76.490 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Mini - 411

Door: Keith

Datum: 14-07-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 324
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 52 minuten | Lezers Online: 2

Vervolg op: Mini - 410

De woensdag verliep op het werk bijna net als de dag ervoor: solitair in m’n bureau tekenen, af en toe een telefoontje er tussendoor en tussen de middag rennen met de meute. Het was te merken dat het druk was; van de normaal ongeveer twintig mensen die liepen, waren er nu nog maar 9 over. Grotendeels de dames van het Backoffice. Fred en Theo waren ‘buitenspelen’. Het team van Miranda was compleet buiten de deur, net als Klaas z’n club en ik was de enige vertegenwoordiger van de Piraten.
In de hal keken we elkaar wat appelig aan. “Nou, dit loont ook de moeite nauwelijks, Kees. Zullen we maar weer naar binnen gaan en gewoon gaan lunchen?” Denise keek me hoopvol aan. Naast haar klonk een nogal vinnig: “Niks ervan, Denise! We gaan lopen. Ben jij helemaal bedonderd...” Gonnie keek haar streng aan. Denise haalde haar schouders op en wees naar Joline. “Als zij dat nou gezegd had...” Gonnie bitste: “Ik ben haar plaatsvervangster. Moet de boel binnen het bureau een beetje gestroomlijnd laten functioneren. Dus...” Ik moest lachen. “Dank je wel Gonnie, voor deze motiverende preek. Kom dames, naar buiten!”
Ik maakte er geen wetenschap van: een kilometer op tempo door de weilanden, dezelfde kilometer in een rustig tempo terug. Mocca draafde voorop; die kende de route ondertussen wel. Bij de paardjes wachtte de hond netjes op ons, samen met de paarden. Maar toen we meteen, zonder brood, rechtsomkeert maakten, verloren de paarden in ieder geval hun belangstelling en sjokten weer richting stal. En wij draafden in hetzelfde rustige tempo weer richting DT. De dames konden dat wel waarderen. Denise zei in de hal tenminste: “Dit was een prettiger loopje dan meestal, Kees.” “Af en toe moet het ook wat kalmer aan, Denise. En zonder andere heren om ons heen hoef ik me niet meer zo te bewijzen.”
Joline snoof. “Je wilde gewoon nog wat langer van dit gezelschap genieten, Kees Jonkman! Ontken het maar niet!” De meiden gniffelden en ik zei: “Tja... ik moet wel mijn imago van Adonis in stand houden ten opzichte van de kerels van andere bedrijven, natuurlijk...” Angelique bitste: “Ja, daar trapt iedereen in natuurlijk... ‘Kees de Ijsberg’, achterna gezeten door negen boze vrouwen met geslepen nagels... Wat zullen de kerels van die andere bedrijven jaloers op je zijn!” Ze lachten me uit, daarna gingen we douchen.

En tijdens de lunch werd ik door de andere collega’s ook nog even in de mangel genomen. “Zo Kees... Is dat wel verantwoord? Jij in je uppie met al die charme op pad, zo zonder je bud?” Ik hoefde niets te zeggen, dat deed Joline meteen. Ze boog zich over de spreker heen en zei: “Beste Albert... Als jij zo bezorgd bent over Kees z’n veiligheid óf over de deugdzaamheid van mij en mijn collega’s... Loop voortaan gewoon lekker mee, zou ik zeggen...” De pauzeruimte vulde zich met gelach. Albert was weliswaar een prima ontwerper, maar was duidelijk geen sportman. Hij was halverwege de veertig en had ondertussen een klein buikje ontwikkeld.
Hij kreeg een rood hoofd, maar had wel een goed antwoord. “Nou ja, over jouw deugdzaamheid hoef ik me dan het minste zorgen te maken, Joline. Daarvoor is het ruim een half jaar te laat.” “Zo. Die heb je te pakken, schat.” Ik keek Joline aan en die schudde haar hoofd. “Albert, je begeeft je nu op bijzonder gevaarlijk terrein, meneertje...” Ze gaf hem een aai over zijn hoofd. “Maar van jou kan ik het wel hebben.” Na de lunch weer verder werken en voor ik het wist was het kwart voor vijf en werd ik uit m’n werk gehaald door Mocca. Met de hakjes van Joline er achteraan. ’s Avonds nog anderhalf uur blazen en om negen uur, met een beker melk voor ons, constateerden Jolien en ik dat het bedtijd was. “Ik ben best wel ‘op’, Jolien. Weinig afleiding, ik heb in feite de hele dag zitten tekenen. En ja, ook gestaan; een aantal tekeningen op het fysieke tekenbord uitgewerkt. Dan kan ik me beter concentreren hoe ik iets wil hebben, in plaats van het exact op de juiste manier op het beeldscherm te krijgen. Het feitelijke ontwerpen doe ik op het tekenbord.” Ik kreeg een goedkeurend klopje op mijn been.
“Mooi zo, ventje. Niet acht uur per dag op je krent blijven zitten, da’s niet goed voor je. En nu meneertje: Loop met Mocca even naar buiten, daarna afsluiten en bij Jolientje in bed komen. Er hoeft niet geschaakt te worden, maar wel andere dingen gedaan. We hadden elkaar gisteren iets beloofd, weet je nog?” Ze knipoogde toen ze de slaapkamerdeur open deed. In het donker liep ik met Mocca naar het uitlaatveld en die deed daar wat gedaan moet worden. Het hekje van het losloopveld liep hij voorbij: duidelijk geen zin om daar nog te rennen. En eenmaal thuis nam de hond drie slobbers uit de waterbak, liep toen naar de mand, draaide zijn kont een paar keer tot hij een comfortabele houding vond en met een ‘plof’ ging hij liggen. Nou, die was ook moe... Prima.

In de slaapkamer botste ik bijna tegen Joline op. Die pakte mijn hand en trok me op bed. “Even zitten, Kees.” Ze keek me onderzoekend aan. “Volgens mij ben jij moe, jochie. Of vergis ik me?” Hoewel met tegenzin, maar ik knikte. “Ja. De hele dag heel intensief getekend. Met een aantal geniepige problemen in de installatie, waar ik zelf uit moest komen, want Gerben en Willem waren elders. Een die hebben het meeste verstand van dit soort dingen... Kostte me veel tijd en energie.” Ze knikte. “Ik meende al zoiets gehoord te hebben net.” Ik trok een wenkbrauw op. “Gehoord? Nét? Leg uit.” Ze kusre me zachtjes. “Ik hoorde het aan je spel, Kees. Je speelde onnauwkeurig. Maakte een aantal fouten in een stuk wat je normaal foutloos speelt en dat ben ik niet van je gewend.”Ik liet me achterover op bed vallen. “Nou moe... Loopt hier ook een strenge bugel-docente rond? Hé schat, één Greet is al genoeg hoor.” Joline boog zich over me heen. “Dat geloof ik graag, maar... Heus, Kees: ik kan het horen als jij lekker in je vel zit of juist niet. En vanavond zat je dat niet.” Ze giebelde zachtjes.
