Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 09-02-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 954
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 44 minuten | Lezers Online: 5
Een Confronterende Wandeling
De zaterdagochtend werden we gewekt door een beschaafd klopje op de deur. “Dames… Is het gepermitteerd dat ik binnenkom, of moet er nog kleding gefatsoeneerd worden?” Frank z’n stem klonk spottend. “Hé, lekker ding, kom maar binnen hoor. Altijd fijn om een knappe kerel aan m’n bed te verwelkomen!” Annet klonk vrolijk en ik stompte haar zachtjes. “Pas je een beetje op, trutje? ‘Aan’ je bed, oké, maar denk er aan: deze vent ga je niet verwelkomen ‘in’ je bed!” Frank was ondertussen binnengekomen. Compleet aangekleed én geschoren, met een dienblad, beladen met mokken en borden.

“Nou, Gon… En ik je nou eens omkoop met een lekker bakje thee, beschuitjes met kaas en een zachtgekookt eitje?” Annet gooide het dekbed van ons af. “Geef mij dat blad maar, lieve Frank. Dan mag jij tussen ons in zitten!” Ik keek haar met afgrijzen aan. “En jij bent mijn zus? Met een eigen, lieve vriend? En nodigt mijn vriend zomaar uit om tussen ons in komen?” Annet knikte. “Tuurlijk zussie. Dan kan hij mooi dat dienblad vasthouden als wij ons ontbijtje naar binnen werken. Wij een levend dienblad en hij kan nergens aankomen, want hij moet dat dienblad in evenwicht houden. Lekker praktisch.” Frank grinnikte. “Je heb goeie argumenten, Annet. Maar of ik nergens aan kan komen… Dat zou je nog wel eens tegen kunnen vallen.”

Hij ging tussen ons in zitten, het dienblad op zijn bovenbenen en draaide zich naar me om. “Hoi schatje… Lekker geslapen, ook al was het misschien kort?” Ik kuste hem. “Wij hebben prima geslapen. Na een uurtje als zusjes lekker gekletst te hebben.” Hij keek me kort aan. “Mooi zo, dames.” Annet giebelde. “Ik zal die nachtpon maar niet te ver optrekken. Als meneer Veenstra mijn mooie benen ziet, zou er zo maar eens een lichaamsdeel tot leven kunnen komen en kiepert mijn thee over het bed heen.”

Frank keek naar haar. “Wat ben jij af en toe een vreselijk pragmatisch mens. Op het irritante af.” Ik pakte een theeglas van het blad. “Zal ik mijn nachtpon dan maar optrekken, liefje? Ik heb mijn thee ten minste in mijn handen…” Frank zuchtte. “En ik had me nog zó verheugd op die beroemde ‘Sandwich Gingerbread’ van jullie… Met terugwerkende kracht heb ik medelijden met die Groningse professor.” Met wat verdere geintjes ontbeten we samen. Lekker ontspannen.

Tot de volgende klop op de deur: Henk. “Dames, hebben jull…” Hij viel stil toen hij Frank tussen ons in zag. “Hé meneer Veenstra! Zover ben zelfs ík nog niet gekomen! Met mijn beide dochters in bed? Ik dacht dat jij netjes beneden sliep, met je handjes boven het dekbed, verdorie!” Frank grijnsde. “Als je een leuk ontbijtje meeneemt Henk, zijn de dames misschien zelfs naar jou toe wat toeschietelijker. Probeer het eens, zou ik zeggen.” Henk schudde zijn hoofd. “Ik wilde net vragen of jullie trek hadden in een kop koffie…” Annet knikte. “Jouw koffie? Lekker! En als je Gien dan ook meeneemt, drinken we die hier gezamenlijk op. Om de dag goed mee te beginnen, zeg maar.” “Ja. En om onze maagdelijkheid te bewaken”, mopperde ik. “Hard nodig met die kerels in dit huis.”

Henk stak een duim op en verdween en Frank leunde naar me toe en gaf me een zoentje. “Volgens welingelichte kringen, duifje… ben jij je maagdelijkheid kwijt geraakt aan die mooie vrouw die aan de andere kant van mij zit. En vice versa! En niet aan ‘die kerels in dit huis’, denk er aan!” Annet schoot in de lach. “Nee, toen wij elkaar van onze maagdelijkheid hadden afgeholpen, was Rick nog maar een jaar of twaalf. Het arme jong wist nét waarom hij de bril omhoog moest doen tijdens het plassen en wij niet… Niet dat hij zich er wat aantrok, maar goed…” Ik keek Frank verwijtend aan. “Wat heb jij een irritant goed geheugen. Ik had je dat verhaal nooit moeten vertellen, verdorie!” Hij knipoogde. “Dat zou jammer zijn, Gon. Ik denk er wel eens aan als ik in die B&B in Bremerhaven eenzaam lig je wezen hou dat eruit gezien zou hebben…” Annet proestte. “Ik hoop dat ze daar na elke klant de dekbedhoezen verschonen.”

Op dat moment kwam Gien binnen, ook in nachtpon. “Goedemorgen schatjes. En Frank. Ik hoorde dat hier zo dadelijk een bakje koffie wordt gebracht. Daar wil ik wel bij zijn.” Ze gaf ons een zoen, Frank ook. “En hoelang verblijf jij hier al, meneer Veenstra?” Hij keek op zijn horloge. “Een kwartiertje slechts, mevrouw Klok-Peters. Ik heb uw knappe dochters een lekker kopje thee en een bescheiden prelude op een ontbijtje gebracht. Het voorgaande deel van de nacht heb ik doorgebracht in de kelder van deze best wel prettige woning en heb daar, netjes met mijn handjes boven het dekbed, prima geslapen, dank u wel voor de belangstelling.” Gien kroop ook op het bed. “Nou, dat valt me dan weer mee.” Ze zweeg even en vervolgde toen droogjes: “Ik kén mijn dochters.”

