Door: Hein_69
Datum: 13-02-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 1188
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 12 minuten | Lezers Online: 5
Trefwoord(en): Bdsm, Bi, Stewardess,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 12 minuten | Lezers Online: 5
Trefwoord(en): Bdsm, Bi, Stewardess,
Dit is een vervolg De Stewardess en de handige Partner van Vriendin, dit deel bouwt op naar ... verwacht dus geen orgasmes maar geniet van de opbouw naar een ontlading in deel 3
Later, in bed, lagen ze naast elkaar. Geen vaste rollen. Geen vanzelfsprekendheid. Marjan zocht nabijheid. Ivon bepaalde het tempo.
Roy balanceerde ertussenin, beseffend dat hij niet langer het middelpunt was. “Dit is geen oplossing,” zei Ivon zacht. “Nee,” zei Marjan. “Maar wel een waarheid,” zei Roy. Ivon draaide zich naar hem toe. “Besef één ding,” zei ze. “Dit werkt alleen zolang niemand liegt — ook niet tegen zichzelf.” En diep vanbinnen wist ze: ze deed dit niet om Marjan te behouden. En zelfs niet om Roy te houden.
Ze deed dit om zelf te kiezen, in plaats van verlaten te worden. Het begon niet als een besluit. Het begon als overgave. De eerste avond dat ze met z’n drieën samenbleven, was er wijn. Te veel misschien. Gesprekken die nergens meer heen hoefden. Ivon merkte dat ze niet langer observeerde, maar deelnam. Dat gaf rust — en tegelijkertijd een vreemd soort macht. Marjan was anders dan zij. Losser. Hongeriger. Minder bang om te nemen. Roy zat ertussenin, niet langer de spil.
Toen Ivon Marjans hand vastpakte, was dat geen uitnodiging, maar een constatering: dit gebeurt al. Marjan reageerde zonder aarzeling. Wat volgde had geen volgorde. Geen wie-begon-wat. Blikken die langer duurden dan nodig. Aanrakingen die niet werden aangekondigd. Lichamen die elkaar vonden zonder af te spreken waar ze mochten eindigen.
Roy voelde zich tegelijk gewild en overbodig. Dat was nieuw. En opwindend. En beangstigend.
Ivon ontdekte iets wat ze niet had verwacht: jaloezie werkte anders als ze bleef kijken. Als ze niet wegliep. Soms voelde ze zich sterker dan ooit. Soms leeg. Maar ze stopte niet.
Marjan nam wat er was. Niet om te winnen, maar om te voelen dat ze bestond. Dat ze niet weer degene was die alleen achterbleef. Er waren nachten waarin niemand sliep. Ochtenden waarin niemand wist van wie een aanraking was geweest. Momenten waarop Roy dacht: ik raak mezelf kwijt — en het niet erg vond.
Grenzen verdwenen niet met geweld, maar met gewenning. Wat gisteren nog “te veel” was, werd vandaag normaal. Wat ooit exclusief was, werd gedeeld.
En wat gedeeld werd, verloor zijn naam. “Dit gaat fout,” zei Roy eens, ergens halverwege een nacht die geen einde had. Ivon keek hem aan. “Nee. Dit is fout. Dat is iets anders.” Marjan lachte zacht. “Maar wel eerlijk.”
En dat was het gevaarlijkste van alles: er werd niets afgedwongen, niets verborgen, niets ontkend. Alleen steeds minder vastgehouden. Tot Ivon op een ochtend wakker werd en besefte dat ze niet wist of ze nog wilde redden wat ze zo zorgvuldig had opengebroken. En Marjan zich afvroeg of ze eindelijk iets had gevonden of alleen maar dieper was doorgeschoven in iemands anders leven.
En Roy begreep dat een relatie zonder grenzen uiteindelijk altijd vraagt wie er als eerste durft te stoppen. Roy merkte het pas toen hij al te laat was.
Het begon met kleine verschuivingen. Ivon en Marjan die samen boodschappen deden. Zinnen die begonnen met “wij vonden” in plaats van “ik dacht”. Blikken die langs hem heen gingen, niet door onoplettendheid, maar door focus. Die avond zat Roy nog in de tuin, bellend met een vriend. Door het open raam hoorde hij hun stemmen binnen. Gelach. Lager. Rustiger dan hij ze samen ooit had gehoord. Toen hij binnenkwam, verstomde het gesprek niet. Dat was nieuw.
