Door: Elite_12
Datum: 09-06-2026 | Cijfer: 8.7 | Gelezen: 703
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 46 minuten | Lezers Online: 10
Trefwoord(en): Dominantie, Edging, Gebruikt, Neuken, Submission,
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 46 minuten | Lezers Online: 10
Trefwoord(en): Dominantie, Edging, Gebruikt, Neuken, Submission,
Vervolg op: De Appelplukkers - 1

"We moeten op," mompelt Kristina, haar stem nog hees van de slaap.
Milana knikt, haar vingers al strekkend om de dag die voor hen ligt. De appels wachten. En daarna... dan komt de rest.
De boomgaard ligt gehuld in de ochtendnevel als de twee vrouwen hun manden grijpen. De appels hangen zwaar aan de takken, rood en goud in het diffuse licht. Hun handen bewegen ritmisch, geoefend na jaren van oogsten. Pluk, draai, neerleggen. Pluk, draai, neerleggen. De manden vullen zich langzaam, het zachte plof van rijp fruit op hout een constante ondergrond voor hun gefluisterde gesprek.
"Hij was gisteren goed," zegt Milana, een appel inspecterend voordat ze hem laat vallen. "Leergierig. Gespannen."
Kristina grinnikt, haar spieren bewegen onder het mouwloze shirt terwijl ze een hogere tak bereikt. "Te gespannen. Te snel klaargekomen."
"Daar werken we aan." Milana's blik dwaalt naar het huis, waar ergens achter die muren Ron nog slaapt, vermoedelijk met het besef van wat hem wacht brandend in zijn onderbewustzijn. "Daar werken we aan."
Om tien uur, precies zoals afgesproken, dragen ze hun volgeladen manden terug naar de boerderij. De ochtendzon is nu doorgebroken, gouden strepen over het verweerde hout. De keukendeur staat open, en daarachter beweegt Ron zich, zijn brede rug gedraaid naar hen terwijl hij aan het fornuis staat.
Hij draait zich om als hij hen hoort. Zijn gezicht—nog zo jong, nog onervaren in het maskeren van verlangen—vertoont een korte flikkering van iets dat tussen schaamte en opwinding inzit. "Ik dacht... jullie zullen honger hebben."
Milana zet haar mand neer, het gewicht ervan een vertrouwd gevoel in haar onderarmen. "Een verlaat ontbijt, jongen. Of vroege lunch."
"Hij probeert ons gunstig te stemmen," merkt Kristina op, haar mand naast die van Milana zettend. De appels rollen lichtjes, een paar vallen uit hun piramide.
Ron's kaak spant zich, die koppige trots die Milana al eerder had opgemerkt. "Ik dacht dat jullie wel wat zouden willen eten. Dat is alles."
"Natuurlijk." Milana glijdt langs hem heen, haar heup raakt hem even aan, genietend van de huivering die hij niet kan onderdrukken. "En daarna praten we."
Ze eten aan de keukentafel, dezelfde tafel waar Kees jarenlang alleen had gezeten, en de gleuf in het hout dieper geworden van gebruik. Ron heeft eieren gebakken, spek knapperig gemaakt, brood gesneden. Eenvoudig voedsel, maar eerlijk bereid. Milana kauwt langzaam, haar ogen op Ron gericht terwijl ze nadenkt over de dag.
"We moeten naar de stad," zegt ze, het brood neerleggend. "Inkopen doen. Kleren. Dingen voor in het huis."
Kristina knikt, haar mok koffie omklemmend. "Kees laat niets na. Zijn vrouw had smaak, maar dat is jaren geleden."
"Wie houdt hem in het gareel?" vraagt Kristina, haar kin in Ron's richting gebogen. "Terwijl wij weg zijn?"
Ron's vork stopt halverwege naar zijn mond. "Ik... ik kan hier blijven. Werken. Ik heb geen—"
"Nee." Milana's stem snijdt door zijn protest. "Jij mag niet voor ons weg sluipen. We hebben plannen met je."
Ze willen net verdergaan, de details van hun spelletjes uitstippelen, wanneer de bel klinkt. Een scherp, mechanisch geluid dat door de stilte van het huis snijdt. Drie bewoners kijken op—twee met verwachting, één met verwarring.
Milana staat op, haar stoel schraapt over de vloer. Door het raam naast de deur ziet ze een silhouet. Lang haar, een stevige vorm, houding die uitstraalt dat deze vrouw gewend is gezien te worden.
Ze opent de deur.
De vrouw staat in een strakke zwarte jurk die haar volle boezem en stevige lijf accentueert. Haar donkere haar golft tot haar middel, zorgvuldig gekapt. Hoge hakken maken haar langer, imposanter. Rode lippenstift, perfect aangebracht. Ze draagt het zelfvertrouwen van iemand die weet wat ze waard is.
"Goedemorgen," zegt ze, haar Duits accent zacht maar onmiskenbaar. "Ik ben Ilse. Ik hoorde dat er hier werk is?"
Milana voelt Kristina achter zich komen staan, voelt de warmte van haar lichaam, de gespannen aandacht. Dit is geen toeval. Dit is een kans.
"Werk," herhaalt Milana, haar blik over Ilse heen glijdend, de waardering niet verbergend. "Ja. Er is werk."
Ilse's ogen—donker, intelligent, beoordelend—scannen het interieur achter Milana. "Ik ben niet bang voor hard werken. Ik ben op zoek naar... verandering. Een nieuwe omgeving."
Milana draait zich half om, vangt Kristina's blik. In die fractie van een seconde communiceert ze alles: de stad, hun speeltje, de oplossing voor een probleem dat ze nog niet hardop hadden uitgesproken. Kristina's mondhoek trekt—begrip, instemming.
Milana richt zich weer op Ilse. "Kom binnen dan praten we het even door.”
In de keuken, aan dezelfde tafel waar net nog de plannen werden gesmeed, zit Ilse met rechte rug, haar handen gevouwen om een mok koffie die ze niet heeft gevraagd maar die Ron—stomverbaasd, overbodig—haar heeft gebracht. Ze heeft zijn aanwezigheid al geëvalueerd en blijkbaar afgedaan als niet-relevant, want haar aandacht richt zich volledig op Milana.
"Een week," zegt Milana. "Om te proberen. De oogst loopt, we hebben handen nodig. Maar—" ze leunt vooruit, haar decolleté zichtbaar onder het openstaande overhemd, "—je zult hier moeten overnachten. De logeerkamer. Het is ver van het dorp."
