Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Dewi
Datum: 14-04-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 1110
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 35 minuten | Lezers Online: 20
Trefwoord(en): Meerdere Mannen, Nymfomanie, Slet,
Nat Op De Noordzee
Dag 1

Mijn naam is Klaasje, of eigenlijk Klazien, naar mijn oma, maar dat vind ik zo’n verschrikkelijk ouderwetse naam dat ik mijzelf op mijn vijfde al Klazina noemde, en dat is uiteindelijk verbasterd tot Klaasje. Ik ben drieëntwintig, één meter zestig lang. Ik heb een volslank figuur, lang blond haar en donkerblauwe ogen.

Mijn moeder zet mij af bij de helihaven in Den Helder. Ik ben onderweg naar platform N12 op de Noordzee, voor werkzaamheden. N12 is een platform voor de productie van gas, en mijn werkgever heeft van een klein satellietplatform, genaamd N14, de besturing gemoderniseerd voor onze klant O&G Production, eigenaar van de platforms. Mijn taak zal zijn het testen en eventueel aanpassen van de software die het platform bestuurd. Een gespecialiseerd werkje. Samen met collega’s heb ik de software geschreven en getest bij ons bedrijf in Rotterdam. De laatste stap is het testen op locatie. Ik ben degene die de meeste uren in het project heeft gewerkt, dus op mij viel de keuze om, samen met technici van de klant, het project ter plekke tot een goed einde te brengen.

Ik loop de hal in en meld mij bij de incheckbalie. Mijn vlucht gaat over een uur, dus ik ben ruim op tijd. Ik lever mijn kledingtas en een rugzak met werkspullen in. Normaal gesproken mag je maar tien kilo meenemen, maar omdat dat nooit lukt door de spullen die ik voor mijn werk nodig heb mag ik meer meenemen. Ik krijg een groene instapkaart en ga mijn overlevingspak halen.

Alle passagiers moeten een overlevingspak dragen. Dit pak zorgt dat je kunt overleven in de koude Noordzee mocht de helikopter onverhoopt een noodlanding op zee moeten maken. Om te weten hoe te handelen in geval van nood heb ik een training moeten volgen. Zonder deze training mag je niet vliegen en werken op een platform. Tijdens deze training heb ik geleerd hoe te handelen in geval van nood, inclusief praktijktraining in een zwembad in een simulator waarbij je onder water uit een kapseizende helikopter moet zien te komen. Dit was erg leuk en spannend om te doen.

Vandaag is mijn tweede keer dat ik voor werkzaamheden ga vliegen. De eerste keer was ook naar N12 om de aanpassingen voor te bereiden voor de modernisering van N14. N14 wordt namelijk bestuurd vanuit N12, N14 is normaal gesproken onbemand.

Tijdens mijn eerste bezoek heb ik samengewerkt met Fred, een elektrotechneut van O&G. Fred is een enorme charmeur, vijftien jaar ouder dan ik, die mij al snel helemaal had ingepakt. Al op de derde dag hebben we stiekem lopen zoenen. Op dag zeven, de dag van mijn vertrek, had ik al meermaals zijn zaad in mijn baarmoeder mogen ontvangen. Fred kent N12 op zijn duimpje en kende alle stiekeme hoekjes waar vrijwel nooit iemand komt, en waar de camera’s, die het proces in de gaten moeten houden, geen zicht hebben en waar we ongestoord onze kans hebben gegrepen onze heimelijk activiteiten uit te voeren.

Vandaag vlieg ik naar N12 om het project met de techneuten daardoor te spreken. Morgenochtend vlieg ik dan, samen met Fred en nog een techneut, die ik nog niet ken, naar N14. Het is de bedoeling dat we daar een week bivakkeren en testen. Normaal gesproken zouden we iedere nacht teruggaan naar N12 om daar te slapen, maar omdat de accommodatie op N12 vol is, kan ik daar niet overnachten en is gevraagd of ik er bezwaar tegen heb om op N14 te blijven. Daar is een noodaccommodatie die eigenlijk alleen gebruikt wordt als, vanwege bijvoorbeeld slecht weer, personeel niet opgehaald kan worden en noodgedwongen moet overnachten. Een week samen met Fred op een eilandje is voor mij een geschenk uit de hemel, dus ik zei gelijk ja toen ze vroegen of ik geen bezwaar had een week met beperkte luxe te kamperen op een satellieteiland.

