Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Jefferson
Datum: 06-01-2026 | Cijfer: 9 | Gelezen: 2777
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 9 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Macht,
Macht En Onmacht
Toen was het zover. We hadden het SO achter de rug. Het was niet heel moeilijk geweest, althans niet op papier. Toch zegt dat weinig op zo’n moment. Ik weet nog precies hoe gespannen ik was terwijl ik in stilte in de klas zat en om me heen keek. De hele klas ploeterde zichtbaar voor een goed cijfer, maar vier leerlingen in het bijzonder trokken mijn aandacht.

Mijn blik bleef steeds weer bij hen hangen, en mijn gedachten dwaalden af naar waar ze de laatste tijd zo vaak waren geweest. Niet bij de stof, niet bij de antwoorden, maar bij alles wat daaronder lag. Het contrast tussen de rustige klas en mijn eigen onrust voelde bijna pijnlijk.

Normaal gesproken kijk ik aan het einde van de dag een SO nog even na. Dat wilde ik nu ook doen, maar dit keer voelde het anders. Zwaarder. Bewuster. Terwijl de minuten voorbijtrokken, begon ik mezelf vragen te stellen die niets met nakijken te maken hadden.

Moest ik vragen of ze bleven? En dan hier, in dit lokaal? Was dat handig? Of juist onverstandig? Misschien zelfs gevaarlijk? Elke gedachte maakte me nerveuzer, met de minuut. Mijn hoofd draaide scenario’s af die ik niet had gepland, maar ook niet kon stoppen.

Gingen we dit echt doen? Was dit werkelijk wat ze verwachtten, of projecteerde ik te veel? En misschien wel de meest confronterende vraag van allemaal: wat voor cijfer zouden ze halen?

Ik bleef zitten, rechtop, professioneel aan de buitenkant. Maar vanbinnen was alles in beweging.

En ze bleven zitten. Zoals elke donderdag. Ik wachtte tot de klas verder leegliep en iedereen zijn blaadje had ingeleverd. Daarna haalde ik die van de vier jongens zelf op. Ze waren zichtbaar nerveus. Dat gold voor mij net zo goed.

Alleen Dylan keek me zelfverzekerd aan. Ergens hoopte ik dat het niet waar was. Maar zijn telefoon lag open op tafel, met de afbeelding van ons getekende document duidelijk zichtbaar. Ik bevroor even.

‘Ik kijk het na. Maar ik weet niet of het hier kan,’ zei ik zacht.

Hij haalde zijn schouders op. ‘Maakt mij niet uit waar. Maar wel vandaag,’ zei hij direct.

Hij had opnieuw de regie. En ik was die ochtend opgestaan met het idee dat dit kon gebeuren. Ik had vorige week deze SO aangekondigd en sindsdien er elke dag naartoe geleefd. En ik wist dat zij dat ook hadden gedaan.

‘Fietsenstalling?’ stelde hij nog voor.

Daar liepen we meer risico, wist ik. Wat het tegelijk opwindender maakte. Mijn gedachten schoten naar mijn kantoortje, of naar de kelder in de flat bij Jayden. Maar elke optie kende zijn eigen risico’s. En ik wist nog steeds niet wat me precies te wachten stond.

Hadden ze alle vier een zes gehaald, dan was het eenvoudig geweest. Maar wat als ze alle vier een tien hadden? Ik had extra opgelet of ze niet spiekten. Zou het echt?

Ik krabde aan mijn hoofd, liep terug naar mijn bureau en begon hun velletjes na te kijken. Nerveus. Met de wetenschap wat elk cijfer betekende. Wat elk punt kon losmaken.

Ik deelde het nog niet, hoe graag ze dat ook wilden. Ik had ze nog nooit zo hongerig en nieuwsgierig gezien.

Eerst moest ik weten waar. Want hier kon het simpelweg niet.

Het gebeurt die avond. De sporthal in het dorp. Rond een uur of tien loop ik naar binnen, de velletjes papier zorgvuldig bij me. Ik weet de cijfers. Zij niet.

Ze deden aan zaalvoetbal. Er waren meer jongens, maar tegen deze tijd was het vooral bier drinken. Ook al mochten ze dat niet, ze konden er vast eentje gebruiken. Ik loop de kantine in en trek wat blikken open, behalve die van hen. Juist dat is opvallend.

Ik hoor er een aantal zich hardop afvragen waar sommigen met hun hoofd zaten. En die sommigen waren mijn jongens. Die zaten ergens anders met hun gedachten.

De vader van Luc floot deze wedstrijden. Hij hielp vaak met opruimen en hij kon afsluiten. Dat zorgde ervoor dat we straks ergens in dit grote gebouw alleen konden zijn, terwijl het aantal aanwezigen gestaag afnam.

Ik loop alweer snel de gang in nadat ik een appje heb gekregen met de aanwijzing waar ik moet zijn. Kleedkamer 10. Hopelijk geen voorbode, denk ik nog. Maar ik had het kunnen weten: helemaal achterin.

