
Het huis van Alex en Saskia ruikt altijd naar iets anders dan zijn eigen flat. Waar hij thuis de vage geur van oud koffiezetapparaat en de wasverzachter van zijn ex-vrouw nog steeds in de gordijnen heeft hangen, ademt dit huis citrus en gepoetst marmer. Saskia's hand, denkt hij altijd. Saskia's hand die de vensterbanken afveegt met die gele doek die op dezelfde dag verschoond wordt.
Hij roept niets. Alex heeft hem uitgenodigd, heeft gezegd: kom maar langs na je training, we hebben die nieuwe grill en ik wil die testen. Maar de stilte in de hal klinkt niet als de stilte van iemand die in de tuin staat te wachten. Het klinkt als leegte.
John zet zijn tas neer op de tegels. De auto van Alex staat niet voor de deur – een zilveren Audi die normaliter half op het trottoir geparkeerd staat omdat de garage vol ligt met Saskia's tuinspullen. Hij heeft gekeken, heeft bewust gekeken, en de lege plek waar normaal die bumper glom in het middaglicht, die is er niet geweest.
Hij loopt de woonkamer in. Het gordijn voor de schuifpui naar de tuin is half dichtgetrokken, precies zoals Saskia het altijd doet om de meubels te beschermen tegen de zon. Op de salontafel ligt een kopje met een bruine aanslag in de bodem – koffie, koud geworden. Hij loopt erlangs, zijn sportschoenen maken geen geluid op het dikke tapijt dat ze vorig jaar hebben laten leggen. De keuken is leeg, het fornuis koud, de grill staat nog in de doos op het aanrecht. Een vaatdoek hangt over de kraan gedrapeerd, druppelt water op het roestvrijstalen oppervlak.
Hij roept nu, toch. "Alex?"
De stilte antwoordt.
Het trapgat ligt in het halfdonker, de bovenverdieping ontvangt alleen het gefilterde licht dat door het raam op de overloop valt. John legt zijn hand op de leuning, voelt de gladheid van het gelakt hout onder zijn handpalm. Hij heeft hier honderden keren gestaan, heeft hier biertjes gedronken met Alex terwijl Saskia boven de kinderkamer van hun nichtje inrichtte. Hij kent elke trede, het piepen van de derde, de lichte glooiing van de vijfde.
Maar nu, met die lege plek waar de auto had moeten staan, met die stilte die zich als een deken over het huis heeft gelegd, voelt elke trede anders. Zwaarder. Alsof hij ergens naartoe loopt waar hij niet hoort te zijn.
Het geluid bereikt hem halverwege de overloop. Een geruis, eerst, alsof iemand met een hand door water beweegt. Dan het zachte, ritmische tikken van druppels die niet in hun natuurlijke cadans vallen – te snel, te geconcentreerd. Het komt uit de badkamer aan het eind van de gang, de deur staat op een kier, en daarachter, door die smalle opening, ziet hij het licht dansen op de tegels.
Hij zou moeten omkeren. Hij zou moeten roepen, of teruglopen naar beneden, of een bericht sturen naar Alex. Maar zijn voeten dragen hem naar voren, een stap, nog een, tot hij tegen de muur aan staat en om de hoek van de deur kan gluren.
De douchecabine is van dat matte glas dat je bij de IKEA koopt, half doorschijnend, half verhullend. Maar de deur staat open, heeft Saskia open gelaten, en door die opening stijgt de stoom omhoog in dikke wervelingen die tegen het plafond slaan en weer naar beneden dwarrelen. En in die stoom, in die nevel van heet water en zeep en iets anders – iets wat hij herkent als de geur van haar, van Saskia's huid na een hete douche – staat ze.
