
Zij had me gezien. Hoe ik me aftrok op wat socials van de leerlingen. Ik zat in m'n kantoortje. Laat. Op een tijdstip dat het gebouw meestal al leeg is, op wat conciërges na. Het was warm vandaag. Sommige studenten hadden wat kortere kleding aangetrokken. Eentje had me net iets te lang aangekeken. En terwijl mijn vriendin thuis zat te wachten, zei ik nog wat werk af te moeten maken, scrollde ik over de socials van wat leerlingen, met een hand in m'n broek... En even later ook met de erectie erbuiten.
Ze had een vraag. Over de stof. Rachel. Een populair meisje, maar ook leergierig. Heel knap. Haar sociaal stond gelukkig niet op. Maar ze schrok wel. Grote ogen, ingehouden adem. Ze bleef staan. ''Oh... Ik...'' stamelde ik nog. Mijn hartslag schoot omhoog. Mijn keel werd droog. Ik probeerde echt iets te verzinnen. Maar ik was gewapend in de hand. Ze zag het in de volle glorie. Ik kon niet doen alsof ik iets anders aan het doen was. Lang bleef ze stil. Toen veranderde haar blik. Van altijd vrolijk naar onheilspellend.
En een dag later lag er een briefje op m'n bureau. Was het niet mijn toekomst als docent, dan wel mijn relatie die ze op het spel zette. Ik wilde beide helemaal niet kwijt. Ik kon maar beter komen, anders zou ze het iedereen vertellen. Geen details. Niks. Maar ik schrok. Ik kwam met deze locatie. Dit tijdstip. En zij meldde zich zoals dat hoort bij een docent. Haar adem zichtbaar in de koele, donkere ochtendlucht. Een knipperende, gele tl-buis als enige getuige.
Eerst zei ze niks. Zonder plan was ze gekomen. Althans, dat geloofde ik in eerste instantie. Dat we hier stonden, kwam meer door mij dan door haar. ''Luister Rachel, het is niet...'' Maar verder kwam ik niet.
''Stil.'' zegt ze. Niet streng. Bang. Zenuwachtig. Ik zie haar handen trillen. Haar ogen ook, al staan ze hard. Ze wil niet dat ik haar afleid. Ze had wel een plan. Dat besef laat me slikken. Alsof ik m'n plek weer ken.
''Ik ga het zeggen.'' zegt ze, slikkend. Even deins ik iets terug. Maar haar zin is nog niet klaar. Ze kijkt vlug om. Bang dat iemand ons ziet. Ze was alleen gekomen. Haar handen friemelen even in de stof van haar broek. ''Tenzij... U me beft.'' Ik deins weer terug, maar niet uit angst, uit verbazing.
''Jou... beffen?'' M'n mond valt iets open. Ze staat daar. Te mooi. Student. Ik docent. Dat bevalt me niks. Toevallig had ze me gezien. Dat had de rollen meer omgedraaid, dan ik me realiseerde. En nu staan we hier. En wil ze dat. En anders vertelt ze het? Ze dwingt me. Haar te beffen. Iets wat ik deels met tegenzin zal doen, ben ik bang. Want dit is geen straf. Het voelt als vreemdgaan. Al denkt mijn pik daar heel anders over.
Ik grinnik nog. Ik denk dat ze een grapje maakt. Of dat het een val is, misschien. Maar zij is bloedserieus. Ik heb nog nooit iemand zo serieus zien kijken. ''Wat?'' vraagt ze fel. ''Denk je dat ik een grapje maak?'' Het is dat ze het zo stellig stelt. Want het klinkt wel als een grap...
Ik maak dan de keuze. Deels omdat de consequenties al in mijn nek hijgen, deels omdat de nieuwsgierigheid zwaarder weegt dan de rest. Ik wil weten waarom zij dit wil. Waarom juist van mij. Waarom hier, van alle plekken. Maar ze staat stil. Ze wacht tot ik beweeg. Die vragen moeten later. Ik heb dit eerder gedaan. Zij niet. Dat is waarom ze het vraagt. Zij kan niet weten dat ik dit ook graag doe, ook al is het een tijd geleden. Ik kon niet weten dat ik haar eerste zou zijn, totdat ze me aankeek zoals ze nu doet. Onzeker. Knabbelend op haar onderlip. Handen voor haar lichaam gehouden, alsof ze zichzelf nog even klein wil maken. Gekropte sweater. Capuchon nog op. Haar lange bruine haren vallen aan weerszijden van haar gezicht naar buiten, glimmen een beetje in het licht tussen de rekken. Niet het meisje waarvan ik dit had verwacht. Nu het enige meisje waar ik aan denk.
