Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Datum: 05-01-2026 | Cijfer: 9.4 | Gelezen: 650
Lengte: Lang | Leestijd: 30 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Fantasy, Klooster, Masturberen, Verlangen,
Het Oordeel Van Elin
We zijn onderweg naar een klooster van Elin genaamd de Pijler. Onderweg werden we overvallen door een mysterieuze vrouw die zichzelf Meredith noemde en de ringen van ons af wilde nemen. Toen ze ons in het nauw dreef, ontwaakte het amulet dat ik al tijden meedraag en wakkerde het Merediths verlangen aan. In de chaos zagen we de kans om de ringen weer om te doen en de situatie in ons voordeel te keren. We lieten Meredith uitgeput en uitgewoond achter.

De Pijler van Elin lijkt meer gebouwd voor oorlog dan voor gebed. Het domineert de vallei, een massief blok van grijze steen dat naadloos uit de bergwand lijkt te groeien. Hoge muren en tientallen torens steken als waarschuwende vingers omhoog, gemaakt van dezelfde nukkige rots als de bergen zelf.

Het grimmige fort verpest ons uitzicht op wat verder een hele lieflijke vallei is. Hier is de sneeuw verdwenen en stappen we door fris groen gras. De zon warmt mijn gezicht en overal om ons heen klatert smeltwater door kleine beekjes tussen de dennenbomen.

De ringen maken de reis een stuk lichter: de energie giert door onze lijven en onze herstelde band verdrijft de verveling. Meredith beheerst onze gesprekken. Wie was ze precies? Wat deed het amulet met haar? En waarom zo ineens? Aliya denkt het antwoord op die laatste vraag te weten: het amulet ‘sliep’, maar ontwaakte door mijn wanhoop. Mijn drang om haar te beschermen was de sleutel. Dat klinkt aannemelijk. De hitte op mijn borst begon precies toen ik weigerde de tas af te geven.

Tijdens een rustpauze bekijken we het ding voor het eerst echt goed. Het is een ovalen schijf van gitzwart obsidiaan in een bronzen rand, met een grillige breuklijn dwars door het midden. Meredith noemde het een “medaillon”. Toen brandde er een diep rood vuur in de steen, maar vandaag is het weer dood en koud. Wat ik ook probeer, ik krijg het niet meer aan de praat. Tot haar grote frustratie kan Aliya er ook niks over vinden in het boek.

De schemering valt als we het klooster naderen. De ringen worden weer wakker, en dit keer zijn ze panisch. Het kristal aan mijn vinger zoemt en krimpt, alsof het zich angstvallig vastklampt aan mijn vlees. Ik probeer hem af te rukken, maar hij zit muurvast, net als die van Aliya.

“De magie reageert op deze plek,” zegt ze bleek. “Ze laten niet meer los.” We blijven trekken, maar moeten ons uiteindelijk gewonnen geven. We zullen ze om moeten houden.

Vlak voor de poort van het klooster duwt ze me haastig het zware boek in handen. “Stop dit diep weg in je tas,” fluistert ze. “Mij zien ze als de bron van de magie. Bij jou zoeken ze hopelijk alleen naar wapens.” Ik knik en begraaf het boek zwijgend tussen mijn vuile was.

We laten de klopper twee keer vallen op het hout van de enorme poorten. De galm sterft weg in de stilte die volgt. Pas na een lange minuut schuift er een klein paneel opzij en scannen twee donkere ogen ons van top tot teen.

“Wie klopt aan de poort van de Pijler?” vraagt een mannelijke stem.

Aliya recht haar rug en neemt het woord, met een zelfverzekerdheid die ik bewonder. “Wij zijn reizigers en zoeken sanctuarium,” zegt ze. “We zijn onder invloed van oude magie en willen worden bevrijd. Wij hopen dat het Vuur van Elin ons kan zuiveren.”

