De zon is al bijna verdwenen achter de horizon wanneer Bets beseft dat ze geen idee meer heeft waar ze zich bevindt. Wat begon als een avontuurlijke wandeling vanaf de buitenpost, waar de chauffeur haar die ochtend heeft afgezet, is uitgemond in een desoriënterende dwaaltocht door een landschap dat steeds vreemder en onherbergzamer wordt. De stoffige paden waarop ze uren geleden nog liep, hebben zich opgelost in een wirwar van roodbruine aarde, lage doornstruiken en grillige rotsformaties die in het schemerlicht allemaal op elkaar beginnen te lijken.
Haar telefoon ligt al sinds de middag als een dode steen in haar zak, zonder bereik en met een batterij die in een laatste, wanhopige knippering één procent aangeeft. De chauffeur zou pas de volgende dag terugkomen. ten minste, dat was het plan geweest, voordat zij had besloten een ander pad te nemen, aangetrokken door de belofte van een waterval die een lokale gids had beschreven. Nu is er alleen nog schemering, een paarse gloed die snel wegzinkt in een diep, onheilspellend blauw.
In de verte hoort Bets iets dat op stemmen lijkt, een onregelmatig gemompel dat door het stille landschap draagt. Dat geluid wordt meteen het enige ankerpunt in een omgeving die plotseling veel te groot en leeg voelt. Ze loopt ernaartoe, sneller dan verstandig is, haar wandelschoenen vol stof, haar keel droog van de hitte van de dag, haar hart bonzend op dat dunne koord tussen opluchting en een diepe, ongrijpbare angst.
Wanneer ze de eerste hutten ziet, voelt ze even zo'n krachtige verlichting dat haar knieën er bijna van week worden. Laaggebouwde huizen van leem en riet, gegroepeerd rond een open plein. Een handpomp die glinsterend water opvangt in een stenen bak. Een paar oude motoren, roestig maar functioneel. Houten kraampjes die voor de nacht worden afgedekt met zeildoek. Licht dat uit een deuropening valt. Rook van een vuur waar iets op braadt. Leven.
Maar op het moment dat Bets het plein oploopt, verandert de sfeer. Niet abrupt. Eerst subtiel, bijna onmerkbaar. Een gesprek dat midden in een zin stilvalt. Een hoofd dat haar kant opdraait. Nog een. Toen meer. Mannen die verspreid over het plein hadden gestaan — pratend, rokend, spullen verplaatsend — lijken één voor één op te merken dat er een vreemde het dorp is binnengelopen. Binnen enkele seconden voelt Bets hun aandacht als een fysieke druk op haar huid, warm en zwaar en onmogelijk te negeren.
Ze stopt midden op het plein. Dat is haar eerste fout. Stilstaan maakt je zichtbaar. Twijfel maakt je kwetsbaar.
De mannen komen niet meteen dichterbij, maar hun blikken sluiten zich wel om haar heen. Sommigen blijven waar ze staan, als versteend. Anderen zetten een paar stappen naar voren, niet haastig, niet luid. Juist dat beheerste, die geruisloze beweging, maakt het erger. Ze telt er eerst zes, dan tien, dan raakt ze de tel kwijt. Tientallen ogen. Tientallen gezichten, allemaal donker, allemaal vreemd. Geen van allen bekend. Geen van allen leesbaar.
Bets slikt. Haar mond is droog, haar tong plakt aan haar gehemelte.
“Hello?” zegt ze, en haar eigen stem klinkt veel te dun in de open ruimte, bijna kinderlijk in haar onschuld. “I need help. I'm lost.”
Niemand antwoordt meteen.
Eén van de mannen, ouder dan de rest, met een stofjas die ooit grijs is geweest en een rechte, militaire houding, zegt iets snel in een taal die zij niet begrijpt — een staccato van harde medeklinkers en rollende r's. Er gaat een rimpeling door de groep, een onzichtbare golf van communicatie. Twee jongere mannen lopen verder het plein op, langzaam, alsof ze een
wild dier niet willen laten schrikken. Bets doet instinctief een stap achteruit.
Daarmee verschuift de spanning, als een sluipend dier dat plotseling toeslaat.
