Door: Daan.2025
Datum: 27-02-2026 | Cijfer: 7.5 | Gelezen: 527
Lengte: Kort | Leestijd: 5 minuten | Lezers Online: 1
Lengte: Kort | Leestijd: 5 minuten | Lezers Online: 1
Vervolg op: In Het Zicht - 5: Wat Je Toelaat
Wat Ze Nooit Hardop Zei

Luna had altijd geweten dat verlangen niet één richting had.
Niet voor haar.
Waar haar vriendinnen spraken over “types” en “zeker weten”, had zij altijd geluisterd naar iets subtielers: een spanning laag in haar buik wanneer een vrouw te dichtbij kwam staan, een warmte wanneer vingers — per ongeluk, zogenaamd — haar pols raakten.
Ze had het nooit benoemd.
Niet omdat ze zich schaamde.
Maar omdat het van haar was.
Milan wist veel van haar. Misschien meer dan wie dan ook.
Maar dit… dit zat dieper.
In het bos liep ze iets voor hem uit. Zoals vaker.
Ze voelde zijn blik, maar ze voelde óók iets anders: de herinnering aan hoe het was geweest toen de BOA haar had aangekeken. Niet beoordelend.
Herkennend.
Dat had haar verward.
Niet omdat ze gezien werd.
Maar omdat ze zichzelf herkende in die blik.
“Je bent stil,” zei Milan.
“Ik luister,” antwoordde ze.
“Naar wat?”
Ze glimlachte zacht. “Naar mezelf.”
Hoofdstuk 2 – Waar Haar Lichaam Eerder Was dan Haar Gedachten
De open plek was kleiner dan de vorige. Intiemer. Het soort plek waar het bos dichter op je huid kwam.
Luna ging zitten. Niet uitnodigend. Gewoon aanwezig.
Milan bleef staan. Hij wist dat dit zo moest.
Ze trok haar jas uit, legde hem naast zich. De lucht raakte haar armen, haar nek. Haar lichaam reageerde — niet op kou, maar op het idee van ruimte.
“Ik heb je nooit alles verteld,” zei ze plots.
Milan zei niets. Hij keek. En bleef.
“Ik wist al jong,” ging ze verder, “dat mijn verlangen niet netjes was. Niet logisch. Niet één kant op.”
Ze sloot even haar ogen.
“En ik heb mezelf altijd verteld dat dat prima was… zolang ik het niet hoefde te kiezen.”
Ze opende haar ogen weer.
“Maar soms,” fluisterde ze, “wil ik kiezen.”
Milan voelde iets in zichzelf verschuiven. Geen jaloezie. Geen angst. Eerder ontzag.
“Voor wat?” vroeg hij.
“Voor voelen,” zei ze. “Zonder uitleg.”
Ze stond op. Stapte dichterbij. Haar hand raakte zijn borst. Rustig. Zeker.
“En jij,” zei ze zacht, “kunt kijken zonder te nemen.”
Dat was geen vraag.
Dat was vertrouwen.
Hoofdstuk 3 – De Derde Aanwezigheid
Ze hoorde hem voordat ze hem zag.
De boswachter bleef aan de rand van de open plek staan. Dit keer geen autoriteit. Geen dreiging. Alleen een man die te laat had geleerd waar hij stond.
“Ik wist niet dat ik zou storen,” zei hij.
“Je stoort niet,” zei Luna.
En ze meende het.
Ze voelde Milan achter zich. Zijn adem. Zijn spanning. Zijn keuze om te blijven.
Dit was het moment waarop ze zichzelf verraste.
Ze draaide zich niet weg.
Ze sloot zich niet af.
Ze bleef.
“Ik ben niet van plan om iets te ruilen,” zei ze tegen de boswachter.
“Maar ik ben ook niet van plan om te doen alsof verlangen niet bestaat.”
Ze stapte één pas naar voren. Niet naar hem toe — maar in het midden. Een plek waar ze gezien kon worden.
“Jij kijkt,” zei ze.
“En jij ook,” voegde ze eraan toe, zonder om te kijken naar Milan.
De stilte werd dik. Tastbaar.
Milan voelde zijn hart bonzen. Niet van angst. Van ongeloof. Van opwinding die hij niet wilde bezitten.
Luna’s hand gleed langs haar eigen dij. Niet provocerend. Onderzoekend.
Daar — hoog, verborgen — voelde ze het kleine, koele gewicht dat ze bijna nooit liet zien. Een piercing die niemand kende. Zelfs Milan niet.
Ze glimlachte.
Niet ondeugend. Ontroerd.
Hoofdstuk 4 – Kijken Is Ook Deelname
Milan zag het moment waarop ze iets voelde wat hij haar nooit had kunnen geven — en hij besefte dat dat geen verlies was.
Het was een uitbreiding.
Hij zag hoe haar adem veranderde.
Hoe haar gewicht verschoof.
Hoe haar hand even bleef rusten tegen haar binnenkant, alsof ze zichzelf bevestigde.
Niet voor de boswachter.
Voor zichzelf.
De boswachter deed niets.
Dat was zijn grootste daad.
“Dit,” zei Luna zacht, bijna tegen zichzelf, “is wat ik nooit durfde.”
Ze keek naar Milan. Haar ogen helder. Open.
“Ik wil dat jij ziet,” zei ze. “Niet omdat ik je buitensluit. Maar omdat jij mij kent.”
Hij knikte. Zijn keel droog. Zijn blik hongerig en teder tegelijk.
“Ik zie je,” zei hij.
Dat was genoeg.
Hoofdstuk 5 – Wat Ze Niet Meer Terugnam
Later — toen ze weer alleen waren — zei niemand iets.
Ze liepen zwijgend. Hand in hand.
Het bos liet hen gaan.
Pas aan de rand van het pad bleef Luna staan.
“Ik ben veranderd,” zei ze.
Milan keek haar aan.
“Ja.”
“Ben je bang?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Alleen nieuwsgierig.”
Ze glimlachte. Oprecht. Warm.
“Goed,” zei ze.
“Want ik heb het gevoel… dat dit nog maar het begin is.”
En diep vanbinnen wist Luna:
ze had een grens aangeraakt die niet meer onzichtbaar zou worden.
Niet voor haar.
Niet voor Milan.
En niet voor wie haar ooit écht zou zien.
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