De man snuift. “Ik ruik het aan jullie. De zoete, weeïge stank van bederf. Waarvan willen jullie gezuiverd worden?” Zijn stem is een mengeling tussen zorg en afkeer. Ik vraag me erg af of deze man ons gaat willen helpen.

Aliya steekt haar hand op. “We dragen deze ringen van de Cult van Ovulia.”

“Gebruik de naam van Elins Dochter niet voor die… ketters.” De priester spuugt het woord uit. “Goddelijke kracht, corrupt gemaakt, verwrongen tot een verslaving van het vlees. Die ring is een parasiet.”

Aliya knikt. “Zo voelt het inderdaad. Kunt u ons helpen?”

“We zullen het zien. Open de poort!” beveelt hij aan iemand buiten ons zicht. Met een zwaar gekreun zwaaien de enorme houten deuren open. Met een zwaar gevoel stappen we over de drempel.

De monnik, die zich voorstelt als pater Leo, laat ons de binnenplaats op. Hij is lang en mager, en wordt geflankeerd door twee zwijgende monniken met zware houten staven. “Lever jullie wapens in,” beveelt hij. “En die vervloekte artefacten.” Hij werpt geen blik op onze tassen; zijn ogen zijn volledig gefixeerd op onze handen en de magische gloed van de ringen.

Ik gesp mijn zwaardriem los en geef hem aan een van de monniken. Aliya levert haar dolk in. Dan steek ik mijn hand uit. “De ringen… ze zitten muurvast. Ze zijn gekrompen toen we het klooster naderden. We krijgen ze niet meer af.”

Leo bekijkt mijn vinger zonder hem aan te raken. “De heilige aanwezigheid van Vader Elin is sterk hier. Natuurlijk verzetten ze zich. Maar het zal lastig zijn om ze in het vuur te werpen als ze om jullie vinger zitten. Hm. Ik zal de Patriarch hierover informeren. Hij zal in zijn wijsheid bepalen wat jullie te doen staat.”

Ik slik en mijn hand gaat naar mijn borst. Wie A zegt, moet B zeggen, en de ringen zijn niet het enige wat we willen laten reinigen. “Er is nog iets,” zeg ik. Ik wil het leren koord over mijn hoofd trekken om het amulet te geven, maar halverwege verstijven mijn vingers. Mijn arm weigert simpelweg de beweging af te maken. Ik schrik van de weerstand die ik voel. Het amulet nu ook al? Met moeite trek ik alleen de steen onder mijn kleding vandaan. Het obsidiaan is dof en zwart. “Dit hoort erbij.”

Leo deinst terug alsof hij bang is dat het amulet hem zal bijten, maar strekt dan toch zijn hand uit. “Laat zien.”

Ik leun naar voren zodat hij het over mijn hoofd kan tillen. Maar zodra zijn handen het leren koord oppakken, voel ik een plotselinge, misselijkmakende steek in mijn borstkas, alsof er een haak in mijn hart wordt geslagen. Ik kreun en zak door mijn knieën. Tegelijkertijd trekt Leo zijn hand terug alsof hij zich gebrand heeft.

“Duivelswerk,” sist hij. Hij wrijft over zijn vingertoppen. “Het slaapt, maar het heeft zich verankerd in je ziel, jongen.” Hij kijkt me indringend aan. “Als ik het nu van je nek trek, scheur ik je geest aan flarden. Het moet samen met de ringen het vuur in. Tot die tijd draag je je eigen vonnis.”

Ik stop het amulet snel weer weg, trillend van de schok. Het voelt zwaarder dan ooit.

“Jullie worden morgen ontboden. Tot die tijd zullen jullie een verblijfplaats toegewezen krijgen,” zegt Leo, wijzend naar het kloostergebouw. “Maar dit is een huis van onthouding en zuiverheid. Jullie brengen lust en corruptie. Ik duld jullie niet samen onder één dak.” Hij wijst naar links en naar rechts. “De vrouw gaat naar de westvleugel. De man naar de oostvleugel.”