Nog meer mannen kijken nu op. Er gaan stemmen op aan de rand van het plein, laag en onverstaanbaar. Er openen deuren, het piepen van hout op verroeste scharnieren. Schaduwen bewegen in de stegen tussen de huizen, onherkenbare vormen die naderen. Voor Bets voelt het ineens alsof het hele dorp wist dat ze er was en alsof elk mogelijk pad terug al was dichtgevallen, elk lichtje in de verte gedoofd.
Ze draait zich half om, op zoek naar een uitgang, maar achter haar ligt alleen de donkere weg waarlangs ze gekomen was — en inmiddels staan daar ook al twee mannen, silhouetten tegen de laatste paarse gloed van de ondergaande zon.
Ze is omsingeld.
Niet schouder aan schouder, niet als een strakke kring, maar los genoeg om het erger te maken. Overal waar ze kijkt, staat iemand. Aan de pomp. Bij een kraam. Voor een deur. Naast een brommer. Alsof het plein zich had gevuld zonder dat ze één duidelijke beweging had gezien, alsof de stilte zelf mannen had gebaard.
Haar ademhaling schiet hoger in haar borst, sneller, oppervlakkiger.
“Please,” zegt ze nu, harder, bijna smekend. “I don't understand. I just need a place to stay. One night. Please.”
De oudere man komt nog een paar stappen dichterbij. Zijn gezicht staat strak, niet wreed maar ernstig, ingevreten door jaren van hard werken onder een verzengende zon. Hij zegt weer iets, deze keer trager, nadrukkelijker. Dan wijst hij niet naar haar, maar achter haar. Naar de weg.
Bets verstond hem nog steeds niet, maar de boodschap voelde ineens niet als een dreiging.
Ga weg.
Nee — niet weg.
Weg daarvandaan.
De mannen op het plein reageren onmiddellijk. Blikken schieten naar Bets, dan naar de oudere man, dan weer terug. Stemmen klinken nu wel luid, kort, scherp, een staccato van onverstaanbare woorden die in de schemering weergalmen. Iemand dooft een lamp, het licht verdwijnt in een flakkerende gloed. Iemand anders trekt een kind een deuropening in, het piepen van de deur schrijnt door de spanning. De cirkel om Bets heen wordt strakker, de mannen komen dichterbij, ze kunnen haar bijna
aanraken, de warmte van hun lichamen dringt tot haar door.
Sommige van hen hebben nog nooit een blanke gezien.
Toen pas begrijpt Bets het.
De oudere man grijpt haar plots stevig bij haar arm, zijn vingers graven zich in haar zachte vlees. Bets verstijft, haar lichaam wordt rigide van schrik, maar hij sleurt haar naar het midden van het plein — in het open zicht, waar de laatste restjes daglicht haar nog kunnen vinden. Een jongere man komt dichterbij, hijgend, zijn ogen groot en donker in zijn gezicht. Hij kijkt één keer naar Bets alsof hij nog steeds niet weet wat hij met haar aan moet, deze vreemde, bleke verschijning in haar geruite kiel en vlechtjes. En dan duwt hij haar neer, zijn handen hard op haar schouders, de kracht van zijn jonge, gespierde lichaam onmiskenbaar gebruikend.
Bets valt op de stoffige grond, haar knieën smakken tegen de harde aarde, haar handen vliegen naar voren om haar val te breken. Stof wervelt omhoog, kietelt in haar neus, prikt in haar ogen. Voor ze kan ademen, voelt ze al handen op haar lichaam — niet één paar, maar meerdere, van alle kanten tegelijk. Ruwe, eeltige handen die jaren van landwerk hebben gekend, die de aarde kennen en nu haar zachte, onbekende huid verkennen.
De jongere man — hij kan niet ouder zijn dan twintig, met een slank maar gespierd lichaam en ogen die in het schemerlicht bijna amberkleurig lijken — laat zich op zijn knieën naast haar vallen. Zijn handen grijpen haar geruite kiel, die stof die haar
moeder ooit heeft geweven, en scheuren hem open met een rafelig, wreed geluid. De knopen springen, de stof geeft mee, en plotseling ligt haar borstkas bloot aan de warme avondlucht. Haar D-cup borsten, die stevig en jong zijn, vallen zwaar naar buiten, de tepels onmiddellijk hard door de plotselinge blootstelling en de angst die door haar lijf giert.
