76.181 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Mini - 410

Door: Keith

Soofie
Soofie (36)
Hou jij van een vrouw die graag nieuwe grenzen en fantasieën ontdekt?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel

Datum: 03-07-2026 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 591
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 50 minuten | Lezers Online: 11

Vervolg op: Mini - 409

De maandag verliep in Gorinchem zonder veel buitenissigheden. Ja, het was druk; net als vorig jaar moesten de laatste eindjes weer aan elkaar geknoopt worden, anders kwamen de diverse boekhouders in de problemen; die wilden het financiële deel allemaal voor de jaarwisseling rond hebben. Nu was dát het grootste probleem van het Backoffice, maar indirect hadden wij er ook mee te maken, omdat er zo links en rechts nog een spoedklus tussendoor kwam. Een wijziging hier een modificatie daar… En dat moest allemaal snel, want voor de jaarwisseling moesten de rekeningen wel weg zijn.
Fred skipte, in overleg met Theo, de middagsport; we beperkten ons tot een stukje wandelen, en daarna ging iedereen weer hard aan de slag. Om vijf uur kwam Joline me halen. “Nu inpakken, Kees. Straks staat Brecht voor een dichte deur, dat kunnen we niet maken!” Dus even later reden we naar huis. In Veldhoven Mocca nog snel even uitlaten en om tien voor zes draaide Joline de sleutel van het appartement om. “Poeh… Nét op tijd. Kees: Jij kookt, ik ontferm me wel over het dessert en dek de tafel. Aan ’t werk!”

Ik was nét de aardappelen aan het schillen toen de benedenbel ging. Op het schermpje zag ik Brecht staan. “Hoi Brecht… Kom binnen, de lift in, 9e verdieping en uit de lift linksaf. Je mag ook met de trap als je wilt.” “Met de trap? Negen verdiepingen? Ben je gek geworden of zo, Kees?” Ze liep naar de lift en ik gniffelde. De toon was weer gezet… Even later ging de voordeurbel en Joline deed open. Ik hoorde ze kletsen in de hal; wát ze zeiden verstond ik niet, maar Joline moest lachen.
Toen kwamen ze binnen en Brecht schoot in de lach toen ze me de aardappelen zag schillen. “Zooo… De heer des huizes op de culinaire toer? Goed zeg… Hoi Kees.” Joline nam het voor me op. “Ja, Kees op de culinaire toer. Gelukkig maar, want dat kan hij beter dan ik. Hij is de Chef de Quisine van Maison Jeunhomme.” “Merci bien, madame…” Ik knikte Joline toe en Brecht keek vragend. “Maison wát?” “Zeker geen Frans in je vakkenpakket gehad, Brecht?” Ze trok haar neus op. “Drie jaar. Toen vond ik het wel genoeg. Wát een rottaal.” Joline legde een arm om haar schouders. “Wij kunnen praten. Ik was er ook geen fan van.”
“Maarre… Hoe noemde jij je huis nou, Joline?” “Maison Jeunhomme. Een vrije vertaling van Jonkman. Eigenlijk van ‘jongeman’, maar als je dat tegen Kees zegt, wordt hij nogal onaangenaam.” Ik gromde. “Er was ooit een dame, nou ja, dame… die die term regelmatig tegen mij liet vallen. Tot en met ‘Die hondsbrutale jongeman van die technische firma’ aan toe. Maar die dame mocht even later een half jaar lang haar beroep niet meer uitoefenen.”
Brecht keek zeer verwonderd. Joline zei: “Lang verhaal. Komt erop neer dat Kees en ik geen vrienden van haar waren.” “Nou, dan zal ik me voortaan maar een beetje inhouden tegen Kees. Als hij zó lichtgeraakt is…” “Jij speelt leuk op een mooi orgel, Brecht. Dan heb ik wat consideratie.” “Wil je voor het eten nog wat drinken, Brecht?” “Een glas water graag, Jolien. Nu geen koffie of thee.” Beide dames gingen op de bank zitten praten.
En Mocca kwam uit zijn mand om even Brecht te begroeten. “Mag ik hem nu wél aanhalen, Joline?” Die knikte. “Mocca is nu ‘vrij’. Hij heeft zijn hesje niet om, dus mag hij nu gewoon ‘hond’ zijn. Als je hem niet te pletter knuffelt… En op de bank mag hij niet.” Brecht ging op de grond zitten, wat Mocca natuurlijk prachtig vond. Hij kwispelde zijn staart er bijna af, kroop bij Brecht op schoot en liet zich lekker aanhalen. Ik weerstond de neiging om een frivole opmerking te maken dat ik ook wel eens hond zou willen zijn; Gezien de ervaringen van het laatste vriendje van Brecht zou die grap wel eens verkeerd kunnen vallen. Dus maakte ik het eten verder maar klaar: Aardappeltjes, spinazie, en een halve krop sla. Geen vlees; er lagen twee eieren op de spinazie en er zat een ei in de sla.
“Dames… het eten is gereed. Komen jullie?” Even later zaten we aan de bar te eten. “Lekker, Kees… Mag ik het recept van die sla? Zo eet ik het thuis nooit!” Ik haalde mijn schouders op. “Niks bijzonders, Brecht. Een beetje olie, een beetje azijn, een paar gesnipperde zilveruitjes, twee in stukje gehakte augurken, een lepel Atjar en als je er zin in hebt, een eetlepel mayonaise. De sla wassen en de nerven er uit halen. Het geheel in een ruime kom doen, goed omhusselen en als laatste een eitje door de eiersnijder halen en de plakjes er op leggen. Klaar. En als je wat ingrediënten voor de dressing mist, kun je de hele dressing vervangen door Sandwichspread. Liefst de variant ‘tomaat en ei’.” Brecht at lekker door. “Nou, hier kun je me voor wakker maken, hoor. ‘Sla’ bij ons thuis is gewoon de hele krop, nou ja, zonder stronk dan, aangelengd met dressing uit een flesje. Punt. Véél minder lekker dan deze variant.” Joline giebelde. “Kees heeft zichzelf leren koken, toen hij twee jaar lang alleen hier woonde…”
Ze vertelde het verhaal van mijn Excelsheet met recepten en Brecht lachte me uit. “Koken met Excel… Laat de baas van Microsoft het maar niet horen!”