“Wat? Nee!” De woorden ontsnappen me voordat ik kan nadenken. De ring aan mijn vinger pulseert pijnlijk bij de gedachte dat Aliya bij me weggaat. De magie pompt pure agressie door mijn aderen; mijn spieren spannen zich als staalkabels. Hij wil haar van je afpakken, fluistert een stem in mijn hoofd. Laat het niet toe! Breek zijn nek.

Ik doe een stap naar voren, maar twee monniken met staven blokkeren direct mijn pad. “Je reactie bewijst mijn gelijk,” zegt Leo koeltjes. “De parasiet wil niet gescheiden worden van zijn voedingsbron. Jullie gaan uit elkaar. Nu. Of ik zet jullie weer buiten de poort.”

Aliya legt een hand op mijn arm en schudt haar hoofd. “Het is goed, Thomas. We zijn hier voor hulp.” Ze kijkt Leo aan. “We zullen samen naar het Vuur geroepen worden, toch?”

Leo knikt bevestigend.

Ik kijk naar haar, en dan naar de onverzettelijke monnik. Ik heb geen keuze. “Goed,” grom ik. “Maar als haar iets overkomt…”

“Hier is ze veilig voor alles, behalve voor zichzelf,” antwoordt Leo.

Zonder nog een woord worden we uit elkaar getrokken. Ik kijk om terwijl Aliya door een smalle deur in de westelijke muur verdwijnt. De zware grendels vallen achter haar in het slot. Dan word ik ruw de andere kant op geduwd, dieper het grijze fort in. De monniken wijzen mij een kleine kamer, weinig meer dan een cel. Achter mij ratelt de sleutel in het slot. Ik ben alleen.

In de kleine ruimte is het suizen van mijn bloed het enige hoorbare geluid. Zonder Aliya’s aanwezigheid om zich op te richten, keert de onrustige magie zich naar binnen. Een diepe, zeurende leegte kruipt onder mijn huid. De ring pulseert onregelmatig, zoekend naar zijn wederhelft. Maar het is niet alleen de ring die zijn maatje mist, ik heb het zelf ook moeilijk. Het is lastig om mijn eigen gevoelens van de ring te scheiden, maar ook uit mezelf word ik onrustig van haar afwezigheid. Ik schrik een beetje van hoe sterk het gemis me raakt. De afgelopen dagen zijn we bijna onafscheidelijk geweest, en nu voel ik me heel alleen. Ik ijsbeer door de kleine ruimte, mijn handen diep in mijn zakken, vechtend tegen de kou en mijn emoties. De stem van de magie helpt niet. Ze hebben haar afgenomen, lispelt hij in mijn hoofd. Ze gaan haar pijn doen. Breek de deur open. Je moet haar redden!

Ik sla met mijn vuist tegen de muur. De pijn helpt even, maar niet lang. Ik zak door mijn knieën op het stro. Ik moet rustig blijven. Als ik nu toegeef aan de woede, bewijs ik dat Leo gelijk heeft.

Thomas?

Aliya’s stem is zacht en lijkt van heel ver te komen, maar het was onmiskenbaar. Ik bevries.

Lieverd? denk ik terug, zo geconcentreerd als ik kan. Ik ben hier.

Stilte. De verbinding blijft dood. Ik probeer haar te bereiken, roep haar naam in gedachten, maar mijn mentale kreten ketsen af tegen de dikke stenen muren. Ik moet haar vinden. Ik moet weten dat ze veilig is, dat we nog steeds één zijn.

Een warm gevoel verspreidt zich in mijn onderbuik, alsof iemand honing over mijn liezen giet. De ring reageert onmiddellijk. De zeurende leegte komt tot rust en ik voel mijn pik verstijven.

Trek jezelf af, klinkt haar stem plotseling, krakend en ver weg. De verbinding is zwak. Je moet de energie voeden.