De jongere man aarzelt geen moment. Zijn mond daalt op haar borst, zijn
lippen vinden haar tepel en zuigen hard, zijn tong cirkelt ruw over de gevoelige huid. Bets kreunt — het is geen bewuste keuze, het ontsnapt uit haar keel als een dierlijk geluid, een mengeling van afschuw en iets wat haar lichaam verraadt. Want ondanks de angst, ondanks de handen die haar vasthouden en de stof die in haar wangen prikt, reageert haar lichaam. Haar kut wordt nat, een smerig, verradelijk vocht dat ze niet kan controleren.
Meer handen. Altijd meer handen. Iemand trekt aan haar vlechtjes, de blonde strengen die haar moeder zo zorgvuldig heeft gevlochten, gebruikt ze als handvat om haar hoofd naar achteren te trekken. Haar nek spant zich, haar keel ligt bloot, en ze kijkt omhoog naar een hemel die inmiddels bijna helemaal donker is, de eerste sterren die twinkelen boven dit helse tafereel.
De jongere man heeft haar kiel helemaal open gescheurd nu, de stof hangt in lappen om haar heupen. Zijn handen grijpen haar borsten, knijpen hard in het zachte vlees, laat zijn vingers in de huid zinken. Zijn mond is terug op haar tepel, zuigend, bijtend, en Bets voelt hoe haar lichaam reageert, hoe haar heupen onwillekeurig naar voren stoten, naar die mond, naar die handen, naar iets wat ze niet wil maar wel nodig heeft.
Achter haar, iemand die ze niet kan zien, grijpt haar heupen. Grote, ruwe handen die haar broek naar beneden trekken, de stof die over haar dijen schuurt. Haar kont komt bloot, rond en jong en bleek in het schemerlicht, en ze voelt hoe de koude lucht erover strijkt, gevolgd door een warme adem die dichtbij komt.
De jongere man laat haar borsten los, zijn gezicht komt omhoog, en voor het eerst kijkt hij haar recht in de ogen. Zijn ogen zijn donker, bijna zwart in dit licht, met een glans die ze niet kan plaatsen — geen wreedheid, maar iets anders, iets ouders en primitievers. Hij zegt iets, een enkel woord in die onbekende taal, en dan kust hij haar.
Het is geen zachte
kus. Zijn mond drukt hard op de hare, zijn lippen dwingen haar mond open, zijn tong dringt naar binnen en verovert haar. Bets kreunt in zijn mond, een geluid dat hij met zijn eigen kreun beantwoordt, en ze voelt hoe haar lichaam haar volledig overneemt, hoe de angst transformeert in iets anders, iets dat brandt en eist en niet meer wil stoppen.
De handen op haar heupen trekken haar naar achteren, naar beneden, en ze voelt iets hards tegen haar billen drukken. De jongere man houdt haar gezicht vast, zijn vingers in haar vlechten, en kust haar nog harder, alsof hij haar wil opzuigen, alsof hij haar wil verteren. En achter haar, zonder waarschuwing, dringt een grote, zwarte lul haar natte kut binnen.
Bets schreeuwt in de mond van de jongere man, haar lichaam verstijft van de plotselinge vulling, de pijn en de extase die door elkaar heen lopen. De man achter haar — ouder, zwaarder, met een buik die tegen haar billen slaat — begint meteen te stoten, harde, diepe stoten die haar hele lichaam doen schudden. Zijn handen grijpen haar heupen, zijn vingers graven zich in haar vlees, en hij gebruikt haar als een gebruiksvoorwerp, een object, een warme plek om in te komen.
De jongere man laat haar mond los, zijn adem hijgend tegen haar gezicht, en kijkt naar beneden, naar waar ze verbonden is met de andere man. Zijn ogen zijn wijd, zijn mond half open, en hij zegt iets dat klinkt als bewondering, of als verwondering. Dan grijpt hij haar borsten weer, harder deze keer, zijn vingers diep in het zachte vlees, en hij buigt zijn hoofd om haar tepel in zijn mond te nemen, bijtend, zuigend, terwijl de andere man doorgaat met stoten, stoten, stoten.