Ik blies minachtend en Annet gaf haar een lange, boze blik. Gien nestelde zich op het voeteneinde van het bed. “En hoe heb jij geslapen, Gien?” Frank vroeg het neutraal, zonder spottende ondertoon. “Prima jochie. Sinds ik met Henk getrouwd ben slaap ik heerlijk. Oké, de ene nacht wat langer dan de ander, maar…” Annet duwde haar vingers in haar oren. “Gétver! Bejaardenseks! Ik wil het niet horen!” Gien pakte een voet van Annet onder het dekbed vandaan en begon haar te kietelen. “Kijk jij een beetje uit, rooie bitch? Ik ben nu 46, Henk is 43, dus wij zijn nog jáááren lang verwijderd van ‘bejaardenseks’, zoals jij dat noemt. Sterker nog: als Henk en ik een béétje ons best doen, heb je er over een maand of negen weer een broertje of zusje bij, denk er aan!”

Het werd plotseling een paar seconden doodstil in de kamer, toen vroeg ik voorzichtig: “Méén je dat, Ma? Zou je dat willen?” Haar mond vertrok even, toen schaterde ze het plotseling uit. “Oh, prachtig… Die koppies van jullie! Alsof ik een ratelslang tevoorschijn had gehaald… Hahahaha… Had ik jullie even tuk, meiden!” “Kréng”, zei ik hartgrondig en ook Annet liet weten wat ze ervan vond. In niet mis te verstane bewoordingen. En op dat moment kwam Henk binnen met een blad met kopjes.

“Ehhh… Ik geloof dat ik deze koffie nog maar even buiten neerzet. Volgens mij gaan jullie elkaar zo dadelijk te lijf. Wat is hier aan de hand, meiden? Of kan ik het beter aan Frank vragen?” Die hief zijn handen op. “Doe maar niet! Laf als ik ben, hou ik me hier even buiten…” Ma gniffelde nog na en wees op Annet. “Dit rooie mormel hier betichtte ons van ‘bejaardenseks’. Ik heb de dames toen maar even verteld dat wij nog lang niet bejaard zijn en als we een beetje ons best doen ze er over een maandje of negen á tien een broertje of zusje bij zouden kunnen hebben. Daarna was het een paar seconden doodstil. Wat best wel zeldzaam is bij deze troela’s.” Henk grijnsde breed. “Had ze jullie even tuk, meiden? Mooi zo. Is wel eens nodig. En nu koffie.”

Hij deelde de mokken uit en even was het stil, terwijl we van de koffie genoten.

“Maarre… Ma: méénde je dat nou? Over zwanger zijn en zo?” Annet keek haar aan. Gien schudde haar hoofd. “Nee schat. Hoe graag ik ook samen met Henk een nieuw mensje op deze wereld zou zetten: het is niet verstandig. We hebben het daar uitgebreid over gehad, al voordat we gingen trouwen. Maar medisch is het sowieso een té groot risico en als het kind zou gaan puberen zijn we allebei zestig en dan heb je absoluut geen zin meer in een puberend kind om je heen wat om een nieuw mobieltje jengelt.

En bovendien ziet de wereld momenteel héél anders uit dan toen jullie geboren werden. Toen jullie ter wereld kwamen was Nederland net begonnen met het ‘verzilveren van het vredesdivident’ en dachten we dat de wereld langzaam maar zeker een heel stuk beter zou worden. Nou, ene Poetin heeft daar in 2014, en nog een keertje in 2022 een nogal stevig stokje voor gestoken en die blaaskaak in Washington D.C. doet daar lekker aan mee. En meneer Xi in Bejing is ook niet zo’n frisse vent. De wereld is er niet veiliger op geworden, schatten, dus… Niet verstandig.” Ze streelde Henk even. “Hoe graag ik ook een kindje van deze vent zou willen hebben.”

Hij knipoogde en ik zag twee mensen die enorm van elkaar hielden. Frank zei echter droog: “Ach Gien… Beter dan deze twee wordt het tóch niet…” Hij legde een arm om Annet en mij heen. Gien en Henk keken alleen bedenkelijk, maar Annet sputterde tegen. “Zeg vriendje van mijn liefste zus… Ondanks dat je ons nu een compliment gaf: er loopt ook nog ene Rick Petersen rond. Ook een prima vent. En even los daarvan: volgens mij hebben wij het overgrote deel van onze genen aan Gien te danken; ik zie ten minste weinig tekenen van de genen van ene Anderson. Gelukkig maar trouwens. Als je de genen van Gien zou combineren met die van Henk, zouden daar wel eens héél schattige en verstandige kinderen uit kunnen voortkomen. Heb je dat goed begrepen, meneer Veenstra?”

“Jawel, strenge mevrouw Annet… Sorry voor mijn ongepaste opmerking, mevrouw Annet…” An bitste: “Die zit hier niet. Hier zit Annet Peters, samen met haar lieve zus Gonnie één van de natste dromen van alle knullen van de Hogeschool Utrecht.” Ze giebelde. “En wellicht ook van een aantal personeelsleden van VDL te Born.” Henk deed ook een duit in het zakje. “Ja. Ik ken er in ieder geval eentje.” We lachten en Gien sloot het onderwerp af met: “Nou… tot zover de potentiële bejaardenseks. Nee, daar komen geen kinderen uit voort, maar…” Ze keek naar Henk. “Het is wél hartstikke leuk en lekker om het regelmatig te beoefenen!” “En zo is dat, mooie vrouw.” Henk knikte. “Wat dacht je ervan? Vanavond wéér?”