Haar rug is naar hem toegekeerd, die rug die hij altijd mooier heeft gevonden dan hij ooit had toegegeven. Niet het soort schoonheid dat je op straat tegenkomt, maar het soort dat je leert kennen door herhaling: de lichte glooiing van haar schouders, de manier waarop haar middel overgaat in heupen die breder zijn dan de mode voorschrijft maar precies zo zijn als vrouwen bedoeld zijn te zijn. Haar haar, dat normaal tot haar schouders valt in die warme bruine kleur die ze zelf "kastanje" noemt maar die hij gewoon "Saskia-bruin" is gaan noemen in zijn hoofd, hangt nu nat en zwaar tegen haar rug, druppels water die er niet in willen blijven hangen maar erdoorheen glippen, omlaag, omlaag, over de ronding van haar bil.
Ze beweegt. En nu ziet hij waar haar handen zijn.
Haar rechterhand rust tegen de tegelwand, de vingertoppen wit van de druk die ze uitoefent. Haar linkerhand – en hier stokt zijn adem, hier voelt hij iets in zijn buik trekken dat hij niet wil benoemen – haar linkerhand is tussen haar benen. Niet voor de hygiëne, niet voor het wassen. De manier waarop haar elleboog beweegt, het ritme ervan, de kleine stoten die haar hele onderlichaam laten schokken – hij kent dit. Hij heeft dit gezien, in spiegels, in filmpjes, in de herinnering aan eigen handen op eigen huid. Maar nog nooit van haar. Nooit van Saskia.
De douchestraal, die hij nu ziet, is niet op haar rug gericht zoals hij zou verwachten. Het water komt van onderen, uit die losse handdouche die Alex heeft gemonteerd omdat Saskia klaagde over de vaste kop. En ze houdt die stroom tegen zich aan, richt hem precies waar haar vingers bezig zijn, laat het warme water bonken tegen haar eigen aanraking, een dubbele stimulatie die haar knieën zichtbaar doet buigen.
Ze maakt geluiden. Niet de geluiden die vrouwen maken in films, niet die georkestreerde zuchten. Dit is rauwer, ongefilterder – een zachte kreun die uit haar keel komt en meteen wordt opgeslokt door de stoom, een hijgend "ah" dat haar schouders laat schokken, een fluistering die hij niet verstaat maar waarvan de toon genoeg is. Ze praat tegen zichzelf, of tegen niemand, of tegen het water dat haar nu volledig nat maakt, dat over haar borsten stroomt en eraf druppelt in een rivier die haar middel volgt, haar navel vult, en uiteindelijk samenvloeit met waar haar handen zich verdringen.
John staat stil. Hij weet dat hij stil staat, maar hij voelt zijn hart bonzen in zijn keel, in zijn polsen, in een lager gelegen gebied dat nu ook reageert op wat hij ziet. Zijn gymshort zit strak, te strak, en hij voelt de druk tegen zijn stijgende geslacht zonder dat hij er iets aan kan doen. Zijn handen liggen plat tegen de muur, de koele pleister die door de stoom vochtig is geworden, en hij drukt zijn voorhoofd tegen zijn eigen polsen alsof dat hem kan tegenhouden.
Ze draait zich. Niet naar hem toe – god, nee, als ze zich nu zou omdraaien zou hij sterven van schaamte – maar naar de andere kant, zodat hij haar profiel ziet. Haar hoofd is achterovergegooid, haar hals een witte boog tegen de grijze tegels, en haar borsten – die borsten die hij altijd discreet heeft vermeden te bekijken, die hij in bikini's op vakanties heeft gezien maar nooit zoals dit – bewegen mee met haar hand. Het water slaat er tegenaan, maakt de huid roze, en hij ziet haar tepels, hard en opgericht, alsof ze niet alleen door de kou reageren maar door iets dieper, iets dat haar hele lichaam in beslag neemt.