Bets is verdwenen. Er is geen Bets meer, geen achttienjarig meisje met blonde vlechten en een geruite kiel. Er is alleen nog maar een lichaam, een holte, een reagerend ding dat kreunt en beweegt en vloeit. Haar kut is nat, soppend nat, de lul van de man die haar van achteren neukt glijdt moeiteloos in en uit, de slurpende geluiden die het maakt vermengen zich met haar eigen kreunen en het gezucht van de jongere man die haar borsten behandelt.
Dan voelt ze iets anders. Een hand die tussen haar benen glijdt, vingers die haar clitoris vinden, wrijvend over de gevoelige knobbel. Het is de jongere man, zijn hand diep tussen haar benen, terwijl zijn mond nog steeds aan haar borst zuigt. Hij wrijft hard, ongemanierd, zijn vingers nat van haar vocht, en Bets voelt hoe er iets opbouwdt, iets enorms, iets dat ze niet kan stoppen en niet wil stoppen.
De man achter haar verandert zijn ritme, zijn stoten worden korter, harder, onregelmatiger. Zijn adem komt in hijgende stoten, zijn handen grijpen haar heupen zo hard dat ze weet dat er morgen blauwe plekken zullen zijn. Hij mompelt iets, een woord dat ze niet verstaat maar wel de betekenis van voelt: nu, nu, nu.
Hij komt klaar met een diepe, dierlijke kreun, zijn lul pulserend in haar kut terwijl hij haar diep, diep vult met zijn zaad. De hitte ervan, de vloeibaarheid, het gevoel van vol worden, van gevuld worden, van in bezit genomen worden — het stuwt Bets over de rand. Ze kreunt, een lang, golvend geluid dat uit het diepst van haar keel komt, terwijl de jongere man nog steeds haar clitoris wrijft, nog steeds haar tepel bijt, en haar kut samentrekt rond de pulserende lul van de man die haar van achteren vasthoudt, diep in haar, zijn zaad druipend uit haar wanneer hij terugtrekt.
Ze blijft hangen, ondersteund door handen die haar niet loslaten, haar lichaam trillend, haar adem in hijgende stoten. De jongere man laat haar borsten los, kijkt naar haar gezicht, naar de uitdrukking die erop ligt — geen angst meer, geen schrik, maar iets anders, iets dat hij herkent. Hij zegt iets, een vraag, een uitnodiging, en zonder te wachten op antwoord grijpt hij haar bij haar arm, trekt haar overeind, haar kiel die in lappen om haar heupen hangt, haar borsten die zwaar en bloot naar voren hangen, bedekt met sporen van zijn mond.
Hij leidt haar naar de rand van het plein, waar meer mannen staan te wachten. Sommigen hebben zich ondertussen bevrijd van hun broeken, hun lullen hard en donker in de schemering, klaar voor hun beurt. Anderen kijken nog toe, hun ogen glinsterend in het licht van de laatste vuurtjes die op het plein branden. Bets voelt hoe de handen van de jongere man haar draaien, haar buigen, haar positioneren op handen en knieën op de stoffige grond. Haar kont wijst omhoog, haar kut — nog nat, nog open, nog druipend van het zaad van de eerste man — blootgesteld aan de koele avondlucht.
De jongere man knielt achter haar, zijn handen op haar heupen, zijn lul — hard, donker, groter dan ze verwacht had — tegen haar soppende opening. Hij duwt, zonder waarschuwing, zonder tegemoetkoming, en glijdt diep naar binnen, zijn lul die haar vult op een andere manier dan de vorige, die haar strekt, die haar opent, die haar opnieuw maakt tot een holte, een hulpstuk, een ding dat bestaat om geneukt te worden.
Bets kreunt, haar voorhoofd tegen de grond gedrukt, haar handen in de stof knijpend. De jongere man begint te stoten, hard, diep, zonder genade, zijn heupen die tegen haar billen slaan met een vleesachtig, ritmisch geluid dat door het plein weergalmt. Om hen heen bewegen andere mannen, komen dichterbij, hun lullen in hun handen, wachtend op hun beurt, hun ogen op haar gericht, op haar bewegende lichaam, op de plek waar de jongere man in en uit haar glijdt.
De gangbang is begonnen.