Gien keek wanhopig. “Nee schat. Twee nachten pas om vier uur gaan slapen, dat hou ik niet vol…” Ik voelde Frank gniffelen en hij zei: “Ik wist dat bejaardensex rustig, langzaam en teder was en zo, maar vanaf half elf tot vier uur ’s nachts? Sjongejonge… Respect, Henk!” Die trok een wenkbrauw op en even zagen we de helblauwe ‘plasmasnijders’ zich opwarmen. “Kijk jij een beetje uit, meneer Veenstra?” “Oei Frank… ‘Laseralarm’! Annet stootte hem aan en Frank vroeg: “Wát?” “Henk keek net even een beetje boos. En dan kijk je in die twee lasers die bij andere lui ‘ogen’ heten.” “En als hij nóg bozer wordt, zijn het plasmasnijders”, vulde ik aan. “Snijden vrolijk door 150mm pantserstaal heen. Pas op joh.” “Sorry Henk. En Gien.” Gien giebelde. “Toch fijn dat je ons zulk uithoudingsvermogen toedicht, Frank. We laten je maar in de waan.”

Henk ging staan. Iedereen de koffie op? Mooi. Mokken terug op het blad. Degenen die nog in nachtgewaad zijn: douchen naar behoefte, aankleden en optutten; over een half uurtje staat het ontbijt op tafel. Te laat is geen eten. Húp!” Gien mopperde: “Nou, als ik met jou al een kind had willen verwekken… Dat verlangen is nu mooi de nek omgedraaid, Henk Klok. Lomperd.” Ze werd door Henk meegetrokken, de kamer uit en de deur ging dicht. We keken elkaar aan.

“Nou… Een lekker begin van een zaterdagochtend”, zei Annet. “Ja”, zei ik. “En het is nog niet eens half tien. Dat belooft wat, schatjes. Wie van ons gaat als eerste douchen, An? Oh, wacht maar, we douchen weer eens samen. Wel zo zuinig. Meneer Veenstra: optiefen. Deze meisjes gaan samen douchen. Hoef jij niet bij te zijn.” Hij keek teleurgesteld. “Jammer… Dan had ik weer iets gehad om over na te denken in Bremerhaven…” Ik duwde hem de deur uit. “Wieberen jij! Ga Henk maar helpen of zo.”

An en ik sprongen onder de douche: eentje spoelde zich nat, de ander wachtte even. Daarna zeepte nummer 1 zich in, de ander werd nat onder de straal. Dan ging nummer 1 afspoelen, nummer 2 inzepen en vervolgens ook afspoelen terwijl nummer 1 al met de handdoek bezig was. Dat ging efficiënt en snel; ma had het ons van jongs af aan ingepeperd, toen het nog geen vetpot was in huize toen-nog-Anderson. ‘Op die manier gaat er ten minste geen druppel water verloren, meisjes!’ Alleen als we onze haren moesten wassen duurde het langer. Aankleden: broek, bloesje en sneakers. “De heren moeten er maar aan wennen, Gon. Het is niet elke dag een feest van nylons, korte rokjes en transparante blouses.” Ik knikte. “Zo is het maar net. Bovendien: straks even vragen of we Gien en Henk nog ergens mee kunnen helpen. Zij zijn schatten; kunnen we best wat terugdoen, nietwaar?”

An knikte. “Klopt. Maar denk niet dat ik hier door de week op mijn luie gat op de bank lig als Gien staat stof te zuigen of Henk de was doet. Dan moet deze juffrouw ook aan ’t werk!” Ze keek sip. “Wat dat aangaat is er nog niks veranderd hier. ‘Jij te beroerd om te helpen? Dan ben ik te belazerd om voor je te koken. Dáár is de broodtrommel; je red je er maar mee.’ Vorige week nog een staaltje van meegekregen. En Henk hielp me niet; die zei alleen maar: ‘Je hoort het, An.’ Verdorie.” Ze keek verongelijkt en ik lachte haar uit. “Dan moet je tóch wat vaker een pikant rokje aan doen, schat…” “Nou, alsof dat helpt. Geen ene moer. Kóm, naar beneden. Lekker ontbijten.”

Het wás ook lekker. Henk (of Frank) had roerei gemaakt. We genoten ervan en tijdens het eten vroeg Annet: “Wat zijn jullie plannen voor vandaag, Gien? Kunnen we ergens mee helpen?” Die keek nadenkend. “Er moet gezogen worden, de vloer hier moet weer eens in de laminaatreiniger worden gezet, dus alle meubels moeten van hun plek… De keuken gesopt en er moet gewassen worden. En buiten… Henk?” Die dacht even na. “Het gras gemaaid en de bloemenborder geschoffeld. En dood spul er uit.” “Grasmaaien wil ik wel doen, Henk”, zei ik snel. “Dan kan Frank er achteraan lopen en af en toe die bakken legen.” Frank humde. “Jaja… Mevrouw lekker op haar kont als een prinsesje op haar paard rondjes rijden en ik als een soort lijfeigene er achteraan sjokken en het zware werk doen? Dan ga ik liever samen met Henk schoffelen.”