Ilse's ogen vernauwen bijna onmerkbaar. Ze weet dat dit meer is dan een simpele arbeidsvoorwaarde. Ze weet het, en ze blijft zitten. "Dat is acceptabel."
"De boer is weg," voegt Kristina eraan toe, haar toon zakelijk. "Wij runnen dit nu. Wij bepalen."
"Natuurlijk." Ilse's rode lippen krullen. "Ik begrijp de hiërarchie."
Milana voelt een trilling van opwinding, van erkenning. Deze vrouw begrijpt meer dan ze zegt. Dit wordt interessant.
De middag glijdt naar avond. Ilse heeft zich verkleed in praktischere kleding—nog steeds zwart, nog steeds strak, maar geschikt voor werk—en helpt in de boomgaard terwijl Kristina de appels sorteert. Milana observeert vanuit de keuken, waar ze het avondeten begint voor te bereiden.
Als Ilse binnenkomt, haar voorhoofd licht bezweet, haar kleding vol appelsapvlekken die ze zal haten maar nu negeert, knikt Milana naar de snijplank. "Kook je ook?"
"Als je wilt." Ilse wast haar handen, de bewegingen efficiënt, elegant. "Wat hebben we?"
Ze werken samen, twee dominante vrouwen die elkaars ruimte respecteren terwijl ze die ruimte tegelijkertijd claimen. Ilse snijdt ui met precisie die op militaire training lijkt. Milana roert in de pan, haar heupen zachtjes wiegend op de muziek die alleen in haar hoofd speelt.
"De jongen," zegt Ilse, alsof ze het over het weer heeft. "Hij is... jullie project?"
Milana's hand stopt niet met roeren. "Onze leerling."
"En morgen? Gaan jullie naar de stad?"
"Ja." Milana draait zich om, leunt tegen het aanrecht, de pan borrelend achter haar. "Hij blijft hier. Met jou."
Ilse's mes stopt. Een seconde, niet meer. Dan gaat het verder, ritmisch, onverbiddelijk. "Je vertrouwt me met je... project."
"Ik vertrouw mijn oordeel." Milana lacht, laag en warm. "En ik denk dat jij begrijpt wat we zoeken. Wat we nodig hebben."
Ilse draait zich nu ook om, het mes nog in haar hand, een beeld dat uit een ander soort verhaal zou kunnen komen. Gevaarlijk, verleidelijk. "Ik begrijp het, controle. Ja."
"Dan begrijp je genoeg."
Het diner is een merkwaardige viering van smaak en gesprek. Vier personen—Milana in haar witte hemd en spijkerbroek, Kristina in haar mouwloze shirt, Ilse terug in haar zwarte jurk alsof de middag nooit was gepasseerd, en geen vierde vrouw maar een jeugdig mannelijk project, een leerling, een jongen van achttien die probeert zijn handen stil te houden op zijn bord.
Milana staat op, haar wijnglas heffend. "Morgen," zegt ze, haar stem de stilte vullend, "gaan Kristina en ik naar de stad. Inkopen doen. Een dag voor onszelf."
Ze kijkt naar Ron, die zijn glas vasthoudt alsof het een anker is. "Jij blijft hier. Je werkt voor Ilse. Je luistert naar haar. Doe wat ze zegt."
Zijn keel werkt, de appel die hij aan het kauwen was blijft hangen. "Ik—"
"Dat was geen vraag." Kristina's stem, scherp als het mes dat Ilse gebruikte. ‘Je gehoorzaamd, Oke.”
Ilse zegt niets. Haar ogen gaan van Milana naar Kristina naar Ron, het rekenen zichtbaar in de spierspanning rond haar mond. Ze is aan het inschatten, Milana weet het, aan het bepalen waar ze in dit spel past. Waar wil ze haar inzicht en dominantie inpassen.
Na het eten, als Ron de tafel afruimt—handen nog steeds iets te snel, iets te nerveus—trekken Milana en Kristina Ilse mee naar de woonkamer. De kamer waar Kees vroeger in zijn stoel zat, waar nu alleen stof en herinneringen zijn.
"We moeten praten," zegt Milana, en ditmaal is haar stem zachter, intiemer. "Over wat we van hem willen. Van Ron."
Ilse leunt tegen de deurpost, haar armen gekruist onder haar borsten, haar houding een uitdaging en een uitnodiging tegelijk. "Jullie willen hem gebruiken."
"Trainen," corrigeert Kristina. "Leren. Genieten van zijn lichaam terwijl hij leert van het zijne en onze lichamen."
"Hij is jong," zegt Ilse. Geen oordeel, alleen constatering.
"Hij is volwassen genoeg." Milana stapt dichterbij, haar gezicht in het halfduister van de woonkamer, het enige licht dat vanuit de keuken komt. "En hij wil het. Dat hebben we gezien. Gevoeld."
Ilse's ademhaling verandert, bijna onmerkbaar—dieper, langzamer. "En jullie willen dat ik... meedoe?"
"We willen dat je helpt. Morgen, als wij weg zijn. En vanavond—" Milana pauzeert, laat de spanning groeien, "—vanavond willen we dat je leert wie hij is. Wat hij kan. Wat hij nodig heeft."
Ilse's tong glijdt over haar rode lippen, een bewuste, sensuele beweging. "En als ik nee zeg?”
"Dan zeg je nee." Kristina schouderophalend, alsof het haar niets kan schelen, alsof ze niet net deze vrouw hebben uitgezocht, gevormd, tot dit moment hebben geleid. "Maar je bent hier. Je hebt ja gezegd tegen de kamer, het werk, de afstand van het dorp. Je hebt ja gezegd tegen ons."
Stilte. Het knetteren van de oude verwarming, het gerinkel van borden in de keuken waar Ron bezig is.
"Ja," zegt Ilse uiteindelijk. Het woord valt zwaar, definitief. "Ik zeg ja. Laat me zien wat jullie van hem hebben gemaakt."
Ze nemen hem mee als hij klaar is met afwassen—Kristina grijpt zijn pols, Milana zijn andere arm, Ilse volgt met die gracieuze, krachtige tred die haar hakken op de houten vloer tot percussie maken. Ze leiden hem naar de badkamer, een kleine ruimte met oude tegels en een douche die heet of koud is, nooit tussenin.
"Uitkleden," beveelt Milana.