Tijdens het eten vertelde Brecht wat meer over haar achtergrond. Ze had een jongere broer en een oudere zus, waar ze goed mee op kon schieten. En ze sprak met waardering over haar ouders. “Oh, er waren jaren dat ik ze soms vervloekt heb, hoor. Maar nu? Zij hebben me altijd gesteund in mijn hobby: muziek. Zijn beiden best muzikaal. Maar mijn Pa was ook keihard; die eiste dat, als ik een carrière in de muziek wilde, dat ik iets ‘achter de hand had’ om op terug te vallen als de muziek niet in m’n levensonderhoud kon voorzien. En hij had gelijk.”
Joline humde bevestigend en Brecht vervolgde: “Een tijd terug heb ik met Greet zitten kletsen over de financiën van een musicus. Ik schrok me kapot! En dan heeft Greet nog geluk: zij heeft een vast inkomen bij Defensie, mét pensioenopbouw. En in onze kerk een vaste vergoeding voor de diensten waarin ze speelt…” Ik bromde: “Ja, maar dat is ook maar een schijntje, Brecht. Hoeveel? 40 euro per dienst, was het toch? Nou, als je ervan uitgaat dat je voor zo’n dienst een uurtje voorbereiding nodig hebt… ‘Even’ de stukken repeteren voor en na de dienst en tijdens de collecte, en de liederen tijdens de dienst… Dan heb je het over 20 euro per uur. En dat terwijl je een Academische opleiding achter de rug hebt. Ik zal je één ding vertellen: voor 20 euro per uur komt Kees Jonkman z’n bedje echt niet uit, hoor.”
Brecht giebelde. “Nee, dat begrijp ik wel. Als Joline naast je ligt…” Meteen kreeg ze een kop als een boei. “Sorry! Dat had ik niet mogen zeggen… Dat flapte er in één keer uit…” We schoten in de lach en Joline zei: “Ik zal het maar als compliment opvatten, Brecht. Maar als je lesbisch was geweest, zou ik er wat van gevonden hebben!” Nu was het de beurt aan Brecht om met een rood hoofd te giebelen, daarna vertelde ze verder.

“Maar goed… Na dat financiële gesprek ben ik eens om me heen gaan kijken naar een leuke opleiding; ik zat toen nog op het VWO. En uiteindelijk is het HBO-P geworden. ten slotte is er altijd wel personeel, dus iemand nodig om dat personeel te managen.” Ze lachte ondeugend. “En je bent als ‘personeelsman of -vrouw’ als eerste op de hoogte als er mensen ontslagen moeten worden… en dan kun je je eigen baantje veilig stellen.” Joline schudde haar hoofd. “Foei. Maar Brecht: vind je HBO-P echt leuk, of is het alleen maar een vangnet?”
Even werd er nagedacht. “Ja, het is leuk. Alle aspecten van iemand z’n loopbaan komen aan bod. Aannamebeleid, opleidingen, coaching, doorgroei, functioneringsgesprekken, indien nodig een interne sanctie, jubilea… om uiteindelijk te eindigen met het netjes begeleiden van iemand richting pensioen. Heel boeiend. En uiteraard ook de dingen waarbij het niét goed gaat: conflicten op de werkvloer waardoor de sfeer verziekt wordt; die moet op enig moment weer dusdanig zijn dat iedereen elkaar weer in de ogen kan kijken. Mensen die hun werk niet of slecht doen, waardoor de organisatie afscheid van hen gaat nemen… Alles komt aan bod. En daarnaast natuurlijk de nodige managements-instrumenten…” Ze keek me schuin aan. “Zoals Excel… Niks voor jou, die opleiding, Kees?” Ik gromde en Joline lachte zachtjes. “Kees als personeelsman? Dan krijgt DT een aannamebeleid, gebaseerd op sportprestaties. En of de sollicitant goed in z’n vak is, boeit niet, zolang hij of zij maar meer dan 2.400 meter loopt bij de Coopertest.”
Ik bleef grommen. “Hé dametje… Pas je een beetje op? Ik heb ondertussen een paar lui bij DT naar binnen gehengeld waar Theo best wel blij mee is! Fred, Gerben, Rogier… En je eigen broertje niet te vergeten. Stuk voor stuk vaklui. En ja, ze konden inderdaad ook een redelijk stukkie rennen.” “Rennen?” Brecht keek verwonderd en Joline knikte. “Ja. Rennen. Doen we twee keer in de week in de middagpauze. En één keer naar fitness. Goed voor je conditie, want we zijn een bedrijf waarbij er veel en lang gezeten wordt. En goed voor de teambuilding.” Ik knikte. “Inderdaad. Waarbij je de laatste werkdag van het jaar in je middagpauze eerst een stuk moet rennen in een sneeuwbui met windkracht 5 á 6, daarna een kouwe sloot in wordt getrapt en vervolgens weer moet terugrennen… Oh, wat goed voor de teambuilding…”
Brecht keek me aan. “De laatste werkdag van het jaar? Dus… vlak voor kerst? En dat gebeurt bij jullie bedrijf? Nou, ik weet nu waar ik niét wil gaan werken…” Joline wees naar mij. “En hij was de trainer, Brecht… Vlak voor we die sloot in sprongen kreeg ik een bloemlezing van vloeken en scheldwoorden te horen van Kees z’n bud Fred… Ik was samen met Fred de veegploeg, dus we zagen Kees de sloot in springen en daarna, één voor één de rest. En wij liepen achteraan. Nog nooit in twintig seconden zoveel militaire verwensingen gehoord…” Ze giebelde en Brecht keek verontrust. “Militaire verwensingen? Jullie werken toch in een civiel bedrijf?”
Ik zuchtte. “Dame, als jij tijdens de uurtjes op de orgelbank goed had opgelet, had je geweten dat ik militair ben geweest. Tegelijkertijd met Greet was ik op missie in Bosnië. Daar hebben we elkaar nooit ontmoet, maar toen ik voor het eerst in de kerk in Eindhoven kwam, kwamen we er achter. Daarom klikt het prima tussen Greet en mij. Zelfde achtergrond. Maar ruim een jaar later ging ik wéér op missie. Afghanistan. En daar werd ik bud van Fred, een reus van twee meter tien. En hij werd mijn bud. We hebben elkaars leven gered: ik heb hem behoed voor het trappen op een grote springlading in een brug, hij heeft mij gered van het slikken van een aantal Taliban-kogels. En nu, ruim tien jaar na Afghanistan, werkt hij bij DT als ICT-er en is hij nog steeds mijn bud. En zijn vrouw Wilma is de bud van Joline. We zijn samen getrouwd. Met z’n vieren. Zelfde gemeentehuis, zelfde receptie, zelfde diner en hetzelfde knalfeest.”
Joline volgde droogjes aan: “Maar voor de veiligheid én om geen praatjes in de wereld te krijgen, hadden we maar twéé bruidssuites gereserveerd…” Brecht schoot in de lach. “Hé, wat vervelend. Hadden ze geen vierpersoons bedden dan?” Joline keek donker. “Er zijn grenzen aan wat goeie vrienden en vriendinnen met elkaar doen, jongedame. Maar… we hadden het over jouw opleidingen en zo! Hoe lang nog voor je klaar bent met HBO-P?” “Nog een half jaar. In Juni hoop ik afgestudeerd te zijn. En daarna: Conservatorium! Heb ik vreselijk zin in!”
Ik knikte. “Dat begrijp ik… En welk conservatorium, Brecht?” Ze straalde. “Den Haag. Dezelfde als Wendy. En ik ben al aangenomen, op voorwaarde dat ik m’n HBO-P diploma kan laten zien. En één van de docenten is een neef van Greet. Ook uit de bekende ‘Zwart-familie’.” Ik bromde: “Nou, lekker dan… Ben je van Greet af, sta je onder het bewind van een andere Zwart.” “Je kunt het slechter treffen, Kees.” Brecht zei het serieus en ik moest knikken. “Je hebt gelijk. Als die neef van Greet dezelfde genen heeft…” Ondertussen was het dessert op. We ruimden af en het spul ging in de afwasmachine.