“Na ruim een jaar bugel-muziek aangehoord te hebben, kan ik het wel een beetje onderscheiden hoor.” Ze kroop over me heen. “Schatje, het is nu... kwart over negen; jij gaat je even opfrissen en ploft daarna naast mij in bed. Je geeft me nog één kort zoentje en daarna mag je de kettingzaag starten. Ons afspraakje komt nog wel een keertje, oké?” Ik knuffelde haar. “Je kent me veel te goed, Jolien...” Vlak bij mij oren hoorde ik: “Ja. En daar zijn we allebei bijzonder blij mee, schatje. Ik ken jou, jij kent mij en we kunnen op elkaar anticiperen. Soulmates, weet je nog?” Ik lik over een oor volgde en ik kreeg kippenvel. “Kom, uitkleden jij, tandjes poetsen en de kettingzaag starten.” Even daarna lag ik naast haar onder het dekbed. “Dank je wel Jolien. Dat je me zo goed aanvoelt...” Een giebel volgde en een hand gleed snel over mijn boxer. “Nou ja... Ik voel nu helemaal niks, Kees.” Ik zuchtte maar weer eens. “Plaaggeest. Nu slapen!” Een lieve zoen volgde. “Jij ook, echtgenoot. Geen zin in een overspannen vent.” Ik draaide me om, voelde nog nét een hand op mijn schouder en toen... niks meer.

Donderdag... Tekenen, afgewisseld met een aantal telefoontjes met alle piraten. Even checken hoe het met de diverse heren was. Maar dat zat wel goed; zoals Willen zei: “Ik vind dit prima, Kees, die afwisseling. De ene dag op je kont achter een beeldscherm zitten, de volgende dag loop je in de Botlek rond op een boorplatform in revisie. En dat het vandaag zeikt van de regen... het zal me een zorg zijn. Véél beter dan excelsheets vullen met ‘Kritische Prestatie Indicatoren’, zoals bij mijn vorige werkgever. Oh ja, én Gerben in bescherming nemen als de heren boekhouders weer eens gingen beknibbelen op zijn ontwerpen.” Ik grinnikte. “Vooral het laatste natuurlijk... Snap ik. Goed om te horen dat jij het naar je zin hebt, Willem. Ook al zeikt het van de regen.” Ik keek uit het raam: buiten kwam er nét een zware bui voorbij; de regen vloog horizontaal langs de ramen.
En in mijn oor hoorde ik: “Ja, lach er maar om... Net een heel stevig buitje over ons heen gehad, Kees.” “Die laat nu hier de rest van de wolk los, Willem. Ik heb heel even medelijden met je.” Hij grinnikte kort. “Ik ga eens aan de koffie, Kees. Die is hier prima. Mazzel...” Hij hing op. Mooi, die zat ook goed in z’n vel. Ondanks dat Willem nu ‘gewoon’ ontwerper was en geen teamchef meer, had hij vorige week tegen Gerben in een één-op-één gesprekje laten vallen dat hij het enorm naar z’n zin had bij DT. En hij was een enorme aanwinst gebleken met als specialiteit de chemie. Iets waar DT niet zoveel affiniteit mee had, maar we soms toch wel eens moesten op komen draven. Meestal een noodklus; als zo’n fabriek in de puree zat snel een technisch verantwoordde oplossing bedenken, zodat men weer verder kon en meer tijd had om aan een permanente oplossing te werken.
Een paar weken terug waren gebeld door een chemisch bedrijf in de Europoort, vlak achter de ijzerertsoverslag, aan de andere kant van de Nieuwe Waterweg. Die produceerden ruwe kunststoffen; een proces wat 24/7 door moest gaan; als er een obstructie in de productie was, of de verwarmingselementen stopten ermee, stolde de warme kunststof en konden ze al hun leidingen en opslag uit gaan bikken. En dat bedrijf belde in redelijke paniek op: een van hun verwarmingsunits haperde af en toe. Theo had Willem er naar toe gestuurd; een gouden greep. Die kwam twee dagen later weer op het bureau met een brede grijns; hij had het probleempje snel op kunnen lossen. En het betreffende bedrijf had Theo een dag later weer gebeld met een nogal lovend verhaal over Willem... Kortom: ook die had het enorm naar z’n zin. En Kees maar tekenen...
Ik zuchtte even. Nou ja, morgen was de hele meute weer binnen en konden we weer lekker lawaai maken... Om twaalf uur was de regen verminderd tot een beetje motregen. We liepen onze wandeling en de paardjes kregen weer brood. En terwijl wij bezig waren met voeren, glipte Mocca onder het prikkeldraad door en rende door het weiland. Even later de paarden er achter aan. Die waren sneller, maar Mocca bleef hen voor door steeds snel van richting te veranderen. De dieren hadden er lol in, dat was duidelijk. En na een paar minuten hielden de paarden het voor gezien; Rennen met zo’n jonge hond was best inspannend. Margot zei terecht: “Als ik tachtig ben, ren ik ook niet meer achter een leuke jonge vent aan, hoor.” Denise plaagde haar. “Zelfs niet als die vent Gerben heet, Margot?” Ze hoefde niet te antwoorden, dat deed Charlotte wel. “Als mijn zusje tachtig is, is Gerben twee en tachtig, Denise. En volgens mij rent hij dan ook niet meer zo soepel als nu.”
“Nou ja... als Margot achter je aan zit met een mattenklopper”, grinnikte ik, “Dan zou ik echt wel gaan rennen, hoor. Twee en tachtig of niet.” Joline keek me minachtend aan. “Je bent een enorme bluffer, Kees Jonkman.” Ondertussen snuffelde Mocca aan de hoofden van der paarden. Hier een lik, daar een snuffel... De dieren konden prima met elkaar opschieten; de staart van Mocca zwaaide hevig heen en weer en de paardjes vonden het ook prima. Oren ontspannen naar voren, af en toe met de lippen over Mocca’s snoet... Charlotte keek duidelijk tevreden naar het tafereeltje. “Zo zou het moeten zijn in de wereld, meiden. Geen agressie, geen afgunst, nee gewoon laten zien dat je de ander wel mag. Op de manege zien we dat ook: de eigenaresse heeft twee honden, en die zijn deel van de kudde. Ze eten nog net geen gras, maar veel scheelt het niet. Als we een buitenrit maken, gaan de honden altijd mee en rennen lekker om de paarden heen. En in de bak, binnen op de manege is het helemaal feest. Als wij daar rijden, rennen de honden ook door het zand en het zaagsel en hebben de grootste lol. En daarna, als we de paarden borstelen en wassen, staan de honden ook onder de straal. Vinden ze heerlijk.”