Die schudde het hoofd. “Niks ervan. Schoffelen is mijn werk. Tenzij jij gediplomeerd hovenier bent? Nee? Prima, dan mag je alle meuk die ik uit de bloemperken wegschoffel in de biobak gooien.” Frank bromde: “Volgens mij hebben jullie Frank Veenstra in de tuin helemaal niet nodig. Ik help Gien wel met de was.” Hij keek ondeugend.

“Ma! Kijk uit met die Veenstra en je was! Zeker de fijne wasjes…” Gien lachte Frank uit, die nog steeds somber keek. “Jij mag de vloer doen, jochie. Eerst stofzuigen, daarna dweilen met laminaatreiniger. En schrik niet van alle hondenharen; sinds Bowy en Lovely hier regelmatig over de vloer komen, vind ik hun haren op de meest gekke plekken. En niet zo’n beetje ook.” An ging Gien met de was helpen, en daarna zouden ze boven ook even stoffen en zuigen. Zo had iedereen zijn taak.

Met de ontbijtboel opgeruimd liep ik naar de schuur en pakte de gelamineerde checklist van de grasmaaier. Vroeger was dat Rick z’n werk, maar toen hij naar Afrika ging had hij een uitgebreide checklist gemaakt wat je vóór, tijdens en na het gebruik van de zitmaaier moest doen. En je moest het aftekenen, mét watervaste stift, inclusief datum! De eerste keer dat hij die lijst onder onze neus duwde, mopperden we nogal. “Hé, wij zijn niet helemaal kinds, hoor!!” Maar hij had erop gestaan. “Lieve zussen: dit ding is een beetje bejaard aan het worden. Als we die checks niet doen, gaat er vandaag of morgen iets écht kapot. Kost veel geld. Elke keer gewoon een check doen, voorkomt veel ellende.”

Waarop An had gemopperd: “’t Is geen Boeing 747, hoor. Het is gewoon een zitmaaier.” Rick z’n reactie was het simpelweg trekken van zijn telefoon, even scrollen en hij duwde ons een plaatje van een nieuwe zitmaaier onder de neus. “Kijk even naar het prijskaartje, zussies.” En dat prijskaartje varieerde van 1.500 tot ruim 3.000 euro… Sinds die tijd hanteerden wij zijn checklist nauwgezet.

Sleutel uit het contact: messen en overbrengingen controleren. Toen ik dat voor de eerste keer deed, zat de sleutel nog in het contact en had ik een hele vuile snauw van Rick gekregen en hij had me bij de zitmaaier weggerukt. En hij had ons nogal gedetailleerd uitgelegd wat er met mijn vingers zou gebeuren als de messen plotseling gingen draaien, met mijn handen er tussen… Messen: oké. Geen bramen, geen obstructies in de overbrenging, schoon en overal nét tegen het schraapijzer aan. Olie: check, ruim boven het onderste streepje van de peilstok. Benzine? De tank was vol… En zo nog een aantal controlepunten.

Daarna: oorkappen en veiligheidsbril op en dan kon het ding gestart worden en achteruit uit de schuur gereden. Ook die oorkappen en bril waren onderwerp van een stevige discussie geweest. An en ik zagen het nut er niet van in. Ja, het ding maakte herrie, maar hoelang was je nou helemaal aan het maaien? Een half uurtje, hooguit. Rick had wéér z’n smartphone gepakt en een of andere geluidsmeetapp gestart. En de herrie gemeten, vlakbij An d’r oren toen ze op het zadel zat. 93 decibel. Toen had hij de motor gestopt. En vervolgens had hij ons een kwartiertje college gegeven over wat teveel decibels met je oren konden doen. Hij eindigde met: ‘Na zo’n twintig minuten onbeschermd er op zitten en maaien heb je dus waarschijnlijk al gehoorschade, meiden. Een ‘pieeep’ in je oor. Een paar uur misschien, dan trekt dat weg. Maar de eerste schade is er. Onherstelbaar. Tinnitus heet dat gepiep. Fantoomgeluid. Mensen kunnen letterlijk gék van worden. Dus: altijd die gehoorkap op. En altijd die veiligheidsbril. Want dat ene kiezelsteentje kan wegspatten, ricocheren en in je oog terechtkomen…’

Rick was in z’n element geweest en op later die avond hadden An en ik tegen elkaar gezegd dat ‘ons kleine broertje’ best wel gezag had uitgestraald. Ik grinnikte bij de herinnering, zette oorkappen en veiligheidsbril op en reed, met de messen nog omhoog naar het grasveld. Altijd éérst op het gras, dan pas de messen laten zakken. Om te voorkomen dat er steentjes in het mechanisme zouden komen. En vervolgens eerst om het bloemperk en om de bomen heen maaien, daarna in rechte strepen de rest van het grasveld maaien. En om de twee banen de opvangbakken legen bij de composthoop. Henk bleef ruim binnen het bloemperk als ik langs kwam rijden; die was ook niet gek.

Na een halfuurtje haalde ik de messen omhoog, zette de motor uit, trok braaf de contactsleutel er uit en stopte die in m’n broekzak. Toen pas deed ik de bril en oorkappen af. Messen schoonmaken, elk mes controleren op bramen. Overbrengingen controleren op rotzooi, en die even schoonmaken. De maaier zelf even schoonmaken; aan de onderkant het meeste natte gras er afvegen met een poetsdoek, daarna de banden ook. Weer starten, de schuur in rijden en uitzetten. Sleutel er uit en het lomp-grote kettingslot om het chassis heen en aan de muur vastmaken. Zitmaaiers, ook zo’n oudje als wij hadden, waren nogal geliefd bij het dievengilde. Diverse boeren en villa’s in de omgeving waren al zo’n ding kwijt en meestal verdwenen ze over de oostgrens.