Joline bonjourde ons de deur uit. “Húp! Jullie gaan je met een orgeltje bezig houden, ik ga nog even studeren. Half negen is er koffie, oké?” “Lekker, schat…” Brecht en ik gingen omlaag en in de berging haalde ik het plastic van het orgeltje af. “Wauw…” was Brecht haar eerste reactie. “Waar hebben jullie dit op de kop getikt, Kees?” Kort vertelde ik het verhaal van de winkel in Gorinchem en ze floot. “Hier heeft iemand met heel veel liefde aan gewerkt, Kees…” Ze bekeek het instrument nauwkeurig. “Twee registers zelfs… En de windlade ziet er goed uit… Geen scheuren…” Ze haalde een ‘stop’, de houten klos die een orgelpijp aan de bovenzijde afsloot, er uit en bekeek die nauwkeurig. “En ook deze stop is prima. Het leer is nog steeds soepel. Dicht goed af. Geen valse lucht naar boven…”
Ze haalde een paneel aan de achterzijde er af en inspecteerde de mechanieken die de bewegingen van de toetsen richting pijpen overbrachten. “Hmmm… Hier zit wat teveel speling op sommige klossen. Die moeten we afstellen, anders voel je dat tijdens het spelen… Kunnen we er wat lucht in krijgen, Kees?” Ik knikte en pakte de stofzuiger. Die zette ik buiten, om het hoekje neer. Het orgeltje ging op de Workmate en we maakten de luchtvoorziening in orde. Stofzuiger aan… En Brecht begon te spelen.
Heel simpel, met twee vingers, speelde ze een stukje ‘Wohltemperierte Klavier’ van Bach, haar hoofd schuin, geconcentreerd luisterend. Natuurlijk klonken wat tonen vals; het orgeltje was niet gestemd en de winddruk was waarschijnlijk ook niet goed, maar alle toetsen en pijpen deden wat ze moesten doen. Bij beide registers. Na vijf minuten knikte Brecht. “Een juweeltje, Kees. Greet vliegt je om de hals als ze dit heeft uitgepakt!” “Dan hoop ik maar dat de Opperwachtmeester haar EHBO-kwaliteiten nog niet verleerd is, Brecht. Als zij me zó om de hals vliegt, gaat Anita er vast iets van vinden en ligt mijn gezicht open…” Ze giebelde. “Dat moet je maar voor over hebben, Kees. Een passionele zoen van een lesbiënne… Weinig kerels die dat meemaken!”
Ik bromde “Jaja… En daarna een maand lang mijn kop afgeplakt met pleisters? No, thank you, madam. Maar goed: wat moet er aan dit orgeltje gebeuren, Brecht?”

Ze somde op: “Even het binnenwerk schoonmaken. Dat is nogal stoffig. Vervolgens de toetsen poetsen. In de was zetten en uitpoetsen, zodat ze schoon en glad zijn. Greet houdt niet van vuile toetsen. Ik ook niet, trouwens. Scheelt snelheid. De toetsen weer terugplaatsen, dan het mechaniek afstellen; niet moeilijk, wel nauwkeurig werk. Een kwestie van de wartels die de 'tractuur', de verbinding tussen de toetsen en de windlade vormen, afstellen. Die moeten de beweging van de toetsen overbrengen naar de ventielen onder de pijpen. Ik heb gezien dat de maker van dit instrument daar een soort houten ‘wantspanners’ voor gebruikt heeft; prima oplossing. Daarna de buitenkant onder handen nemen: in de was zetten en uitpoetsen tot het hout glimt. Als laatste, voor zover mogelijk, stemmen. Ja, de windvoorziening in Huize Zwart zal anders zijn dan jouw stofzuiger, maar… Wat sta jij te grijnzen?”
Ik hikte: “Na het nuttigen van een portie uien of bruine bonen zal de windvoorziening in huize Zwart best wel voor elkaar zijn, Brecht…” Ze trok een uiterst smerig gezicht en zei: “Hier ga ik maar niet op in. Stemmen dus. Dat is het laatste.” Ik knikte. “Oké mevrouw. Aan de slag dan maar. Jij hebt de leiding.”
Ze haalde voorzichtig nog twee panelen weg: eentje aan de voorkant, nog eentje aan de achterkant. En op de binnenzijde van zo’n paneel vonden we een vergeeld briefje geplakt. ‘D.A. Flentrop, 1936. S.D.G.’ stond er op in een nogal hoekig handschrift. Brecht keek me aan. “Als die antiquair dit geweten had…” Ik trok een wenkbrauw op. “Vertel!”