Haar vingers werken sneller nu. Hij ziet het, ziet de verandering in tempo, ziet hoe haar heupen naar voren stoten alsof ze iets zoekt wat nog niet daar is. Het water spat in alle richtingen, maakt de vloer nat die al nat was, en haar kreunen worden luider, minder beheerst. "Ah," zegt ze, en het klinkt als een vraag, als een smeekbede. "Ah, ja daar, ja—"
Hij beweegt. Hij weet niet wie hem beweegt, of het zijn voeten zijn of iets anders, iets dat geen controle meer kent. Maar hij stapt de badkamer in, de tegels koud onder zijn sportschoenen, en hij trekt zijn shirt over zijn hoofd terwijl hij loopt. Het natte katoen plakt aan zijn gezicht, even, en dan is het weg, en dan is zijn borst bloot, en dan zijn handen aan zijn short, en dan—
Saskia's ogen gaan open. Niet langzaam, niet in dat dromerige openen van iemand die uit een orgasme komt, maar met een ruk, alsof iemand aan haar oogleden trekt. Ze ziet hem, en hij ziet haar kijken, en voor een seconde hangt er niets tussen hen dan stoom en water en de echo van haar eigen kreunen.
Dan trekt ze hem de douche binnen. Haar hand, die natte hand die net tussen haar eigen benen heeft gezeten, schiet naar voren en grijpt zijn pols met een kracht die hij niet van haar had verwacht. Ze trekt, en hij laat zich trekken, en dan staat hij onder de douche, het water dat eerst haar heeft aangeraakt nu op zijn schouders bonkend, en hij voelt de hitte als een brand die hem schoon zou kunnen wassen als er iets te wassen viel.
"Zo, zo," fluistert hij, en zijn stem klinkt vreemd in zijn eigen oren, lager, schorrer. "Saskia. Lekker dier van plezier."
Ze kijkt naar hem, kijkt hem echt indringend aan, en hij ziet haar blik naar beneden dwalen, naar waar zijn lul nu volledig stijf tegen zijn buik staat, de eikel roze en nat van de stoom die er al overheen is gegaan. Haar tong glijdt over haar onderlip, een snelle beweging die ze niet lijkt te controleren.
"Ben je geil?" vraagt hij, en hij hoort de vulgariteit in zijn eigen woorden, hoort hoe ver hij van zichzelf is verwijderd. "Wil je meer?"
Haar antwoord is geen woord. Haar antwoord is haar hand die zijn pols loslaat en verplaatst, naar zijn borst, naar zijn buik, omlaag, omlaag, tot haar vingers zijn geslacht omklemmen en hij een kreun uitstoot die hij niet heeft toegestaan. "Je komt als geroepen," zegt ze, en haar stem is anders dan hij kent, lager, schor van het water dat ze heeft ingeslikt of van iets anders. "Precies wat ik nu nodig heb."
Ze knijpt, en hij voelt het tot in zijn tenen, een schok van pijn en genot die door zijn ruggengraat schiet. "Een dikke stijve lul," zegt ze, en het woord klinkt vreemd in haar mond, te groot voor haar lippen, te grof voor de vrouw die hij kent als de vrouw van zijn beste vriend. "Om me te neuken."
Hij pakt haar armen. Zijn handen zijn groter, ruwer, en hij voelt de delicate botten onder haar huid, de manier waarop ze zich laat vasthouden zonder te protesteren. Hij draait haar, niet hard maar wel beslist, en duwt haar tegen de tegelwand waar haar hand nog steeds een vochtig spoor achterlaat. De koude tegels tegen haar rug – hij ziet haar huiveren, ziet de huid rond haar tepels verstrakken – en dan is hij tegen haar aan, zijn natte borst tegen haar natte borsten, en zijn mond vindt de hare.
Het is geen zoen zoals hij ooit heeft gezoend. Er is geen opbouw, geen voorzichtig tongen tegen elkaar aanleggen. Dit is binnenvallen, dit is verovering, dit is zijn tong die haar mond binnendringt terwijl zijn onderlichaam naar voren duwt en hij zijn lul tussen haar benen voelt glijden. Niet naar binnen, nog niet, maar er tegenaan, door de natheid die er al is van het water en van haar eigen vocht, en het glijden ervan maakt hem gek, maakt hem wild.
"Je bent zo nat," hijgt hij tegen haar lippen, en het is geen compliment maar een constatering, een verwondering over de realiteit van wat hij voelt.