De jongere man stoot nog een paar keer diep in haar kut, zijn donkere heupen slaan tegen haar blanke billen met een natte klets, en dan trekt hij zich terug. Zijn pik glijdt eruit met een zuigend geluid, en Bets voelt hoe zijn warme zaad direct uit haar open spleet druipt, over haar dijen naar beneden sijpelt. Ze ligt nog op handen en knieën, haar blonde vlechtjes hangen naar voren, haar D-cup borsten bungelen zwaar onder haar, de tepels nog hard en rood van het zuigen en bijten.
Voordat ze kan opkijken, voelt ze al de volgende handen. Twee mannen pakken haar tegelijk, een aan haar linkerkant, een aan haar rechterkant. Ze draaien haar om, leggen haar op haar rug op de harde lemen grond, en haar benen worden wijd gespreid. De eerste pik dringt direct haar kut in, groter dan de vorige, en ze kreunt luid terwijl hij haar diep neemt. De tweede man knielt naast haar hoofd, zijn zwarte lul stijf en pulserend, en duwt hem tegen haar lippen. Bets opent haar mond automatisch, nog steeds in de war van de intensiteit, en hij glijdt naar binnen, over haar tong, tegen haar verhemelte.
Ze wordt gelijktijdig van voren en achteren gebruikt, haar lichaam niets meer dan een object voor hun
lust. De man in haar kut stoot hard, zijn donkere buik spant zich terwijl hij haar neemt, en de man in haar mond grijpt haar blonde vlechtjes vast, gebruikt ze als handvatten om haar hoofd te bewegen naar het ritme dat hij wil. Ze hoort de natte geluiden, het slurpen van haar mond om zijn pik, het kletsen van zijn lul tegen haar lippen wanneer hij te ver terugtrekt, en dan weer diep naar binnen duwt tot haar neus in zijn kruishaar drukt.
Meer mannen komen dichterbij, trekken aan hun lullen terwijl ze
toekijken. Bets ziet hen in haar wazige peripheral vision, tientallen donkere gestalten die zich om haar heen verzamelen, hun ogen gefixeerd op haar blanke lichaam dat gebruikt wordt. Sommigen masturberen langzaam, anderen sneller, allemaal wachtend op hun beurt om haar te nemen, om hun zaad over haar te spuiten.
De man in haar kut komt klaar, een diep gegrom ontsnapt zijn keel terwijl hij zich diep in haar begraaft en blijft liggen, pulserend. Zijn sperma vult haar, warm en dik, en wanneer hij zich terugtrekt, stroomt het eruit, mengt zich met het vocht van haar eigen opwinding dat haar dijen nat maakt. Meteen neemt een andere man zijn plaats in, deze keer achter haar, en hij richt zijn pik op haar kontgaatje. Bets voelt de druk, het branden van de penetratie terwijl hij zichzelf naar binnen werkt, haar kontje wordt uitgerekt door zijn dikke zwarte lul.
De man in haar mond trekt zich terug, en voordat ze kan ademhalen, spuit hij over haar gezicht. Het warme zaad treft haar wangen, haar voorhoofd, druipt in haar ogen die ze automatisch sluit. Ze proeft het op haar lippen, voelt het over haar kin sijpelen, terwijl de volgende man al zijn plaats inneemt en zijn pik in haar mond duwt, nog nat van zijn eigen voorvocht.
De anale penetratie intensifieert, de man achter haar grijpt haar heupen vast, zijn vingers graven in haar zachte vlees terwijl hij haar kontje neemt met harde, diepe stoten. Bets kreunt om de pik in haar mond heen, het geluid gedempt, en ze voelt hoe haar lichaam reageert, hoe haar kut zich samenknijpt van de stimulatie, hoe ze ondanks zichzelf weer op het punt komt van een orgasme.
Meer handen raken haar aan. Iemand kneedt haar borsten, trekt aan haar tepels, rolt ze tussen duim en wijsvinger. Een andere hand glijdt naar haar kut, vingert haar terwijl ze anaal geneukt wordt, en Bets schokt, haar rug buigt van de intensiteit. Ze komt klaar, een langgerekt kreunen dat om de pik in haar mond heen vibreert, en de man die haar vingert lacht, zegt iets in die onbekende taal, en de anderen antwoorden met instemmende geluiden.
