ondeugend. “Straf? Lekker, majoor…” Ik zuchtte. “Oversekst wicht… Ik maak alvast een conceptmail richting de BC, die luitenant en Jolanda. Wil je in de Harskamp blijven slapen, schat? Ik weet niet of dát kan…”
Ze schudde haar hoofd. “Nee, dank je wel. En dan weer het gezaag van Fred aanhoren? Da’s waarschijnlijk nog erger dan die mitrailleur van ‘m. Of met 8 kerels in stapelbedjes op één kamer liggen?” Ze giebelde. “Misschien is dat wél leuk, Kees…” Ik bromde. “Jaja… en de volgende morgen helemaal uitgewoond uit je bedje komen zeker? En die kerels ook? Nou ja, het voordeel is dan wel dat ik minder concurrentie heb. En Fred is dan waarschijnlijk ook wat rustiger dan normaal, nadat jij met hem…”
Verder kwam ik niet. “Zie je het voor je, gék? Ik met Fred? Ik zou uitscheuren, Kees. Ik heb zijn apparaat ‘in ruststand’ gezien; ik wil niet weten hoe het er uit ziet als hij mijn meer dan volmaakte naakte body ziet!” Ik lachte. “Je bent ook zó makkelijk op de kast te krijgen, schatje…” Naast me klonk narrig: “Ja. Zeker als het om die bud van je gaat. Idioot. Bel ‘m maar.

Grinnikend belde ik Fred z’n nummer.
Grommend klonk: “Wat heb je nu weer van me nodig, Kees?”
“Van jou even niks, makker. Maar misschien van je lieve echtgenote. Is die fysiek aanwezig?”
“Ehh… Nee. Boodschappen doen. Kan ik iets doorgeven?”
“Nou, dat nog niet, maar…”In het kort vertelde ik over het gesprekje met Martin.
De reactie van Fred was duidelijk. “Ik geef je uitnodiging door, Kees, maar ik denk dat het antwoord ‘nee’ is. Wilma geeft niet zoveel om schieten of militaire toestanden. Ze vindt het prima wat wij doen, maar heeft er zelf niets mee.”
“Oké, da’s duidelijk. Voor de zekerheid wacht ik dan nog even met het versturen van mails richting de BC en de Harskamp; laat ze me maar een appje sturen met haar beslissing, oké?”
“Da's goed… over een half uurtje heb je haar antwoord. Alles goed met mijn bruid met de witte schoentjes?” “Die zit hier naast me. Mag je haar zelf vragen.” Ik gaf de telefoon aan Joline.
“Is die lomperd een beetje lief voor je Jo? Als je klachten hebt, je weet ’t hé? Één telefoontje naar Rhenen en ik spring in de auto.”
“Dat moet dan wel een redelijk stevige auto zijn, Fred. Als jij springt, met jouw gewicht… De torsiestaven van die Landrover zouden zo maar eens kunnen breken.”
Even was het stil. “Ga jij maar eens heel goed achterom kijken, de komende weken, mevrouw Jonkman! Wat zijn dat voor opmerkingen tegen de bud van je vent?”
Joline giebelde. “Ben je nou boos, Fred? Maak ik wel goed met je als we weer eens samen dansen, jochie. Op de bruiloft van Greet en Anita bijvoorbeeld. Doeiii…”

Ze verbrak de verbinding en gaf m’n telefoon weer terug. “Zo. Die is even van z’n stuk, denk ik.” Joline keek tevreden. “Ehh… schat: de Landrover Serie III die Fred rijdt heeft geen torsiestaven, maar blad- en schroefveren. Dat je het maar even weet.” Joline zuchtte. “Denk ik eens een technische term te gebruiken, gooit Kees weer roet in het eten… Het is ook nooit goed hier! En om dat te compenseren: We gaan lekker eten, Kees. Lunch. Gebakken eitje erbij?” “Prima plan, schat. Zolang het niet een van jouw eigen eieren zijn. Die moeten we bewaren voor dat strand op de Malediven en zijn bovendien wat aan de kleine kant.” Joline zuchtte demonstratief, stond op en liep naar de keuken. “Als ik te lang op dat strand lig, zijn mijn eieren ook wel gebakken. Of gekookt.”