De sweatpants is dezelfde grijze kleur. Zacht. Ruim. Het elastiek geeft weinig weerstand als ik ernaar kijk. Ik gebaar. Woorden lijken me overbodig. Een kaal muurtje tussen twee rekken. Ze komt. Ze laat me. Zo lijkt het initiatief weer bij mij te liggen, al blijf ik op mijn hoede. Beffen. Dat is wat ze zei. Ik ga er vol voor.
Met één hand in haar rug duw ik haar iets voorover. Ik voel eerst alleen de stof van haar sweater onder mijn handpalm, dan de ronde vorm van haar rug eronder. Mijn vingers spreiden zich een beetje, drukken lichter, alsof ik haar nog even de kans geef om weg te trekken. Ze doet het niet. Haar rug geeft mee, langzaam, met een korte weerstand alsof haar spieren eerst protesteren en dan toch gehoorzamen. Ik voel hoe ze uitademt onder mijn hand. Haar adem stokt even, een korte hapering die ik hoor en voel.
Ik hoor haar slikken. Hard. Alsof ze iets doorslikt wat ze niet wil uitspreken. Grote ogen kijken over haar schouder, wijd, glanzend, een beetje te open. Ze buigt verder. Haar rug holt dieper in. Haar billen komen dichterbij.
Zonder twijfel, en dat is nog het engst aan dit alles, ga ik achter haar zitten. Ik zak door mijn knieën. Mijn knieën raken de vloer, koud en hard. Ik voel de druk in mijn enkels, de rek in mijn dijen. Mijn handen landen op haar billen. Warm door de stof. Rond. Stevig. Een perfect kontje dat precies in mijn handpalmen past. Ik druk even, voel hoe het vlees meegeeft en weer terugveert.
Haar capuchon valt af als ze verder achterom moet kijken. De stof schuift naar achteren, haar haren schuiven mee, glijden over haar schouders, blijven even hangen en vallen dan langs haar gezicht. Haar ogen staan vol verbazing, wijd, alsof ze niet had verwacht dat dit haar zou lukken, alsof ze zelf nog niet gelooft dat ze hier staat.
Haar mond valt verder open wanneer ik de stof naar beneden trek. Niet gehaast. Met enige zorg. Ik haak mijn vingers eerst achter het elastiek van de sweatpants. Ik voel de rek, de weerstand, hoe het materiaal strak trekt over haar heupen. Dan glijden mijn vingers dieper, achter het elastiek van haar slipje ook. De stof glijdt over haar huid, blijft even haken bij haar heupen, trekt strak, en dan geeft het toe. Het glijdt verder naar beneden. Koude lucht raakt warme huid. Ik voel haar rillen, een korte, scherpe rilling die door haar billen en dijen trekt.
Dan valt mijn mond open. Goddelijke billen. Rond, stevig, de huid nog een beetje gestreept van de stof die er net overheen gleed. Een knijpend sterretje ertussen, strak en donker, alsof het zichzelf vasthoudt. Daaronder, tussen haar dijen, gezwollen schaamlippen die al glimmen. Nat. Dikker dan ik had verwacht. De huid eromheen is licht roze, gespannen. Nu pas merk ik hoe opgewonden ze is. Nu pas weet ik zeker dat het geen grap is. Mijn adem blijft even steken.
Ik kijk een laatste keer over haar holle rug, recht in haar ogen. Zij kijkt terug. Een seconde te lang. Haar blik is open, kwetsbaar, bijna vragend. Alsof ze nog steeds niet gelooft dat dit gebeurt. Twijfel. Een korte, scherpe steek in mijn borst. Ik sluit mijn ogen. Verbreek haar blik. Mijn vingers vinden haar vel en drukken zich in het zachte, hete vlees. Ik voel hoe het meegeeft onder mijn duimen, warm, zacht, iets veerkrachtigs dat terugduwt. Ik buig naar haar toe. Mijn gezicht komt dichter. Ik trek haar iets uit elkaar. Haar billen spreiden onder mijn handen. Ze sist al, een kort, scherp geluid dat ze half inslikt, alsof ze het niet wilde laten horen. Dan druk ik zonder pardon mijn tong ertussen. De warmte, het nat, de zachte weerstand van haar schaamlippen die opengaan. De rest gebeurt vanzelf.
“Mijn… Ik... Nee... O, my god.”
Vol ongeloof. Vol het besef dat ze het hier laat gebeuren, tussen de rekken, met mijn mond tussen haar benen. Ik open mijn ogen. Haar voorhoofd rust tegen haar onderarm, tegen de muur. Haar rug is hol, diep ingetrokken, de wervels licht zichtbaar onder de sweater die omhoog is geschoven. Haar billen liggen open in mijn handen, warm, zacht, de huid nog een beetje gestreept van de stof.