De man in haar kont komt klaar, zijn sperma spuit diep in haar darmen, en wanneer hij zich terugtrekt, stroomt het eruit, over haar billen, tussen haar dijen. Meteen neemt een andere man zijn plaats, deze keer in haar kut, en Bets voelt hoe ze dubbel gevuld wordt, hoe haar gaten overstromen van sperma en nog steeds gebruikt worden, een na een, zonder pauze.
Tientallen mannen nu, meer dan ze kan tellen. Ze worden afgewisseld in haar mond, haar kut, haar kont. Soms twee tegelijk, soms drie. Handen overal, op haar borsten, haar buik, haar dijen. En steeds meer sperma, over haar hele lichaam. Mannen die niet eens wachten om haar te nemen, die gewoon over haar heen trekken en spuiten, hun warme lading over haar borsten, haar buik, haar gezicht. Het druipt van haar, plakt in haar blonde vlechtjes, loopt in haar ogen die ze niet eens meer kan openen van de lagen zaad.
Ze voelt zich zwaar, verzadigd, haar lichaam een speelbal geworden voor hun collectieve lust. De geur overmeestert haar, zout en muskusachtig, de geur van tientallen mannen die over haar heen zijn gekomen. Ze ligt op de lemen grond, haar benen wijd, haar armen naast haar lichaam, en laat het gebeuren. Haar bewustzijn vernauwt zich tot pure
sensatie, de druk van pikken in haar gaten, het warme spuiten over haar huid, de handen die haar gebruiken.
Een man komt klaar in haar mond, en ze slikt automatisch, proeft de bittere smaak, voelt het in haar keel glijden. De volgende spuit over haar gezicht, en dan de volgende, en de volgende. Het sperma vormt een masker over haar gelaat, druipt van haar kin, plakt haar wimpers aan haar wangen. Haar borsten zijn wit bedekt, de dikke lagen zaad glanzen in het licht van de vuren die om het plein heen branden.
Bets opent haar ogen een beetje, door de sperma heen, en ziet de vrouwen van de stam. Ze staan aan de rand van het plein, schaduwen in de schemering, sommigen met hun handen tussen hun benen. Ze ziet een jonge vrouw, donker en naakt behalve voor een kort grasrokje, die haar eigen kutje vingert terwijl ze toekijkt, haar andere hand op haar borst, de tepel tussen haar vingers gerold. Een oudere vrouw, zwaarder gebouwd, staat met gespreide benen, haar vingers diep in haar eigen spleet, bewegend in het ritme van de mannen die Bets neuken.
De aanblik van hen, zichzelf bevredigend terwijl zij gebruikt wordt, stuwt Bets over een nieuwe drempel. Ze komt weer klaar, harder deze keer, haar hele lichaam schokkend terwijl een man diep in haar kut spuit, haar vagina pulserend om zijn pik terwijl hij haar vult. Het sperma loopt uit haar, over haar billen, op de grond, vormt een plas onder haar.
En nog steeds komen er mannen. De jongere man die haar kiel openscheurde is terug, hij duwt zijn pik in haar mond zonder waarschuwing, en Bets zuigt automatisch, haar tong bewegend over zijn eikel, proevend de zoutigheid van zijn voorvocht. Hij komt snel, zijn lading spuitend in haar keel, en trekt zich terug met een tevreden zucht.
De oude man, Chief Maba, komt nu naar voren. De anderen maken iets meer ruimte, nemen afstand, hun handen nog steeds op hun lullen maar hun bewegingen vertragend. De stilte die valt is bijna tastbaar, onderbroken alleen door het zware ademhalen van de mannen en het natte geluid van Bets' eigen lichaam dat sperma uitscheidt.
Chief Maba staat boven haar, zijn okerkleurig kleed valt open, en Bets ziet zijn pik. Ondanks zijn leeftijd, zijn rimpelige gezicht, is hij enorm. Dikker dan de anderen, donkerder, met aderen die prominent zichtbaar zijn onder de glanzende huid. Hij trekt er langzaam aan, zijn ogen op haar gericht, die rustige maar doordringende blik die haar doorboort.
Bets ligt stil, haar borsten zwaar van het sperma dat erop gedroogd is, haar gezicht een masker van zaad, haar gaten open en lekkend. Ze voelt zich leeg, gebruikt, volledig overgeleverd. En toch, wanneer Chief Maba naar haar mond wijst, opent ze die automatisch. Haar lippen speren zich, haar tong ligt zwaar in haar mond, bedekt met de smaak van tientallen mannen.