Joline riep Mocca. “We gaan weer terug, dames. En heren. Mocca, Kees, hierrr...” Mocca kwam aanstuiven en ik rende ook op Joline af. Ging vlak voor haar op mijn hurken en begon te hijgen, tong uit mijn mond. Ik kreeg een schop met een pump. “Doe normaal, gék.” Joline gaf me een luchtkusje en de andere dames gniffelden. “Ik probeer de avonden in huize Jonkman – Boogers te visualiseren, meiden...” Gonnie gniffelde. “Lijkt me wel boeiend. Mocca die een knuffel van Jolien krijgt en Kees een trap onder z’n kont met een pump...” Margot zei droogjes: “Die knuffel voor Mocca: ja. Maar voor trappen onder iemand z’n gat... Da’s Kees z’n specialiteit. Vraag maar aan Fred.”
Ingrid schoot in de lach. “Oh ja... op die schietbaan toch? Met een onvervalste militaire vloekpartij er achteraan... Ik zal het eens aan Mariëtte vertellen. Kan Kees met terugwerkende kracht alsnog z’n pushups doen.” Ze keek me gemeen aan. “Lijkt me wel leuk, Ingrid. Lekkere afwisseling tussen al dat geteken door, de hele dag pushups doen met het uitzicht op Mariëtte. Ik weet niet of Theo er ook zo denkt, maar dat zien we dan wel weer.” Een donkere blik van Joline was de te verwachten reactie. “Een hele dag pushups doen? Wederom bluf, meneertje. En met het uitzicht op onze sportgoeroe? In trainingspak? Nogal saai voor jou, denk ik.” “Ja schat. Je hebt zoals gewoonlijk weer eens gelijk schat. Als ik die pushups nu eens op jou...” Ik werd meteen de mond gesnoerd. “Niet verder, echtgenoot! Je kent de straf!” Angelique giebelde. “Oh ja, die ken ik ook...” Joline keek haar aan. “Om te voorkomen dat ik weken lang bevraagd wordt... Vertel maar, An.” Die bleef giebelen. “Dan wordt Kees gesmoord met Joline d’r panty’s. In feite een veel te mooie dood voor hem, maar ‘m met een strijkijzer doodslaan geeft zo’n rotzooi.” De meiden schoten in de lach en ik keek zielig, tot een zoentje van Jolien me weer liet lachen. “Wacht maar, An. Tot het laatste loopje van Kees voor de kerstvakantie. Dan zal ik je even helpen herinneren...”
Ondertussen waren we alweer bij DT aangekomen en liepen we de kantine in. “Zo. En nu een lekkere warme kop koffie...” Die ging er lekker in, en even daarna ging ik weer aan het werk. Tot mijn telefoon weer ging: Irene.

“Kees ik heb een meneer onder de knop zitten die naar jou vroeg. Nou ja... hij snauwde zo ongeveer: ‘Juffrouw, geef me Jonkman aan de telefoon!” Hier komt hij.”
Klik. Goedemiddag me...”
Verder kwam ik niet. “Jonkman, jij vuile hufter... Door jou is mijn hele bedrijf aan puin en woon ik momenteel in een stacaravan! Ik ga je kapotmaken jochie!” De stem was duidelijk: Duyvestein.
Ik grinnikte. “Dan weet je ook eens hoe het armere deel van Nederland leeft, knul. Verwacht van mij geen medelijden. Vertel eens: hoe beviel het Huis van Bewaring?”
“Klootzak. Ik maak je helemaal kapot. En je blonde vrouwtje ook. Ik zal...”
Ik liet hem niet uitspreken; ik grauwde: “Wil je wéér de cel in? Ook van dit gesprekje doe ik aangifte, want je bedreigde mij weer. En wat kwalijker is: je bedreigde ook mijn echtgenote. Val mij niet lastig Duyvestein; je gaat niet weten wat je overkomt. We zien elkaar in ieder geval nog één keer: in de rechtszaal, als je met je voormalige werknemers én je lugubere vriendje uit Leiden in het beklaardenbankje zit. Ik denk dat er wel wat personeel uit diverse ziekenhuizen op de publieke tribune zit die je graag eens een infuus willen toedienen op een plekje waar het behoorlijk pijn doet.”

Ik smeet de hoorn op de haak en keek in het nogal ontstelde gezicht van Irene. “Wat was dit, Kees? Zo ken ik je niet...” “Sorry Ireen. Maar degene die mij zonodig wilde spreken was het mastermind van de oplichterij van die ziekenhuizen. Ene Duyvestein. Zuid-as rioolrat van de allerlaagste klasse. Meneer wilde even z’n gram halen op Kees en Joline Jonkman...” De laatste woorden spuugde ik eruit. Irene trok aan m’n arm. “Meekomen jij. Je staat zo strak als een pianosnaar. Even ontspannen en daar gaat Irene voor zorgen.”
Ze trok me mee richting koffieautomaat. “Thee of koffie?” Ik bromde: “Doe maar thee. Genoeg koffie gehad vandaag.” Irene haalde twee bekers uit de automaat. Toen we in de receptie stonden deed ze deur dicht en ik keek haar aan. “Dit geeft praatjes, Ireen. Ten eerste moet de receptie altijd open zijn voor bezoek, ten tweede... Kees en zo’n knappe jongedame alleen in een kantoortje, met de deur dicht...?” Ze snoof. “Snap ik. Zeker als men mijn opmerking van zojuist ook nog gehoord heeft.” Ik trok mijn wenkbrauwen op. “Ehhh... Welke opmerking?” Ze keek plotseling héél ondeugend. “Ik zei: ‘Meekomen jij. Even ontspannen en daar gaat Irene voor zorgen”.