"Neuk me," antwoordt ze, en haar benen sluiten zich om zijn middel, haar hakken drukken tegen zijn billen, en hij voelt hoe ze hem naar binnen trekt, hoe haar eigen gewicht hem dieper in haar duwt dan hij zou durven. "Neuk me nu, John, god, neuk me—"
Hij duwt. Het is niet elegant, niet beheerst. Het is een stoot die zijn heupen naar voren katapuleert, die zijn lul diep in haar warmte begraaft, en ze gilt – echt gilt, het geluid echoët tegen de tegels – maar haar benen trekken hem dichter, niet verder, en hij weet dat dit goed is, dat dit is wat ze wil, wat ze nodig heeft.
"Ah!" kreunt ze, en haar hoofd valt achterover tegen de tegels, haar hals een witte boog die hij plotseling moet bijten. Hij doet het, niet hard maar wel merkbaar, en ze schokt onder hem, haar binnenste spieren die om zijn lengte trekken alsof ze hem willen houden. "Je bent zo stijf, ah, je bent zo—"
Hij trekt terug, bijna helemaal, en duwt dan weer naar binnen, harder deze keer, en het water dat tussen hen stroomt maakt elk geluid luider, elke stoot een natte klap van vlees tegen vlees. Haar handen grijpen zijn schouders, haar nagels in zijn huid, en hij voelt het bloed wellen waar ze hem markeert, maar het doet er niet toe, het doet alleen maar toe dat dit echt is, dat dit gebeurt, dat hij hier staat, onder de douche, zijn beste vriend’s te neuken—
Nee. Niet zijn beste vriend. Zijn beste vriend neemt hij niet. Zijn beste vriend staat ergens anders, weet niets, en hij, hij neemt diens vrouw, hij duikt in haar alsof hij er recht op heeft, alsof dit altijd al had moeten gebeuren.
"Harder," fluistert ze, en het is geen vraag. "Harder, John, ik wil het voelen, ik wil—"
Hij geeft haar wat ze vraagt. Zijn heupen hameren tegen de hare, elke stoot die haar tegen de tegels duwt, en het water spat in alle richtingen, maakt hen beiden blind en doof voor alles behalve dit. Hij voelt haar spannen, voelt de verandering in haar ritme, de manier waarop haar benen hem plotseling harder vastklemmen alsof ze bang is dat hij weg zal gaan precies wanneer ze—
"Ah! Ah! Ah!" Het is geen woord, het is geen naam, het is puur geluid, puur gevoel, en hij voelt haar komen, voelt de golven van haar orgasme die zijn eigen lul omklemmen en loslaten en weer omklemmen in een ritme dat hem naar de rand drijft. Maar hij houdt zich in, hij is hier niet voor zichzelf, nog niet, en hij blijft bewegen, blijft stoten, blijft haar volgen door de naschokken van haar climax tot ze hijgend tegen hem aan hangt, haar voorhoofd op zijn schouder, haar adem heet op zijn natte huid.
"Je bent nog niet klaar," zegt hij, en het is geen vraag.
"Nee," antwoordt ze, en hij hoort de glimlach in haar stem, hoort hoe ver ze van zichzelf is verwijderd. "Nog lang niet."
Het is dan dat het geluid komt. Niet van hen – hun ademhaling is te zwaar, hun bewegingen te nat om iets anders te produceren dan gespetter. Dit is een ander geluid, het knarsen van een deur die wordt geopend, het zachte piepen van een vloerplank die onder het ‘gewicht lijdt. En dan, door de stoom die nu als een gordijn tussen hen en de wereld hangt, ziet hij de silhouet.
Alex.
Hij staat in de deuropening, nog steeds in zijn werkkleding – dat ziet John, dat registreert zijn brein ondanks alles – en hij kijkt. Kijkt intens en denkend. Zijn ogen gaan van John naar Saskia, naar de manier waarop ze tegen elkaar aan hangen, naar de plek waar hun lichamen nog steeds verbonden zijn, en John verwacht geschreeuw, verwacht woede, verwacht dat hij wordt weggetrokken en op de vloer wordt gegooid.
