79.096 Gratis Sexverhalen
A+ - a-

Mini - 432

Door: Keith

Datum: 07-11-2026 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 304
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 43 minuten | Lezers Online: 9

Vervolg op: Mini - 431

Onderweg naar huis zei ik: “Leuke lui, Jolien. En die hebben een leuke dochter. Brecht kwam nu lekker los.” Joline knikte. “Ja. Niet alleen een uiterst begaafd musicus, maar ook lekker spontaan en lief richting haar ouders.” Ik herinnerde me plotseling de flits van een brainwave bij haar. “Ehhh… schat: Jij had iets in je ogen toen je het over Harm had. Er flitste iets door je brein, ik zag het. Vertel eens…”
Ik keek snel opzij en zag wéér die flits. “Zag jij dat? Jij hebt nu dus ook een ‘Joline-scan’? Dan mag ik wel opp…” Ik onderbrak haar. “Zeker weten! En nu: voor de dag er mee, mevrouw!” Ze grinnikte. “Niets levensbedreigends, Kees. Maar binnenkort moet mevrouw Solinge op stage. En Harm heeft twee weken geleden tegen Theo gezegd dat hij wil gaan minderen bij DT. Hij is ook personeelsgoeroe bij een ander bedrijf en daar wil hij juist meer gaan werken. Nu werkt hij nog 3 halve dagen bij DT, waarvan 2 fysiek in Gorinchem; hij wil dat minderen tot 2 halve dagen. Theo vond het niet leuk, vertelde hij daarna tegen mij. ‘We moeten dan iemand vinden die Harm z’n werk over kan nemen, Jolien. Want 2 halve dagen in de week personeelszaken… Dat kán niet. DT werkt snel en efficiënt. Ook, misschien wel juist richting het eigen personeel. Ik kan niet iemand drie dagen aan het lijntje houden omdat Harm niet beschikbaar is.’
Maar ja… Wie zou dat dan moeten doen? Angelique zou de beste keuze zijn, omdat die ook wat achtergrond heeft in personeelswerk. Maar ook onze Meester in de Rechten heeft het steeds drukker. Nu, met al die ziekenhuizen heeft ze aardig wat kleine lettertjes die ze uit moet pluizen. Dus… Ik zie kansen voor Brecht. En voor DT.”
Ik knikte langzaam. “Da’s inderdaad wel een mooie brainwave van je. Want ondanks dat Harm een prima vent is: ik ben het met Theo eens. Een HR-man of vrouw moet gewoon snel kunnen handelen. Doen!” Eenmaal weer thuis pakte Joline haar telefoon. “Theo bellen.” Ik schudde mijn hoofd. “Niet doen, schat. Weliswaar zijn ze gewoon in Arkel en niet op wintersport, maar ook de directie en de aandeelhoudster hebben recht op een ongestoorde vakantie. Volgende week, schat. En ik durf te wedden dat Theo meteen ‘ja’ zegt. Harm zal misschien wat sputteren, maar… Enfin, dat lost Theo maar op. Geen zin om me daar ook nog eens tegenaan te bemoeien. Ik heb al genoeg aan m’n hoofd.”
Joline gniffelde gemeen. “Ja, dat krijg je als je ‘projectmanager’ bent, Kees…” Ik keek haar héél vuil aan en ze schoot in de lach. “Ik wist dat je zou happen, schatje…” “Ja, happen. Zeker weten, mevrouwtje! Volgens mij wordt het tijd dat jij met de schoenen van Kees Jonkman onder je fraaie achterwerk kennis gaat maken! Die term wil ik nooit meer horen in combinatie met mijn naam! Goed begrepen, mevrouw Jonkman-ooit Boogers?” Ik keek haar boos aan en hoorde toen en bedeesd: “Goed, meneer. Sorry meneer. Maar u leek me wel een managements-type, meneer…” Ik bromde wat en werd uitgelachen.

Eenmaal thuis werd ik, na een lekkere lunch, naar de studeerkamer verbannen. “Blazen jij! Zorg maar dat de muziek goed in je hoofd zit, dan kun je morgen lekker de kerk in toeteren. Los van de muziek.” Joline had nog gelijk ook, moest ik toegeven: als ik van muziek speelde stond die op de muziekstandaard, recht voor me, en blies de bugel niet recht de kerk in. Moest ik wat op verzinnen… Ik experimenteerde wat met de standaard in de studeerkamer. Lager zetten was geen optie; dan blies de bugel weliswaar over de muziek heen, maar kon ik de muziek zelf niet of nauwelijks zien. Er opzij langs blazen? Ja, dat kon, maar alleen als de muziek dan links van de bugel stond. De standaard hoger zetten… Dát bleek de oplossing te zijn die me het meest beviel. Ik kon de muziek goed zien, de beker van de bugel blies er onderdoor en met een beetje mazzel kon ik ook de kerk in kijken… Nee, dat zag er minder fraai uit, die bladmuziek voor m’n gezicht, maar het ging nu even om het geluid, niet om de kop van Kees Jonkman. Als mensen die beter wilden zien, moesten ze maar wachten tot ik niet meer speelde…
Een uurtje later was ik er wel klaar mee. Niet verder spelen, want dan had ik de muziek ‘kapot gespeeld’: Zó vaak gespeeld dat alle gevoel eruit was. En aangezien er nogal wat beroepsmusici in de kerk zouden zitten… Ze zouden het meteen horen! Ik maakte het instrument goed schoon. Nauwkeuriger dan anders. Niet dat ik de bugel verwaarloosde, integendeel. Ik was er best zuinig op. Maar nu de ventielen goed nalopen, een héél klein beetje vet op de plekjes die dat nodig hadden. Vervolgens het instrument poetsen tot het glóm. Daar genoot ik best van; als ik de bugel gepoetst had, zag je pas goed wat een pracht-instrument het was. De laatste poets-sessie deed ik altijd met Nitril handschoentjes aan: handschoenen waarmee je potentieel gevaarlijke stoffen te lijf ging. Niet dat Brasso koperglans zo levensbedreigend was, maar om te voorkomen dat er alsnog vingerafdrukken op het gepoetste koper te zien waren. Een van de vele waardevolle tips van Greet.