Ik liep de keuken in en meteen kreeg ik een snauw van Frank. “Schoenen uit! Ik heb net gedweild!” Op sokken liep ik naar hem toe; hij was in de hal bij de voordeur bezig. “Heb jij net gedweild? Zal ik vanavond dan even zuigen?” Boven in de gang hoorde ik Gien en An gierend in de lach schieten en Frank dreigde met de zwabber. “Tút! Ga je haar maaien!” Ik liep naar de keuken, pakte het kookwekkertje en zette dat op een uur. Daarna even zitten. Dat kookwekkertje was ook een trucje van Rick geweest. Als dat afliep was de maaier koud en kon ik het oliepeil controleren en de benzine bijvullen.

‘Nóóit de benzinetank vullen als het ding nog warm is, zussies. Da’s een prima recept om je haar kwijt te raken!’ An had gezucht. ‘Je komt om de twee weken maar naar huis, Rickie. Om het gras te maaien, verdorie.’

Hij had even gelachen en toen serieus gevraagd: ‘Weet je de overeenkomst tussen jouw werk en mijn werk, Annet?’ An had hem verwonderd aangekeken, niet in staat om een slim antwoord te geven. ‘Procedures, zus. Jij doet toch iets met onder andere kwaliteitszorg? Dat staat ból van de procedures. ‘Doen wat je zegt en zeggen wat je doet.’ En als daar lucht tussen zit, opschrijven waarom er een afwijking is en hoe die opgelost moet worden. Zo zit te vliegerij ook in elkaar, An. Negentig procent van het werk bij de reguliere luchtvaartmaatschappijen is simpelweg procedures volgen. Checklijstjes nalopen en afvinken.

Dat ‘rondje om het vliegtuig’ alvorens de piloot aan boord stapt is er zo een. Voor de buitenstaander ziet het er allemaal ontspannen en vrijblijvend uit: de piloot loopt losjes langs de kist, haalt zijn hand nonchalant over de ‘leading edge’ van de vleugel, kijkt eens naar de banden, werpt een blik in de motorinlaten, voelt of de pitotbuis wel open is, checkt de afsluiting van het bagageluik en klimt dan naar binnen voor een bakje koffie in zijn comfortabele en warme cockpit. In werkelijkheid volgt hij een checklijst die in z’n hoofd geramd zit en die hij in die cockpit afvinkt. En dat is nog maar het begin.

En als hij uiteindelijk aan het begin van de runway staat en het laatste lijstje afwerkt, samen met z’n copiloot, de checklist voor ‘take-off’, heeft hij er al zo’n 16 lijstjes opzitten… En alles moet kloppen, anders vliegt de kist niet.’

We hadden gezucht. ‘Wát een saai vak heb jij uitgekozen, Rick’, had ik gezegd en hij had gegrijnsd. ‘Daarom lopen er dan ook van die bloedmooie stewardessen bij de gerenommeerde luchtvaartmaatschappijen rond, zussies. Anders zou niemand zo gek zijn om piloot bij zo’n firma te worden…’

Een week later hadden we hem uitgezwaaid op Schiphol en ging ‘ons kleine broertje’ naar Afrika om daar mensen te vervoeren die hulp nodig hadden. En een paar weken terug was hij als volwassen man weer teruggekomen… “Hé! Zit jij nou gewoon te luiwammesen op die bank?” Ik schrok op. Henk was stilletjes binnen komen lopen. “Maak je eens nuttig en zet eens koffie, jongedame! Ik lust wel een bakje over een kwartiertje; dan is de tuin klaar. En ik denk dat die gasten boven ook wel iets lusten. Húp, aan ’t werk, jij hebt ten slotte met je charmante billetjes alleen maar op die zitmaaier gezeten!”

Ik mopperde: “Nou inderdaad. Op zo’n lekker stalen zadel met van die gaten er in. De afdrukken ervan staan vanavond nóg op m’n billen, verdorie.” “Dan heeft Frank ook eens iets leuks om naar te kijken”, zei Henk droog. “Húp, aan de arbeid!” Ik stond op. “Jawel, lieve stiefpa. Omdat je het zo vriendelijk vraagt…”

Zijn ogen flikkerden even: de blauwe lasers vlamden op. “Kijk je uit, rooie feeks? Ook jij kan over de knie, hoor. Net als je moeder!” Ik giechelde. “Net als Gien? Oh, dat lijkt me wel spannend, Henk… Doen jullie dat hier in de kamer of boven? Of beneden in de kelder? Wel lekker geluiddicht, daar beneden… Dan kan Gien gillen wat ze wil; niemand hoort haar. Lekker hoo…”

Verder kwam ik niet; ik werd van achteren beetgepakt. “Sta jij nou mijn vent uit te horen over onze erotische avonturen, rood kreng?” De stem van Gien klonk bijtend. “En jij vond het wel spannend om bij Henk over de knie te gaan? Nou, we zullen je even ter wille zijn, schatje… Henk?” Tegenspartelend lag ik even later inderdaad bij Henk over de knie, Gien over me heen gebogen. Frank en An stond breed grijnzend in de kamer. “Hou jij haar vast, Henk? Dan zal ik mevrouw de interim-manager even op haar falie geven…” Even later kreeg ik vijf felle tikken op mijn kont, toen stopte Gien. “Zo. En wees me dankbaar dat ik de strenge mevrouw Annet niet heb gevraagd om mee te helpen, anders had je week lang moeite met zitten gehad!” Henk liet me los en ik kwam overeind. “En nooit meer vragen naar…”