“Nou, dat wordt dan een snel nummertje, schat. Dan loopt het ook de moeite niet om die fles dure champagne mee te nemen en die mand vol lekkere hapjes. Lekker makkelijk: vanuit het vakantiehuisje naar het strand lopen, liggen, een vlot nummertje maken en rap terug naar het huisje. Douchen, aankleden en weer richting vliegveld… Ehhh… Zullen we dat reisje dan maar helemaal skippen? Dat snelle nummertje kunnen we ook hier ergens doen. Ook de Oirschotse heide bijvoorbeeld. Of het Beekhuizer Zand, iets ten zuid-oosten van Harderwijk… Heb ik nog wel wat voetstappen liggen.”
Een schoen vloog mijn richting uit.
“Niks ervan! Liggen wippen op zo’n militair oefenterrein? En dan gadegeslagen worden door een complete compagnie van die hitsige pubers in uniform? Wat denk je zelf, Kees Jonkman?” “Nou ja, in het kader van de lessen HPG oftewel ‘Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg’ steken ze er wellicht wat van op, Jolien.” Een snuif volgde. “Ze dromen er maar van. En met de handjes boven de dekens, de smeerlappen!” Even later zaten we lekker te eten. “Moet jij niet nog wat oefenen voor die schietdagen op de Harskamp, Kees?” Ik keek Joline dom aan. “Oefenen?” “Ja. Ik weet een hele gezellige schietclub hier in de buurt. Met een best wel sympathieke voorzitter.”
“Wil jij een rondje schieten, schat?” Ze knikte. “Ja. Met de Hatsans. Korte afstand, snel reageren. Voor het geval dát.” Ik knikte. “Prima. Even lekker ontspannen en papier perforeren.” Een halfuurtje later stonden we in de kantine van de schietvereniging. Mocca hadden we met een dikke kluif thuis in de hal geparkeerd. Harold, de voorzitter, keek wat verwonderd naar onze buksen. “Terug bij de Hatsans, Joline en Kees? Waar zijn die mooie Dreamlines gebleven?” “Thuis, Harold. Wij willen op de korte afstand wat scenario’s oefenen.”
Joline keek neutraal. “Is de pistoolbaan vrij?” Harold knikte. “Mooi. Dan gaan we die eens gebruiken. De koffie komt straks wel.” We liepen naar de baan. “De buksen half laden, Kees en ze hier neerzetten.” Joline wees. De magazijnen gingen in de buksen en we schoten beiden één pellet in de kogelvanger. Dan was de loop leeg. Alleen nog maar spannen, op '' vuren'zetten en dan waren de wapens schietklaar. Zo gingen de buksen in een standaard bij het begin van de baan.
Op een teken van Joline sprongen we op, haalden de buksen uit de standaard, laadden ze terwijl we naar het schietpunt liepen, knielden en begonnen te schieten. En na vijf schoten weer ontladen en de resultaten bekijken. Die waren matig. Oké, alle schoten zaten op de kaart, maar Joline’s beste schot was een zeven, bij mij een zes. Wel zaten alle schoten in een compact groepje. “Hmm… Die lasers maar eens corrigeren, Jolien. Ergens hebben die blijkbaar een opdoffer gehad.” De volgende serie was beter: alle schoten vielen nu in het zwart van de doeltjes, dus allemaal beter dan een acht. En wederom: compacte groepjes, zowel bij Joline als bij mij. Na een half uurtje waren we tevreden: tijdens de laatste serie schoten we beiden alleen maar negens en tienen.
“Prima zo, Jolien. Als iemand de euvele moed heeft om bij ons binnen te komen, gaat diegene heel veel spijt krijgen. En pijn.” Joline knikte. “Ja. Ontladen, Kees. En we moeten de buksen iets voorzichtiger behandelen tijdens transport. Die lasers mogen geen opdoffers meer krijgen.”

Na een kop koffie en nog wat ontspannen kletsen reden we weer naar huis. “Dit ging weer lekker, Jolien. Prima idee van jou om even te gaan schieten.” Ze giebelde. “Soms ben ik best wel briljant, Kees. Geef het maar toe.” “Verwaand krengetje”, bromde ik en ze bleef giebelen. Eenmaal thuis verlosten we Mocca uit zijn eenzaamheid. Nou ja, hij had niet zo veel geleden: de kluif die hij had gekregen toen we weggingen was nog niet eens voor de helft op. Meneer had gewoon liggen maffen op zijn kleedje in de hal. Ik liet Mocca nog even uit, maar na een flinke plas gaf hij aan weer naar huis te willen. Oké… Jij je zin. Thuis ploften we op de bank. “Zo. We zijn uitgeslapen, hebben gestudeerd, gezongen en geblazen, geschoten… En wat staat er nu op het programma, mooie kerel?”