Maar Alex kijkt nogmaals. En deze keer ziet John het, ziet de manier waarop zijn vriend zijn hoofd een beetje draait, alsof hij een beter zicht wil, alsof hij wil bevestigen wat zijn ogen hem vertellen. En dan, langzaam, alsof het iemands anders handen zijn die het doen, ziet hij Alex' hand naar zijn eigen gulp bewegen.
De verstijving is zichtbaar. Zelfs door de stoom, zelfs met de afstand, ziet John hoe zijn vriend reageert op wat hij ziet. Niet met afkeuring. Niet met woede. Met begeerte.
"Zo," zegt Alex, en zijn stem is dezelfde als altijd, die lichte heesheid die hij heeft sinds zijn longontsteking drie jaar geleden. "Zonder mij beginnen."
Hij loopt naar voren, en John voelt Saskia verstijven tegen hem, voelt hoe haar ademhaling stokt. Maar ze duwt hem niet weg. Ze draait zich niet af. Ze blijft waar ze is, omklemd door zijn armen, gevuld door zijn lul, en ze kijkt naar haar man alsof dit is wat ze had verwacht, alsof dit is wat ze had gehoopt.
Alex begint zich uit te kleden. Geen haast, geen schaamte. Zijn overhemd gaat open, knoop voor knoop, en hij laat het van zijn schouders glijden op de vloer waar het meteen een plas water begint te vormen. Zijn broek volgt, zijn sokken, en dan staat hij naakt, zijn eigen lul volledig erect, dikker dan John had verwacht, met een eikel die al nat glinstert van voorvocht.
"Maak plaats," zegt Alex, en hij stapt onder de douche, het water dat nu op zijn schouders valt en over zijn borst stroomt. "Ik wil ook meedoen."
Saskia lacht. Het is een geluid dat John niet van haar kent, licht en donker tegelijk, volledig zonder remming. "Twee van jullie," zegt ze, en haar ogen gaan van haar man naar John en weer terug. "Twee dikke lullen. Precies wat ik nodig heb."
Alex' handen zijn op haar, nu, op de plekken waar Johns handen waren. Hij grijpt haar heupen, draait haar – en John laat het gebeuren, laat zich meedraaien, laat zijn lul uit haar glijden met een zuigend geluid dat ze alle drie horen – tot ze met haar rug tegen zijn borst staat, haar billen tegen zijn buik, en Alex voor haar, op zijn knieën, zijn mond al op weg naar waar ze nat is van twee mannen.
"Wacht," zegt Saskia, en haar hand op zijn voorhoofd stopt hem. "Ik wil jullie allebei. Tegelijk."
De woorden hangen in de stoom. John voelt zijn hart bonzen, voelt de realiteit van wat ze vraagt als een fysieke druk op zijn borst. Hij heeft dit nooit gedaan, nooit met een man, nooit met iemand die hij kent, nooit met iemand die getrouwd is met iemand die hij kent. Maar zijn lul, die nog steeds hard is, die nog steeds nat is van haar, die pulst in de koude lucht buiten de directe straal van het water – zijn lul heeft geen twijfel.
"Oke," zegt Alex, en hij staat op, zijn mond glanzend van het water en van haar. "Oke, schat. We doen wat je wilt."
Ze leiden haar, samen, alsof ze dit hebben geoefend. John tegen de achterwand, zittend nu, het water dat op zijn schouders valt en over zijn borst stroomt. Saskia staat boven hem, haar benen aan weerszijden van zijn heupen, en ze bukt, grijpt zijn lul, richt hem naar haar opening. Hij voelt haar warmte, voelt hoe ze hem omvat, cm voor cm, terwijl ze naar beneden zakt, haar ogen gesloten, haar mond open in een stil geschreeuw.
"Ah," zegt ze, en het woord is verlengd, uitgerekt, een geluid dat geen einde lijkt te kennen. "Je bent zo diep, ah, je zit zo—"
Dan stopt ze, volledig gevuld, haar billen op zijn dijen, haar rug tegen zijn borst. En Alex is er, voor haar, op zijn knieën tussen haar benen, en John voelt hoe zijn vriend – zijn vriend – zijn handen op haar heupen legt, hoe hij zich positioneert, hoe hij—
"Rustig," zegt Alex, maar het is niet duidelijk tegen wie. "Rustig, we doen dit samen."