Tja… Greet. Die na acht jaar ging trouwen met ‘de liefde van haar leven’. Eindelijk. Ze hadden geen rustige verkeringstijd gehad, had ze me eens toevertrouwd. Onbegrip vanuit de familie, vrienden die zich plotseling distantieerden, opmerkingen van collega’s uit de Fanfare, zelfs een leerling die door de ouders bij haar weggehaald werd toen ze erachter kwamen dat Greet lesbisch was. Kerkelijke gemeenteleden die zich lieten overschrijven naar een andere kerk toen Greet en Anita aangaven dat ze in de kerk een zegen over hun huwelijk wilden vragen.
Ik had me er kwaad om gemaakt. Als je Greet en Anita een piepklein beetje kende, zou je toch moeten weten dat die twee meer van elkaar hielden dan menig hetero-stel? Greet zelf had de angel uit mijn kwaadheid gehaald. ‘Niet boos van worden, Kees. Als dat hun overtuiging is, laat ze dan. Ik heb geen zin om me telkens voor mijn geaardheid te verontschuldigen. En Anita ook niet. Zodra zij merkt dat iemand, wie dan ook, achter haar rug om loopt te roddelen of smerige opmerkingen loopt te maken, krijgt die de wind van voren. Zuster Anita is daar harder in dan ik. Die is prima in staat om iemand te vertellen hoe ze daarover denkt.’
En dat had ik maar van haar aangenomen… Peinzend pakte ik de bugel in de koffer. Partituren erbij… Niks vergeten? Dan in de hal er mee. In de kamer legde Joline net de laatste hand aan de fotolijst met de foto’s van het orgeltje. Die foto’s hadden we de week tevoren gemaakt en mooi uitgeprint. Ze hadden een paar dagen op de kast gelegen om te drogen; nu ze door en door droog waren konden ze in een lijst op A3 formaat. Met een briefje in het midden waarop in Joline’s mooie handschrift stond: ‘We komen het brengen op de tijd die jullie uitkomt! Joline, Kees en Brecht.’ Want Jolien had erop gestaan dat Brecht mee zou komen als we het orgeltje in huize Zwart-Zondervan zouden komen afleveren. Brecht had nog wat tegengesputterd, maar Joline had gezegd: ‘Jij hebt hier ook je expertise in gestoken, Brecht. Het ook jouw cadeau.’
Joline keek op toen ik weer de kamer binnenkwam. “Klaar voor, Kees?” Ik knikte. “Zeker weten. We maken er iets moois van, schat.” Ze knikte. “Dat hoort een meisje graag. En nu je uniform, mooie majoor. Controleer dat ook. Zorg dat al je onderscheidingen recht zitten en je rode koord niet verkleurd is. Weliswaar zou een roze koord misschien meer passend zijn, maar…” Verder kwam ze niet. “Rare tut. Een roze koord… De Koninklijke Landmacht moet wel héél erg veranderen willen ze dat gaan invoeren.” We lachten samen, toen verdween ik in de slaapkamer.

Oké, uniform… Het overhemd… Wel het goeie overhemd pakken. Dat waarvan de kraag niet zo strak was. Even passen… Ja, dit was de goede. Mijn eigen stropdas erbij, niet die ‘clip-stropdas’ van Defensie. Check. Broek: Een nette vouw erin, geen vlekken of kreukels. Jasje. De batons, de kleine lintjes zaten een heel klein beetje scheef boven de linkerborstzak. Dat kon beter. Gevechtsinsigne: check. Scherpschuttersspeld: check. Rode koord: zat ook goed. Baretembleem? Hmmm… ook nog even oppoetsen; ik zag een paar witte randjes van restanten Brasso. En uiteindelijk mijn zwarte schoenen: die poetste ik zodanig op dat ze op een Engelse paradeplaats niet zouden misstaan. Zwarte sokken erbij… Ik hing en legde alles klaar op de logeerbedden.
Daar lag Joline’s blauwe ‘propodeuse-baljurk’ ook klaar. Zij zou die dragen, had ze besloten. En ik was het ermee eens. Die jurk stond haar prachtig, in combinatie met een felrode ceintuur en haar gouden ketting. Haar make-up zou ik morgen wel zien, daar hoefde ik me niet druk om te maken… “Majoor Jonkman is helemaal klaar voor de bruiloft, schatje”, zei ik, toen ik de kamer weer binnen liep. Joline keek op, glimlachte en zei: “Wéér een bruiloft? Die had je toch al achter de rug?” Ik zuchtte. “Pestkopje. Je weet best wat ik bedoel.” Ze knipoogde. “Ja. Die bruiloft op twee Juni. Was ook een prachtig feest. Met een hele knappe bruidegom. Die ik nu achter het fornuis ga commanderen, want daar heeft hij voor getekend. ‘Alle rechten en plichten die de wet aan de huwelijkse staat stelt’. En koken hoort daar ook bij, mooie bruidegom van me.” Ik zuchtte. “Het is weer zover…” maar verdween toen maar naar de keuken. Met Mocca op m’n hielen.