Ron's handen trillen terwijl hij zijn overhemd openknoopt, de geruite flanel die zijn moeder heeft gekocht voordat hij hierheen kwam. Het valt op de vloer. Zijn T-shirt volgt, wit katoen dat zijn nog jeugdige torso onthult—brede schouders, beginnende spieren, huid die nog niet is verweerd door jaren van arbeid.
"De broek ook." Kristina's stem laat geen ruimte voor discussie.
Hij doet het, de versleten spijkerbroek over zijn heupen, zijn boxershort volgend. Nu staat hij naakt, het licht van de enige gloeilamp onbarmhartig, zijn lichaam tegelijkertijd gespannen en kwetsbaar.
"Douchen," zegt Milana. "Schoonmaken. Wij willen je schoon hebben."
Hij stapt onder de straal, kreunt zacht als het water—te heet, altijd te heet—op zijn huid slaat. Ze kijken toe, de drie vrouwen, als curatoren die hun tentoonstelling stuk inspecteren. Ilse's ogen zijn het meest intens, Milana merkt het, het meest hongerig. Ze heeft gelijk gehad over deze vrouw.
Als hij klaar is, droogt Kristina hem af—niet zacht, niet teder, maar efficiënt, haar handen over zijn borst, zijn rug, tussen zijn benen waar hij huivert en waar ze glimlacht. "Slaapkamer," zegt ze. "Nu."
De slaapkamer die ze voor hem hebben uitgekozen is klein, functioneel, een bed met een ijzeren frame dat geschikt is voor wat ze van plan zijn. Ron staat in de deuropening, nog halfnat, nog naakt, nog steeds niet zeker of dit angst is of verlangen.
"Op het bed," zegt Milana.
Hij gehoorzaamt, het matras veert onder zijn gewicht. Zijn ogen flitsen van vrouw naar vrouw, zoekend naar een vast punt, een houvast.
Kristina heeft de voorbereidingen getroffen—sjaals, zachte zijde in verschillende kleuren die ze uit haar koffer heeft gehaald. Gescheurde lakens zouden te grof zijn, te functioneel. Dit is anders. Dit is kunst.
"Geef me je polsen," zegt ze.
Hij steekt ze uit, één voor één, en ze bindt hem vast aan het hoofdeinde, zijn armen in een V boven zijn hoofd. De zijde knijpt niet, maar houdt vast. Hij kan zich bewegen, maar niet bevrijden.
Dan Milana, met een zijden doek die ze om zijn ogen legt. De wereld wordt donker, alleen het geluid van ademhaling, de geur van parfum en appels en vrouwelijke opwinding.
"Geniet van je volgende les," fluistert ze in zijn oor, haar lippen het zachte vlies rakend, haar adem warm en vochtig. "We zijn er allemaal. We zullen je gebruiken en bevredigen. Maar je zult niet weten wie. Niet weten wanneer. Alleen voelen."
Hij kreunt, een diep, dierlijk geluid dat uit zijn buik lijkt te komen. Zijn heupen komen omhoog, onwillekeurig, zoekend naar druk, naar warmte.
"Nog niet," zegt Ilse.
Haar stem is anders dan die van de anderen—dichter bij het Duits van haar jeugd, harder, meer bevelend. Ron verstijft, zijn adem inhoudend.
"Jij wacht," zegt ze. "Jij luistert. Jij voelt."
De vrouwen bewegen om het bed heen, hun stappen een choreografie die hij niet kan zien maar wel kan horen—hakken op hout, het schuren van stof, het zachte geruis van kleding die wordt uitgedaan. Hij probeert te tellen, te plaatsen, maar de blinddoek maakt hem onrustig en zoekend naar controle die hij niet heeft , afhankelijk, kwetsbaar.
Een hand op zijn dij. Warm, droog, zeker van zichzelf. Ilse, denkt hij, maar hij kan het niet weten.
"Open," beveelt een stem—Milana? Kristina?—en hij spreidt zijn benen, de lucht koel tegen zijn natte huid, tegen de opwinding die er onmiskenbaar is, die hij niet kan verbergen.
De hand beweegt omhoog, traag, onverbiddelijk. Vingertoppen over zijn balzak, licht genoeg om te kietelen, hard genoeg om te weten dat dit geen toeval is. Dan omhoog, langs zijn staande pik, de onderkant van zijn eikel, het punt waar hij het meest gevoelig is.
"Ah—" Het ontsnapt hem, een zucht die meer is dan hij wil geven.
"Stil." Ilse's stem, onmiskenbaar nu, dicht bij zijn oor aan de andere kant. "Jij maakt geluid wanneer wij het zeggen."
Een mond op zijn tepel. Nat, warm, een tong die cirkels trekt terwijl vingers zijn andere tepel knijpen, rollen, trekken. Hij bijt op zijn lip, onderdrukt een kreun, voelt de beloning in de vorm van een hand die zijn buik aftast—Kristina's sterke vingers, Milana's zachte aanraking, hij weet het niet meer.
"Zo gespannen," murmelt iemand, en hij voelt adem over zijn kruis, de belofte van warmte die niet wordt waargemaakt. "Zo nodig."
Ze beginnen hem op te warmen, de drie vrouwen, hun handen en monden een orkest van sensatie waarvan hij niet de dirigent is. Iemand likt zijn hals, bijt zacht in zijn sleutelbeen. Iemand masseert zijn dijen, de binnenkant, steeds dichter bij waar hij wil dat ze zijn. Iemand—Ilse, denkt hij, hoopt hij—houdt zijn gezicht vast, duim over zijn lippen drukkend, en fluistert: "Je bent van ons. Vanavond. Morgen en de volgende dagen. Zolang wij het willen."
Hij knikt, kan niet anders, de duim glijdt tussen zijn lippen en hij zuigt instinctief, de vernedering ervan—zo volwassen, zo vrouwelijk, en hij zuigt als een kind dat troost zoekt—maakt hem harder dan hij al was.
"Goed zo," zegt ze, de duim terugtrekkend. "Nu gaan we je nemen. Een voor een. Maar je zult niet weten wie. En je zult niet komen. Nog niet. Niet tot wij het zeggen."
Het bed deint als iemand erop klimt—zachte handen op zijn schouders, warmte die zijn hele lichaam bedekt. Een vrouw zit op hem, niet binnen, nog niet, maar tegen hem aan, haar natheid over zijn staaf glijdend, hem besmerend met haar opwinding.
"Voel je dat?" fluistert ze—Milana, moet Milana zijn, die blonde sensualiteit in haar stem. "Voel je hoe ze je wil?"
Hij knikt, zijn heupen omhoogkomend, zoekend naar meer druk, meer warmte.