“Ga jij zo douchen?” vroeg Ivon terloops. Roy knikte. Boven, onder de straal, voelde hij een onrust die hij niet kon plaatsen. Geen jaloezie — iets anders. Overbodigheid. Toen hij terugkwam in de slaapkamer, was het bed leeg. Het licht in de logeerkamer brandde. Hij bleef in de gang staan. De deur stond niet helemaal dicht.
Wat hij zag was geen geheimzinnigheid. Geen haast. Geen schuld. Ivon zat op de rand van het bed. Marjan tegenover haar. Hun knieën raakten elkaar. Ivons hand lag op Marjans arm, niet zoekend, maar geruststellend. Alsof ze hier al langer waren dan hij wist. Marjan keek niet op. Ivon wel. Er was geen schrik in haar ogen. Alleen een besluit. “We wilden dit alleen,” zei Ivon zacht. Niet zonder jou. Alleen. Roy voelde iets breken dat hij niet had beschermd omdat hij niet wist dat het bestond. “Hoe lang…?” begon hij. “Niet lang,” zei Marjan. “Maar wel echt.” Roy lachte schamper. “Dus dit is hoe het eindigt?” Ivon schudde haar hoofd. “Nee. Dit is hoe het verschuift.” Ze stond op en liep naar hem toe. Legde haar hand op zijn borst.
“Jij was altijd het midden,” zei ze. “Zelfs toen je dacht dat je dat niet meer was. Dit is de eerste keer dat ik iets heb dat niet om jou draait.”
Dat was geen straf. Dat was autonomie. Later die nacht sliep Roy alleen. Aan de andere kant van de muur lagen Ivon en Marjan naast elkaar. Geen competitie. Geen rolverdeling. Alleen twee vrouwen die elkaar hadden gevonden in de ruimte die hij had opengebroken — en niet meer kon controleren. De volgende ochtend was het Marjan die zei: “Misschien is dit niet wat jij dacht dat je begon.” En Ivon die eraan toevoegde: “Maar het is wel wat ik nu kies.” Roy begreep eindelijk wat grenzenloosheid werkelijk betekende: niet dat alles mocht maar dat niemand nog vanzelfsprekend was. Roy zei niets die ochtend.
Dat was het eerste wat veranderde. Geen uitleg. Geen vragen. Geen zoeken naar aansluiting. Hij zette koffie, rustig, methodisch, alsof hij precies wist waar hij stond. Ivon en Marjan wisselden een blik — dit kenden ze niet van hem. “Ga zitten,” zei Roy uiteindelijk. Het was geen vraag. En tot hun eigen verrassing deden ze het allebei. “Wat hier gebeurt,” zei hij kalm, “is ontstaan omdat ik te lang niets leidde. Ik liet alles gebeuren. Dat stopt nu.” Marjan wilde iets zeggen, maar Roy hief zijn hand. Ze zweeg. Niet uit angst — uit aandacht. “Ik ben niet hier om iets af te pakken,” vervolgde hij. “Maar als we doorgaan, dan op mijn voorwaarden. Volledige openheid. Volledige aanwezigheid. En ja — onder mijn regie.”
Ivon voelde haar adem versnellen. Niet omdat ze zich klein voelde, maar omdat ze merkte hoezeer ze dit had gemist: richting. Begrenzing. Iemand die niet verdween in complexiteit. “En als we nee zeggen?” vroeg ze. Roy keek haar recht aan. “Dan loop ik weg. Zonder drama.” Die zekerheid — dát was de macht. Er viel een stilte. Geen gespannen stilte, maar een afwegende. Toen knikte Marjan als eerste. Langzaam. “Ik wil dat,” zei ze. “Maar alleen als het echt is.” Roy stapte naar haar toe, pakte haar kin tussen duim en vinger en dwong haar zacht omhoog te kijken. “Het is echt,” zei hij. “Omdat jij het kiest.” Ivon stond op. Ging naast hen staan. “En ik?” vroeg ze. Roy legde zijn hand op haar onderrug stevig, aardend. “Jij stopt met sturen,” zei hij. “En je laat je dragen. Voor het eerst in lange tijd.”