"Kook maar iets lichts, Kees. We zullen morgen genoeg te eten krijgen, schat ik zo in.” Ik bromde: “Zeker weten. Oliebollen en appelflappen waarschijnlijk…” Ik keek in de provisiekast. Het zou vanavond een lekker soepje worden. Met stokbrood uit de airfryer. Ik pakte een pot kippenbouillon. Zo. Da’s de basis. Vermicelli, een zakje gesneden groenten, een losse paprika, nog een ui en vooruit, ook een blikje soepballetjes. Dan hadden we genoeg voor twee dagen. De dag na de bruiloft hoefde ik dan niet te koken, alleen de soep opwarmen. Lekker makkelijk. Een half uur later stond er een forse pan soep op tafel. “Schat… We kunnen aan tafel!” Na het stiltemomentje haalde ik het brood uit de airfryer: lekker heet met gesmolten kaas er overheen. Sinaasappelsap als drinken erbij…
“Je hebt je weer lekker uitgesloofd, keukenprins van me.” Joline keek me over haar soepkom aan. Ik haalde mijn schouders op. “Simpel, Jolien. Nu een lekker soepje met brood, morgen allerlei liflafjes en overmorgen wéér soep met brood. Dan hoeven we niet uitgebreid te koken. Waarschijnlijk dan geen zin in.” We aten lekker, ondertussen over de bruiloft kletsend. Na het eten lieten samen Mocca uit. Joline wilde eerst alleen gaan, maar her en der hoorde je al wat vuurwerk; als er iemand het gore lef had om in de buurt van Mocca vuurwerk af te steken zou hij ervan lusten. Dus ging ik mee. En niet voor niets. We waren nét het portiek uit of een dreun knalde door de straat. Vijftig meter verderop, in de richting van uitlaatveld, hingen wat jongelui rond. Ik zag het licht van een aansteker… BOEM! Wéér zo’n dreun. Mocca keek in de richting, maar vertoonde geen neiging om weer naar binnen te willen.
“Even wachten schat. Ik zal de heren even vragen om een gevechtspauze.” Ze keek me aan. “Hou je het wel een beetje netjes, Kees?” “Als zij ook netjes zijn… Wacht hier maar even.” Ik liep naar het groepje toe. Vijf knullen, rond de 20 jaar…
“Heren, goeie avond. Ik heb een vraag. Mijn echtgenote en ik willen graag onze hond uitlaten op het uitlaat- en losloopveld. En dan komen we langs jullie. Kunnen jullie even het vuurwerk met rust laten? De oren van een hond zijn behoorlijk wat gevoeliger voor hard lawaai dan de oren van ons. En het is een Hulphond in opleiding; zonde als die dusdanig schrikt dat hij niet meer geschikt is voor zijn taak.”
Ze keken me aan alsof ik Swahili sprak. Een van de knullen zei:
“Nou, da’s nogal een wat andere manier om zo aangesproken te worden, meneer. Meestal krijgen we een snauw of worden we weggejaagd.”
Ik lachte even. “Ken je het spreekwoord ‘Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn’? Nou, dat praktiseerde ik even. Maar… Kunnen jullie even…”
Men knikte. “We stoppen wel even, meneer.”
Een andere knul vulde aan: “Bij ons thuis hebben we ook een hond. Die zit deze dagen bibberend binnen. Ehh… U gaat naar het uitlaatveld? En komt u dan ook weer terug?” Ik knikte. “Oké, dan wachten we even tot u weer binnen bent. Toch, lui?” Weer knikken.
“Dank jullie wel.” Ik wenkte Joline, die even later, samen met Mocca zich bij me voegde. “We kunnen doorlopen, schat. De heren wachten even tot wij weer binnen zijn.”
Ze keek hen aan en lachte lief. “Dat is aardig. Dat stelt deze bruine vriend best op prijs. Mocca, let’s go!”

We liepen richting uitlaatveld en daar aangekomen deed Mocca zonder problemen wat hij moest doen. Toen even door naar het losloopveld, maar daar had Mocca duidelijk geen zin in. Die wilde terug naar huis. Tóch nog teveel knallen in de omgeving? Het zou zo maar kunnen; vanuit de kant van Eindhoven hoorde je constant zware, lage knallen. We liepen we langs de jongelui.
“Dank je wel! En wees voorzichtig met dat spul… Niet dat een van jullie morgen in het ziekenhuis zien.” Joline zei het op een lieve toon.
“Nee mevrouw, daar hebben wij ook niet zo’n trek in.” En een andere stem vulde aan: “Tenzij u de verpleegster bent…?”
Ze draaide zich om en liep naar hen toe. “Wie zei dat?”
Een van de knullen stak zijn hand op. “Dat was ik, mevrouw.”
De stem van Joline klonk nu iets scherper. Niet veel, maar er zat een snijdend randje aan. “Zelfs als ik de verpleegster was… Daar heb je niet zoveel aan als je beide ogen mist, knul. Denk daar eens over na. Fijne jaarwisseling!”