Hij trekt sneller nu, zijn hand beweegt over zijn lengte met een ervaren ritme. Zijn andere hand rust op zijn heup, zijn kleed valt verder open, en Bets ziet zijn zware ballen, vol en donker. Hij mompelt iets in die onbekende taal, een diep, resonant geluid, en de anderen antwoorden met een soort gezang, een ritmisch geluid dat door het plein echoot.
Op het hoogtepunt stapt hij dichterbij, zijn pik gericht op haar open mond. Het eerste spuit krachtig, treft haar verhemelte, vult haar mond met een warme, dikke lading. Het tweede spuit over haar tong, het derde over haar lippen. Hij blijft trekken, meer sperma stromend, en Bets slikt automatisch, voelt het in haar keel zakken, de smaak
intens en overheersend. Het druipt uit haar mondhoeken, over haar kin, mengt zich met de lagen zaad die er al zaten.
Chief Maba trekt zich terug, zijn pik nog pulserend, en steekt zijn hand op. De dorpsbewoners breken uit in gejuich, een opgewonden, triomfantelijk geluid. Ze slaan op hun borst, stampen met hun voeten, en Bets ligt daar, volledig ondergespoten, haar lichaam één groot oppervlak van sperma. Het zit in haar haar, op haar wimpers, over haar borsten en buik, tussen haar benen, in haar gaten. Ze voelt het gewicht ervan, de warmte, de plakkerige textuur die haar huid bedekt.
Ze weet niet wat te doen. Haar gedachten zijn een warboel van sensatie en leegte. Ze is geen persoon meer, geen Bets, dochter van Harm en Mathilde, met haar blonde vlechtjes en haar rode-geblokte kiel die nu ergens in de modder ligt, verscheurd. Ze is een object, een offer, een speelbal voor hun lust. En ergens, diep onder de schaamte en de verwarring, voelt ze een vreemde, verdovende bevrediging.
De dorpsvrouwen komen nu naar voren, uit de schaduwen waar ze zichzelf hadden bevredigd. Ze dragen bakjes water, gemaakt van gedroogde kalebassen, en stoffen doeken die zacht en warm aanvoelen. De jonge vrouw met het grasrokje knielt naast Bets' hoofd, haar vingers nog nat van haar eigen kut, en begint voorzichtig Bets' gezicht te wassen. Het water is warm, aangenaam, en de doek glijdt over Bets' voorhoofd, haar wangen, haar kin, verwijderend de dikke lagen sperma.
Een oudere vrouw, met zware borsten en een ketting van schelpen om haar middel, wast Bets' borsten. Haar handen zijn zacht maar doeltregerend, het water spoelt het zaad van de zware rondingen, over de harde tepels die nog steeds opgericht zijn. Bets kreunt zacht, onwillekeurig, wanneer de vrouw over haar tepels wast, en de vrouw glimlacht, zegt iets zachtjes tegen de anderen die lachen.
Een derde vrouw, mager en met lange vlechten, wast tussen Bets' benen. Haar handen zijn grondig, het water spoelt door haar kut, haar kont, verwijderend het sperma dat er nog steeds uit druipt. Bets voelt de vrouwelijke aanraking, anders dan de ruwe mannenhanden, en haar lichaam reageert weer, ondanks haar uitputting. Haar kut trekt samen, een laatste pulsering van opwinding, en de vrouw merkt het, zegt iets spottends dat de anderen aan het lachen maakt.
Ze wordt overeind geholpen, haar benen trillen, haar knieën willen niet meewerken. De vrouwen ondersteunen haar, hun donkere handen op haar blanke huid, en leiden haar naar een hut aan de rand van het plein. Bets' blik is vaag, haar ogen half dicht, maar ze ziet nog steeds de mannen die toekijken, die nog steeds aan hun lullen trekken, die nog steeds willen. En ze voelt, ergens, dat dit nog niet voorbij is. Dat ze hier is om te blijven, om gebruikt te worden, tot ze niets meer is dan een holle schaal gevuld met hun zaad.