Daarom kan ik haar wel horen en zij mij niet! Instinctief weet ik dat ze met benen gespreid op de grond zit en haar klitje streelt. Ik aarzel geen moment, trek mijn broek uit en zak op de grond met mijn rug tegen de muur. Mijn hand grijpt mijn stijve pik. Het gaat me niet eens om genot. Ik moet Aliya vinden, haar bij me voelen. Zodra ik mijn hand begin te bewegen, slaakt de ring aan mijn vinger bijna een zucht van verlichting. Het rode kristal licht op in de schemering. Ik sluit mijn ogen en roep haar beeld op.

Aliya, denk ik, en deze keer voel ik de connectie gelegd worden. Hoor je me?

Ja… De opluchting in haar stem spoelt door me heen. Daar ben je. Oh, goden, ik voelde me zo alleen. Haar vinger draait trage rondjes rond haar klitje.

Ik ben bij je, stuur ik haar, terwijl ik mezelf even traag aftrek. Ik laat je niet alleen.

De beelden komen in flarden. Onscherp, enkel indrukken van haar aanwezigheid. De geur van haar haren. De zachtheid van haar huid. Ik zie haar voor me in het donker van mijn cel. In mijn gedachten kleed ik haar uit, pel ik de lagen wol en linnen weg tot ik de volle ronding van haar borsten zie, de contouren van haar spleetje tussen haar dijen.

Als ik bij je was, denk ik, en ik stuur de woorden als een belofte door onze verbinding, dan zou ik je warm maken. Ik zou je tegen me aan trekken met je rug tegen mijn borst en mijn armen stevig om je heen.

Ik voel haar rillen aan de andere kant van het klooster. Je voelt zo ver weg. Kom dichterbij, lieverd, alsjeblieft. Ik wil je voelen. Vertel me wat je zou doen, smeekt ze. Kom bij me, Thomas. Raak me aan.

Mijn hand beweegt sneller, gedreven door de behoefte om haar gerust te stellen, om haar de warmte en geborgenheid te geven die ze zoekt. Mijn fantasiebeelden winden ons allebei op, en hoe geiler we worden, hoe sterker onze verbinding is. Hoe dichterbij ze voelt. Ik zie haar steeds duidelijker voor me, voel de koude muur tegen haar rug, haar vingers die de ingang van haar kutje verkennen.

Ik zou mijn handen onder je jurk laten glijden, denk ik naar haar toe. Mijn handpalmen zouden over je buik wrijven, heel zachtjes, tot je weer rustig ademt. En dan zou ik je borsten vastpakken.

Ik zie voor me hoe ze eruitziet als ze opgewonden raakt. Hoe haar tepels hard worden, donkerroze tegen haar lichte huid. Hoe haar mond een beetje openvalt en haar ogen glazig worden.

Ja… fluistert ze in mijn hoofd. Ik raak ze aan. Ik doe alsof het jouw handen zijn.

Ik zou je plagen, ga ik verder. Ik zou met mijn duimen over je tepels wrijven tot je kreunt van verlangen. En dan zou ik je optillen. Ik zou je dicht tegen me aan trekken, zodat je kan voelen dat ik dichtbij ben.

Ja! Je voelt zo dichtbij, lief. Ik zou me dicht tegen je gespierde lijf aanduwen. Mijn tepels drukken tegen je sterke borst. Ik zou je stijve pik tegen mijn heupen voelen duwen.

Een schok van puur verlangen trekt door mijn lijf. Ondanks de afstand voelt het bijna of Aliya hier tegenover me zit.

Ik zou je zoenen, stuur ik haar. Ik zou je nek kussen, op dat plekje onder je oor waar je het zo lekker vindt. En dan zou ik omlaag zakken, en een spoor van kusjes over je lijf achterlaten. Over je borsten, je tepels, je buik…

Oh Thomas… Ze hijgt nu. Ik voel hoe haar vingers in haar kutje glijden, synchroon met de mijne. Ik ben zo nat voor je. Het doet pijn, zoveel wil ik je.