Ik keek haar verbluft aan. “Die had ik even niet meegekregen...” Ze knikte. “Dat dacht ik al, anders had je er weer een lompe mannengrap over gemaakt. Goed dat Joline me niet hoorde, anders had die er ook het nodige van gevonden...” Ze greep naar haar oor en we gniffelden samen. ”Maarre... Hoe zit dat nu exact met die vent die je net aan de lijn had, Kees?” Beknopt vertelde ik iets over mijn stagetijd bij Duyvestein en hoe we elkaar weer tegenkwamen, eerst met die electriciteitscentrale in Bosnië en vervolgens, via Rogier, in de ziekenhuisbusiness. “Hij kan mijn bloed wel zuipen, Irene. Nou ja, niet alleen mijn bloed, ook dat Rogier, van Fred, Jolien en nog een paar lui in diverse ziekenhuizen, denk ik.” Ze dacht even na. “Het je een foto van hem?” Ik keek verwonderd en ze legde uit: “Als ik weet hoe hij er uit ziet, en de dames bij de receptie ook, kunnen we hem de toegang ontzeggen...” Ze giechelde. “Of in ieder geval zó hard gillen dat de hele knokploeg van DT uitrukt...” Ik schoot in de lach. “Typ z’n naam maar eens in in Google. Voldoende keuzes aan foto’s... Al dan niet met balkje of geblurrd. Maarre... Kun jij even in de telefoonhistorie kijken naar het nummer waarmee hij belde? Dan kan ik dat opslaan. Want op mijn bureautelefoon heb ik geen nummermelder. Kon er waarschijnlijk niet af van onze krenterige directie...”
Ze knikte. “Snap ik. Daar zal de groot-aandeelhoudster wel voor hebben gelegen. En die moet je niet tegen je hebben!” Ik keek verrast. “Kén jij Gertie dan?” Irene giebelde. “Een paar weken geleden vroeg Theo of ik eens bij hen op bezoek wilde. En hij zei er meteen achteraan: ‘Mijn vrouw is er ook bij, hoor!’ alsof hij... Nou ja, je begrijpt me wel. Hij heeft me thuis opgehaald, we hebben een hele gezellige avond samen met Gertie gehad en hij heeft me weer netjes thuisgebracht. Dus ja, Gertie ken ik ondertussen ook een beetje.” Ondertussen had ik het nummer waarmee Duyvestein gebeld had, overgenomen. En was mijn thee op. “Ik denk dat ik hier nog even gezellig bij jou blijf hangen, Ireen. Mij missen ze toch niet...”
Ze sprong op. “Maar mij wél, meneer Jonkman! En de receptie moest open blijven, hoorde ik net iemand zeggen...” Ik knipoogde. “Dank je wel voor je goeie zorgen, Irene.” “Voor iemand die me uit de klauwen van Luna van den Akker heeft bevrijd, doe ik wel wat meer, Kees.” Ze knipoogde terug. “Binnen bepaalde grenzen, dus maak je geen illusies.” Ik keek, met de deurknop in handen, teleurgesteld.
“Jammer... Ik had je zo graag eens in zo’n korfbaljurkje gezien...” Daarna maakte ik haastig uit de voeten en toen ik de gang liep, hoorde ik: “Je wacht maar tot het laatste loopje voor de kerstvakantie, Kees!” Eenmaal achter mijn beeldscherm noteerde ik in m’n agenda op 21-12: ‘sport... Ireen in korfbaljurkje’. Ben benieuwd...

Om half vijf sloot ik computer af. Héhé... Ik zou blij zijn als morgen de groepsruimte weer vol zou zijn. Gewoon weer sparren met de rest over techniek, geintjes maken en tussen de middag naar Mariëtte. En Marion was er ook weer... Benieuwd naar haar belevenissen bij de politie. Ik haalde Joline en Mocca op. Mocca moest nog even plassen, daarna reden we weg. Het gesprek ging over koetjes en kalfjes, financiën en Mocca. Joline hielp me herinneren dat Adria van Gelder, de gastgezinbegeleidster van Hulphond Nederland zaterdag om elf uur op de stoep zou staan. “Oei... Dat moet het huis voor die tijd wel spic en span zijn, schat. Onze slaapkamer ook.” Naast me klonk een snuif. “Mevrouw van Gelder heeft niets in onze slaapkamer te zoeken, Kees. Als ze nieuwsgierig is hoe die er uit ziet en wat wij daar doen... Ze gebruikt haar fantasie maar.” Al kletsend bereikten we Veldhoven. En eenmaal binnen draaide Joline zich naar me om en duwde me tegen de deur aan.
“En nu... vertel het maar, Kees. Er zit je iets dwars.” Ze lachte liefjes. “In de auto wilde ik het niet vragen; jij reed. Maar je reed agressiever dan normaal, vriend.” Ik zuchtte. “Kan die volautomatische Kees-detectie ook uitgeschakeld worden? Verdorie.. En ja, ik lig al.” Toen ik weer stond keek ik haar aan. “Duyvestein belde vanmiddag. Hij is blijkbaar op vrije voeten en begon weer te dreigen. Hij zou me kapot maken. En jou ook, schat.” Joline haalde haar schouders op. “Is dat alles? Hij gaat niet weten wat hem overkomt, Kees. We hebben best wat azen in onze mouwen.” “De eerste is al in werking gezet, schat. De telefoon-detectie-app. Ik heb zijn nummer er op gezet. Een straal van twee kilometer rond de flat en ook om DT. Komt hij in de buurt, dan weten we dat meteen. Morgen fluit ik Fred wel even in; die kan hem nog beter traceren: 24/7. En afluisteren.” Joline knikte. “Goed plan. En wij gaan zaterdagmiddag, als Adria vetrokken is, nog even naar de schietvereniging. Met de Hatsans. Op de tien-meterbaan, met de lasers er op. Scenario’s oefenen.”
Ze knipoogde. “Dan kunnen we die afgekeurde pellets verschieten, want voor de Dreamlines zijn die niet meer geschikt.” “Ehh... Dat klopt, mevrouw. Want de Dreamlines zijn kaliber .25, de Hatsans slechts .22.” Ze trok wat met haar mond. “Verdorie, je hebt weer eens gelijk... Irritant.” Ik wees naar de grond. “Jouw beurt, schatje. Vijf keer.” Ze zuchtte, ging liggen en deed braaf haar pushups. Mocca hielp haar even door haar gezicht af te likken terwijl ze bezig was. “Gekke hond... Zo gaat m’n make-up wel heel snel naar de bliksem. Maar je bent wel lief. Liever dan die beul daar...” hoorde ik, toen ze weer overeind kwam. Ik pakte haar hand. “Kom, schoonheid met je doorgelopen make-up. We gaan koken.” Joline schudde haar hoofd. “Nee. IK ga koken. Jij gaat nog even blazen. Vingers soepel maken voor straks, bij Brecht en Greet. En wie weet, ook voor wat daarna komt, bij mij. In bed.”