“Nee ma. Goed ma. Ik zal lief zijn, ma.” “Dat zou de eerste keer zijn, krengetje.” Henk klonk spottend. Ik gaf hem een knuffel en Ma ook. “En nu ga ik koffie maken.” “En ik ga Hans eens bellen of hij onderhand hierheen komt”, zei An. “Frank kun jij me even helpen met die koffie?” Toen de koffie doorliep, trok ik Frank naar buiten en legde hem het ‘probleempje’ tussen An en Hans uit. “Kun jij daar eens met Hans over kletsen, als kerels onder elkaar? En Hans vertellen dat hij best eens wat dominanter mag zijn?” Frank keek moeilijk. “Gon… Ik ken hem net een paar weken. En dan over zoiets beginnen? Ik wil graag de verhoudingen tussen hem en mij goedhouden, schat. Als iemand die ik nét ken over onze manier van seks zou beginnen, zou ik snauwen: ‘Als je mijn vriend wil blijven, doe je er goed aan om dit gesprek nú te beëindigen.’ En daarna zou ik hem een tijdje behoorlijk links laten liggen, aanstaande zwager of niet.”

Ik zuchtte. “Maar iémand moet het hem toch vertellen?” Frank keek me aan. “Waarom jij niet? Jij kent je rooie zus beter dan wie dan ook. En Hans en jij kennen elkaar ook al een jaar of… hoeveel?” “Drie”, antwoordde ik. “Nou dan. Dan ben jij de uitverkoren persoon om met hem te kletsen, schat.” Ik liep naar binnen, ging verder met de koffie en dacht ondertussen na. De argumenten van Frank waren steekhoudend; Hans zou het niet fijn vinden als iemand die hij nog maar nét kende over zoiets intiems zou beginnen. Ik zuchtte. Oké, dan zou Gon zich van haar beste aanstaand schoonzusterlijke kant laten zien…

Ik keek Frank aan. “Je hebt gelijk. Ik klets wel met Hans.” Hij stak zijn duim op. “Vertel dat ook aan Annet. En nu: koffie.” We dronken rustig koffie; An vertelde dat Hans klaar was met zijn werk en over een uurtje hier zou zijn; hij moest eerst de honden nog uitlaten. Die konden daarna wel een paar uurtjes alleen gelaten worden. En zo geschiedde: rond half een kwam Hans het tuinpad op fietsen en werd begroet. “Je kunt meteen aanschuiven bij de lunch, Hans. We willen je niet het risico laten lopen dat je je eigen lunch moest klaarmaken…”

Gien keek hem plagend aan; Hans was cum laude gezakt voor het diploma ‘Keukenprins’. Hij kon een diepvriespizza in de oven schuiven, een ei koken en zijn brood smeren, maar dan hielden zijn culinaire gaven wel een beetje op. Tijdens de lunch vroeg ik hem om samen met mij een uurtje door het bos te lopen. “Ik wil je wat vragen, aanstaande zwager. En daar heb ik de oortjes van jouw meissie even niet bij nodig.” Hij keek naar Annet, die knikte. “Is goed Hans.”

“Oké Gon. Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten?” Ik giebelde. “Nee jochie. Het gaat niet over een bruidsjurk, sorry. Even geduld a.u.b. Straks leg ik het wel uit.” Hij haalde zijn schouders even op. “Oké. Dan meteen na het eten?” Ik knikte.

Een kwartier later liepen we de achterdeur uit, het bos in. Na een paar honderd meter ‘koetjes en kalfjes’ stopte hij en keek me aan. “Hou op met prietpraat, Gon. Wat wil je weten?” Ik trok hem naar een omgevallen boom en liet hem zitten. “Hans… Wat ik je nu ga vragen is héél persoonlijk. Maar ik moet het doen, anders zit An met de gebakken peren, joh…” Ik keek hem aan. “Even recht voor z’n raap, Hans: Hoe beleef jij de seks tussen jou en An?” Hij keek me verbijsterd aan.

“Wat heb jij daarmee te maken, Gon? Bemoei je met je eigen vent!” Hij maakte een beweging om op te staan en ik pakte zijn arm. “Hier jij. Zitten blijven en er nu niet vandoor gaan, zoals je zo vaak doet. Ik vroeg je wat!” Hij zweeg en keek voor zich uit. Oké, dan zelf de knuppel in het hoenderhok gooien… “Hans, An en ik hebben gisteravond liggen kletsen over onze kerels. En over seks. En ze vertelde dat jij vreselijk lief was. Héél voorzichtig, héél teder als jullie gingen vrijen. Dat je bijna overal toestemming voor vroeg…”

Hij bromde: “Dat heeft Margriet me geleerd. Kalm aan doen. Vrouwen hebben tijd nodig. Niet eisen, maar vragen. En als je sommige berichten in de krant leest… Kerels die zonder gewetensbezwaar vrouwen betasten, aanranden, verkrachten… Als ik ze in mijn handen kreeg, zou ik…”

Ik legde een hand op zijn arm. “Kalm, Hans. Jouw instelling is prima. En Margriet had groot gelijk toen ze jou dat leerde. En je weet onze instelling: ‘met wederzijds goedvinden’. Daar voel ik me prima bij en ik hoop jij ook. Toch?” Hij knikte, zijn gezicht nu minder afwijzend. “Maar wat wil je me vertellen, Gon? Waarom jij en niet An?” “Omdat An het al een paar keer aan jou heeft laten merken, Hans. Maar je pikte het niet op, blijkbaar. Daarom ben ik nu even haar ambassadeur…