Ik neem mijn pak mee naar de kantine en neem nog een koffie. Ik heb nog geen bekenden gezien van de klant. Vermoedelijk zijn ze al op N12 en zal ik ze daar pas ontmoeten. Dat mijn vermoeden klopt blijkt als omgeroepen wordt dat de passagiers met een groene instapkaart zich klaar moeten maken voor vertrek en ik mij samen met een andere man meld bij de douane voor de veiligheidscontrole en paspoortcontrole. Met maar twee passagiers in een heli! Dat heb ik nog niet meegemaakt. Tijdens de veiligheidsvideo vooraf zit ik mijn medepassagier stiekem te bekijken. Mmm, hij mag er ook wel zijn. Dan spreek ik mijzelf toe. Klaasje denk met je hoofd en niet met je kut, je bent hier om te werken. Dat je met Fred wil rotzooien is al erg genoeg.

Als we onze overlevingspakken hebben aangetrokken, ons reddingsvest hebben omgedaan en onze oordoppen tegen het lawaai hebben ingedaan worden mijn medepassagier en ik naar de helikopter gebracht. Deze staat al te draaien en is vrijwel gereed voor vertrek. Nadat de deuren zijn gesloten en de twee piloten ons hebben verwelkomd vetrekken we. Tijdens de vlucht praten we niet. Het lawaai is zo erg dat we moeten schreeuwen om boven de herrie uit te komen, wat er in de praktijk op neer komt dat er tijdens de vlucht niet gesproken wordt. Na een vlucht van ruim een half uur komen we op N12 aan. Ik krijg te horen wat mijn kamernummer is, breng mijn bagage ernaartoe, pak mijn werkkleding en laptop en ga naar de kleedruimte om mijn werkkleding aan te trekken.

Even later sta ik in de controlekamer om mijzelf te melden, en stel ik mijzelf voor aan de aanwezigen. Dan hoor ik tot mijn spijt dat Fred er niet is. Hij ligt met griep thuis en wordt vervangen door Sander. Sander is de persoon die bij mij in de heli zat en werkt normaal op een ander platform. Ik schud hem de hand.

“Hoi, Sander", stelt hij zich voor.

“Hoi, ik ben Klaasje.”

“Wij gaan samen vakantie vieren op N14?” Ik moet lachen.

“Klopt, zijn wij de enige?”

“Michael gaat ook mee. Michael is een manusje van alles. Hij is normaal gesproken operator maar kent N14 goed, weet hoe het platform in elkaar zit en houdt van koken. Wat handig is want we zullen zelf ons eten moeten maken in de week dat we er zullen zitten.” N12 heeft net als normaal op grotere platforms een eigen kok en huishoudelijk dienst, die luxe hebben we op N14 dus niet. “Ik ken het project nog niet zo goed. Fred heeft mij vertelt welk documenten ik mee moet nemen, maar misschien kun je mij er doorheen praten.”

“Dat is prima.” Ik kijk om mij heen naar een hoekje waar we kunnen gaan zitten. Sander ziet mij kijken.

“Weet je wat we doen. We kunnen naar de kantine gaan. Om zeven uur is het avondeten, tot die tijd kunnen we daar rustig zitten", stelt Sander voor.

“Dat is prima, goed plan.”

Sander en ik gaan naar boven, doen onze werkkleding weer uit en gaan naar de kantine. De uren erna spreken we alles door. Ik laat zien wat ik samen met mijn collega's gedaan heb en wat er is aangepast. Hij laat de testdocumenten zien die O&G onder leiding van Fred heeft gemaakt. We zitten een paar uur intensief te overleggen. Ik leg hem uit wat ik weet, hij legt uit dan O&G getest wil hebben en we maken een planning voor de komende dagen. Morgen zal ik de laatste versie van de software installeren die tijdens de factory test is goedgekeurd. Daarna starten we, samen met de operators die vanaf N12 het platform kunnen bedienen, de nieuwe systemen.

Als we klaar zijn pakken we nog een kop koffie. We hebben nog anderhalf uur voordat het avondeten gereed is en blijven nog even zitten.