Ze haakte bij me in en we liepen richting portiek. En eenmaal in de lift keek ik haar aan. “Jij had een bepaalde klank in je stem bij je laatste zin, schat.” Ze knikte. “Ja. Die hebben nu iets om over na te denken. Althans: ik hoop dat ze het doen. En jij hebt je keurig gedragen, schatje. Ik weet niet wát je gezegd hebt, maar de heren waren uiterst rustig en beleefd.” “Een van die knullen had zelf een hond. En gaf aan dat dat beest deze dagen bibberend binnen zat. Voor de rest heb ik ze gewoon gevraagd of ze even konden stoppen. Op een nette manier, dus Mariëtte hoeft mijn pushups niet te tellen, schat.” Joline kuste me kort. “Dat valt me dan weer van je mee.” Ik keek verongelijkt. “Hé, ik heb het afgelopen jaar ook wel iets geleerd hoor. Ik heb letterlijk het spreekwoord ‘met stroop van je meer vliegen dan met azijn’ geciteerd.”
De liftdeur ging open. “Goed zo jochie…” Joline keek spottend. Eenmaal binnen maakte ik koffie. Daarna hingen we op de bank: het journaal kijken, vervolgens nog wat lezen… Tot Joline om tien uur haar boek dichtsloeg. “Kom mooie bugelist. We gaan lekker slapen. Morgen een bruiloft. Hartstikke vermoeiend en zo.” Ik knikte. “Zeker weten. Vooral dat deel wat na het feest komt. Tot half vijf aan toe. Hoe verzin je het…” Joline keek me aan. “Ehh Kees: ik heet sinds die trouwdag ‘Jonkman’ hoor. Geen ‘van Laar’, ben jij gek. Kost veel te veel slaap en veel te veel voedsel.” We gniffelden samen. Een kwartiertje later lagen we in bed. En door de ramen zagen we af en toe nog een vuurpijl en hoorden we, gedempt, nog wat dreunen.
Lang had ik geen last van: ik viel vrij snel in slaap…

31 December! Normaal al een wat ‘beladen’ datum, nu helemaal. Maar wel met een mooi randje. Om negen uur zaten we te ontbijten, Joline in ‘spijkerbroek en slobbertrui’, ik ook in spijkerbroek, op pantoffels en een ouwe Noorse trui. Mocca trippelde om ons heen, zoals altijd alert op een broodkruimel hier of een snipper kaas daar. Het was stil buiten, dus na het ontbijt trok ik m’n sokken, schoenen en een jas aan en ging met Mocca er uit. Plassen, poepen en Mocca maakte rechtsomkeert. Tja, die had nog niet gegeten en het was laat voor zijn doen; bijna half tien! Op een normale doordeweekse dag kreeg meneer z’n ontbijt om kwart over zes… Nou ja, hij zou vandaag waarschijnlijk niet van de honger omkomen; er zullen vast wel bruiloftsgasten zijn die hem, al dan niet stiekem, wat lekkers toe zouden stoppen.
Eenmaal weer thuis kreeg hij z’n langverwachte brokken. Ik deed meteen twee porties in zo’n Tupperwarebak. Voor zijn lunch en het diner. Die gingen in de rugzak. Daarna hingen Joline en ik nog even op de bank; we moesten rond 11:45 bij het gemeentehuis zijn. Het bruidspaar had een beperkt aantal mensen uitgenodigd voor het burgerlijk huwelijk; er was slechts plaats voor 40 mensen in de trouwzaal. Vond ik wat karig; als je je huwelijk alleen ‘burgerlijk’ wil laten vastleggen, wil je er, zeker met een grote familie- of vriendenkring, toch meer mensen bij hebben? Bij ons trouwen, in Huize Klein Heumen, waren zeker 60 mensen aanwezig geweest… Nou ja, we zagen het wel. Jolien en ik waren er in ieder geval bij en Mocca mocht ook mee.
Om half elf trok Joline me van de bank. “Kom, lekkere majoor. We gaan even douchen en dan ons opdoffen voor alle plechtigheden.” En giechelend liet ze erop volgen: “Ik inspecteer jou wel.” “Ehhh… Jolien, die je dat voor, tijdens of na het douchen?” Een strenge blik volgde. “Na het douchen pas, lomperd. Als je je in dat uniform gehesen hebt. Anders weet ik het wel weer: dan missen we het burgerlijk huwelijk en héél misschien ben je nét op tijd voor de kerkdienst. Ik ken je langer dan vandaag. Húp, die ouwe kleren uit en douchen jij. Daarna bijzonder goed scheren, Kees Jonkman!”
Drie kwartier en wat plagerijtjes later waren we er klaar voor. Joline in haar blauwe feestjurk, ik in Dagelijks Tenue met batons. Joline maakte een paar selfies van ons samen. “Mooie combi, Kees. ‘The beauty and the Beast’.” Ik bromde: “Ja, vast. In bed zeker? Dan ben jij het ‘beast’, schat.” Ze giebelde. Even later kreeg Mocca z’n hesje om en sloot ik de deur.
“Nou… Op naar de volgende bruiloft, Kees. Misschien dat we nu ons stuk bruidstaart wél helemaal op kunnen eten.” Ik knikte. “Begin daar maar niet over tegen Fred, want dat gaat hij alsnog hevig over de jank.” Bij het gemeentehuis konden we de auto prima kwijt. Nog even Mocca de gelegenheid geven voor een vloeibare boodschap; dat kon achter het gemeentehuis, vlak bij de Dommel. En even later stonden we voor het gemeentehuis, samen met nog wat andere gasten. Waaronder… Ton Koopman!
“Hallo Joline, hoi Kees. Fijn om jullie hier te zien.”
“Eensgelijks, Ton.” Hij lachte. “Je denkt toch niet dat ik de trouwdag van een van m’n beste en meest markante leerlingen voorbij laat gaan hé? Greetje zei dat ze me zou vermoorden als ik niet de hele dag aanwezig was.”