Ze schuift op, positioneert zich, en dan—dan daalt ze neer, langzaam, oneindig langzaam, haar binnenste hem omhullend, hem vullend, hem claimend.
"Ah, god—" De woord barsten uit hem, de blinddoek nat van zijn zweet, zijn polsen trekkend aan de zijden bindingen.
"Stil." Een hand op zijn mond, niet ruw, maar vast. "Alleen voelen. Alleen nemen."
Ze berijdt hem, deze eerste vrouw, haar heupen cirkelend, op en neer, hem diep nemend en dan weer bijna loslatend, hem gek makend met de grenzen van wat hij kan verdragen. Haar handen rusten op zijn borst, haar nagels in zijn vlees, en ze kreunt—dat kent hij, dat is Milana, die kreun die ze gisteren maakte, diep en nat en volledig in het moment.
Maar dan stopt ze, midden in de beweging, en hij voelt haar optillen, voelt de koude lucht waar warmte was. Hij kreunt, kan het niet onderdrukken, en hoort Ilse lachen—laag, donker, volledig in controle.
"Nog niet," zegt ze. "Nu iemand anders."
Een ander gewicht op het bed. Kleinere handen, denkt hij, sterker, de spieren van iemand die jaren appels heeft geplukt. Kristina. Ze positioneert zich anders, achterwaarts, haar rug naar hem toe, en als ze hem neemt is het scherper, directer, geen tijd voor spelletjes. Ze berijdt hem als of ze alles met hem wilt doen—efficiënt, intens, volledig gericht op het doel.
Hij voelt haar spieren spannen, voelt haar billen tegen zijn buik slaan, de klappende geluiden vullen de kamer. Ze is stiller dan Milana, haar ademhaling geconcentreerd, haar concentratie volledig op de sensatie gericht.
"Goed?" vraagt Milana ergens, en Kristina antwoordt met een geïrriteerd: "Beter dan goed. Stil."
Ze komt dichterbij, hij voelt het, haar binnenste pulserend om hem, en dan stopt ook zij, net voor het punt waar hij zou kunnen volgen, waar hij zou willen volgen.
"Nu jij," zegt Milana, en hij hoort de verwachting in haar stem.
Ilse. Het moet Ilse zijn. Het bed deint op een andere manier, haar gewicht verdeeld anders, haar benen langer. Ze neemt haar tijd, positioneert hem—haar handen om zijn basis, hem vasthoudend, hem richtend. En dan, als ze hem neemt, is het anders dan alles daarvoor.
Ze is strakker, of hij is gevoeliger, of de blinddoek heeft zijn zintuigen zo scherp gemaakt dat alles intenser is. Ze beweegt langzaam, volledig in controle van elke centimeter, haar heupen rollend in een cadans die militair lijkt—gedisciplineerd, onverbiddelijk, volledig gericht op doeltreffendheid.
"Je voelt dat?" vraagt ze, haar stem zacht maar dwingend. "Je voelt wie je berijdt?"
Hij schudt zijn hoofd, niet wetend, niet met zekerheid, en ze lacht weer, die donkere lach die in zijn buik lijkt te resoneren.
"Ik heb je," zegt ze. "Ik heb je nu. En jij zult wachten. Jij zult wachten tot ik klaar ben. En dan—" ze leunt voorover, haar borsten tegen zijn borst, haar lippen aan zijn oor, "—dan zul je nog steeds wachten. Tot wij allemaal klaar zijn. Tot wij zeggen dat je mag."
Ze berijdt hem harder nu, haar heupen op en neer, hem diep nemend en weer loslatend, hem bouwend naar een hoogte die hij niet mag bereiken. Hij voelt haar spieren samentrekken, voelt haar ademhaling versnellen, hoort haar kreunen—diep, gecontroleerd, maar een kreun vanuit haar onderbuik.
"Zo," zegt ze, haar tempo versnellend. "Zo. Voel me. Voel alleen mij."
Hij kan niet anders. Zijn wereld is gereduceerd tot de warmte om hem, de druk op hem, de stemmen die hem omringen—Milana's zachte aanmoediging, Kristina's gefluisterde instructies, Ilse's eigen ademhaling die nu sneller gaat, nu minder gecontroleerd.
Ze komt, hij voelt het, de pulserende samentrekkingen om hem, de vochtige warmte die hem omhult. Ze blijft zitten, hij is nog steeds gevangen in haar, en fluistert: "Nog niet. Niet voor wij klaar zijn."
Ze wisselen. Weer. En weer. De vrouwen berijden hem in een rotatie die hem gek maakt—Milana's zachtheid, Kristina's intensiteit, Ilse's onverbiddelijke controle. Hij voelt handen over zijn lichaam, monden die zijn huid proeven, vingers die zijn ballen strelen, zijn perineum, elk gevoelig punt dat ze hebben gevonden en nu exploiteren.
Hij is verloren in de sensatie, de blinddoek nat, zijn polsen pijnlijk van het trekken, zijn stem hees van het onderdrukken van kreunen. Ze hebben hem geleerd—gisteren, vandaag—om te wachten, om de grens van zijn genot te verleggen, maar dit is iets anders. Dit zijn drie vrouwen die hem gebruiken, die hem tot het uiterste drijven, die hem niet laten komen omdat zij het nog niet willen.
"Alsjeblieft—" Het breekt uit hem, de smeekbede die hij niet wilde uitspreken.
"Nee." Ilse's stem, altijd Ilse's stem nu, de leidster, de meesteres. "Je komt wanneer wij besluiten. En wij beslissen... nu."
Een hand op zijn blinddoek, het zijde glijdt omhoog. Licht, scherp, pijnlijk. Hij knippert, ziet vormen—Milana's blonde haar, Kristina's rode kuif, en Ilse, Ilse boven op hem, haar zwarte haar wild om haar gezicht, haar rode lippen geopend, haar ogen die hem vasthouden met een intensiteit die angstaanjagend is.
"Kijk," beveelt ze, haar heupen nog steeds bewegend, hem nog steeds gevangen houdend. "Kijk wie je berijdt. Kijk wie je laat klaarkomen."
Hij kijkt, kan niet anders, en het zien maakt alles intenser—haar volle borsten die deinen, haar buik die spant, haar gezicht dat verandert van controle naar verlangen, van bevel naar behoefte.
"Nu," zegt ze, en haar stem breekt, een fractie, maar genoeg. "Kom nu. Vul me. Laat me zien wat je hebt."