Als ik daar was, zou ik je likken tot je schreeuwt, beloof ik haar. Ik zou mijn tong gebruiken om je helemaal nat te maken. Ik zou je klaar laten komen met mijn naam op je lippen, zodat elke monnik in dit verdomde fort weet dat je bij mij hoort, hoe ver ze ons ook van elkaar scheiden. En dan zou ik mijn eikel tegen je natte lipjes zetten en bij je binnen glijden.

De ring gloeit nu zo fel dat mijn hele cel baadt in een rossig licht. Het amulet op mijn borst zoemt zachtjes mee. Ik voel haar opwinding alsof het mijn eigen bloed is dat kookt. Onze eenzaamheid verdwijnt, verdrongen door een gedeelde koorts.

Ik ben dichtbij, klinkt haar stem, dringend en kwetsbaar. Blijf bij me. Laat me niet los.

Samen, antwoord ik. Ik hou je vast.

Ik grijp mijn pik steviger vast en versnel mijn tempo. Het orgasme bouwt zich op, als een onvermijdelijke uitbarsting en een bevestiging van onze band.

Ja! Kom voor me! hoor ik Aliya’s stem in mijn hoofd zeggen.

De ontlading spoelt over me heen. Terwijl ik mijn zaad over de vloer van mijn cel spuit, voel ik ook haar samenspannen. Golven van warmte rollen tussen ons op en neer, dwars door de dikke muren, en spoelen de kou en de angst weg. We komen tegelijk klaar, trillend en verbonden door een onzichtbare draad.

Ik ben bij je, hoor ik Aliya’s stem zeggen.

Ik ook bij jou, denk ik terug. Ik ben altijd bij je. Ik zal altijd bij je blijven.

Minutenlang blijf ik liggen, hijgend. De rode gloed van de ring dimt langzaam tot een tevreden waakvlam. De paniek is weg. We liggen nog een tijd na te genieten, fysiek van elkaar gescheiden maar mentaal dichtbij. Er zijn weinig woorden, maar die hebben we niet nodig. Ik trek een deken over mezelf heen die ik vind in een hoek van de kamer, en niet veel later zak ik weg in een droomloze slaap.

-

Het knarsen van de sleutel in het slot laat me wakker schrikken. De zware deur zwaait open en het felle ochtendlicht valt mijn cel binnen, vergezeld door de lange schaduw van pater Leo.

“Opstaan,” zegt hij. “De Patriarch wacht.”

Ik kom stram overeind. Mijn botten doen pijn van de harde stenen vloer en mijn hoofd voelt zwaar. Zodra ik op mijn benen sta, voel ik de ring aan mijn vinger weer zoemen. Het voelt anders dan gisteren. De blinde, schreeuwerige paniek van het artefact heeft plaatsgemaakt voor een dreigend stilzwijgen. Het weet wat er komt.

Twee monniken flankeren me terwijl ik door de gangen word geleid. We komen uit in een grote hal die is uitgehouwen in het hart van de berg. Het plafond verdwijnt in de duisternis boven ons. De enige verlichting komt van een enorme, grillige scheur in de vloer in het midden van de ruimte. Daaruit stijgt geen rood of geel vuur op. Een angstaanjagend, wit-blauw licht flakkert als vlammen, maar geeft geen warmte af. Sterker nog: als ik dichterbij kom, kruipt een ijzige tocht uit de afgrond omhoog.

Naast het vuurgordijn staat Aliya. Ze ziet er vermoeid en onzeker uit, haar schouders hangen omlaag. Zodra ze me ziet, licht haar gezicht op.

Thomas! Haar opluchting overspoelt mijn gedachten.

Ik ben hier, lieverd, antwoord ik. Ben je oké?

Ik ben bang, geeft ze toe. Die vlammen… ze voelen verkeerd. Dit is niet wat ik verwacht had.