“Ik zie haar ervoor aan, Ton. Maarre… Pas jij een beetje op met je aanspreektitel ‘Greetje’? Het is vanaf vandaag een hele nette, degelijk getrouwde dame, hoor!”
Een vlug lachje gleed over zijn gezicht. “Ze weet wie het zegt, Kees. En het is ook een beetje een troetelnaampje voor haar.”
Joline knikte. “Ik begreep dat je haar niet alleen les gaf, maar ook een soort 2e vader voor haar was. En als ze het over jou heeft, klinkt er altijd heel veel respect in haar stem.”
Het vlugge lachje bleef. “Dat weet ik Joline en daar geniet ik van. En ik ben reuzetrots dat Greet het niveau heeft wát ze heeft. Eén van mijn oud-leerlingen.” Hij werd aangesproken door iemand anders.
“Sorry Joline en Kees… We kletsen straks nog wel verder, oké?”

We knikten. Een wat oudere meneer kwam op ons af en keek naar mijn naamplaatje. “Meneer en mevrouw Jonkman?” Hij stak zijn hand uit. “Ik ben Gerrit Zondervan, de vader van Anita. Fijn dat jullie erbij kunnen zijn! Ondertussen al heel wat over jullie gehoord…” Joline trok een gezicht. “Dat zullen lange gesprekken geweest zijn, meneer Zondervan. Als al onze jeugdzonden besproken zijn…” Hij moest lachen. “We hebben de samenvatting gehad. En ik wil jullie bedanken dat jullie Anita en Greet in jullie vriendengroep hebben opgenomen. Toen ze het vertelden, een paar weken terug, stonden de tranen in hun ogen. Want zoveel vrienden hebben beide dames nooit gehad.”
Joline knikte. “Dat weten we, meneer Zondervan. En beide dames zijn ons heel lief geworden; vandaar onze vraag of ze het zagen zitten om in één keer met zoveel gekken op te trekken. Maar daar hadden ze geen bezwaar tegen.” Hij knikte. “We hebben het verhaal van het laatste Sinterklaasfeest gehoord. Een soort puber-pyjamaparty. 6 dames op één slaapkamer. En maar blijven kletsen en giebelen…” Joline bromde. “Nou. Hou op schei uit… Denk je lekker bijna in slaap te vallen, schiet een van die meiden in een giechelbui. Gevolgd door commentaar van de rest natuurlijk. En voor je het weet is het half drie ’s nachts, na een nogal inspannende pakjesavond…”
Hij wees op Mocca. “En dit is jullie ondertussen beroemde kerk-hulphond?” Joline knikte. “Dat klopt, dit is Mocca. Maar hij is aan het werk, hij heeft z’n tuigje om. Gelieve niet af te leiden. Straks, tijdens het feest laat ik ‘m wel even los, dan mag u uitgebreid kennismaken. Nu moet hij alleen gefocust zijn op degene die de riem vast heeft. Gerrit wees. “Zal ik jullie voorstellen aan de ouders van Greet?”
Even later maakten we kennis met Bert en Henriëtte Zwart en praatten ook even gezellig met hen, totdat ook zij familie zagen die ze wilden begroeten. Derk en zijn echtgenote kwamen ook aanlopen. Derk uiteraard ook in DT.
“Goedemorgen, Derk. Op deze feestelijke dag!”
Hij knikte. “Zeker weten, Joline. Je wilt niet weten hoe blij wij zijn dat die twee gaan trouwen. En wij dragen ons kleine, muzikale, steentje er aan bij!”
Brecht kwam even later erbij staan. “Hé, kijk eens aan… Een verdwaalde organiste! Nog even en we hebben in ieder geval de muziek compleet. Nu alleen Wendy en Hendrik nog.”
Die kwamen even later ook aanlopen. “Nou… dan is het wachten nu op het bruidspaar.” Brecht giebelde. “Ik hoop dat Greet ook nu haar lijfspreuk hanteert: ‘Op tijd is vijf minuten voor tijd’. Anders krijgt ze de wind van voren!” “Nee Brecht. Ze krijgt hooguit de wind van achteren. Straks in de kerk. Van een orgel, een trompet, een bugel, van Wendy en van mij!” Joline lachte en Brecht zei: “Nee, dat ga je niet willen… En een gratis pump erbij zeker? Onder je achterwerk? Ja, dat dacht ik al…”

Een nogal antieke, witte Mercedes reed een minuut later het plein op. Witte linten aan de antenne. “Aha. Daar zul je de duifjes hebben…” De auto stopte, de chauffeur stapte uit en maakte het portier open. Anita stapte uit: in een mooie witte jurk, compleet met sluier en bloemen. Aan de andere kant van de auto ging ook de deur open en Greet kwam tevoorschijn: keurig in DT. Wel een broek aan, geen rok. Ze keken even om zich heen naar de genodigden. Lachjes en knipogen werden uitgewisseld, daarna werden we welkom geheten door iemand van de gemeente die ons verzocht naar binnen te gaan.
We liepen de trouwzaal in. Niet al te groot, wel mooi verlicht, met onder het plafond een verlicht ornament van twee in elkaar gehaakte ringen. Met wat geroezemoes en geschuif van stoelen gingen we zitten. Greet en Anita waren een andere deur door geloodst. De ambtenaar van de burgerlijke stand was een dame, die zich voorstelde als ‘Annie van Zoelen’ en ons verzocht nog even geduld te hebben. Op de achtergrond klonk zachte muziek; het ‘Adagio’ van Albinoni. Na een paar minuten werden we verzocht om te gaan staan. Deuren gingen open en Greet en Anita kwamen binnen. Beiden geflankeerd door hun vaders. Toen het bruidspaar zat, mochten wij ook gaan zitten.