“Hoelang doe je dit werk al?”, vraag hij.

“Ruim een jaar nu", zeg ik.

“En je mag nu al alleen op pad voor zo'n grote klus?” Ik hoor bewondering in zijn stem.

“Ik ken N12 al, daar heb ik samen met Fred gewerkt. En ik heb samen met collega's de software gemaakt. Dus opgeteld ben ik degene die het meest van het project en de locatie weet. En Jan, mijn baas, vind mij blijkbaar goed genoeg om hierheen te mogen.”

“Knap hoor, zeker voor een dame.” Ik ben gelijk geïrriteerd. Alsof ik als dame niet een technisch beroep zou kunnen uitvoeren. Ik zat verdomme bij de top tien van mijn studiejaar toen ik afstudeerde. En ja, ik heb dan wel geen timmermanshanden, ik ben wel voor mijn hele familie het eerste aanspreekpunt als er een probleem is met hun verwarming, hun computer of wat voor apparaat dan ook, omdat ze weten dat er dan een zinnige diagnose komt. Maar Jan heeft mij hier al meermaals voor gewaarschuwd en gezegd dat geen reactie de beste is. Dus ik trek de opmerking in die ik in gedachten had in en negeer de laatste opmerking.

“Weet je hoe laat we morgen vertrekken?”, vraag ik, om het gesprek een andere wending te geven.

“De eerste heli is er om acht uur, die zal ons naar N14 brengen.”

“Ah mooi, dan zijn we mooi op tijd.” We zitten even stil voor ons uit te kijken.

“Woon je ver van Den Helder?” vraag ik dan.

“Wat is ver, ik woon in Alkmaar, dus relatief dichtbij. En jij?”

“Rotterdam, mijn moeder heeft me gebracht.”

“Je woont nog thuis?”

“Ja, ik ben bezig een huis te zoeken, maar dat valt tegenwoordig niet mee als alleenstaande. Jij hebt wel een partner?”

“Nee, ik woon op mijzelf. Ik had wel een vriendin maar ze kon er niet goed tegen dat ik telkens twee weken weg was. Weet je, ik ga twee weken op, twee weken af. En in de perioden dat ik er niet was begon ze anderen te daten. En jij? Reis je veel?”

“We doen projecten voor klanten, dus het hangt heel erg af van de klant. Normaal bereiden we een project helemaal voor op kantoor, en gaan voor de inbedrijfstelling van het project dan naar de klant. Dan kan een paar dagen zijn maar ook een paar weken. En af en toe is dat ook in het buitenland.”

“Jij hebt geen partner?”

“Nee, en ik moet er ook nog niet aan denken", beken ik. Sander moet glimlachen.

“Hoezo?” Kut, ik ben weer veel te openhartig merk ik. Ik flap er eerst iets uit dan pas bedenk ik dat het misschien niet zo handig was.

“Ik, eh, geniet nog te veel van het leven”, zeg ik voorzichtig. Sander lacht nu luid en buigt zich dan naar mij toe.

“Zegt dat hier maar niet te hard. Anders heb je zo al die mannen hier achter je aan”, zegt hij zachtjes. Nu is het mijn beurt om te lachen.

“Mmm, we zijn morgen toch weer weg, dus ik maak me er niet zo druk om. Maar ik heb mij daarop wel voorbereid, niet verder vertellen, maar ik heb een trouwring bij mij die ik om kan doen als ‘bewijs’ dat ik bezet ben. Dat weerhoudt de meeste mannen wel om versierpogingen te doen.” Sander moet nu luid lachen.

“Maar ik weet het nu wel!” Maar jij mag me versieren denk ik. Maar dat zeg ik uiteraard niet.

“Ik ga ervan uit dat je het niet doorverteld. Maar als ik ontdek dat je dat wel doet dan zorg ik ervoor dat je ‘per ongeluk’ in de Noordzee flikkert als we op N14 zijn", beloof ik hem.

“Ik mag je wel.”

Dag 2

De volgende ochtend om acht uur sta ik, samen met Sander en Michael naast het helidek te wachten tot de chopper komt. Michael had ik nog niet gesproken. Het is een indrukwekkende vent. Ik schat één meter negentig en misschien wel honderd kilo. Hij is niet echt dik maar wel fors. Mijn onderbewuste ik vraagt zich dan gelijk af of zijn geslachtsdeel net zo fors is als de rest van zijn lichaam...

