
Milo stopt met tikken op zijn toetsenbord. Hij wrijft met beide handen over zijn gezicht, draait zijn bureaustoel een kwartslag naar Leen toe en kijkt haar aan. Zijn ogen staan dof van het schermlicht. "Leen, ik wil niet moeilijk doen." Hij laat zijn handen in zijn schoot vallen. "Maar als we dit serieus willen aanpakken... als we die locatie willen zoeken, apparatuur moeten regelen, misschien mensen moeten betalen om ons te helpen... dan hebben we geld nodig. Veel geld."
Leen kijkt op. De vermoeidheid weegt zwaar op haar oogleden, maar haar blik blijft strak op hem gericht. "Hoeveel?"
"Minstens vijftienduizend."
Vijftienduizend. Ze staart hem aan zonder te knipperen. Ze heeft zesduizend Euro als saldo op de app. Onbruikbaar. Eén pin-transactie en ze zijn er. Haar privérekening staat vierhonderd euro in het rood en de aanmaningen liggen verkreukeld in een plas bij het dok. De stilte in de kelder wordt beklemmend. Alleen het eentonige gezoem van de servers vult de ruimte. Thomas beweegt niet eens; zijn ademhaling is het enige teken van leven in de hoek.
Vijftienduizend. Contant geld. Waar in deze stad ligt dat cash voor het oprapen? Haar gedachten schieten langs gesloten bankfilialen en lege kassa's, tot er één optie overblijft. Ze ziet het benauwde kantoortje van Verhulst direct voor zich. De geur van natte asbakken en muf tapijt. De zware, grijze kluis achter zijn fauteuil, waar hij wekelijks de vette, bruine enveloppen met cash huurgeld in laat verdwijnen. Zwart geld. Buiten het zicht van de fiscus. Er moet daar een klein fortuin liggen.
Maar Verhulst geeft niets vrijwillig weg. Je moet hem dwingen. En ze wéét hoe. Het filmpje. De verborgen beelden die ze in haar studio heeft gemaakt. Verhulst nam die middag alles. Het was geen huurverrekening, maar een verkrachting die haar fundering wegsloeg. Ze doorstond de pijn en de onmacht alleen omdat ze wist dat de camera liep. Ze heeft het bewijs al die tijd bewaard als een geladen wapen. Maandenlang heeft ze gewacht op het moment dat de verhoudingen zouden kantelen. Dat moment is vandaag.
Ze duwt zich los van de muur. Ze hoeft de beelden straks alleen maar op haar tablet te zetten. Als Milo vijftien nodig heeft, pakt ze er twintig. Een buffer voor wat komen gaat.
"Ik weet iemand," zegt ze.
***
Het kantoortje achter in Verhulsts pand ruikt naar natte asbakken, schimmel en vergeeld papier. Verhulst zit achter zijn eikenhouten bureau. Zodra de deur opengaat en Leen binnenstapt, veert hij iets op. Zijn blik glijdt over haar natte jas en haar verwaaide haar. Er kruipt een trage lach om zijn mond. Hij leunt achterover; het nepleer van zijn bureaustoel piept onder zijn gewicht.
"Kom je de huur betalen, Leentje?" Hij schuift zijn stoel een stukje achteruit en legt zijn handen op zijn riemgesp. Het metaal klikt open. "Je weet hoe we dat hier regelen." Hij ritst zijn broek al open. Hij kijkt haar aan met de vanzelfsprekendheid van een man die gewend is te krijgen wat hij vraagt.
Leen antwoordt niet. Ze doet een stap terug, draait de sleutel in het deurslot om en steekt hem in haar jaszak.
Verhulsts handen vertragen. "Wat doe je?"
Ze negeert hem, loopt naar het bureau en legt de tablet plat voor hem. Ze tikt op het scherm.