De muziek werd langzaam weggedraaid. De ambtenaar keek de zaal rond en toen naar het bruidspaar. “Lieve Greet en Anita. Jullie hebben ervoor gekozen om hier je huwelijk te bevestigen. Hier, in Eindhoven, de stad waar jullie wonen en werken, in gezelschap van jullie familie en een beperkt aantal vrienden.” Ze keek verontschuldigend de zaal in.
“Dames en heren… Helaas beperkt, want onze trouwzaal in niet zo groot. In een laatste gesprek twee weken terug vertelde, Greet en Anita dat zij sinds kort deel mochten uitmaken van een grote vriendengroep, iets waar ze bijzonder blij mee waren. Maar dat die niet in deze trouwzaal zouden passen. Maar… Greet zei ook dat dat wellicht wel goed was, omdat de plechtigheid verstoord zou kunnen worden door lompe Infanteriegrappen…”
Gelach volgde en Derk keek mij onschuldig aan en ik hem. We haalden demonstratief onze schouders op. Mevrouw van Zoelen lachte even en vervolgde toen: “En ik ben vereerd dat ik jullie burgerlijk huwelijk mag leiden. Ik wil graag jullie getuigen vragen om hier voorin te komen zitten: als getuigen van Anita zijn dat: haar vader, de heer Gerben Zondervan en haar broer, luitenant-kolonel Derk Zondervan. U mag hier plaatsnemen, heren, schuin achter Anita. Als getuigen van Greet zijn dat: haar moeder, mevrouw Henriëtte Zwart en de heer Ton Koopman. Mevrouw, meneer… als u dáár wilt plaatsnemen?”
Ton Koopman als getuige? Wauw… daar had Greet niets over gezegd, de schurk. De plechtigheid verliep bijna net zoals ruim een half jaar terug in Heumen: het formele deel, waarbij de ambtenaar de voorgeschreven tekst voorlas en de trouwvragen stelde. Zowel Greet als Anita gaven een nogal duidelijk ‘Ja!’ als antwoord. Dat werd bekrachtigd met de tekst: “Daarmee verklaar ik als ambtenaar van de burgerlijke stand der gemeente Eindhoven dat Greet Zwart en Anita Zondervan nu door de echt aan elkaar zijn verbonden.” Een applaus trok door de zaal. Zij mochten de trouwacte tekenen, daarna de getuigen en als laatste de ambtenaar.
Die maande daarna even om stilte. “Greet, Anita: jullie hebben geen ‘standaard verkeringstijd’ gehad. De aanloop van jullie relatie, zelfs voordat jullie elkaar leerden kennen, was moeilijk, hebben jullie mij verteld. En dat mocht ik van jullie hier ook doorvertellen. Jullie hadden, toen jullie eenmaal ontdekten dat je meer voor vrouwen voelde dan voor mannen, veel moeite om dat van jezelf te accepteren.
Om uiteindelijk die keuze wereldkundig te maken vereist ook nogal wat moed. Sommige mensen kunnen daar om wat voor reden dan ook niet mee omgaan. Gelukkig hebben jullie steeds de steun van jullie ouders gehad. Anita: jij ook van je moeder, die helaas vier jaar geleden is overleden. Maar je vertelde dat zij altijd vierkant achter jouw relatie met Greet heeft gestaan…” Anita knikte en zei: “Zeker weten!” Ook haar vader knikte.
Het was even stil in de zaal, toen vervolgde de ambtenaar: “En voor Greet gold dat zij een soort ‘biechtvader’ had in de vorm van Ton Koopman. ‘Er zijn hele goede gesprekken op de diverse orgelbanken gehouden, mevrouw van Zoelen’, zei je tijdens ons eerste gesprek. En je vervolgde nogal ondeugend met: ‘En ik kreeg nogal vaak op m’n donder van Ton.’ Die lachte en zei: “Meestal had je dat dan ook verdiend, Greetje!”
Ik keek, voor Joline langs, naar Brecht. Die knipoogde en fluisterde: “Komt me bekend voor…” De ambtenaar glimlachte. “En Ton is dan ook de enige in dit gezelschap die Greet aan mag spreken met ‘Greetje’. Doet iemand anders dat, kan hij rekenen op een boze blik en een snauw.” Even wachtte ze en vervolgde toen droog: “Ik heb echter het vermoeden dat Anita een uitzonderingspositie bekleedt.” Gelach vulde de zaal.
“Hoe dan ook: Jullie laten je huwelijk straks ook kerkelijk inzegenen. In de Schootse Kerk, waar niet alleen een prachtig orgel staat, maar waar jullie je ook helemaal thuis voelen. Greet als organiste, Anita als, zoals ze zelf zei ‘gewoon kerkganger’. Maar zo gewoon is ze niet; als verpleegkundige, en nu zeker als leidinggevend verpleegkundige, heb je een uiterst verantwoordelijke baan. En gelukkig is één van jouw voormalige patiënten vandaag gezond en wel onder ons.
Greet: vandaag moet je je grote vriend, het orgel, met rust laten. Anderen verzorgen vandaag de muziek. Maar daar heb je alle vertrouwen in. Het zijn jouw leerlingen die jullie huwelijksdienst muzikaal ondersteunen, dus mochten ze er een puinhoop van maken weet je wie je op hun donder kan geven. En indien nodig kan Anita dan daarna de Eerste hulp voor haar rekening nemen.” Weer gelach in de zaal en Anita zei droogjes: "Jaja... EHBO verlenen in m'n trouwjurk? Ik dacht het niet, Annie."