De vlucht stelt niets voor, het is maar een paar kilometer vliegen en dat voelt als opstijgen en gelijk weer landen. Aangekomen op N14 gaan we gelijk naar de controlekamer, annex kantine. Het is een omgebouwde container. Bij de ingang langs de muur staat een bureau met hierop twee schermen. Hierop kan het platform bediend worden. Normaal gesproken wordt N14 bediend vanaf N12, dus alleen als er behoefte is om snel iets te doen gebeurt het hier. Vanaf hier ligt er wel een netwerk naar de besturingskasten, dus dit zal voor mij de werkplek worden. Tegenover deze werkplek, aan de andere zijde, is een aanrecht met kookplaat en hieromheen een aantal keukenkastjes. Tegen de achterzijde van de container staat een tafel met de korte zijde tegen de achterwand van de container en aan beide lange zijden een bank. We droppen hier onze bagage.

“Aan de andere zijde staat nog een container met slaapplaatsen”, meld Michael. Hij is de enige van ons drieën die al eens op N14 is geweest. “Ik stel voor dat Sander en ik daar slapen, dan kun jij hier slapen Klaasje. Ik zal jullie de ruimte laten zien.” Michael en Sander pakken hun kledingtas en gedrieën lopen we naar de slaapcontainer. Deze heeft twee deuren. Eén deur leidt naar een doucheruimte met wastafel en toilet, de andere naar een plek met twee stapelbedden, vier slaapplakken in totaal dus.

“We hebben maar één slaapvertrek, er is niet nagedacht dat er ook vrouwen zouden kunnen slapen. Dus vandaar mijn voorstel dat Klaasje in de controlekamer slaapt. Ik heb even gekeken: we kunnen de tafel tussen de banken uittrekken. Als we deze dan tegen elkaar schuiven, hier een matras op legt dan heb je een heerlijk bed, denk ik. Vind je dat goed?”

“Ik vind het prima.” Dit is allemaal nieuw voor mij. Het lijken mij aardige kerels die duidelijk rekening met mij houden dus ik laat het allemaal maar over mij heen komen. Michael en Sander trekken hun werkkleding aan als ik terugga naar de controlekamer om daar ook mijn werkkleding aan te trekken. Mijn werkkleding bestaat uit een feloranje overall met reflecterende strepen. Buiten de container moeten we een helm en veiligheidsbril dragen, en het liefst ook handschoenen. Al is dat op een laptop onhandig, dus ik draag die eigenlijk zelden.

Even later komen de heren ook binnen.

“Eerst maar even koffiezetten", zegt Michael. Hij draait de kraan open om de pot om te spoelen. Er komt echter niks uit de kraan. “Verdomme", zegt hij. Hij opent één van de proviandkisten die we van N12 hebben meegenomen en haalt hier een fles water uit. Met dit water spoelt hij het koffiezetapparaat om en zet vervolgens koffie.

“Na de koffie maar even kijken waarom we geen water hebben. Ik denk dat er lucht in de leiding is gelopen, dan werkt de pomp niet goed.”

“Hoe kan dat zo?”, vraagt Sander.

“Tijdens een verbouwing hebben een paar slimmeriken op kantoor bedacht dat de watertank een verdieping lager geplaatst kan worden, om zo ruimte te creëren voor nieuwe apparatuur. Echter de waterpomp kan niet omgaan met lucht in de leiding. Dus deze zuigt nooit water aan van een verdieping lager als deze leiding niet vol staat met water. We zullen dus eerst de leiding moeten vullen met water. Dat is een kut klus omdat je er nauwelijks bij kan.”

Na de koffie begin ik met mijn laptop op te starten en te kijken hoe ik kan aansluiten op het netwerk van N14. Michael gaat met de waterpomp stoeien en Sander helpt mij. Als ik net de boel aangesloten en opgestart hebt komt Michael terug.

“Klaasje, ik weet dat het niet je werk is maar zou je even kunnen helpen? Je bent een stuk kleiner dat ik en ik denk dat jij beter bij de pomp kan komen dan ik.”