Pas dan proef ik haar.
Pas als ik haar zie.
Mijn tong is nat, maar zij is natter. Zoet. Warm. Iets zouts eronder, alsof haar lichaam al langer op dit moment heeft gewacht. Ik haal mijn tong langzaam heen en weer. De punt drukt tussen haar schaamlippen, glijdt door het natte, vindt de spleet. Het vlees wijkt, zacht en glad. Ik lik vooral omhoog, mijn neus niet ver van haar sterretje, zo dichtbij dat ik de warmte ervan voel. Haar schaamlippen worden steeds natter, wijken makkelijker met elke lik. Ik voel hoe ze openen, hoe mijn tong dieper kan, hoe het vlees om me heen samentrekt, een zachte, natte omhelzing.
Ze bibbert.
Niet van de kou.
Haar dijen trillen licht tegen mijn handen, een fijne, oncontroleerbare trilling die door haar spieren trekt. Ze zucht. Een lange, trillende uitademing. Ze kreunt zachtjes, een laag, vastgehouden geluid dat ze probeert binnen te houden, alsof ze bang is dat iemand het hoort. Ze staat er gewoon, in mijn handen, terwijl mijn tong heen en weer gaat. Soms staat ze even op haar tenen, haar hielen tillen van de vloer, alsof ze de druk wil ontwijken en tegelijk dichterbij wil. Haar billen spannen en ontspannen onder mijn handen, een ritme dat meegaat met elke lik.
Nog een “My god…” als ik door blijf gaan. Het klinkt hees, bijna gebroken, alsof ze het niet meer binnen kan houden. God, wat smaakt ze zoet. En wat ben ik dorstig. Mijn tong blijft bewegen, alsof ik niet kan stoppen. Ik zet haar vast met mijn handen, tussen mijn mond en de muur. Mijn vingers graven iets dieper in haar billen, houden haar open, houden haar stil. Mijn tong likt aan haar vulva. Porrend. Plagend. Dan doortastender. Ik druk dieper, laat de punt van mijn tong over de binnenkant van haar schaamlippen glijden, proef hoe ze natter wordt, hoe het vlees om me heen samentrekt en weer loslaat.
Haar clitje is lastiger te bereiken met alleen mijn tong. Maar als ze ver genoeg is zodat ik haar met één hand kan vastzetten, heb ik een hand over. Mijn vingertoppen glijden lager door dezelfde schaamlippen die ik lik. Nat. Glad. Warm. Ze glijden door het natte, zoeken, en vinden wel haar clitje. Klein. Hard. Opgezwollen. Ik draai eroverheen. Langzaam eerst, voel hoe ze reageert, hoe haar adem stokt. Dan op hetzelfde ritme als mijn tong. Rondjes. Druk. Loslaten. Opnieuw.
“Oe…”
Meer komt er niet uit. Een fluistering. Ze verstijft. Haar adem stokt helemaal. Haar dijen trillen harder, een snelle, oncontroleerbare trilling die tegen mijn handen slaat. Hier blijf ik. Daar lik ik haar, en daar wrijven mijn vingers. Ik voel de spanning snel opbouwen onder mijn tong en onder mijn vingers. Het klopt bijna. Het trilt. Een diepe, snelle spanning die steeds dichterbij komt. Dit gaat me lukken. Zij gaat het krijgen. En iedereen is straks blij…
Totdat we een sleutelbos horen. Het geluid is hard, metaal tegen metaal, en snijdt dwars door het moment heen. Een hek wat iets verder openvalt, piepend en krakend zoals roestig metaal dat doet. Het piept lang, alsof het zich verzet. Mijn ogen schieten eerder open dan de hare. Ik zie eerst alleen de betonvloer, dan de schaduw bij de ingang. De hare openen pas als ik mijn laatste lik gegeven heb, nog nat van haar.
Voetstappen naderen de ingang van de fietsenstalling. Langzaam. Zeker. Ik trek haar aan één hand mee terwijl haar andere hand nog haar broek optrekt, haastig, onhandig, de stof die blijft haken. Doodsangst in haar ogen. Groot. Wijd. Bijna schattig, alsof ze niet had verwacht dat de wereld weer verder zou gaan.
Ik kijk vlug om me heen. Mijn blik glijdt over de fietsen, de muren, en blijft hangen bij een donkere hoek achter een betonnen steunpilaar van het schoolgebouw. Ik trek haar mee. Haar hand is koud in de mijne. Hijgend vinden we dat hoekje. Van spanning en opwinding. Onze adem botst.