Greet keek om en keek Brecht, Joline en mij met een waarschuwende blik aan. Wendy zat wat verder naar achteren. En Anita keek naar Derk. De ambtenaar vervolgde:
“Dus, ondanks de mooie lampen hierboven die de ringen van een huwelijk symboliseren, wisselen jullie pas ringen als jullie huwelijk kerkelijk is ingezegend. Namens de Gemeente Eindhoven wens ik jullie een heel lang en goed huwelijk toe. Dames en heren: wilt u opstaan en het bruidspaar als eerste de zaal laten verlaten?”

Geroezemoes van stoelen en kleding, toen liepen Greet en Anita tussen ons door naar de uitgang. Hun getuigen achter hen aan, daarna sloot de rest aan. “Zo. Die hebben ze in de pocket, Kees.” Joline keek me aan en ik knikte. “Het belangrijkste komt straks, schat. De kerkdienst.” Ze keek me even aan en knikte toen. “Ja. Veel belangrijker… Heb jij dat niet gemist tijdens ons huwelijk, Kees?”
Ik moest even denken. “Toen niet, schat. Een half jaar geleden zouden we het gedaan hebben voor de foto’s. Om het plaatje compleet te hebben. Da’s nu wel anders. Als we nu zouden willen trouwen, zou ik ook ons huwelijk willen laten inzegenen. Door Richard. We hebben ondertussen gemerkt wat de ‘steun van Boven’ inhoudt.”
Ze knikte. “Ja. En ook hierin staan we exact hetzelfde in het leven, Kees.” Een kneepje in mijn hand bevestigde ons gevoel. Eenmaal buiten zei de vader van Anita: “Dames en heren… het bruidspaar gaat foto’s maken in de tuin achter het gemeentehuis, aan de oever van het riviertje de Dommel.” Hij wachtte heel even en vervolgde toen met een glimlach: “En op een binnenlocatie die ik geheim moest houden. Waarschijnlijk doen ze dat alleen maar over een beetje op te warmen voor de kerkdienst. Want een verkouden, kersvers echtpaar… Nee, dat willen we niet.
De kerkdienst begin om 15:00 in de Schootse kerk. Maar voor die tijd kunnen de gasten in kerk ook opwarmen en daar staat een lichte lunch voor u klaar. Een aantal van u hebben namelijk een behoorlijk stuk moeten sturen om hier te komen het bruidspaar wil niet dat er gasten zijn die tijdens de kerkdienst van hun stokje gaan. Het adres van kerk staat op uw uitnodiging; we zien u daar graag!”
Ik keek op mijn horloge: 12:40. Tijd genoeg. Inderdaad een broodje eten, een kop thee, flesje water mee naar boven nemen en dan nog even repeteren. Joline wendde zich tot Brecht. “Hoe ben jij hier, Brecht?” “Met de bus. Geen trek om in m’n nette jurk door de kou te fietsen. Bovendien fietst het met naaldhakken aan niet zo prettig.” “Dan rij jij met ons mee naar de kerk, Brecht”, vervolgde Joline. “Moet je er alleen rekening mee houden dat er af en toe iemand in je nek likt.”
Met een stalen gezicht antwoordde ze: “Nou ja, zolang Kees dat niet is… Van Mocca kan ik het wel hebben.” “Als Kees het doet, heb je mijn volledige toestemming om hem een enorme trap met een van je pumps te geven, Brecht. En waar exact… Dat mag je zelf bepalen, zolang het maar uiterst pijnlijk is.” Ik zuchtte maar weer eens. “Ja hoor, het is weer zover. De dames beramen weer eens een aanslag op een onschuldige Majoor der Infanterie. Meisje Jonkman-ooit Boogers: JIJ kwam met de suggestie dat er iemand in Brecht haar onschuldige nek zou gaan likken. En JIJ, mevrouw Solinge, kwam met de opmerking dat ik wellicht de uitdeler van die likjes zou zijn. IK niet. Komt compleet uit jullie eigen, ziekelijk man-onvriendelijke fantasie voort.” Brecht giebelde. “Nou ja… dát past dan wel weer goed bij een dag als vandaag.”
Joline gaf haar een strenge blik, ik schudde alleen maar mijn hoofd. We liepen naar de auto. Op de parkeerplaats was er ruimte genoeg geweest; waarschijnlijk zaten de meeste ambtenaren lekker thuis, genietend van hun kerstverlof. Rustig reden we richting kerk. Geen noodzaak om te haasten, we hadden tijd genoeg. In de kerk legde ik de bugel alvast boven, in de open bugelkoffer. Dan had het instrument even de tijd om op temperatuur te komen. De trompet van Derk lag er even later naast. We stonden op de orgelgalerij over een nog lege kerk uit te kijken.
“Zin in, Kees?” vroeg hij. Ik knikte. “Zeker weten, Derk. Greet heeft me durende ruim een jaar op een mooi niveau gebracht. Daar mag ze nu zelf de muzikale vruchten van plukken.” “Ja. En dat geldt voor mij ook, hoor. Ze heeft mij ook regelmatig onder handen genomen, en dat is goed te merken. En Wendy idem. En Brecht…” “En Joline”, vulde ik aan.