“Is goed.” Ik zet mijn helm en bril op en volg Michael. Als we bij de pomp aankomen begrijp ik hem gelijk. De pomp zit ingeklemd tussen de slaapcontainer en een scheidingswand, en de toevoerleiding zit dan ook net aan de achterkant van de pomp. Van hieruit loopt deze leiding door de vloer naar beneden waar blijkbaar de watertank staat.

“Hier heb je een steeksleutel, daarmee kun je de leiding losdraaien. Als je de leiding los hebt dan geef ik je een kan aan met water die je in de leiding kan gieten. Ik heb hem beneden dichtgezet, dus als het goed is kun je zo de leiding vullen.”

“Okay, ik snap het”, meld ik hem. Ik neem de steeksleutel aan en wurm mijzelf tussen de container en de wand door naar de pomp. Ik moet mijzelf in een vreemde bocht duwen om bij de slang te komen maar uiteindelijk lukt het mij om hem los te draaien. Het is een flexibele slang, op het moment dat ik hem los heb moet ik hem vullen met water. Michael heeft, terwijl ik bezig was, een kan met water opgehaald en ik giet nu, met het nodige geknoei, het water in de opening van de slang. Het begint ondertussen warm te worden buiten en door de moeilijke houding waarin ik zit voel ik het zweet van mijn hoofd lopen. Eén kan is echter niet genoeg om de hele slang te vullen, ik geef de lege terug aan Michael en kan daardoor even op adem komen. Ik blijf in mijn moeilijke positie wachten tot hij weer terug is. Als ik de gevulde kan aanpak en weer richting de slang breng, stoot ik met de onderkant tegen een uitsteeksel uit de wand aan en gutst een groot gedeelte van het water uit de kan over mijn borst. Ik voel het koele water door mijn overall en bovenkleding heen trekken. Het is even lekkere verkoeling, maar dan vloek ik. Het restje water wat er nog in zit giet ik in de slang en gelukkig is dit voldoende om het in zijn geheel te vullen. Ik geef Michael de lege kan terug en monteer de slang weer op zijn plek.

Als ik even later weer naast Michael staat kan de boel weer aangezet worden.

“Ik heb de slang naar de watertank dicht gedraaid, om te voorkomen dat het water wat je in de slang giet terugloopt in de tank. Als ik de pomp start, kun je dan de kraan openen? Je hoort vanzelf wanneer hij aanslaat.”

“Dat is goed.” Ik loop een verdieping naar beneden. Ik voel de kou rond mijn borst, van het water wat ik over mijzelf heb heen gegooid. Straks maar wat droogs aantrekken. Als ik beneden ben en bij de kraan sta roep ik naar boven.

“Ik ben klaar, start de pomp maar.” Michael zet de werkschakelaar bij de pomp aan en ik hoor hem draaien. Ik draai de kraan open en tot mijn opluchting hoor ik het water naar boven lopen richting de pomp. Als het systeem op druk is slaat de pomp automatisch af. We lopen terug naar de controlekamer en Michael draait de kraan open. We horen de pomp weer aanslaan en er stroomt nu water uit de kraan. Ik krijg een high-five van hem.

‘Goed gedaan meissie.”

Ik doe de bovenkant van mijn overall open en trek mijn armen uit de mouwen. Dan doe ik het bovengedeelte van de overall naar beneden zodat mijn bovenlijf alleen nog bedekt is door het T-shirt dat ik onder mijn overall aan heb. Ik zie in mijn ooghoek dat de mannen nu hun volledige aandacht hebben gericht op mijn borsten. Als ik naar beneden kijk zie ik waarom. Het natte shirt plakt strak om mijn forse boezem. Ik had net zo goed in mijn beha kunnen gaan staan, dan zie je net zoveel. Ik kijk weer naar de mannen en ze hebben zelf niet door hoe akward dit is. Pas als ik mijn handen onder mijn borsten houd en ze op en neer laat stuiteren kijken ze mij aan en zie ik de schaamte over hun gezichten trekken. Ik moet lachen.

“Bevalt het uitzicht?” De mannen wenden opgelaten hun blik af.

“Sorry” hoor ik Sander mompelen. Michael is wat vrijer.