Wat volgde was geen chaos, maar orde. Geen strijd, maar overgave. Niet omdat ze minder waren — maar omdat ze het even niet hoefden te zijn. Blikken werden instructies. Aanrakingen bevestiging. Hun onderdanigheid was geen verlies, maar rust. Later, toen ze naast elkaar lagen — Roy in het midden — begreep hij iets wat hij eerder had gemist: dominantie zat niet in nemen, maar in blijven staan waar anderen loslaten.
En Ivon wist: dit was geen terugkeer naar vroeger, maar een nieuwe vorm van macht, één die ze bewust aan hem had gegeven. Marjan sloot haar ogen en glimlachte.
Eindelijk hoefde ze niets te bewijzen. Niet aan hem. Niet aan zichzelf. Roy stond in het midden van de woonkamer. Ivon en Marjan zaten op de bank, rug recht, handen netjes in hun schoot. De stilte was geladen — niet ongemakkelijk, maar verwachtingsvol. “Vandaag,” begon Roy, langzaam, “zijn er regels. En opdrachten. Jij, Marjan, gaat mij helpen met iets praktisch. Jij, Ivon, observeert en rapporteert. Begrijp je het verschil?” Marjan knikte. “Ik begrijp het,” zei ze zacht. Ivon volgde, haar ogen strak op Roy gericht. “Ik ook.” “Goed,” vervolgde hij. “Marjan, jij gaat de keuken opruimen. Niet zomaar opruimen — ik wil dat je alles rangschikt zoals ik het wil. Jij luistert naar mijn aanwijzingen en doet exact wat ik zeg.” Marjan stond op, haar hartslag versneld, en begon. “Niet bewegen voordat ik het zeg,” instrueerde Roy. Hij keek naar Ivon. “Jij kijkt en zegt wat ze goed doet, en wat beter kan. Jij corrigeert haar niet, je bevestigt alleen.” Ivon knikte en voelde een vreemd soort opwinding. Niet omdat ze zichzelf kleiner voelde, maar omdat ze eindelijk kon loslaten — en toestemde aan zijn leiding. “Marjan, haal het bestek uit de la. Leg het op grootte van klein naar groot. Niet zoals jij denkt, maar zoals ik het zeg.” Marjan deed precies wat hij vroeg. Elk bestekstuk werd gecontroleerd, gerangschikt. Ivon observeerde, af en toe een bevestigend knikje, en zei zacht:
“Goed zo.”
“Vastgrijpen, langzaam, aandacht voor elk detail. Jij, Marjan, voel hoe het is om volledig te volgen,” zei Roy. Zijn stem was rustig, maar autoritair. Later, toen de keuken klaar was, zei hij: “Ivon, jij krijgt nu een opdracht. Help Marjan met het servies. Jij spreekt instructies uit, maar blijft onder mijn leiding. Begrijp je het?” Ivon voelde een lichte spanning, maar volgde. Het gevoel van controle én overgave tegelijk maakte haar zenuwachtig en alert. Het spel van macht en gehoorzaamheid had zich volledig omgedraaid: zij kozen ervoor om gehoorzaam te zijn, en hij koos ervoor te leiden.
De opdrachten werden geleidelijke intiemer: dingen opruimen, elkaar aanwijzingen geven, samen posities innemen die hun bewustzijn van elkaar versterkten. Steeds was er die onderliggende spanning: wie volgt, wie leidt, wie observeert, wie bevestigt, allemaal door Roy bepaald. Tussendoor sprak hij rustig: “Alles wat je nu doet, doe je omdat je kiest om hier te zijn. Niet omdat het moet, maar omdat je wilt volgen. Begrijp je dat?”
Marjan en Ivon knikten, hun ademhaling versneld. Het spel was veilig, maar grenzeloos in hun overgave. Toen hij aan het einde van de dag naar de bank liep, zag hij twee vrouwen die zowel volledig onderdanig waren als bewust voor hem hadden gekozen. Niet als bezit, maar als spel van vertrouwen. “Goed gedaan,” zei hij. “Jullie volgen mijn leiding. En toch zijn jullie vrij. Dat is de kracht van dit spel. Onthoud dat.” Die avond lag iedereen stil. Geen woorden nodig. Het spel van macht, gehoorzaamheid en overgave had een nieuwe dimensie gekregen — en het was nog maar het begin.