“D.A. Flentrop is de zoon van de oprichter van Flentrop orgelbouw. Was een lopende encyclopedie op het gebied van antieke orgels. Geboren in 1910, dus dit orgeltje heeft gebouwd toen hij… 26 was. Misschien wel z’n eerste orgel, Kees. Dit orgeltje heeft heel veel waarde!” Ik knikte langzaam. “Dan is het goed dat het bij Greet terechtkomt, Brecht. Greet en Anita kunnen dit instrument dan wel op waarde schatten. Het is er beter af dan als ‘ornament’ in een antiekwinkeltje in de oude stad Gorinchem. Maar ik wil hier een foto van maken, Brecht. Dat papiertje laten we zitten; als we het er af proberen te peuteren, gaat het waarschijnlijk stuk. Dus: een paar foto’s maken. Sowieso foto’s maken terwijl er bezig zijn; dan weten we ten minste hoe het er uit zag voordat Kees en met zijn grote technische tengels aan begon te prutsen.” “Goed plan, Kees…”
Ik wees op het briefje. “En heb jij enig idee wat die letters S.D.G. betekenen?” Ze knikte. “Ik denk hetzelfde als onder de originele partituren van Johann Sebastian Bach. ‘Soli Deo Gloria’. Alleen God zij de eer. Daarmee ‘ondertekende’ Bach al zijn religieuze werken.” Ik knikte langzaam. “Nou je het zegt… Die letters heb ik wel een gezien, ja… Reden temeer om dit briefje te laten zitten waar het zit.” We legde het houten paneel met het briefje op een tafel en ik maakte er een aantal foto’s van. Mét flits, zonder flits… Toen foto’s van het inwendige van het orgeltje: de windlade, de pijpen, de ‘tractuur’, oftewel het hele mechaniek van toets naar balg en windlade…

Daarna begon het echte werk. Van boven haalde ik zo’n zachte borstel waarmee je ook de lamellen van de luxaflex kon schoonmaken. Daarmee ging Brecht in de orgelkast aan het werk, terwijl ik, met de borstel, compressor en een airbrush, voor afvoer van het stof zorgde. Daarna haalde Brecht de toetsen één voor één los. Gelukkig hadden de toetsen aan de onderzijde de markering waar ze hoorden. De toetsen mocht ik schoonmaken, in de was zetten en uitpoetsen. Brecht was in de tussentijd aan de pijpen en pijpjes bezig. Stuk voor stuk werden die geïnspecteerd; of de aansluiting op de windlade luchtdicht was, de pijp zelf in goede conditie en de stop bovenop de pijp goed afdichtte.
Eén stop lekte; daar was het leer gescheurd. Brecht keek zuinig. “Oei… Daar moet een compleet nieuw leer op, Kees. Een dan heb ik niet zo één-twee-drie voorhanden…” Ze keek zorgelijk. Ik dacht ook even na, maar kon zo snel geen oplossing bedenken. “Houtlijm er op, Brecht?” Ze schudde haar hoofd. “Néé! Als je iets restaureert, moet je het goed doen. Geen pr…” Mijn telefoon onderbrak haar. Een appje van Jolien. ‘Koffie’ met een emoticon van een punt taart er achter. “Kom, mooie houtwurm, we gaan naar boven. Mevrouw Jonkman-Boogers heeft de koffie klaar staan en ze stelt het niet op prijs als je die laat staan.”

Ik sloot de berging goed af en we zoefden met de lift omhoog. Ondertussen dacht Brecht na over de lekke pijp en boven gekomen zei ze: “Ik ga eens bij zo’n hakkenbar langs, Kees. Daar repareren ze ook schoenen. Wie weet heeft zo’n hakkenmeneer wel een stukje leer over.” Ik stak een duim op. “Foto’s van dit orgeltje meenemen dan. Meer kans op succes.” Ze knikte. Joline zat op de bank achter drie koppen koffie en een punt appeltaart. “En? Lekker bezig?” Brecht knikte. “Jullie hebben écht een juweeltje op de kop getikt, Jolien…” Ze vertelde over het briefje en Joline floot zachtjes. “Mooi…” Na de koffie gingen we weer omlaag. Brecht ging verder bezig met het inwendige van het orgeltje, ik poetste de toetsen uit tot ze spiegelglad en glimmend waren. Een intensief werkje, maar wel bevredigend: als een toets gereed was, glom hij mooi en was inderdaad spiegelglad. En ondertussen kletsten we ontspannen met elkaar over van alles en nog wat.
Totdat Brecht mij op een gegeven moment lang en peilend aankeek. “Kees… Mag ik je wat persoonlijks vragen?” Ik wilde een snedig antwoord geven, maar zag dat ze serieus was. En… nerveus? Ja dus. “Ga je gang, Brecht.” Ze stopte even met het werk aan het orgeltje. “Kees… Ik loop hier al ruim een maand mee rond en niemand weet het nog, maar… Ik ben stapelverliefd op een knul hier uit de kerk. Op Bert van Loon. Die bassist van onze ‘houseband’. Soms doe ik samen met de houseband iets op muzikaal vlak en dan…” Ze bloosde en zweeg. Ik vulde aan: “… en dan ben je doodsbang om iets verkeerds te zeggen of zo?”
Ze knikte. “Terwijl ik muzikaal gebied nou niet bepaald dom ben, maar ik flap er dan dingen uit waar ik later enorm spijt van heb. Hoe pak ik dat aan, Kees?” Ik schoot ondanks alles in de lach. “Je vraagt het aan de verkeerde, Brecht. Ik was een a-motorische nerd en uiterst voorzichtig als het om meisjes en vrouwen ging. Durfde he-le-maal niks. Als ik alle meisjes zou moeten trakteren op wie ik ooit verliefd ben geweest, was ik binnen een uur failliet. En al die meiden zagen me niet staan van de mist. Ondanks dat ik met een enorm knappe vrouw getrouwd ben: ik heb nauwelijks ervaring op amoreus gebied. Volgens mijn zussen leefde ik twee jaar terug slechts in drie werelden: techniek, hardlopen en klassieke muziek. En mijn bijnaam bij hun vriendinnen was ‘De IJsberg’. Met als verklaring: ‘Vanuit de verte ziet het er prachtig uit, maar kon je dichtbij dan voel je de kou en je weet nooit wanneer hij omdondert.’ Ik was nogal afstandelijk richting het andere geslacht. Zo bleu als een pakje halfgesmolten boter. Joline liet eerder merken dat ze wel wat in mij zag, dan ik het aan haar liet merken. Zij nam het initiatief.”
Ik grinnikte. “Ik kreeg mijn eerste zoen van háár. In een rondvaartbootje, in een donker tunneltje op de Binnendieze in Den Bosch. Van de rest van de rondvaart heb ik niks meekregen; ik was compleet overdonderd. En een halfuurtje later, in mijn auto in een schemerige parkeergarage, bekende ze dat zij smoorverliefd op me was. Ik was toen al een aantal weken zwaar onder de indruk van háár, maar durfde niks te laten blijken… Doodsbang dat ik een blauwtje zou lopen. Kortom: je bent aan het verkeerde adres, Brecht. Het goede nieuws is dat ik wel iemand ken die je goede raad kan geven en nee, dat is Greet niet.”
Ze schoot ondanks alles in de lach. “Nee, dat zou wat anders uitpakken dan de bedoeling is, denk ik… Maar wie is die goede raadgever wél, Kees?” “Die woont ook in deze flat. Negen verdiepingen hierboven en heet Joline Jonkman – Boogers. Met haar kun je beter sparren dan met mij, Brecht.” Ze keek twijfelend. “Maar… Jouw vrouw is razend knap! Die hoeft niets te doen om de aandacht van een vent te krijgen. Ik ben, met haar vergeleken, maar een middelmaatje…” Ik kwam overeind. “Je haalt jezelf vreselijk omlaag, Brecht. Het gaat niet alleen om uiterlijk. Dat is leuk om de aandacht te trekken en zo, maar als dat het enige is, houdt een relatie nooit stand. Jolien en ik hebben het plan om, als we tachtig zijn, een pittige Bingo-competitie te houden in het verzorgingstehuis waar we dan verblijven. En we hebben elkaar plechtig beloofd om elkaars steunkousen dan aan te trekken en als we eens een keertje woorden hebben, bedreigen we elkaar met het saboteren van onze rollators…” Brecht schoot weer in de lach. “Nee, dát is een goeie basis voor een relatie… Maak me gek!”
Ik gniffelde mee, maar zei toen: “En tóch is het zo, dame. We willen samen oud worden. Met elkaar. Onze beide ouderparen zijn onze rolmodellen: Ja, alle vier in de vijftig, maar nog steeds helemaal verslingerd aan elkaar. Zó willen wij onze relatie ook; niet alleen omdat, en nou zeg ik het even recht-voor-z’n-raap, Kees zo’n lekkere vent is of omdat Joline een hele knappe vrouw is: nee: ook als mijn haren grijs zijn en Jolien rimpels in haar gezicht heeft en spataderen op haar benen willen we nog steeds bij elkaar zijn en elkaar laten merken dat we helemaal aan elkaar verslingerd zijn… Áls we het samen halen. Want de begrafenis van Bram Petersen, een paar maanden terug heeft ons met de neus keihard op de feiten gedrukt dat samen oud worden niet vanzelfsprekend is. En nu, dame: we dekken dat orgeltje even af, ruimen hier even op en als jij morgenavond kunt, gaan we deze klus verder afmaken. Nu naar boven, dan kun je je hart bij Joline uitstorten; wellicht heeft die nog goeie tips voor je.”
Ze keek even panisch. “Maar… Met haar vergeleken ben ik…” Ik onderbrak haar. “…een muzikaal uiterst getalenteerde jonge vrouw. En op personeelsgebied waarschijnlijk ook, anders zou je geen HBO-P studeren. En je ziet er leuk uit, Brecht. Je bent geen ‘middelmaatje’; elke vent met een beetje oog voor vrouwelijk schoon zal je best wel eens nakijken als jij in de stad loopt. En nu naar boven. Dan klets je een tijdje met Joline; als je wilt duik ik wel even de studeerkamer in. Jullie dames kunnen opener converseren als er geen vent bij zit die om de haverklap lompe grappen maakt.” Ze giebelde even. “Je lijkt Greet wel…”