“Welke God heeft jou hierheen gestuurd?”, zegt hij lachend als hij over zijn eerste schaamte heen is. Ik zie dat zijn hand naar zijn kruis gaat om de inhoud anders te positioneren. Ik voel een vlaag van warmte door mijn lijf gaan.

“Ik doe even wat droogs aan", zeg ik. Ik haal een droog shirt en een korte broek tevoorschijn. Ik loop naar de doucheruimte en doe hier het shirt en de korte broek aan. Mijn beha is nog wel vochtig en ook de bovenzijde van mijn overall, maar dat is geen straf met de warmte van de dag. Als ik ook mijn overall weer aan heb ga ik weer terug. De mannen zijn ze weer bij kennis en nu kunnen we echt gaan testen.

De eerste taak is dat we alle sensoren moeten checken en nalopen op hun werking. We starten met alle brand- en rookmelders. De bedoeling is dat de blusinstallatie als eerste weer operationeel wordt gemaakt. De rolverdeling is dat Michael rondloopt en alle sensoren bediend. Ik zit voor het scherm in de controlekamer en check dat de signalen goed binnenkomen. Via een portofoon communiceer ik met Michael. Sander kijkt mee en houd de administratie bij wat we hebben gedaan en wat er wel of niet werkt.

De hele ochtend zijn we hier mee bezig. We stoppen alleen even halverwege de ochtend voor een kop koffie. Rond een uur of half twaalf komt Michael naar de controlekamer en wisselt met Sander, zodat Michael de lunch kan gaan voorbereiden. Ik neem zowel mijn eigen taak als de taak van Sander nu voor mijn rekening. Omdat Sander het platform minder goed kent dan Michael gaat het nu een stuk langzamer.

Op N12 is er een strikte scheiding tussen het gebied waar je werkkleding moet dragen en waar je geen werkkleding mag dragen. Op N14 is deze scheiding minder strikt, Michael doet nu zijn overall uit omdat hij in het keukentje bezig is. Ik heb, vanwege de warmte, het bovengedeelte van mijn overall uitgedaan zodat mijn bovenlijf alleen door mijn T-shirt bedekt wordt en alleen mijn benen nog bedekt worden door mijn overall. Als het eten klaar is en de tafel gedekt komt Michael achter mij staan.

“Het eten is gereed. Kun je Sander roepen?", zegt hij. Ik pak de portofoon en vraag Sander of hij komt eten. Ik leg de portofoon neer en rek mijzelf even uit. Zo ingespannen naar een scherm turen maakt je stijf. Ik pak met mijn linkerhand mijn rechterschouder en masseer deze. Michael staat nog achter mij.

“Zal ik dat even doen?”, vraagt hij.

“Oh ja, lekker." Hij zijn grote handen op mijn schouders en masseert deze. Ik sluit mijn ogen en geniet van zijn aanraking. "Mmm, dat doe je lekker.” Dan komt Sander binnen.

“Dat doe je nooit bij mij!", grapt hij richting Michael. Ondertussen trekt ook hij zijn overall uit. Ik sta op en trek mijn overall nu ook helemaal uit. De mannen kijken verrast als ze zien dat ik een korte broek aan heb. Om ze extra uit te dagen loop ik heupwiegend naar de eettafel. Ik hoor een zachte kreun uit de mond van Sander komen. Hij komt naast mij zitten en Michael tegenover mij.

Ik moet zeggen dat Michael echt kan koken. Ik had hooguit een tosti of een gebakken eitje verwacht, maar hij heeft een lekkere nasi gemaakt met satéstokjes en pindasaus. Als ik met smaak zit te eten merk ik dat beide mannen mij met een schuin oog zitten te bekijken.

“Werken er veel vrouwen offshore?”, vraag ik.

“Bijna geen", antwoord Sander, “ik kom ze heel af en toe wel eens tegen in de huishoudelijke dienst. In technische functies wel eens als projectleider of tester. Je bent de eerste vrouwelijke software-engineer die ik tegenkom in het veld.”

“Vind je dat niet jammer?”, vraag ik.

“Ja", zegt Michael gelijk.

“Mmm, het zou mogelijk moeten zijn, maar ik denk dat het wel haantjesgedrag naar boven haalt. Ik denk dat je als vrouw stevig in je schoenen moet staan. Hoe vind jij het?”, vraagt Sander aan mij.