Later, in bed, lagen ze naast elkaar. Geen vaste rollen. Geen vanzelfsprekendheid. Marjan zocht nabijheid. Ivon bepaalde het tempo.
Roy balanceerde ertussenin, beseffend dat hij niet langer het middelpunt was. “Dit is geen oplossing,” zei Ivon zacht. “Nee,” zei Marjan. “Maar wel een waarheid,” zei Roy. Ivon draaide zich naar hem toe. “Besef één ding,” zei ze. “Dit werkt alleen zolang niemand liegt — ook niet tegen zichzelf.” En diep vanbinnen wist ze: ze deed dit niet om Marjan te behouden. En zelfs niet om Roy te houden.
Ze deed dit om zelf te kiezen, in plaats van verlaten te worden. Het begon niet als een besluit. Het begon als overgave. De eerste avond dat ze met z’n drieën samenbleven, was er wijn. Te veel misschien. Gesprekken die nergens meer heen hoefden. Ivon merkte dat ze niet langer observeerde, maar deelnam. Dat gaf rust — en tegelijkertijd een vreemd soort macht. Marjan was anders dan zij. Losser. Hongeriger. Minder bang om te nemen. Roy zat ertussenin, niet langer de spil.
Toen Ivon Marjans hand vastpakte, was dat geen uitnodiging, maar een constatering: dit gebeurt al. Marjan reageerde zonder aarzeling. Wat volgde had geen volgorde. Geen wie-begon-wat. Blikken die langer duurden dan nodig. Aanrakingen die niet werden aangekondigd. Lichamen die elkaar vonden zonder af te spreken waar ze mochten eindigen.
Roy voelde zich tegelijk gewild en overbodig. Dat was nieuw. En opwindend. En beangstigend.
Ivon ontdekte iets wat ze niet had verwacht: jaloezie werkte anders als ze bleef kijken. Als ze niet wegliep. Soms voelde ze zich sterker dan ooit. Soms leeg. Maar ze stopte niet.
Marjan nam wat er was. Niet om te winnen, maar om te voelen dat ze bestond. Dat ze niet weer degene was die alleen achterbleef. Er waren nachten waarin niemand sliep. Ochtenden waarin niemand wist van wie een aanraking was geweest. Momenten waarop Roy dacht: ik raak mezelf kwijt — en het niet erg vond.
Grenzen verdwenen niet met geweld, maar met gewenning. Wat gisteren nog “te veel” was, werd vandaag normaal. Wat ooit exclusief was, werd gedeeld.
En wat gedeeld werd, verloor zijn naam. “Dit gaat fout,” zei Roy eens, ergens halverwege een nacht die geen einde had. Ivon keek hem aan. “Nee. Dit is fout. Dat is iets anders.” Marjan lachte zacht. “Maar wel eerlijk.”
En dat was het gevaarlijkste van alles: er werd niets afgedwongen, niets verborgen, niets ontkend. Alleen steeds minder vastgehouden. Tot Ivon op een ochtend wakker werd en besefte dat ze niet wist of ze nog wilde redden wat ze zo zorgvuldig had opengebroken. En Marjan zich afvroeg of ze eindelijk iets had gevonden of alleen maar dieper was doorgeschoven in iemands anders leven.
En Roy begreep dat een relatie zonder grenzen uiteindelijk altijd vraagt wie er als eerste durft te stoppen. Roy merkte het pas toen hij al te laat was.
Het begon met kleine verschuivingen. Ivon en Marjan die samen boodschappen deden. Zinnen die begonnen met “wij vonden” in plaats van “ik dacht”. Blikken die langs hem heen gingen, niet door onoplettendheid, maar door focus. Die avond zat Roy nog in de tuin, bellend met een vriend. Door het open raam hoorde hij hun stemmen binnen. Gelach. Lager. Rustiger dan hij ze samen ooit had gehoord. Toen hij binnenkwam, verstomde het gesprek niet. Dat was nieuw.