Ze trok me naar zich toe. “Jij moet even je woede er uit blazen, Kees. En daarna wil ik met je naar bed. Anders slapen we vannacht niet en liggen we alleen maar te denken en ons kwaad te maken. Geen zin in. Morgen moeten we fris en fruitig bij Mariëtte aankomen.” “Als wij de hele nacht van bil gaan, weet ik niet of ik morgen wel zo fris en fruitig bij Mariëtte ben, Jolien...” Ik kreeg een pets op een bil. “Bluffer... Blazen jij!” Gniffelend verdween ik naar de studeerkamer. Ze had wél gelijk; als ik lekker aan het musiceren was, vergat ik alles om me heen. In feite net als met schieten: concentreren op ademhaling, op de muziek, de partituur, elke noot op de juiste plaats laten landen... Alleen de gaatjes in het papier ontbraken. Een uurtje stond ik te blazen: eerst loopjes en trillers en toen dat lekker ging concentreerde ik me op kerstmuziek, de stukken die we tijdens de kerstnachtdienst zouden spelen. Bekende liederen, dat wel, maar die moest ik wel tot in de perfectie kennen. Na drie kwartier riep Joline dat we konden eten. Bugel schoonblazen, handen wassen... Joline had een spinazie-schotel gemaakt met spekjes. Heerlijk! “Bladzijde 98 van de receptenklapper, Kees. Recept van oma Sietske. Ze heeft me eens verteld dat dit goed voer was voor mensen die hard moesten werken.” Een lief glimlachje volgde. “Ik weet alleen niet of oma Sietske ‘op je krent zitten tekenen’ ook in de categorie ‘hard werken’ zou laten vallen.”
“Krengetje. Ik ga later, in de hemel, wel eens een goed gesprek aan met jouw oma. Eens horen wat zij over haar ooit zo lieve kleindochtertje te vertellen heeft en haar eens bijpraten over de jaren van jouw leven toen zij er niet meer was. Tussen het harpspelen door. Eens zien of je dan nog het lieve kleindochtertje bent, of dat je achter je harp zit met minimaal één knalrood oor.” We knipoogden naar elkaar. Na de afwas zaten we nog even uit te buiken, daarna pakte ik m’n bugelkoffer en de muziek. “Ik blijf thuis, schatje. Nog even studeren.” Ik schudde mijn hoofd. “Kom gewoon gezellig mee, schat. Dan kun je Brecht nog even troosten als die weer eens ongenadig op haar zielement krijgt van twee militairen. En als wij spelen, kun je genieten. Of Mocca z’n oren dichthouden, als we weer eens lekker losgaan, net wat je wilt.” Joline stond zuchtend op. “Oké, oké... ik offer mezelf wel weer op. Al was het alleen maar voor de maagdelijkheid van Brecht, het arme kind.” In de deuropening draaide ik me om. “Nou... Ik weet niet of Brecht nog maagd is. Nou ja, wie weet heeft zij recentelijk ook het handvat van haar haarborstel...”
Een onderzetter suisde mijn kant uit; ik kon nog nét op op tijd bukken; het ding vloog de gang in. “Rótvent!” Mocca rende er achteraan en bracht de onderzetter netjes terug naar Joline. “Goed zo Mocca. Brave hond, hoor! Zo kan ik ‘m nog een keer gooien.” “Een mooie onderzetter-apporteerhond ben je, Mocca. Maar dat vertellen we maar niet aan Adria. Ze gaat er vast iets van vinden.” Ik aaide de hond. “Kom, schone jonkvrouwe... Daal af uit uw kasteeltoren; uw koets staat gereed, zo dadelijk kunt u uw heraut horen.” Joline keek me spottend aan. “Als die heraut het waagt om ‘In de hal van bergkoning’ te spelen, laat ik ‘m publiekelijk executeren.” Die knoopte ik in m’n oren. Kijken of we een geintje konden uithalen... Even later was ik hevig aan het blazen met Brecht op het orgel en Greet ernaast.
Ze was nu écht veeleisend, hoorde alles, zowel van Brecht als van mij. En regelmatig moest er dus iets over. Kerstliederen die ik, dacht ik, goed in m’n systeem had zitten, perfectioneerde Greet. Na drie kwartier had ik het even gehad. “Zeg dames, wat denken we ervan? Deze jongen is wel toe aan een kleine adempauze. Sjongejonge...” Zowel Greet als Brecht keken me spottend aan. “Ach gut... Wordt het een beetje teveel voor je, Kees?” Ik knikte. “Even zonder dollen, meiden: ja. Drie keer achter elkaar het ‘Ere zij God’ spelen... Vannacht om drie uur hoor ik het nóg.” Vanuit de kerk kwam de stem van Joline: “Altijd nog beter dan de kerkklok van Driel half vijf te horen slaan, Kees!” Ik zuchtte, Greet schoot in de lach en Brecht keek ons aan. “Wat...?” “Grapje voor insiders, Brecht. Nogal platvloers. Leggen we beneden wel uit. Zonde als dit mooie orgel bezoedeld van jouw tranen van het lachen. Kóm, meiden!”
Beneden dronken we thee. Ik liet het aan Joline over om de grap te verklaren aan Brecht. Die keek nadenkend. “Rond een uur of twaalf in bed en dan de klok uiteindelijk half vijf horen slaan? Heeft die Fred nog broers?” Ik schudde mijn hoofd. “Sorry dame. Hij is enig kind. Om z’n eigen woorden te gebruiken: zijn moeder had het nogal zwaar tijdens de bevalling.” Greet vulde droogjes aan. “Ik heb er beeld bij...” Brecht bleef glazig kijken. “Jij hebt in onze huiskamer een foto van ‘m gezien, Brecht. Daar staan Fred, Wilma en wij op, breeduit lachend.” De ogen van Brecht lichtten op. “Wacht even... die bodybuilder? Ja, dan heb ik er wel beeld bij dat z’n moeder het moeilijk had...” “110 kilo woest informaticavlees, Brecht. Gelukkig heeft hij nu een strenge chef die hem onder de duim houdt.” Greet wees op Joline. “Dáár zit ze.” Joline gniffelde. “Eerst was Kees zijn chef, tien jaar later mocht ik het overnemen.” Brecht schudde haar hoofd. “Daar zul je je handen wel aan vol hebben...”
“Nee hoor”, zei Joline vlakweg. “Eén keer lief lachen en hij doet alles voor me. Veel simpeler dan toen Kees zijn chef was. Die moest ‘m nog wel eens een trap voor zijn dikke reet geven.” Greet stond op. “Voordat we de anatomie van Fred nader gaan beschouwen... We gaan weer aan ’t werk, dame en heer.” Om half tien was ze tevreden. “Volgens mij gaat dit goedkomen. We stoppen er mee. Als jullie nu nog een keer ‘And he shall feed his flock’ gaan spelen, slaap ik de hele nacht niet. Ondanks dat de melodie prima geschikt is als slaapliedje.” “Zal Anita best wel op prijs stellen, lieve bugeljuf...” Ze maakte een dreigend gebaar en ik dook weg. “Lomperd...” mopperde ze, terwijl ze haar muziekboeken inpakte.