De hut is klein, maar schoner dan ze verwacht had. Een rieten bed, een houten kruk, een koperen lamp die een warm licht verspreidt. De vrouwen leggen haar neer, wassen haar verder, hun handen zacht en ritueel. Ze spreiden een soort olie op haar huid, die glanst in het lamplicht, die haar huid zacht maakt en de geur van sperma verdrijft, vervangt door de geur van zoete kruiden en iets aards, iets dat haar doet denken aan de jungle die om het dorp heen ligt.
Bets ligt stil, laat het over zich heen komen. Haar gedachten drijven, los van haar lichaam. Ze denkt aan thuis, aan de boerderij, aan haar vader en moeder die niet weten waar ze is. Maar de gedachten zijn vaag, ver weg, overschaduwd door de immediatie van haar lichaam, van wat er net met haar is gebeurd, van wat er nog gaat komen.
De vrouwen praten zachtjes onder elkaar, hun onbekende woorden een soort muziek. Een van hen, de jonge met het grasrokje, blijft achter wanneer de anderen vertrekken. Ze zit op de rand van het bed, haar hand rust op Bets' buik, en kijkt naar haar met ogen die zowel medeleven als iets anders bevatten, iets dat Bets niet kan plaatsen.
Bets sluit haar ogen. Haar lichaam doet pijn, op een goede manier, een manier die haar doet weten dat ze leeft, dat ze gevoeld heeft. Haar gaten zijn open, gespannen, vol van de herinnering aan hun pikken. Haar huid is schoon nu, maar ze voelt het sperma nog steeds, als een laag onder haar huid, als een deel van haar geworden.
De nacht valt buiten, de geluiden van het dorp veranderen. Het gejuich is verstomd, vervangen door het rituele geluid van drums, ver weg. Bets laat zich meevoeren door de slaap, of iets dat erop lijkt, haar lichaam zwaar en warm onder de hand van de jonge vrouw die nog steeds op haar buik rust.
En in haar halfslaap, of misschien in haar wakkere dromen, voelt ze hoe de deur van de hut opengaat, hoe er nieuwe schaduwen binnenkomen, hoe er nieuwe handen zich op haar lichaam leggen. Maar ditmaal geef ze zich niet tegen. Ditmaal opent ze haar benen voordat ze gevraagd wordt, ditmaal reikt ze zelf naar de pik die haar aangeboden wordt, ditmaal is zij degene die begint te zuigen, te trekken, te vragen om meer.
Want ergens, in de diepte van wat ze is geworden, heeft Bets Mulder iets gevonden dat ze nooit had verwacht. Niet liefde, niet tederheid, maar iets rauwer, iets dat haar vult op een manier die niets anders kan. De erkenning van haar lichaam als instrument van genot, de bevrijding in volledige overgave. En terwijl de nacht vordert en de mannen terugkomen, een voor een of in groepen, terwijl ze opnieuw gevuld wordt, opnieuw bedekt wordt, opnieuw gebruikt wordt tot ze niet meer weet waar ze eindigt en de nacht begint, houdt ze dit vast. Dit ene, kostbare, vernietigende weten: dat ze hier is, dat ze dit doet, dat ze dit wil.
De jonge vrouw kijkt toe vanuit de hoek, haar eigen hand tussen haar benen, en leert. Leert hoe een blanke vrouw kan smelten onder donkere handen, hoe ze kan smeken in een taal die ze niet spreekt, hoe ze kan komen terwijl ze vernederd wordt. En wanneer Bets' ogen de hare ontmoeten, in een moment van helderheid tussen twee stoten door, is er geen haat, geen medelijden. Alleen maar erkenning. Twee vrouwen, gevangen in het web van mannelijke lust, die elkaar vinden in het meest onwaarschijnlijke van plaatsen.
De ochtend zal komen, en met het daglicht zal er iets veranderen. Chief Maba zal beslissen wat er met haar gebeurt, of ze mag blijven of moet gaan, of ze een gevaar is of een geschenk. Maar die ochtend is nog ver, en de nacht is lang, en Bets Mulder heeft nog zoveel te leren, zoveel te voelen, zoveel te nemen. Haar lichaam, gereinigd maar nooit meer hetzelfde, wacht op het volgende, en het volgende, en het volgende. Eindeloos, zoals de jungle die het dorp omringt, zoals de hemel die boven haar wacht, vol sterren die ze niet kent, in een wereld die haar heeft opgeslokt en haar niet meer zal loslaten.