“De dwaling van de Dochter verschijnt voor de Vader!”

De stem galmt door de enorme ruimte. Een ontzagwekkende man in een smetteloze witte pij loopt op ons af. Hij is ouder dan Leo, met een baard die tot op zijn borst hangt en intense ogen waar het licht van het blauwe vuur in wordt weerspiegeld. De Patriarch.

Pater Leo duwt me naar voren tot ik naast Aliya sta, vlak voor de rand van de afgrond. Ik wil haar hand pakken, maar Leo slaat met zijn staf op de grond tussen ons in. “Raak elkaar niet aan. Jullie staan hier alleen.”

De Patriarch stopt enkele passen voor ons en kruist zijn armen. “Jullie hebben de ketterij van de Cult meegebracht naar het huis van Elin,” zegt hij. Zijn stem is kalm, maar onverbiddelijk. “De ringen aan jullie vingers zijn corrupt. Ze voeden zich met lust en drijven mensen tot waanzin. En jij, jongen…” Zijn blik boort zich in de mijne. “… dat amulet heeft zich nog veel dieper vastgegrepen in jouw ziel.”

Ik voel het amulet zwaar wegen onder mijn tuniek.

“Pater Leo vertelde mij over de complicatie. Gezien de situatie zijn er twee wegen om jullie van deze vloek te bevrijden,” vervolgt de Patriarch. Hij wijst naar een bijzettafel waar een zwaar, chirurgisch mes en witte doek liggen. “Wij kunnen het aangetaste vlees verwijderen. Een vinger voor een leven. Voor jullie lichamen is dit de veiligste manier om de ringen in het Vuur te vernietigen.” Hij pauzeert en kijkt naar mijn borst. “Voor het amulet dat jij draagt, is het mes echter een groter gevaar. Als we dat lossnijden, is er een groot risico dat we je geest verscheuren.”

Hij wijst naar het witte vuur.

“Het alternatief is dat jullie de ringen met hand en al in de Bron steken. Ik waarschuw jullie, alleen dat wat zuiver is, zal ongeschonden blijven in het Vuur. Als jullie band gebouwd is op lust en corruptie, of als jullie intenties verkeerd zijn, zal het jullie verteren tot op het bot. Als het zich beperkt tot jullie handen, zouden jullie geluk hebben.”

Het wordt stil in de zaal. Ik kijk naar het mes op de tafel. Het staal is smetteloos schoon en vlijmscherp geslepen. Een vinger verliezen... als dat de prijs is voor vrijheid, zou ik die betalen. Een zwaardvechter kan leren vechten met vier vingers. Maar Leo’s waarschuwing van gisteravond galmt na: Het heeft zich verankerd in je ziel. Als ik het nu losruk, scheur ik je geest aan flarden. Dat risico wil ik niet nemen.

Ik kijk naar Aliya. Ze trekt wit weg bij de aanblik van het mes. “De ringen zouden we kunnen wegsnijden,” fluister ik zacht, zodat alleen zij het hoort. “Dan ben je er zeker vanaf.”

Ze schudt wild haar hoofd, haar ogen groot van angst bij het idee. “Nee. Ik laat me niet verminken. En jou ook niet.” Ze kijkt van het mes naar het witte vuur en dan naar mij. “Geloof je dat we dit kunnen, Thomas?”

Ik denk aan afgelopen nacht. Aan de koude cel en de warmte die we vonden bij elkaar. Het was geen lichamelijk verlangen dat ons warm hield. Of nou ja, dat was het wel, maar enkel als motor voor iets veel sterkers. Het was onze liefde voor elkaar. Dat was waardoor we gek werden van de scheiding, maar ook waardoor we elkaar desondanks weer vonden.

“Ja. Ik weet het zeker,” zeg ik.