Een kwartier later waren we weer thuis. Ik liet Mocca nog even uit; die had de hele tijd in zijn mand gelegen. Het dier zat er niet mee dat we bijna twee uur weggeweest waren. Hij kon zich op het losloopveld nu even uitleven. Maar steeds kwam hij even terug om zich te melden. En kreeg hij z’n beloning: één zielig brokje. Nou ja, als goeie Labrador doe je daar alles voor... Twintig minuten later waren we weer binnen. “We zijn er weer!” Riep ik in de hal, terwijl ik m’n jas uitdeed. “Mocca, zoek Joline!” Roefff... de hond stoof de kamer in en ik hoorde: “Hé gekke hond... Jaja, je bent braaf. Lekker gelopen met die ouwe infanterist?” Ik kwam de kamer in: Mocca zat naast Joline, z’n poten op haar schoot, hevig kwispelend. “Hoi schat... Is er nog plaats op je schoot? Dan kom ik er even bij.” Ze bitste: “Je ziet toch dat ik bezet ben, Kees? Best wel lekker, zo’n jonge puber op schoot...” Ik bromde: “Wacht maar tot Mocca merkt dat je loops bent. Dan heb je geen seconde rust en staat hij steeds tegen je aan te rijden.”
Ze keek afkeurend. “Getsie... Tijd dat hij gesteriliseerd wordt... Zaterdag aan Adria vragen hoe dat zit... En nu, Mocca: off!” De hond bleef waar hij was: kop op Joline haar schoot, langzaam kwispelend. “Mocca... Off!” Nu keek hij wel op met een blik in de ogen van ‘Méén je dat nou?” Zachtjes brommend liet hij zich zakken. “Als Mariëtte erbij was geweest had Mocca zich nu 20 keer op kunnen drukken. Volgens mij hoorde ik net een paar welgemeende honde-verwensingen, schat.” Joline streelde haar rok glad. “Dat zal best. Als Adria hier geweest was, had ik ook nog op m’n falie gekregen. De hond moet weten dat hij niét op schoot mag. Zul je me niet verraden, schatje?” “Nou, dat ligt er een beetje aan, mevrouw. Als u vanavond nu eens heel lief voor me bent...?” Ze keek ondeugend. “En als ik dat niét ben, meneer? Krijg ik dan straf?”
Ik ging naast haar zitten en trok haar tegen me aan. “Geen zin om zo’n lieve vrouw te straffen vanavond, schat. Wél om heerlijk mee te knuffelen.” Joline gaf me een lange zoen. “Dat lijkt me ook wel lekker. Een ervaren vent... Daar kan ik wel wat mee. Kóm!” Ze trok me overeind en we liepen de slaapkamer in. Mocca was al in zijn mand gekropen. Na het tandenpoetsen kwam Joline tegen me aan staan en sloeg haar armen om me heen. “Jij bent gespannen, Kees. Ik voel het. Waarom?” Haar armen streelden mijn rug langzaam. “Omdat er wéér iemand is die mij kwaad wil doen, Jolien. En verdomme: jou ook. En ik weet niet zo goed hoe we meneer Duyvestein met zijn eventuele vriendjes aan moeten pakken. Dát maakt me gespannen.” Joline keek me van vlakbij aan. “Volgens mij hebben wij nogal wat ervaring daarin, Kees. En een prima werkende inlichtingendienst, én ondertussen heel veel vrienden om ons heen. Sowieso onze vriendengroep: één piepje in de groepsapp en er staan hier 20 mensen klaar om te knokken en oorvijgen uit te delen. En als iemand onuitgenodigd binnen wil komen, kijkt hij recht tegen de hoektanden van Mocca aan. Daar wil je geen kennis mee maken, net als met de tanden van Bengel. Mocca is geen puppy meer, maar een redelijk forse hond. Vorige week nog even gewogen: 32 kilo met een prima gebit. Die wil je niet tegen je hebben. Verder hebben we bij de politie nog wat mensen zitten die ook bereid zijn een stapje meer te doen dan ze formeel mogen: ene hoofdagent Paul de Groot en rechercheur Anna van Helvoort. En bij twee ministeries: een zeker echtpaar waarvan de mannelijke helft een groene baret als slaapmuts heeft en de vrouwelijke helft hele mooie zwarte krullen. En op een zeker bedrijfje in Gorinchem werken een aantal lui die ook in de auto springen, mocht er iets loos zijn.” Ze giebelde even.
“En vergeet het voormalig peloton van Ton niet. Die zitten er volgens mij ook niet mee om weer eens een oefeningetje rondom een zekere flat in Veldhoven te doen...” Ze blééf giebelen. “Als was het alleen maar om een blik te kunnen werpen op Claar en Mel... Die hebben best wel indruk gemaakt om sommige van die heren.” Ik bromde: “Niet zo gek, met hun tover-ogen en mooie haren. Kun je nagaan: die avond toen we Floris hier verjoegen, droegen die meiden allebei een simpele spijkerbroek. Als ze rokjes aan hadden gehad...” Joline lachtje zachtjes. “Ja, dan was het helemaal bal geweest voor Floris. Was hij al in elkaar geslagen nog voordat hij...” Ik legde een vinger op haar mond. “Sssst. Zo werken wij niet, schat. Nou ja, ik ben één keertje ver over de schreef gegaan met een briefopener, en dat was fout.” Joline keek me aan. “Inderdaad. Maar het heeft de politie wél meer gegevens opgeleverd. Gegevens waarmee ze gericht verder konden zoeken.” Ze kuste me. “Een beetje gerustgesteld, Kees? We zijn niet weerloos, schat. En nu liggen we lekker onder het dekbed." Ze begon met hevig te zoenen, stopte even met zoenen en zei plagend: “Oh? Bezwaar tegen?” Ik duwde haar even iets weg. “Ja. In feite wel. We moeten het sámen leuk hebben, schat.” Twee blauwe ogen keken me doordringend aan. “Kees... Dat klopt. Meestal. Maar soms moet je wat over hebben voor de ander. Ik heb jou soms teleurgesteld als ik onder jouw lekkere handen in slaap viel, in plaats van met je te vrijen. En nu wil ik jou lekker laten genieten, zodat jij in slaap valt en niet nog drie kwartier ligt te piekeren. Geven en nemen, weet je nog?”