Het is genoeg, meer dan genoeg. Hij komt, explosief, onbedaarlijk, zijn rug krommend van het matras, zijn kreun een dierlijk geluid dat de kamer vult. Hij spuit in haar, pulseert, geeft alles wat ze hebben opgebouwd, alles wat ze hebben ontzegd, nu in een vloedgolf van ontlading.
Ilse komt met hem mee, haar spasmen omhullen hem, haar kreun—diep, langgerekt, "Ah, ah, je bent zo heet, zo vol, ah—"—mengend met de zijne.
En als hij wegzinkt, als zijn lichaam hem verraadt en hem zacht maakt, hoort hij hen lachen—drie vrouwen, tevreden, vol van hem, van elkaar, van wat ze hebben gemaakt.
Milana trekt de blinddoek helemaal weg, haar gezicht gloeiend, haar ogen fonkelend. "Morgen," zegt ze, haar stem zacht maar duidelijk, "gaan wij shoppen. En jij... jij blijft hier. Met Ilse. En zij zal je leren wat het betekent om echt te luisteren."
Ilse staat op, langzaam, hem loslatend, en hij ziet zichzelf in haar kut, ziet zijn zaad druipen, ziet de bewering van bezit in haar ogen.
"Ik kijk ernaar uit," zegt ze, en hij weet dat dit pas het begin is. Dat morgen, met Milana en Kristina weg, de echte les van Ilse zal beginnen.
Hij sluit zijn ogen, nog steeds vastgebonden, nog steeds van hen, en laat zich vallen in de duisternis die volgt, wetend dat hij nergens anders wil zijn.
De volgende ochtend.
Het zweet koelt al af op zijn huid, maar de hitte in zijn lichaam blijft. Ron ligt nog steeds vastgebonden op het bed, zijn polsen gekruist boven zijn hoofd, de zijden sjaal strak om zijn enkels gesnoerd. De blinddoek is verwijderd, en zijn ogen moeten wennen aan het gedempte licht van de slaapkamer. Ilse staat aan het voeteneind, haar silhouet lang en dreigend tegen het vallende avondlicht dat door de gordijnen sijpelt.
Ze heeft haar jasje uitgetrokken. De strakke zwarte jurk omhult haar lichaam als een tweede huid, de stof spant over haar heupen wanneer ze zich bukt om iets uit haar tas te pakken. Haar haren vallen als een gordijn van golvend donker naar voren, en wanneer ze rechtop komt, schudt ze ze met een zachte, bijna dierlijke beweging naar achteren.
"Milana. Kristina." Haar Duitse accent snijdt door de zware lucht van de kamer. "Jullie kunnen gaan. Ik neem het vanaf hier over."
De twee Letse vrouwen wisselen een blik vol van onuitgesproken betekenis. Kristina's korte rode haar glanst in het schemerlicht terwijl ze zich naar Ron buigt, haar lippen even tegen zijn oor drukt. "Luister goed, jongen. Doe wat ze zegt." Haar adem is warm, haar stem laag en dreigend. "Of je krijgt met ons te maken."
Milana's handen glijden langs zijn dijen, haar vingertoppen even strelend over de gevoelige huid binnen aan zijn dijbenen. Haar blonde haar ruikt naar appels en iets scherpers, iets dat zijn neusgaten prikkelt. "We zijn vanavond terug uit de stad. Tot dan..." Ze laat de zin onafgemaakt, haar lippen krullend in een glimlach die geen warmte belooft.
De deur valt achter hen dicht. Het slot klikt. Ron is alleen met Ilse.
Ze draait zich om, haar hoge hakken tikken zacht op de houten vloer. Elke stap is gechoreografeerd, berekend, een optreden waarvan ze weet dat hij het niet kan weerstaan. Haar ogen—donker, bijna zwart in dit licht—vinden de zijne, en ze houdt zijn blik vast terwijl ze naar het hoofdeinde loopt.
"Kijk naar me," zegt ze. Het is geen verzoek.
Ron's ademhaling versnelt. Hij probeert zijn polsen te bewegen, maar de knoop houdt stand. De zijden stof glijdt over zijn huid, koel en strak tegelijk. Ilse buigt zich over hem heen, haar decolleté een donkere kloof tussen de strakke stof. Haar parfum—iets met patchouli en iets bitter, iets dat hij niet kan plaatsen—vult zijn longen.
"Je bent vanavond klaargekomen," zegt ze, haar stem zacht als fluweel maar met een scherpe ondertoon. "Terwijl ik op je zat. Terwijl je me niets kon geven."
Haar handen vinden zijn borstkas. Haar nagels, kort maar perfect gemanicuurd, krassen licht over zijn huid, laten een spoor van rood achter dat snel weer vervaagt. Ron kronkelt onder haar aanraking, zijn heupen stoten onwillekeurig omhoog naar haar, maar ze is buiten bereik.
"Dat was genade," fluistert ze. "Deze ochtend ben je van mij."
Haar handen zakken lager, over zijn buik, over de spieren die zich spannen onder haar aanraking. Ze voelt zijn hartslag in de ader die langs zijn navel loopt, een ritmische tik tegen haar vingertop. Wanneer ze zijn schaamhaar bereikt, blijft ze stilstaan, haar handen rustend op zijn heupbeenderen, duim en wijsvinger spreidend om de huid te spannen.
"Je wilt weer klaarkomen," zegt ze. Het is geen vraag.
Ron's keel werkt. Hij knikt, een klein, hulpeloos gebaar dat hem vreemd vreemd voelt—hij, die altijd de stilte heeft, de kalmte, de controle.
Ilse lacht. Het geluid is laag, geamuseerd, en iets in de klank ervan doet zijn buik samentrekken. "Smeek dan."
"Ik—" Zijn stem kraakt. Hij slikt, probeert het opnieuw. "Alsjeblieft. Laat me—"
Haar hand klapt tegen zijn rechterbil. Het geluid is scherp, onverwacht, en hij gilt—een kort, geschrokken geluid dat hij direct inhoudt. De pijn gloeit, verspreidt zich als vloeibaar vuur door zijn zenuwen.
"Niet zo ongeduldig." Haar stem is onverstoord, alsof ze zojuist niet zijn bil heeft gestraft. "Ik heb de hele dag. En jij..." Ze laat haar hand over zijn bil glijden, de warmte van de klap overnemend, kneedt het vlees tussen haar vingers. "Jij hebt niets."