Zodra ik die woorden uitspreek, begint de ring aan mijn vinger te trillen. Een schel, hoog geluid vult mijn hoofd, als een gil van doodsangst. De parasiet voelt dat we kiezen voor zijn vernietiging.

Niet doen! krijst de stem van de ring. Het zal ons doden! Het zal JOU doden! Ren weg! Dood ze allemaal!

Mijn hand trekt als vanzelf naar de plek waar normaal mijn zwaard hangt. Naast me zie ik Aliya in elkaar krimpen. Ze grijpt naar haar hoofd. “Hij schreeuwt tegen me,” fluistert ze. “Hij zegt dat we verbranden.”

Ik kijk haar recht aan en leg mijn hand op haar schouder, dwars door de waarschuwing van Leo heen. “Luister er niet naar. Luister naar mij. Ik ben altijd bij je, weet je nog?”

De angst in haar ogen maakt plaats voor vastberadenheid. Ze haalt diep adem en knikt.

Ik stap over Leo's staf heen. Ik grijp Aliya’s linkerhand – de hand met de ring – vast met de mijne. Onze vingers verstrengelen zich. Goud tegen goud. De ringen reageren onmiddellijk op het contact en sturen een schokgolf van energie door ons heen, een laatste tevergeefse poging om ons te verleiden. Beelden van onze orgie in de taveerne, van Merediths naakte lijf in de sneeuw, flitsen door mijn hoofd. Kijk wat we je kunnen geven! schreeuwen de ringen. De macht! De seks! Gooi dat niet weg!

“Samen,” zeg ik tegen Aliya. “We doen dit samen.”

Aliya knijpt in mijn hand, haar knokkels wit, maar haar blik helder. “Samen.”

De Patriarch vernauwt zijn ogen, maar grijpt niet in. We halen diep adem, en steken onze verstrengelde handen tegelijk in het witte vuur.

Ik verwachtte hitte. Ik krijg een schok van absolute, verlammende kou. Het schiet door mijn arm omhoog, recht mijn hart in. Het voelt alsof ik mijn hand in vloeibaar ijs heb gestoken. Maar de echte strijd woedt van binnen. Zodra het magische vuur de ringen raakt, hoor ik een geluid in mijn hoofd dat klinkt alsof een bot doormidden breekt.

De stemmen van de corruptie gillen. Het is een afschuwelijk, krijsend geluid. Ik zie zwarte rook opstijgen uit het vuur. De rook kronkelt als slangen omhoog, vormt grimassen van wellustige gezichten die schreeuwen van pijn en woede, en lost dan op in het niets.

De koude stroom kruipt over mijn borst en bereikt het amulet. Ik hoor een doffe krak tegen mijn ribben, alsof een zware ketting knapt. Een ijskoude tocht glijdt langs mijn keel. Een tweede sliert zwarte rook, dikker en olieachtiger, drijft langs mijn kin omhoog mijn blikveld in. De haak die in mijn ziel was geslagen, wordt er ruw uitgerukt.

Ik wil mijn hand terugtrekken. Alles in me schreeuwt dat ik mezelf aan het verminken ben. Maar Aliya houdt me vast.

Hou vol, Thomas! hoor ik haar stem, helder en sterk, boven het gekrijs van de artefacten uit. Laat niet los!

In het midden van die storm van ijs en zwarte rook voel ik de warmte van haar handpalm tegen de mijne. Dat contactpunt is het enige anker in de chaos.

Ik hou van je, denk ik.

Ik ook van jou, antwoordt ze.

De zwarte rook wordt dunner. Het gekrijs sterft weg tot een zacht janken, en verdwijnt dan helemaal. Het witte vuur omhult onze handen helemaal. In de gevoelloze kou heb ik geen idee hoe mijn hand eraan toe is.

“Genoeg!” roept de Patriarch.

Hijgend trekken we onze handen terug. Ik durf bijna niet te kijken, bang om verkoolde stompjes te zien. Maar mijn hand is heel. Mijn huid is roze en ziet er gezond uit, alsof ik hem in een frisse bergbeek heb gewassen.