Ik sluip ernaartoe. Niemand ziet me. Ik stap een lege kleedkamer binnen.

Het ruikt er muf, maar ook naar opwinding. Kaal licht, witte tegels, kapstokken, smalle, harde bankjes. En een douche. Die zal ik nodig hebben.

Ik heb kleding meegenomen, want ik wist dat het ging gebeuren. Ik wist wat er zou gebeuren. De vier jongens die zich minuten later bij mij voegen, weten dat nog niet.

Ik zit. Zij staan. En binnen een minuut trekt de stof van hun sportbroekjes strak. Vier grote, hongerige pikken tekenen zich af onder de stof, onmiskenbaar gericht op mij.

Ik probeer rustig te blijven. Ik open mijn tas en haal het verdict er dan maar bij.

Ik schraap mijn keel en neem een fractie van een seconde langer dan nodig is. Dan begin ik voor te lezen. Zonder volgorde, zonder opbouw, zonder waarschuwing. Alsof willekeur hier eerlijker is dan structuur.

‘Luc, een 3,9,’ zeg ik, en ik hoor zelf hoe kaal het klinkt. Het verrast iedereen. Ja, want dat kon ook. Wie had gezegd dat ze allemaal een voldoende zouden halen? Wie had überhaupt beloofd dat dit een goed einde zou kennen?

De teleurstelling bij hem is groot en zichtbaar. Zijn schouders zakken iets, zijn blik schiet kort naar de grond. Bij Dylan zie ik iets anders: geen teleurstelling, maar irritatie. Hij had duidelijk gehoopt dat ik het een en ander voor mijn kiezen zou krijgen — of zelfs meer dan dat. Ik kijk opnieuw naar het velletje in mijn hand. Mijn vingers trillen licht en ik knijp het papier steviger vast om dat te verbergen.

‘Mo, een 1,8,’ ga ik verder, bijna streng, met diezelfde toon die ik in de klas gebruik wanneer ik een onvoldoende uitdeel en discussie bij voorbaat wil voorkomen.

‘Jezus, gasten. Serieus?’ laat Dylan zich ontvallen, harder dan nodig is.

De twee jongens doen instinctief al een stap terug. Alsof ze ineens begrijpen wat dit betekent. Ze mochten niet meedoen. Niet nu. Misschien later. Misschien nooit.

‘Jayden een 1,1 en Dylan een 1,5,’ maak ik het snel af, zonder pauze, alsof snelheid de impact kan dempen.

Dat doet het niet. De schok is groot. Zo groot zelfs dat het doodstil wordt. Geen gemopper, geen protest, geen bravoure. Alleen stilte.

‘Maar ik heb serieus mijn best gedaan,’ zegt Luc dan, bijna verontschuldigend, alsof inzet achteraf nog iets kan veranderen.

Niemand reageert. Niemand gelooft hem ook echt. Hij had ten slotte het hoogste cijfer, hoe mager dat ook is. Het maakt zijn woorden hol.

Normaal gesproken zouden deze cijfers niets bijzonders zijn. Dit was zelfs gebruikelijk voor hen. Slechte resultaten, schouderophalen, doorgaan. Maar nu voelde alles anders. Zwaarder. Alsof elk cijfer meer betekende dan een onvoldoende of een herkansing.

‘Ja, teleurstellend,’ zeg ik stellig. Ik berg de papieren weer op, zorgvuldig, alsof orde hier nog iets kan herstellen. Mijn bewegingen zijn beheerst wanneer ik me omdraai en wil weglopen.

En ze houden me niet tegen.

Iets wat ik niet had verwacht. Ik had gerekend op protest, op woede, op een poging om alsnog iets af te dwingen. Maar er komt niets.

Ik had extra kleding bij me. Ik had er rekening mee gehouden dat ze me zouden tegenhouden, of dat ik mezelf zou laten tegenhouden. Dat het moment zou kantelen, zoals het al zo vaak in mijn hoofd had gedaan. Maar wanneer ik opsta, zijn de tekenen van spanning verdwenen, alsof iemand de stekker eruit heeft getrokken. Geen stijve pikken meer achter strak gespannen sportbroekjes.

Ik loop weg. Mijn hart klopt hard en snel, maar ik houd voet bij stuk. Elke stap voelt bewust gezet. Ik geef niet toe aan mijn eigen verlangens, hoe dichtbij ze ook waren gekomen.

Ik was helemaal hiernaartoe gekomen om dit te zeggen. Om dit te doen. En nu ik wegloop, voelt het plots als een geweldige grap. Een harde les, niet alleen voor hen, maar misschien ook voor mij.

Nu maar zien of ze bij de volgende toets wél hun best doen. Of dat dit moment blijft hangen, als iets dat niet meer recht te trekken is.

Want één ding was duidelijk: ik wilde wel. Ik was gekomen. Ondanks dat ik wist dat ze allemaal gefaald hadden.

En hoe zwaar dat besef eigenlijk woog...

-
Trefwoord(en): Macht, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...