Haar andere hand vindt zijn pik. Ze omvat hem niet—nog niet—maar laat haar vingertoppen langs de lengte dwalen, van de basis tot net onder de eikel, waar de huid het meest gevoelig is. Ron's adem stokt. Zijn tenen krullen, zijn knieën willen zich optrekken maar worden tegengehouden door de bindingen.
"Je bent al hard," merkt ze op, alsof ze een wetenschappelijk fenomeen observeert. "Zo snel. Zo... voorspelbaar."
Haar vingers sluiten zich om hem. De grip is stevig, bijna te strak, en hij hijgt, zijn rug buigt van het bed. Ze trekt een keer, langzaam, van basis tot top, en draait haar pols bij de eikel, haar duim strelend over de opening waar een druppel vocht al naar buiten sijpelt.
"Ah—" Het geluid ontsnapt hem voordat hij het kan tegenhouden.
Ilse's ogen versmallen. Haar andere hand gaat omhoog, zweeft even boven zijn borstkas, en dan—klap—tegen zijn linkerbil deze keer, harder dan de vorige. Ron bijt op zijn onderlip, proeft bloed, voelt de hitte zich mengen met de pijn tot iets dat zijn hersens niet kunnen verwerken.
"Stilte," zegt ze. "Of ik stop."
Ze wacht. Haar hand om zijn pik blijft bewegen, een traag, martelend ritme dat hem op het randje houdt maar nooit over laat gaan. Wanneer zijn heupen beginnen te stoten, verstevigt ze haar grip, houdt hem stil, dwingt hem om stil te liggen terwijl zij bepaalt.
"Goed zo," mompelt ze, meer tegen zichzelf dan tegen hem. "Laat me je zien hoe het werkt."
Ze laat hem los. De plotselinge afwezigheid van haar aanraking doet hem kreunen, een diep, dierlijk geluid dat uit zijn borstkas komt. Ilse stapt naar haar tas, haar rug naar hem toe, en wanneer ze zich omdraait heeft ze een komkommer in haar hand—groot, donkergroen, de huid nog bedekt met kleine stekeltjes van het water waarin hij heeft gelegen.
Ron's ogen worden groot. Hij kijkt van de groente naar haar gezicht, zoekt daar naar een teken dat dit een grap is, maar haar uitdrukking is onverstoord, professioneel zelfs.
"Je gaat kijken," zegt ze. "En je gaat leren."
Ze loopt naar de deur van de slaapkamer, haar hakken klikkend op het hout. "Meekomen."
"Ik—" Ron trekt aan zijn bindingen. "Ik ben vastgebonden."
Ilse draait zich om, één wenkbrauw opgetrokken. "Ja. Dat is het probleem niet."
Ze komt terug naar het bed, buigt zich over hem heen, en begint aan de knopen bij zijn enkels. Haar borsten hangen zwaar boven zijn gezicht, de stof van haar jurk strak over de rondingen. Ze ruikt naar iets zoeters nu, iets dat zijn mond doet wateren, maar hij durft zijn hoofd niet te bewegen, durft zijn lippen niet uit te steken om haar te proeven.
De sjaal bij zijn enkels komt los. Dan die bij zijn polsen, hoewel ze die zo strak heeft gebonden dat zijn handen eerst gevoelloos aanvoelen. Ze masseert zijn polsen, haar duimen drukkend in de holtes waar het bloed weer moet stromen, en het prikkelen van zijn zenuwen doet hem kronkelen.
"Stil," beveelt ze, en hij bevriest, gewend aan haar stem als een hond aan een commando.
Ze helpt hem overeind. Zijn benen zijn week, onbetrouwbaar, en hij steunt tegen haar, voelt de stevigheid van haar lichaam tegen het zijne. Haar hand om zijn middel is stevig, veilig op een manier die hem verwart—hoe kan iemand die hem zo pijnigt, hem ook zo vasthouden?
"Loop," zegt ze, en duwt hem zachtjes naar de deur.
De woonkamer is donker, verlicht alleen door het licht dat door de ramen valt en de enkele kaars die ze heeft aangestoken. De oude bank staat op zijn plaats, de deken die eroverheen ligt is versleten maar schoon. Ilse dirigeert hem erheen, laat hem zitten, en trekt zijn handen achter zijn rug.
"Nee—" begint hij, maar haar blik laat hem zwijgen.
Ze bindt zijn polsen weer, deze keer aan elkaar, de zijden stof strak om zijn polsen gewikkeld. Dan zijn enkels, vastgemaakt aan de poten van de bank—niet strak genoeg om pijn te doen, maar genoeg om hem te immobiliseren. Hij zit, gespreid, hulpeloos, zijn pik nog steeds hard en nu zichtbaar in het kaarslicht.
Ilse trekt een stoel naar voren, zet die recht tegenover hem neer, op een meter afstand—dicht genoeg om alles te zien, ver genoeg om niet te kunnen aanraken. Ze gaat zitten, haar jurk optrekkend tot haar dijen zichtbaar zijn, de huid bleek en glad in het flakkerende licht.
"Kijk," zegt ze.
Ze spreidt haar benen. Geen ondergoed—ze heeft het uitgetrokken in de slaapkamer, of misschien droeg ze het al niet. Haar kut is donkerder dan de rest van haar huid, de lippen dik en vol, glinsterend van vocht dat hij van hier kan zien. De geur bereikt hem, muskusachtig en zwaar, en hij inhaleert onwillekeurig, zijn longen vullen zich met haar geur.
De komkommer ligt op tafel. Ze pakt hem, draait hem in haar handen alsof ze een wapen inspecteert. "Gisteren heb je gezien hoe Milana en Kristina zichzelf bevredigden," zegt ze. "Maar je hebt niet gekeken. Je was te druk bezig met je eigen genot."
Ze brengt de groente naar haar mond, haar tong uitstekend om de punt te bevochtigen. Haar ogen blijven op de zijne gericht, observerend, noterend elke reactie. Ron's mond droogt op. Hij wil wegkijken, wil zijn ogen sluiten, maar haar stem—zacht, dreigend—houdt hem gevangen.
"Kijk," herhaalt ze.
Ze laat de komkommer zakken, over haar borst, over haar buik, de huid van de groente achterlatend op haar jurk. Wanneer ze haar dijen bereikt, spreidt ze haar benen verder, één voet op de rand van de stoel zettend, haar kut nu volledig bloot. De lipjes glanzend, opengesperd, de kleine knop bovenaan zichtbaar onder haar kapje.
"Je wilt dit," zegt ze. Niet vragend. "Je wilt hier zijn. In me. Over me heen."