“Ga jij zo douchen?” vroeg Ivon terloops. Roy knikte. Boven, onder de straal, voelde hij een onrust die hij niet kon plaatsen. Geen jaloezie — iets anders. Overbodigheid. Toen hij terugkwam in de slaapkamer, was het bed leeg. Het licht in de logeerkamer brandde. Hij bleef in de gang staan. De deur stond niet helemaal dicht.
Wat hij zag was geen geheimzinnigheid. Geen haast. Geen schuld. Ivon zat op de rand van het bed. Marjan tegenover haar. Hun knieën raakten elkaar. Ivons hand lag op Marjans arm, niet zoekend, maar geruststellend. Alsof ze hier al langer waren dan hij wist. Marjan keek niet op. Ivon wel. Er was geen schrik in haar ogen. Alleen een besluit. “We wilden dit alleen,” zei Ivon zacht. Niet zonder jou. Alleen. Roy voelde iets breken dat hij niet had beschermd omdat hij niet wist dat het bestond. “Hoe lang…?” begon hij. “Niet lang,” zei Marjan. “Maar wel echt.” Roy lachte schamper. “Dus dit is hoe het eindigt?” Ivon schudde haar hoofd. “Nee. Dit is hoe het verschuift.” Ze stond op en liep naar hem toe. Legde haar hand op zijn borst.
“Jij was altijd het midden,” zei ze. “Zelfs toen je dacht dat je dat niet meer was. Dit is de eerste keer dat ik iets heb dat niet om jou draait.”
Dat was geen straf. Dat was autonomie. Later die nacht sliep Roy alleen. Aan de andere kant van de muur lagen Ivon en Marjan naast elkaar. Geen competitie. Geen rolverdeling. Alleen twee vrouwen die elkaar hadden gevonden in de ruimte die hij had opengebroken — en niet meer kon controleren. De volgende ochtend was het Marjan die zei: “Misschien is dit niet wat jij dacht dat je begon.” En Ivon die eraan toevoegde: “Maar het is wel wat ik nu kies.” Roy begreep eindelijk wat grenzenloosheid werkelijk betekende: niet dat alles mocht maar dat niemand nog vanzelfsprekend was. Roy zei niets die ochtend.
Dat was het eerste wat veranderde. Geen uitleg. Geen vragen. Geen zoeken naar aansluiting. Hij zette koffie, rustig, methodisch, alsof hij precies wist waar hij stond. Ivon en Marjan wisselden een blik — dit kenden ze niet van hem. “Ga zitten,” zei Roy uiteindelijk. Het was geen vraag. En tot hun eigen verrassing deden ze het allebei. “Wat hier gebeurt,” zei hij kalm, “is ontstaan omdat ik te lang niets leidde. Ik liet alles gebeuren. Dat stopt nu.” Marjan wilde iets zeggen, maar Roy hief zijn hand. Ze zweeg. Niet uit angst — uit aandacht. “Ik ben niet hier om iets af te pakken,” vervolgde hij. “Maar als we doorgaan, dan op mijn voorwaarden. Volledige openheid. Volledige aanwezigheid. En ja — onder mijn regie.”
Ivon voelde haar adem versnellen. Niet omdat ze zich klein voelde, maar omdat ze merkte hoezeer ze dit had gemist: richting. Begrenzing. Iemand die niet verdween in complexiteit. “En als we nee zeggen?” vroeg ze. Roy keek haar recht aan. “Dan loop ik weg. Zonder drama.” Die zekerheid — dát was de macht. Er viel een stilte. Geen gespannen stilte, maar een afwegende. Toen knikte Marjan als eerste. Langzaam. “Ik wil dat,” zei ze. “Maar alleen als het echt is.” Roy stapte naar haar toe, pakte haar kin tussen duim en vinger en dwong haar zacht omhoog te kijken. “Het is echt,” zei hij. “Omdat jij het kiest.” Ivon stond op. Ging naast hen staan. “En ik?” vroeg ze. Roy legde zijn hand op haar onderrug stevig, aardend. “Jij stopt met sturen,” zei hij. “En je laat je dragen. Voor het eerst in lange tijd.”