En de ringen… Ze zijn veranderd. Het rode kristal in mijn ring is niet meer diep bloedrood en troebel. Het is helder, als een robijn waar het zonlicht doorheen valt. Het dwingende, pulserende ritme is weg. De ring van Aliya straalt met een zacht, blauwgroen licht dat voelt als een kalme zee.

Snel tast ik onder mijn tuniek. Mijn vingers vinden het amulet. Het obsidiaan voelt koel aan, de hitte is verdwenen. De gemene weerhaak in mijn ziel is weg. Maar als ik mijn vingers op de steen leg, voel ik diep vanbinnen iets nieuws. Een afwachtende aanwezigheid, als een stil meer waar ik mijn aandacht op kan richten. Kan ik het amulet nu zelf controleren? Een interessante vraag, maar ik heb nu geen kans om het te testen.

Onze zware adem is het enige geluid in de verder doodstille zaal. Pater Leo staart met open mond naar onze handen. Hij stapt naar voren, pakt mijn hand vast en draait hem om en om. “Ongeschonden,” mompelt hij. “Hoe is dit mogelijk? De corruptie was zo sterk…”

De Patriarch stapt naar voren en kijkt naar de laatste flarden rook die rond mijn kraag en onze handen hangen. “De parasiet is dood,” zegt hij. Zijn stem klinkt oprecht en respectvol. “Jullie wil was sterker dan de corruptie, en jullie band sterker dan de magie. De meeste mensen twijfelen en worden verteerd door het vuur. Jullie twijfelden niet.”

Hij maakt een gebaar naar Leo. “Geef hen hun wapens terug. En geef ze proviand voor de reis.”

“Maar Patriarch,” sputtert Leo tegen. “Ze dragen nog steeds de artefacten!”

“Ze dragen nu gezuiverde artefacten, broeder,” corrigeert de Patriarch hem streng. “Ovulia’s macht is Elin’s macht. Het vuur heeft geoordeeld, en door het vuur heeft de Vader gesproken. Ze zijn vrij om te gaan.”

Een half uur later staan we weer buiten de poort. De wind is nog steeds koud, maar de zon breekt door de wolken. Ik voel me licht. De constante, zeurende ruis in mijn hoofd is weg.

Ik kijk naar Aliya. Ze ziet er ook anders uit. De koortsige blik is verdwenen uit haar ogen, vervangen door een heldere rust.

Ik pak haar hand. Ik sluit mijn ogen en concentreer me op de ring. Er is geen weerstand, geen dwingende stem die de regie overneemt. Het voelt alsof ik een deur openzet die ik zelf ook weer kan sluiten.

Hey, stuur ik haar.

Ze glimlacht. Hey, klinkt het terug in mijn hoofd. Helder. Als een fluistering in mijn oor.

“Werkt het nog?” vraag ik hardop, terwijl ik haar knokkels kus, precies op de plek waar de ring zit.

Aliya sluit haar ogen even. “Ik voel je. Maar ik voel me niet meer… gedwongen. Ik voel alleen dat jij er bent. En…” Ze opent haar ogen en een bekende, ondeugende glinstering keert terug. “… ik vind je nog steeds een ontzettend lekker ding. Maar dat komt denk ik gewoon door mezelf.”

Ik lach en sla een arm om haar heen.

“Laten we gaan,” zeg ik. “Weg van deze koude berg. Ik heb wel weer zin in een warm bed. En dit keer maken wij de regels.”



Nu de cult-magie in het vuur gezuiverd is, ligt de hele wereld open voor Thomas en Aliya. Ik heb al veel leuke ideeën over hoe het verhaal verder kan gaan, maar ik ben ook benieuwd wat jullie denken. Wat vonden jullie van de afgelopen delen? Hoe denken of hopen jullie dat het verder zal gaan?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...