Even later liepen we boven de huiskamer in. Joline zat te studeren. “Schat, we zijn aardig opgeschoten met dat orgeltje. Maar Brecht zit met een probleempje en daar is jouw hulp bij nodig. Ik trek me, nadat ik wat te drinken heb ingeschonken, even terug in de studeerkamer. Lijkt me beter.” De verwondering was met bakken van Joline d’r gezicht af te scheppen, maar ze knikte. “Oké… Geef mij dan maar een sapje en Brecht… Wat wil jij drinken?” “Ook een sapje dan maar.” Even later stonden de glazen gevuld voor hen. “Ik zit in de studeerkamer, schat.”
Ik sloot de deur achter me. Laat Joline haar gang maar gaan… Die was daar veel beter in dan ik. Ik ging maar even aan het werk; de laatste tijd toch aardig wat werktijd verprutst met andere, niet werk-gerelateerde, zaken. En zoals Theo ooit zei: ‘Het moet wel een beetje in evenwicht zijn, dames en heren!’ Een uurtje later hoorde ik voordeur open en dicht gaan en een minuut later de lift naar beneden gaan. Joline kwam de studeerkamer binnen, een peinzende trek op haar gezicht. “Als je nog eens wat weet, meneer Jonkman…”

Ze ging op schoot zitten. “Dat meisje heeft, ondanks dat ze een enorm goeie musicus is, nogal een minderwaardigheidscomplex. Zeker als het gaat om jongens waar ze een oogje op heeft. Enfin, ik heb haar een beetje uit een dal gekletst; nu moet ze zelf aan de bak.” Joline keek waarschuwend. “Nee, ik klap niet uit de school over onze gesprekken van zojuist, meneertje! Hoe dan ook: morgen eet ze weer hier mee, dan maken jullie dat orgeltje gereed. Brecht zei nog dat ze morgen wel een stuk leer op de kop kon tikken; dat was het enige wat ze nodig had. Daarna in elkaar zetten en netjes inpakken voor het jonge paar. En nu gaan we naar bed; jij hebt zitten poetsen en boenen, ik heb zitten studeren en morgen moeten we weer op tijd op. Ik laat Mocca wel even uit. Alleen… De loopgroep… Hoe fiksen we dat, Kees?”
“Twee opties, schat: óf ik bel Linda morgen óf jij neemt de honneurs waar als Brecht en ik gezellig in de berging zitten.” Ze dacht even na. “Ik leid de loopgroep wel. Dan kun jij je onverdeelde aandacht op dat orgeltje richten. En niét op Brecht!” De laatste zin knalde er uit en ik gniffelde. “Daar hoef je niet bang voor te zijn, schat. Brecht is een leuke meid, maar draagt te weinig rokjes.” Joline snoof. Ik sloot de computer af, liep mijn veiligheidsrondje en tien minuten daarna lag ik naast Joline in bed. We knuffelden nog even en na een laatste zoen kroop ik tegen Joline’s rug aan. “Lekker, zo’n kacheltje in m’n rug…” bromde ze. “Geniet ervan, schat. Nu lekker slapen, oké?” Dat lukte prima; binnen twee minuten sliep Joline. Ik volgde niet veel later…