“Nou, dan mag ze het vanmiddag gaan beoordelen. Al haar leerlingen bij elkaar. Ze krijgt er alleen geen vergoeding voor vandaag.” Ik keek omlaag. Niemand in de kerk? Mooi.
Met enigszins gedempte stem zei ik: “Ach, wie weet wil jouw zus die taak wel op zich nemen…” Hij keek me stomverwonderd aan en schoot in de lach. “Waarschijnlijk wel. Maar dat zullen we maar niet aan het kersverse echtpaar vragen. Want dat zal wel weer onder ‘lompe, lesbo-onvriendelijke Infanteriegrappen’ vallen…”
We grinnikten als kwajongens. “Kom Derk. Naar beneden. Tijd om die broodjes eens te proeven.” “Ja. En uiterlijk over een half uur weer hier; ik wil alles nog even goed doornemen. En dat de lui in de hal dat dan horen…” “Dan kunnen ze twee keer genieten, Derk.” Na twee broodjes gingen alle musici naar boven. De deur van de kerkzaal ging dicht.
“Zo, dames en heren… We volgen gewoon de orde van dienst.” Brecht keek serieus. “En hou er rekening mee: er zit heel veel muzikaal talent in de kerk. De familie Zwart is nogal nadrukkelijk aanwezig, heb ik me laten vertellen. En vlak Ton Koopman ook niet uit. We beginnen met het 'Te Deum' van Carpentier, inclusief het middelste deel. Het koper mag aftrappen.” Ze gaf de maat aan en Derk en ik zetten in. Heerlijk om dat nu eens samen met een goeie trompettist te doen! Het middendeel speelde Brecht, rustig op hout, daarna mochten Derk en in weer.
En tijdens onze laatste maat nam Brecht het schijnbaar moeiteloos over met het orgel. Om via een korte improvisatie uit te komen bij het thema van de Ambrosiaanse lofzang, die ze perfect speelde. Derk en ik vielen in bij het ‘Halleluja’, waarbij me opviel dat Derk dat nogal staccato speelde. Alsof hij op een appélplaats stond. Dat beviel me niet. En toen het stuk ten einde was, zei ik dat dan ook.
“Ehh… Derk: je speelt nu in een kerk, tijdens een kerkdienst. Niet op de appélplaats van de Kromhoutkazerne. Dat ‘halleluja’ iets minder overgieten met een militair sausje graag…” Hij keek sip. “Dát vind ik nou net het leuke aan dit stuk muziek, Kees.” Brecht, Wendy en Joline keken ook twijfelachtig. “Oké, oké… als jullie het beschaafd willen… Ook goed hoor.” Hij haalde bakzeil en we speelden het hele stuk nog een keer. Dat klonk beter. Brecht had ten minste niks te piepen.
Toen pas realiseerde ik me dat Brecht de leiding had genomen. Ondanks dat Wendy ondertussen 2e jaars Conservatorium was en Joline en ik zo’n tien jaar ouder waren dan zij. En Derk zeker vijf en twintig jaar ouder… Grappig. “Oké. Dit ging nu lekker.
Intochtslied: lied 274. ‘Wij komen hier ter ere van uw naam.’ Ik improviseer wel een voorspel en geef jullie één tel vooraf, heren. Je zorgt maar dat je er klaar voor bent. Eerste couplet met koper, 2e couplet, het Kyrie, doe ik solo, 3e couplet, het Gloria, mogen jullie me weer helpen. Klaar?” We speelden de drie coupletten en dat klonk prima.
De volgende stukken gingen ook zonder problemen. Joline en Wendy zongen Purchell mooi en bij ‘Sound the trumpet’ konden Derk en ik prima volgen.
Het slotlied ‘Dankt, dankt nu allen God’ zongen we gewoon, zoals in het Liedboek stond. Brecht had dat met Richard overlegd. Die had gezegd: “Ondanks dat een groot deel van de kerk gevuld zal zijn met getalenteerde musici: we maken er geen concert van, Brecht.” Wat ze wél wilde was dat Derk het 1e couplet ondersteunde en ik het 2e. “De bugel past beter bij het wat ingetogene 2e couplet, Kees.” De tekst lezende kon ik niet anders dan haar gelijk geven. Daarna waren Joline, Wendy, Derk en ik klaar.
Brecht zou een fantasie spelen op het lied ‘Liefde, eenmaal uitgesproken’ op het moment dat het kersverse echtpaar de kerk zou verlaten. Ik had zo m’n twijfels of Greet en Anita rechtstreeks de kerk uit zouden lopen als ze hoorden wat Brecht speelde… Nou ja, we zien wel.
Om kwart over twee waren we klaar met repeteren. Derk nam nu de leiding.
“Nu nog een sanitaire stop, dames en heren, een flesje water vullen en om kwart voor drie zitten we weer hier, oké? En dan maken we er wat moois van.”
Ik maakte de bugel nog even schoon en droog en liep toen ook naar beneden. Joline stond in de hal met Margot en Charlotte te praten, Mocca aan de lijn naast zich.
En ze gaf de lijn aan Margot! Nou ja, misschien maar beter ook; dan konden wij ons concentreren op de muziek. Weliswaar had Mocca tijdens de repetitie keurig naast Joline gelegen, maar toch…
Er stond nog een schaal met broodjes op een tafeltje in de hal en daar bietste ik er toch maar een van. Voor hetzelfde geld was Fred zo dadelijk binnen en ja, dan was het vrij snel op.
Nu maar even wachten en ontspannen…
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Bendevanel
Bendevanel (33)
Houd jij van spontane gesprekken die langzaam steeds spannender worden?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Keith
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 712 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net