Ik sta strak tegen de muur. Beton koud in mijn rug. Zij kan alleen voor me staan. Ook strak tegen me aan. We moeten ons smal houden. Schouders naar binnen. Haar schouders die tegen mijn borst drukken. Ingehouden adem terwijl dat niet kan. Mijn handen op haar bovenarmen, de zachte stof die mijn vingers doen opdrogen, alsof ze het nat van haar nog van me afvegen.
Als ze een stapje naar achteren doet, voel ik haar pas echt verstijven. Haar billen drukken tegen mijn kruis. Hard. Warm. En het kan eigenlijk geen verrassing zijn dat door de spijkerstof heen goed te voelen is wat zij en dit moment met mij doen.
Het is de conciërge. Eén van de velen. Hij kijkt heel even de fietsenstalling rond. Zijn blik glijdt over de fietsen, de muren, de vloer. Alsof er iets niet klopte. Alsof hij de warmte van haar handen nog op het beton ziet. Dat kan niet. Ik houd mijn adem in. Hij pakt een bezem en gaat net buiten de stalling vegen. Het geritsel van de haren over de stenen is luid in de stilte. We kunnen niet weg.
Haar billen drukken nog een keer tegen mijn kruis. Bewust. Ze wilde het weer voelen. Ik voel hoe ze zich iets naar achteren duwt, hoe de druk toeneemt, hoe mijn lul hard wordt tegen de spijkerstof. En terwijl hij daar fluitend staat te vegen, druk ik een hand voor haar mond. Mijn andere hand glijdt haar broek in via haar buik. Over de zachte huid, lager, tot mijn vingers weer haar schaamlippen vinden. Ze kermt in mijn hand. Te hard. Het geluid trilt tegen mijn palm. Ik druk die hand steviger tegen haar lippen. Ik druk haar hele lichaam steviger tegen het mijne aan. Twee vingers zijn alweer draaiend over haar clitje, nat, glad, precies waar ze het net nog voelde.
Heel even voel ik weerstand in haar lichaam. Bang dat ze is om betrapt te worden. Haar spieren spannen, haar adem stokt tegen mijn hand. Ik zou diezelfde angst moeten voelen. Maar voel ik niet. Alleen de warmte van haar, de natheid onder mijn vingers, de manier waarop ze tegen me aangedrukt staat. En met elke draai van mijn vingers voel ik die weerstand wegebben. Langzaam. Alsof haar lichaam eerst nog protesteert en dan toch meegaat. Binnen dertig seconden heeft ze zich overgegeven.
Ze draait haar hoofd iets, zodat ze me kan aankijken.
Ogen groot en donker, vol verlangen. Haar adem brandt tegen mijn hand. Ze hijgt in mijn hand die ik losser op haar mond kan leggen. Mijn vingertoppen weten precies raad met haar kleine clitje. Rondjes. Druk. Loslaten. Opnieuw. Al snel ben ik bezig om haar in haar geheel overeind te houden, omdat haar knieën knikken. Haar gewicht zakt tegen me aan. Haar billen drukken harder. Buiten loopt de man door. Klaar met vegen. Verder met z’n ronde. Het geluid van zijn voetstappen verdwijnt.
Dan zakt mijn hand. Van haar mond naar haar keel. Mijn vingers glijden over haar kin, over de zachte huid van haar hals, voelen hoe haar adamsappel beweegt als ze slikt. Ze hijgt. Warm tegen mijn palm.
“Ja…”
In haar broek glijden mijn vingertoppen naar binnen. Dieper. De palm van mijn hand drukt over haar clitoris, plat, stevig, terwijl mijn vingers haar natte schaamlippen openen en naar binnen glijden. Haar ogen smeken. Groot. Donker. Niet meer stoppen. Alleen maar doorgaan. Haar gehijg krijgt geluid. Zacht, maar intens, een laag, trillend geluid dat tegen mijn hand trilt. Ze blijft zich tegen me aandrukken. Haar lichaam golft mee op mijn vingers, heupen die vooruit en achteruit bewegen, alsof ze zelf het ritme zoekt. Het is niet wat ze wilde. Maar nu wel.
Ik hou haar lichaam niet meer als het hoogtepunt nadert. Ze wordt slap. Haar gewicht zakt tegen me aan. Haar benen trillen, knieën die knikken, dijen die oncontroleerbaar samentrekken. Dus draai ik haar snel om. Mijn handen grijpen haar heupen, draaien haar lichaam, drukken haar met haar gezicht naar de muur. Met een doffe klap komt ze tegen het beton. Het geluid is hard, kort. Het laat haar een enkele keer hard kreunen, een rauw, onverwacht geluid.