De dinsdag verliep zonder veel bijzonderheden. Op het werk ten minste. Gerben ging voor het eerst aan de slag bij het lasbedrijf; gisteren was meneer van Meel met z’n club al bezig geweest met steigers, vandaag zou de installatie beginnen. Gerben zou daar minimaal één dag in de week zijn en ik zou tussendoor ook een paar keer komen kijken.
Willem en Frits waren tot en met vrijdag op een boorplatform in de Rotterdamse haven te vinden; die moesten ‘hun’ ziekenhuizen even alleen laten. Maar dan kon nu; in beide ziekenhuizen waren de niet-technische voorbereidingen bezig. “Lekker weer eens oliedampen opsnuiven, Kees!” had Frits gisteren gezegd. En Willem keek nogal twijfelachtig bij die opmerking.
Rogier was deze week fulltime in Nijmegen bij ‘zijn’ ziekenhuis.
En Henk zat, met Miranda en André op een ander boorplatform, iets verder op de Noordzee. Kortom: de groepsruimte was leeg en ik kon lekker doorbuffelen.

Maar ik werd wél in de gaten gehouden; af en toe kwamen Theo, Joline of Irene even ‘buurten’. “Controleren of je niet zit te Tiktokken, Kees!” zei Joline, toen ze om negen uur haar hoofd om de deur stak. “Ja, leuk… Tiktokken. Met de bijbehorende dansjes? Nee, dank je wel, schat.” Ze gniffelde en verdween met een luchtkusje. Tien uur: Koffie, door Irene gebracht. Twaalf uur: een wandeling naar de paardjes en lunchen. En om drie uur dreunde Fred het bureau binnen.
“Zo. Even op niveau kletsen, Kees. De dames wilden ‘meidendingen’ bespreken; ik weet dat ik dan op moet donderen. Dus kom ik jouw dag maar even vergallen.” “Nou, dan pakken we er meteen een bak koffie bij, Fred. Nodigen we Theo ook even uit? Hopen dat hij de trommel met directiekoekjes meeneemt…” “Vergeet dat gerust, heren!” hoorden we uit de gang. De bitse stem van Angelique. “Die koekjes zijn voor mij!” “En voor mij!” vulde Irene vanuit de receptie aan. “Nou, kom dan ook hier thee leuten, troela’s”, mopperde Fred. “En neem een stukje juridisch gezeik mee, dan heb je een excuus om meteen die koekjestrommel mee te nemen. Scheelt Theo weer een week dieet...”
Uit Theo’s bureau klonk een grom. “Ik kom ook wel even naar jullie toe, stelletje koekjesrovers.” Even later zaten we met z’n vijven in mijn ‘hok’; de gasten in het zitje, ik zat op de grond tegen m’n bureau aan. Irene trok een gezicht. “Ga gewoon op je bureaustoel zitten, Kees. Dit zit toch niet lekker?” Ik haalde mijn schouders op. “Ben wel wat gewend, Ireen. In Afghanistan was je al blij als je een stukje vlakke grond had met een rots ernaast om te kunnen zitten.” Fred grijnsde gemeen. “Weet je wat op het formulier stond van Kees z’n laatste functioneringsgesprek, Irene?”
Die schudde het hoofd. “Nee natuurlijk niet.” Fred z’n grijns werd breder. “Er stond: ‘De grootste verdienste van sergeant Jonkman is zijn flexibiliteit. Hij weet van elk voorwerp, hoe grillig van vorm dan ook, wel een zit- of ligplaats te maken.’ Einde citaat.” Het gezelschap schoot in de lach en ik bromde: “Fijne bud ben jij, lullo...” “Té goed om niet te gebruiken, Kees.”
Theo stond even later op. “Nou, het hoofdstuk ‘op z’n tijd een lolletje’ van onze bedrijfsfilosofie kunnen we voor vandaag weer afvinken; laten we nu maar weer verder gaan met de volgende: keihard werken.” Angelique knikte. “Prima. Dan gaan Henry en ik vanavond even verder met het deeltje ‘Het team is belangrijker dan het individu’. En hoe we dat doen...” Ze keek ondeugend. Irene schudde haar hoofd. “Als jullie dit soort opmerkingen hadden gemaakt in mijn eerste week hier... Dan had ik spataderen in m’n gezicht gehad van het blozen, denk ik.”
“Da’s niet zo handig, Irene. Met een steunkous over je hoofd zie je niet zoveel. En ‘representatief zijn’ lukt dan ook niet zo goed.” Theo gniffelde. Maar Irene was niet op haar mondje gevallen en antwoordde giechelend: “Dan haal ik Marion wel weer hier naar toe. Die kan dan... Hoe zei ze dat ook alweer? ‘...op haar charmante billetjes representatief zitten wezen.’ Ze glipte langs Theo de deur uit. Fred keek Theo aan. “Laat mijn voormalig pupil het maar niet horen... En Mr. Calvé Pindakaas ook niet.”