Ze plaatst de punt van de komkommer tegen haar opening. Ron ziet de huid zich spannen, zich openen, de groente langzaam verdwijnen in haar lichaam. Ilse's hoofd valt achterover, haar hals een lange lijn van wit in het donker, maar haar ogen blijven op hem gericht, door haar wimpers heen, observerend.
"Ah..." Het geluid ontsnapt haar, laag, gutturaal. "Zo... koud..."
Ze beweegt de komkommer, heen en weer, een klein ritme dat ze langzaam opvoert. Haar andere hand vindt haar clitoris, twee vingers eromheen glijdend in een cirkel die ze vanuit zijn gezichtspunt kan zien—kan analyseren, kan onthouden voor later, voor wanneer zij hem dit vraagt.
"Je mag niet klaarkomen," zegt ze, haar stem iets hoger nu, iets minder gecontroleerd. "Kijk naar me. Kijk hoe ik kom... en jij... jij blijft stijf... zonder... niets..."
Haar woorden worden onderbroken door haar eigen ademhaling, dieper nu, zwaarder. De komkommer glijdt sneller, haar vingers cirkelen harder, en hij ziet de spieren in haar buik spannen, ziet haar tepels zich tegen de stof van haar jurk drukken.
"Ah... ah..." Ze bijt op haar lip, hetzelfde gebaar dat hij zelf maakte, en er is iets intiem in die spiegel, iets dat hem dichter bij haar brengt dan de meters tussen hen. "Je pik... is zo... hard..." Ze lacht, een gebroken geluid. "En je mag... niets..."
Haar heupen beginnen te stoten, de stoel kraakt onder haar gewicht. Ze is niet voorzichtig meer, niet gecontroleerd—ze is er dicht bij, en het weten dat hij haar bekijkt, dat hij lijdt, voedt haar opwinding nog meer.
"Ah! Ah! Ik—" Haar stem breekt. De komkommer verdwijnt diep, haar vingers drukken hard, en dan—dan komt ze.
Het is geen stil orgasme. Ze gilt, een lang, hoog geluid dat door de kamer echoot, en haar lichaam schudt, de stoel schuift over de vloer. Vocht spuit uit haar, een krachtige straal die zijn borstkas bereikt, zijn gezicht, warm en scherp van geur. Een tweede golf volgt, minder krachtig maar even intens, en ze huivert, haar handen grijpen zich vast aan de leuningen.
De stilte daarna is zwaar. Ilse hijgt, haar borstkas op en neeergaand, haar huid glimmend van zweet. Ze kijkt naar hem, en haar ogen—nu half gesloten, nu zachter dan hij ze heeft gezien—vinden de zijne.
"Je bent nog steeds stijf, je zak nog steeds vol.” zegt ze, en er is iets van verwondering in haar stem.
Ze staat op, wankelt even op haar hoge hakken. Haar jurk is nat, doorweekt van haar eigen vocht, en ze trekt hem niet recht, laat hem zitten zoals hij zit. Met twee handen pakt ze de komkommer—nog steeds nat, nog steeds warm van haar lichaam—en legt die op de tafel naast de kaars.
Dan komt ze naar hem toe.
Ron's hart bonst. Hij kan zijn eigen polsslag horen, een trommel in zijn oren. Ze staat boven hem, haar schaduw hem verduisterend, en dan—dan gaat ze op zijn gezicht zitten.
Het is geen voorzichtig neerdalen. Ze laat zich vallen, haar volle gewicht—alle honderdtwintig kilo van haar—op zijn gezicht, en de lucht wordt uit zijn longen geperst. Haar kut drukt tegen zijn mond, zijn neus verdwijnt in haar spleet, en hij kan niets anders dan ademen door zijn mond, diep, wanhopig, terwijl haar smaak hem overspoelt.
"Lik," beveelt ze, haar stem gedempt door haar eigen dijen. "Maak me schoon."
Hij gehoorzaamt. Hij kan niet anders. Zijn tong vindt haar opening, proeft de resten van haar orgasme, de scherpe, zoute smaak die zijn mond vult. Ze is zwaar, zo zwaar dat zijn kaak protesteert, dat zijn nek pijn doet van de hoek, maar ze beweegt niet, geeft geen centimeter toe.
"Harder," zegt ze. "Dieper."
Hij stoot zijn tong in haar, voelt de gespannen spieren zich ontspannen, zich openen voor hem. Haar handen grijpen zijn haar, haar nagels in zijn schedel, en ze gebruikt hem—echt gebruiken—haar heupen bewegend over zijn gezicht alsof hij een speeltje is, een object voor haar genot.
Wanneer ze eindelijk opstaat, is zijn gezicht nat, bedekt met haar nattigheid, en hij hijgt, zijn longen brandend van de inspanning. Ze kijkt naar hem, naar zijn pik die nog steeds hard staat, naar zijn borstkas die op en neer gaat, naar zijn gezicht dat glanst van haar vocht.
"Smeek," zegt ze.
"Alsjeblieft." Het woord komt er zonder nadenken uit, een reflex, een overlevingsinstinct. "Laat me klaarkomen. Ik kan niet—het doet pijn—"
Haar hand klapt tegen zijn bil. Hij schrikt, trekt aan zijn bindingen, maar er is geen ontsnappen.
"Je hebt geen pijn," zegt ze. "Je hebt verlangen. Dat is iets anders."
Ze loopt om de bank heen, haar handen over zijn schouders glijdend, over zijn rug, naar beneden tot ze zijn billen bereiken. De huid is nog warm van haar eerdere klappen, en ze voelt erlangs, de contour volgend, de spieren die zich spannen onder haar aanraking.
"Mooi rood," mompelt ze. "Maar het kan roder."
De eerste klap komt zonder waarschuwing. Haar hand is groot, haar pols sterk, en de klap is scherp als een zweep. Ron kreunt, zijn voorhoofd tegen zijn knieën drukkend, maar de houding maakt het erger—maakt zijn bil meer gespannen, meer gevoelig.
"Nog een keer," zegt ze, en slaat weer.
En weer. En weer. Telkens wanneer hij smeekt, telkens wanneer hij vraagt om klaar te komen, komt de klap. Haar hand wordt warm, rood van het slaan, en zijn billen gloeien, de huid gevoelig en gezwollen.
"Je hebt geen wil," zegt ze, haar stem steeds als een commando, onverstoord door de inspanning. "Je hebt geen verlangen. Je hebt alleen mij. Mijn commando. Mijn toestemming."