De luidspreker kraakt zacht, gevolgd door het geluid van schurende kleding en zwaar, hijgend ademhalen. Op het scherm is Verhulsts rode gezicht te zien, bezweet en verwrongen, terwijl hij haar tegen de vloer drukt.
De lach verdwijnt van zijn gezicht. Zijn handen blijven roerloos op zijn heupen liggen. Het bloed trekt weg uit zijn wangen; over zijn slapen breekt een dunne glans van zweet door.
Leen kijkt hem strak aan. "Twintigduizend euro en ik wis het filmpje."
Verhulsts kaken klemmen op elkaar. De paniek in zijn ogen slaat om in een driftige, donkere blik. Hij komt half overeind en plant beide vuisten zwaar op het bureaublad.
"Wie denk je wel dat je bent, rotwijf?" briest hij. "Maak dat je hier wegkomt. Nu. Voor er ongelukken gebeuren."
Leen verroert geen vin. Haar blik blijft onbewogen op zijn gezicht rusten.
"Twintigduizend," zegt ze vlak. "Of ik stuur dit bestand naar je vrouw. En naar je familie."
Verhulst zakt met een schok terug in zijn stoel. De branie verdwijnt op slag. "Je bent godverdomme gestoord. Zoveel heb ik helemaal niet." Hij schudt heftig zijn hoofd en steekt zijn handen afwerend naar voren. "De banken zijn dicht. Ik heb dat bedrag hier niet liggen, Leen. Echt niet."
"Niet liegen." Ze wijst naar de grijze kluis achter de versleten fauteuil in de hoek. "De helft van de huurders betaalt de huur contant. Zwart geld, elke week. Geen gelul, Verhulst. Haal het eruit. Of ik druk op verzenden."
Verhulst staart naar haar. Hij zoekt naar de bange vrouw die een maand geleden huilend onder hem lag, maar ze geeft geen krimp. Haar ademhaling is volkomen rustig. Hij slikt moeizaam, trekt zijn broek met een knullige ruk op en schuifelt langs zijn bureau naar de hoek. Hij zakt door zijn knieën voor de kluis. Het mechanische getik van de draaischijf vult de kamer. Drie korte slagen, gevolgd door een zware klik. De stalen deur valt open. Met trillende vingers haalt Verhulst dikke bundels van vijftig en honderd euro van de plank en propt ze in de donkere linnen tas die Leen naast hem op de vloer heeft laten vallen.
Als hij overeind komt en de tas op het bureau zet, schuift Leen een vel papier en een balpen naar hem toe. "Schrijven," zegt ze. "Dat mijn schuld en alle toekomstige huur definitief zijn kwijtgescholden. Datum en handtekening."
Verhulst hapt naar adem om tegen te stribbelen, maar beseft dat hij niks te eisen heeft. Hij pakt de pen en krabbelt met bevende hand zijn handtekening onderaan de pagina.
Leen pakt het vel, vouwt het twee keer dubbel en steekt het in haar binnenzak. Ze pakt de tablet van het bureau en tilt de zware linnen tas op. Zonder nog een woord aan hem vuil te maken, draait ze zich om naar de deur. Haar vingers raken de klink.
Achter haar schrapen zolen haastig over de vloer.
"Geef hier, rotwijf!" brult hij.
Zijn hand grijpt de hengsels van de tas vast en sleurt eraan. Het linnen snijdt strak in haar handpalm.
Leen aarzelt geen seconde. Ze draait zich om en stoot haar arm vol naar achteren. De punt van haar elleboog boort zich met een doffe, vlezige klap net onder zijn borstbeen.Een natte rochel ontsnapt uit zijn keel, vergezeld door de zure walm van koffie en oud zweet. Verhulst klapt dubbel. Hij slaat beide handen om zijn buik en snakt wanhopig naar lucht.
Leen trekt de tas los uit. Ze haalt de sleutel uit haar zak, draait het slot om en stapt naar buiten. Ze trekt de deur achter zich dicht en loopt naar buiten.