“Mmm, ik ben niet anders gewend. Ik ben altijd een vreemde eend in de bijt geweest als techneut tussen de meiden. Dus ik heb altijd beter met mannen dan met vrouwen kunnen kletsen. Ik denk dat ik de meeste mannen wel aan kan.”

“Zo'n knappe meid als jij kan toch iedere man voor zich laten rennen", zegt Michael met een glimlach op zijn gezicht. Ik krijg het warm bij dit compliment.

“Daar heb ik het karakter niet voor”, zeg ik na deze opmerking even te hebben laten bezinken.

Aan het einde van de dag hebben we niet alleen alle sensoren maar ook de aansturingen van het brandmeldingssysteem getest. Het systeem werkt zo dat er een waarschuwing komt als een sensor een alarm geeft. Komt er een alarm van meerdere sensoren uit hetzelfde gebied, dan gaat het systeem actie ondernemen. Productie wordt automatisch stilgezet en bijvoorbeeld ventlatoren worden uitgeschakeld. Als er geen bemanning aanwezig is op het eiland wordt automatisch een blussysteem ingeschakeld. Zeewater wordt opgepompt en via een groot aantal punten over het eiland uitgestort. Is er wel een bemanning aanwezig dan moet er eerst een knop “Confirmed Fire” worden ingedrukt. Deze knoppen zitten op een paar strategische punten op het eiland. Is zo'n knop eenmaal ingedrukt dan kan dit alleen gestopt worden vanaf het bedieningsscherm in de controlekamer. Of op afstand vanaf het bedieningsscherm op N12. We testen al deze systemen, waarbij we er voor zorgen dat de werkschakelaar naar de bluspomp uit staat, want we hebben geen zin in een onvrijwillige douche. Aan het einde van de dag overleggen we met N12 en besluiten we het brandmeldsysteem actief te maken.

Michael kookt weer voortreffelijk. We eten om zeven uur. Hij heeft schnitzels gebakken met gebakken aardappeltjes en sperzieboontjes met spek. Ik moet oppassen niet te veel te eten. Twee warme maaltijden per dag is niet echt goed voor een slanke lijn. Na het eten kletsen we nog even en dan wordt het tijd mijn slaapplek te creëren. We trekken de tafel tussen de banken uit, schuiven ze tegen elkaar en Michael haalt een matras op. Hij heeft er al een schoon hoeslaken om gedaan. Even later brengt hij ook nog een kussen en dekbed. We spreken af dat de mannen gaan douchen en dat ik na hen ga. Een half uurtje later ben ik klaar met douchen. Ik trek een slip en een nachthemd aan en kruip ik in mijn bedje. Het was een vermoeiende dag maar de vreemde omgeving maakt dat ik moeite heb om in slaap te komen. Ik denk aan de mannen en hoe ze verlekkert naar mij zaten te kijken toen ik met mijn drijfnatte shirt voor ze stond. Ik breng mijn hand naar mijn poesje en begin mijzelf te vingeren. Het kost mij maar een paar minuten mijzelf klaar te laten komen. Ik val met een glimlach op mijn gezicht in slaap.

Twee uur later word ik door een vervelende pieptoon wakker. Ik zie dat het bedieningsscherm van het platform is opgelicht en dat er een rode balk knippert. Ik kom uit bed en die dat er een brandalarm gegeven wordt op het dek onder mij. Het is een detectie van sensor die vanmiddag ook al moeilijk deed, dus ik vermoed dat er geen brand is, maar dat de sensor stuk is. Ik accepteer het alarm zodat het gepiep stopt, maar loop voor de zekerheid toch even naar buiten. Als ik over de reling hang om te kijken of ik iets bijzonders zie op het dek onder ons, hoor ik de stem van Sander.

“Wat is er aan de hand?”

“Brandalarm op het main deck, maar ik vermoed door een defecte sensor. Diezelfde die vanmiddag ook al moeilijk deed.”

“Okay, ik check het wel even. Disable jij hem maar voor de zekerheid.” Sander loopt richting de trap naar het main deck. Ik loop de controlekamer weer in. Om te voorkomen dat er branden geblust worden terwijl er niks aan de hand is, heeft het systeem de mogelijkheid een sensor uit te schakelen. Zodat alles wel zo goed mogelijk blijft werken en ondertussen totdat de defecten verholpen zijn. Dit is mogelijk voor een beperkt aantal sensoren. Kom je boven dit aantal dan zal je eerste de boel moeten repareren voordat je weer kunt produceren.