Wat volgde was geen chaos, maar orde. Geen strijd, maar overgave. Niet omdat ze minder waren — maar omdat ze het even niet hoefden te zijn. Blikken werden instructies. Aanrakingen bevestiging. Hun onderdanigheid was geen verlies, maar rust. Later, toen ze naast elkaar lagen — Roy in het midden — begreep hij iets wat hij eerder had gemist: dominantie zat niet in nemen, maar in blijven staan waar anderen loslaten.
En Ivon wist: dit was geen terugkeer naar vroeger, maar een nieuwe vorm van macht, één die ze bewust aan hem had gegeven. Marjan sloot haar ogen en glimlachte.
Eindelijk hoefde ze niets te bewijzen. Niet aan hem. Niet aan zichzelf. Roy stond in het midden van de woonkamer. Ivon en Marjan zaten op de bank, rug recht, handen netjes in hun schoot. De stilte was geladen — niet ongemakkelijk, maar verwachtingsvol. “Vandaag,” begon Roy, langzaam, “zijn er regels. En opdrachten. Jij, Marjan, gaat mij helpen met iets praktisch. Jij, Ivon, observeert en rapporteert. Begrijp je het verschil?” Marjan knikte. “Ik begrijp het,” zei ze zacht. Ivon volgde, haar ogen strak op Roy gericht. “Ik ook.” “Goed,” vervolgde hij. “Marjan, jij gaat de keuken opruimen. Niet zomaar opruimen — ik wil dat je alles rangschikt zoals ik het wil. Jij luistert naar mijn aanwijzingen en doet exact wat ik zeg.” Marjan stond op, haar hartslag versneld, en begon. “Niet bewegen voordat ik het zeg,” instrueerde Roy. Hij keek naar Ivon. “Jij kijkt en zegt wat ze goed doet, en wat beter kan. Jij corrigeert haar niet, je bevestigt alleen.” Ivon knikte en voelde een vreemd soort opwinding. Niet omdat ze zichzelf kleiner voelde, maar omdat ze eindelijk kon loslaten — en toestemde aan zijn leiding. “Marjan, haal het bestek uit de la. Leg het op grootte van klein naar groot. Niet zoals jij denkt, maar zoals ik het zeg.” Marjan deed precies wat hij vroeg. Elk bestekstuk werd gecontroleerd, gerangschikt. Ivon observeerde, af en toe een bevestigend knikje, en zei zacht:
“Goed zo.”
“Vastgrijpen, langzaam, aandacht voor elk detail. Jij, Marjan, voel hoe het is om volledig te volgen,” zei Roy. Zijn stem was rustig, maar autoritair. Later, toen de keuken klaar was, zei hij: “Ivon, jij krijgt nu een opdracht. Help Marjan met het servies. Jij spreekt instructies uit, maar blijft onder mijn leiding. Begrijp je het?” Ivon voelde een lichte spanning, maar volgde. Het gevoel van controle én overgave tegelijk maakte haar zenuwachtig en alert. Het spel van macht en gehoorzaamheid had zich volledig omgedraaid: zij kozen ervoor om gehoorzaam te zijn, en hij koos ervoor te leiden.
De opdrachten werden geleidelijke intiemer: dingen opruimen, elkaar aanwijzingen geven, samen posities innemen die hun bewustzijn van elkaar versterkten. Steeds was er die onderliggende spanning: wie volgt, wie leidt, wie observeert, wie bevestigt, allemaal door Roy bepaald. Tussendoor sprak hij rustig: “Alles wat je nu doet, doe je omdat je kiest om hier te zijn. Niet omdat het moet, maar omdat je wilt volgen. Begrijp je dat?”
Marjan en Ivon knikten, hun ademhaling versneld. Het spel was veilig, maar grenzeloos in hun overgave. Toen hij aan het einde van de dag naar de bank liep, zag hij twee vrouwen die zowel volledig onderdanig waren als bewust voor hem hadden gekozen. Niet als bezit, maar als spel van vertrouwen. “Goed gedaan,” zei hij. “Jullie volgen mijn leiding. En toch zijn jullie vrij. Dat is de kracht van dit spel. Onthoud dat.” Die avond lag iedereen stil. Geen woorden nodig. Het spel van macht, gehoorzaamheid en overgave had een nieuwe dimensie gekregen — en het was nog maar het begin.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