De druk is onmogelijk. John voelt het, voelt hoe Alex' lul tegen zijn eigen probeert te drukken, gescheiden door slechts de dunne wand van haar vlees, en het is te veel, het is volledig, het is alles wat ze is en alles wat ze kan geven. Saskia gilt, een lang, hoog geluid dat de stoom lijkt te snijden, en haar handen grijpen zijn knieën, haar nagels diep in zijn huid.
"Ah! Ah! Ah!" Ze stottert het, elke stoot die Alex geeft wordt beantwoord door een nieuw geluid, een nieuwe intensiteit. "Ik ben zo vol, ah, ik kan niet—"
"Je kan wel," zegt Alex, en zijn stem is vast, beheerst, de stem van iemand die dit heeft gedaan, die dit heeft geoefend in zijn hoofd. "Je neemt ons allebei, schat. Je neemt ons allebei zo diep als we kunnen."
En ze bewegen. Niet tegelijk – dat zou onmogelijk zijn, dat zou breken – maar in een ritme dat ze lijken te vinden, een dans van drie lichamen die water en zweet en iets anders, iets dat lijkt op begrip, lijkt op overgave. Alex trekt terug wanneer John naar voren duwt, en vice versa, en Saskia tussen hen in wordt heen en weer geslingerd, een speeltje, een godin, alles wat ze willen en alles wat ze nodig hebben.
"Ah! Ow! Ah!" Haar stem breekt, herstelt zich, breekt weer. "Ik, ik kan niet—help! Help me, ah, ah—"
Ze komt. John voelt het eerst, voelt hoe haar vaginale samentrekkingen om zijn lul trekken in golven die sneller komen, onmogelijk snel, en dan voelt hij Alex, voelt hoe zijn vriend stopt, verstijft, en ook komt, ook spuit, en het is het vreemdste wat hij ooit heeft gevoeld, twee mannen die tegelijk klaarkomen in dezelfde vrouw, hun zaden die elkaar zoeken in haar diepte.
Saskia schreeuwt. Niet van pijn – of niet alleen van pijn – maar van iets dat groter is dan wat ze kan verdragen, iets dat haar uiteen lijkt te willen scheuren en tegelijk bij elkaar wil houden. Haar hele lichaam schokt, haar borsten die op en neer gaan, haar buik die spant en ontspant, en de mannen houden haar vast, houden haar bij elkaar, terwijl ze alle drie komen, terwijl ze alle drie lossen, terwijl ze alle drie vallen.
Ze glijden naar beneden, langzaam, als één lichaam. De tegels zijn koud tegen Johns rug, maar hij voelt het nauwelijks, voelt alleen Saskia die op hem ligt, die nog steeds gevuld is, die nog steeds trilt. Alex ligt naast hen, zijn hand op haar buik, zijn ademhaling zwaar in het kleine beetje lucht dat overblijft in de stoomcabine.
"Nog een keer," zegt Saskia, en het is het eerste wat ze zegt sinds ze kwam, sinds ze hen allebei nam. "Nog een keer. Ik wil nog een keer."
Alex lacht, hetzelfde lichte geluid dat John altijd heeft gekend, maar nu anders, nu geladen met iets wat hij niet kan benoemen. "Rustig, schat. We hebben tijd. We hebben de hele dag."
John zegt niets. Hij kijkt naar het water dat over hen heen stroomt, dat hun zweet en hun zaden wegspoelt, dat hen schoonmaakt voor wat komen gaat. Hij denkt aan de lege plek waar de auto had moeten staan, aan de deur die op een kier stond, aan de keuzes die hem hier hebben gebracht en de keuzes die nog moeten komen.
Maar zijn hand ligt op Saskia's borst, en haar hand ligt op de zijne, en Alex' hand ligt op haar buik, en voor nu, in dit moment, onder deze douche die nooit zal ophouden te stromen, is dat genoeg.