Even later komt Sander de container binnen. Ik sta nog voorovergebogen voor het scherm. Zijn blik wordt gelijk gevangen door mijn billen die half zichtbaar onder mijn nachthemdje tevoorschijn komen.

“Alles is in orde, er is niks aan de hand", hakkelt hij.

“Mooi. Morgen die sensor nog maar eens checken?”, vraag ik, terwijl ik mij omdraai van het scherm en naar hem kijk. Ik zie dat hij gebiologeerd maar mij staat te kijken. Ik draag een weinig verhullend nachthemdje. Ik draag 's nachts geen beha en mijn tepels zijn duidelijk zichtbaar door de stof. Mijn borsten schommelen licht heen en weer door de draaibeweging die ik net maakte. Sander zegt niets maar is duidelijk met zijn gedachten ergens anders. Ik moet glimlachen en schud nog eens lichtjes met mijn lijf zodat mijn borsten weer bewegen.

“Sander?”

“Eh, sorry, wat zei je?”

“Morgen die sensor nog maar eens checken?” Ik loop langzaam naar hem toe.

“Eh, ja, dat is goed. Misschien moeten we hem gewoon maar vervangen, omdat hij vanmiddag ook al vreemd deed.” Ik kijk naar zijn kruis. Hij heeft alleen maar een boxershort aan en hierin heeft zich duidelijk iets in ontwikkelt. Sander ziet waar ik naar kijk, loopt rood aan en houd zijn handen voor zijn kruis. Ik moet weer denken aan mijn fantasieën die ik gebruikte om mijzelf klaar te laten komen.

“Zie je iets lekkers?”, vraag ik met een zwoele stem.

“Je bent ook zo verdomt mooi", zegt hij zachtjes. Ik sta nu vlak voor hem. Sander is een kop groter dan ik. Ik kijk omhoog en buig naar hem toe om hem te zoenen. Bij de eerste zoen twijfelt hij nog maar mijn tweede zoen wordt beantwoord. Onze tongen vinden elkaar en we beginnen gepassioneerd te vrijen. Mijn hand gaat naar zijn kruis en ik masseer de inhoud van zijn boxershort. Deze staat al gauw zo strak gespannen dat ik mijn hand door de bovenrand naar binnen laat gaan om zijn lul tevoorschijn te toveren.

“Kom", hijg ik en trek hem richting mijn bed.

We gaan naast elkaar liggen en zoenen verder. Zijn hand verdwijnt in mijn slipje en ik voel zijn vingers langs mijn vulvalippen aaien.

“Dit is nu al de leukste klus ever", fluister hij zachtjes in mijn oor.

“Zeker weten", fluister ik terug, als ik Fred even vergeet denk ik erachter aan. Maar we beginnen pas dus het kan nog zeker leuker worden. Ik voel een eerste vinger voorzichtig naar binnen gaan. Een zachter kreun ontsnapt uit mijn mond. “Doe mijn slip uit", fluister ik terug. Twee tellen later ligt mij slip op de grond. Sander verdwijnt gelijk met twee vingers in mijn kut. Zijn lul is inmiddels knalhard. Ik hunker ernaar om opgevuld te worden. “Neuk me”. Dat hoef ik niet te herhalen. Sander kruipt op mij. Ik doe mijn benen wijd en hij zet zijn eikel op de ingang van mijn poesje. Langzaam, met voorzichtige stootjes dringt hij steeds dieper in mij. Een golf van tintelingen schieten door mijn onderlijf. Een luide kreun ontsnapt uit zijn keel, die mijn lust gelijk met sprongen doet toenemen. Sander begint steeds steviger te stoten. Ik doe mijn benen nog wat wijder zodat hij nog dieper in mij kan stoten. Hij raakt nu precies het goede plekje en ik voel een orgasme opkomen. Met een luide kreet komt ik klaar. Sander is nog niet zover maar doordat mijn kut samentrekt wordt hij extra gestimuleerd. Even later voel ik de sapstromen mijn baarmoeder invloeien.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?