Hans, je bent een schat van een vent. Dat vindt An, maar dat vind ik ook. Maar je bent soms té lief voor Annet. Zij wil een vent die haar laat merken dat ze van hém is. Van niemand anders. Een vent die haar eens op bed smijt, en haar néémt. Opeist. Kortom: mijn lieve zusje wil ook wel eens onderworpen worden. Gewoon doen wat jij wil en haar opdraagt… Jij bent teveel gefocust op dat lieve meisje uit 5 VWO, Hans. Hoe heette ze ook alweer? Oh ja, Annetje. Met haar plissérokjes tot nét boven de knie, witte sokjes en bloesjes met halfdoorzichtige mouwen. En met zo’n meisje ga je, terecht, héél voorzichtig om…”

Hij keek me aan, mond half open. “Hoe weet jij dat?” Het kwam er fél uit. “Omdat ik de tweelingzus van jouw meisje ben, schat. Wij vertellen elkaar bijna alles. En Annet zat hiermee, dus heb ik gisteravond, toen wij naast elkaar in bed lagen, een beetje doorgevraagd.”

Was Frank daarbij?” Het klonk bijna agressief.

Ohoh… oppassen Gon… Als Hans nijdig is, is het goed fout… “Nee, natuurlijk niet, Hans. Wij hadden Frank voor avond naar de kelder verbannen. Wilden weer eens lekkere zusjesseks. Maar van de seks is niets gekomen; we hebben alleen maar liggen kletsen. Over jullie, over ons, over An haar nieuwe job…” Hij zuchtte. “Gelukkig dat Frank dit niet weet. Ik zou me kapot schamen…”

Ik gaf een tik op zijn arm. “Hoezo? Waarvoor? Dat je lief ben voor An? Je zou je kapot moeten schamen als je niét lief voor haar was, Hans. Luister: Mijn zus houdt helemaal, tot ver over haar oren, van jou. Jij denkt na voor je iets roept, je maakt vrijwel nooit ruzie, je bent dusdanig goed in je vak dat je, zonder HBO-diploma, tóch Senior Engineer bent en je hebt een lekkere body. En vindt An niet alleen, maar ik ook.”

Ik giebelde. “En Margriet. En Coor.” Hij werd een beetje rood en er schoot mij iets te binnen. “Weet je wat Coor tegen ons zei over jullie vrijpartijtjes? ‘Met Hans is het heel bijzonder, schatjes. Zó lief voor zijn zusje…’ Wees daar zuinig op, Hans. Lief zijn? Ja. Maar die rooie zus van mij heeft het af en toe nodig dat je haar hard aanpakt.”

Ik twijfelde even. Zou ik het vertellen? Ach verrek ook maar. “Hans… Van de week had ik Frank een beetje gek gemaakt. En toen ik woensdagavond bij hem thuis kwam, in Schaarsbergen, zei hij letterlijk: ‘Ik ga je opvreten, meisje.’ Niet al te lang daarna lag ik geknield op bed, hem achter me, diep in me, terwijl hij mijn hoofd aan m’n haren naar achteren trok. En ik kwam gillend klaar! Ik wilde op dat moment maar één ding: voelen dat ik van hém was.”

Ik zweeg even en hij zei zachtjes: “Maar Gon… dat klinkt bijna als verkrachting…” Ik knikte. “Klopt, schat, dat zeg je heel goed. ‘bijna’. Want ik wilde het, ik verlangde ernaar dat Frank mij, zonder poespas, romantisch gedoe, voorspel en liefdoenerij zou penetreren. Diep en hard zou neuken, me zou bezitten… Mét wederzijds goedvinden, schat. En geloof me: toen hij bij me binnendrong kwam ik al klaar. En daarna nog een paar keer, terwijl hij nog bezig was… Kijk me aan, Hans Amelink! En jouw meisje heeft heel veel genen met mij gemeenschappelijk. Dit is er eentje van.”

Hij zuchtte. “Gon, ik wil heel veel met haar. Drie jaar lang vrijen we al met elkaar en dat is voor mij heerlijk. Maar dít had ik nooit achter An gezocht…” “An vindt het heerlijk dat jij zo lief voor haar bent, Hans. Wij allemaal trouwens: je bent de rustigste van ons zessen. Rots in haar branding. Maar écht: laat je wat meer gelden. Niet alleen bij An, maar ook in ons gezelschap. Vaak zit je erbij, lach je mee, maar we horen je nauwelijks. Terwijl jij heel veel waardevols heb in te brengen, denk ik. Ben je op het werk ook zo teruggetrokken?”

Hij knikte. “Ik hou niet van meningsverschillen. En al helemaal niet van ruzie. Als ik een conflict heb met een collega, dan beëindig ik dat gesprek vrij snel en vertrek. Hij komt er vanzelf achter dat ik gelijk heb. En meestal héb ik gelijk. Maar om daar nou een half uur over te staan bekvechten… Heb ik gewoon geen zin in. Zonde van de tijd.”

Ik legde een hand op zijn arm. “Wil een advies van je liefste aanstaande schoonzusje aannemen, Hans? Dat schoonzusje wat je ooit óók probeerde te verleiden met ‘the oldest trick in the book’?” Hij schoot in de lach. “Oh, dát schoonzusje? Nou, kom op met dat advies…” Ik gniffelde. “Ja, die. Maar nu even serieus: kom meer voor jezelf op, Hans.