Ze stopt. Haar hand rust op zijn gloeiende bil, warmte overbrengend, troostend op een manier die pervers aanvoelt. Ron hijgt, zijn lichaam trillend, zijn pik bonkend tegen zijn buik zonder aanraking, zonder opluchting.
"Stilte," zegt ze. "Geen smeken meer. Geen woorden. Alleen ademhaling."
Ze wacht. De tijd strekt zich uit, elastisch en zwaar. Ron's lichaam schreeuwt om ontlading, elke zenuw en spier gespannen tot het punt van pijn. Hij telt zijn ademhaling—in, uit, in, uit—probeert zijn gedachten te beheersen, maar ze blijven terugkeren naar haar, naar de zwaarte van haar op zijn gezicht, naar de smaak van haar, naar het geluid van haar orgasme.
Hij weet niet hoe lang het duurt. Minuten? Uren? De kaars brandt lager, het licht verschuift over de vloer. Ilse heeft zich op de armleuning van de bank geïnstalleerd, haar benen gekruist, alsof ze een theaterstuk observeert. Haar ogen verlaten hem nooit, noteren elke huivering, elke stuiptrekking van zijn onbevredigde pik.
Wanneer ze eindelijk opstaat, is zijn lichaam een gespannen snaar, klaar om te breken.
"Je hebt het goed gedaan," zegt ze, en er is iets van trots in haar stem, iets dat hem warmer maakt dan de pijn. "Je verdient... iets."
Ze knielt voor hem, tussen zijn gespreide benen. Haar handen omvatten zijn dijen, haar duimen drukkend in de zachte huid binnen aan zijn knieën, en hij kreunt, de aanraking na al die tijd bijna te veel.
"Niet klaarkomen," zegt ze, "tot ik het zeg."
Haar tong—warm, nat, onverwacht—likt langs de onderkant van zijn eikel. Ron's rug buigt, zijn hoofd achterover smakkend tegen de rug van de bank. De sensatie is zo intens dat het pijn doet, een elektrische schok die door zijn ruggengraat schiet, hij wil klaarkomen, hij wil spuiten, desnoods tegen het plafond, zoveel druk staat er op zijn pik.
"Ah—" Het geluid is onmenselijk, een kreun die diep uit zijn buik komt.
Ze doet het weer. En weer. Haar tong cirkelt, vindt de plek net onder de rand waar de zenuwen dicht bij elkaar liggen, waar een aanraking genoeg is om gek van te worden. Haar handen glijden omhoog, omvatten zijn ballen, kneden ze zacht terwijl haar tong werkt.
"Alsjeblieft," hijgt hij. "Alsjeblieft, laat me—"
"Nee." Haar stem is gedempt, vervormd door haar positie, maar de autoriteit is onverminderd. "Nog niet."
Ze trekt haar hoofd terug. Haar lippen glanzen van zijn vocht, haar ogen fonkelen in het kaarslicht. Dan—dan omvatten haar handen hem, beide handen, haar vingers om zijn lengte gewikkeld.
"Nu," zegt ze. "Nu mag je, kom voor me, spuit.”
Ze trekt. Hard, snel, een ritme dat geen genade kent. Haar handen glijden over zijn huid, de wrijving brandend, en hij voelt het komen—voelt het zich opbouwen in zijn onderbuik, een golf die niet te stoppen is.
"Ah! Ah! Ik—" Zijn stem breekt. Zijn lichaam verstijft, elke spieraanspanning, en dan—
Het is geen ejaculatie. Het is een explosie. Zijn sperma spuit omhoog, een krachtige straal die zijn eigen gezicht raakt, zijn borstkas, de bank achter hem. Een tweede golf volgt, even krachtig, en een derde, minder maar nog steeds intens. De witte draden hangen aan zijn kin, zijn schouders, druipen over zijn buik.
Ron's kreun is lang, diep, een geluid dat hij niet herkent als van zichzelf. Zijn lichaam schokt, na-golven van genot die door hem heen trekken, en hij is leeg, volledig leeg, alsof ze alles uit hem heeft getrokken.
Ilse laat hem los. Haar handen zijn bedekt met zijn vocht, en ze brengt ze naar haar mond, haar tong uitstekend om te proeven. Haar ogen sluiten even, een gebaar van genot dat hem nog meer doet gloeien.
"Goed," zegt ze. "Zo moet dat."
Ze staat op, loopt naar de keuken, en komt terug met een vochtige doek. Ze veegt zijn gezicht schoon, zijn borstkas, methodisch en efficiënt, alsof ze een kind wast of een paard verzorgt. Wanneer ze klaar is, maakt ze zijn bindingen los—eerst zijn enkels, dan zijn polsen.
Ron's armen vallen naast zijn lichaam, gevoelloos en zwaar. Hij kijkt naar haar, naar het profiel dat het kaarslicht vangt, en voelt iets in zijn borstkas—iets dat hij niet kan benoemen, iets dat groter is dan dankbaarheid.
"Dank je," zegt hij, en zijn stem is hees, gebroken.
Ilse draait zich naar hem toe. Haar hand rust op zijn wang, haar duim strelend over zijn jukbeen. "Nu moet je weer rustig opbouwen," zegt ze, resoluut, onverzettelijk. "Want vanavond hebben we je weer nodig."
Ze staat op, haar jurk nog nat, haar haren in de war. De kaars flakkert, bijna opgebrand, en in het schemerlicht ziet ze eruit als een godin—een godin van pijn en genot, van controle en overgave.
"Rust uit," zegt ze, en loopt naar de deur. "Ik kom je halen wanneer we klaar zijn."
De deur valt dicht. Ron blijft zitten, zijn lichaam zwaar van vermoeidheid en bevrediging, zijn geest al dromend van wat de avond zal brengen.
Meer verhalen die je waarschijnlijk leuk vindt
- Fantasie (9.0) door Fantasie25016
- Dominant Bezoek (9.0) door Verhalendoortom
- Bezoek Aan Ikea (8.8) door Poppy89
- De Wilde Rit (9.0) door Syb De Ridder
- Zacht Als Een Veer (8.6) door Samian
- Geile Dominante Meid (8.7) door SanderDJ
- Tegenwerking? Gewoon Neuken! (8.3) door Jip4711
- Volledige Overgave (8.2) door Twenty4-7
- De Meedogenloze Dominantie (8.9) door Arrownl
- Julia’s Zakenreis (9.2) door Boris Verhaal
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10