Ze verdwenen en ik ging weer aan ’t werk. Tot half vijf, toen sloot ik de computer af en ruimde op. En terwijl ik daarmee bezig was, kwam Mocca het bureau binnen trippelen. “Hé mooie hond...” Ik ging even door m’n knieën en streelde de hond. De staart ging hevig heen en weer, dus meneer leek het wel op prijs te stellen. Maar toen Joline in de deuropening verscheen, was de aandacht voor mij weg en liep hij meteen naar haar. “Hmmm... Mocca is duidelijk niet van de mannenliefde, schat.” Ze giebelde. “Da’s mooi, Kees. Jij toch ook niet? Dan gaan we maar naar huis. Straks staat Brecht weer voor de deur.”
Even later, op de snelweg, keek ik Joline even aan. “Moet jij vanavond nog de therapeut uithangen, schat?” Joline schudde haar hoofd. “Ik denk het niet. Wat besproken moest worden, hebben Brecht en ik gisteren besproken.” Ik keek vragend, maar zwe schudde haar hoofd. “Nee Kees. Ik zeg er verder niet over. Als Brecht het wil, vertelt ze het zelf wel. Moet je niet van mij horen.” Ik humde eerst, toen zei ik: “Misschien wel zo verstandig. Vrouwendingetjes en zo. Ik ga me wel concentreren op dat orgeltje.” Joline knikte. “Wel zo verstandig. Kleiner risico dat er weer een lompe Infanterie-opmerking langskomt. Ik ken je langer dan vandaag.”
Even zweeg ze en toen volgde een ondeugend: “En wanneer maken wij weer eens tijd voor elkaar, meneer mijn echtgenoot? Het is al weer veel te lang geleden dat ik jouw lekkere handen bij mijn poes heb gevoeld... En jouw lekkere paal heb vastgehouden.” Ik trok een gezicht. “Moeten we daarvoor een afspraak maken, schat? Als we allebei zin hebben, doen we het toch gewoon? Dan wijzen we Brecht de garage en zeggen we: ‘Je komt er wel uit met je orgeltje hé? Wij hebben even andere prio’s.’ En trekken ons vervolgens terug.” Joline keek misprijzend. “Zo zitten wij niet elkaar, meneer mijn echtgenoot. Jij gaat samen met Brecht vanavond weer dat orgeltje te lijf. En om uiterlijk half tien komen jullie samen boven, dan drinken we nog wat en dan doen we Brecht netjes uitgeleide. Jij loopt met haar mee naar beneden en neemt Mocca meteen mee uit. En als je weer boven komt, gaan we lekker naar bed. Wij zijn getrouwd, dus wij mogen dat.” Ze giebelde. “En morgenavond gaan we oefenen voor dat mooie strand op de Seychellen of zo. In ieder geval niet op de Maagdeneilanden; da’s niet zo toepasselijk.” “Jij komt daar sowieso niet binnen, schat. Je bent immers geen maagd meer?” Ze draaide haar hoofd naar me toe. “Jij ook niet meer, meneer Jonkman! Na een woeste vrijpartij op een willekeurige vrijdagochtend, ergens in vroeg in Juni vorig jaar!” Ze giebelde weer. “Terwijl er een heerlijk ontbijtje stond af te koelen...”
Ik haalde mijn schouders op. “Boejuh... Wij waren in ieder geval heet. Héél heet, schat.” De giebel bleef. “Nou en of. Drie orgasmes binnen half uur. Vier, met die van jou erbij.” We reden Veldhoven in.

“Hebben we nog iets nodig uit de supermarkt, schat?” Joline dacht na. “Misschien wel. Vanavond wilde ik iets simpels eten. Soep of zo. Maar die is volgens mij op. Dus...” “Ik scharrel wel iets bij elkaar.” Even later kwam ik de supermarkt uit met een paar blikken soep, wat blikken soepballetjes, een bak ijs, een busje kaneel en een fles schenkstroop. “Ik wil vanavond als dessert weer ijsbolletjes maken. Maar de kaneel en de stroop zijn bijna op. En die zijn wel nodig.” Joline keek afkeurend. “Erg slecht voor Brecht haar figuur, Kees. Maximaal 5 bolletjes, niet meer. En jij ook niet!” Ik keek haar aan. “Hé, ik heet geen Theo en jij geen Gertie, dame.” “Klopt. En laten we dat vooral zo houden, vriendje van me.”
Ze kuste me snel. “En nu naar huis. Jolientje heeft trek en over tien minuten staat Brecht voor de deur.” Een half uurtje later zaten we te eten. Brecht zat beter in haar vel dan gisteren; ze was opgewekt. Na de kleine afwas gingen we de berging in en verder met het orgeltje. Zij repareerde drie ‘stoppen’ voor in de pijpen met het nieuwe leer; ik poetste de overgebleven toetsen en de buitenzijde van het instrument. Na ruim een uur zag het orgeltje er als nieuw uit!