Joline keek me verwachtingsvol aan en ik antwoordde: “Mazlov. Eerst eten, dan de voortplanting.” Joline rolde met haar ogen. “Jij blijft ook een lompe hork zonder enig gevoel voor romantiek hé? ‘De voortplanting’, zegt meneer. Alsof we een college biologie in Wageningen krijgen. Zonder enige vorm van romantiek…”
“Nou, jij hebt je lesjes ‘voortplanting’ in Wageningen al gehad, schatje. Met mijn lieve, schattige en vooral onschuldige zusjes. Ik daarentegen nog niet.” Ze keek me aan, plotseling serieus. “Zou je dat dan willen, Kees?” Ik dacht even na, schudde toen mijn hoofd en trok Joline naar me toe. “Nee schat. Als ik naar hen kijk, zie ik twee prachtige vrouwen; ik zou een steen zijn als ik dat niet zag. En ik hou van die twee rooie draken, geniet ervan als ik met ze dans…” Ik moest even grinniken. “En volgens mij genieten ze ook wel als ze met mij dansen. Nu wel, ten minste. Maar met hen vrijen? Nee. De prijs die ik daarvoor zou moeten betalen is me veel te hoog. Gillende ruzie met Ton en Rob. En wellicht de rest van onze vriendengroep. Geen trek in.
En ik geef toe dat beide meiden, sinds die avond in die kroeg in Eindhoven best wel eens in mijn fantasie voorbij zijn gekomen… Ik heb hen die avond op wat andere plekjes gevoeld dan daarvoor, zeg maar.” Joline glimlachte. “Jammer voor je joh… Ik heb die plekjes niet alleen heel intensief gevoeld, maar ook bekeken, gelikt en gekust…”
Ze werd een beetje rood. “Dat mocht die avond, schat. En jullie hebben ervan genoten, dat is het belangrijkste. En Claar en jij zijn die avond ook écht ‘zussen’ geworden. Heel veel waard, schatje.” Joline bromde zachtjes. “Ja. Ik heb het ze één keer op de vrouw af gevraagd of ze geen spijt hadden van die avond en nacht. Ze keken me aan alsof ik in een marsmannetje was veranderd en Clara zei toen: ‘Spijt? Heb jij er spijt van, Jolien?’ En ik schudde héél hard mijn hoofd en zei: ‘Nee! Het was heerlijk! Maar ik wil zeker weten dat jullie ook geen spijt hebben van die avond.’
En toen zei Mel, heel ondeugend: ‘En die nacht. En de volgende ochtend…’ Daarna hebben we elkaar even heel stevig geknuffeld en wist ik zeker dat het goed was. Heerlijk!”
Toen keek ze me aan. “En hoe zijn die lieve zussen van jou in jouw fantasie voorbij gekomen, Kees Jonkman?” Ik werd een beetje rood, dat voelde ik. “Nou… Als ze weer eens spectaculair gekleed op zaterdagavond Amersfoort onveilig gingen maken… Dan dacht ik er wel eens aan hoe het zou zijn om die mooie rokjes op te tillen en die lekkere benen te voelen… En om hen te zoenen, of tussen hen in op bed te liggen…” Joline glimlachte. “Tja, dat kan nu natuurlijk niet meer hé? Arme kerel. Nu moet je het met mij doen. Geen rooie draken meer, maar een blonde feeks. En daar ben je nog mee getrouwd ook, sukkel.”
Ze kuste me. “Deze blonde feeks gaat zich even omkleden. Mazlov kan de pip krijgen; ik wil met je vrijen, Kees. Niet omdat ik jaloers ben op Claar of Mel, maar omdat ik zin in je heb. Jouw lekkere handen overal op me voelen, je tong over mijn clit, je vingers in mijn poes en even later die mooie, harde paal van je, diep in me spuitend…”
Ze wipte overeind. “Niet weglopen jij; ik heb je zó te pakken.” En toen liep ze naar de slaapkamer. Ik schudde mijn hoofd maar weer eens.
Vrouwen…
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Fillipien
Fillipien (26)
Ben jij iemand die houdt van passie, aandacht en spannende momenten?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 692 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net