Ook al heb je alle gelijk van de wereld: op deze wereld lopen klootzakken rond die er niet voor terugdeinzen om met jouw ideeën goede sier te maken bij hun bazen. Er met jouw intellectueel eigendom er vandoor gaan. Roofdieren, die vegeteren op jouw denkwerk. Als jij je telkens terugtrekt in een conflict, gaan zij de overhand hebben en trek jij aan het kortste eind. Assertiever zijn! En niet alleen binnen onze gezinnen en onze vrienden, maar ook op je werk. Ja, je bent de partner van Annet Peters, je weet wel die rooie bitch die nét bevorderd is tot manager compliance.

Maar jij hebt zelf ook vele goede eigenschappen, waaronder een briljante kop met hersens en heel veel kennis op jouw vakgebied. Alleen: Waar An door haar soms best wel grote bek zich een pad omhoog baant, doe jij er volgens mij alles aan om op de achtergrond te blijven. Of heb ik het mis?”

Hij haalde de schouders op. “Ik bewijs me liever in mijn werk dan door een grote bek, Gon.” “Dat doet An ook, schat. Maar op het moment dat het erop aan komt is zij nog steeds ‘de strenge mevrouw Annet’. Terwijl jij je schouders ophaalt en wegloopt. Dát, beste Hans is het verschil. Niemand haalt het in z’n kop om met ideeën van Annet of van mij op de loop te gaan. Die krijgt een stel woedende groene ogen op zich gericht en de vraag of hij of zij het de moeite waard vind om door zijn actie een stel nagels in zijn gezicht te krijgen óf een superieur die wat indringende vragen stelt. En betrokkene taait af.

Dát moet jij gaan leren, Hans. En rap ook, anders word je onderuit geschoffeld door de een of andere oetlul met een vlotte babbel die er met jouw denkwerk vandoor gaat.”

Ik zuchtte.

“En dat is de andere boodschap die je allerliefste aanstaande schoonzusje je even wilde mededelen, schat. En dat ‘schat’ zeg ik niet als gemeenplaats, maar dat méén ik. Je bent een schat voor mijn zus, maar je mag haar ook best een keertje hard aanpakken.” Ik giebelde. “Dan hoef ik het wat minder vaak te doen…”

Hij grinnikte. “Oh, vandaar deze preek? Voor jou doe ik alles, lief aanstaand jongste schoonzusje.” Hij sloeg een arm om me heen en zoende me. “Dank je wel, Gon. En sorry dat ik bij het begin van dit gesprek weg wilde lopen. Je bent een schat.” “Thuis zit een andere schat, schat. Eentje met bijna dezelfde genen als ik, die nu op haar nagels zit te bijten.

We gaan naar binnen, en daar vertel jij dat er gelazer is met de hondjes. En dat je als een speer naar huis moet. En je neemt mijn lieve zusje mee. Ik heb begrepen dat het vanmiddag en vanavond bijzonder stil bij jullie is? Mooi. Maak daar gebruik van en laat die zus van me maar eens weten wie de lakens uitdeelt. En de dekbedhoezen.”

Hij keek me aan. “Méén je dat?” Ik knikte. “Ja. Je ontvoert je meissie maar eens. Dan kunnen…” Ik moest gemeen lachen. “…dan kunnen Frank en ik vanavond ten minste in een heerlijk ruim bed slapen. En óók leuke dingen doen. Húp, naar huis. Rénnen! Het moet er wel een beetje overtuigend uitzien, zeg maar.”

Hij grijnsde breed, voor het eerst tijdens dit gesprek. Sprong op, trok mij ook overeind en zei: “Je bent de liefste aanstaande schoonzus die iemand zich kan wensen, Gon.” “Jaja, schiet nou maar op. De hondjes wachten!”

Hij rende voor me uit. En toen ik hijgend binnenkwam hoorde ik nog nét: “… dus we moeten naar Born-West, Annet. Als Bernice zó tekeer gaat dat de buren bellen, is er iets aan de hand.” Annet aarzelde niet. “Laat je fiets dan maar hier, we gaan met mijn auto. Sorry mensen, maar…”

Gien knikte. “Ga maar gauw! Wij redden ons wel!” An sprintte naar boven en ik achter haar aan. Ze smeet haar kleren van gisteren in haar weekendtas, griste een handdoek uit haar nachtkastje…

“Hé zussie, doe eens rustig aan. Er is geen brand in Born-west, hoor.”

“Nee, maar gedonder bij de honden? Da’s foute boel, Gon!”

Ik trok de klerenkast open en haalde er wat sexy lingerie uit. “Hier. Dit heb je nodig vanmiddag. En vanavond misschien ook wel.”

Ze keek me verbijsterd aan. “Het was een smoes van Hans. Om jou niet in verlegenheid te brengen, schat. Om met Frank te spreken: hij gaat je opvreten vanmiddag, zus.” Haar ogen lichtten op. “Heb jij…?”

Ik knikte. “Ik geloof dat meneer Amelink junior de boodschap begrepen heeft. Zorg maar dat je er klaar voor bent, zus.” Ik kreeg een hevige knuffel. “Ik bel je, Gon. Wanneer weet ik nog niet, maar…” “Vandaag niet, muts. Vandaag ben jij van en voor Hans. Heb je alles?”

Ze knikte en rende omlaag. Stak nog even haar hoofd om de kamerdeur en zei: “Sorry, maar wij gaan! Doei!”

“Sterkte met de honden, Hans!” “Dank je, Gien. Tot ziens!” Knál, de voordeur ging dicht en even later reden ze weg...
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...