Mijn handen zijn vrijer. Dieper haar broek in, dieper naar binnen. Twee vingers glijden makkelijk naar binnen, zij is nat, warm, strak om me heen. Mijn nu vrije hand legt zich op haar buik, nog even positioneren, voelen hoe haar ademhaling gaat, en dan omhoog onder het gekropte truitje. Over de zachte huid van haar buik, hoger, tot mijn hand een borst vindt. Snel. Warm. Zacht. De tepel hard onder mijn palm. Ik vinger. Ik kneed. Ik sis in haar oren terwijl ik mijn stijve tegen haar billen druk, hard, door de stof heen, heen en weer.
En zij nadert steeds sneller haar hoogtepunt. Nek naar achteren. Strak. Haar keel bloot. Mijn lippen bij haar hals, open, warm, proevend. Ik vergrijp me aan haar terwijl ze schokkend tegen me aanstaat. Haar armen om me heen, waar ze maar kunnen, klauwend in mijn trui, in mijn nek. Haar mond opent zich om een lange, diepe kreun uit te laten, en die laat ik gaan in al haar glorie. Het geluid is luid, rauw, ongeremd. Haar ogen schieten daarna wel open, geschrokken van het geluid, maar haar lichaam schokt gewoon verder. Golf na golf. Mijn twee vingers nog in haar, mijn duim over haar clitje, rondjes, druk, en een borst stevig in mijn greep.
Hijgend moedig ik haar aan. Dit te nemen. Totdat ze klaar is. Uitgeput. Klaargekomen. Haar lichaam zakt. Haar adem is kort, snelle hijgingen. Mijn vingers glijden langzaam uit haar, nat, glad, de warmte die blijft hangen. Ik laat haar los. Sierlijk valt ze naar de grond, tussen mij en het beton in, alsof haar benen het niet meer houden. Ze kijkt naar me. Hijgend. Moedeloos. Haar blik glijdt langs de tent in mijn broek, blijft daar hangen. Twijfel daarover. Die ervaring zal ze ook niet hebben. Nog niet.
''Geen dreigen meer, okay?'' vraag ik haar zonder het te vragen, mijn eigen adem nog hoog. Ze snapt het. En ze knikt snel. Het stond haar ook niet goed. Ik knik. "Ik leid hem wel af.'' zeg ik haar dan, en zie dat hij bij het begin van de oprit nog staat. Niet echt aan het werk.
Niet veel later loop ik hem tegemoet. ''Bas!'' zeg ik. Niks aan de hand. ''Hey Joris. Zo vroeg?'' vraagt hij me, alsof hij m'n makker is. Bas is wat ouder. Ik ken hem goed. Zoals ik de meesten hier goed ken. Beter dan Rachel. ''Had nog wat af te handelen van eerder deze week.'' zeg ik. Rustig en bekwaam. Hij haalt z'n schouders op. Hij vindt het niet vreemd mij hier te zien, nu al. ''Kan nog wel een handje gebruiken?'' zegt hij, voorzichtig. Ik help hem vaker. Meestal na schooltijd. ''Geen probleem.'' zeg ik rustig. ''Zag voor op het plein weer een prullenbak open.'' wijs ik hem erop. ''Die rottige kraaien...'' mort hij erover en meer niet. Ik lach, sla een schouder om hem heen, en loop met hem mee op het werk van die kraaien op te ruimen. In de verte achter me hoor ik hoe iemand over een hek weet te klimmen, het geluid van gaas. Niet veel later sjeest er een fatbike in de verte weg, capuchon op.
Die dag geef ik les. Wat moe. De dag was immers vroeg begonnen. Rachel steekt haar hand op. Ik wijs haar aan. Haar blik blijft iets te lang op mijn vingers liggen. Ze beantwoordt de vraag goed. Zoals altijd. Die avond hoef ik niet uit te leggen waarom ik vroeg naar bed ga. ''Krijg je daar niet voor betaald?'' vraagt m'n lieve vriendin. Ze had lekker gekookt. Ik was Bas helpen. Daar was niks aan gelogen. ''Doe het graag.'' zeg ik nog. Ook niks aan gelogen. Heel die dag, en ook als ik in bed lig, voel ik ook maar iets wat lijkt op schuld. Ik ben nog nooit vreemdgegaan. Dit voelt ook niet als vreemdgaan, al zou zij daar anders over denken. Ik sluit m'n ogen. Ik slaap gewoon lekker.
-