Ik kuste haar snel. “Jolien, als je zo doorgaat dan ga ik jou met een rotgang miljoenen kleine cadeautjes ‘geven’, schat. En ik zou graag willen dat jij daar ook plezier aan beleeft.” Ze keek me weer aan. “Kees... Ik ken je langer dan vandaag. Als ik je niet een beetje ga uitputten, lig je straks te woelen. En dat wil ik niet...” Ze glimlachte even. “En dat mijn nachthemdje dan plotseling voorzien wordt van een paar vlekken... Ach, dat ‘neem’ ik maar op de koop toe. En nou genieten jij. En ontspannen. Laat mij het zware werk maar doen.” Ze kuste me weer. En wreef met haar heupen tegen me aan: langzaam en sensueel. Ik werd met de seconde geiler en duwde me tegen haar aan. “Laat het maar komen, schatje... Lekker klaarkomen bij zuster Joline.”
Ze giebelde. “De iets oudere zus van Jolientje. Gespecialiseerd in het ontstressen van haar patiënten.” Ik bromde: “Heeft Zuster Joline dan zo’n rood kruisje op?” Even was het stil, toen schaterde Joline. “Nee... Dat is niet zo bevorderlijk voor de therapie...” Ze streelde mijn paal. “En nu geen flauwe opmerkingen meer. Genieten jij!” En dat deed ik! Ik voelde haar warme lijf tegen me aan, haar handen overal, haar mond, haar tong... En toen spoot ik. Alsof het uit m’n tenen kwam! Hijgend lag ik achterover, Joline bovenop me, zachtjes strelend en met soms een zoentje. “Schat... Je bent geweldig.” Haar glimlach zette de kamer bijna in lichterlaaie. “Dank je wel. Snap je nu een beetje waarom de zorgpremie elk jaar stijgt?”
Ik bromde: “Ik geloof dat ik het snap...” “Mooi zo. En voor de duidelijkheid: deze behandeling zit in het allerduurste aanvullende pakket. Dat pakket heet ‘huwelijk’.” Ik schoot in de lach. “Ik zal de polisvoorwaarden van Univé er eens op naslaan.” Ze gniffelde. “Doe maar. Morgenavond, na de dansles.” Ze gaf me een lieve zoen. “En nu slapen Kees. Heb je nodig. Ik poets mezelf wel even schoon in de badkamer; als ik terugkom ben jij onder zeil, begrepen?” “Zeker zuster.” “Goed zo. We willen hier gehoorzame patiënten in dit verpleeghuis.” Ze poetste mij even schoon met een handdoekje, toen stond ze op. “Slapen, Kees.” “Zeker zuster. Dank u wel, zuster. Voor deze behandeling.” Ze giebelde en verdween. Ik draaide op m’n zij. Wat een schat...

Vrijdagochtend was ik om vijf uur al wakker. En goed uitgerust! De behandeling van ‘zuster Joline’ had prima geholpen. Dus ik gleed het bed uit en maakte twee koppen thee, waarmee ik even daarna de slaapkamer binnen kwam. “Goedemorgen lieve verpleegkundige... Mag ik je verblijden met een vers kopje thee?” Haar ogen gingen langzaam open. “Getver Kees... Wat ben jij weer helder op de vroege ochtend.” Ik zette het blad met de mokken neer en kroop even naast haar. “Dat krijg je ervan als je me zo’n lekker slaapmiddel toedient, zuster.”
Jolien zwaaide haar benen uit de bed. “Eerst even plaats maken voor die thee, Kees. Anders gaan er dingen fout.” Even later kwam ze, iets wakkerder, terug. “Zo. Dat moest er uit. Hoe laat is het? Hmmm... kwart over vijf. Dan kunnen we nog even rustig genieten. Lief van je, die thee op bed.” “Genieten, zei je? Daar hoeft die thee geen rol te spelen, hoor...” Ik streelde haar rug. “Niks ervan Kees. Thee. En geen uitgebreide vrijpartij. Kost veel te veel nachtponnetjes.” Ze duwde me terug, pakte haar mok en hield die als een schild voor zich. “Anti-conceptiethee. Mij nu aanranden betekent brandblaren, ventje.” Na de thee douchten we snel. Aankleden, ontbijten... En tijdens het ontbijt kletsten we nog even over Duyvestein en concludeerden dat we voldoende voorbereid waren op een eventuele confrontatie. Zowel thuis als bij DT. “Ik geef de dames achter de receptie én Irene wel een foto van meneer D. Uit Amsterdam, Kees. Met het vriendelijke verzoek om deze meneer nooit binnen te laten. En als hij tóch naar binnen komt, meteen 112 te bellen.”
Ik knikte. “Prima plan. En hier thuis hebben we meer dan voldoende veiligheidsmaatregelen genomen: telefoon-app, camera’s beneden, camera’s op de galerij, alle ramen aan de galerij voorzien van dik glas met breukmelders, betere sloten op de deur...” “En vergeet de buksen niet, Kees. Als Duyvestein hier binnen komen, krijgt hij een wat steviger recept dan Floris. En ik zal er geen traan om laten.” Joline keek grimmig. We pakten even later onze sportspullen en vertrokken naar Gorinchem. Tijdens de rit hield ik het overige verkeer goed in de gaten en nam wat maatregelen om eventuele volgers snel te ontdekken. Dan weer een stukje ‘stevig’ rijden, dan weer tussen een paar vrachtauto’s kruipen om met 85 kilometer per uur voort te sukkelen... Geen auto’s te zien die opvallend bij ons in de buurt bleef. Mooi zo. In Gorinchem was het bij de koffieautomaat weer nogal ‘vocaal’. Ik was blij dat alle piraten weer terug waren en toen Fred zich ook nog eens meldde, was het pandemonium compleet. Een medewerkster van een ander bedrijf maakte de opmerking dat ze blij was als iedereen weer aan het werk was. “Als jullie hier staan te keten, komt er bij ons op de vierde verdieping niks van werken terecht!” Dus joeg ik iedereen om half acht de groepsruimte in, inclusief Fred en Marion.
Met een kop koffie voor ons namen we de afgelopen week even door. En toen Marion aan de beurt was om te vertellen, grijnste Rogier: “Gut Marion... Het valt me mee dat ze je niet in Nijmegen hebben vastgehouden.” Marion keek nuffig terug. “Jaja... En jij dan elke avond bij mij op bezoek komen zeker? Ik heb je door, Rogier! Daar zou Charlotte wel iets van gevonden hebben, denk ik!” Gerben zei droogjes: “Lijkt me sterk. Ik heb bij Rogier in Nijmegen geen enkele pot pindakaas aangetroffen.” Marion keek hem alleen maar laatdunkend aan; zei verder niets. “Nou Marion...” Henk z’n stem klonk. “Laat eens horen wat jij in Nijmegen hebt aangetroffen.” Ze begon te vertellen. “Diverse toelevings- en installatiebedrijven staan blijkbaar op de vriendenlijst van Duyvestein. En het opvallende is: Op het moment dat sommige van die bedrijven samenwerkten met Duyvestein, waren hun personeels- en materiaalkosten plotseling 20 tot 30 procent hogen dan wanneer ze ‘gewone’ klus hadden. Er zat zelfs een bedrijf tussen waarmee wij af en toe zaken doen.” Ze keek grimmig. “En ik straks met Theo overleggen of DT nog wel zaken wil doen met die firma... Dat moet hij beslissen, niet Marion de Groot.” Frits knikte. “Goed bezig, Marion.”