“The proof of the pudding is the eating, Kees! Sluit ‘m eens aan op je stofzuiger…” Ik keek Brecht aan. “Dat heeft toch geen zin? Straks bij Greet en Anita is de winddruk nét anders...” “Dat klopt, maar ik wil wel weten of alles het nu doet zoals het hoort en of het orgeltje klinkt.” Voor de vorm mopperend sloot ik de stofzuiger aan en even later controleerde Brecht alle toetsen op mechanische gebreken. Allemaal prima! Ze keek ondeugend. “Even iets proberen...” En voor ik het wist klonk het meest bekende Franse slaapliedje door de berging: ‘Au clair de la lune, mon amie Pierrot..’. Eerst simpel éénstemmig. En jawel: na het één keer gespeeld te hebben maakte Brecht er een driestemmige fuga van. Op dat kleine klavier buitelden haar vingers bijna over elkaar heen. Een lage toon van één fugastem kwam soms overeen met een hoge toon van een andere stem die een octaaf lager klonk. Voor Brecht geen probleem; moeiteloos volgden haar handen de fantasie die ze in haar hoofd had. De fuga culmineerde uiteindelijk in een zachte, dromerige fantasie op de melodie die steeds zachter werd en met de laatste regel wegstierf.
Toen keek ze me aan. “Dit orgeltje komt straks in een prima thuis, Kees.” Ik knikte. “Zeker weten, Brecht. En als Joline en ik later kinderen krijgen en één van die ettertjes heeft moeite om in slaap te vallen, ga ik jou inhuren als slaapliedjes-musicus. En het zal me een biet zijn wat je honorarium is; als je zo speelt zal de jonge Jonkman-Boogers-telg binnen drie minuten in slaap vallen. Waarschijnlijk met de duim in de mond en de mondhoeken zachtjes omhoog gebogen in een lichte glimlach... Meid, op een klaviertje met nét iets meer dan twee octaven zoiets spelen...”
Ze giebelde en ik keek vragend. “Zal ik voorstellen om dit op de bruidssuite van Greet en Anita te spelen?” Ik schudde mijn hoofd. “Doe maar niet. Dan vallen beide geliefden ook na drie minuten in slaap en doen ze niet de dingen die je legaal in een bruidssuite mag doen. Soms, héél soms hebben, zelfs voor Greet, andere dingen dan muziek prioriteit. En ik heb zo’n vermoeden dat haar prio’s op haar bruidsnacht bij Anita liggen. Maar dat zal ik de opperwachtmeester nog wel eens op de vrouw af vragen. Waarschijnlijk krijg ik dan te horen: ‘Dat gaat je geen hout aan... Majóór!, maar dat heb ik er wel voor over... Nu iets praktisch, Brecht. Hoe transporteren we dit orgeltje veilig naar hun huis? Want om het mee te nemen naar de locatie van de bruiloft is me net even iets te link. En... Wanneer doen we dat?”
Brecht keek me aan. “Wé? Het is jullie cadeau, Kees.” Ik schudde ontkennend mijn hoofd. “Niks ervan. Jij hebt er je kennis en kunde in gestopt en er twee dure avonden aan opgeofferd. Da’s best wel een stevig cadeau, Brecht. Het wordt een cadeau van ons drieën.” Ze knikte. “Dat is ook waar. Dan stel ik voor dat we een mooie foto van dit orgel maken, die uitprinten en in een enveloppe stoppen met de tekst: ‘a jullie huwelijksreis komen wij het op een passend tijdstip thuis bezorgen’ of zoiets. Met onze namen er onder. Wat dacht je daarvan?” Ik knikte. “Goed plan. In jouw handschrift. En dan schrijf ik er wel met mijn lompe hanepoten onder: ‘En wee je gebeente als je hierdoor je huwelijksreis inkort, opperwachtmeester! Dan stuur ik Anita op je af!’
Brecht grinnikte. “Het zou zo maar eens kunnen dat Anita die huwelijks inkort. Zij is ook helemaal gek van hun kistorgel-verzameling.” Ik bromde: “Nou, als ze op 1 januari hier voor de deur staan, zal ik ze op Infanteristische wijze op hun donder geven!” Brecht maakte een afwerend gebaar. “Nee, dank je wel... Wil ik niet bij zijn!” Ik keek haar aan. “Ehhh... Daar ben je wél bij, mevrouw Solinge. Het is ook een cadeau van jou, weet je nog? Jouw expertise, jouw tijd...” Ze haalde haar schouders op. “Ja. Een door mij gekochte lapje leer van wel 5 euro. Goh, wát een cadeau, Kees...”
Ik duwde haar op een krukje. “Even goed luisteren Brecht. Zonder jouw expertise hadden Joline en ik een Greet en Anita een oud kistorgeltje gegeven, waar ze zelf veel tijd in moesten steken om het enigszins fatsoenlijk te laten klinken. Nu hebben wij dat gedaan. Anderhalve avond zitten demonteren, controleren, poetsen, boenen, repareren, monteren... En als kers op de taart dat papier van meneer Flentrop gevonden. Oké, geen originele partituur van Bach, maar wél iets wat dit orgeltje veel meer cachet geeft. Heb jij een heel groot aandeel in gehad, dame. Dus ja: het is ook een cadeau van jou. Meer dan die paar tientjes die Joline en ik er in hebben geïnvesteerd, onthoud dat.”
Ze knikte langzaam. “Misschien heb je wel gelijk...” “Mooi zo. Die zin hoor ik thuis té weinig, dus dank je wel. En ik kreeg net een brainwave: Ik zou graag zien dat je je fuga van zojuist weer speelt, dan maak ik daar een filmpje van. Voor die antiquair waar we het ding gekocht hebben. Die schrikt zich wild...” Brecht grinnikte. “Je kent me ondertussen een beetje, Kees... Waarschijnlijk komt er iets heel anders uit. Maar goed, we zien wel...” Ik zette mijn telefoon op een kastje en drukte op ‘opnemen’. Het orgeltje op een tafeltje, Brecht er achter.
De melodie klonk weer: zacht, slaapverwekkend. En daarna de fuga: nu opzwepend, bijna jazzy. De windvoorziening had moeite om voor voldoende lucht te zorgen! En vervolgens ging het tempo omlaag, om te eindigen met een hele mooie bewerking van het liedje, rustig driestemmig gespeeld. Toen Brecht haar handen van de toetsen haalde, zette ik de telefoon uit. “Sorry Brecht... Ik neem dat voorstel van mij om jou in te huren als ‘slaapliedjes-generator’ terug. Die zes ADHD-ettertjes van ons slapen zo de hele nacht niet, ben jij bedonderd...”
Brecht keek ondeugend. “Zes??? Hebben jullie geen andere hobby’s dan?” “Hee, dat worden twee drielingen of drie tweelingen hoor. Lekker economisch... Scheelt reiskosten.” Twee grote vraagtekens in haar ogen. “Wát? Reiskosten?” “Simpel... Jolien en ik hebben afgesproken dat als wij uiteindelijk ‘voor het echie gaan’ om kinderen te verwekken, dat dat gaat gebeuren op een hagelwit strand, ergens op de Seychellen of zo. Nou, met twee drielingen hoeven we daar maar maar twee keer naar toe; de optie drie tweelingen is iets duurder, maar goed...”
Ze tikte tegen haar voorhoofd. “Geschift. Jullie zijn allebei geschift.” Ik grinnikte. “Joline en ik plagen elkaar graag met dat idee. Alleen toen ik zei dat Maagdeneilanden voor dit plan geen optie waren, keek ze nogal dreigend en begon ze haar nagels te vijlen. En even later de messenset in onze keuken te slijpen. Geen idee waarom.” Brecht schudde haar hoofd. “Kóm, dit orgeltje weer liefdevol toedekken met een vuilniszak...” Ik knikte. “Ja. En daarna nog even mee naar boven, wat drinken. Daarna schoppen we je naar huis en zien wij elkaar overmorgen weer in de kerk. En mondje dicht tegen Greet hé?” Ze knikte. “Zeker weten...”

Een half uurtje daarna vertrok Brecht naar huis.En wij poetsten onze tanden en lagen om tien uur lekker onder het dekbed. Ik kroelde nog even tegen Joline aan. “Hé, mooie vrouw...” Ze schoof iets naar achteren, dicht tegen me aan. “Hé, lekkere minnaar van me. Morgenavond lekker vroeg naar bed?” Ik bromde: “Zeker weten! Maar of we dan snel slapen... Ik denk het niet.” Ze giebelde. “Nee. Zonde van zo’n lekker bedje. Daar kun je veel leukere dingen op doen dan alleen slapen, Kees.” Ik sloeg mijn armen om haar heen en legde mijn handen op haar borsten. “Nou, wat dacht je dan van een voorschotje op morgenavond?” Mijn handen werden gedecideerde van haar borsten af gehaald. “Niks ervan. Dan is de expeditie morgen nog niet eens halfvol. Nu gaan we slapen, meneertje.” Ze draaide zich naar me om en vervolgde: “Morgen, Kees. Lekker romantisch met elkaar vrijen, lover. Moeten we de tijd voor nemen. Geen vluggertje van maken, oké?” Ik kuste haar. “Dat zijn mooie voorstellen, mevrouw. Met dat in gedachten ga ik lekker slapen. Welterusten.” Ze wiebelde nog even met haar billen tegen me aan. “Morgen is Jolientje er weer. En het meisje heeft er zin in, meneer...”
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Vanadi
Vanadi (24)
Ben jij iemand die houdt van flirten, spanning en late gesprekken?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ - 
Bezoekers Online: 992 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net