En ik keek haar kort aan en knikte. Hier zat een hele andere vrouw dan dat opgeblazen ‘communicatietutje’ van ruim een jaar terug. “Al met al heeft het me ruim drie dagen gekost om alles boven water te krijgen.” Fred baste: “En de rest van de tijd, juffrouw? Zitten nietsnutten?” Marion keek liefjes terug. “Nee hoor. De rest van de tijd liet ik mijn charmante onderstel op het bureau rusten en de techniek het werk doen. De paar heren waarmee ik samen een bureauruimte bevolkte konden dat wel op prijs stellen, zeker als ik een frivool rokje aanhad. Ik heb ondertussen wel wat geleerd van mijn mentor.” Weer een lachbui en Fred gromde wat onverstaanbaars. De rest van de plenaire bespreking ging over de andere projecten; daarna splitste ik de club weer op in tweetallen om de nog overgebleven ‘ziekenhuisproblemen’ te lijf te gaan. Fred ging naar zijn bureau, Marion liep naar Theo.
In de middagpauze deed Mariëtte het rustig aan. Wat fitness-oefeningen, gevolgd door een beschaafd stukje rennen. Niet te hard en niet te ver. Toen we weer voor de sportschool stonden zei ze, met een glimlachje op haar gezicht: “Het is niet altijd afzien bij mij. Soms moet het ook een keertje kalm aan.” Even liet ze een pauze vallen, toen vervolgde ze: “Eens per jaar of zo. Goed weekend!”
Onder de douche kwam er uiteraard commentaar. “Eens per jaar kalm aan?”hoorde ik Frits zeggen. “De rest van het jaar compenseert mevrouw Mariëtte dat best wel goed...” Rob antwoordde. “Nee, daar heeft ze haar personeel voor, Frits. Ken je ze toevallig? Ze heten Fred en Kees. En soms, en dat is de ergste, Joline... Niks veranderd sinds tien jaar.” Dat kon ik niet op me laten zitten. “Volgens mij is mijn echtgenote in de afgelopen tien jaar best wel een beetje veranderd, Rob. Anders was ik zwaar strafbaar geweest. Bekommer jij je nou maar over die rooie furie van je, dan hou ik jouw zusje wel in toom, oké?” Gelach volgde, toen Rob z’n commentaar. “Ik zal die rooie furie vanavond even aan jou vastknopen tijdens de dansles, meneer Jonkman. Kijken of je dan nog zo’n grote bek hebt.” “Mijn lieve jongste zusje klaagt wel eens over jou tijdens de dansles, ouwe oliesnuiver. Dat ze bij jou ‘moet presteren’ en dat een dans met mij ‘best wel ontspannen’ is.” Henry keek om. “Een vrouw die zegt dat ze bij Kees ‘kan ontspannen’? Die werkt hier niet, da’s wel duidelijk...” Geinend droogden we ons af, om even daarna opgefrist in de kantine te verschijnen.
Na vijf minuten tikte Theo tegen zijn mok. “Dames, heren... Even aandacht graag. Marion is er achter gekomen dat installatiebedrijf Nijmeier uit Bussum louche zaken deed met de firma Fuyvestein uit Amsterdam. Ik wil iedereen op het hart drukken: per direct beëindigt DT de samenwerking met dat bedrijf. Ik wens daar niets meer mee te maken te hebben. Dus: als iemand van jullie nog contacten heeft met hen: verwijs ze naar een mail die ik om vandaag om 11:47U verstuurd heb aan de directeur van die toko. Die mail krijgen jullie allemaal via de interne mail als kopie.” Hij keek rond. “Géén uitzonderingen. Ook niet omdat de contactpersoon in kwestie een aardige vent is; tot nader order geen aanbevelingen doen bij klanten richting Nijmeier. Totdat duidelijk is wie daar de zaak heeft geflest én betrokkene ontslagen is. Ik wil nul komma nul zakelijke banden met Duyvestein of met een bedrijf wat zaken met hem gedaan heeft. Duidelijk?” Er werd geknikt. “Mooi. Ik heb dit nog nooit gedaan, jullie konden zelf beslissen of je een installateur bij een klant aanbeval, maar hier trek ik de streep. Dank je wel. En voor degenen die ik vanmiddag niet meer zie: goed weekend. Lekker uitrusten, dan kun je maandag weer fris en vrolijk aan de start verschijnen.” Hij liep naar de deur.
“Nounou... Wát een motivatie, Theo. Hier wordt mijn lieve echtgenote niet zo blij van, dat geef ik je op een briefje.” Fred z’n bas rommelde door de ruimte. Theo keek hem aan. “Je zorgt maar dat je de kerkklok van Driel géén half vijf hoort slaan, Fred. Heeft Wilma ook eens een soepel nachtje...”
Theo verdween snel en wij lachten Fred uit. Denise merkte op: “Half vijf? Met jou? Ik krijg steeds meer respect voor je lieve echtgenote, Fred.” Hij bromde: “Je zou je respect beter voor mij kunnen bewaren, Denise. Maar om allerlei vage en gemene insinuaties voor te zijn: Die half vijf was op onze bruidsnacht. Kees en Joline zijn mijn getuigen.” “Niks ervan, Fred. Toen lagen mijn lieve bruid en ik al een aantal uren diep te slapen. Wij zijn geen getuigen geweest van hun huwelijkse activiteiten, dames en heren. Daar zat een anderhalve meter middeleeuwse bakstenen muur tussen. Buddy zijn heeft zelfs bij ons zo z’n grenzen.” Joline vulde aan: “En iedereen die daar een smerige opmerking over gaat maken, kan een paar nagels in zijn of haar gezicht krijgen! En omdat onze directeur er nu niet meer is zeg ik het maar: aan ’t werk jullie!”
Gniffelend gingen we uit elkaar en inderdaad aan het werk: de laatste losse eindjes van de week aan elkaar breien. En om vier uur: corvee, gevolgd door de thuisreis. Lot, Mar, Rogier en Gerben reden achter ons aan richting Veldhoven. Vanavond weer dansles... De dames en heren uit Arkel zouden bij ons overnachten... Gezellig!
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Faachira
Faachira (32)
Zoek jij een vrouw die durft te zeggen wat ze écht spannend vindt?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ - 
Bezoekers Online: 1615 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net